NAJK: Kwaliteit internet op het platteland beschamend

Met de start van de discussie over smart farming en big data roept NAJK op om snel de kwaliteit van internet op het platteland te verbeteren. Vanaf deze week discussiëren de leden van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) over het discussiestuk ‘smart farming en big data’. Jonge boeren en tuinders, vertegenwoordigd in de 124 lokale en 10 provinciale afdelingen van NAJK, gaan de komende twee maanden de discussie aan met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en elkaar. Binnen NAJK is deze stellingname door de achterban leidend in de werkzaamheden voor het dagelijks bestuur.

“Wij vertegenwoordigen de ondernemers van de toekomst”, zegt Eric Pelleboer, voorzitter van NAJK. “Vanuit die positie willen wij vooruitgang en vernieuwing brengen. Dit doen wij onder andere door de standpunten en aanbevelingen die vanuit onze leden uit het discussiestuk ‘smart farming en big data’ komen, in te bedden in beleid en praktijk.”

“Wij willen aan de gang met de nieuwste technologieën, met alles wat smart farming en big data ons kunnen bieden, aldus Pelleboer. “Tegelijkertijd is de internetverbinding in veel delen van Nederland nog ondermaats. Dat is beschamend in een land dat koploper in de wereld is. En we willen graag ook koploper blijven! Wij roepen op tot snelle en concrete actie om de snelheid van het internet op het platteland sterk te verbeteren.

”Internet is voor boeren en tuinders van groot belang voor het efficiënt uitoefenen van hun beroep. Steeds meer onderdelen van het agrarisch bedrijf zijn geautomatiseerd en afhankelijk van internet, zoals systemen voor controle en temperatuurbeheersing of aansturing van voersystemen. In de land- en tuinbouw is gebruik van GPS gemeengoed. Er zijn echter nog veel ondernemers die onvoldoende ontvangst hebben. Deze systemen vragen vaak een constante internetverbinding voor uitwisseling van gegevens. Daarnaast vraagt de overheid van boeren en tuinders dat informatie digitaal wordt ingediend. “Internet is in geen enkel bedrijf meer weg te denken. Dus ook in de agrarische sector niet”, reageert Pelleboer.

Pelleboer: “Over twee maanden hebben onze leden de discussiebijeenkomsten over smart farming en big data afgerond. Hun standpunten worden dan via ons vertaald in concrete acties voor politiek en praktijk. Dan gaan wij dus aan de slag met vernieuwingen op het gebied van smart farming en big data. Ik stel voor dat dit bijna oubollige probleem van ondermaats internet, dan voorgoed opgelost is.”

Nieuwe bedrijfsopvolgingsregeling heeft oog voor de continuïteit in het agrarisch bedrijf

De bedrijfsopvolgingsregeling in de erf- en schenkbelasting is per 1 januari 2016 aangepast. Dat betekent dat vaker dan voorheen er geen sprake is van schenking- of erfbelasting bij de bedrijfsoverdracht.

Rekenmodel: normberekening
De nieuwe regeling geeft aan op welke wijze ‘de voortzettingswaarde’ voor bedrijven in de veehouderij en akkerbouwsector vastgesteld kunnen worden. De voortzettingswaarde wordt voor een aantal sectoren in de agrarische sector volgens een rekenmodel bepaald. Het rekenmodel gaat uit van normbedragen per sector, gecorrigeerd met de kosten voor pachtgronden, opbrengsten betalingsrechten (tot en met 2019) en mestafzetkosten. De twee laatstgenoemde posten worden extracomptabel meegenomen.

Specifieke regels
Naast de berekening van de normbedragen per sector gelden specifieke regels voor een aantal zaken. Het woonhuis (bedrijfsvermogen) moet afzonderlijk in de berekening worden meegenomen. Evenzo geldt dat voor financiële vaste activa, waaronder ledenbewijzen, aandelen, certificaten en obligaties en dergelijke vlottende activa, liquide middelen en kortlopende schulden worden in beginsel niet in de berekening meegenomen. De kortlopende activa en passiva vormen namelijk het werkkapitaal. Zijn er overtollige liquide middelen, dan horen deze in de inkomstenbelastingsfeer niet op de balans en zijn deze uitgesloten van de regeling. Binnen een besloten vennootschap geldt hierbij de grens van 5% van het aandelenkapitaal.

