NAJK: ‘Wijziging in het fosfaatreductieplan levert frustratie op’

Onlangs heeft staatssecretaris Van Dam van het ministerie van Economische Zaken aangegeven dat niet-melkleverende bedrijven niet meer onder het fosfaatreductieplan vallen. Het gevaar hiervan was dat melkveehouders reductie behaalden door tijdelijk extra jongvee op niet-melkleverende bedrijven te huisvesten. Hierdoor zou het fosfaatreductieplan zijn effectiviteit verliezen. Het reductieplan wordt daarom per 1 mei 2017 gewijzigd. NAJK merkt dat de wijzigingen zorgen voor frustratie en onmacht bij melkveehouders.

Melkveehouders krijgen nu een ‘jongveegetal’ toegewezen aan de hand van het aantal stuks jongvee per 28 april 2017. Deze jongveeratio zorgt ervoor dat melkveehouders nog steeds vee kunnen afvoeren naar elke gewenst bestemming, maar niet onevenredig in aantal stuks jongvee kunnen reduceren. Hoeveel jongvee melkveehouders kunnen afvoeren hangt dus af van de jongveebezetting per 28 april 2017.

Frustratie door wijzigingen

“De wijzigingen zorgen voor veel frustratie en onmacht bij melkveehouders. Het is heel erg jammer dat tijdens de wedstijd de regels worden aangepast”, aldus Bart van der Hoog, portefeuillehouder melkveehouderij. “Mensen hebben in de afgelopen maanden enorm hard moeten schakelen om te voldoen aan alle doelstellingen. Dit heeft tot een enorme reductie geleid. Wanneer je nu bijvoorbeeld nog pinken wil exporteren, dan kan het zo zijn dat deze reductie niet volledig mee telt. Onacceptabel, wat mij betreft! Zorg voor enige marge bij het jongveegetal of pas het getal aan als door export of natuurlijk verloop het aantal stuks jongvee op een melkveebedrijf aantoonbaar afneemt. Op deze manier doe je recht aan de keuzes die melkveehouders in de afgelopen maanden maakten.”

Zorg voor aparte diercodes voor vleesvee

Door de aangekondigde rechtszaken heeft het ministerie besloten de regeling aan te passen en niet-melkleverende bedrijven volledig te ontzien. Van der Hoog: “Ik snap dat vleesvee is vrijgesteld en vind het ook een terechte keuze. Maar we hadden wel deze problemen voor kunnen zijn. Wij verwachten dat de bezwaren die vleesveehouders, kalverhouders en andere niet-melkleverende bedrijven nu hebben, terug komen bij de introductie van fosfaatrechten in 2018. Het ministerie zou er verstandig aan doen wanneer het nu eens aparte diercodes benoemd voor vleesvee en melkvee”, aldus Van der Hoog. “Zonder aparte diercodes komen exact dezelfde discussies en rechtszaken volgend jaar terug.”

Fosfaatreductieplan op de goede weg

Op vrijdag 28 april 2017 is de eerste kwartaalrapportage gepubliceerd door het CBS. Het fosfaatreductieplan in de melkveehouderij heeft al een reductie van 5 miljoen kilogram fosfaat opgeleverd. Het voerspoor heeft 1,1 miljoen kg fosfaatreductie gerealiseerd in het eerste kwartaal. Ook heeft het plan ervoor gezorgd dat er 90.000 grootvee-eenheden (GVE) minder zijn ten opzichte van 1 oktober 2016. NAJK is tevreden met deze eerste resultaten. “Met name het voerspoor loopt voor op de prognose. Ik hoop dat deze lijn vastgehouden kan worden omdat het voerspoor op het boerenerf de minst pijnlijke maatregel is.”

OPROEP – Hoe denk jij over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid?

EU-commissaris Hogan wil graag horen hoe EU-inwoners denken over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Daarom heeft de Europese Commissie een openbare enquête gestart. Doel van de enquête is om input te krijgen voor modernisering en versimpeling van het GLB.

Oproep!

NAJK roept leden op om ook input te leveren aan deze enquête. “Het GLB raakt iedereen en beslaat een groot gedeelte van het Europese budget, juist daarom is het belangrijk dat ook jonge boeren en tuinders laten horen hoe zij over het GLB denken”, aldus Iris Bouwers, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille internationaal. Een van de vragen in de enquête gaat specifiek over jonge landbouwers.

De enquête bestaat uit 33 vragen, grotendeels multiple choice-vragen. De vragenlijst is hier te vinden. In juli 2017 worden de resultaten van de enquête gepresenteerd. De enquête is open tot 2 mei 2017.

