Gezinsbedrijf 3.0

Wat is de definitie van een gezinsbedrijf? Mijn omschrijving zou zijn dat op een traditioneel gezinsbedrijf vrijwel alle arbeid wordt geleverd door de ondernemer en meewerkende gezinsleden. Daarnaast wordt het bedrijf ook nog eens grotendeels gefinancierd met eigen vermogen. Het kenmerkende aan een gezinsbedrijf is dat er veel beslissingen ‘aan de keukentafel’ worden genomen, waardoor het bijna onoverkomelijk is dat er een grote verwevenheid bestaat tussen het gezin en het bedrijf. O ja, en niet te vergeten de consolidatie. Groeien is geen doel op zich, maar het bedrijf moet over de jaren heen (qua omvang) wel meegroeien om inkomen te kunnen behouden.

De Verenigde Naties heeft het jaar 2014 uitgeroepen tot Internationaal Jaar van het Gezinsbedrijf (International Year of Family Farming). Om wereldwijde bewustwording te creëren over de belangrijke rol die gezinsbedrijven spelen in de landbouw, en hiermee in de voedselvoorziening, maar vooral ook om deze rol in de toekomst te kunnen blijven vervullen.

Gezinsbedrijven hebben de agrarische sector veel gebracht. Maar toch begint voor mij de schoen daar te wringen… Want is het traditionele gezinsbedrijf nog wel zo geschikt voor de toekomst? Is het gezinsbedrijf niet behoorlijk uit zijn jasje aan het groeien? Volgens mij moeten we dit jaar van het gezinsbedrijf juist gaan na denken over een gezinsbedrijf nieuwe stijl. Niet de opvolger van het huidige gezinsbedrijf, maar een compleet nieuwe. Versie 3.0.

In gezinsbedrijf 3.0 ben ik opzoek naar een (zakelijke?) vorm waar er geen communicatie-issues meer zijn vanwege de verwevenheid van gezinsleden en het bedrijf. Moeten dan bedrijf en privé geheel gescheiden worden? Wordt het ‘keukentafel overleg’ een overleg met Raad van Bestuur? In gezinsbedrijf 3.0 is ook een antwoord gevonden op de vraag hoe de alsmaar kapitaal intensievere bedrijven overgenomen kunnen blijven worden door jonge boeren- en tuinders. Welke ondernemingsvorm past hierbij? Uitgave van boerderijaandelen? Of juist een coöperatieve structuur? In versie 3.0 is het voor mij ook niet meer vanzelfsprekend dat vrouwen en gezinsleden automatisch meewerken op het bedrijf. Maar gaat dit dan ingevuld worden met externe arbeid? Of een nog verdere automatisering?

Krijn Poppe, bedrijfseconoom bij het LEI denkt dat de land- en tuinbouw het MKB achterna gaat. Volgens hem is ‘1 bedrijf = 1 locatie = 1 ondernemer = 1 gezin’ achterhaald. Ik geloof dat het gezinsbedrijf de agrarische sector veel heeft gebracht. Maar als we het hebben over de toekomst, laten we dit jaar van het gezinsbedrijf dan vooral gebruiken hoe versie 3.0 eruit gaat zien. Ik denk dat dit ons nog wel eens kan gaan verrassen.

Inge van Schie – Rameijer
dagelijks bestuur NAJK

Het bestuur van… AJK West Zeeuws-Vlaanderen

Michiel Buijsse (22) is opgegroeid op het akkerbouwbedrijf van zijn ouders in Biervliet. Na het afronden van de havo is hij naar de HAS Hogeschool in Den Bosch gegaan. Daar heeft hij de opleiding Crop- and Farm Management afgerond. Sinds 2013 is Michiel bestuurslid van AJK West Zeeuws-Vlaanderen, waar hij momenteel voorzitter is.

Waarom zit je in het bestuur van AJK West Zeeuws-Vlaanderen?
“Het AJK West Zeeuws-Vlaanderen begon een aantal jaar geleden langzaam dood te bloeden. De georganiseerde activiteiten werden weinig bezocht en het was moeilijk om nieuwe leden te werven. Begin 2013 besloten we als groep van zeven jonge agrariërs een doorstart te maken met de vereniging. We zitten boordevol nieuwe ideeën, energie en gebruiken nieuwe vormen van communicatie.”