Nieuw: langlopende schulden en oneindige voortzetting
Nieuw is dat vanaf 2016 afzonderlijk rekening wordt gehouden met de op het bedrijf drukkende langlopende schulden. Dat gebeurt binnen de het bestaande rekenmodel niet. De contant making van de geldstromen in de onderneming vindt vanaf 2016 niet meer plaats op 15-jaar basis maar op basis van een oneindige voortzetting. Hierdoor zal in verband met de dekking van de kosten voor de vervangingsinvesteringen bij de normberekening vanaf 2016 rekening worden gehouden met de afschrijvingen. De “normbedragen” per ha of per vee-eenheid worden afgestemd op de financieringsruimte binnen het bedrijf.

Voor akkerbouw en veehouderij
Het rekenmodel geldt alleen voor bedrijven in de veehouderij en akkerbouwsector. Voor andere sectoren in de agrarische sector wordt de berekening van de voortzettingswaarde -per eenheid gebaseerd op de gecorrigeerde resultaten uit de voorgaande jaren- op een vergelijkbare wijze vastgesteld.

Slotsom
De bedrijfsopvolgingsregeling is tot stand gekomen na onderhandelingen tussen de Belastingdienst/Ministerie van Financiën en het landbouwbedrijfsleven. De vertegenwoordigers van het landbouwbedrijfsleven kernschetsen de nieuwe regeling als ‘toekomstbestendig’. Daarmee wordt bedoeld dat de continuïteit van een onderneming bij een bedrijfsopvolging in financiële en fiscale zin niet belemmerd zal worden door de erf- of schenkbelasting.
Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Flynth en kijk op www.flynth.nl/vestigingen voor een vestiging bij u in de buurt.

Bron: Flynth

NAJK: jonge boeren nemen stelling in discussiestuk ‘Fosfaat en mestverwerking’

De achterban van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) heeft stelling genomen in het discussiestuk ‘Fosfaat en mestverwerking’. Jonge boeren en tuinders, vertegenwoordigd in de 124 lokale en 10 provinciale afdelingen van NAJK, gingen de afgelopen maanden de discussie aan met maatschappelijke organisaties over fosfaat en mestverwerking. Tijdens de discussies die naar aanleiding van het discussiestuk zijn gevoerd, gaven jonge boeren en tuinders volop suggesties voor verbetering van beleid en praktijk. Binnen NAJK is deze stellingname door de achterban leidend in de werkzaamheden voor het dagelijks bestuur.

De jongeren waren unaniem in hun standpunt dat optimale bemesting op dit moment onhaalbaar is binnen de Brusselse eisen. De plaatsingsruimte is te laag om de bodemvruchtbaarheid duurzaam en dus voor lange termijn op peil te houden, aldus de leden. De jonge boeren en tuinders van NAJK hebben concrete aanbevelingen gedaan. Zo zou ook in de akkerbouw de mestnormen moeten samenhangen met de opbrengst en het op peil houden van een gezonde bodemvoorraad. De leden denken hierbij aan een systematiek die vergelijkbaar is met de Kringloopwijzer in de melkveehouderij.

Om mestverwerking te laten slagen is de belangrijkste voorwaarde dat er voldoende marktkansen in de afzet zijn, aldus de achterban. Afzet van concentraten zou daarbij ook mogelijk moeten worden gemaakt. Bovendien zou er meer voortgang in de ontwikkeling van de technische mogelijkheden bij mestverwerking moeten komen. De leden achten deze stappen belangrijker dan samenwerking binnen de primaire sector of aansturing door de overheid als methoden om mestverwerking succesvol te laten zijn. Voor de overheid zien zij vooral een faciliterende rol. Een belangrijk punt waar de overheid in moet faciliteren is de introductie van kunstmestvervangers uit mestverwerking. Deze mogelijkheid zou de land- en tuinbouw een stuk duurzamer maken, volgens de jonge boeren van NAJK. Leden van NAJK willen niet dat mestverwerking een verplichting wordt voor bedrijven die voldoende mestplaatsingsruimte hebben.

