Kuiper Dairy en cow sale

Woensdag zijn we op bezoek geweest bij melkveebedrijf Kuiper Dairy in Hico van Clemens en Karin Kuiper. Omdat ze in Nederland het melkveebedrijf thuis niet konden overnemen zijn ze in het buitenland de uitdaging aangegaan om te gaan melken. In Oost-Duitsland zijn ze begonnen op een grupstal met ongeveer 20 koeien. Daar hebben ze het bedrijf laten groeien tot dat ze de mogelijkheid kregen om het bedrijf te verkopen. In 2006 zijn ze naar Texas vertrokken en begonnen ze met het huren van een melkveebedrijf. Inmiddels hebben ze dit bedrijf gekocht en melken ze 4000 koeien op 1200 hectare grond. Deze grond gebruiken ze om hun eigen ruwvoer te telen, waaronder 2 teelten mais per jaar achter elkaar. Doordat er weinig regels zijn kun je in Texas ook echt met het boeren bezig zijn. En de kansen om met weinig startkapitaal een mooi bedrijf te beginnen zijn er nog steeds.

In de middag zijn we naar een koeienveiling gegaan. Hier wordt onverstaanbaar en binnen enkele seconden koeien verhandeld. Heel bijzonder om eens te zien!

Gezocht: jonge boer of boerin voor Kick Off Workshop in Ethiopië in mei

NAJK is op zoek naar een jonge boer of boerin die een Kick Off Workshop in Ethiopië wil verzorgen van 13-19 mei 2019. De workshop is bedoeld om de landbouwsector in Ethiopië te stimuleren om te investeren in de jeugd. Met deze Agriterra missie kun je bijdragen aan en betere toekomst voor jonge boeren in ontwikkelingslanden. Ervaring met (het besturen van) een coöperatie is voor deze missie een pré.

Voor meer informatie over de vacature zie: Vacancy for EV. 11143 Youth Kick-off workshop ET

Heb je interesse? Stuur dan uiterlijk 27 maart 2019 je CV naar mvanschaik@najk.nl.

Dagje Nederlands in Texas

´s Ochtends vertrokken we naar Henk Postmus, hij heeft een  biologisch melkveebedrijf met ruim 1200 ha land. Henk is in 1998 verhuisd naar Texas en in 2013 overgeschakeld naar een biologische bedrijfsvoering.  Er worden 1750 koeien gemolken en geweid. Henk hanteert hier een beweidingsysteem zoals in Nieuw Zeeland; elke dag wordt er gemeten hoeveel gras er staat en krijgen de koeien een nieuw perceel. Verse koeien tot 120 dagen worden 3 keer per dag gemolken, de rest 2 keer. Met de bus zijn we door de stallen gereden.

Vervolgens bezochten we de familie Stoker, waar een lunch voor ons klaar stond. Na de lunch hebben we een rondleiding gekregen over hun melkveebedrijf met  800 melkkoeien en bijhorend jongvee. Al het gras wordt met eigen persen in ronde balen geperst. Zo kunnen ze met twee personen inkuilen en zijn ze met inkuilen minder afhankelijk van personeel. Een goed jaar levert 4500 balen, een slecht jaar slechts 500.

Hierna zijn we doorgereden naar Albert Posthumus, de oprichter van AP Machinebouw in Nederland. Hij heeft in 1999 het bedrijf verkocht en is geëmigreerd naar Texas. Op dit moment heeft hij 80 medewerkers in dienst, verdeeld over zes locaties in de staten Texas , New Mexico en Kansas. De nadruk ligt op het maken en repareren van voermengwagens. Ook worden er mengkuipen op voormalige legertrucks gebouwd. Posthumus is continu bezig met het ontwikkelen van nieuwe machines voor de melkveehouderij, waaronder stationaire voermengwagens. Ook hebben ze een ‘service truck on wheels’ (vrachtwagen met mobiele werkplaats en kraan) om in andere regio’s voet aan de grond te krijgen en uiteindelijk mechanisatiebedrijven op te zetten. Daarna hebben we in Woody’s Place een dikke steak gegeten.

Realistische bijdrage zuivelsector aan klimaatplan

NAJK, NMV, LTO en NZO constateren dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de bijdrage van de zuivelsector aan het Ontwerp Klimaatakkoord realistisch acht. Het PBL stelt in de analyse van het ontwerpakkoord dat de beoogde reductie van broeikasgassen in 2030 onder voorwaarden haalbaar en betaalbaar is.

De LTO-vakgroep melkveehouderij, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) beogen met het in december vastgestelde zuivelplan een reductie, voor wat betreft methaan, van 0,8 megaton CO2-equivalenten (zie tabel klimaattafel Landbouw en Landgebruik). Volgens het planbureau is dat te realiseren. De NZO deelt de opvatting van het PBL dat er wel aan een aantal randvoorwaarden moet worden voldaan. Belangrijkste daarvan is de financiële situatie van de veehouderij. Die bepaalt de bereidheid van veehouders om te investeren in de klimaatopgave. Ook de ruimte die boeren hebben om hun bedrijf te ontwikkelen speelt een rol. Bovendien dienen er voldoende financiële instrumenten voor handen te zijn om de sector te ondersteunen bij het realiseren van de reductieopgave. Daarnaast is het belangrijk dat melkveehouders hun klimaatprestaties individueel kunnen verantwoorden via de carbon footprint monitor. Die geeft melkveehouders inzicht in de uitstoot van broeikasgassen op hun bedrijf.

Het Kabinet heeft de landbouw gevraagd om niet alleen de taakstelling van 3,5 Mton, maar ook de geformuleerde ambitie voor een reductie van ongeveer 6 Mton te realiseren. De opgave voor de zuivel/melkveehouderij verandert daarmee niet omdat de 0,8 Mton methaan “melkveehouderij en zuivel” reeds onderdeel uitmaakt van de totale ambitie (zie onderstaande tabel). Overigens staat in de brief van Kabinet te lezen dat: “daarvoor middelen beschikbaar zullen moeten worden gesteld (red: om van de 3,5Mton naar 6Mton te gaan) door het kabinet om de landbouwsector hierbij te ondersteunen. Met het oog hierop zullen plannen worden uitgewerkt waarbij wij goede mogelijkheden zien om hierbij een combinatie te maken met de visie van het kabinet voor een duurzame en sterke kringlooplandbouw.”