Wat is het leuke van het bestuurswerk?
“Het is voor mij een uitdaging om de agrarische jongeren van Zeeuws-Vlaanderen weer met elkaar te verbinden. Het is leuk om activiteiten te organiseren voor de jongeren uit de regio en hun een gezellige avond te bieden. Daarnaast heb ik tijdens het bestuurswerk veel contact met mensen, waardoor mijn netwerk wordt vergroot.”

Hoe betrekken jullie zoveel mogelijk jonge agrariërs bij AJK West Zeeuws-Vlaanderen?
“We proberen veel persoonlijk contact te hebben met onze leden en potentiële leden. Regelmatig vragen we aan de leden wat zij willen doen of zien, zodat het aanbod van de activiteiten aansluit op de vraag van de leden. De social media, zoals Facebook en Twitter, gebruiken we voor het promoten van onze activiteiten. Zo kunnen onze leden en geïnteresseerden op de hoogte blijven.”

Wat hoop je te bereiken binnen het bestuur van AJK West Zeeuws-Vlaanderen ?
“In tijden van schaalvergroting, intensivering, precisielandbouw en vergrijzing is het belangrijk om het kennisniveau van de leden op peil te houden. Door het organiseren van excursies kunnen we kennis met elkaar delen en kunnen actuele onderwerpen worden toegelicht. Daarnaast staat gezelligheid hoog in het vaandel bij AJK West Zeeuws-Vlaanderen.”

Wat was je persoonlijke hoogtepunt binnen het bestuur?
“Vorig jaar moesten we er met het hele bestuur hard aan trekken om de leden enthousiast te maken voor de activiteiten. We slaagden erin om steeds meer leden op de been te krijgen voor onze activiteiten. De laatste tijd melden steeds meer nieuwe leden zich aan, zonder dat wij er veel tijd in moeten investeren. De bekendheid en het draagvlak is het afgelopen jaar sterk gegroeid. Dat is mooi om te zien!”

 

Het ei-mago?

Erik-Jan Brandsen is leghennenhouder in een Rondeelstal

‘Grappig om dit drukke bedrijvige volkje van zo dichtbij te aanschouwen. Ook het ei-proces vanuit het kippenarsenaal tot in het doosje is bijzonder om te zien gebeuren.’ Dit is een van de vele positieve reacties uit het gastenboek waar bezoekers van de Rondeelstal in Barneveld hun beleving op kunnen schrijven. Na vele onderzoeken door onder andere Wageningen Universiteit, de Dierenbescherming en Vencomatic werd in 2010 de eerste Rondeelstal bij de familie Brandsen in Barneveld gerealiseerd.

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

Contact

In 2009 kwam de familie Brandsen via hun eierhandelaar in contact met de ideeënstichters van het Rondeel: een zorgvuldige uitgedachte ronde locatie voor het zo natuurlijk houden van leghennen, het beperken van ammoniakemissies, met minder energieverbruik door natuurlijke ventilatie en een ruimte waar de consument het dagelijkse proces van Rondeelkip tot Rondeelei kan bewonderen.

Circustent

“Wat een circustent”, was de eerste gedachte toen bedrijfsopvolger Erik-Jan Brandsen (30) vier jaar geleden de bouwtekening van de Rondeelstal onder ogen kreeg. “Voorheen hielden wij op twee locaties vleeskuikenouderdieren en varkens. In 2009 wilden we uitbreiden en kwamen we in contact met het Rondeelconcept”, vertelt Erik-Jan.

De perfecte locatie

Het idee achter Rondeel sprak de familie Brandsen aan. “We raakten steeds meer geïnteresseerd. De ideeën waren tot in de perfectie uitgewerkt. Wij hadden een mooi bouwblok voor een Rondeelstal en Barneveld is een kippengebied. Kortom: de perfecte locatie voor een Rondeelstal”, legt Erik-Jan uit. “Daarnaast gaf het systeem ons de kans om er met 30.000 hennen toch een volwaardig inkomen uit te halen.”

