Serie Jong! uit AGD.Media

Steeds duurzamer kalfsvlees produceren

Dennis Minnen wil geleidelijk groeien in het vleeskalverbedrijf van zijn vader. 

Dennis Minnen (24) werkt momenteel nog het grootste deel van zijn uren als zzp’er. Hij is monteur. De overige uren werkt hij thuis op het vleeskalverbedrijf in Ede. Op termijn wil hij het bedrijf overnemen, maar zijn vader is nog maar 56 jaar. Bovendien gaat het zo ook prima, vindt Dennis. Dan kan hij er geleidelijk ingroeien. 

Momenteel worden ongeveer duizend blanke vleeskalveren gehouden en honderd rosé’s, in drie verschillende leeftijdsgroepen.Het grootste deel van de dieren is onder contract, de rosé’s zijn voor eigen rekening. Dennis vindt het leuk om daarmee iets zelf te proberen. Dat doet hij ook met de dieren in de opstart-fase. Dit jaar heeft hij er vijf buiten, als dit goed bevalt, dan worden er volgend jaar meer buiten gehouden, in een eenvoudig metalen hok. 

Waarom zou dat niet kunnen? Op zijn buitenlandse reizen zag hij dat het elders ook gaat. Hoewel hij dus graag zelf iets probeert, bijvoorbeeld met vloeibaar voer, een houtkachel voor de verwarming van water en zonnepanelen op het dak voor eigen energie, denkt hij dat de vleeskalversector een goede toekomst heeft, vooral omdat die door integraties die contracten geven goed in de handwordt gehouden.

Eigen initiatief en stabiliteit van een contractgever, daarmee moet er eengoede toekomst zijn.

Foto: Apa

Niet afhankelijk van graanteelt

In het Oldambt is voor een jongere nietveel te doen, maar voor een akkerbouwer als Jan Slim is het een gebied met mogelijkheden.

Termunten – De 21-jarige Jan Slim probeert zoveel mogelijk wintertarwe van het land te krijgen, voor er weer een regenachtige periode begint. ”De opbrengsten zijn zo te zien lager dan vorig jaar en het graan is aan de natte kant”, is zijn oordeel.

De jonge Oldambter akkerbouwer treedt in april in maatschap bij het akkerbouwbedrijf van zijn vader. Slim is niet afhankelijk van de graanteelt. ”We zitten aan de rand van het Oldambt, in een hoekje waar we ook andere gewassen kunnen verbouwen. Dat gaat niet altijd helemaal van harte, maar het kán wel.” En zo bestaat het bouwplan uit wintertarwe, poot- en consumptieaardappelen, uien en suikerbieten.”Het pootgoed is een mooie teelt, maar het moet je liggen. We werken samen met andere telers. Die samenwerking bestaat al zeker vijftien jaar. Het werk wordt er een stuk aantrekkelijker van. Maar schaalvergroting gaat door en ik weet niet of deze arbeidsintensieve teelt dan interessant blijft.”

De Groninger zit bij het Agrarisch Jongeren Kontakt (AJK) om het geluid van jonge agrarisch ondernemers uit de provincie te laten horen.”In de akkerbouwcommissie beoordelen we stellingen van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt. Ik woon in een mooi gebied met mogelijkheden voor de toekomst. Het is hier leeg en er is meestal weinig te doen, maar voor een agrarisch ondernemer is het hier mooi.”

Foto: Jan Bouwman

’Lessenleren uit Ehec-crisis’

Maasland – Tom Zwinkels (25) uit het Zuid-Hollandse Maasland is sinds 1 januari mede-firmant van het trostomatenbedrijf HGL Zwinkels. 

Daarvoor was Zwinkels als projectmanager betrokken bij de start van de paprikateelt in het Britse kassenproject Thanet Earth.”Het bedrijfsplan voor Rainbow Growers was mijn afstudeerproject. Ik heb daar het bedrijf opgezet van nul af aan.” 

Dat gaf Zwinkels al vroeg een visie op internationalisering. ”Ik geloof heilig in internationalisering. Dat wordt in de toekomst alleen maar belangrijker.” De Ehec-crisis heeft dat nog eens onderstreept. ”We zijn erg afhankelijk van Duitsland. We wisten dat het een grote markt was, maar het is belangrijker gebleken dan we dachten.” Zwinkels denkt dat marketing een andere oplossing is voor gebleken kwetsbaarheid van de markt. ”Een Nederlands label voor alle producten met dezelfde kwaliteitseisen is hard nodig op dit moment.”

Zwinkels is voorzitter van Tuinbouw Jongeren Westland, onderdeel van het Hollands Agrarisch Jongeren Kontact (HAJK). Via Tuinbouw Jongeren Nederland zit Zwinkels direct met het Nederlands Agrarisch Jongerencontact (NAJK) om de tafel. Tuinbouw Jongeren Nederland  werd 2 jaar geleden opgericht om de stem te versterken van de tuinbouw in het NAJK.


Foto: Roel Dijkstra

’Er zijn nog genoegmogelijkheden’

Dorien Geven ziet ondanks de moeilijkesituatie in de varkenshouderijsector voldoende toekomstperspectief voorzichzelf in deze sector.

