Column
Bijzondere ontmoetingen

Voor veel bestuurders een bekende vraag: bij wie zit je zoal aan tafel als dagelijks bestuurder van NAJK? Of je nu wel of niet bekend bent met NAJK, iedereen kan deze vraag stellen en doet dat dan ook regelmatig. Dit is een goede zaak, alleen wel lastig te beantwoorden. Het eerste deel van je antwoord is over het algemeen vrij eenvoudig. Je somt namelijk wat bekende mensen/organisaties uit de sector op, wat velen bekend in de oren zal klinken. Maar er is meer.
Naast de vaste prik ben je als dagelijks bestuurder NAJK ook af en toe een bevoorrecht mens. Je komt namelijk ook op plaatsen waarvan je niet wist dat ze bestonden en je leert eveneens een hoop mensen kennen, waarvan je nooit had gedacht ermee in contact te komen. En dit hoeven niet altijd bekende mensen zijn. Ooit zijn ‘nieuwe’ ontmoetingen veel meer inspirerend, dan praten met de ‘gevestigde’ orde.
Om een voorbeeld te geven; NAJK is lid van de NJR (Nationale Jeugdraad). Op zich niet zo spannend, maar wel een tikje opvallend. Binnen de NJR zijn zo ongeveer alle jongerenorganisaties van Nederland vertegenwoordigd. Dat gaat dus van links naar rechts en van boven tot onder. Plattelandsjongeren.nl is voor NAJK nog redelijke gewone kost, maar bij PINK! (jongerenafdeling van de Partij voor de Dieren) wordt het al wat ingewikkelder en bij het Homojongeren Platform zijn wij ‘boeren’ vaak helemaal de weg kwijt. En toch zijn dit nuttige bijeenkomsten voor NAJK. Want achter dit geheel schuilt een netwerk waarin je je als jongerenorganisatie, op misschien niet de meest voor de hand liggende plaatsen, je kan doen gelden.
Zo stond ik eind november in het Paard van Troje in Den Haag. Ik deed daar een poging de gemiddelde jongere uit Den Haag uit te leggen waarom ik boer zijn het mooiste beroep vind wat er is en hoe de wereld van voedsel produceren en consumeren eigenlijk in elkaar zit. Voor sommige jongeren uit de stad gaat een hele wereld open op het moment dat ze een jonge boer zien (af en toe krijg ik het idee dat we een uitstervend ras zijn, maar dat terzijde). Maar als ik ga vertellen dat ik, geheel vrijwillig, zeven dagen per week twee maal daags de koeien melk, dan vallen ze helemaal van hun stoel. Wij vinden het misschien de normaalste zaak van de wereld om zo gepassioneerd met je bedrijf bezig te zijn, maar voor veel is dat toch wel iets nieuws.
En toch is dat in mijn optiek ook helemaal niet erg, want het versterkt elkaar juist enorm. Want op het moment dat ik weer terug op weg ben naar mijn bedrijf, verplaats ik me ook even in hun manier van leven. Het zet je aan tot denken. Daarnaast heb ik als jonge boer mensen van mijn leeftijd een inkijkje kunnen geven in mijn dagelijkse bezigheden. Omdat je dit in hun vertrouwde omgeving (de stad) doet, is het verhaal in mijn ogen des te beter. Daarnaast heb je ook uitgebreid de tijd om uit te leggen waarom je dingen doet zoals je ze doet. Want niks werkt beter dan directe communicatie.
Dit is dan ook iets wat we als NAJK na moeten blijven streven. We zijn een jongerenorganisatie met open vizier, die betrokken wil worden bij de ontwikkelingen in de wereld om ons heen. Dat er ‘meer’ is, dat weten we allemaal, maar om daarmee in contact te komen/bij betrokken te zijn, is des te moeilijker. Gebruik dan NAJK als springplank om je af en toe in de diepte te laten gooien, want die bijzondere ontmoetingen zitten soms diep weggestopt.
Goede voornemens
Het nieuwe jaar is nog maar net begonnen en iedereen heeft het al weer over goede voornemens voor dit jaar. Stoppen met roken en meer bewegen zijn zaken die je dagelijks voorbij hoort komen. Persoonlijk geloof ik niet zo in goede voornemens. Ik heb het idee dat een goed voornemen vaak inhoudt dat er iets bedacht wordt, wat na 2 of 3 weken verwaterd en na 4 weken alweer vergeten is. Toch komt het fenomeen goede voornemens elk jaar weer terug. Is dit om positief het nieuwe jaar in te gaan of gewoon om ‘de traditie’ in stand te houden?
Zelf ben ik meer van het stellen van doelen voor een bepaald jaar en dan tussendoor evalueren of die doelen al gehaald zijn en of we nog op koers zitten om de doelen te behalen. Voor dit jaar heeft mijn doel te maken met het jaarthema van NAJK: Nederland, het land van jonge boeren en tuinders? Mijn doel is om in 2012 basis te gaan leggen voor: Nederland, het land voor jonge boeren en tuinders. Dit komt vooral doordat 2012 een belangrijk jaar wordt voor NAJK. Ik zal me vanuit mijn portefeuille Bedrijfsovername in gaan zetten voor de Jonge Landbouwers regeling voor 2012, durfkapitaal, het verhaal jonge landbouwers in het GLB, vervolg van de cursussen Financieel Inzicht en BONO voor de aankomende jaren en zo nog enkele belangrijke zaken. Om in ondernemerstaal te zeggen, 2012 wordt een jaar van investeringen waar we de aankomende jaren van kunnen profiteren.
Dit kunnen wij als Dagelijks Bestuur natuurlijk niet alleen en hebben jullie hulp daarbij hard nodig. Voor ons is het van groot belang om te weten te komen hoe jullie over bepaalde zaken denken. Het laatste discussiestuk van dit seizoen, met als thema Bedrijfsovername, zal op dat gebied al iets duidelijkheid verschaffen, maar daarnaast kunnen jullie je mening/visie altijd aan ons doorgeven. Dit is van belang, zodat we elkaar verder kunnen helpen. Naar mijn mening mag dit in 2012 nog wel meer worden, dat er meer geluiden vanuit jullie komen, zodat we zo goed mogelijk kunnen opkomen voor jullie belangen.
Want dat we als agrarische sector elkaar verder kunnen helpen bewijzen we keer op keer. Het beste voorbeeld is misschien wel de hoge waterstand hier in Groningen. Dijken stonden op het punt om door te breken en in slechts enkele uren kan al het vee worden geëvacueerd en bij iemand anders in de stal onder worden gebracht. Dit laat zien dat we als agrarische sector bereid zijn om collega’s te helpen. Deze actieve vorm van elkaar helpen zou ik dan ook graag terug zien op het punt van belangenbehartiging. Want het zou natuurlijk raar zijn als we wel in actie komen als er een dijk op springen staat, maar niet als er besluiten genomen worden die van groot belang zijn voor de toekomst van het eigen bedrijf. In beide gevallen zijn ze namelijk van belang voor de dag van morgen. Ik weet ook dat die dijk nu op knappen staat en er dus ook nu actie moet worden ondernomen en dat het bijvoorbeeld het nieuwe GLB ver weg lijkt. Toch zijn wij al een tijdje bezig met het GLB en is nu het moment dat we nog zaken aan kunnen dragen en wijzigen. Als we daarmee wachten tot het besloten is, dan lijkt het op een dijkwachter die alarm slaat als de dijk al is doorgebroken en er dus geen houden meer aan is.
Dus help ons in 2012 te zorgen dat het niet zover komt en dat wij weten wat er speelt op jullie bedrijven, zodat wij jullie belangen zo goed mogelijk kunnen behartigen in 2012 en daarna. Want zeg nou zelf, wat zou er nou mooier zijn als in 2012 de basis wordt gelegd voor: Nederland, het land voor jonge boeren en tuinders?
Lijstjes

