Dag 1 & 2 – Reisverslag Uruguay

Dag 1 – Stadswandeling en foodhall

28 januari 2018

Na een lange vlucht vanaf Düsseldorf zijn we ’s ochtends aangekomen in Montevideo (Uruguay). Eerst hebben we een stadswandeling gemaakt met een gids door de hoofdstad, daar hebben we de meest bijzondere bezienswaardigheden bezocht. ’s Avonds hebben we gedineerd bij een ‘foodhall’  dit is een hal met winkeltjes met lokale producten en restaurantjes.

Dag 2 – landbouwjournalistiek en 19 melkveestallen

29 januari 2018

Om een indruk te krijgen van Uruguay kregen we een lezing van vooraanstaand landbouwjournalist Eduardo Blasina. Hij vertelde ons dat Uruguay een agrarisch exporterend land is met 12 miljoen runderen en 6 miljoen schapen, dat komt neer op 4 runderen en 2 schapen per inwoner. Uruguay is 18 miljoen hectare groot (4 maal groter dan Nederland). De vruchtbare gronden bevinden zich in het westen van het land, waar het merendeel van de runderen gehouden wordt en akkerbouw plaatsvindt. In het oosten bevindt zich voornamelijk akkerbouw met rijst en in het noorden voornamelijk bosbouw. De beste percelen hebben een waarde van € 6500,- per hectare, de minder vruchtbare grond kost ongeveer € 2500,- per hectare. De landbouwproducten worden hoofdzakelijk verhandeld op de wereldmarkt.

De middag hebben we een bezoek gebracht aan Estancias Del Lago. Dit is een gigantisch melkveebedrijf met 8800 melkkoeien en een eigen melkpoederfabriek. Op het bedrijf wordt er gemolken met drie 80-stands buitenmelkers. Alle koeien staan in stallen van 740 koeien per stal, er stonden 19 van deze stallen. Het rantsoen bestond uit mais, sorghum, soja en graan. Op het bedrijf kalven per maand 1000 koeien, werken 250 man en nog eens 250 man in de verwerking van de melk tot melkpoeder.  Het personeel werkt zes dagen achtereen, waarna ze twee dagen vrij zijn. Per dag werken ze maximaal 8 uur.

Jelle en Gerben

17 vragen en antwoorden over fosfaatrechten

Een nieuwe wereld is open gegaan. Op 1 januari 2018 is het stelsel van fosfaatrechten voor melkvee in werking getreden. Dat betekent dat u vanaf dat moment met uw melkvee niet méér fosfaat mag produceren dan het aantal rechten dat u heeft. Maar waar doet u nu goed aan? Dat hangt natuurlijk van de bedrijfssituatie af. Rendement en risico van het investeren in fosfaatrechten is erg verschillend per bedrijf. Een grote stal met overcapaciteit of juist een collega die maximaal gekort wordt?

Als melkveehouder heeft u een beschikking ontvangen waarin de fosfaatrechten aan u worden toegekend. En nu…? Onderstaand beantwoorden we de belangrijkste vragen over fosfaatrechten.

Melkveehouders

1. Ik heb een beschikking ontvangen, wat nu…?
Controleer uw situatie goed. Check op wel/niet grondgebonden, kortingspercentage, dieraantallen, melkproductie, oppervlakte en fosfaatklasse.

2. Ik heb geen beschikking ontvangen, maar denk wel rechten nodig te hebben. Wat moet ik doen?
Alleen bedrijven met dieren in de categorie 100, 101 en 102 krijgen op basis van het aantal dieren op 2 juli 2015 fosfaatrechten toegewezen. Als de registratie mogelijk niet op orde is, worden er geen rechten toegekend. Deze groep ondernemers moet naar onze mening binnen 6 weken na 1 januari een verzoek indienen bij RVO om fosfaatrechten toegekend te krijgen.

3. Ik ben het niet eens met de hoeveelheid fosfaatrechten. Welke opties heb ik?
U kunt bezwaar maken binnen 6 weken na ontvangst of u kunt zich aanmelden als knelgeval voor 1 april 2018. Het is in ieder geval raadzaam vooraf contact op te nemen met de rechtsbijstandsverzekering.

4. Mijn gegevens zijn niet correct weergegeven in de beschikking. Wat moet ik doen?
Als uw gegevens niet correct zijn, moet u binnen 6 weken bezwaar maken. Voorbeelden van redenen van bezwaar: Pal/Pw-getal onjuist geregistreerd, jongvee onjuist geregistreerd, diermutaties niet correct verwerkt of niet afgeleverde melk. Bij bezwaar tegen onjuistheden in de registratie moet u dat direct zo goed mogelijk toelichten.

5. Ik wil mij aanmelden als knelgeval, kan dat?
Aanmelding als knelgeval is mogelijk vóór 1 april 2018. U komt in aanmerking als knelgeval als u door bijzondere omstandigheden 5% minder melkvee hield op 2 juli 2015. Bijzondere omstandigheden: bouw, diergezondheid, ziekte of overlijden vennoot of aanverwant in eerste graad, publiek project, vernieling of brand. Ook voor starters geldt de knelgevallenregeling.

6. Ik ben voor 2 juli 2015 financiële verplichtingen aangegaan. Maak ik kans als ik bezwaar maak?
In het geval van financiële verplichtingen aangegaan voor 2 juli 2015 is het noodzakelijk aan te tonen dat u disproportioneel nadeel ondervindt van de invoering. Het is belangrijk om uit te rekenen hoe groot het nadeel is en wanneer de onomkeerbare besluiten genomen zijn. Maak binnen 6 weken pro forma bezwaar met een korte motivatie.

7. Hoe en wanneer wordt mijn bezwaar beoordeeld en getoetst?
De manier waarop bezwaren beoordeeld en getoetst gaan worden is nog niet bekend. De VLB-kantoren verwachten samen met RVO tot een efficiënte afhandeling van bezwaren te komen. Waarschijnlijk zullen eerst enkele bezwaren behandeld worden. Daarna vraagt RVO voor andere melkveehouders aanvullende informatie op die nodig is voor de afhandeling. RVO heeft toegezegd onderbouwde bezwaren ten aanzien van onjuiste registraties vlot af te handelen. U moet er dus rekening mee houden dat het vele maanden kan duren voordat u zekerheid heeft.

