BNDR themabijeenkomst: Wat betekent de verkiezingsuitslag voor de landbouw?

NAJK-leden en -partners over het thema ‘Landbouwbeleid’

Precies een week na de verkiezingen kwamen NAJK-leden en -partners digitaal bijeen om samen te reflecteren op de uitslag. D66 lijkt met 26 zetels de grootste partij te zijn geworden, op korte afstand gevolgd door de PVV. De formatie is nog pril, maar de politieke kaarten zijn geschud. Wat betekent dit voor het landbouwbeleid – en vooral voor de jonge boer? Roy Meijer, voorzitter van NAJK, leidde het gesprek. De bijeenkomst leverde een open en levendige discussie op tussen de verschillende partners uit de landbouwketen.

Een nieuw midden of juist meer tegenpolen?

Het gesprek trapte af met de vraag: Welke richting gaat het landbouwbeleid op, gezien deze uitslag?

Roy Meijer schetste dat NAJK bij de verkiezingsprogramma’s vooral zag dat ruimtelijke ordening dit jaar nadrukkelijker op de kaart stond dan eerder. “Hoe deel je Nederland in, wie krijgt welke emissieruimte en hoe gaan we het uitvoeren?” aldus Meijer. Met D66 als grootste partij verwacht hij dat de vorming van een stabiel kabinet mogelijk is, “zeker als de vier middenpartijen elkaar weten te vinden.” Wel waarschuwde hij dat het lastiger wordt als de coalitie zich vormt rond uitgesproken linkse of rechtse blokken. “Dan wordt het moeilijker om beleid bij elkaar te brengen. Als NAJK willen we de banden met de politieke partijen juist goed aanhalen.”

Ook bij de Rabobank klinkt die wens naar stabiliteit door. “Hoe extremer de coalitie met partijen uit randen van het politieke spectrum, hoe meer er via compromissen gewerkt moet worden,” werd er opgemerkt. Toch heerst er gematigd optimisme: “We verwachten dat D66 samen met coalitiepartners iets meer een middenkoers gaat varen. Het is nu echt nodig dat er concrete stappen worden gezet. De landbouw wacht al jaren op duidelijkheid, juist jongeren hebben een stip op de horizon nodig voor hun bedrijfsontwikkeling,” aldus Marijn Dekkers.

Stefan Schulte van DeLaval merkte op dat de winst van D66 onder melkveehouders wel voor zorgen zorgde. “Toch lijkt D66 inmiddels wat meer naar het centrum opgeschoven. Een beetje tegengas vanuit rechts zou niet verkeerd zijn, want we zetten onszelf nu met stikstofreductie en KDW wel erg snel op slot. Maar het is moeilijk om nu in de glazen bol te kijken welke kant het opgaat.”

Vanuit BO Akkerbouw klonk vooral een roep om “keuzes maken, stabiliteit en uitvoeringskracht.” “We hebben er als sector niet veel aan als men nu iets kiest en het over twee jaar weer heel anders moet. Ik vind het belangrijk dat er brede steun voor het beleid is. Nu biedt de uitslag met een stabiel midden kabinet daar wel mogelijkheden voor,” zei André Hoogendijk. “Wat betreft gewasbescherming en het brede belang voor onze voedselsector ligt er voor álle partijen nog een flinke opgave; geen enkele partij heeft dat echt goed uitgewerkt.”

Siem Vlaanderen, aspirant-bestuurder bij HAJK en werkzaam bij stichting Wij.land, gaf aan dat hij het persoonlijk tijd vindt om stappen te zetten. “Blijven hangen op het punt waar we nu staan heeft geen nut meer. Een coalitie in het midden biedt meer samenhang, ruimte voor samenwerking en leidt tot minder polarisatie.” FrieslandCampina benadrukte dat de winst van D66 bij leden ook de nodige vragen opriep. “Voor veel boeren waren de uitspraken van Tjeerd de Groot reden tot zorg,” vertelde Gerrit van Schaick. “Toch kom je voor gedragen beleid uiteindelijk altijd uit in het midden.” Hij pleitte voor meer aandacht voor het platteland: “Er is een groot verschil tussen stad en regio. Investeer in het platteland en de landbouw om die kloof te verkleinen. En maak niet alleen doelen, maar ook uitvoerbaar beleid dat ondernemers stimuleert om in beweging te komen.” Ook vanuit DAJK klonk een vergelijkbare toon. “Wat ons opviel: veel mensen zijn toch afgehaakt bij BBB. Er is behoefte aan een stabiele regering die echt gaat regeren en met concrete oplossingen komt,” zei Steven Drent.

