Juridisch

Op juridisch gebied komt er ook veel kijken bij een bedrijfsovername. Het is belangrijk deze zaken goed geregeld te hebben, om later onverwachte wendingen te voorkomen.

Aangaan van een samenwerking

Wanneer je een samenwerking met je ouders aangaat of een eigen onderneming opstart, heeft het een rechtsvorm nodig. De rechtsvorm is bepalend voor de aansprakelijkheid van het bedrijf, de personen die daarbij betrokken zijn en voor de belastingen. Voordat je een bedrijf begint moet je je goed oriënteren op de verschillende rechtsvormen en de daarbij behorende aansprakelijkheid.

Maatschap en andere rechtsvormen

Maatschap en andere rechtsvormen

De maatschap en de vennootschap onder firma zijn goede samenwerkingsvormen om het ouderlijk bedrijf geleidelijk over te nemen. De periode van samenwerken in maatschap/firma ligt tussen de uitoefening van het bedrijf door de ouders en de zelfstandige bedrijfsuitoefening door de opvolger. Voor de ouders is de maatschap of firma een manier om geleidelijk afstand te nemen van het bedrijf en hun bedrijf geleidelijk over te dragen aan de opvolger. Die krijgt de zekerheid dat hij later het bedrijf geheel kan overnemen. Voor de opvolger is de maatschap of firma bovendien een manier om vermogen te vormen en geleidelijk in het bedrijf te groeien.

Afwegingen bij het kiezen van een rechtsvorm

Bij de keuze van een rechtsvorm spelen kosten, sociale, fiscale en juridische gevolgen een rol. Wanneer je kiest voor een rechtsvorm zonder rechtspersoonlijkheid wordt er geen onderscheid gemaakt tussen je privésituatie en je onderneming, waardoor je (privé) aansprakelijk bent voor de mogelijke schulden van het bedrijf.
Wanneer je kiest voor een rechtspersoon, dan ben je in principe (met je privévermogen) niet aansprakelijk te stellen. Deze laatste rechtsvorm kost wel meer geld: je bent verplicht om een minimumkapitaal te storten bij de oprichting. Een accountant of de bedrijfsadviseur van MKB Adviseurs Food & Agri kan je helpen bij het opstellen van een samenwerkingsakte.

Rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid

Maatschap

De maatschap is een vorm van samenwerken die als doel heeft het agrarische bedrijf over te dragen aan de opvolger. De afspraken die gemaakt zijn over de manier van samenwerken zijn vastgelegd in een overeenkomst, genaamd de maatschapsakte. Persoonlijke wensen en de bedrijfssituatie maken deel uit van de maatschapsakte. Ook onvoorziene situaties zoals arbeidsongeschiktheid kunnen in een maatschapsakte worden opgenomen.

Vennootschap onder firma

De vennootschap onder firma is een samenwerkingsvorm waarin twee of meer vennoten onder een gemeenschappelijke naam een bedrijf voeren. Dit zijn de ‘vennoten’ of ‘firmanten’. Iedere vennoot brengt iets in het bedrijf, bijvoorbeeld geld, goederen of arbeid. Als je met iemand gaat samenwerken dan wordt vaak een vennootschap onder firma opgericht. Hiermee geniet je dezelfde voordelen als een eenmanszaak, maar ook dezelfde aansprakelijkheid is van toepassing. Je bent ook verantwoordelijk voor de schulden van de medevennoot. Indien de medevennoot ernstige privéschulden maakt, kan ook beslag gelegd worden op jouw aandeel in de vennootschap onder firma en uiteindelijk dus ook op je privébezittingen.