De maand december is de maand van de lijstjes. Het begint met het verlanglijstje voor Sinterklaas. Recessie of niet, Sinterklaas rijdt weer afgeladen met cadeautjes door het land. De gedachte waar voedselproducenten zichzelf mee geruststelden in tijden van lage prijzen: “een mens heeft altijd eten nodig”, lijkt tegenwoordig steeds meer te veranderen in: “een mens heeft altijd luxe goederen nodig”. Met een SUV naar Aldi om goedkope AGF en toiletpapier, en vervolgens naar de MediaMarkt voor de nieuwste flatscreen, want u bent toch niet gek?!
De wintermaanden zijn op een akkerbouwbedrijf het moment om alle machines grondig schoon te maken en na te kijken. Machines die tijdens het seizoen in de haast zijn afgekoppeld krijgen nu de broodnodige aandacht. Het onderhoudslijstje lijkt elke winter makkelijk te overbruggen, maar uiteindelijk blijkt ook elk jaar dat het voorjaar niet wacht. Machines of gereedschap, die naar eigen inzicht, aan vervanging toe zijn komen op het investeringslijstje te staan. Samen met de andere wensen die gedurende het seizoen zijn ontstaan vormen ze het verlanglijstje van de ondernemer.
Ter afwisseling van de uren die in de schuur doorgebracht worden, wordt er ook extra aandacht aan de administratie besteed. Akkerbouwers die door drukte de teeltregistratie in een schrift of agenda hebben bijgehouden kunnen het nu digitaal registreren. Ook de voorraadlijsten worden bijgewerkt, zodat het digitaal kan worden doorgeschoven naar het nieuwe jaar. Op de lijst van gewassen die het bouwplan gaan vormen worden de nieuwe bemestingsregels en gebruiksnormen toegepast in het Bemestingsplan voor 2012. Ik heb er altijd aardigheid in om samen met een bemestingsspecialist deze puzzel te leggen. Het blijft de vraag wanneer we als plantaardige sector vast lopen nu de meeste puzzelstukjes elk jaar kleiner worden.
Christenen vieren in december de Advent. Het is de voorbereidingstijd voor de viering van Kerstmis, de geboorte en wederkomst van Jezus Christus. Een periode die bijzonder geschikt is om onze persoonlijke actielijst van de afgelopen jaar de revue te laten passeren. Er zijn altijd dingen die beter hadden gekund, maar de viering van het feest van Kerstmis geeft hoop voor nieuwe kansen in het nieuwe jaar.
“Mevrouw, heeft u al een keuze kunnen maken?”
Neem ik vandaag volkoren, mais- of speltbrood mee? Gaan we vandaag voor een heerlijk biefstukje of toch een lekkere slavink? Het assortiment is zo groot, dat het soms lastig kiezen is. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de keuze aan toetjes of groente. Wat een luxe! Wat een luxe dat we kunnen kiezen. Dat er altijd keuze is. Voedselzekerheid is een vanzelfsprekendheid geworden. Nooit dat ik bij de groenteman of slager kom dat ze totaal zijn uitverkocht. Ik kan het me niet herinneren dat er ooit een tekort aan zuivel is geweest in de supermarkt. Wonderbaarlijk toch? Of niet?
De afgelopen weken hebben door het hele land debatten met NAJK-leden over het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) plaatsgevonden. Hierbij was het aan de NAJK-leden om hun visie en standpunten over de nieuwe GLB wetsvoorstellen kenbaar te maken. Een van de thema’s tijdens het debat was voedselzekerheid. Onder voedselzekerheid wordt de garantie verstaan dat iedereen elke dag toegang heeft tot voldoende en betaalbaar voedsel. Na de Tweede Wereldoorlog heeft het GLB-beleid de productie van voedsel gestimuleerd, zodat Europa voor veel voedsel zelfvoorzienend kon worden en minder afhankelijk werd van import. Voor de belangrijkste voedselproducten, zoals granen, vlees en zuivel, is de EU vanaf ongeveer 1985 meer dan zelfvoorzienend.
Voedselzekerheid. Iedere dag toegang tot voldoende en betaalbaar voedsel. Opvallend dat in meerdere debatten hetzelfde punt naar voren werd gebracht. Is het hedendaags voor de voedselzekerheid nog nodig dat de voedselproductie gesubsidieerd wordt via het GLB? Veel jonge ondernemers gaven aan dat als de consument bereid is meer te betalen, zij liever zonder als met subsidie ondernemen. Door ‘gewoon’ betaald te worden uit de markt. Door de consument. Grote hamvraag die hierbij speelt; is de consument ook bereid om meer te betalen? En hoeveel meer zouden onze producten dan kosten als zij zonder subsidie geproduceerd worden? Wat zou dan een liter melk dan kosten? Of een brood?
Hierbij belanden we tevens aan bij het punt van georganiseerde onverantwoordelijkheid, zoals communicatiewetenschapper Noelle Aarts dit noemt. De boer wijst naar de consument (“de consument kiest voor ’t goedkoopste product”) de consument naar de overheid (“de overheid moet zorgen voor gecontroleerd voedsel”) en de overheid naar de consument (“die moeten verantwoorde keuzes maken”). Een onderwerp waar ik een volgende keer met alle plezier nog een column aan wijd. Maar hoe doorbreek je deze impasse? Komt het door de overvloed aan keuze en continue vanzelfsprekendheid van het voedsel?
Ineens schrik ik op uit mijn gedachten als ik door de consument achter mij op mijn schouder wordt getikt. “Mevrouw, heeft u al een keuze kunnen maken?” Uiteindelijk heb ik bij de bakker gekozen voor een nog heerlijk geurend volkoren brood. Op naar de slager, waar ik opnieuw verzekerd ben van volop keus.
Positiviteit