Controleer je inschrijving bij de Kamer van Koophandel vóór 15 mei

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft de werkwijze om jonge landbouwers te beoordelen veranderd. Vanaf 2017 is de Kamer van Koophandel (KvK) inschrijving leidend voor de beoordeling. Uit de KvK-inschrijving moet blijken of de jonge landbouwer recht heeft op de top-up (extra bedrijfstoeslag per hectare), betalingsrechten uit de Nationale Reserve en JOLA.

RVO heeft in het verleden alleen de akte van de firma of maatschap gebruikt om de blokkerende zeggenschap te controleren. Vanaf 2017 wordt de KvK-inschrijving leidend en moet deze uitwijzen dat de blokkerende zeggenschap goed is geregeld. In de praktijk blijkt dit vaak in de maatschapsakte wel goed geregeld te zijn, maar bij de inschrijving bij de KvK niet. NAJK roept de jonge landbouwers die gebruik willen maken van de genoemde regelingen op om hun inschrijving bij de KvK te controleren. De registratie bij KvK moet uiterlijk 15 mei in orde zijn. De akte van firma of maatschap kan echter nog steeds door RVO ter controle opgevraagd worden. De blokkerende zeggenschap moet daarom ook nog steeds in de akte goed opgenomen zijn.

Blokkerende zeggenschap

Eén van de voorwaarden voor de toekenning van extra bedrijfstoeslag is, dat de jonge landbouwer beschikt over “ blokkerende zeggenschap”. Een jonge landbouwer heeft een blokkerende zeggenschap, indien hij/zij ondernemersbeslissingen van meer dan € 25.000 kan tegen houden.
Indien alle maten/vennoten onbeperkt bevoegd zijn, is er geen sprake van blokkerende zeggenschap en kan geen toeslag worden verkregen. Wanneer het gaat om een samenwerking van alleen jonge landbouwers, dan mogen alle maten of vennoten wel onbeperkt bevoegd zijn.

Verder is er geen sprake van blokkerende zeggenschap, wanneer in de akte is opgenomen, dat de andere maten of vennoten de samenwerking eenzijdig kunnen opzeggen, zonder dat de Jonge landbouwer het zogenoemde voortzettingsrecht heeft. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij proefmaatschappen. Deze komen dus niet in aanmerking voor de extra jonge-boeren steun. Klik hier voor meer informatie.

Jong en oud hebben elkaar nodig

Een gemengde groep jongere en oudere boeren en tuinders verzamelden zich op 18 april 2017 in het LLTB Landbouwhuis te Roermond voor de start van het nieuwe, landelijke Agripoolnetwerk van LTO en NAJK. Klaas Johan Osinga van LTO Team Internationaal schreef een artikel hierover.

De ontwikkeling van de landbouw vraagt samenwerking tussen jong en oud. De situatie in landbouworganisaties en –coöperaties verschilt daarbij niet zo gek veel van die in het gezin. Ouderen, met al hun ervaring, moeten durven open te staan voor kritiek, en jongeren moeten hun visie ontwikkelen en tonen.  Zij moeten namelijk er namelijk nog een halve eeuw mee door.

Op 18 april was de start van het nieuwe, landelijke Agripoolnetwerk van LTO en NAJK. Agripoolers zijn deskundigen op een bepaald terrein die voor Agriterra voor korte tijd op pad gaan naar een project of organisatie voor advies, training of evaluatie. Leden van NAJK, ZLTO, LLTB en LTO Noord worden door Agriterra gerekruteerd. Agriterra is actief in 15 landen in Zuid-Amerika, Afrika en Azië. De organisatie is in 1998 opgericht door de LTO’s, NAJK, Zij Actief, Vrouwen van Nu en de Nederlandse Coöperatieve Raad (NCR).

Na het welkom door LLTB-bestuurder Jan Veltmans leidde vruchtboomkweker Han Fleuren de bijeenkomst. Het thema “verjonging en vernieuwing” in de landbouw werd ingeleid door Bertine Schieven aan de hand van een studie door haar collega Nicole Sloot. Zij en Ilse Verhoijsen (Limburgs Agrarisch Jongeren Contact) waren op dat moment namens Agriterra op pad in Nepal. Het jaar 2017 is voor Agriterra het ‘Year of the Youth’.