Duidelijkheid als sleutelwoord

De tweede helft van het gesprek ging over wat de uitslag betekent voor de bedrijven en organisaties zelf. Vrijwel alle deelnemers benadrukten het belang van duidelijkheid en voorspelbaarheid.

De Rabobank gaf aan dat ondernemers behoefte hebben aan een helder beleidskader. “Wij zijn gebaat bij een duidelijkere lijn: weten wat wel en niet kan. Nu ontbreekt het aan ‘piketpaaltjes’ waarlangs we kunnen financieren. Daardoor moeten we zelf de toekomst voorspellen, en dat is deels ook ondernemerschap, maar de onzekerheid is nu simpelweg te groot geworden,” aldus Marijn Dekkers. Siem Vlaanderen van HAJK en stichting Wij.land deelde dat hij ervaart dat er onder boeren veel energie is om te werken aan opgaven en verduurzaming. “Hopelijk komt er nu meer aandacht voor regionale samenwerking en gebiedsopgaven. Diversiteit tussen bedrijven is waardevol, we moeten niet streven naar eenheidsworst.” DeLaval hoopt dat er in de nieuwe coalitie kansen voor innovatie ontstaan. “Veel partijen willen de stikstofuitstoot omlaag brengen en staan open voor technologische oplossingen. Meer ruimte voor vernieuwing biedt kansen voor de sector én voor bedrijven zoals het onze. Efficiëntie en innovatie kunnen daarbij veel betekenen,” zei Stefan Schulte.

BO Akkerbouw legde de nadruk op uitvoeringskracht en gewasbescherming. “Telers lopen vast op een krimpend middelenpakket. Er is behoefte aan een overheid die naast de sector gaat staan en helpt om dit tijdig en constructief te organiseren en mee te denken over innovatieve oplossingen”, stelt André Hoogendijk. FrieslandCampina hoopt dat de zogenoemde ‘gouden driehoek’ – overheid, bedrijfsleven en wetenschap – weer beter gaat samenwerken. “Export moet weer gezien worden als kans, niet als probleem”, vindt Gerrit van Schaick. “Beleid moet ondernemers helpen, niet hinderen. Vakmanschap moet weer bovenaan worden gezet. Je moet gaan belonen op prestaties en niet sturen op krimp. En vergeet niet dat vergunningverlening echt op gang moet komen.”

DAJK gaf aan dat het waarschijnlijk nog wel even duurt voordat er echt duidelijkheid komt. “D66 zegt jonge boeren perspectief te willen bieden in hun partijprogramma. Als er een centrumrechts kabinet komt, kunnen daar ook werkbare oplossingen uit voortkomen. Tegelijkertijd moeten we realistisch blijven: bestaand beleid draai je niet zomaar om, en de deadlines blijven staan. Het is dus nog even afwachten – maar dat zijn we in de landbouw wel gewend,” aldus Steven Drent. NAJK-voorzitter Roy Meijer sloot zich daarbij aan: “Voor ons biedt deze uitslag zowel kansen als risico’s. Het hangt er helemaal van af van hoe er wordt onderhandeld en hoe je in de wedstrijd staat. Als we blijven praten over wat er allemaal afgeschaft moet worden, komen we niet verder. Op een gegeven moment worden zaken realiteit en moeten we het samen hebben over het ‘hoe’: hoe vullen we beleid samen in, op een realistische manier.” Marijn Dekkers van Rabobank gaf ten slotte aan dat het erg goed is dat NAJK in gesprek blijft met politiek en ketenpartners: “De kont tegen de krib gooien is makkelijk, maar uiteindelijk moet je het samen doen. Door in gesprek te blijven, kun je zorgen en ideeën overbrengen én werken aan kansen.”

Hoopvol maar realistisch

Hoewel er nog veel onzekerheid is over de formatie, was de stemming aan het einde van de bijeenkomst voorzichtig positief. De rode draad: stabiel bestuur, uitvoerbaar beleid en het samen doen zijn cruciaal voor de toekomst van de landbouw.