Ziekte-overdracht

Bij de realisatie van de Rondeelstal heeft de familie Brandsen afstand genomen van de vleeskuikenouderdieren: “De vleeskuikenouderdieren zijn heel ziektegevoelig. We wilden het risico vermijden dat de ziektes werden overgebracht op de Rondeelkippen, daarom zijn we overgegaan op scharrellegkippen. Ook de varkensstal staat op dit moment leeg: “De varkensprijzen zijn zo slecht, dat de stallen beter leeg kunnen staan.”

Taakverdeling

In eerste instantie was de vader van Erik-Jan verantwoordelijk voor het Rondeel en hield Erik-Jan zich bezig met de scharrellegkippen. “Natuurlijk werkten we veel samen, maar ieder had zijn eigen verantwoordelijkheden”, vult Erik-Jan aan. Een half jaar geleden overleed de vader van Erik-Jan aan de gevolgen van kanker. “Nu organiseer ik het Rondeel met mijn moeder en richt mijn broertje zich, in loondienst, op de scharrellegkippen”, vertelt Erik-Jan. “Op het Rondeelbedrijf houd ik mij bezig met de verzorging van de hennen en het inpakken van de eieren. Ook geef ik rondleidingen en draag ik zorg voor het verhuur van de vergaderzaal. Daarnaast is de afspraak met Rondeel B.V. dat ik 10% van onze Rondeeleieren in de buurt afzet.”

Bezoekers

Een burger die er normaal niks te zoeken heeft, zou niet snel uitkomen bij het Rondeel in Barneveld. De borden ‘Rondeel’ verklappen wat er aan het eind van een smalle, kilometerlange weg te vinden is. Toch mag Erik-Jan niet klagen over het aantal bezoekers dat zonder afspraak gebruikmaakt van de bezoekersruimte die is geïmplementeerd in het Rondeel. “In de bezoekersruimte kunnen bezoekers via glazen wanden ‘live’ meekijken met de kippen in het dagverblijf en met de inpaklijn van de eieren. Via grote informatieborden wordt er verteld wat er op de zichtlocaties gebeurt”, vertelt Erik-Jan.

Vergaderruimte

Ook aan zakelijk Nederland heeft het Rondeel gedacht: naast de bezoekersruimte zijn twee vergaderzalen gerealiseerd. “Behalve dat het verhuren van de vergaderlocatie geld oplevert, geeft het ons ook naamsbekendheid. Als mensen bij ons op het Rondeel hebben vergaderd, kopen ze ook een doosje Rondeeleieren. Plus ze herkennen ons product eerder in de supermarkt”, legt Erik-Jan uit.

Louter positief

Dat bezoekers lyrisch zijn over de zichtlocatie in het Rondeel, blijkt onder andere uit de vele positieve reacties in het gastenboek. Maar ook de media schrijven louter positief over de legkippenstal. “We hebben meer publiciteit gekregen dan we gedacht hadden. De landelijke media doken er massaal op en nog steeds zijn ze geïnteresseerd in ons verhaal”, aldus Erik-Jan. “Tot op heden zijn we nog niet negatief in het nieuws gekomen. Maar we zijn ons ervan bewust dat het wel kan gebeuren.”

Imago Rondeel

“De reden voor het succesvolle imago is vooral de openheid en transparantie”, geeft Erik-Jan overtuigend aan. “Het systeem van de Rondeelstal is uniek. Dat begint al bij de uitstraling en inpassing in het landschap, maar ook van binnen. De Rondeelstal is heel open en transparant”, aldus Erik-Jan. “Maar ook factoren als de drie sterren die wij krijgen van de Dierenbescherming voor het Rondeelei en de Milieukeur werken mee aan een positief imago.”

Imago legkippensector

“Het imago van scharrellegkippen is slechter”, vermoedt Erik-Jan. “Maar ik denk dat het imago van de legkippensector positiever is na de komst van de Rondeelstal. Niet elke pluimveehouder heeft de mogelijkheid om zijn stal open te gooien voor bezoekers. Bij de Rondeelstal is daar specifiek over nagedacht. De onwetende consument ziet hier het hele proces van kip tot ei en de productie daarvan. Daardoor leren ze meer van de legkippensector”, aldus Erik-Jan.