De jonge melkveehouders Marije Klaver en Roy Meijer, beide Agripooler, presenteerden hun visie op de positie van jonge boeren in coöperaties. Marije gaf aan dat het werk in jongerenraden van coöperaties (De Samenwerking, FrieslandCampina) haar veel heeft opgeleverd: “Je bent vaak al op de hoogte voordat iets in het nieuws komt”. De coöperatie heeft jongeren nodig voor ‘versnelling van verandering’.  Roy noemde als voordeel een financiering die makkelijker rond kwam want: “Jij hebt wat van de wereld gezien”.

In de tweede helft van het programma werd in kleine groepjes nagedacht over praktijksituaties die Agripoolers tegenkomen. Dit leverde levendige discussie op over achterliggende factoren zoals de lokale cultuur en het imago van landbouw. “Waarom doet men wat men doet?”, is een vraag die de Agripooler zich vaak moet stellen.  Respecteer hiërarchie, luister goed en geef voorbeelden, waren enkele van de tips. Er rolde een lijst uit van ‘do’s’ en ‘don’ts’, zoals:

–          Respecteer de relatie

–          Pak de informele momenten

–          Zet je westerse bril af

–          Stel je open voor kritiek en verandering

Marianne Koebrugge gaf het voorbeeld van een generatiekloof in Zimbabwe. Om de dorpsoudste te winnen voor een bepaalde idee, werd hij uitgenodigd in Nederland. Daarna werden de jongeren uitgenodigd. Uiteindelijk kreeg het project steun van de dorpsoudste. Dat lukte door respect te tonen voor de lokale cultuur. Maar ook door de tijd te nemen. “Wij als Nederlanders willen meestal te snel”.

De positie van coöperaties in de land- en tuinbouw is niet voor vanzelfsprekend, zo bleek tijdens de discussies. Ook niet in Nederland. Niet iedereen gelooft in het coöperatieve model. Dit kan een terugkerend thema worden voor het nieuwe Agripoolnetwerk.

De reacties op deze eerste netwerkbijeenkomst waren overwegend positief. Vóór, tijdens en na de bijeenkomst was er veel ruimte voor informeel contact tussen de Agripoolers. Dit is een doelstelling van het netwerk: Agripoolers leren elkaar kennen, wisselen informatie uit en leren van elkaar. Een andere doelstelling is om het draagvlak binnen LTO en NAJK voor het werk van Agriterra te behouden en versterken. Daarnaast kan het netwerk gaan dienen als platform voor vragen en discussies over internationale samenwerking en de positie daarin van boeren en tuinders wereldwijd. De volgende netwerkbijeenkomst wordt gepland voor het najaar van 2017.

Klaas Johan Osinga

NAJK: Jonge boeren reageer op Wet veedichte gebieden

Vorige week heeft staatssecretaris van Economische Zaken, Martijn van Dam, de Wet veedichte gebieden online gepubliceerd. Op deze wet kan gereageerd worden door de zogeheten internetconsultatie in te vullen. NAJK roept haar leden op om te reageren op de Wet veedichte gebieden. “De wet gaat ook over de toekomst van jonge boeren en het bestaansrecht van hun bedrijf”, aldus Stijn Derks dagelijks bestuurder bij NAJK met de portefeuille intensief.

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk dat provincies grenzen stellen aan de omvang van veehouderijen. Dit kan bijvoorbeeld door een maximum te stellen aan het aantal dieren of het aantal veehouderij locaties. De aanpak hiervan kan per regio verschillen. Doel hiervan is om het leefklimaat voor de bewoners van veedichte gebieden te verbeteren.

Aanleiding

In juli 2016 is het VGO-rapport gepresenteerd. In het rapport stonden de resultaten centraal van het onderzoek naar de effecten van veehouderijen op de gezondheid van omwonenden. Uit het onderzoek bleek dat onder andere fijnstof en ammoniak de volksgezondheid aantasten. Naar aanleiding van het onderzoek onderzochten staatssecretarissen Van Dam (Economische Zaken) en Dijksma (Infrastructuur en Milieu) of het wetsvoorstel dieraantallen uit 2014 juridisch mogelijk is. Hieruit is de Wet veedichte gebieden ontstaan.

Visie NAJK

Volgens NAJK is het sturen op de omvang van veehouderijen niet de oplossing. De oplossing moet vooral gezocht worden in de vele innovatieve systemen welke al worden toegepast of nog in ontwikkeling zijn. Om deze systemen op grote schaal haalbaar te maken is het volgens NAJK niet verstandig om bedrijven te remmen in hun ontwikkeling en zo de investeringen in deze systemen onmogelijk te maken.

