NAJK-leden en -partners over het thema ‘Landbouwbeleid’
Precies een week na de verkiezingen kwamen NAJK-leden en -partners digitaal bijeen om samen te reflecteren op de uitslag. D66 lijkt met 26 zetels de grootste partij te zijn geworden, op korte afstand gevolgd door de PVV. De formatie is nog pril, maar de politieke kaarten zijn geschud. Wat betekent dit voor het landbouwbeleid – en vooral voor de jonge boer? Roy Meijer, voorzitter van NAJK, leidde het gesprek. De bijeenkomst leverde een open en levendige discussie op tussen de verschillende partners uit de landbouwketen.
Een nieuw midden of juist meer tegenpolen?
Het gesprek trapte af met de vraag: Welke richting gaat het landbouwbeleid op, gezien deze uitslag?
Roy Meijer schetste dat NAJK bij de verkiezingsprogramma’s vooral zag dat ruimtelijke ordening dit jaar nadrukkelijker op de kaart stond dan eerder. “Hoe deel je Nederland in, wie krijgt welke emissieruimte en hoe gaan we het uitvoeren?” aldus Meijer. Met D66 als grootste partij verwacht hij dat de vorming van een stabiel kabinet mogelijk is, “zeker als de vier middenpartijen elkaar weten te vinden.” Wel waarschuwde hij dat het lastiger wordt als de coalitie zich vormt rond uitgesproken linkse of rechtse blokken. “Dan wordt het moeilijker om beleid bij elkaar te brengen. Als NAJK willen we de banden met de politieke partijen juist goed aanhalen.”
Ook bij de Rabobank klinkt die wens naar stabiliteit door. “Hoe extremer de coalitie met partijen uit randen van het politieke spectrum, hoe meer er via compromissen gewerkt moet worden,” werd er opgemerkt. Toch heerst er gematigd optimisme: “We verwachten dat D66 samen met coalitiepartners iets meer een middenkoers gaat varen. Het is nu echt nodig dat er concrete stappen worden gezet. De landbouw wacht al jaren op duidelijkheid, juist jongeren hebben een stip op de horizon nodig voor hun bedrijfsontwikkeling,” aldus Marijn Dekkers.
Stefan Schulte van DeLaval merkte op dat de winst van D66 onder melkveehouders wel voor zorgen zorgde. “Toch lijkt D66 inmiddels wat meer naar het centrum opgeschoven. Een beetje tegengas vanuit rechts zou niet verkeerd zijn, want we zetten onszelf nu met stikstofreductie en KDW wel erg snel op slot. Maar het is moeilijk om nu in de glazen bol te kijken welke kant het opgaat.”
Vanuit BO Akkerbouw klonk vooral een roep om “keuzes maken, stabiliteit en uitvoeringskracht.” “We hebben er als sector niet veel aan als men nu iets kiest en het over twee jaar weer heel anders moet. Ik vind het belangrijk dat er brede steun voor het beleid is. Nu biedt de uitslag met een stabiel midden kabinet daar wel mogelijkheden voor,” zei André Hoogendijk. “Wat betreft gewasbescherming en het brede belang voor onze voedselsector ligt er voor álle partijen nog een flinke opgave; geen enkele partij heeft dat echt goed uitgewerkt.”
Siem Vlaanderen, aspirant-bestuurder bij HAJK en werkzaam bij stichting Wij.land, gaf aan dat hij het persoonlijk tijd vindt om stappen te zetten. “Blijven hangen op het punt waar we nu staan heeft geen nut meer. Een coalitie in het midden biedt meer samenhang, ruimte voor samenwerking en leidt tot minder polarisatie.” FrieslandCampina benadrukte dat de winst van D66 bij leden ook de nodige vragen opriep. “Voor veel boeren waren de uitspraken van Tjeerd de Groot reden tot zorg,” vertelde Gerrit van Schaick. “Toch kom je voor gedragen beleid uiteindelijk altijd uit in het midden.” Hij pleitte voor meer aandacht voor het platteland: “Er is een groot verschil tussen stad en regio. Investeer in het platteland en de landbouw om die kloof te verkleinen. En maak niet alleen doelen, maar ook uitvoerbaar beleid dat ondernemers stimuleert om in beweging te komen.” Ook vanuit DAJK klonk een vergelijkbare toon. “Wat ons opviel: veel mensen zijn toch afgehaakt bij BBB. Er is behoefte aan een stabiele regering die echt gaat regeren en met concrete oplossingen komt,” zei Steven Drent.