“Vanaf januari zijn wij een half jaar de voorzitter van de Europese Unie”, zegt Koen Bolscher, dagelijks bestuurder bij NAJK. “Eén van de dingen die in de Europese Unie op stapel staat is de herziening van de regels omtrent meststoffen. Staatssecretaris Van Dam zou zich tijdens het Nederlands voorzitterschap er voor in kunnen zetten om nu eindelijk concentraten als kunstmestvervanger toe te staan. We wachten al te lang. De bewijzen dat het kan zijn er al volop.”

Voedselproductie het belangrijkste stukje economie?

We hebben in Europa veel zekerheden: de zekerheid dat we gevrijwaard zijn van oorlog, de zekerheid van een munteenheid waar niets mee kan gebeuren, onze oudedagsvoorziening is geregeld en onze pensioenen zijn in goede handen. Daarnaast hebben we ook nog de zekerheid dat we altijd voldoende veilig voedsel hebben.

Europa is een soort klok zonder batterij. In dit ‘veilige’ Europa is Nederland een klein radertje in het grote klokwerk. Maar wel een van de radertjes die de klok op het gebied van know how laat draaien. Vooral in de agrarisch sector blinken Nederlanders uit in innovatie, milieu en efficiëntie. Maar welke visie heeft de Nederlandse overheid om Nederland binnen Europa en op de wereldmarkt, de komende vijf tot tien jaar, vooruit te helpen? In de tuinbouw is bijvoorbeeld het areaal rozen de afgelopen jaren gekrompen, van boven de 1200 hectare naar zo’n 250 hectare omdat de productie verplaatst naar het buitenland. Ook in de tomatenteelt zie je ontwikkelingen op het gebied van productie-uitbreiding in het buitenland. Gaat deze trend doorzetten? En wat heeft dit voor gevolgen voor de Nederlandse tuinbouwsector als we niet mee kunnen komen met de internationale competitie? Dan hoor ik vaak zeggen: ‘wij hebben we de gouden driehoek’. Gouden driehoek? De verbinding tussen ondernemers, kennisinstellingen en onderwijs. Oh ja, de know how (kennis)-economie waar we in Nederland zo trots op zijn en waar we wereldwijd reclame voor maken. Als we dit delen, delen we dan ook mee in de opbrengsten? Want als de driehoek in stand gehouden moet worden, zullen de drie partijen er wat mee moeten opschieten. Ik ben van mening dat een gouden driehoek daar ontstaat waar er ontwikkeling en innovatie plaatsvinden. Daarvoor heb je ondernemers nodig die zich kunnen ontwikkelen. Als deze ontwikkeling verhuist naar het buitenland, verhuizen op termijn misschien ook de kennisinstellingen en het onderwijs. Daarnaast zal er in Nederland minder geproduceerd worden. Dit draagt bij aan de milieudoelstelling op korte termijn, maar zonder ontwikkeling en innovatie op lange termijn. Door veroudering van de bedrijven ga je er op termijn op achteruit. Dat gaat sneller dan je denkt en dit gaat ten koste van de werkgelegenheid. Velen zullen denken gelukkig minder buitenlandse arbeidskrachten, maar helaas ook minder mensen die bijdragen aan onze binnenlandse economie en minder mensen die boodschappen doen. Wel meer ruimte op de huizenmarkt, waardoor de huizenprijzen dalen en veel mensen in problemen komen met hun hypotheek. De primaire productie van voedsel in een land staat aan de basis van en werkt door op de gehele economische situatie ook binnen een rijk en ontwikkeld land als Nederland.

In Parijs zijn de onderhandelingen over het klimaat in volle gang. Hopelijk let onze overheid goed op het klimaat als milieudoelstelling en nemen ze het ondernemersklimaat ook mee in hun visie naar de toekomst.

Jan Enthoven
Dagelijks bestuur NAJK, portefeuille tuinbouw

7 vragen aan de nieuwe dagelijks bestuurder Ronald van Leeuwen

  1. Sinds september ben je dagelijks bestuurder bij NAJK, hoe ben je aan die functie gekomen?

Ik zag de vacature voorbijkomen in de nieuwsbrief van NAJK. Ik werd enthousiast en ik dacht dat is iets voor mij. Ik heb daarna contact opgenomen en gesolliciteerd.

  1. Wat wil jij bereiken voor jonge ondernemers in de intensieve veehouderij?

Een goed gezond ondernemersklimaat voor de jonge boeren, zodat er toekomst en ruimte bestaat om te kunnen, mogen en blijven produceren en bedrijfsontwikkelingen mogelijk blijven.