Dichtbij de consument

“Ik vind het fijn om de consument meer bij mijn product te betrekken. Ik wil graag laten zien wat ik doe als pluimveehouder. Ik voel nu meer betrokkenheid van en met de consument. Voorheen was het van we bouwen een stal en we kijken wel wie ons product koopt. Dit is een hele andere, meer persoonlijke manier van werken.”

Rondeel in de buurt

Na het succes van het Rondeel in Barneveld, staan er inmiddels ook al Rondeelstallen in Ewijk en Wintelre. In Amsterdam is een mini-Rondeel in aanbouw. Op deze mini-Rondeel, waar 500 leghennen huisvesting krijgen, kunnen stedelingen een rondleiding krijgen en vergaderen. “De mini-Rondeel is een mooi voorbeeld voor de Amsterdamse inwoners om te laten zien hoe een Rondeelei tot stand komt”, vertelt Erik-Jan. Voor een nieuwe Rondeelstal in Nederland worden op dit moment vergunningen aangevraagd en in de toekomst zijn er ambities om het Rondeelconcept over de landgrenzen te introduceren.
DSC_1197DSC_1179

 

Vanzelfsprekend

Het is zo gewoon geworden: we gaan een winkel in, gooien in het karretje wat we willen hebben, we lopen naar de kassa en rekenen af. We denken er niet eens meer bij na. We vinden het normaal om eten te hebben, we vinden het vanzelfsprekend dat het eten een hoge kwaliteit heeft en we vinden het gebruikelijk om in verhouding niet veel voor ons eten te betalen. Het is onaanvaardbaar als we hier in Nederland een keer geen voedsel hebben. Maar zo normaal is dat helemaal niet! Wij als boeren zouden ons moeten schamen omdat we de samenleving niet het belang van onze sector kunnen laten zien. Wij krijgen echter ook niet de kans om te discussiëren met de samenleving op basis van gelijkwaardigheid, gezien een van de wetten in onze economie is: de consument heeft altijd gelijk. Gelukkig zie ik op dit moment een verschuiving van de mening van de samenleving. Langzaam maar zeker zie ik dat mensen ‘Wakker-Dier-moe’ worden. Velen gaan het belang van onze sector inzien. Zij geloven in onze koppositie en waarderen onze inzet en plaats in de gemeenschap. Aan ons is het de taak om onszelf te blijven verkopen. Met respect voor andermans mening moeten we blijven uitleggen wat we doen en waarom we het zo doen. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat we het onszelf als sector niet onnodig moeilijk maken met allerlei convenanten en richtlijnen, omdat de samenleving dat zo graag wil…

Wim Bos

Boer zoekt Boer, maar hoe?

In 2010 is een nieuw onderdeel aan de bedrijfsovernameportal van NAJK toegevoegd: Boer zoekt Boer. Op dit onderdeel van de bedrijfsovernameportal kunnen jongeren die graag agrariër of tuinder willen worden en agrarische ondernemers die geen opvolger hebben, oproepen en reacties plaatsen om met elkaar in contact te komen. Sinds de oprichting van ‘Boer zoekt Boer’ en een bijeenkomst over dit initiatief bleek dat er onder jongeren veel behoefte is aan meer informatie en openbaarheid over buitenfamiliale bedrijfsovername.

Tekst: Paulien van Beesten

Wie zijn potentiële opvolgers en wat willen zij?
Omerachter te komen of NAJK meer voor potentiële bedrijfsopvolgers kan betekenen voerde Paulien van Beesten, student op het CAH Vilentum, een onderzoek uit onder potentiële opvolgers. Via een enquête en verschillende interviews werden potentiële opvolgers gevraagd naar hun drijfveren om een agrarisch bedrijf buiten de familie over te nemen en welke informatie of begeleiding zij misten in het voortraject van buitenfamiliale bedrijfsovername.

Resultaten enquête
De enquête werd ingevuld door 96 potentiële opvolgers. Verreweg de meeste interesse van de respondenten ligt in de melkveesector. 70% van de ondervraagden gaf aan in deze sector een bedrijf te willen runnen, gevolgd door ‘slechts’ 18,8% dat voor akkerbouw koos. Een opmerkelijke uitkomst is dat 75% van de potentiële opvolgers niet weet bij welke organisatie zij moeten aankloppen voor informatie over of begeleiding bij een buitenfamiliale bedrijfsovername.

