In het hooi met… Sjoerd van de Wouw van Wakker Dier

De organisatie die de meeste irritaties oproept in agrarisch Nederland? Wakker Dier. Wakker Dier komt op voor de dieren in de veehouderij en stelt, zoals zij het noemen, misstanden aan de kaak. Vaak tot grote ergernis van veehouders. De tactiek van Wakker Dier om zoveel mogelijk dierenleed te vertonen in publieke media, schendt het imago van de agrarische sector. Maar wat vinden zij er eigenlijk van? In het hooi met… campagneleider Sjoerd van de Wouw van Wakker Dier.

Tekst: Ellen van den Manacker
Beeld: Liesbeth Schuurman

Al die media-aandacht, hoe doen jullie dat toch?

“De aaibaarheid van dieren is heel hoog. Consumenten zijn heel gevoelig voor foto’s van dierenleed. Als wij misstanden in de veehouderij signaleren, spelen we in op de gevoelige snaar van consumenten met gerichte publieks- en mediacampagnes. Onze tactiek is om misstanden in het daglicht te zetten en de onderhandelingen voor beter dierenwelzijn over te laten aan supermarkten en veehouders.”

Met uw campagnes zet u veehouders in een negatief daglicht…

“Wakker Dier ontkomt er niet aan om het dierenleed te laten zien. Het dierenleed vindt plaats op veehouderijbedrijven, maar wij schuiven de schuld in de schoenen van de supermarkt. Boeren hebben de financiële ruimte niet om verandering aan te brengen. Als de supermarkten naar aanleiding van onze campagne producten met een beter dierenwelzijn willen, dan zullen ze de prijs voor de meerwaarde op het product ook moeten betalen aan de boer.”

Begrijpt u dat veehouders zich aangevallen voelen door Wakker Dier?

“Het is aan veehouders om goed te onderhandelen met inkooporganisaties die om producten met een meerwaarde vragen. Veehouders steigeren als ze over onze campagnes horen. Maar zij kunnen ook meebewegen. Waarom zeggen veehouders niet in de media dat ze best willen zorgen voor een beter dierenwelzijn, mits de supermarkten ook bereid zijn om die meerwaarde te betalen.”

Een omschakeling op een bedrijf is ook niet zomaar gemaakt…

“De doelen die wij met onze campagnes stellen, zijn haalbaar en realistisch voor veehouderijbedrijven. Door onze campagnes wil de supermarkt, maar ook de consument diervriendelijker voedsel. Veehouders kunnen hier slim op inspelen door hun bedrijfsvoering aan te passen op de wensen van de consument. Dat kunnen ze financieren met de meerwaarde die ze voor het product kunnen vragen. Veehouders moeten juist  profiteren van marktkansen die wij creëren.”

Bezoekt u wel eens een veehouderij?

“Voordat wij campagne gaan voeren, gaan we op bezoek bij veehouderijbedrijven. Die bezoeken, totaal tien tot twintig keer per jaar, zijn voor ons noodzakelijk om meer gevoel te krijgen met het onderwerp. Wij gaan in gesprek met veehouders en kijken naar mogelijkheden voor een beter dierenwelzijn.”

Waarom laat u het niet zitten bij een gesprek met veehouders?

“Omdat wij andere belangen hebben dan een veehouder. Wij willen niet aan veehouders vertellen wat ze wel of niet moeten doen, daar moeten ze zelf de juiste keuzes in maken. Ons doel is om zoveel mogelijk consumenten te winnen en daarmee supermarkten te verleiden om diervriendelijke producten in de schappen te leggen.”

En dus worden er anti Wakker Dier-initiatieven opgericht door veehouders…

“Wij zijn nog nooit op onjuistheden betrapt, dus we laten dat op zijn beloop. Wij willen zoveel mogelijk tijd steken in onze campagnes.”

Wanneer is jullie doel bereikt?

“De Nederlandse consument is absurd prijsgericht. De supermarkten spelen daarop in met aanbiedingen. Onze droom is dat supermarkten geen klanten lokken met lage prijzen, maar dat ze gaan concurreren op dierenwelzijn.”

Zien, ruiken, voelen, horen en beleven…

op het melkveebedrijf van Adrian en Annely Langereis in Ten Boer

Aan de rand van het dorpje Ten Boer, op 10 kilometer afstand van de stad Groningen, melken Adrian en Annely Langereis 180 koeien. Na de bedrijfsovername had het stel niet alleen ambities om een nieuwe stal te bouwen, maar ook om de beleving van hun melkveebedrijf over te brengen op de Groningse maatschappij. Inmiddels staat er een open stal, zijn basisscholen van harte welkom en kunnen bedrijven vergaderen tussen de koeien. Ondanks de grote ontwikkelingen, blijven de handen van Adrian en Annely jeuken.