Commanditaire vennootschap

De commanditaire vennootschap lijkt erg veel op de vennootschap onder firma, maar kent naast de ‘beherende vennoten’ van de vennootschap onder firma ook ‘commanditaire’ of ‘stille vennoten’. Dat zijn geldschieters die op de achtergrond blijven. Waar de beherende vennoot persoonlijk aansprakelijk is voor de schulden van het bedrijf, zijn de commanditaire vennoten alleen aansprakelijk voor het geld dat zij in de onderneming hebben gestopt. Ook hier geldt dat de beherende vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid

Besloten vennootschap

Een besloten vennootschap kun je alleen en samen met anderen oprichten. In ieder geval moet er een minimumkapitaal worden ingelegd om een besloten vennootschap te kunnen oprichten. De verdeling van de aandelen over de oprichters moet je vast laten leggen. Om deze reden kost de oprichting en instandhouding van een besloten vennootschap ook veel meer tijd, geld en moeite. De besloten vennootschap is een rechtspersoon met een kapitaal dat in aandelen is verdeeld. Die aandelen geven recht op zeggenschap over de onderneming. De aandeelhouders zijn alleen aansprakelijk voor het bedrag waarmee zij in de besloten vennootschap deelnemen. De besloten vennootschap moet een jaarrekening opstellen, bestaande uit een balans, een winst- en verliesrekening en een toelichting daarop.

Naamloze vennootschap

De naamloze vennootschap lijkt erg op de besloten vennootschap. Daarnaast mag de naamloze vennootschap overdraagbare aandelen uitgeven die op de beurs worden verhandeld. Door deze mogelijkheden is er wel sprake van een ingewikkelde besluitvorming en zware boekhoudkundige verplichtingen. Bij bedrijfsopvolging in de landbouw komt deze rechtsvorm weinig voor.

Stichting of een vereniging

Als de doelstelling van je onderneming niet het maken van winst is, dan kun je een stichting of vereniging als rechtsvorm overwegen. Een stichting mag namelijk geen uitkeringen doen aan oprichters, directeuren of andere personen, tenzij deze een ideëel of sociaal karakter hebben. Een vereniging mag in principe ook geen winstdoelstelling hebben. Daarom zullen opvolgers hier niet vaak voor kiezen.

Nieuwe Wet Personenvennootschappen!

Er komt een nieuwe Wet Personenvennootschappen. Het is nog niet bekend wanneer deze wet in werking zal treden. De wet heeft gevolgen voor de vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap en voor maatschappen. Deze worden bij invoering van de wet automatisch omgezet in ‘openbare vennootschappen’. In het wetsvoorstel is geregeld dat de personenvennootschappen in hun huidige vorm vervallen. Hiervoor in de plaats komen de:
o  Stille vennootschap
o  Openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (OV)
o  Openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (OVR)
o  Commanditaire vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (CV)
o  Commanditaire vennootschap met rechtspersoonlijkheid (CVR)

Advies

De keuze van samenwerkingsvorm hangt af van het bedrijf en de specifieke wensen. Een bedrijfsadviseur kan je hierin adviseren en ondersteunen. Op de site van MKB Adviseurs Food & Agri vind je meer informatie. Als je behoefte hebt aan een gesprek met een van de MKB Adviseurs Food & Agri adviseurs kun je contact opnemen met de deskundige in jouw regio. Ook dit overzicht vind je op de site van MKB Adviseurs Food & Agri.

Verzekeringen & Aansprakelijkheid

Verzekeringen, zaken om bij stil te staan

Omdat NAJK en Interpolis merken dat verzekeringen vaak een ondergeschoven kindje is in de landbouw, worden hieronder vier praktijkvoorbeelden gegeven. Deze praktijkvoorbeelden zijn situaties die veel voorkomen. Er staat bij elk voorbeeld hoe het zit met de verzekering van verschillende zaken. Ook bedrijfsovername is een mooi moment om alle verzekeringen nog eens goed tegen het licht te houden.

Voorbeeld 1:

Je werkt drie dagen in loondienst en twee dagen op het ouderlijk bedrijf (wel als mede-ondernemer in de maatschap). Wat gebeurt er als je arbeidsongeschikt raakt?