Interviews
De geïnterviewde bedrijfsopvolgers vertelden over hun visie over buitenfamiliale bedrijfsovername en over de struikelblokken die zij tegenkwamen in hun zoektocht naar een bedrijf en een opvolger. Potentiële opvolgers en overdragers gaven beiden aan dat de ‘Boer zoekt Boer’-site nu te toegankelijk is. Iedereen kan oproepen plaatsen. Hierdoor komt de site niet serieus genoeg over en zullen potentiële opvolgers en overdragers minders snel een oproep plaatsen. Potentiële opvolgers vertelden ook dat het fijn is om begeleiding te krijgen in het buitenfamiliale bedrijfsovernameproces. Hoe ga je bijvoorbeeld voor het eerst met een overdrager in gesprek? En hoe ga je om met een eventueel gezin van een overdrager?

Hoe nu verder…?
In maart presenteert Paulien van Beesten haar bevindingen en haar advies aan de werkgroep ‘Boer zoekt Boer’. Naar aanleiding van de uitkomsten zal NAJK ernaar streven om meer begeleiding te bieden in het voortraject van een buitenfamiliale bedrijfsovername, waaronder het professionaliseren van de ‘Boer zoekt Boer’-site.

Ook een kijkje nemen op de ‘Boer zoekt Boer’ pagina? Ga naar www.bedrijfsovernameportal.nl/boer-zoekt-boer

 

 

Ons imago | Doe jij mee?

Als er over voedselzekerheid wordt gesproken, wordt er geïnteresseerd geluisterd en geknikt. Gaat het echter over ons hedendaagse voedsel, dan moeten we zo nu en dan blij zijn dat blikken niet kunnen doden. Voedselschandalen en suggesties van misstanden in de agrarische sector helpen het imago van de voedselproductie om zeep. Hoe kunnen wij als sector ons imago oppoetsen en blijvend laten blinken? Daar sprak het managementteam van Rabobank Food & Agri over met het dagelijks bestuur van NAJK.

Tekst: Ellen van den Manacker
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Kwaliteit

Innoveren en verduurzamen, twee items die steeds prominenter op de agenda van agrarische ondernemers staan. Dit om de kwaliteit van producten te waarborgen, maar ook om aan de wens van de consument te blijven voldoen. “Wij zijn overtuigd van de hoge kwaliteit van producten die wij afleveren aan de maatschappij”, vertelt NAJK-voorzitter en melkveehouder John Hilhorst trots tijdens het gesprek. Echter de media denken daar soms anders over. Het aspect dierenwelzijn wordt vaak onder het vergrootglas gelegd, waardoor successen in innovatie en verduurzaming naar de achtergrond verdwijnen.

Transparantie

Door berichten over de agrarische sector in de media, legt de consument de agrarische ondernemers onder vuur. Zij willen weten wat er gebeurt in die grote gebouwen die ons erf sieren. ‘Transparanter ondernemen’ wordt  als oplossing in het gesprek tussen Rabobank en NAJK gesuggereerd. Maar zelfs als alle agrarische ondernemers massaal de deur openzwaaien voor het publiek, is dat volgens Riek van der Harst, afdelingsdirecteur Akker- en Tuinbouw bij Rabobank Food & Agri, nog niet voldoende: “Het imago van de sector wordt bepaald door het product dat uiteindelijk in de schappen ligt.”

Hard schreeuwen of stil zijn?

Het imago van de agrarische sector ligt dus niet alleen in handen van de boeren, maar ook in handen van de verwerkende industrie. Wat kunnen wij doen om dit ‘gezamenlijke’ imago op te krikken? Moeten we als sector hard gaan schreeuwen als er weer een voedselschandaal in het nieuws verschijnt, of kunnen we beter stil zijn? En aan wie is het de taak hierop te reageren?

Negatieve berichten voor zijn

Wim Thus, afdelingsdirecteur veehouderij bij Rabobank Food & Agri, ziet dat veel boeren vaak liever in hun comfortzone blijven: “Ze houden zich het liefst binnen de kaders van het erf bezig en willen zich niet bemoeien met zaken als marketing of imago.” Het initiatief kan volgens Thus ook komen vanuit overkoepelende bedrijven: belangenbehartigingsorganisaties als NAJK, maar ook de Rabobank kan ondernemers stimuleren om transparanter te werken en hun verhaal te vertellen.