  1. Hoe ga je dit aanpakken?

Ik zoek, samen met de afgevaardigden pluimvee en kalverhouderij, naar de kansen en obstakels voor de jonge veehouders. Bijvoorbeeld als nieuwe wet- en regelgeving wordt ontwikkeld, dan proberen we dit voor de jongeren te verbeteren.

  1. Wat vind je lastig aan een bestuursfunctie?

Je kunt niet alles tegelijk aanpakken. De dingen die je doet, moeten goed gebeuren. Dat betekent ook keuzes maken.

  1. Hoe combineer jij jouw bestuurswerk met het bedrijf?

Samen met mijn ouders run ik het bedrijf thuis en als ik weg ben dan kunnen mijn ouders het vaak overnemen en anders komt er een collega-varkenshouder mij vervangen.

  1. Wat wil je jonge ondernemers in de intensieve veehouderij adviseren?

Doen wat je gelukkig gemaakt. Doe het voor jezelf. Ga ervoor en betrek de juiste mensen om je heen om jouw doelen te kunnen realiseren. Maak goede en gezonde keuzes. Beantwoord de vraag voor jezelf of de investering die je wilt gaan doen, wel echte toegevoegde waarde oplevert.

  1. Hoe kunnen NAJK-leden contact met jou opnemen?

Via mail: rvanleeuwen@najk.nl
Telefoon: 06-50742712
Twitter: @ronaldvl1

Rust en regelmaat door automatisering | DeLaval

Tekst en beeld: Agaath Timmerman

De keuze voor een automatisch voersysteem, in plaats van een melkrobot, is op melkveebedrijf vof Otterwille in Bantega opmerkelijk te noemen. Met de bouw van een nieuwe ligboxenstal heeft de familie hier een aantal jaar geleden zeer bewust voor gekozen.

Jan-Germ de Jong (26) runt samen met zijn ouders Germ (53) en Jantje (51) en broer Marten-Jan (23) de vof met 165 melkkoeien en 120 stuks jongvee. Het bedrijf is al vijf generaties in de familie. De laatste jaren worden gekenmerkt door automatisering. Jan-Germ: “In een relatief korte tijd hebben we het bedrijf geoptimaliseerd. We zijn gegroeid van 8000 liter per koe naar een gemiddelde van 9700 liter per koe.” Of het automatische voersysteem hierin een grote rol speelt,  kan Jan-Germ niet precies zeggen: “Het is de combinatie van de nieuwe stal met de draaimelkstal en de voerrobot. Dit zorgt voor rust en regelmaat voor de koeien.”

Effectief voeren

De voerrobot van DeLaval kenmerkt de bouw en inrichting van de nieuwe stal. Er is een smalle voergang van 2,5 meter breed met daarboven een loopgang. De bunkers staan in een loods ernaast. “De goedkopere bouwkosten van de stal en de voordelen van het efficiënt voeren waren voor ons doorslaggevend om over te gaan tot de aanschaf van een voerrobot”, aldus Jan-Germ. De familie kent een effectieve voertijd van 5,5 uur per week. De koeien, verdeeld over vier groepen, krijgen tien keer per dag vers voer. Het voer wordt net zo vaak automatisch aangeschoven. De voerrobot is daarbij gekoppeld aan een managementsysteem. Jan-Germ: “We krijgen elke dag informatie over wat, hoeveel en waar er is gevoerd. Dit in combinatie met de data van onze melkstal zorgt ervoor dat we beter kunnen sturen met als resultaat: een betere melkproductie.”

Data centraal

Naast de voerrobot heeft de familie De Jong geïnvesteerd in een draaimelkstal. Een 28-stands binnenmelker van DeLaval. Jan-Germ: “Ik ben geen robotboer. Bijna zes  jaar geleden ben ik in Canada geweest. Daar ben ik verliefd geworden op de draaimelkstal, een melksysteem dat bij mij en later ook bij mijn familie bleek te passen.” De data en systemen van de voerrobot en de draaimelkstal worden geüniformeerd in DelPro Farm Manager. “Alle gegevens komen centraal in ons dashboard, waardoor we snel zijn geïnformeerd. We handelen direct bij attenties. Daarmee blijven we altijd een stap voor.” Het programma is ook gekoppeld aan een financieel managementsysteem.