Deze themabijeenkomst over ‘Landbouwbeleid is tot stand gekomen met medewerking van: Marijn Dekkers (Rabobank), André Hoogendijk (BO Akkerbouw), Gerrit van Schaick (Friesland Campina), Stefan Schulte (DeLaval), Steven Drent (DAJK), Siem Vlaanderen (HAJK) en Roy Meijer (NAJK).

 

Dit artikel is onderdeel van ons ledenblad BNDR en verscheen in de editie van december 2025.

 

Tekst: Roos Verhoef-Roeleveld

Beeld: Dirk Hol

BNDR: Interview met Coen van den Bighelaar over het platform bedrijfsovernamewijzer

De lancering van het platform Bedrijfsovernamewijzer.nl markeert de start van het programma ‘Voor de volgende generatie’. Een initiatief waarin sectororganisaties, onderwijsinstellingen en overheid samenwerken aan toekomstbestendige bedrijfsovername in de land- en tuinbouw.

Coen van den Bighelaar is als portefeuillehouder Bedrijfsovername bij NAJK nauw betrokken geweest bij de opstart van het programma. We spraken hem over het belang van dit programma voor jonge boeren en tuinders.

Hoe is het programma ‘Voor de volgende generatie’ ontstaan?

“Het idee voor dit programma is eigenlijk jaren geleden ontstaan,” vertelt Coen. “We vroegen ons af: hoe kunnen we jonge boeren en tuinders beter bijstaan in het complexe opvolgingstraject waar ze doorheen gaan? Het overnemen van een bedrijf is niet alleen een financiële puzzel, maar ook een emotionele en persoonlijke zoektocht. We wilden jongeren daarin meer handvatten bieden.”

Volgens Coen was het belangrijk om een initiatief te ontwikkelen dat mee kan bewegen met de tijd. “De wereld verandert snel. We wilden iets opzetten dat toekomstbestendig is en dat kunnen bijsturen als nieuwe uitdagingen zich aandienen. Het programma biedt daarvoor de ruimte. Het kader is duidelijk, het draait om ‘de volgende generatie’ en om meer succesvolle bedrijfsovernames. Maar hoe we dat invullen, kunnen we flexibel aanpassen. Dat maakt het zo krachtig.”

Waarom was het zo belangrijk dat dit programma er nú kwam?

“Het aantal jonge boeren staat onder druk,” benadrukt Coen. “Tegelijkertijd zien we dat het onderwerp bedrijfsovername steeds hoger op de agenda komt, zowel nationaal als Europees. De vraag of er over 10, 20 of 30 jaar nog voldoende jonge boeren zijn, leeft breed. Dat maakt dit hét moment om echt stappen te zetten.”

Wat was voor jou persoonlijk de aanleiding om je sterk te maken voor dit programma?

“Voor mij was het niet vanzelfsprekend dat ik het bedrijf thuis kon overnemen,” vertelt Coen. “Maar door er echt voor te gaan, de juiste mensen te betrekken en expertise in te schakelen, gingen er deuren open waarvan ik dacht dat ze gesloten waren. Dat is precies wat we met dit programma willen bereiken: dat jonge boeren net dat extra steuntje in de rug krijgen om hun droom waar te maken. Met de juiste ondersteuning blijkt vaak veel meer mogelijk dan je denkt.”

Wat wil het programma bereiken voor jonge boeren en tuinders?

“Ons uiteindelijke doel is simpel: meer succesvolle en duurzame bedrijfsoverdrachten,” legt Coen uit. “Dat is lastig meetbaar, maar wel waar we alles op richten. We willen dé plek worden waar jij als opvolger, overdrager, familielid, zij-instromer of partner naartoe gaat met je vragen over bedrijfsovername. Ik hoop dat we met dit programma een sterk en herkenbaar merk neerzetten. Dat jonge boeren zeggen: ik heb een vraag over overname — ik kijk even op Bedrijfsovernamewijzer.nl.” Naast het platform worden vanuit het programma ook nieuwe initiatieven en projecten opgezet. “Zo blijven we relevant en versterken we onze positie binnen de sector.”

Bij bedrijfsovername gaat het niet alleen om de financiële kant, maar ook om familie en emoties. Hoe speelt het programma daarop in?

“Bij bedrijfsovername wordt vaak eerst gedacht aan de financiële en juridische kant: de overnamesom, aktes, taxaties,” zegt Coen. “Maar de kern ligt vaak ergens anders: bij vertrouwen, gunnen en familieverhoudingen. Je kunt een bedrijf nooit volledig ‘zakelijk’ overdragen, er is altijd emotie bij betrokken.”