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

Omwonenden

“In 2008 namen Annely en ik het melkveebedrijf van mijn ouders over”, vertelt Adrian. Na de bedrijfsovername maakten Adrian en Annely plannen voor het bouwen van een nieuwe stal. Via RTV Noord, waar Annely eens in de twee weken vertelt over haar bezigheden op het melkveebedrijf, raakten Adrian en Annely in gesprek met omwonenden over het ontwerp van de toekomstige stal: “Door die gesprekken merkten we dat we graag de samenleving bij ons bedrijf wilden betrekken”, blikt Adrian terug.

Negatief in het nieuws

“Als de melkveehouderijsector in het nieuws komt, dan is het vaak negatief. Zo krijgt de consument ook een negatief beeld van onze sector. Toen dachten wij als wij laten zien wat wij doen als melkveehouder, dan kunnen we meer begrip van de consument krijgen”, legt Adrian uit.

Verbrede landbouw

In 2010 deed het stel mee aan een initiatief van NAJK omtrent verbrede landbouw. “Hierdoor zijn wij in contact gekomen met innovatiecentrum Syntens”, vertelt Annely. “Syntens hielp ons met het visualiseren van onze doelen. Zo wilden wij de beleving van ons melkveebedrijf overbrengen op de burger, maar wilden we daar ook een realistisch verdienmodel bij hebben.”

Een skybox

In eerste instantie waren de plannen van Adrian en Annely om in hun nieuwe stal een skybox en een publieke entree te bouwen. “Maar dat werd financieel te gek”, vertelt Adrian. Aangezien de rente en bouwkosten relatief laag waren, besloten ze in 2011 zich eerst op de bouw van de nieuwe, open stal te richten en mogelijkheden voor verbreding te verplaatsen naar rustigere tijden.

De Boer Op Noord

Ondertussen was Annely met twee andere vrouwelijke melkveehouders uit de provincie Groningen begonnen met de opzet van boerderijeducatie in Groningen. “Wij willen dat kinderen op de basisschool in de praktijk leren waar hun voedsel vandaan komt”, vertelt Annely. Onder de naam ‘De Boer Op Noord’ hebben de dames, met ondersteuning van Natuur- en Duurzaamheidseducatie, Instituut voor Natuureducatie en Prinsconsult, lespakketten ontwikkeld voor groep 5 tot en met 8, die aansluiten bij de kerndoelen van het basisonderwijs. “Door middel van opdrachten gaan kinderen in groepjes aan de slag op een van de zes aangesloten melkvee- of vleesveebedrijven in Groningen. Zo helpen de kinderen met het voeren van de kalfjes en kunnen ze een kunstkoe melken: ervaringen die ze nooit meer vergeten”, aldus een enthousiaste Annely.

Houten huisje

“Toen de bouw van de stal klaar was, zijn we vrijwel gelijk weer met het bouwbedrijf in gesprek gegaan”, vertelt Adrian. “Wij hadden het idee om naast de stal een houten huisje te bouwen, dat kon dienen als ontvangstruimte voor de boerderijeducatie, maar dat we ook konden verhuren als vergaderlocatie.” Zo gezegd, zo gedaan. Afgelopen juli, toen de koeien voor het eerst in het seizoen naar buiten gingen bij de familie Langereis, werd het nieuwe gebouw geopend. Onder de naam ‘Koe & Jij’ is de neventak op het melkveebedrijf van de familie Langereis sindsdien realiteit.

Succesvol

“De verhuur van de vergaderzaal loopt erg goed. Elke week is de vergaderzaal gevuld met een groep kinderen of zakenlui”, vertelt Annely. “Maar”, vult Adrian haar aan, “afgezien van de basisscholen, komen veel bedrijven uit de agrarische sector hier vergaderen. Daar zijn wij hartstikke blij mee, maar we willen ook graag de onwetende burger bereiken.”

Open dag

Om de onwetende burger op het melkveebedrijf te krijgen, organiseren Adrian en Annely al twee jaar een open dag als de koeien naar buiten gaan. Ook hebben ze afgelopen jaar meegedaan aan de boeren- en telersdagen van de Albert Heijn. “Die open dagen trekken veel enthousiaste burgers aan, daar krijg ik veel energie van. Op het moment dat zij het bedrijf verlaten, denk ik: ik heb ze wat bijgebracht over de melkveehouderij”, vertelt Adrian. Natuurlijk stellen de burgers kritische vragen, maar daar hebben Annely en Adrian geen problemen mee: “Ik geef eerlijk antwoord en laat het, als het kan, ook graag even zien. Vaak vangen burgers alleen de negatieve punten uit de media op. Het is fijn dat wij op deze manier een kans krijgen om hen ook de andere kant van het verhaal te laten zien.”