De varkenshouderij heeft het moeilijk op het moment. De financiële positie van veel bedrijven is kritiek en er heerst een bedrukte sfeer in varkensland. Naast de financieel moeilijke tijden wordt er erg veel over de varkenshouderij geschreven en gesproken de afgelopen weken. De inkt van het ene rapport is nog niet droog of de volgende ligt alweer op de deurmat.
Omdat iedereen wel voort weet dat het moeilijk is in deze tijden, en dat er veel moet en staat te gebeuren in varkensland, kies ik ervoor om deze column te wijten aan al dat mooie dat de varkenshouderij ons te bieden heeft.
Om te beginnen met de bijeenkomst van VarkensVandaag. Niet perse het initiatief of de boodschap die VarkensVandaag uitsprak deed mij glimlachen, maar het aantal mensen dat erop af kwam. Dit was voor mij echt een bevestiging van de energie en veerkracht die al die mensen werkzaam in onze mooie sector hebben. Hetzelfde geldt voor het weekend van het varken. Ik had het voorrecht om op het bedrijf van Maarten Rooijakkers een dagje mee te helpen. En ik kan je zeggen dat het een mens erg goed doet als je een dagje enkel positieve reacties van burgers krijgt, en al die betrokkenen zo enthousiast de varkenshouderij ziet uitleggen.
Ikzelf ben afgelopen juli geslaagd voor mijn opleiding aan de Hogeschool HAS Den Bosch, en ben daaropvolgend als fokkerijadviseur voor TOPIGS aan de gang gegaan. Een erg uitdagende baan, waarbij ik vooral geniet van het bezoeken van veel varkensbedrijven. Natuurlijk hebben velen het moeilijk, maar toch is er altijd weer dat enthousiasme als er over varkens gepraat wordt.
Vanuit mijn baan bij TOPIGS mocht ik vrijdag 30 september op de open dag van de nieuwe vleesvarkenstal van Toon en Tiny Classens staan. Toon en Tiny zijn de ouders van Sjef Classens, bestuurder bij LAJK. Een prachtige stal met een heel innovatief en gedurfde inrichting. Ik wil vanuit deze positie dan ook Sjef en de hele familie feliciteren met deze prachtige stal.
Gezocht: Damhek

De agrarische sector, en dan met name de intensieve veehouderij ligt de laatste tijd sterk onder vuur. Ging het niet over megastallen dan ging het wel over antibioticagebruik en dierenwelzijn. Maar dat er bij agrarische ondernemers wordt ingebroken om vervolgens filmopnames te maken, is natuurlijk te zot voor woorden. Dat was voor mij persoonlijk echt het punt, nu is het hek echt van de dam! Als er vele uren film worden teruggebracht tot een film van slechts een paar minuten, dan moet je een beroerde cameraman zijn wil je dan niet in beeld krijgen wat je graag wilt zien. Want dat is in mijn ogen een probleem, bepaalde mensen hebben een bepaald beeld van een sector en willen dat beeld bevestigen door net zo lang te filmen dat het lijkt alsof er niets deugt, maar in werkelijkheid valt dit allemaal reuze mee.
Ik zie dit hetzelfde als met het eten van slakken. Ik heb een keer slakkensoep gehad. Voorheen had ik me er niet aan gewaagd, die slijmerige beestjes naar binnen werken. Maar door dat vooroordeel even te vergeten en gewoon af te gaan op de smaak was het best lekker. De rest vond het ook lekker, totdat ze hoorden dat het slakkensoep was, toen was het ineens smerig. Kortom, als je iets van te voren al smerig vindt, wordt het ook nooit lekker. Ook al vindt je het wel lekker, dan ga je op zoek naar excuses. Dat is in het geval van de filmopnames in mijn ogen ook gebeurd. Mensen hebben een bepaald beeld van de intensieve veehouderij en willen dit beeld bevestigen door opnames te maken. Dat ze vervolgens vele uren opnames moeten maken om slechts enkele momenten aan bevestiging te krijgen nemen ze dan maar voor lief, want hun beeld is bevestigd.
Ik vind het een kwalijke zaak dat ondernemers die hart voor hun eigen bedrijf hebben op een dergelijke manier naar buiten toe worden afgeschilderd. Met de boodschap dat alle bedrijven dan bij voorbaat maar slecht zijn. Als we naar wegmisbruikers kijken, waarbij er iemand met 200 km per uur door een woonwijk rijdt, zeggen we toch ook niet dat alle automobilisten veel te hard rijden? Of dat er mensen zijn die denken, kom we gaan festivalbezoekers in een kwaad daglicht zetten en dat ze opnames gaan maken op de Zwarte Cross. Dan kon je toch wel ineens een raar beeld krijgen van iemand. Ik ga zelf ook naar de Zwarte Cross, dus ik waarschuw iedereen alvast: mochten jullie mij stomtoevallig daar tegenkomen of mij toch voorbij zien komen in een opname. Dat is niet het rolmodel van een NAJK-bestuurder, maar dat is iemand die geniet van de Zwarte Cross. Ik hoop hiermee mijn medebestuurders voldoende afgedekt te hebben.
Maar ik denk dat we als sector na moeten gaan denken over hoe we dat hek weer op die dam krijgen, zodat we weer gewaardeerd worden als sector. Dit zal geen eenvoudige klus worden en ik zou zo ook niet durven zeggen hoe we deze klus moeten klaren. Wel denk ik dat we goed moeten kijken naar het verleden. Bepaalde sectoren hebben keuzes gemaakt die op dit moment grote invloed hebben op het huidige imago. Daar moet de sector, maar ook andere sectoren van leren. Dezelfde fouten maken als iemand anders helpt je niet verder. Maar door de te leren van andermans fouten en daar rekening mee te houden wel. Ik zou dan ook willen zeggen, laten we met z’n allen zoeken naar een geschikt damhek, zodat de agrarische sector in de toekomst in een beter daglicht komt te staan.
Keuzes maken