Driemaal daags

Naast de voerrobot en de draaimelkstal heeft de familie de Jong nog meer geautomatiseerd. Zo is er een mestrobot, een kalverdrinkautomaat, krachtvoerboxen voor het jongvee tot negen maanden oud en werken ze met een tochtdetectiesysteem.
Door de automatisering is er mankracht over. Er wordt sinds april dit jaar driemaal daags gemolken en de kalveren krijgen driemaal daags melk. “We zijn allemaal flexibel. Iedereen kent alle taken op het bedrijf. Dat geeft voordeel op sociaal vlak en biedt ruimte om ook buiten de deur te werken”, aldus Jan-Germ.

Werkvreugde

“Het grootste voordeel van de automatisering op ons bedrijf is de rust en de regelmaat in de stal. We hebben geen pieken meer in de stal en het is er heerlijk rustig. Dat zorgt voor werkvreugde voor ons alle vier”, vertelt Jan-Germ.

Vier vragen aan de nieuwe voorzitter van CEJA: Alan Jagoe

NAJK is aangesloten bij de Europese organisatie voor jonge boeren, CEJA. Op 8 september is tijdens de World Expo in Milaan een nieuwe voorzitter van CEJA verkozen: Alan Jagoe uit Ierland. Voordat Alan voorzitter werd bij CEJA was hij voorzitter van Macra na Feirme, de Ierse organisatie voor jonge boeren. Vier vragen aan… Alan Jagoe:

  1. Alan, kun je jezelf voorstellen aan de leden van NAJK?

“Mijn naam is Alan Jagoe, 33 jaar oud. Ik ben getrouwd met Helen en heb een dochtertje van één jaar oud: Laura. Samen met mijn vader en broer run ik een gemengd bedrijf met melkvee en graanteelt. Een echt familiebedrijf. Van 2011 tot 2013 was ik voorzitter van de Ierse organisatie voor jonge boeren. Daarna ben ik twee jaar vicevoorzitter van CEJA geweest. Sinds september 2015 ben ik verkozen tot voorzitter. Naast mijn activiteiten voor CEJA ben ik actief in het bestuur van Teagasc, een overheidsdienst die zich richt op onderwijs, onderzoek en advies.”

  1. Wat wil je bereiken tijdens jouw voorzitterschap?

“Met het bestuur van CEJA wil ik me de komende tijd richten op zaken als toegang tot land en krediet. Daarnaast zal er een begin gemaakt moeten worden met de discussie over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ná 2020, als de huidige GLB-periode afloopt. Daarnaast vragen we ook lidorganisaties, zoals NAJK, wat zij belangrijke onderwerpen vinden. Dan kan CEJA zich op actuele onderwerpen richten.”

  1. Welke uitdagingen kom je zelf tegen als jonge boer?

“De uitdagingen die we als jonge boeren kennen zijn niet nieuw. De beschikbaarheid van land en krediet blijft lastig, maar zonder die middelen kunnen jonge boeren geen bedrijf runnen. Daarnaast zijn ook de schommelende opbrengstprijzen in elke sector een bedreiging voor de continuïteit van de agrarische bedrijven van jonge boeren.”

  1. Wat verwacht je van de samenwerking met NAJK?

“Ik ken NAJK als een organisatie met een actieve, vooruitstrevende en positieve invloed op Europees niveau. Jullie afgevaardigden stellen zich altijd betrokken, gepassioneerd en constructief op tijdens onze werkgroepbijeenkomsten. Ik kijk uit naar de verdere samenwerking tussen NAJK en CEJA!”

Jonge Landbouwersregeling

Tekst: Sander Thus

In 2015 heeft er, tot onze grote verbazing, opnieuw geen openstelling van de Jonge Landbouwersregeling plaatsgevonden. Gezien de vele terechte vragen van AJK-leden blikken we in deze laatste BNDR van 2015 terug op wat er in 2015 is gebeurd en, zoals NAJK betaamd, kijken we vooruit.