Op zoek naar meer

Stilzitten, doen Adrian en Annely niet. Zo zijn ze bezig met de ontwikkeling van nog meer activiteiten op het melkveebedrijf. “We hebben op dit moment drie activiteiten die makkelijk inpasbaar zijn: een rondleiding, een workshop koeienmelken of een wandelroute door het weiland. Deze kunnen mensen boeken tijdens een vergadering, maar ze kunnen ook bij ons hun bedrijfsuitje of familiedag organiseren”, vertelt Annely.

Bewuste ondernemers

Ondanks dat ze veel initiatieven oppakken om burgers op hun bedrijf te krijgen, blijven Adrian en Annely bewuste ondernemers: “Wij willen veel en dat moet ook kunnen, mits we de kosten eruit halen. De koeien blijven uiteindelijk onze hoofdactiviteit.”

Onbekend

Trots zijn Adrian en Annely wel. Vijf jaar geleden maakte het stel plannen die nu grotendeels gerealiseerd zijn. “We hebben mooie dingen opgezet, maar we zijn er nog niet. Op dit moment zijn we in de Groningse maatschappij nog te onbekend. In de bekendheid van ‘Koe & Jij’ willen we de aankomende periode meer tijd steken. Ons doel is uiteindelijk structureel de ‘onwetende burger’ te bereiken”, vertelt Adrian.

Verdedigen

Het blijft de wens van Adrian en Annely om burgers hun beweegredenen als melkveehouder te laten zien. “We zijn te veel aan het verdedigen als sector. Eigenlijk moet de sector de burger geïnformeerd hebben, voordat zaken, zoals de hormonenkwestie of de geboortekrik, in het nieuws komen”, spreekt Adrian uit. “We wonen in een klein land en we hebben de acceptatie van onze samenleving nodig. Die acceptatie hoef je niet per se te krijgen door jouw bedrijf open te stellen voor bezoekers, maar kan ook door middel van duurzaamheid of vogelbeheer. Tegenwoordig moet je daar als boer wel open voor staan.”

2

Imago: denk vanuit de burger

imago2Het feit dat de landbouw bijna 70% van het nationaal areaal beslaat en dat boeren en tuinders de samenleving van voedsel voorzien, verklaart de grote betrokkenheid van de burger bij ons vakgebied. Om als boer en tuinder de ruimte te krijgen om voedsel te blijven produceren, is een goed imago belangrijk. De agrarische sector werkt al jarenlang aan zijn imago. Maar hoe bouw je een gewenst imago op en hoe kan jij het imago van de agrarische sector verbeteren? Onder andere deze vragen staan centraal in de discussie rondom het thema ‘imago’ die NAJK in februari en maart provinciaal organiseert.

Tekst: Agaath Timmerman
Beeld: Nederland van Boven

Gewenst imago
Het imago van de agrarische sector wordt bepaald door het beeld dat de burger heeft van de algehele sector: de agrarische bedrijven en de boer of tuinder zelf. Dit wordt ook wel het ‘werkelijke imago’ genoemd. Het imago dat de agrarische sector of de ondernemer graag zelf ziet, noemen we het ‘gewenste imago’. Als er verschil zit tussen het werkelijke en het gewenste imago, dan is het van belang dat er wordt gecommuniceerd door de boer en tuinder.

Waarom belangrijk?
De agrarische sector is gebaad bij een goed imago. Het imago bepaalt in welke mate agrarische ondernemers ruimte krijgen om voedsel te produceren, zowel op de nationale als de internationale markt: de zogeheten ‘licence to produce’. Het consumentengedrag wordt grotendeels bepaald door het imago van een product of de sector. Voor agrarische ondernemers betekent een positief imago meer succes in de verkoop van producten, wat eindelijk leidt tot meer omzet. En dat is de droom van iedere ondernemer.