Als ik zo eens een paar columns lees, is het onderwerp niet vaak ‘keuzes maken’. Maar als je gaat nadenken over het verhaal, dan gaat het daar wel over. Bijvoorbeeld een column over het groeien van bedrijven, over wat je vroeger wou worden, of over de voorkeur voor een politieke partij. Het onderwerp is wat anders, maar het gaat over een keuze die je maakt. Groei ik wel of niet, welk beroep kies ik, op welke partij stem ik? Want uiteindelijk maken we de hele dag door keuzes.
Zo ook ik 4 jaar geleden. Na een telefoontje met de vraag of ik dagelijks bestuurder voor NAJK wilde worden. En van de keuze om daar ja tegen te zeggen heb ik nooit spijt gehad. Natuurlijk waren er wel eens minder leuke momenten, zoals de vele uren die ik in de file heb gestaan. Maar dat weegt niet op tegen de dingen die we als NAJK hebben bereikt de afgelopen 4 jaar. De plekken waar ik door NAJK ben geweest en de mensen die ik heb leren kennen. Als ik zo terugkijk is het een keuze geweest die meer dan aan mijn verwachtingen heeft voldaan.
Ik ben de afgelopen jaren altijd de portefeuillehouder Bedrijfsovername geweest in het Dagelijks Bestuur. Als je het dan over keuzes maken hebt is dat wel de portefeuille wat over een van de belangrijkste keuzes gaat in je leven. Neem ik het bedrijf over? Een keuze die invloed heeft op een groot deel van je leven. Als je ervoor kiest het bedrijf wel over te nemen, maar ook al je ervoor kiest het niet over te nemen. Want ook dat is een keuze, en die is soms moeilijker dan ervoor kiezen het bedrijf wel over te nemen. Bijvoorbeeld omdat de familie verwacht dat je het gaat doen. Of omdat je het wel zou willen, maar dat het financieel eigenlijk te zwaar wordt. Gelukkig zijn er steeds meer mogelijkheden om jezelf goed te informeren over bedrijfsovername, zodat die keuze een bewuste is. En dat je over een paar jaar terug kan kijken en denken ‘goed dat ik het niet heb gedaan’, of ‘goh wat is mijn overname goed geslaagd!’. En daarom wil ik jullie in mijn laatste column veel succes wensen bij alle keuzes die er nog aan staan te komen de komende jaren.
Dirk Anco Albada
Varkens en Voetbal

Er zijn twee zaken die voor mij heel erg belangrijk zijn, dat zijn de varkenshouderij en Ajax. En hoewel je het niet zou zeggen zijn er veel overeenkomsten tussen die twee. Allebei komen we de laatste jaren niet erg positief in het nieuws en beiden zijn het begrippen waar iedereen in Nederland wel een mening over heeft.
Vaak wordt mij gevraagd als ik weer eens 300 kilometer heb gereden om een matige wedstrijd te kijken, wat er nou zo bijzonder is aan die club uit Amsterdam. Dan vertel ik over hoe mooi de stad is, hoe mooi het is om met vrienden die stad in te gaan voor de nodige drankjes, om vervolgens in een stadion met 50.000 man je team aan te moedigen en hoe mooi het shirt en de historie is. Hoe mooi het is als je op de tribune staat en iemand begint in het plat Amsterdams met een joint in de mond en een halve liter bier in de hand, de trainer -die ongeveer 200 meter verder staat- uit te leggen hoe hij moet spelen. Hier kan ik uren met veel passie over praten. Feit blijft, dat als iemand er nog nooit is geweest of voor een andere club is, je dat gevoel van passie moeilijk kunt overbrengen.
Dit is ook het geval in de varkens- en pluimveehouderij. Als ik met varkens en pluimveehouders spreek, hoor ik altijd de passie in hun verhaal. Of dit nou op een ledenavond van één van de vele AJK’s is, of een vergadering bij de LTO of de NVV. Steeds komt die passie voor onze sector naar voren, en altijd is het een goed verhaal. Dan vraag ik me toch altijd af hoe het kan dat deze passie niet bij de burgers terechtkomt. Komt het doordat de mensen er geen beeld bij hebben, of zijn het supporters van 'die andere club'?
Als we keihard aan de beeldvorming blijven werken, blijven uitleggen wat een mooie en eerlijke sector de veehouderij is, denk ik dat we het soms negatieve beeld bij de veehouderij om kunnen draaien naar een positief beeld. Dit zal niet van vandaag op morgen gebeuren en we zullen ook een aantal zaken anders moeten gaan doen. Maar op den duur zal de maatschappij en de consument begrijpen wat we al die tijd bedoeld hebben.
Ze zullen beseffen waarom wij zo graag in deze sector willen werken, of zeg maar liever: leven. Ze zullen in de gaten krijgen dat we van onze dieren houden en ze op de best mogelijke manier verzorgen en huisvesten. Maar ook dat we wel realistisch zijn en weten waarom we deze dieren houden. Dan zal men de passie begrijpen, net zoals mensen om mij heen zullen begrijpen hoe mooi Ajax is, als we in mei weer met duizenden mensen op het Leidseplein staan om “onze” kampioenen toe te juichen. En is het niet dit jaar, dan wel volgend jaar of het jaar daarop, maar het gaat gebeuren.
Tom van Horrik
Goede toekomst jonge boer met hoge premie?

In hoeverre hangt jouw toekomst af van het nieuwe Gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB)? En zou je je keuzes van vandaag, af moeten laten hangen van de uitkomst van al de discussies die er op dit moment spelen? Gedacht vanuit een ondernemend mentaliteit is het niet logisch om sectoren met vaste bedragen te ondersteunen. Als het oude GLB dan ook zo belangrijk is voor de agrarische sector, waarom zijn er dan toch zo weinig jongeren die het bedrijf over willen en kunnen nemen?
Eigenlijk kunnen we dus concluderen dat het landbouwbeleid niet direct heeft gezorgd voor de aanwas van nieuwe ondernemers, maar wellicht eerder voor een afname daarvan. Laat het wel duidelijk zijn dat de gemiddelde inkomens in de landbouw nog dramatischer zouden zijn zonder de GLB gelden uit Brussel.
Als ik dit als beginpunt neem, dan zie je dat er in grondgebonden sectoren en de rundvleessector wordt geanticipeerd op het huidige beleid zoals dat is. De kracht van jongeren is dat we snel kunnen en willen inspelen op de mogelijkheden van nieuw beleid. Ik merk dan ook dat jonge boeren liever snel willen weten wat er aan zit te komen, dan dat we uren discussiëren over hoe het er dan uit zou moeten zien.
Uiteindelijk wil je sterker worden als persoon en bedrijf voor de toekomst. Dat betekent volgens de NAJK dat het nieuwe GLB meer als kapstok zou moeten fungeren om jonge boeren sneller een duw in de goede richting te geven. Gebruik dan een instrument als investeringsondersteuning in plaats van alles te vergoeden via de hectare basispremie.
Hiermee bevorder je investeringen die het bedrijf versterken en verbeteren op het gebied van energie verbruik, milieu, dierenwelzijn en arbeidsgemak. Dit zijn veelal de basisprincipes die wij zien wanneer jongeren voor de keuze staan om het bedrijf van hun ouders over te nemen. We moeten namelijk niet onderschatten hoe verlammend hoge investeringen kunnen werken op het enthousiasme voor bedrijfsovername.
Bovendien zien we dat jongeren vaak rondlopen met innovatieve en duurzame oplossingen voor hun bedrijf of sector. Helaas duurt het meestal enige jaren voordat het bedrijf en de ondernemer deze risicovolle stappen kunnen nemen. Je kan dit proces versnellen door hier extra geld beschikbaar te stellen en jonge ondernemers een voorkeursbehandeling te bieden.
Als je bijvoorbeeld de jonge boerenregeling verder zou inpassen in het nieuwe GLB, dan kunnen we alle sectoren op pad sturen richting een maatschappelijk gewaardeerde en financieel goede toekomst. Het gaat dus uiteindelijk gewoon weer over geld, maar we weten allemaal dat je dat ook maar één keer uit kan geven voor een goede toekomst.
Wilco de Jong
Deze column verscheen ook op Boerenbusiness.nl
‘Het Zwitserleven gevoel’