8. Maak ik meer kans op bezwaar tegen fosfaatrechten als ik succes heb gehad met mijn bezwaar tegen het Fosfaatreductieplan 2017?
Het fosfaatrecht en het Fosfaatreductieplan zijn twee compleet verschillende wetten. De wetten kennen een verschillende juridische basis, andere looptijd en een verschillende knelgevallenregeling. Wij denken dat de bezwaren tegen heffingen in het Fosfaatreductieplan geen effect hebben op bezwaren tegen de fosfaatrechten.

9. Ik had mijn jongvee op 2 juli 2015 uitgeschaard? Hoe kom ik nu toch aan fosfaatrechten?
Vanaf 1 januari 2018 kunt u een verzoek insturen om uw fosfaatrecht op te hogen. Belangrijk is dat de inschaarder moet instemmen met een verlaging van zijn fosfaatrechten. Er moet een overeenkomst zijn tussen in- en uitschaarder. Ook moet met I&R worden aangetoond dat uitscharing heeft plaatsgevonden. Via het formulier In- en uitscharen moet dit gemeld worden via Direct regelen.

10. Ik had mijn jongvee op 2 juli 2015 ondergebracht bij een jongveeopfokbedrijf? Hoe gaat dat met de fosfaatrechten?
Vanaf 1 januari 2018 kunt u een verzoek insturen om uw fosfaatrecht op te hogen. Belangrijk is dat de jongveeopfokker moet instemmen met een verlaging van zijn fosfaatrechten. Er moet een overeenkomst zijn tussen de jongveeopfokker en het melkveebedrijf. Ook moet met I&R worden aangetoond dat sprake was van jongveeopfok.

11. Ik wil fosfaatrechten overdragen. Waar moet ik aan denken?
Een melding bij RVO en 100 euro leges zorgen voor overdacht van de rechten. Let op: houd rekening met een korting van 10% van het aantal rechten. Dit geldt niet in geval van vererving, bloed-/aanverwanten tot de derde graad, partner of teruglevering in hetzelfde jaar.

12. Hoe kan ik het beste reageren met mijn bedrijfsvoering op de invoering van de rechten?
Velen van u willen de gekorte hoeveelheid fosfaat terugkopen. Een begrijpelijke reactie, maar toch.. emotie is een slechte raadgever. Het is verstandig eerst de bedrijfsvoering te optimaliseren binnen de fosfaatrechten die u heeft. In hoofdlijnen betekent dat: streef naar een hoge(re) melkproductie per koe, langere levensduur en zo min mogelijk jongvee. Kijk ook naar uw plannen voor de toekomst. Is samenwerking een optie? Of zijn er andere mogelijkheden? Weet u al waar u wilt staan over 5 jaar? Ook hier kan Flynth u uitstekend begeleiden.

13. Koop of huur van fosfaatrechten. Wat is het beste?
Rechten kunt u kopen of leasen. Flynth kan voor u een berekening maken aangaande rendement en terugverdientijd voor de aanschaf van fosfaatrechten. U kunt ook kiezen voor huur van een jaar of voor langere tijd. Houd ook rekening met de fiscale gevolgen van uw keuze. Op deze wijze kunt u specifiek voor uw bedrijf beoordelen of aanschaf van fosfaatrechten middels koop of lease een passende optie is.

14. Kan ik in aanmerking komen voor fosfaatrechten uit de op te richten Fosfaatbank?
Er is een aankondiging geweest dat een Fosfaatbank wordt opgericht. Die wordt gevuld uit de afroming van de transacties, de 10% korting bij overdracht. De spelregels en de criteria voor toekenning zijn nog volstrekt onduidelijk. Flynth denkt dat de fosfaatbank pas na afhandeling van de bezwaren actief wordt.

15. Ik ga toch meer fosfaat produceren dan mijn rechten. Wat zijn de consequenties?
Let op: als u in een kalenderjaar meer fosfaat produceert dan toegestaan, is er sprake van een economisch delict. Bij een veroordeling wordt u het economisch voordeel afgenomen, ontvangt u een boete en krijgt u een strafblad.

Vleesveehouders/zoogkoeienhouders

16. Ik ben vleesveehouder en heb geen toekenning fosfaatrechten ontvangen. Wat moet ik doen?
Alleen bedrijven met dieren in de categorie 100, 101 en 102 krijgen op basis van het aantal dieren op 2 juli 2015 fosfaatrechten toegewezen. Het jongvee van vlees/zoogkoeien moet worden geregistreerd in categorie 101 en 102. Als de registratie mogelijk niet op orde is, worden er geen rechten toegekend. Deze groep ondernemers moet naar onze mening binnen 6 weken na 1 januari een verzoek indienen bij RVO om fosfaatrechten toegekend te krijgen.

17. Heb ik voldoende rechten toegekend gekregen?
Als vleesvee- en zoogkoeienhouder is het belangrijk te checken op welke diercategorie het vee geregistreerd is. Als de aantallen niet kloppen is het raadzaam binnen 6 weken bezwaar te maken.

Wilt u meer informatie over fosfaatrechten? Neem dan contact op met uw Flynth adviseur. U kunt ook een e-mail sturen naar agro@flynth.nl of bellen met 088 – 236 77 77.

Sectororganisaties doen dringend beroep op melkveehouders

De belangenorganisaties van de melkveehouderij LTO Nederland, NMV en NAJK en de zuivelondernemingen verenigd in de NZO benadrukken het grote belang van een sluitend systeem van identificatie en registratie van runderen voor de Nederlandse rundveesector. Zij wijzen melkveehouders op hun individuele verantwoordelijkheid hierin.

Het I&R-systeem is cruciaal voor de sector. LTO, NMV, NAJK en de zuivelondernemingen zijn dan ook verontwaardigd dat een deel van de melkveehouders het afgelopen jaar heeft gefraudeerd met het I&R-systeem in het kader van het fosfaatreductieplan. Fraude is onacceptabel.

Het is in het belang van de sector om ervoor te zorgen dat het I&R-systeem zo snel mogelijk op orde komt. De organisaties gaan na welke mogelijkheden zij hebben om samen met het ministerie de fraude op te sporen en tegen te gaan.

Zorgboerderij de Hondspol: burgers als beleggers

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Boerderij de Hondspol laat zien wat de kracht van de crowd is.