‘Gewone’ mensen?
Het programma ‘Boer zoekt Vrouw’ heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het imago van de boer en tuinder. Het beeld van de traditionele boer is grotendeels verdwenen en de boer wordt gezien als een moderne agrarische ondernemer, met een groot hart voor zijn zaak. Dat boeren ook ‘gewoon’ mensen zijn, kwam tijdens de mond-en-klauwzeercrisis van 2001 duidelijk naar voren. Deze crisis gaf de Nederlandse samenleving een kijkje in de stallen van de vaak onverwacht geëmotioneerde boer die zijn veestapel in de grijpers van de destructiemachine zag verdwijnen. Mensen snapten aanvankelijk de heftige emoties van de boeren niet: die beesten zouden uiteindelijk toch ook geslacht worden? De verslaggevers ontdekten dat boeren wel degelijk hart voor hun dieren hadden. Sinds die ramp is het imago van de boer en het platteland zienderogen verbeterd. De sympathie voor de boer is sindsdien alleen maar versterkt, mede dankzij ‘Boer zoekt Vrouw’.

Sector
Het imago van de boer als mens is dus positief. Maar hoe staat het met het imago van de agrarische sector? In 2012 is uit onafhankelijk onderzoek van ‘Nieuwe Oogst’ gebleken dat het imago van de agrarische sector de afgelopen jaren is verbeterd. 37% van de burgers heeft in de afgelopen tien jaar een positiever beeld gekregen van de veehouderij. Over de akker- en tuinbouw is 22% van de respondenten positiever gaan denken. Het imago verschilt per sector. Deze verschillen zijn vooral te wijten aan bedrijfsgrootte, het al dan niet werken met dieren en het soort dieren. Burgers hebben een emotionele band met koeien en in mindere mate met varkens. Met kippen heeft de burger geen band.

Invloed media
Het opbouwen van een positief imago kost veel tijd, energie, geld en heel veel geduld. Tegelijkertijd kan door een korte gebeurtenis het opgebouwde imago in een keer instorten. De media hebben hier een grote invloed op. Media hebben namelijk een groot bereik. De meeste informatie die burgers verzamelen over de agrarische sector, komt binnen via de media. De boodschap die de media uitzenden, is dus bepalend voor de beeldvorming van ontvangers. Helaas hebben de meeste nieuwsberichten een negatieve lading, die soms grote nadelen hebben voor een imago van een persoon, bedrijf of sector.

Transparantie
Om het imago positief te houden is een blijvend actief signaal nodig vanuit de agrarische sector. Stilzitten als sector is geen optie. De juiste informatie uitzenden naar de burger, blijkt bepalend voor het imago. Open zijn en transparant communiceren is hierin de sleutel. De snelle ontwikkeling van de digitale nieuwswereld verplicht ons om openheid te geven van zaken. We moeten dus meer dan ooit luisteren naar de samenleving.

Het verhaal
Als boer is het belangrijk om het technische verhaal achterwege te laten. Het technische verhaal snappen collegaboeren, maar de burger begrijpt er vaak niks van. Koeien binnenhouden, omdat uit de cijfers blijkt dat het dier het dan goed heeft? Een burger wil de koe juist in de wei zien en zal deze technische praat daarom niet (willen) begrijpen. Het is dus van belang dat iedere boer en tuinder denkt vanuit de gedachtegang van de burger en daar zijn verhaal, en waar mogelijk zijn bedrijfsvoering, op probeert te richten.

Jouw imago
Als je een eigen onderneming hebt, is je bedrijfsimago ook jouw imago, want jij bent het bedrijf. Het is daarom goed om je af te vragen welk beeld een ander heeft van jou en van jouw bedrijf. Om daarachter te komen moet je in gesprek gaan met die ander. Stel gerichte vragen aan burgers en buurtbewoners om erachter te komen wat er veranderd kan worden aan jouw imago en ga hier ook zichtbaar mee aan de slag. Door te werken aan de uitstraling van het bedrijf, denk aan een opgeruimd erf en schone werkkleding, kom je ook al een heel eind. Het komt er dus op neer dat anderen je imago bepalen, maar dat je hier zelf wel degelijk invloed op hebt.

Social media
Social media is een modern medium om het imago een boost te geven. Daar zou de agrarische sector nog veel meer gebruik van moeten maken. Maar je moet als ondernemer wel waakzaam zijn met wat je online zet. Een foto van een pasgeboren nat kalf in een kruiwagen daar kan je als boer ontzettend trots op zijn, maar een burger kan daar anders tegenaan kijken. Dus ook hierbij geldt: denk vanuit de burger!

 

Koel- en sorteerbedrijf Kielstra

‘Koel- en sorteerbedrijf Kielstra’ pronkt er op een groot bord bij de oprit van de familie Kielstra in Wieringerwerf. Naast het akkerbouwbedrijf van 130 hectare met pootaardappelen, wortelen, uien, suikerbieten en tarwe in het bouwplan, houden Frank (31) en zijn vader zich bezig met het sorteren van aardappelen en het koelen van agrarische producten en zaden voor zo’n veertig verschillende klanten.