Na een bewogen tijd vol vergaderingen en bijeenkomsten werd het weer eens hoog tijd voor een korte rustpauze. Eens in de zoveel tijd is het volgens mij goed om ‘de kop’ even helemaal leeg te maken. Deze keer ging ik daarom voor het eerst op wintersport. Als melkveehouder en bestuurder zit ik namelijk niet graag stil, waardoor wintersporten ideaal is om even tot ‘rust’ te komen. Overdag actief op de piste en ’s avond lekker nagenieten met een biertje. Daarnaast heb ik ook een beeld gekregen van hoe het is om een bergboer te zijn. Dit geeft mij weer een andere kijk op bepaalde zaken, die ik goed kan gebruiken in mijn bestuursfunctie.
Echter zo’n week heeft af en toe ook zijn ommekeer. Dat je hoofd leeg is, brengt ook weer andere gedachtes met zich mee. Ze zeggen wel eens; je weet niet wat je mist tot je het hebt meegemaakt. En dat kan ik na een dergelijke vakantie altijd goed beamen. Ondanks het feit dat ik samen met mijn ouders het melkveebedrijf run, ben je toch gewend om altijd bezig te zijn. Echter tijdens de vakantie ervaar je ook hoe het is om gedurende een langere tijd niet bezig te zijn met het bedrijf en mijn bestuursfunctie. Ik ervaar dat stukje ‘Zwitserleven gevoel’ als zeer prettig. Want als ik straks het bedrijf alleen run, is het ‘zomaar’ op vakantie gaan een stuk moeilijker. En waarschijnlijk wordt iedere vakantie dubbel zo duur, omdat je personeel in moet huren. Daarnaast moet je het goed kunnen inplannen en ook durven het werk uit handen te geven. Want anders is je hoofd nog steeds niet leeg tijdens de vakantie.
Dit alles zet mij toch wel aan het denken met de vragen; maak ik wel de goede keuze? Wil ik wel al die verantwoordelijkheden? Als ik dan weer die Zwitserse boeren zie, denk ik wel eens ooit bij mezelf; heb ik straks niet zoveel koeien dat ik alleen maar gebonden ben aan het bedrijf? Al met al een hoop vragen die in mijn ogen de moeite waard zijn om over na te denken. Het zou niet goed zijn om zomaar het roer volledig om te gooien , maar af en toe je mening bijstellen is namelijk niet verkeerd. En ik realiseer me dan ook weer wat ik op mijn bedrijf heb bereikt en hoe sterk de agrarische sector in Nederland is. Dat ik trots mag zijn dat ik de toekomst van die sector mag vertegenwoordigen. Voor mij dan toch, ondanks die mooie vakantie, weer ‘die kop vol’.
Jurgen Veron
Passie

Passie is een onderwerp dat de laatste tijd vaker naar voren is gekomen. Het thema van de Agrifirm jongerendag was zelfs: “Zonder passie, geen succes” . Tijdens die dag werd al duidelijk dat passie een belangrijke drijfveer is voor een ondernemer. Je moet immers plezier hebben in wat je doet. Nou valt dat laatste, plezier hebben, voor sommige sectoren de laatste tijd niet mee. Denk bijvoorbeeld aan een dioxine-kwestie of een brand in Moerdijk.
Op zulke momenten wordt je als sector op de proef gesteld, want mensen besluiten minder varkensvlees te eten, omdat er in Duitsland dioxine is aangetroffen in het veevoer. Ook besluiten mensen in Groningen zelfs minder spruiten te gaan eten, want er was in Moerdijk een brand, waarbij er een rookwolk over enkele spruitenvelden heen is gekomen. In beide gevallen kun je als ondernemer niks doen en alleen maar hopen en proberen te bewijzen dat de producten in Nederland gewoon goed zijn. Dat valt vaak niet mee en de passie voor het vak, de dieren en het produceren van producten is dan vaak hetgeen wat de ondernemers er doorheen haalt.
Het plezier hebben in wat je doet en dat willen uitstralen. Want zegt iedereen nog over “Boer zoekt vrouw” dat die boeren weinig van het erf komen en het vooral druk hebben met bijvoorbeeld het maken van kaas, de logees vinden het vooral mooi om hun boer(in) bezig te zien op hun eigen bedrijf. Gezien de vele brieven die elk jaar gestuurd worden vinden meerdere mensen dat mooi om de passie van de boer(innen) te zien voor hun bedrijf. Het laten zien van die passie wordt dus door mensen gewaardeerd.
Maar doen we daar dan te weinig mee? Op de jongerendag en op het NAJK-congres in november heb ik veel mensen gezien die passie hebben voor de agrarische sector en dat uitstralen. Dus het aanbod is het probleem niet. De vraag is er ook, gelet op “Boer zoekt vrouw”. Het is dus een kwestie van het samenbrengen van vraag en aanbod. Alleen op die manier, met het uitstralen van passie van jonge ondernemers, leren burgers en consumenten weer waarderen wat agrarische ondernemers doen en waarom ze dat doen. Dit stuk is de laatste jaren verwaterd en met zaken als die op dit moment spelen krijgt de sector weer een negatieve klap te verwerken. Door het uitstralen van passie moeten we proberen negatieve zaken te kunnen incasseren, zodat we zaken op kunnen vangen. Hoe en wat we dit precies moeten doen, weet ik op dit moment ook nog niet. Maar we moeten vooral trots zijn op de agrarische sector en dat ook uitstralen. Alleen op die manier krijgt men waardering voor wat wij doen.
Vertel je verhaal, communiceer!