Met een joviale zwaai opent Marcel Schoenmakers de deur: kom binnen! Hij kijkt me met twinkelende ogen aan. Gekleed in huissokken en een hemd met een kleurrijke bloemenprint zou je Marcel niet als boer herkennen, alhoewel deze man al lang in het vak zit. Zijn huis staat vol mooie kunst en mij wordt een ware cappuccino aangeboden, zoals ik ‘m ken uit de grote stad. Overal op zorgboerderij de Hondspol zijn mensen bezig met schilderen, kaas maken en de schapen bekappen. Toch doet de grote hoeve stil en vredig aan.

Marcel Schoenmakers op de Hondspol

Na ons kopje koffie begint Marcel te vertellen over hoe hij deze boerderij heeft kunnen kopen. Het is een combinatie van samenwerkingen en financieringsvormen. Burgers die optraden als beleggers, tijdens een crowdfunding actie en via Stichting Grondbeheer, gaven de doorslag tot succes. Ook speelde een samenwerking met de Triodos Bank een belangrijke rol.

In totaal was de financieringsbehoefte ruim twee miljoen euro. Waar had je al dat geld voor nodig?

Marcel: “Ik werkte al 24 jaar voor de Hondspol. Ik stuurde meerdere zorgboerderijen aan – waar mensen met een beperking aan het werk kunnen – voor een grote zorginstelling: Lievegoed. Het ging financieel heel slecht met Lievegoed, de boerderij zou verkocht worden en ik werd ontslagen. Toen besloot ik: “ik wil een poging wagen om deze zorgboerderij te kopen. Ik weet niet hoe. Maar dan kan ik in ieder geval vrede hebben als het niet lukt en als alles wordt verkocht.”

Aan de keukentafel bij Marcel thuis

Beleggende burgers als troef

Dit bleek een goed voornemen te zijn: het is Marcel gelukt de Hondspol te kopen. Ik ben vooral geïnteresseerd in de financiering vanuit Stichting Grondbeheer. Naast grote private instanties zoals Fagoed en A.S.R., treedt Stichting Grondbeheer als één van de grootste maatschappelijke grondbanken op. Er is grondhonger genoeg, dus liggen er kansen voor Stichting Grondbeheer en biodynamische boeren. Marcel legt het complete financieringsplaatje uit.

De koop van de Hondspol door de ogen van Marcel Schoenmakers

Marcel: “We wilden eerst de koeien, kaas en trekkers kopen getaxeerd op €255.000. Dan konden wij een doorstart maken. Daarvoor hebben we een crowdfunding actie gehouden. Er waren drie opties. Mensen konden geld schenken, geld lenen tegen nul procent rente met een aflossingstermijn van tien jaar of deels schenken en deels geld lenen tegen een winkelabonnement met een aflossingstermijn van vijf jaar. We haalden binnen drie weken ruim €300.000 op.”

“Deze crowdfunding bracht ons bij de Triodos Bank,” gaat Marcel verder. “Ik had een rekening geopend bij de Triodos Bank waar mensen geld voor de crowdfunding op konden storten. Het geld van de crowdfunding wordt door de bank als eigen vermogen gezien, en hierdoor konden we in gesprek met hen. We hadden een financiering nodig voor 34 hectaren grond en de gebouwen inclusief het erf.  De Triodos Bank kon ook echt niet meer om ons heen. Een groep van driehonderd mensen staat achter ons en we hadden een gezamenlijk doel voor ogen dat de Hondspol bleef bestaan. Dat heeft een enorme overtuigingskracht naar de bank toe.

Tijdens de onderhandelingen met Triodos Bank had Marcel ook contact opgenomen met Stichting Grondbeheer. “Wij zijn al 34 jaar een Demeter-bedrijf en passen bij de missie van de stichting. Zij had wel de interesse om de grond te kopen,” legt Marcel uit. De samenwerking met Stichting Grondbeheer trekt de Triodos Bank over de streep de grond en gebouwen te financieren. Dit verlaagt het risico voor de bank en garandeert dat de grond altijd biodynamisch zal blijven. De lening wordt verdeeld tussen Marcel en Stichting Grondbeheer. Met het geld van de crowdfunding, een deel eigen geld en de lening van de Triodos Bank kan Marcel de vier hectaren huiskavels en de gebouwen kopen. Stichting Grondbeheer koopt de resterende dertig hectaren landbouwgrond op door middel van de lening. Het gebruik van de grond komt weer bij Marcel terug door de erfpachtovereenkomst die hij met Stichting Grondbeheer heeft afgesloten.

De financieringsvorm van boerderij de Hondspol

Eeuwigdurende obligaties

Stichting Grondbeheer heeft geen inkomen. Ik vraag me af hoe ze de lening van Triodos aflost. Hier komen de eeuwigdurende obligaties in beeld. Severijn Velmans, penningmeester van Stichting Grondbeheer, vertelt mij hoe deze financieringsvorm werkt. Door het kopen van een obligatie, leen je geld uit aan Stichting Grondbeheer. De obligaties zijn eeuwigdurend, wat betekent dat de stichting de obligaties nooit terug hoeft te betalen. De obligatiehouders krijgen wel rente uitgekeerd. Zo trekt de stichting kapitaal aan om stukken landbouwgrond te kopen en te verpachten aan biodynamische boeren. In het geval van de Hondspol worden de eeuwigdurende obligaties gebruikt om de lening bij Triodos Bank af te lossen. Met campagnes voor bepaalde boerderijen probeert de stichting burgers te enthousiasmeren te beleggen in de obligaties.

Stichting Grondbeheer is de campagne Hondspol500 gestart en heeft ondertussen €620.00 opgehaald. Merk je als boer iets van deze campagne om eeuwigdurende obligaties aan te wenden voor jullie boerderij?

Marcel: “Nee. We spreken elkaar één keer per jaar. Om te beleggen in obligaties moeten mensen de boerderij een warm hart toedragen. Het kwam aan op onze lobby en daar hebben wij wel veel promotie voor gedaan, zoals het verspreiden van folders en het hangen van flyers aan onze zuivelproducten over de campagne. Tijdens de aftrap van de campagne heeft Severijn uitleg gegeven over de obligaties.”

Je deelde dat het ook wel een uitputtingsslag is geweest, dit hele proces. Welke samenwerkingen heb je opgezocht of afgeketst in deze tijd?

