Alstublieft

In discussies over de vergroening van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid buitelen natuur- en landbouworganisaties over elkaar heen. Dat is al jaren zo en wordt veroorzaakt door onze gezamenlijke zorg over het landelijk gebied. Wordt er gepraat tussen ‘natuurjongens’ en ‘boerenmannen’? Nauwelijks, er heerst wantrouwen en achterdocht.

Jongeren dragen die herinnering vanuit het verleden niet. Wij zien alleen die grote toekomst die voor ons ligt. Jouw toekomst, mijn toekomst, wordt op dit moment door politici en de staatssecretaris bepaald met het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de verplichting tot vergroening. Maar onze visie is daarin wel van belang. Boeren willen een duurzamere landbouw en een vergroening waarmee we vooruit kunnen. Waarin wij, als ondernemers pur sang, uitdaging zien en in geloven.

Uitdaging, ambitie, geloof en idealen waarvoor je durft te staan. Als je er zo over nadenkt, dan liggen natuur, landbouw en politiek niet ver uiteen. We willen allemaal het beste voor onze leefomgeving. Er moet toch iets te vinden zijn wat ons verbindt? Het is er! Nederland wordt verbonden…door water.
Wat is het wat boeren doen, dat natuurliefhebbers waarderen? Wat is het wat boeren doen, omdat zij het belangrijk vinden? Dat is….. de zorg voor sloten en slootranden. Wat wordt er door de maatschappij meer gewaardeerd dan ons platteland van akkers en weilanden, omzoomd door sloten? Sloten vormen onmiskenbaar het gezicht van Nederland. Sloten en slootranden zijn daarnaast essentieel voor onze waterberging en dus tegen wateroverlast, voor het reguleren van de grondwaterstand om onze gewassen optimaal te laten groeien, en als thuisbasis voor schillende soorten vogels, vissen, insecten en planten. Voor een boer zijn bijvoorbeeld natuurlijke vijanden belangrijk, omdat zij plagen onderdrukken, het biologisch evenwicht bewaren. Wat resulteert in reductie van gewasbescherming en leidt tot verbering van milieuprestaties.
Sloten- en slootranden zijn dus belangrijk voor boer én burger. Daarover zijn we het eens. Die eensgezindheid mogen we niet verliezen. Mijn voorstel? Pak het vast en veranker het. Want het verbindt ons en brengt ons verder. Het heeft gemeenschappelijk draagvlak terwijl dat zo vaak ver te zoeken is. Waar past dat beter thuis dan in het landbouwbeleid? Het heeft niet voor niets de naam ‘Gemeenschappelijk’. Een beter cadeau kunnen we staatssecretaris Dijksma, met de feestmaand in zicht, niet geven. Verrassend, ingenieus en degelijk verpakt. Alstublieft!

Eric Pelleboer
Dagelijks bestuurder NAJK, portefeuille akkerbouw

Landelijk versus regionaal

Landelijk en regionaal. Twee termen die vaak terugkomen in discussies die wij boeren voeren rondom eten en voedsel met burgers en consumenten. Landelijk en regionaal worden dan gepresenteerd als een tegenstelling. Niet alleen in discussies tussen burger en boer, maar ook in de uitvoering en ontwikkeling van het beleid op het gebied van ruimtelijke ordening. Wat betekent het voor ons, boeren, als het landelijk beleid steeds meer regionaal bedacht en uitgevoerd gaat worden?

Wie moet het gaan doen?
Er gebeurt veel in Nederland: Natuurbeleid, Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, mestbeleid, bezuinigingen… In deze tijd waarin veel regelingen en wetten veranderen en bezuinigingen worden doorgevoerd, komt steeds vaker de discussie boven drijven: wie moet het gaan doen? Wie is de uitvoerende partij? En wie is er verantwoordelijk?

Regionale invulling
Neem bijvoorbeeld de afspraken in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB): het gaat hier om afspraken tussen de landen van de Europese Unie. Een aantal van die landen, waaronder Nederland, kiezen ervoor om het door de Europese Unie gevormde kader in ons eigen land regionaal in te vullen. Een regionale invulling is voor sommige thema’s begrijpelijk, omdat zo een gebiedsspecifieke aanpak kan worden genomen. Maar een regionale invulling betekent ook dat het aantal partijen dat meedenkt over de invulling schrikbarend snel toeneemt. De discussie zal breed en uitgebreid gevoerd worden.

Jonge Landbouwersregeling
Een goed voorbeeld is de ‘Jonge Landbouwersregeling’. Een regeling die jong agrarische ondernemers stimuleert om te blijven investeren net na de bedrijfsovername. De regeling is al jaren een groot succes en biedt tot 2015 landelijk gelijke kansen voor alle jonge landbouwers. Met ingang van het nieuwe GLB zal deze regeling regionaal worden ingevuld. Het belang van deze regeling moet dus ook regionaal ingezien worden. Een regionale invulling van de ‘Jonge Landbouwersregeling’ zal een heel karwei worden, maar ook een goed resultaat bieden: het versterkt het draagvlak om voor een sterke landelijke regeling te kiezen. Een mooie wisselwerking tussen regionaal, landelijk en zelfs een beetje Europees: van een Europees beleid een regionaal succes maken.

Koen Bolscher,
Dagelijks bestuurder Melkveehouderij