Er komt weer een nieuwsbrief aan en ik moet nog een column schrijven. ‘t wordt weer een last-minuteverhaal, want hij moet vandaag af. Maar waar moet hij over gaan? Dat vind ik altijd lastig. Er zijn zoveel dingen waar je over kan schrijven, maar wat is interessant genoeg voor jullie om te lezen? En wat is mijn doel met de column? Gewoon een leuk verhaal schrijven of jullie iets meegeven? En dan komt er ook nog bij dat ik meer een spreker dan een schrijver ben. Dat is overigens wel handig voor mijn werk als NAJK-bestuurder. Je moet namelijk vaak overleggen over punten die wij als NAJK graag zien in bijvoorbeeld beleid. Maar ook ben ik vaak aan het uitleggen wat we doen. Dus goed kunnen spreken is best handig, maar soms is het ook goed om dingen op papier te zetten.
Maar oké, een onderwerp voor mijn column. Ik zou het over druk kunnen hebben. Da’s wel iets wat me de laatste tijd bezighoudt. Druk is een term die ik vaak krijg te horen als ik vraag hoe het met iemand gaat. En ik zeg het zelf ook wel vaak als me mij hetzelfde vraagt. Maar wat is druk nou eigenlijk? Is het positief of negatief? En is het terecht dat we zo vaak zeggen dat we het druk hebben. Of is het een reden om dingen niet te doen of ergens niet heen te gaan. En het is niet alleen druk hebben, maar ook druk voelen. Bijvoorbeeld bij de overname, kun je de druk voelen van je ouders om het bedrijf over te nemen.
GLB is ook een onderwerp wat heel belangrijk is om over te vertellen. Het is belangrijk om aan jullie leden te laten weten wat we krijgen te horen. En wat voor ideeën we horen van leden en wat dan onze reactie wordt, onder andere richting het ministerie van EL-I. Maar ook richting CEJA, onze Europese organisatie van jonge boeren. Dus wat ik wil vertellen is wel duidelijk, maar is een column daar wel de geschikte plek voor om dat te doen? Dat denk ik niet, daar kunnen we beter de nieuwsbrief en de website voor gebruiken. Dus weer geen geschikt onderwerp voor mijn column. Alhoewel…
Als ik het bovenstaande stuk nog eens teruglees weet ik wat het onderwerp is voor mijn column. Hoe communiceer ik op de juiste manier? Dus denk goed na over hoe je wilt communiceren, wees helder in wat je wilt vertellen, communiceer op de juiste manier, maar vooral: communiceer! We hebben het als landbouw hard nodig dat jullie vertellen wat jullie doen, waarom jullie hetgeen doen wat jullie doen en hoe jullie dat doen. Dan zijn we dus allemaal ambassadeurs van onze geweldige sector. En ik denk dat we dat als landbouw wel kunnen gebruiken. Heel veel jongeren die een duidelijk helder en enthousiast verhaal vertellen met als doel mensen weer waardering geven voor het werk wat we doen. Succes hiermee, en da’s iets wat ik zelf ook wel kan gebruiken...
Dirk Anco
Mensgedreven innovaties

NAJK probeert door middel van discussiestukken en thema’s jonge boeren en tuinders na te laten denken en visies te vormen. Zo ook over innovatie. Veelgehoorde opmerking is dat innovatie best vaag kan zijn, en zo enorm breed. Juist dat is innovatie. Ga ervan uit dat er geen grenzen of beperkingen zijn. Of vraag je af hoe je met grenzen en beperkingen beter kunt presteren dan de ander. Dat is de drive die nodig is om iets nieuws te bedenken.
Innovatie moet, in het bijzonder voor jonge boeren en tuinders, omdat we onze dure productiefactoren als grond en arbeid zo efficiënt mogelijk moeten benutten. En om maatschappelijke acceptatie te verbeteren. Dat kan tegenstrijdig zijn. Innovatie op mestbenutting en ammoniakbeleid kan industrialisatie van een sector betekenen, terwijl je juist meer openheid en een groter dierenwelzijn wilt. De beste ideeën zitten bij de jonge generatie, wij denken nog niet in een vast stramien. LNV zou zich dat ook meer moeten realiseren. Nu zijn vooral grote bedrijven en ondernemers op leeftijd echt bezig met innovaties en komen dus ook in aanmerking voor de subsidies die vaak fiscaal aftrekbaar zijn. Door de zware jaren na bedrijfsovername zijn fiscale regelingen om innovaties te stimuleren voor een jonge agrariër niet interessant.
Beginnen in de landbouw is geen vanzelfsprekendheid meer. De binding met het bedrijf en de financiële onzekerheid bieden voor veel jongeren onvoldoende perspectief. Ik voorzie dan ook dat we meer gaan zoeken naar sociale of ‘mensgedreven innovaties’. En daarnaast naar ‘omgeving gedwongen innovaties’. Onderzoeksinstellingen en instanties in de agrarische sector moeten hier nog meer de focus op gaan leggen om jonge mensen actief te houden in en te binden aan de agrarische sector.
Wilco de Jong
Deze column verscheen eerder in de nieuwsbrief KIEN van het ministerie van LNV.
Praktisch gemak of pure frustratie?

Een zaterdag in juli. De droge zomer van 2010 bereikt weer een hoogtepunt. De thermometer geeft ruim 35 graden aan en voor zowel mens als dier is de lol er dan toch echt van af. Het is vandaag wederom zweten en puffen. Het begint na 3 weken nog steeds niet te wennen. Net als een week geleden worden ook vandaag zware onweersbuien voorspelt. Dus de buienradar wordt zowel door mij als vele andere veelvuldig bekeken. Niet dat er gedurende de dag veel te zien is, maar dat maakt niet uit. Tegen de avond verandert het weer plotseling. Er komt een flinke bui opzetten en binnen de kortste keer komt het water met bakken uit de hemel, schiet de wind uit zijn slof en komt er wat hagel onder de nok door de melkstal binnen gevlogen. Maar binnen 20 minuten is het feest alweer voorbij. Iets wat teleurstellend giet ik 8 mm uit de regenmeter en moet ik op de buienradar ook nog constateren dat de bui voorbij is getrokken. Teleurstelling alom dus! Maar is dat ook terecht?
De volgende dag rijd ik in mijn auto 5 kilometer van huis en word ik geconfronteerd met de stille getuigen van het noodweer dat zich de avond ervoor heeft afgespeeld. De weg ligt bezaaid met takken en bladeren, links en rechts zie ik percelen aardappels en bieten waar het loof van verdwenen is en van de maïs staat er meestal alleen nog maar de steel. Bij de plaatselijk manege is er geen lichtplaat meer heel. De teleurstelling van de dag ervoor maakt al snel plaats voor opluchting. We hebben namelijk erg veel geluk gehad. Als wij die bui hadden gehad, hadden we de maïs niet meer hoeven te beregenen, want dan hadden we helemaal geen maïs meer gehad! Dit soort momenten doen mij wel af en toe de ogen openen. Ik had namelijk alweer te snel mijn conclusie getrokken, waar ik dus een halve dag later op terug moest komen.
Verder interesseert het mij ook wel wat voor rol zo’n ‘simpele’ buienradar speelt op een dag als deze. Vele mensen met mij laten zich misschien teveel leiden door dat soort ontwikkelingen. Het is in mijn ogen een makkelijk hulpstuk wat je kunt gebruiken bij je dagelijkse werkzaamheden. Maar we moeten er ons ook niet teveel door laten leiden, want dan wordt het één grote frustratie in plaats van een praktisch gemak!
Jurgen Veron
Koude start akkerbouw