Trots!

Negatieve berichten in de media voor zijn, dat zou het mooist zijn vinden de aanwezigen. “Wij moeten ons niet verbergen. Boeren verdedigen zich vaak in termen van techniek of regelgeving. Wij moeten gewoon laten zien wat wij doen”, pleit Koen Bolscher, dagelijks bestuurder bij NAJK. De uitspraak van Bolscher wordt beaamd door de aanwezigen. “Ik zie in de gesprekken die ik in het afgelopen jaar met burgers heb gevoerd, dat zij geïnteresseerd zijn in hetgeen waar ik trots op ben: het boerenbedrijf”, vertelt Hilhorst. Het technische verhaal en de agrarische regelgeving vindt de doorsnee burger te ingewikkeld. “Als ik gepassioneerd vertel waar ik mijn dagelijks brood mee verdien, en daarin speelt het houden van vee de hoofdrol, dan hoor ik geen consument klagen”, voegt Hilhorst er nog aan toe.

Samenwerken

Geconcludeerd wordt dat we als sector moeten samenwerken om de agrarische sector weer te laten verbroederen met de consument. Met zijn allen dezelfde boodschap overbrengen naar de consument. De kracht van herhaling benutten. NAJK en Rabobank zullen daarvoor het aankomende jaar de handen ineen slaan en hun best doen het imago van de agrarische sector naar een hoger niveau te tillen. Doe jij mee?

Biobrandstoffen: een volle tank en een leeg bord?

Biobrandstoffen: een thema dat gepassioneerde discussies oplevert. Iedereen heeft er wel een beeld bij. De een ziet het als dé oplossing van het klimaat- en brandstofprobleem, de ander verafschuwt het gebruik van biobrandstoffen en wil er het liefst helemaal vanaf.

Tekst: Wolter Neutel
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Stijgende vraag naar biobrandstoffen

Omdat olieprijzen regelmatig pieken en over het algemeen hoog zijn, heeft de interesse in biobrandstoffen sinds 2005 een vlucht genomen. In 2008 bestond 1,8% van de brandstoffen die gebruikt worden voor transport, uit biobrandstoffen. Vandaag de dag is dat gestegen naar 5%. In Europa is jaren geleden bepaald dat 10% van alle brandstoffen in 2020 uit biobrandstof moet bestaan. Na verhitte discussies is dit onlangs bijgesteld tot 6%.

Conventionele en geavanceerde brandstoffen

Er zijn verschillende soorten biobrandstoffen, denk aan biodiesel, bio-ethanol of biogas. Er is ook een onderscheid te maken tussen conventionele en geavanceerde brandstoffen. De conventionele brandstoffen zijn van plantaardig materiaal gemaakt. Dit materiaal, zoals palmolie, koolzaad, suikerriet, maïs of graan, wordt over het algemeen geproduceerd in tropische landen. De productie voor deze biobrandstoffen gaat dus ten koste van landbouwgrond. Geavanceerde brandstoffen worden gemaakt uit afvalmateriaal, bijvoorbeeld afval uit de vleesproductie, afgedankt frituurvet, (resten van) planten, houtsnippers, algen of bacteriën. Voor geavanceerde biobrandstoffen is geen extra landbouwgrond nodig.

Voordelen

Biobrandstoffen hebben vele voordelen. Zo zorgen bijvoorbeeld koolzaadteelten voor een verbetering van de bodemstructuur en worden de mogelijkheden voor boeren wereldwijd groter. Naast de voedselmarkt kunnen boeren namelijk een nieuwe markt aanboren: de energiemarkt. Vooral in ontwikkelingslanden ontstaan hierdoor nieuwe mogelijkheden. Ook zorgen biobrandstoffen voor minder afhankelijkheid van grote energielanden als Rusland en het Midden-Oosten.