Het doel van de Jonge Landbouwersregeling is het ondersteunen van jonge landbouwers in hun financieel zware periode na de start of bedrijfsovername en in het verder ontwikkelen van hun bedrijf. De Jonge Landbouwerssubsidie is een investeringssubsidie die in veel gevallen de druppel is die ervoor zorgt dat jonge boeren hun bedrijf kunnen ontwikkelen en vernieuwen. Alleen al deze simpele financiële ondersteuning slingert hét vliegwiel aan voor een innovatieve agrarische sector.

De Jonge Landbouwersregeling wordt provinciaal uitgevoerd. 50% van het budget wordt door de provincies bijgedragen en de andere 50% komt uit het POP3-programma van het Europese GLB. De twaalf provincies hebben de voorbereiding van de regeling gedelegeerd aan de werkgroep Jonge Landbouwersregeling. De provincies hebben eind september bij voormalig staatssecretaris Dijksma aangegeven dat de voorbereidingen achterlopen en dat zij meer tijd nodig hebben. Dijksma heeft aangegeven te willen faciliteren zodat de Jonge Landbouwersregeling toch nog in 2015, met uitloop naar het eerste kwartaal van 2016, opengesteld zou kunnen worden.

NAJK merkt landelijk en provinciaal gelukkig dat niet alleen bij de jonge boeren het geduld omtrent de openstelling van de Jonge Landbouwersregeling op is, ook bij provincies en in Den Haag is onrust. Uitstel van openstelling van de Jonge Landbouwersregeling betekent opnieuw uitstel in de mogelijkheid ruim 250 jonge boeren per jaar te ondersteunen in het vernieuwen en ontwikkelen van hun bedrijf. In een land als Nederland, dat voorop wil lopen in innovatiekracht, is dit een opmerkelijke constatering.

NAJK heeft niet de illusie dat de Jonge Landbouwersregeling nog voor de kerst 2015 opengesteld gaat worden. Wij gaan er wel vanuit dat de betrokken overheidsinstanties wakker zijn en zich daar hard voor maken om uiteindelijk duidelijkheid te kunnen verschaffen. Wij merken dat de investerings- en vernieuwingsdrang onder ons, jonge boeren, steeds groter wordt, maar op veel plekken ontbreekt het domweg aan de middelen.

Laten we ervan uitgaan dat de openstelling van de Jonge Landbouwersregeling bij alle betrokkenen op nummer één van het lijstje goede voornemens staat.

Smart thinking | Janny Trouw

Smart farming, GPS, precision farming… de engelse termen vliegen je om de oren. Maar feit is dat agrarisch Nederland steeds beter aan de slag gaat met deze innovaties, ofwel ‘slim boeren’. Door het slim inzetten van vernieuw(en)de technieken kom je vooruit. En dat gaat verder dan alleen ‘recht rijden’.

Besparen op gewasbeschermingsmiddelen is al dagelijkse praktijk door plaatsspecifieke toepassing. Of het in kaart brengen van de bodemtoestand via satelietbeelden, waardoor je heel gericht kunt bemesten. Dat is toch geloofwaardiger dan op gevoel die ‘kwaaie hoek’ aanpakken. Slim boeren scheelt dus in de portemonnee. En voorkomen van verspilling draagt ook nog eens bij aan een goed imago.

De tijd is dus rijp voor slim(mer) boeren. Door op de juiste manier daarin te investeren gaat het ook ongetwijfeld die bijbehorende euro’s opleveren. Dit geldt voor alle boeren en tuinders, uit alle sectoren. Want overal waar handwerk aan te pas komt, kunnen we nu met behulp van technologie steeds slimmer, beter en efficiënter werken.

Vanuit mijn werk bij ZLTO volg ik de ontwikkelingen natuurlijk ook. En ik zie hele gave dingen gebeuren in het veld. Dingen waar je tien jaar geleden nog niet eens van durfde te bedenken dat het kon. Het ZLTO-congres van deze week staat zelfs in het teken van High Tech en de impact die dat heeft op de land- en tuinbouw en op ons imago.

Vanuit het perspectief van slimmer en beter produceren, maar ook de sociale impact van technologie. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met nieuwe technieken als 3D-printen, robotisering en digitalisering? Geen enkele boer wil de hele dag achter de computer zitten, want dan had hij wel een ander beroep gekozen. Maar de combinatie met het ‘boeren’ en het eindresultaat maakt het investeren aantrekkelijk. Dus als je slim bent, investeer je in de toekomst van de landbouw. Want smart farming is smart thinking!