“We hebben veel samenwerkingen moeten afketsen. Zodra de boerderij te koop stond, wilde iedereen wat van ons. We hebben allerlei mensen gehad die hier wilden komen wonen of directeur worden. En ik mocht dan wel boer zijn. Dan is het wel de kunst om bij jezelf te blijven,” vertelt Marcel. “Daarnaast heb ik een vriend van ons, Henk Bakker, erbij gevraagd. Hij is deskundige in alles rondom financiering, ondernemersplannen, zorg maar ook wet –en regelgeving. Het is heel raar, ik was ruim twintig jaar in loondienst bij Lievegoed, dan wil ik het kopen en kan ik alleen met de advocaten van Lievegoed praten. Dit kostte veel energie en Henk heeft hier veel advies in gegeven.”

Wat zie je zelf als de succesfactoren in dit proces?

Marcel: “Ik denk de crowdfunding doorslaggevend is geweest. Het succes is, denk ik, dat wij heel eerlijk zijn geweest. Ik heb ook met de crowdfunders gedeeld als ik het niet wist. De kracht is ook dat we heel graag wilden dat de Hondspol bleef bestaan.  Doordat we een grote groep mensen achter ons hadden staan, gaf dat een houvast en doorzettingsvermogen. Heel veel mensen waren over de zeik dat nu weer een mooie boerderij moest sluiten vanwege mismanagement van een grote zorginstelling.”

Het staat voorop dat Marcel veel overtuigingskracht en mensenkennis bezit. De overtuigingskracht van burgers die de rol nemen van beleggers vind ik verrassend. In Marcels woorden: “Als je iets heel graag wil en je zet je daarvoor in, dan komt het wel. En zo komen mensen op je pad. We hadden driehonderd mensen achter ons staan. Dat zijn best veel sterke mensen.” Verrassend en hoopgevend. Denk maar aan deze bemoedigende woorden, boeren en andere voedselondernemers, als het even wat minder lijkt te gaan.

Beeld:                  Thomas Karanikas.© all rights reserved
Redactie:            Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Auteur:                Susan Drion

NAJK spreekt in Tweede Kamer over zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn

Op dinsdag 16 januari 2018 vind het gesprek over het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn plaats in de Tweede Kamer. Iedereen kan meekijken via deze link. Dit gesprek wordt gehouden om inzicht te verwerven wat de gevolgen en resultaten zijn van het voorgestelde zesde actieprogramma nitraatrichtlijn. Tijdens dit rondetafelgesprek spreken Tweede Kamerleden met partijen en organisaties die betrokken zijn bij het actieprogramma. NAJK heeft in de ontwerpfase van het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn meerdere malen input geleverd aan het ministerie van LNV. Een gedeelte van deze is terug te vinden in het concept actieprogramma, daar is NAJK erg tevreden over. Namens NAJK is Bart van der Hoog, dagelijks bestuurder en portefeuillehouder melkveehouderij, bij het rondetafelgesprek aanwezig. Hij licht de ervaringen van de jonge melkveehouders en akkerbouwers toe:

Voor ons als jonge boeren staat voorop dat wij graag de slag willen maken van generiekbeleid naar bedrijfsspecifiek. Door meer bedrijfsspecifiek te sturen kunnen we als sector de volgende stap maken naar minder verliezen en schoner water.

Rijenbemesting maïs

Wij maken ons ernstig zorgen over de verplichte rijenbemesting vanaf 2021 op maïsland. De maatregel ‘rekent’ weliswaar erg gunstig volgens de huidige rekenmethodiek, maar wij hebben grote twijfels of de maatregel ook in de praktijk milieueffect heeft. Met name bodemverdichting zal toenemen wanneer er met dergelijk zwaar materiaal op maïsland wordt bemest. Ook maken wij ons zorgen over de extra kosten die deze maatregel met zich meebrengt. In de praktijk zal een teler zelf niet investeren in dergelijke techniek. Alles zal worden uitbesteed wat een hogere kostprijs oplevert en capaciteitsproblemen in het voorjaar. Wij doen daarom enkele aanbevelingen:

  • deze maatregel alleen invoeren in gebieden waar nitraatuitspoeling nog aantoonbaar te hoog is;
  • vrijstelling voor percelen kleiner dan 5 hectare, omdat met zwaar materiaal op kleine percelen te veel bodemverdichting zal gaan plaatsvinden.

Verplichte grasonderzaai of vanggewas voor 1 oktober

NAJK is niet tegen grasonderzaai en het telen van volwaardige groenbemesters. De praktijk laat zien dat het telen van een goede groenbemester aantoonbaar milieuwinst oplevert. We constateren wel dat maïstelers zeer beperkt ervaring hebben met grasonderzaai. Het uitbreiden van de kennis en inzetten op innovatie in het volgende Actieprogramma Nitraatrichtlijn is daarom van het grootste belang. Daarnaast moeten we constateren dat het weer, mede door klimaatverandering, steeds extremere uitschieters laat zien. Het zal ongetwijfeld voorkomen dat de omstandigheden het niet toelaten om op tijd de groenbemester te zaaien. In dergelijke gevallen moet de overheid coulant zijn wanneer een teler, om zijn bodem te sparen, later aan zijn verplichting voldoet.

Bedrijfsspecifieke benadering

NAJK vindt het belangrijk dat er alvorens definitieve maatregelen rondom bedrijfsspecifieke maatregelen komen, via pilots geëxperimenteerd kan worden. Voor de akkerbouw zou dit betekenen dat vakmanschap beloond moet worden. Gelet op de grondsoort en de daadwerkelijke opbrengst zou op perceelsniveau een op maat bemesting mogelijk moeten zijn. Bodemvruchtbaarheid en het op peil houden van het organische stofgehalte mag hierbij door regelgeving niet in de weg gestaan worden. De uitgaande en ingaande mineralenstromen moeten hierbij in beeld zijn. Hiervoor zou een systematiek ontwikkeld moeten worden om dit op een betrouwbare manier te kunnen registreren. Een dergelijk systeem zou voor de gehele grondgebonden landbouw moeten gelden.