“Het gaat erom dat je elkaar iets gunt en open het gesprek aangaat. Als er vertrouwen is, kun je samen veel meer bereiken. Daarom proberen wij in het programma die koppeling te maken tussen zakelijke thema’s en persoonlijke, relationele onderwerpen. We willen jonge boeren en hun families helpen om het gesprek aan te gaan: hoe zien we de toekomst van ons familiebedrijf?”

Wat merk je in de praktijk dat jonge boeren het meest nodig hebben bij een overnameproces?

“We zien vaak jonge boeren na hun opleiding, waar het vaak over bedrijfsovername gaat, in de praktijk aan het werk gaan, op het bedrijf of buiten de deur. In die periode verdwijnt het onderwerp bedrijfsovername, en actief bezig zijn met kennis hierover opdoen, soms naar de achtergrond. Je bent druk met het runnen van een gezond bedrijf, en nadenken over opvolging lijkt iets voor later.”

“Maar juist in die fase is het belangrijk om te blijven leren en ontwikkelen. Wij proberen studenten en jonge boeren ook ná hun afstuderen te blijven bereiken, om ze te stimuleren na te denken over hun toekomst. Niet alleen praktisch, maar ook strategisch en persoonlijk.”

Dit programma is een samenwerking tussen verschillende partijen. Wat maakt die samenwerking volgens jou zo waardevol?

“Bij bedrijfsovername zijn veel partijen betrokken: adviseurs, banken, onderwijsinstellingen, belangenorganisaties, noem maar op. In dit programma zitten al die spelers samen aan tafel, dat maakt het uniek,” vertelt Coen. “Iedereen die een rol speelt in de verschillende fasen van bedrijfsopvolging is vertegenwoordigd. Dat zorgt voor een breed draagvlak.”

Wat zijn belangrijke succesfactor voor het vervolg van het programma?

De sleutel tot succes ligt volgens Coen in de gezamenlijke verantwoordelijkheid:

“Alle partijen moeten echt staan achter het doel: we doen dit samen, omdat toekomstbestendige bedrijfsovername essentieel is voor onze sector. Je moet elkaar wat gunnen, open delen en samenwerken. Alleen dan blijft het programma ook op de lange termijn relevant.”

Als je één boodschap zou mogen meegeven aan jonge boeren en tuinders die aan de slag zijn of willen, wat zou dat dan zijn?

“Bedrijfsovername is geen makkelijke stap — het vraagt lef, visie en doorzettingsvermogen. Maar juist nu is er behoefte aan jongeren die met passie en innovatie het familiebedrijf voortzetten. Laat je niet ontmoedigen door regels of onzekerheid, maar zoek samenwerking, kennis en steun bij elkaar. Samen bouwen we aan een duurzame en toekomstbestendige landbouw waarin trots, ondernemerschap en verbinding centraal staan. Jullie zijn de nieuwe generatie die het verschil gaat maken. Ga ervoor, want een familiebedrijf voort mogen zetten is het mooiste wat er is!”

 

Tekst: Roos Verhoef-Roeleveld

Beeld: NAJK

 

Dit artikel is onderdeel van ons ledenblad BNDR en verscheen in de editie van december 2025.

BNDR: Optimaliseer je maïsteelt én draag bij aan betere waterkwaliteit

Jonge veehouders beheersen een breed scala aan vaardigheden om hun bedrijf succesvol te runnen. Een toekomstbestendige ruwvoerteelt is daar een cruciaal onderdeel van. Met het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn voor de deur dagen NAJK, Limagrain (LG) en FrieslandCampina jou uit tijdens de MaïsChallenge 2026! Wil jij je maïsteelt verbeteren, meer en beter voer per hectare oogsten, mét oog voor nutriëntenuitspoeling en waterkwaliteit? Doe dan mee en schrijf je vandaag nog in!

In 2026 vindt de achtste editie van de MaïsChallenge plaats, een tweejaarlijks initiatief van NAJK, maïsveredelaar Limagrain en FrieslandCampina. De afgelopen zeven edities bewezen keer op keer dat deelname je teelt naar een hoger niveau tilt. Tijdens de challenge wordt de volledige maïsteelt gevolgd, van bodemvoorbereiding tot inzaai, van opkomst tot oogst en bewaring – je krijgt dus goed inzicht waar winst te behalen valt. Ben je geen veehouder, maar akkerbouwer? Geen probleem. Elke jonge boer met maïs in het bouwplan kan meedoen!