Een trage ontwikkeling van gewassen is kenmerkend dit voorjaar. Alhoewel het zaaien onder goede omstandigheden heeft plaatsgevonden, is de kieming en verdere ontwikkeling moeizaam verlopen. Dit komt door een combinatie van lage temperaturen en een tekort aan neerslag. In de suikerbieten en zaaiuien bevinden de planten zich bovendien in verschillende ontwikkelingsstadia, wat niet gemakkelijk is voor de onkruidbestrijding.. Positief is de plantdichtheid, die is ruim voldoende vanwege een goede structuur en zaaibedbereiding. Een voordeel bij de ‘koude start’, is dat het onkruid ook niet hard groeit. De strategie van onkruid bestrijden, is een hele puzzel. Deze puzzel moet ook dit jaar weer anders gelegd worden. Vele controles van de gewassen en percelen zijn het gevolg.
Als teler zie je gewoon het liefste dat de gewassen voorspoedig groeien, ook al zegt je idee van de markt misschien iets anders.
Europa
Begin juni mocht ik de Europese organisatie van jonge, agrarische ondernemers (CEJA) vertegenwoordigen tijdens de Informele Raadsvergadering van Europese landbouwministers in Merida, in het westen van Spanje, tegen de grens van Portugal. Tijdens bedrijfsbezoeken hebben we gewassen van een aantal Spaanse collega’s kunnen zien. Voor vertrek was het 15 graden in Nieuw-Namen, bij aankomst in Mérida was het 25 graden warmer. Dan bewijst airconditioning pas echt zijn nut. We zagen de combines al klaar staan voor de tarweoogst die elk moment kon beginnen. De jonge ondernemers uit de regio waren blij dat er voldoende regen was gevallen deze winter, zodat de tarwe er mooi opstond en de opbrengst waarschijnlijk niet tegen zal vallen.
Tarwe
Op de vraag hoe de tarwe in Nederland er bij staat, maak ik een inschatting wanneer ze in de aar zal komen. Door de regenperiode was de onkruidbestrijding in de tarwe op veel Spaanse percelen niet best gelukt, in het feit dat het dit jaar het jaar van de biodiversiteit was, zagen ze weinig troost. Ik herkende een eigenschap die geen enkele boer vreemd is. Ook onze collega’s daar waren optimisten, ondanks de mooie ontwikkeling en de te verwachte opbrengst zagen ze vooral op hun eigen percelen nog veel ruimte voor verbetering.
Weer thuis
Bij thuiskomst maakte ik snel een rondje langs onze gewaspercelen. Ik was maar 3 dagen weggeweest, maar toch kon ik zien dat de gewassen gegroeid waren, en dat de onkruidbestrijding die vlak voor vertrek was uitgevoerd effect had gehad. De bruine bonen waren best goed gegroeid en op de aardappelruggen stonden alle planten boven de grond. Soms is het dus beter om even de andere kant op te kijken...
Joris Baecke
Deze column is ook verschenen in Akkermagazine, 12 juni 2010.
Trekkerrijbewijs: het had slechter gekund

Afgelopen week heeft demissionair minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat een voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd, over de invoering van een trekkerrijbewijs. Op de site van Agrarisch Dagblad stond hierover een stuk geschreven en daar werd door enkele mensen op gereageerd. En over sommige reacties heb ik me toch wel wat verbaasd, want die waren heel erg negatief. Het waren vooral jongeren die niet blij waren met het idee. En dat vind ik jammer, want het voorstel had veel slechter gekund.Maar deze reacties inspireerden me wel om eens een column te schrijven over lobbyen en de politiek, met het trekkerrijbewijs als voorbeeld. Dit om een beetje duidelijker te maken wat we als belangenorganisaties doen. In het geval van het trekkerrijbewijs waren dat LTO, Cumela, de landbouwscholen en NAJK.
Neem nu het voorstel over het trekkerrijbewijs. Op dit bestaat in Nederland het trekkercertificaat. Dit is een ontheffing om op je 16e met een trekker op de openbare weg te mogen rijden. Want volgens de arbowet (waar het trekkercertificaat ondervalt) mag dit pas vanaf je 18e. Vanaf je 18e mag je zonder enige vorm van les met een trekker de weg op. Een rijbewijs is niet nodig. En daarover heeft de politiek gezegd: “Dat kan zo niet meer. Het kan niet zo zijn dat je voor een brommer wel een rijbewijs nodig hebt maar voor een 200 pk trekker met een 20 kuubs mesttank niet. Dat is niet goed voor de verkeersveiligheid”.
Op het moment dat de politiek zoiets bedenkt heb je twee keuzes. Optie 1: De invoering van een trekkerrijbewijs proberen tegen te houden, of optie 2: meedenken om zo tot een zo goed mogelijke oplossing te komen. Soms is het goed om te proberen iets tegen te houden, maar dan bestaat wel het risico dat de politiek niet naar je luistert en zelf met een idee komt. In het geval van het trekkerrijbewijs was één van de ideeën dat je een vrachtwagenrijbewijs moest halen om nog op de trekker te mogen rijden. En dat betekent dus pas vanaf 18 jaar de mogelijkheid om dat te halen, dus niet meer vanaf 16 jaar op de trekker. En met een beetje pech wordt mest dan als gevaarlijke stof gezien en zul je daar ook nog extra papieren voor moet halen om dit te mogen vervoeren. Dat zou voor de landbouw een heel slecht voorstel zijn.
Een ander voorstel was nog wel trekker rijden vanaf 16 jaar, maar dan mochten 16 en 17 jarigen niet sneller rijden dan 25 km per uur. Ook een idee waar we niet achter staan.
Daarom is het goed om als landbouwsector zelf met een voorstel te komen. Een voorstel wat goed is voor de verkeersveiligheid. Want dat is wat de politiek graag wil (uiteindelijk willen we dat allemaal, want niemand zit op ongelukken te wachten). Omdat het een idee is wat je als landbouwsector zelf bedenkt, moet je er om denken dat het niet veel extra kosten en rompslomp met zich meebrengt (want daar zit ook niemand op te wachten). Als je dan met een idee komt wat de verkeersveiligheid vergroot, wil de politiek vaak wel luisteren, omdat het door de landbouw zelf is bedacht en dus draagvlak heeft. Met het trekkerrijbewijs hebben we voorgesteld om een rijbewijs in te voeren met een theorie- en praktijkexamen gericht op verkeersveiligheid. Wij hebben voorgesteld de theorie gelijk aan dat van het autorijbewijs te maken en als je dan je autorijbewijs gaat halen, je dan niet opnieuw je theorie hoeft te halen. Dit is dus goed voor de verkeersveiligheid maar geeft geen extra kosten, want iedereen wil toch het autorijbewijs halen. Hetzelfde geldt voor de kar. Les en afrijden met kar achter de trekker, maar dan ook het E-rijbewijs krijgen als je het autorijbewijs haalt. En omdat je een goede verkeersopleiding krijgt, heeft het geen nut om eerst twee jaar 25 km per uur te rijden. Dus gelijk 40 km per uur rijden voor iedereen. Dit was een conclusie die we in ons advies hadden geschreven. Dit hebben we aan de heer Eurlings gestuurd, maar ook aan verschillende politieke partijen.
Uiteindelijk heeft de heer Eurlings veel van onze adviezen opgenomen in zijn brief naar de Tweede Kamer. Nu is het afwachten of de Tweede Kamer leden hierin meegaan (of dat ze nog wat punten toevoegen, wat het nog beter voor ons maakt). Dan kunnen we toch zeggen, “het had veel slechter gekund”. De politiek heeft zijn verbeterde verkeersveiligheid, wat ze graag willen en de landbouw niet de enorme kosten of rompslomp die wel op de loer lag.
Dirk Anco Albada
Voorjaar in de bol