Antwoord: een klant kan zelfstandig ondernemer zijn en daarnaast in loondienst werken. De arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) verzekert het zelfstandige beroep. Het zelfstandige beroep wordt gebruikt als beroepsomschrijving op de polis. Is er sprake van een loondienstberoep naast het zelfstandige beroep, dan hanteert Interpolis een loondienstclausule: “bij het vaststellen van de arbeidsongeschiktheid voor deze verzekering wordt de arbeidsongeschiktheid voor het loondienst beroep buiten beschouwing gelaten.”

Voorbeeld 2:

Naast het werk op het eigen landbouwbedrijf heb je een eigen bedrijf waarin je je verhuurt als zzp’er. Maakt het dan verschil voor de verzekering wat voor soort werk je als zzp’er doet?

Antwoord: een klant kan twee zelfstandige beroepen uitvoeren en verzekeren. Het gaat dan om een zelfstandig hoofd- en nevenberoep. Dan is er sprake van meerdere beroepen. Als het om hetzelfde beroep gaat, dan wordt deze beroepsklasse berekend voor de premie. Als het om verschillende beroepen (en verschillende klassen) gaat dan wordt gekeken naar de verhouding in de werkzaamheden en op basis hiervan wordt de premie bepaald.

Een aantal situaties:

  1. De (kandidaat-)verzekerde heeft zelfstandig hoofd- en nevenberoep beide verzekerd bij Interpolis.
    Voorbeeld: klant is melkveehouder en (freelance) adviseur voor ministerie van EZ. Bij arbeidsongeschiktheid bestaat recht op uitkering voor beide beroepen. De vraag vanuit welk beroep de arbeidsongeschiktheid is ontstaan speelt geen rol.
  2. Op het polisblad van de verzekerde vermeldt Interpolis bij de beroepsomschrijving beide beroepen.
    Als beroepsklasse wordt de beroepsklasse van het hoofdberoep gehanteerd. Als het nevenberoep in een hogere beroepsklasse wordt ingedeeld wordt een premietoeslag berekend conform de “middelingsregeling bij een hoofd -en nevenberoep”. De volgende clausule (2110) plaatst Interpolis op de polis: “De mate van arbeidsongeschiktheid wordt voor elk beroep afzonderlijk berekend. Vervolgens worden de arbeidsongeschiktheidspercentages opgeteld, rekening houdend met de omvang van de werkzaamheden van elk beroep afzonderlijk in verhouding tot de totale omvang van werkzaamheden.”

Voor aansprakelijkheid maakt dit verschil of je in verschillende beroepen werkt. Bij werk in de landbouw verlenen we volledig dekking volgens de voorwaarden. We doen dit tegen extra premie. Bij een omzet tot € 50.000 moet je denken aan ongeveer € 50,- premie. Bij niet-agrarische nevenactiviteiten verlenen we geen dekking voor productaansprakelijkheid (aansprakelijkheid in relatie tot de geleverde dienst). Bij iemand die bijvoorbeeld ergens een keuken monteert verleent Interpolis geen dekking als hij de keuken niet goed aflevert waarvoor hij aansprakelijk zou kunnen zijn. Maar stoot hij een vaas om tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden is er wel dekking (mits aansprakelijk).

Voorbeeld 3:

Je werkt onbetaald bij een buurman of goede vriend. Hoe zit het dan met je verzekering?

Antwoord: in de polisvoorwaarden van de arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn hierover geen uitsluitingen opgenomen. Dit heeft geen consequenties voor de rechten op een uitkering bij arbeidsongeschiktheid.
Bij onbetaalde burenhulp is de aansprakelijkheid van een verzekerde verzekerd voor schade die hij heeft veroorzaakt bij het verlenen van burenhulp. Voorwaarde is dat de burenhulp wordt verricht op een ander agrarisch bedrijf. Deze dekking geldt niet voor de aansprakelijkheid die is verzekerd op een andere verzekering.

Voorbeeld 4:

Je volgt een opleiding en gaat aan het werkt op het bedrijf van je ouders (niet officieel op papier). Ben je verzekerd?