Nadelen

Er zijn echter ook nadelen aan biobrandstoffen. Het belangrijkste probleem is dat er concurrentie kan ontstaan tussen landbouw voor voedsel en landbouw voor energie. Denk hierbij aan de concurrentie rond de beschikbare productiemiddelen, zoals landbouwgrond, water en kunstmest. De productie van biobrandstoffen heeft (mede) gezorgd voor een stijging van de voedselprijzen en kan daarmee voedselschaarste veroorzaken in sommige gebieden. Omdat voor de productie van biobrandstoffen vaak veel grond nodig is, de hoeveelheid voedsel die nodig is voor de Europese vraag naar biobrandstof is genoeg om 127 miljoen mensen te voeden, wordt er getwijfeld of het grondoppervlak wel toereikend is voor de energiebehoefte.

Klimaatneutraal?

Biobrandstoffen zijn hernieuwbaar. Als planten groeien, gebruiken ze met fotosynthese zonlicht voor het opslaan van koolstofdioxide (CO2). De hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij het verbranden van deze brandstof is gelijk aan de hoeveelheid die de planten tijdens hun leven hebben opgenomen. Toch is het niet zo dat biobrandstoffen klimaatneutraal zijn. Tijdens de productie en transport van biobrandstoffen worden fossiele brandstoffen gebruikt, maar vooral het gebruik van kunstmest zorgt voor de uitstoot van het broeikasgas distikstofoxide (N2O). De invloed van biobrandstoffen op het klimaat hangt sterk af van de manier waarop ze geproduceerd worden.

Kritische deskundigen

Hartmut Michel, Nobelprijswinnaar biochemie en directeur van het toonaangevende Max Planck Instituut, wijst erop dat er onzinnig hoge verwachtingen van biobrandstof zijn gecreëerd. “De omzetting van zonlicht in energie die door planten kan worden bereikt is slechts 1%, terwijl de huidige generatie zonnecellen op 20% zit. Elektrisch rijden, op basis van hernieuwbare energie, is het echte alternatief”, aldus Michel.

Landgrabbing

Tot 60% van de landbouwgrond in ontwikkelingslanden dat door buitenlandse investeerders is opgekocht, wordt gebruikt voor biobrandstof. In veel van deze gevallen is er sprake van landjepik: lokale boeren verliezen door buitenlandse investeerders hun land, inkomsten en bron van voedsel.

Imago

Flynth-partnerOp zaterdag loop ik graag over de markt in Arnhem of in Wageningen, ik geniet van de diversiteit en alle geuren en kleuren. Een breed aanbod producten van boeren en tuinders, veel uit Nederland en deels ook van daarbuiten. De lekkerste appels, heerlijke groentes, kleurige bloemen en prachtige planten, vaak bloembollen en potplanten, soms vaste planten en heesters, natuurlijk kaas in alle variaties, maar ook vaak kip of ander vlees. Er is een overvloed en alles is heel betaalbaar. Marktkooplieden zijn eigenlijk het verlengstuk van de boeren en tuinders. Het zijn ook hardwerkende mensen met een eerlijk inkomen, zonder topsalarissen en bonussen.

Versproducten uit Nederland zijn op de internationale markt geliefd om hun kwaliteit: mooi om te zien, vers en vertrouwd. Op een landbouwbeurs als de Grüne Woche is dat goed zichtbaar. Wel gaan steeds meer andere factoren het imago bepalen, zoals dierenwelzijn, voedselveiligheid en de ecologische voetafdruk. Voor een exportland als Nederland is imago cruciaal. Om een goed imago te behouden is transparantie en kennisdoorstroming in de hele keten belangrijk. Naast financiële resultaten en technische kengetallen neemt het belang van duurzaamheidskengetallen toe.

FrieslandCampina kijkt vanwege de Chinese markt kritisch naar de duurzaamheid van de grondstoffen. Het initiatief van de KringloopWijzer past daar heel goed bij. Hierbij streven de belanghebbende partijen zelf naar een duurzame melkproductie, waarbij afnemers transparant inzicht krijgen in de milieuaspecten. In de akkerbouw wordt een dergelijk initiatief genomen onder de naam Veldleeuwerik. Het laat zien hoe onze agrarische sector op weg is naar vernieuwing en duurzaamheid, wat noodzakelijk is om als exportland voorop te kunnen blijven lopen. De benoeming van Louise Fresco bij WUR als opvolger van Aalt Dijkhuizen past bij die koers.