Focuspunten van deze editie

De MaïsChallenge 2026 staat in het teken van praktijkgericht leren, kennisuitwisseling en het aantoonbaar verbeteren van je teeltresultaten. Dit jaar ligt de focus opeen stikstofefficiëntere maïsteelt; een hogere gewasopbrengst en betere kwaliteit leiden tot een verhoogde stikstofopname door de plant (positieve correlatie) en dragen bij aan het beperken van nutriëntenverliezen en het verbeteren van de waterkwaliteit, in lijn met het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Samen met specialisten werk je aan concrete verbeteringen in jouw teeltpraktijk, waaronder:

  • Rassenkeuze afgestemd op bodemtype, opbrengstpotentie en voederwaarde
  • Teeltoptimalisatie, met aandacht voor:
  • Zaaibedbereiding en timing van zaaien
    -Verbetering van bodemstructuur en -kwaliteit
    -Doordacht bemestingsmanagement op basis van bodemanalyses en gewasbehoefte in samenwerking met Eurofins Agro
    -Inzet van vang- en rustgewassen ter bevordering van stikstofbenutting en bodemgezondheid

Deelnemers gezocht

Tijdens de challenge rapporteer je over de voortgang, neem je deel aan een praktijkbijeenkomst en werk je mee aan veldbezoeken waarbij Limagrain-specialisten je resultaten beoordelen en advies geven. Om prestaties inzichtelijk te maken worden ook tools ingezet, zoals grondanalyses vóór en na het seizoen en het digitale teeltplatform Agrility. Punten verdien je op de onderdelen engagement, bodem, opkomst, oogst en kuil.

Wil je meedoen?

Dat kan als je in 2026 minimaal 5 hectare maïs teelt waarvan in ieder geval 2 hectare een LG-ras speciaal voor de challenge. Als je de challenge tot een goed einde brengt – dat doe je door op alle vijf onderdelen inzet te tonen en minstens 55 van de 100 punten te behalen – dan verdien je vier eenheden LG-maïszaad (dus 2 ha) voor seizoen 2027. Dus het gratis zaaizaad wordt dit keer niet vooraf, maar achteraf toegekend* – als beloning voor jouw inzet en prestaties.

De hoofdprijs van de MaïsChallenge?

Een volledig verzorgde studiereis voor twee personen naar de Auvergne – hét maïscentrum van Frankrijk – inclusief een bezoek aan de grootste internationale veehouderijbeurs: Sommet de l’élevage. Ook de nummers twee en drie gaan niet met lege handen naar huis:

  • 2e plaats: een stijlvolle smartwatch.
  • 3e plaats: een krachtige bluetooth partyspeaker.

Daarnaast is er een speciale biodiversiteitsprijs voor de deelnemer met de mooiste akkerrand.

*Vanwege de schooljaarwissel ontvangen deelnemende schoolteams – bij uitzondering – de vier gratis eenheden LG-maïszaad voor het MaïsChallenge-perceel vooraf.

Tekst: Rene de Munnik

Beeld: Limagrain

 

Dit artikel is onderdeel van ons ledenblad BNDR en verscheen in de editie van december 2025.

BNDR december: de week van Wendy Kicken

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK vervult Wendy Kicken de rol van portefeuillehouder pluimvee-,varkens- en kalverhouderij en vicevoorzitter. Daarnaast heeft ze samen met haar ouders een pluimveebedrijf in Limburg. Wendy maakt zich sterk voor de belangen van deze verschillende sectoren, organiseert jongerendagen en gaat de discussie aan in Den Haag.

Maandag

We starten de week met het verkiezingsdebat dat door NAJK en Nieuwe Oogst is georganiseerd om jonge boeren te helpen bij hun keuze op welke partij ze moeten stemmen.

 

Dinsdag

Op dinsdag was het druk bij mijn man thuis, omdat de maïs werd ingekuild. Na een dagje debat en politiek is dit een leuke afwisseling in de week.