Antwoord: De fiscus heeft voor deze groep van meewerkende kinderen een bijzondere regeling in het leven geroepen. Dit is de zogenaamde Kalenderjaar-regeling (KJ-regeling). De KJ-regeling is een vereenvoudigde regeling voor meewerkende kinderen (15 jaar of ouder) in de onderneming van hun ouder. De toepassing van de KJ-regeling biedt de ouders een aantal voordelen ten opzichte van een normale dienstbetrekking. Om voor de KJ-regeling in aanmerking te komen gelden een aantal voorwaarden. In het algemeen kunnen we stellen dat als voor de meewerkende kinderen gebruik wordt gemaakt van de KJ-regeling, Interpolis een AOV kan aanbieden.

Mocht je nog vragen hebben over bovenstaande voorbeelden of staat jouw situatie er niet tussen, neem dan gerust contact op met Interpolis of je eigen verzekeraar. Meer informatie is te vinden op www.interpolis.nl.

Afspraken met je partner

Huwelijksvoorwaarden

Voor de grote stap

Ieder jaar stappen veel mensen in het huwelijksbootje. De één ziet het als een mijlpaal in zijn of haar leven, de ander ervaart het als een logisch gevolg van het reeds samenwonen. Voor deze laatste groep mensen lijkt er weinig te veranderen als zij elkaar het ja-woord hebben gegeven. Toch heeft het begrip ‘lief en leed delen’ een grotere betekenis dan men vaak beseft.

Samenlevingscontract

Bij ongehuwd samenwonen blijven in principe alle bezittingen en schulden gescheiden. Hierin kunnen de partners verandering brengen door een samenlevingscontract op te stellen. Wanneer een stel gaat trouwen in ‘gemeenschap van goederen’, vormen alle bezittingen en schulden van beiden op het moment van het ja-woord automatisch één geheel. Alle gelden en goederen zijn voortaan van de echtgenoten samen. Dit geldt ook voor alles wat één van beiden tijdens het huwelijk aan vermogen krijgt door iets te kopen, te erven of geschonken te krijgen, tenzij in het testament of bij schenking is bepaald dat die niet in de gemeenschap van goederen valt. Ook de schulden worden gemeenschappelijk, ongeacht de vraag wie van de partners de schuld is aangegaan. Deze kunnen worden verhaald op het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten.

Voorwaarden

Als men niet wil dat de één gaat meedelen in de bezittingen of schulden van de ander, moeten de aanstaande echtgenoten al vóór het huwelijk een akte van huwelijksvoorwaarden laten opmaken. Ze regelen daarin de zakelijke gevolgen van hun aanstaande huwelijk. Indien er huwelijksvoorwaarden zijn, blijft de langstlevende echtgenoot eigenaar van zijn eigen vermogen en kan daarmee doen wat hij wil. Het vermogen van de overledene gaat over op de erfgenamen (waartoe normaliter ook de langstlevende echtgenoot behoort).

Gescheiden houden

Naast het gescheiden houden van bezittingen en schulden bij het aangaan van huwelijksvoorwaarden, kun je ook een regeling treffen voor de verdeling gedurende het huwelijk. Wil je regelen dat beide echtgenoten gelijk in de gespaarde inkomsten of zelfs in de vermogensvooruitgang delen, dan kun je in de huwelijksvoorwaarden een zogenaamd verrekenbeding laten opnemen.

Wanneer echtgenoten hebben afgesproken dat de overgebleven inkomsten jaarlijks worden verdeeld, moeten zij hieraan jaarlijks daadwerkelijk uitvoering geven. Wanneer de jaarlijkse verrekening van de inkomsten feitelijk achterwege blijft, zullen de echtgenoten namelijk bij ontbinding van hun huwelijk ook de waardeverandering van het niet verrekende herbelegde inkomen met elkaar moeten delen. Dit vloeit voort uit uitspraken van de Hoge Raad. Dit kan na verloop van tijd ongewenste situaties geven. In het bijzonder wanneer tot het privévermogen van één van beiden een bedrijf behoort, kan dit tot ongewenste financiële gevolgen leiden.