BEP-BES pilots

NAJK is blij met de huidige BEP- en BES-pilots. De agrarische sector haalt veel nieuwe kennis uit deze innovatieve pilots. Daarnaast kunnen melkveebedrijven stappen zetten naar evenwichtsbemesting en het vervangen van kunstmest voor dierlijke mest. Deelnemers zijn enthousiast en ook milieutechnisch worden er mooie stappen gezet. Wij vinden het jammer dat er in het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn weinig ambitie uitstraalt naar een bredere toepassing van deze succesvolle pilots.  Graag hadden wij gezien dat met name de BES-pilot fors wordt uitgebreid van drie naar ook 400 deelnemers. Op deze manier kunnen meer melkveehouders ervaring opdoen door te werken met bedrijfsspecifieke normen en dus  kunstmest vervangen voor dierlijke mest.

Verankering sectorplafonds meststoffenwet

In het actieprogramma wordt ook besproken de sectorale fosfaatplafonds onder te brengen in de meststoffenwet. NAJK is tegen deze maatregel omdat het geen enkel milieudoel dient. Daarnaast is het in de toekomst niet meer mogelijk om de plafonds aan te passen wanneer we bijvoorbeeld fosfaatexport mogen verrekenen met het nationale fosfaatplafond. Het aanvaarden van deze maatregel maakt dat Nederland nog afhankelijker wordt van besluitvorming vanuit Brussel. Het is wat ons betreft een historische fout waar we in de toekomst veel last van krijgen wanneer Nederland akkoord gaat met dit voostel.

Gewasderogatie

In het Actieprogramma missen we de prikkel tot het telen van gewassen als gras en tarwe, die weinig nitraatuitspoeling kennen. Wij maken u erop attent dat de sleutel tot minder nitraatuitspoeling ligt bij een passende derogatie. Bedrijven die aan de derogatie meedoen mogen 250 kg stikstof per hectare toedienen. Dit mag zowel op gras als op mais. Gras is een stikstofbehoeftiger gewas dan mais. Het voorstel is om per gewas een derogatie in te voeren. De totale bemestingsruimte blijft gelijk, maar in de praktijk zal gras dan meer bemest mogen worden en maïs minder. Dit idee hebben wij ook aan het ministerie voorgesteld. Wij hebben nog steeds het vertrouwen dat het ministerie zich zal inspannen voor een gewasderogatie.

Tot slot vinden wij het belangrijk dat er draagvlak blijft onder het actieprogramma. Dit betekent dat agrariërs vertrouwen moeten hebben in de te nemen maatregelen. Het betekent ook dat zij niet onnodig hard aan de bak moeten ten opzichte van andere partijen die naar het oppervlaktewater lozen. Alle betrokken partijen moeten gezamenlijk de handschoen oppakken om aan schoner oppervlaktewater te werken.

Het 6e actieprogramma Nitraatrichtlijn, van generiek naar specifiek: een goede zaak!

De winter is voor mij een goede tijd om over het volgende teeltseizoen na te denken. Hoe ga ik de bemesting dit jaar anders doen? Misschien meer met vaste mest in plaats van drijfmest of kunstmest werken? Heeft het nut om meer met groenbemesters te gaan werken? Ik gebruik daar soms handige programmaatjes voor om dingen door te rekenen. Deze programma’s zijn echter wel gebonden aan de mestregelgeving en laat deze nu voor de komende jaren weer op de schop gaan. Regelgeving waarvan ik vroeger dacht: wie heeft het bedacht? En hoe kunnen ze het bedenken? Nu heb ik er in de praktijk mee te maken. Waarom zijn er zo veel beperkingen en verplichtingen?

Vlak voor de kerst is door minister Schouten het 6e actieprogramma Nitraatrichtlijn aangeboden. Dit programma zal onder andere het Nederlandse mestbeleid gaan bepalen voor de komende vier jaar. In dit programma staan de maatregelen die Nederland gaat nemen om de uitspoeling van stikstof en fosfaat naar het grond- en oppervlaktewater te beperken. Op dit moment voldoet Nederland nog niet aan de Europese eis van 50 mg nitraatuitspoeling via het grondwater. Dit speelt specifiek op bouwlandpercelen in het zandgebied in zuid Nederland en het lössgebied. Daarnaast kijkt Europa streng toe op de uitspoeling van nutriënten naar het oppervlaktewater. Dit is in een veel groter deel van Nederland aan de orde, daar moet aan gewerkt worden.

Juist voor het zuidelijk zand en lössgebied gaan extra regels gelden die de uitspoeling van nutriënten via grondwater moet voorkomen. Zo zal er in het zuiden na de teelt van aardappels voor 31 oktober een vanggewas gezaaid moeten worden en de bemestingsnorm voor groenbemesters zal gehalveerd worden na de teelt van een uitspoelingsgevoelig gewas. Dit zijn enkele maatregelen die direct de boerenpraktijk raken en kosten met zich meebrengen. Ik vraag me sterk af of de maatregelen altijd daadwerkelijk het gewenste effect hebben. De meest ingrijpende maatregel is misschien wel de verplichte rijenbemesting in maïs vanaf 2021 op alle zand- en lössgronden. NAJK heeft voorgesteld om rijenbemesting alleen te verplichten op gronden waar werkelijk een hoge uitspoeling gemeten wordt, namelijk het zuidoostelijk zandgebied. Dit voorstel is echter niet aangenomen. Ook voor ruggenteelten gaat er iets veranderen: er zal een blokkade aangelegd moeten worden om afspoeling van het perceel tegen te gaan. Een blokkade in de vorm van een geul of sleuf rondom het perceel is nu ook toegestaan.

Juist voor akkerbouw is specifiek beleid belangrijk. Als teler moet je kunnen bemesten naar gewasbehoefte en grondsoort. Ik ben dan ook blij met de extra klasse voor de fosfaatnorm. De stap naar het compleet in beeld brengen van de in- en uitgaande mineralenstromen is nog niet gezet. Op deze manier wordt ieder bedrijf geprikkeld om zo efficiënt mogelijk met de bemesting om te gaan. Dit lijkt mij een goede richting. Het 6e actieprogramma vind ik in z’n totaliteit dan ook een stap in de goede richting om problemen die regionaal spelen aan te pakken.


Doeko van ‘t Westeinde

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Doeko van ’t Westeinde verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Doeko combineert deze functie met het werk op zijn akkerbouwbedrijf in Nieuweschans.

Boerderij ’t Paradijs: aandeelhouders aantrekken met dezelfde missie

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Boerderij ´t Paradijs laat zien hoe samenwerking tot duurzame landbouw kan leiden.