Ook Flynth draagt hier graag een steentje aan bij, door het ontwikkelen van duurzaamheidskengetallen in combinatie met stuurinformatie en met kennisinbreng van onze specialisten.

Jan Breembroek (jan.breembroek@flynth.nl)

Dynamisch beweiden

Vakkundig beweiden. Het klinkt heel simpel, maar is dat het ook? Hoe vaak loop jij door jouw grasland en waar kijk je dan precies naar? Binnen het initiatief ‘Dynamisch Beweiden’ worden jonge melkveehouders bewust gemaakt van hun manier van weiden. In groepsverband gaan jongeren aan de slag om bestaande innovaties in de weidegang toe te passen en nieuwe innovaties te ontwikkelen. 

Tekst: Ellen van den Manacker
Beeld: Geraldine Haverkamp

De FarmWalk

In 2012 is het initiatief ‘Dynamisch Beweiden’ van start gegaan met een groep jonge melkveehouders uit Zuidwest-Nederland. Zij ontwikkelden, na een jaar intensief met
elkaar bezig te zijn geweest omtrent beweiden, de FarmWalk. Binnen de FarmWalk moet de melkveehouder elke week kijken en meten wat er gebeurt op het grasland en op basis daarvan beslissen en eventueel actie ondernemen. Het resultaat van de FarmWalk: meer grip op hlogo-farmwalket graslandmanagement en het beste beweidingsresultaat.

Nieuwe innovaties

Afgelopen jaar startte er een groep van negen NAJK-leden met ‘Dynamisch Beweiden’ in Noord-Nederland. In zes ontmoetingen hebben zij de FarmWalk uitgekristalliseerd en een aantal nieuwe innovaties uitgeprobeerd. Zo worden op dit moment de digitale graslandgebruikerskalender en weide-app ontwikkeld. Met beide innovaties kunnen online weidegangcijfers als graslengte, bodemkwaliteit en melkcijfers worden ingevoerd en doorberekend. Hierdoor kan de melkveehouder globaal zien hoe hij moet inspelen op het grasland om zijn koeien optimaal te beweiden, met als uiteindelijk doel een maximale melkopbrengst.

Leren van elkaar

Geraldine Haverkamp, voorzitter werkgroep melkveehouderij AJF, is coördinator van de groep jonge melkveehouders in Noord-Nederland. “De groep is heel divers. De een is weer begonnen met weiden, de ander is al gevorderd en past het ‘pure graze’ systeem toe”, vertelt Geraldine. “Maar ook door de diversiteit van grondsoorten en kavels, kan de groep goed van elkaar leren.” Door de FarmWalk zijn de jonge melkveehouders bewuster bezig met het beweiden, denkt Geraldine: “Gedurende de bijeenkomsten bespraken we bevindingen en ervaringen die de jonge melkveehouders tijdens de FarmWalk hebben opgedaan.”

Bewust beweiden

Komend jaar gaat de studiegroep in Noord-Nederland vnaar buiten!
erder met ‘Dynamisch Beweiden’. “Het aankomende jaar willen we met de digitale graslandgebruikerskalender en de weide-app dieper ingaan op de cijfers”, aldus Geraldine. Binnen ‘Dynamisch Beweiden’ moeten jonge melkveehouders weloverwogen beslissingen nemen op het gebied van weidegang: “Bewust beweiden staat centraal binnen onze groep. De jonge ondernemers moeten inzicht krijgen hoeveel een koe opneemt in de wei en daar zo op inspelen dat ze uiteindelijk het maximale rendement uit beweiden halen”, vult Geraldine aan.

Uitkomsten

De FarmWalk wordt door de studiegroep als een positief instrument ervaren om doelgericht bezig te zijn met beweiden. Daarom worden er het aankomende jaar dertig weidecoaches opgeleid. Deze coaches zullen in de toekomst meerdere groepen melkveehouders in Nederland begeleiden om de FarmWalk goed uit te voeren en vakmanschap op weidegang toe te passen. Daarnaast wordt de kennisontwikkeling doorgezet met bestaande en nieuwe studiegroepen in ‘Dynamisch Beweiden’.

 

4 1