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

Koelen en sorteren

“Eind jaren tachtig zocht mijn vader extra werk in het winterseizoen”, vertelt Frank. “Er was een vraag naar het koelen en sorteren van pootaardappelen.” En zo geschiedde. Tien jaar later waren er vijf schuren gebouwd met daarin een sorteermachine, een verpakkingslijn voor pootaardappels en negen koelcellen. “In onze koelcellen kunnen we 16.000 ton geconditioneerd opslaan. Daarnaast hebben we diverse blaaswanden met kachels om aardappels en uien te drogen”, legt Kielstra uit. “We sorteren ook pootaardappelen welke we verpakken in alle gewenste maten: van 1 kilo tot 1250 kilo.”

Traditioneel koelsysteem

Vader en zoon Kielstra koelen met een traditioneel koelsysteem. “Onze koelinstallaties, gebouwd van 1988 tot 1998, draaiden met het koudemiddel R22.” Vanwege een verbod op het bijvullen van het koudemiddel R22 per 1 januari 2015 besloot de familie Kielstra hun installatie om te bouwen naar een R134a. “De installatie was nog niet toe aan vervanging. Daarom hebben we gekozen om het huidige systeem om te bouwen”, aldus de jonge ondernemer. Kielstra hoopt met deze investering nog tien jaar vooruit te kunnen met zijn koelinstallatie.

Energiebesparing

Om zo min mogelijk energie te verliezen heeft Kielstra zijn koelcellen goed geïsoleerd. “We hebben niet bespaard op isolatie”, vertelt hij. “Daarnaast hebben we de cel in de schuur staan. Dat is voornamelijk voordelig als de zon schijnt. De warmte van de stralen komt niet gelijk op de koeling terecht. Hierdoor hoeft het koelsysteem niet extra hard te werken om het koel te houden in warme periodes.” Op dit moment wordt er gekeken naar de mogelijkheden voor led-verlichting in de bedrijfsgebouwen van Kielstra. “Een mogelijkheid voor een lager energieverbruik dat financieel goed uitpakt ten opzichte van de investering.”

Bewaarprogramma

Bij het koelsysteem heeft Frank een eigen bewaarprogramma laten maken. “Ik zocht naar een programma waarin ik mijn producten kan lokaliseren en een overzicht van de bewaarkosten kan zien”, legt Frank uit. “Een vrij simpel idee, het was alleen nergens verkrijgbaar.” Dus schakelde Kielstra een programmeur uit zijn omgeving in. “Het systeem is speciaal gemaakt naar onze wensen. Ik kan nu de productlocatie identificeren per cel en eenvoudig de bewaartarieven berekenen voor de klant.”

Oogst

De temperatuur tijdens de oogst heeft grote gevolgen voor de bewaarkosten, zo heeft Kielstra het afgelopen jaar gemerkt. “Het was vrij warm dit najaar. De wortelen en knolselderij kwamen warm binnen. De koeling moest hard werken om de juiste temperatuur te behouden”, aldus de jonge ondernemer.

Nekovri

De stroom koopt Kielstra in bij Nekovri, de vereniging van Nederlandse koel- en vrieshuizen. “Nekovri koopt energie centraal in. Daarnaast brengt Nekovri ons op de hoogte van de actualiteiten en ontwikkelingen op het gebied van energie en brengt de organisatie ons samen met andere koel- en vriesbedrijven”, vertelt Frank.

Productkwaliteit

De koeling van Kielstra draait van september tot juli. De bewaring speelt in de laatste maanden een belangrijke rol om de kwaliteit van het product te bewaken. “In juni leveren wij de laatste aardappelen af. Dat is erg laat in het seizoen. Het bewaken van de kwaliteit is daarbij erg belangrijk”, vertelt Kielstra. Dit doet Frank in overleg met het handelsbedrijf. “Het ene ras kan langer bewaard worden dan het andere. Daar wordt rekening mee gehouden door het handelsbedrijf.”

Verschuiving

In de jaren ‘90 stonden de koelcellen van Kielstra vol met kisten aardappelen. De laatste jaren ziet Frank daar een verschuiving in. “Ik zie verandering in de bewaarmarkt. Doordat akkerbouwers zelf een bewaring bouwen, neemt deze klandizie af. Wij kijken altijd naar nieuwe invalshoeken om onze koeling te vullen”, aldus Kielstra. “Ongeveer een derde van de koelcellen is in het seizoen van 2014/2015 gevuld met aardappelen, het overige wordt gevuld met uien, wortelen, kool, knolselderij en zaden.”