Oproep

“Het is van belang dat zoveel mogelijk jonge boeren hun stem hierin laten horen. Door vooraf actief mee te denken in nieuwe wet- en regelgeving kunnen wij nu al laten zien welke zaken in praktijk haalbaar en niet haalbaar zijn in plaats van hier achteraf pas tegenaan te lopen”, aldus Derks. Tot 23 mei is het mogelijk om te reageren op deze wet. Een eenvoudige versie van de Wet veedichte gebieden is hier te vinden.

Jonge boeren en tuinders op stage bij ministerie van Economische Zaken

Enkele jonge boeren en tuinders stapten woensdag 12 april 2017 een dag in het leven van de ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken. Het bezoek van de jonge boeren en tuinders aan het ministerie van Economische Zaken is het vervolg op de ambtenarenstage. Ambtenaren liepen eind 2016 een dag mee op het bedrijf van de jongeren.

De deelnemers van de stage voor ambtenaren waren welkom op het ministerie van Economische Zaken. De ambtenaren lieten de jongeren kennis maken met hun ministerie en lieten ze ervaren wat het leven van een ambtenaar inhoudt.

Kennisuitwisseling

In de ochtend kregen de jonge boeren en tuinders meer te weten over de gevolgen van de Brexit. Jasper Dalhuisen vertelde over de economische schade die het besluit van de Britten teweegbrengt. “De agrofoodsector is behoorlijk verbonden met het Verenigd Koninkrijk. Het is daarom belangrijk dat er goede handelsafspraken gemaakt worden,” aldus Dalhuisen. Beleidsambtenaar Johan Sterrenburg vertelde de jonge boeren en tuinders over mededingen en samenwerking in de land- en tuinbouw. Sterrenburg: “De mededingingswet waarborgt eerlijke concurrentie. Als de markt niet werkt, moet de overheid regels stellen.”

Verkennen ministerie

Marjolijn Sonnema, directeur-generaal Agro en Natuur, ging met de jongeren in gesprek over de gang van zaken bij ministerie van Economische Zaken. “Wij zijn van oudsher goed in het betrekken van de sector. De overheid is altijd bezig met het afwegen van belangen.” Ze vertelde over het traject voor het beantwoorden van Kamervragen. Tijdens de Jonge Boeren Bingo verkende de jonge boeren en tuinders het ministerie.

Speeddate

Tijdens het middagprogramma werd er gedatet. De jonge boeren en tuinders vroegen de ambtenaren het hemd van het lijf over zaken als de gang van zaken in Den Haag, de kabinetsformatie, hun werkzaamheden en hun achtergrond. Maar ook andersom werden er veel vragen gesteld, want de ambtenaren waren zeer benieuwd naar de visie van jonge boeren en tuinders op de toekomst van de land- en tuinbouwsector.

De jonge boeren en tuinders hebben een beeld kunnen krijgen van de werkzaamheden van de ambtenaren op het ministerie. “We kijken weer terug op een zeer geslaagde uitwisseling en kijken uit naar de volgende uitwisseling”, aldus Andre Arfman, voorzitter van NAJK.

 

Wat deed NAJK voor jou in maart?

Iedereen bij NAJK zet zich dag in dag uit voor 100% in voor jou als lid. We zorgen bijvoorbeeld voor het materiaal, achtergrondinformatie en gespreksleiders voor interessante bijeenkomsten of discussieavonden, ontwikkelen trainingen en cursussen, regelen winacties en behartigen jouw belangen in Den Haag of Brussel. Wat deed NAJK voor jou in maart? Hier een kleine greep uit alle activiteiten:

  • NAJK heeft de jonge boeren en tuinder: kies wijs! campagne gedaan.
  • Een aantal dagelijks bestuurders van NAJK hebben de verkiezingsdebatten over land- en tuinbouw bijgewoond en vragen gesteld namens de jonge boeren en tuinders.
  • NAJK heeft op de Rundvee Mechanisatie Vakdagen (RMV) en Landbouwdagen Intensieve Veehouderij (LIV) in Venray gestaan.
  • NAJK heeft samen met Interpolis een bijeenkomst gehouden over het managen van weersrisico’s in de akkerbouw. Ook werd het partnercontract verlengd.
  • Dagelijks bestuurder Sander Thus heeft de deelnemers aan de YFM academy rondgeleid op zijn varkens- en akkerbouw bedrijf en verteld over de sector.
  • Dagelijks bestuurder Iris Bouwers heeft namens de Nederlandse jonge boeren en tuinders input geleverd in de vergadering van CEJA, het Europese overkoepelende orgaan van NAJK.
  • De dagelijks bestuurders van NAJK zijn in gesprek geweest met de sectorspecialisten van Rabobank.
  • Stijn Derks is verkozen tot dagelijks bestuurder bij NAJK met de portefeuille intensief. Hij volgt hiermee Ronald van Leeuwen op.