Vortum Mullem – Dorien Geven uit het Brabantse Vortum Mullem is 22 jaar en vorige week afgestudeerd aan de HAS Den Bosch in de studie bedrijfskunde en agribusiness. Ze rondde de studie aan de HAS in vier jaar af. In de weekeinden werkt ze veel thuis in het ouderlijk bedrijf mee. Het vermeerderingsbedrijf telt 2.500 zeugen.

Tijdens de opleiding deed ze een afstudeerproject bij stalinrichter Vereijken Hooijer in Beek en Donk. Het leverde haar na het afstuderen een verkoopondersteunende functie op op dit bedrijf.

”Ik heb nog geen plannen om het bedrijf van m’n ouders over te nemen”, vertelt Geven.”Ik zie mijn toekomst wel in de varkenshouderij. Ik wil de komende jaren zoveel mogelijk kennis opdoen over de varkens en de sector en dan zien we wel welke kant ik op ga”, aldus Geven.

In haar vrije tijd is Geven sinds kort actief bij het Brabants Agrarisch Jongeren Kontakt. Ook dit ziet ze vooral als een manier om te leren en veel kennis op te doen.

De situatie in de varkenssector is op het ogenblik best moeilijk. Geven merkt dat ook tijdens haar werk bij Vereijken Hooijer. 

Toch is ze niet perse pessimistisch over de toekomst van de sector. ”Ik zie nog genoeg mogelijkheden voor de hele varkenshouderij”, aldus de Brabantse. 

Foto: Gé Hirdes

’Biologisch bedrijf is uitdagend’

Biologisch akkerbouwer Stefan van Woerden ziet uitdaging in het uitbouwen enverbeteren van het bedrijf.

Biddinghuizen – De biologische bedrijfsvoering is akkerbouwer Stefan van Woerden met de paplepel ingegoten. Zijn ouders hebben hun akkerbouwbedrijf in Biddinghuizen in Flevoland in 1993 omgeschakeld van gangbaar naar biologisch. ”Ik zou niet meer anders kunnen denken en handelen”, zegt de akkerbouwer . Vooral de afzet van biologische producten is een uitdaging. Het is een kleinere afzetmarkt dan de gangbare, maar het is wel een groeimarkt. Dat maakt het uitdagend.”

Van Woerden teelt wortels, aardappelen, uien, graanen spinazie. ”De hoofdteelt is wortelen. We ruilen land met een koolteler, zodat we zoveel mogelijk wortelen in het bouwplan kunnen opnemen. Daardoor kunnen we specialiseren en beter voldoen aan de steeds strengere eisenvan de afnemers.”

Het bedrijf heeft een oppervlakte van 300 hectare. Van Woerden: ”Momenteel werken er 45 losse arbeidskrachten. Mijn werk bestaat vooral uit het aansturen van de mensen en opletten dat alles goedgaat.”

De jonge akkerbouwer zit nog wel eens op de trekker.”Als je twintig bent is dat erg leuk. Ik vind het nog steeds leuk. Maar ik zie meer uitdaging in het uitbouwen en verbeteren van het bedrijf. De kwaliteitseisen worden steeds strenger. Je moet bij de biologische productie erg secuur werken. Je kunt moeilijker bijsturen dan bijeen gangbaar product.”

Foto: Axipress

Vrijheid van een eigen onderneming

Ilse van den Meijdenberg: ”Ik vind het mooi om te zorgen voor koeien met een goede productie.”

Het gevoel van vrijheid. Dat is het eerste argument dat Ilse van den Meijdenberg noemt om later eventueel het melkveebedrijf van haar ouders over te nemen. Samen met haar ouders is ze eigenaar van VOF De Schuttebocht in het Zeeuwse Zaamslag. Het gaat om een gemengd bedrijf met een akkerbouw- en melkveetak. Haar hart ligt duidelijk bij de 150 melkkoeien. “Ik vind het mooi om met beesten om te gaan. Zorgen voor gezonde koeien met een goede productie.”

Naast haar werk op de boerderij is Van den Meijdenberg sinds kort bestuurslid van het Zeeuws Agrarisch Jongeren Kontakt. De bedoeling is dat ze, na haar officiële benoeming, de portefeuille veehouderij voor haar rekening neemt. Hoewel de beslissing nog niet is gemaakt, is Van den Meijdenberg de enige potentiële bedrijfsopvolger. Ze is net afgestuurd aan de HAS in Den Bosch en werkt parttime op het eigen bedrijf. “Vooral in drukke tijden ben ik meer op het eigen bedrijf te vinden.” Hoewel er genoeg te doen is op de boerderij in Zaamslag, vindt ze het belangrijk om ervaring buiten de deur op te doen.

Zowel vader als moeder werken nu op het bedrijf mee. “Als ik het bedrijf wil overnemen, moet ik gaan werken met vreemd personeel. De vrijheid van een eigen onderneming trekt me aan, maar niet ten koste van alles. Ik wil ook tijd overhouden voor een sociaal leven.”

Ilse van den Meijdenberg: ”Ik vind het mooi om te zorgen voor koeien met een goede productie.”

Foto: Camile Schelstraete