Zouden we het wel halen? We glibberen over de besneeuwde wegen naar boerderij ’t Paradijs toe. Ook anderen is het gelukt, de parkeerplaats staat vol en iedereen is al druk bezig. Het is een grote, veelzijdige boerderij en er is zelfs een kantoor waar we ons moeten melden. Na een gezellig kopje koffie met de zorgcliënten, laat IJsbrand Snoeij ons de boerderij zien. Dit is een man met een missie, een bezige bij, invoelend, maar ook zakelijk waar het om het runnen van zijn bedrijf gaat.

Op missie

IJsbrand en Caroline Snoeij besloten in 2006 zorgboerderij ‘t Paradijs op te richten. Er worden groenten verbouwd en koeien, paarden, varkens en kippen gehouden. Ook biedt ’t Paradijs dag –en weekendopvang aan voor (dementerende) ouderen, volwassenen met een beperking en kinderen met een aan autisme verwante stoornis. IJsbrand en Caroline komen niet uit een boerengezin en moesten hun boerderij uit het niets opbouwen. Ik vraag IJsband wat het achterliggende doel is van het starten van deze boerderij.

De tuinderij in de sneeuw
De koeien staan ’s winters binnen, om de hoek vind je de varkens en 6000 kippen.

IJsbrand: “Ik wilde boer worden. Samen met mijn vader zouden we een boerderij starten. Maar toen ik zestien jaar was, overleed hij. Toch wilde ik onze droom van een boerderij verwezenlijken. Uiteindelijk gaat het erom dat we daadwerkelijk iets voor de samenleving kunnen betekenen met deze boerderij. Nu mag ik van een heel aantal gekwetste kinderen, met gescheiden ouders en verloren vaders weekendvader zijn. Dat is mooi. Het gaafste is om zien dat kinderen die afscheid nemen van deze boerderij veranderd zijn. Ze vertellen dat ze betere vaardigheden hebben geleerd of beter onderdeel kunnen zijn van de samenleving. Op deze boerderij kunnen ze betekenisvol zijn. Het accent ligt niet op wat ze niet kunnen, maar op wat ze wél kunnen, op hun gezonde en sterke kanten.”

IJsbrand Snoeij in theeschenkerij. Achter ons staan vier man het vlees te wegen en verpakken van de koeien die IJsbrand houdt.

Van dromen naar creatief financieren

Voor het opbouwen van de boerderij was veel geld nodig. Samen met IJsbrand loop ik door de financieringsconstructie heen. Het is een ingewikkelde deze keer.

In de eerste twee jaar is er sprake geweest van vier geldstromen om de boerderij te kunnen starten. De Noaber Foundation heeft een lening verstrekt van €100.000,- tegen een rentepercentage van drie procent. De Noaber Foundation ontvangt donaties van een familiefonds en kan dat geld dan vervolgens weer kan investeren in projecten. Dit was het startkapitaal voor het opzetten van de boerderij.

Ik was nog niet zo bekend met de wereld van familiefondsen. Is het normaal dat een familiefonds haar geld zo uitgeeft? Na wat dieper graven ontdek ik de drijvende kracht van familiefondsen. De NRC kopte in mei 2017 dat de dertig gulste families in 2015 samen 246,4 miljoen euro weggaven aan goede doelen. Via de Noaber Foundation is zo ook geld van de familie Baan bij IJsbrand en Caroline terecht gekomen.

Daarnaast hebben verschillende fondsen geld gedoneerd, ook ongeveer €100.000,- in totaal in de eerste twee jaar. Dit is naar zaken gegaan zoals het busje wat de zorgcliënten hier brengt. Verder hadden IJsbrand en Caroline natuurlijk een plek nodig. Stewardship Real Estate, een maatschappelijk onroerend goed bedrijf, heeft de huiskavels (6.5 hectaren) en de gebouwen gekocht. Ook Stewardship Real Estate ontvangt donaties van hetzelfde familiefonds om in maatschappelijke projecten te investeren. Het echtpaar pacht de grond en de gebouwen weer van het onroerend goed bedrijf. Dit heet een hoevepacht, dat betekent dat zowel de gebouwen als de grond gepacht worden. De overeenkomst is een erfpachtconstructie. Erfpacht is het zakelijk recht om de grond en gebouwen voor minstens 26 jaar te gebruiken. Hierdoor hebben IJsbrand en Carolien de zekerheid dat ze nu en later kunnen genieten van de investeringen in het bedrijf die ze zelf hebben gedaan.

Tenslotte heeft het echtpaar zelf veel onbetaalde arbeid gestoken in het opzetten van de boerderij. Dit is gewaardeerd door het als een achtergestelde lening van €500.000,- op de balans van de stichting ‘t Paradijs te zetten.

’t Paradijs is een van de weinige boerderijen die ik ben tegengekomen met een financieringsvorm in samenwerking met maatschappelijke fondsen –en organisaties. Waarom komt dit niet vaker voor? Theo Dijkstra, van Stewardship Real Estate, gaf een mogelijke verklaring: de meeste familiefondsen zoeken liever niet de publiciteit op en zijn daarom moeilijk te vinden. Maar als je er een gevonden hebt, kan het een waardevolle samenwerking opleveren. Het blijken gulle gevers, maatschappelijk betrokken en potentieel geïnteresseerd in de financiering van land. Toegang tot land kan een grote maatschappelijke bijdrage zijn die ook nog eens vrij waardevast is.

In gesprek met IJsbrand over zijn financieringsvorm.

Investeerders aantrekken door een besloten vennootschap op te richten

In 2012 besloten IJsbrand en Caroline de rechtsvorm van de boerderij te veranderen van een stichting naar een besloten vennootschap (bv). Een belangrijke beweegreden hiervoor was het gevoel van eigenaarschap. “Een stichting is van niemand, een stichting heeft geen eigenaar. Je voelt je geen eigenaar, alhoewel je er wel veel tijd en geld insteekt. Een andere belangrijke reden heeft te maken met het aantrekken van investeerders. Ook die wil het je het gevoel van zeggenschap en eigenaarschap geven. Binnen een stichting kunnen investeerders alleen maar een bestuurlijke rol nemen,” legt IJsbrand uit.