Wat zal NAJK voor jou doen in april?

Natuurlijk zal in april ook veel door NAJK worden georganiseerd. Lees het laatste nieuws op de NAJK-website. Hierbij alvast een voorproefje:

  • Op donderdag 6 april zijn een aantal dagelijks bestuurders aanwezig bij de bijeenkomst ‘zaaien voor een toekomstig GLB’.
  • De jonge boeren en tuinders die mee hebben gedaan aan het dagje praktijk zullen een dagje mee gaan lopen op het ministerie van Economische Zaken.
  • Op 18 april organiseert NAJK samen met LLTB, ZLTO, LTO Noord en Agriterra een Agripooldag. Agripoolers kunnen elkaar op deze dag spreken en kennis uitwisselen.
  • NAJK organiseert in april twee Boer zoekt Boer matchbijeenkomsten. Op 24 april in Emmeloord en op 26 april in Joure.

“Schippers, denk ook aan de toekomst van Nederlandse land- en tuinbouw”

Jonge boeren en tuinders hebben behoefte aan een kabinet dat prioriteit maakt van de land- en tuinbouw. Die boodschap heeft Andre Arfman, voorzitter van NAJK, neergelegd bij kabinetsinformateur Edith Schippers. “De Nederlandse land- en tuinbouw is toe aan een ministerie voor landbouw met veel passie en trots voor de Nederlandse agrarische sector”, aldus Arfman.

Continuïteit Nederlandse land- en tuinbouw

In de brief aan Schippers wijst Arfman onder andere op het belang van ondernemersruimte voor jonge boeren en tuinders. Arfman: “Al jaren staat het aantal jonge boeren en tuinders die een agrarisch bedrijf voort willen zetten onder druk. Het is voor de continuïteit van de agrarische sector van groot belang dat jonge boeren en tuinders de ruimte krijgen en weer volop perspectief zien om te ondernemen in de groene ruimte.” Hij doet een beroep op Schippers om bij de informatie het belang van jonge boeren en tuinders voorop te stellen.

Ministerie voor landbouw

NAJK spreekt de wens uit voor een ministerie voor landbouw: “De land- en tuinbouw raakt iedereen. Daarom hopen wij dat het nieuwe kabinet prioriteit maakt van de land- en tuinbouw. Dat er een ministerie komt voor landbouw, met veel passie en trots voor de Nederlandse agrarische sector en natuurlijk in het speciaal de jonge boeren en tuinders”, aldus Arfman. Jonge boeren en tuinders staan voor grote uitdagingen in de toekomst: klimaatverandering, bodemvruchtbaarheid, het nieuw te vormen Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). “Wij jonge ondernemers hebben goud in handen als de overheid inzet op duurzame oplossingen die de land- en tuinbouw te bieden heeft.”

Inzet kabinet

Ook heeft NAJK in de brief aan Schippers de belangrijkste thema’s voor de nieuwe regeerperiode kernachting weergegeven in 12 punten. Hierbij wordt ingezet op onder andere verbetering van de bodemkwaliteit, een eerlijke verdeling van marktmacht, ruimte voor innovatie en groen onderwijs.

Lees hier de volledige brief aan Edith Schippers!

Jonge agrariërs over Gemeenschappelijk Landbouwbeleid: meer focus op toekomst!

Op donderdag 6 april 2017 zijn bestuurders van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) in gesprek geweest met staatssecretaris Van Dam van het ministerie van Economische Zaken over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Dit deden zij op de stakeholdersbijeenkomst ‘Zaaien voor het toekomstige GLB’. NAJK vindt dat het nieuwe GLB vooral moet helpen om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan.

De komende maand wordt de inzet van het ministerie van Economische Zaken richting de Europese Commissie bepaald. NAJK wil dat het ministerie ambitieuze maar realistische doelen stelt. Werkbaarheid van het systeem en duurzaamheid staan hoog op de agenda van de jonge boeren.