Wat kan ik toch ieder jaar weer uitkijken naar het voorjaar. Dan bedoel ik niet die eerste lentestralen in februari, nee, ik heb het over die weldadige lentezon waarvoor je nog niet hoeft te schuilen. Ik wil op zo’n dag van alles en van alles tegelijk: naar buiten! Het lijkt wel of je energievoorraad zich dan verdubbelt, wat vast niet alleen aan de zon is toe te schrijven, maar ook aan een raadselachtig proces dat zich tussen de oren lijkt af te spelen, kortom, voorjaar. Een beter medicijn om in een positieve gemoedstoestand te geraken is nauwelijks denkbaar.
De meeste agrarische ondernemers zijn onrustig in deze tijd van het jaar. Het is momenteel dan ook een drukte van jewelste als je buiten kijkt, tractoren en machines zijn in de weer om de gewassen op tijd te planten en te zaaien. Het moet gebeuren! De meeste gewassen gaan in een snel tempo de grond in, na een laat voorjaar met veel regen en koude nachten. In de meeste provincies zitten de gewassen alweer in de grond. Sommige zijn echter nu alweer toe aan een buitje regen om de gewassen te laten kiemen en groeien.
Normaal valt er gemiddeld in april 45 mm regen, nu is dat nog niet eens de helft. In het gehele land begint het dan ook al behoorlijk droog te worden, met uitzondering van de noordelijke provincies. De gevolgen zijn op de meeste plaatsen overduidelijk, de grasgroei blijft achter en de eerste gewassen en ingezaaide percelen worden beregend. Toch is dit al het vierde jaar op rij dat boeren te kampen hebben met een droge aprilmaand, en het ziet er niet naar uit dat er snel een einde aan deze voorjaarsdroogte komt. Er wordt de komende weken geen regen van betekenis verwacht.
In enkele vakbladen en in de krant van deze week stonden artikelen die te maken hebben met water. Het water wat we als Nederlanders massaal in flessen in de supermarkt kopen, met de gedachte dat het water uit de kraan in Nederland van de beste kwaliteit is, of het water dat gebruikt wordt voor het beregenen van de gewassen dat de komende maanden van essentieel belang is voor het laten groeien van de gewassen. Water is namelijk het allerbelangrijkste bij de teelt van gewassen. Dat geldt niet alleen voor de zandgronden, ook steeds meer telers op de kleigronden gaan er het nut van inzien. Beregenen werkt opbrengstverhogend! En in sommige landen is het een noodzakelijk kwaad, gezien het klimaat.
Dus nu maar hopen dat er op korte termijn regen valt, zodat al het gedane werk kan gaan groeien, zodat de inspanning beloond wordt!
Jean-Pierre van Wesemael
Food Inc.

Regelmatig komen er documentaires en films uit over een van de belangrijkste dagelijkse behoeften van de mens, namelijk voedsel. Zo ook de film "Food inc.". Enige tijd geleden heb ik de première mee mogen maken, die werd georganiseerd door Natuur en Milieu. Bij dit affiche denk je als snel: wat gaan we nu weer over ons heen krijgen?
De film gaat over de Amerikaanse voedselindustrie, de krachten die daarbinnen actief zijn en daarmee de gevolgen voor de consument en producent. Al kijkende naar de film moet ik zeggen dat ik het een goede weergave vind van hoe wij de Amerikaanse levensstijl inschatten. Het is goedkoper om een hamburger te kopen dan een stronkje broccoli. Dit systeem creëert natuurlijk een groot aantal problemen op het gebied van volksgezondheid. Ja, want daar zijn ze zo langzamerhand wel achter, dat wij de sleutel hebben tot een langer en gezond leven.
Wat me in de film ook sterk opviel, is dat excessen op dierenwelzijn er niet overmatig werden uitgelicht, je moet eerlijk zijn dat een aantal beelden ook bij mij gewoon woede en onbegrip oproepen. Helaas zie je daar wel dat grootschalig ten koste gaat van dierenwelzijn en voedselkwaliteit. Je ziet dat ongeschoolde mensen zonder gevoel en respect voor dieren met dieren moeten werken. In de vleeskuikenhouderij zie je dat contractboeren eisen worden opgelegd die ook tegen hun eigen gezond verstand ingaan. Ze waren duidelijk geen eigen baas meer op hun erf omdat zij van de vleeskuikenintegratie geen camera’s in de stallen toe mochten laten. Voor akkerbouwers geldt dat Monsanto bepaalt wat er gezaaid moet worden, eigen veredeling wordt met enorme claims de kop ingedrukt.
xtreem daarin is dat verwerkende industrieën een enorme lobby en veel partijmensen hebben die hun belangen beschermen in Washington. We hebben het dan allang niet meer over de individuele boer en consument, maar alleen maar over het veilig stellen van het grote geld.
De vraag die deze film achterlaat is: "is dat hier ook zo"? Ik zie deze film als een uitgelezen kans om het belang van een eigen agrarische sector te benadrukken. Roep je nu om het uitfaseren van de Nederlandse landbouw, dan geven we toe aan juist die grote machten in het buitenland. Ik denk dat iedereen in de zaal er wel over eens was dat we dat niet willen.
Wilco de Jong