Daarnaast laat een bv-constructie het verhandelen van aandelen toe, wat kapitaal in de boerderij kan brengen. Zo kan nu ook de stichting ’t Paradijs, die aandeelhouder is, een betere rol krijgen in de boerderij. IJsbrand: “Het bedrijf is gegroeid en daarmee ook de aandelen. Ook de aandelen van de stichting zijn gegroeid terwijl zij hier relatief weinig voor hebben gedaan. Hoe kapitaliseer je dat nou? De stichting verkoopt wat van haar aandelen die of door ons of door Stewardship Real Estate gekocht worden. Door de waardevermeerdering van de aandelen komt er in één keer kapitaal in de stichting, dat vervolgens wederom in innovaties kan worden geïnvesteerd.”

De meeste aandeelhouders zitten in het bedrijf voor eigen gewin. De winst gemaakt door het bedrijf krijgen ze uitbetaald in de vorm van dividend. Hoe zit dat bij boerderij ’t Paradijs?

“Het mooie is dat wij een maatschappelijke onderneming zijn. Alle winst van de afgelopen elf jaar is allemaal weer geïnvesteerd in de onderneming. Er is geen winst uitbetaald in de vorm van dividend. De reden waarom je aandeelhouder zou worden, namelijk voor de uitbetaling van winst, gaat nu niet op. Dat is denk ik wel de kracht van het model,” legt IJsbrand uit.

De financieringsconstructie van boerderij ’t Paradijs

Wat heeft deze financieringsvorm tot zo’n succes gemaakt volgens jou?

IJsbrand: “Onze roeping. Sommige mensen noemen het dan geluk. Ik noem het dat je dingen worden toevertrouwd in het leven. Als je dat zo ziet, dan staat voor mij de dankbaarheid centraal. Het zijn beide belangrijke drijfveren en succesfactoren: de roeping enerzijds, de dankbaarheid anderzijds. En het verhaal kan je zien als succesfactor, absoluut. Een verhaal wat mijn vrouw heel goed kan vertellen, ze is een echte ras communicator. Het levensverhaal van mij en mijn vrouw is gewoon super mooi, wat ik nooit zo bedacht heb van te voren. Ik bedoel, het is onderdeel geworden van ons business model, onze gunfactor, maar dat is zeer oneerbiedig gezegd. Want wie vindt het leuk dat hij zijn vader verliest…’

Meerwaarde

Het is inspirerend om te zien dat boer zijn ook op deze manier kan en dat het te financieren valt. Ik vraag IJsbrand wat voor hem de meerwaarde was om op deze manier financiering te vinden.
“Op deze manier denk je echt na over de financiering en wordt je creatiever. Ook ben je veel beter je netwerk aan het benutten. En dat netwerk is uiteindelijk waar deze boerderij op draait,” benadrukt IJsbrand. “Zonder de eindeloze inbreng van vrijwilligers en het vertrouwen van financiers was dit nooit gelukt. Ook hier staat dankbaarheid weer centraal.”

Beeld:                  Thomas Karanikas.© all rights reserved
Redactie:            Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Auteur:                Susan Drion

DAJK | Ledenbijeenkomst Financiering

Hoe beoordeelt de bank de financieringsaanvraag van een agrarisch bedrijf?

Woensdag 24 januari as. organiseert DAJK een ledenbijeenkomst met de Rabobank over het thema “Financiering”. De sprekers van deze avond zijn Arjan Drost en Berend de Vries, beide accountmanager Food en Agri. De volgende vragen komen o.a. aan bod;

  • Waar let een bank op?
  • Welke getallen zijn belangrijk?
  • Welke houding van de ondernemer wil de bank graag zien?
  • Welke stations passeert de aanvraag voordat hij wordt goedgekeurd?
  • Wat is de rol van jouw bankadviseur hierin?

Wanneer:  Woensdag 24 januari 2018
Waar:         Rabobank Hoogeveen

Adres:        Donau 12 , 7908 HA, HOOGEVEEN
Aanvang:   20.00 uur

DAJK | Ladiesnight De smaak van Food

 

Wat deed NAJK voor jou in oktober, november en december?

Iedereen bij NAJK zet zich dag in dag uit voor 100% in voor jou als lid. We zorgen bijvoorbeeld voor het materiaal, achtergrondinformatie en gespreksleiders voor interessante bijeenkomsten of discussieavonden, ontwikkelen trainingen en cursussen, regelen winacties en behartigen jouw belangen in Den Haag of Brussel. Wat deed NAJK voor jou in oktober, november en december? Hier een kleine greep uit alle activiteiten:

  • Dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille melkveehouderij, Bart van der Hoog, schreef een column met als onderwerp ‘De toegevoegde waarde van melk zit de aankomende decennia in het verwaarden van bijzondere melkstromen’.
  • Op 5 oktober organiseerde NAJK samen met LTO Noord, LLTB, ZLTO en Agriterra de tweede agripoolbijeenkomst met als thema ‘Is er nog toekomst voor de coöperatie?’
  • Er was weer een openstelling van het innovatiefonds voor telers. NAJK stimuleert samen met negen organisaties uit het bedrijfsleven innovaties in de akker- en tuinbouw.
  • In januari organiseert NAJK een studiereis naar Uruguay. Geïnteresseerden konden zich opgeven voor deze interessante reis.
  • De provinciale AJK’s gingen met elkaar de strijd aan in de provincieBATTLE.
  • NAJK heeft zich aangesloten bij het Comité Gras van Netwerk GRONDig. NAJK geeft input om meer realiteit aan te brengen in de grondgebondenheidsdiscussie die er is.
  • Dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille melkveehouderij, Bart van der Hoog, schreef een column met als titel ‘Melkveehouders, ga online!’
  • NAJK-voorzitter, Andre Arfman, gaf een presentatie voor een groep Zuid-Koreaanse studenten van het voortgezet onderwijs. De studenten zijn toekomstige boeren en zij zijn gekozen tot de besten van het jaar.
  • Het project Boer zoekt Boer van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) is op 19 oktober gekozen tot best Europese jonge boeren project. Dit gebeurde tijdens het vierde EPP European Congres of Young farmers in Brussel.
  • NAJK stond met een stand op de RMV en LIV in Hardenberg. Naast veel bestaande contacten hebben we ook veel nieuwe leden mogen verwelkomen.
  • Op de beurzen heeft NAJK weer verschillende stands ‘jongeboerproof’ gekeurd.
  • Dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille bedrijfsovername, Sander Thus, schreef een column over toegang tot land. Sander Thus schrijft een serie van drie columns over de top drie behoeften van jonge boeren en tuinders.
  • NAJK gaf 50 toegangskaarten weg voor Agritechnica 2017. Agritechnica is een tweejaarlijkse beurs in Hannover waar de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van machines, elektronica en trekkers gepresenteerd worden.
  • NAJK heeft in samenwerking met Movares een enquête uitgezet waarmee jonge ondernemers inzicht in hunzelf en hun eigen verdienmodel konden krijgen.
  • NAJK heeft Carola Schouten als minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verwelkomt met een brievenbus vol welkomstkaarten van jonge boeren en tuinders. De kaarten zijn aangeboden op de jubileumdag van NAJK.
  • Voor de vierde keer organiseert NAJK samen met veredelaar Limagrain (LG) de MaïsChallenge. De MaïsChallenge is een wedstrijd waarbij jonge boeren met elkaar de strijd aangaan wie het beste maïs kan telen. Er wordt via diverse masterclasses kennis toegereikt, die gelijk in de praktijk toegepast moeten worden. De focus in 2018 is bodem en milieu.
  • Dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille bedrijfsovername, Sander Thus, gaf een presentatie over NAJK voor een groep Zuid-Koreanen.
  • NAJK heeft de cursus ‘Help, ik ben werkgever!’ onder de aandacht gebracht van leden.
  • Rabobank heeft in samenwerking met NAJK een nieuwe visie op de melkveehouderij opgesteld. De nieuwe visie heet ‘melken in de nieuwe realiteit’.
  • De Europese Commissie had een enquête uitgezet met betrekking tot de positie van boeren in de voedselvoorzieningsketen. NAJK heeft de jonge boeren en tuinders opgeroepen de enquête in te vullen.
  • Er heeft een artikel in de Boerderij gestaan over bedrijfsovername. Boerderij interviewde dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille bedrijfsovername, Sander Thus, hiervoor.
  • Vanaf 4 december 2017 tot en met 15 januari 2018 is het mogelijk de subsidie Jonge Landbouwersregeling (JOLA) 2017 aan te vragen. NAJK heeft zich afgelopen periode ingezet voor een verbeterde openstelling ten opzichte van 2016.
  • NAJK gaf verschillende workshops over weidegang op de Aeres MBO Barneveld.
  • NAJK stond op de RMV in Gorinchem. Net als in Hardenberg zijn ook daar weer verschillende stands ‘jongeboerproof’ gekeurd.
  • Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft bekendgemaakt 5 miljoen te investeren in het bedrijfsovernamefonds. De jarenlange lobby van NAJK voor extra ondersteuning na opvolging van agrarische bedrijven is hiermee succesvol gebleken.
  • Op 2 december 2017 organiseerde het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) de inspiratiedag ‘Welke richting ga jij op met jouw bedrijf?’ ter ere van het 40-jarig jubileum van NAJK. Naast vele jonge boeren en tuinders was ook minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Carola Schouten, bij het jubileum van NAJK aanwezig.
  • Karin Harink is verkozen tot de beste jonge PitchBoer(in) 2017! Dit gebeurde tijdens de finale van Oogsten met een goed verhaal op de inspiratiedag van NAJK. De deelnemers van Oogsten met een goed verhaal volgden een intensieve pitchtraining onder leiding van pitch expert Gijs Nillessen. Het traject is mogelijk gemaakt door Rabobank.
  • De nieuwe minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Carola Schouten sprak op de jubileumdag van NAJK op 2 december.
  • NAJK publiceert de blogs van Susan Drion over nieuwe financieringsvormen in de landbouw.
  • De aflopen twee jaar hebben Hogeschool Windesheim, Aeres Hogeschool Dronten, LTO Noord en NAJK samen praktijkgericht onderzoek gedaan naar de familiaire aspecten rondom agrarische bedrijfsopvolging. Op 7 december werden de resultaten gepresenteerd tijdens het congres ‘bedrijfsopvolging: project met de hele familie’.
  • Dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille bedrijfsovername, Sander Thus, ontving een Agriterra medewerker uit Vietnam op zijn varkens- en akkerbouwbedrijf.
  • In december kwam de BNDR uit met als thema ‘ondersteuning jonge boeren en tuinders’. Heb jij deze BNDR niet gehad? Controleer dan of je goed in het ledensysteem staat.
  • Mart Roodbeen won het NAJK-bierpakket met zijn ingezonden foto.
  • Boerderij interviewde de tweede NAJK-voorzitter die NAJK heeft gehad, melkveehouder Zeger Stappershoef.
  • Het dagelijks bestuur van NAJK wenst namens NAJK iedereen goede feestdagen en een onvergetelijk, leerzaam en ondernemend 2018!

 

Wat zal NAJK voor jou doen in januari?

Natuurlijk zal in januari ook veel door NAJK worden georganiseerd. Lees het laatste nieuws op de NAJK-website. Hierbij alvast een voorproefje:

  • In januari 2018 start NAJK samen met maïsveredelaar Limagrain de MaïsChallenge. Zo’n 50 jonge boeren gaan in 2018 de strijd met elkaar aan wie het beste maïs kan telen. Er wordt via diverse masterclasses kennis toegereikt, die gelijk in de praktijk toegepast moet worden. De focus in 2018 is bodem en milieu.
  • 10 jonge boeren en tuinders gaan tijdens een LTO-bijeenkomst in gesprek met Eurocommissaris Hogan en landbouwminister Schouten over het nieuwe GLB.
  • NAJK-voorzitter, Andre Arfman, levert namens NAJK input bij de CEJA-vergadering. CEJA is het overkoepelend orgaan van alle Europese jonge boeren.
  • Dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille bedrijfsovername, Sander Thus, gaat op diverse plekken in het land met jonge boeren en tuinders in gesprek over de invulling van het jonge boerenfonds dat door het ministerie van LNV beschikbaar is gemaakt.
  • NAJK levert input tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn.
  • Dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille bedrijfsovername, Sander Thus, spreekt op de Biobeurs over het NAJK-project boer zoekt boer.
  • NAJK-voorzitter gaat met de Nederlandse delegatie naar de Grune Woche.
  • In januari gaat NAJK met een groep jonge boeren en tuinders naar Uruguay om meer te leren over de land- en tuinbouw daar.