Duidelijkheid als sleutelwoord
De tweede helft van het gesprek ging over wat de uitslag betekent voor de bedrijven en organisaties zelf. Vrijwel alle deelnemers benadrukten het belang van duidelijkheid en voorspelbaarheid.
De Rabobank gaf aan dat ondernemers behoefte hebben aan een helder beleidskader. “Wij zijn gebaat bij een duidelijkere lijn: weten wat wel en niet kan. Nu ontbreekt het aan ‘piketpaaltjes’ waarlangs we kunnen financieren. Daardoor moeten we zelf de toekomst voorspellen, en dat is deels ook ondernemerschap, maar de onzekerheid is nu simpelweg te groot geworden,” aldus Marijn Dekkers. Siem Vlaanderen van HAJK en stichting Wij.land deelde dat hij ervaart dat er onder boeren veel energie is om te werken aan opgaven en verduurzaming. “Hopelijk komt er nu meer aandacht voor regionale samenwerking en gebiedsopgaven. Diversiteit tussen bedrijven is waardevol, we moeten niet streven naar eenheidsworst.” DeLaval hoopt dat er in de nieuwe coalitie kansen voor innovatie ontstaan. “Veel partijen willen de stikstofuitstoot omlaag brengen en staan open voor technologische oplossingen. Meer ruimte voor vernieuwing biedt kansen voor de sector én voor bedrijven zoals het onze. Efficiëntie en innovatie kunnen daarbij veel betekenen,” zei Stefan Schulte.
BO Akkerbouw legde de nadruk op uitvoeringskracht en gewasbescherming. “Telers lopen vast op een krimpend middelenpakket. Er is behoefte aan een overheid die naast de sector gaat staan en helpt om dit tijdig en constructief te organiseren en mee te denken over innovatieve oplossingen”, stelt André Hoogendijk. FrieslandCampina hoopt dat de zogenoemde ‘gouden driehoek’ – overheid, bedrijfsleven en wetenschap – weer beter gaat samenwerken. “Export moet weer gezien worden als kans, niet als probleem”, vindt Gerrit van Schaick. “Beleid moet ondernemers helpen, niet hinderen. Vakmanschap moet weer bovenaan worden gezet. Je moet gaan belonen op prestaties en niet sturen op krimp. En vergeet niet dat vergunningverlening echt op gang moet komen.”
DAJK gaf aan dat het waarschijnlijk nog wel even duurt voordat er echt duidelijkheid komt. “D66 zegt jonge boeren perspectief te willen bieden in hun partijprogramma. Als er een centrumrechts kabinet komt, kunnen daar ook werkbare oplossingen uit voortkomen. Tegelijkertijd moeten we realistisch blijven: bestaand beleid draai je niet zomaar om, en de deadlines blijven staan. Het is dus nog even afwachten – maar dat zijn we in de landbouw wel gewend,” aldus Steven Drent. NAJK-voorzitter Roy Meijer sloot zich daarbij aan: “Voor ons biedt deze uitslag zowel kansen als risico’s. Het hangt er helemaal van af van hoe er wordt onderhandeld en hoe je in de wedstrijd staat. Als we blijven praten over wat er allemaal afgeschaft moet worden, komen we niet verder. Op een gegeven moment worden zaken realiteit en moeten we het samen hebben over het ‘hoe’: hoe vullen we beleid samen in, op een realistische manier.” Marijn Dekkers van Rabobank gaf ten slotte aan dat het erg goed is dat NAJK in gesprek blijft met politiek en ketenpartners: “De kont tegen de krib gooien is makkelijk, maar uiteindelijk moet je het samen doen. Door in gesprek te blijven, kun je zorgen en ideeën overbrengen én werken aan kansen.”
Hoopvol maar realistisch
Hoewel er nog veel onzekerheid is over de formatie, was de stemming aan het einde van de bijeenkomst voorzichtig positief. De rode draad: stabiel bestuur, uitvoerbaar beleid en het samen doen zijn cruciaal voor de toekomst van de landbouw.
Deze themabijeenkomst over ‘Landbouwbeleid is tot stand gekomen met medewerking van: Marijn Dekkers (Rabobank), André Hoogendijk (BO Akkerbouw), Gerrit van Schaick (Friesland Campina), Stefan Schulte (DeLaval), Steven Drent (DAJK), Siem Vlaanderen (HAJK) en Roy Meijer (NAJK).
Dit artikel is onderdeel van ons ledenblad BNDR en verscheen in de editie van december 2025.
Tekst: Roos Verhoef-Roeleveld
Beeld: Dirk Hol