Inspanning belonen

NAJK heeft in 2016 haar ledenconsultatie rond het nieuw te vormen GLB al afgerond. Tijdens de bijeenkomst kreeg de organisatie de mogelijkheid om haar visie rechtstreeks bij de staatssecretaris neer te leggen. Andre Arfman, voorzitter NAJK: “Jonge boeren hebben de antwoorden op vragen rond klimaatdoelstellingen, het wereldvoedselvraagstuk en de uitdagingen van het vergrijzend platteland. Om de grote uitdagingen van de sector aan te kunnen gaan moet er een werkbaar systeem zijn dat jonge boeren motiveert om een stapje extra te doen, bijvoorbeeld het uitvoeren van maatschappelijke taken. Boeren worden dan beloond voor hun inzet voor bijvoorbeeld natuur en landschap, maar ook voor bovenwettelijke maatregelen. Zo kan het GLB ook maatschappelijk verantwoord worden.”

Ondersteuning jonge boeren

Daarnaast vindt NAJK dat jonge boeren meer ondersteund moeten worden vanuit het GLB. Arfman: “Jonge boeren hebben de toekomst. We willen dat er in Nederland ook in de toekomst veilig en kwalitatief hoogwaardig voedsel geproduceerd wordt. Daarom moeten we ervoor zorgen dat boeren hier kunnen ondernemen. Momenteel is het ontzettend lastig om een agrarisch bedrijf te beginnen of over te nemen. Daarom pleiten wij voor extra ondersteuning in de financieel zware jaren van jonge boeren.”

Het GLB kunnen verantwoorden

Ook is NAJK uitgesproken over voedselbeleid. De jonge boeren en tuinders willen dat geld, bedoeld voor landbouw, daar ook terecht komt. Arfman: “Voedselbeleid klinkt sympathiek, maar moet niet ten koste gaan van het geld bestemd voor de boer. Beleid over voedsel zou juist gefinancierd kunnen worden vanuit Nederlandse ministeries, zeker omdat het thema voedsel nauw samenhangt met gezondheid en educatie, zaken die door de Rijksoverheid geregeld worden. In de toekomst hopen we in de landbouw een redelijke prijs uit de markt te kunnen halen. Aanvullend kan het GLB dan ondersteunen wanneer andere doelen gehaald moeten worden.” NAJK en staatssecretaris Van Dam waren het hierover eens: deze gelden moeten beschikbaar komen als financiële stimulans voor maatschappelijke inzet en innovatie.

Arfman concludeert: “Een nieuw GLB moet handvatten bieden voor de landbouw van de toekomst. Een toekomst waarin jonge boeren de ruimte hebben om te ondernemen, met een vruchtbare bodem en een goede balans van natuur en landbouw op het platteland. Daar moet het GLB de mogelijkheden voor scheppen.” NAJK is verheugd dat staatsecretaris Van Dam input vraagt van jonge agrariërs op het nieuw te vormen GLB.

Stijn Derks nieuwe portefeuillehouder intensief NAJK

Tijdens de Algemene Ledenvergadering (ALV) op donderdag 30 maart heeft het Nederland Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) afscheid genomen van bestuurder Ronald van Leeuwen. Een nieuw bestuurslid, Stijn Derks, is verkozen als dagelijks bestuurder van NAJK met de portefeuille intensief. Hij volgt hiermee Van Leeuwen op.

De ALV is bijgewoond door de afgevaardigden van de provinciale AJK’s en het dagelijks bestuur van NAJK. Derks is tijdens de ALV unaniem verkozen tot dagelijks bestuurder bij NAJK.

Nieuwe bestuurder

Derks is 22 jaar en heeft een pluimvee- en akkerbouwbedrijf in Beuningen. Derks: “Er zijn steeds minder jonge boeren. De jonge ondernemers die er zijn krijgen het moeilijker. Om onze sector in stand te houden, is het belangrijk dat de intensieve sector goed in beeld is. Wij jonge intensieve veehouders mogen trots zijn op onze bedrijven en dit uitstralen richting de consument.” Een belangrijk thema waar Derks zich de komende periode op gaat richten is de POR-regeling. “Ik vind het belangrijk dat deze regeling blijft. De voorlopers van de sector moeten niet gestraft worden. Het is belangrijk dat er ruimte voor ontwikkeling is voor de intensieve sector.”

Afscheid Ronald van Leeuwen

Van Leeuwen heeft na een periode van twee jaar afscheid genomen als bestuurder bij NAJK. Voorzitter Andre Arfman bedankte Van Leeuwen voor zijn inzet voor de agrarische jongeren: “Dankzij de inzet van Van Leeuwen is NAJK nauw betrokken geweest bij diverse belangrijke discussies voor de intensieve veehouderij.”