 

Woensdag

Vandaag was het tijd voor onze maandelijkse Dagelijkse Bestuur vergadering in Utrecht.Voor mij betekent dit dat ik in de ochtend op tijd moet vertrekken, omdat ik vanuit het zuidelijkste puntje moet komen. Naast alle lobby en interne zaken, hebben we het natuurlijk ook gezellig binnen ons bestuur.

 

Donderdag

Vandaag heb ik overdag enkele online overleggen en beginnen we met de voorbereidingen in de vleeskuikenstal. De vleeskuikens gaan weg, waardoor het vooral een voorbereidend/ kantoordagje is. In de avond mag ik aansluiten bij het BAJK, waarvan ik de contactpersoon mag zijn vanuit NAJK. Via deze manier proberen we zo kort mogelijk bij de provincies te staan.

 

Vrijdag

We sluiten de week af met het schoonmaken van de wintertuinen. De vleeskuikens zijn weg in 1 stal, waardoor we alles weer schoon moeten maken voor de volgende ronde. Dankzij onze hond Tess en de loader is dat een gezellige bezigheid.

 

Dit artikel is onderdeel van ons ledenblad BNDR en verscheen in de editie van december 2025.

 

BNDR december: Belangenbehartiging: meer dan alleen praatjes en netwerken

Achter de schermen behartigt NAJK de belangen van de jonge boeren en tuinders in de politiek Ingewikkelde dossiers, zoals het RENURE, stikstof, grondgebondenheid en Nota ruimte, zijn hier aan de orde van de dag. Het is een kleine greep uit de onderwerpen waar de dagelijks bestuurders zich keer op keer voor blijven inzetten. Hoe ziet deze belangenbehartiging er precies uit? En waar is NAJK momenteel druk mee? We geven je graag een uitgebreide update!

Bouwsteen Natuur

Op 21 oktober is de Bouwsteen Natuur gepubliceerd door natuurorganisaties, provincies, gemeenten en waterschappen. Deze bouwsteen richt zich op geborgd natuurbeheer, natuurherstel en agrarisch natuur- en landschapsbeheer. De afspraken versterken de eerder door ons ondertekende Bouwsteen Emissiereductie Landbouw. Beide bouwstenen zijn noodzakelijk om vergunningverlening weer mogelijk te maken en perspectief te bieden aan PAS-melders en interimmers. In de afspraken is vastgelegd dat natuurorganisaties worden gemonitord op hun prestaties in beheer en herstel. Wanneer doelen niet worden gehaald, moeten daar consequenties aan verbonden zijn.’

Renure

Goed nieuws vanuit Brussel: op 19 september heeft het Nitraatcomité ingestemd met de toelating van renure als kunstmestvervanger, een belangrijke stap waar wij, samen met andere landbouworganisaties, al jaren voor hebben gepleit. renure, een bewerkte vorm van dierlijke mest, helpt kringlopen sluiten en kan verlichting bieden op de overvolle mestmarkt. De exacte voorwaarden worden binnenkort bekendgemaakt, en het succes en de positieve impact voor jonge boeren en tuinders hangt volledig af van een snelle en werkbare implementatie in de Nederlandse wet- en regelgeving. Wij blijven ons daarom inzetten voor een vlotte en praktische uitvoering, zodat jonge boeren zo snel en breed mogelijk kunnen profiteren van renure.

Stikstof

Op 16 september presenteerde het kabinet, naast de Miljoenennota, het vervolgpakket om Nederland van het stikstofslot te krijgen. In de Kamerbrief “Vervolgpakket Nederland van het slot” wordt toegelicht hoe het totale budget van 5,6 miljard euro wordt ingezet voor doelsturing, borging en verduurzaming. Wij zien dit als een stap in de juiste richting, maar constateren dat het nog onvoldoende is om vergunningverlening volledig op gang te brengen. Positief is de ontwikkeling van een doelsturingssystematiek, die ondernemers ruimte biedt om binnen heldere kaders zelf te sturen op emissiereductie. Voor een goed werkend systeem is het nu belangrijk te starten met praktische uitwerking, duidelijke bedrijfsspecifieke doelen, bescherming van data en sterke publiek-private samenwerking.

Reductie van stikstofuitstoot is cruciaal voor het legaliseren van PAS-melders en interimmers en om vergunningverlening mogelijk te maken. Een hedendaags referentiemoment maakt het mogelijk uit te gaan van de huidige uitstoot, in plaats van die van dertig jaar terug, waardoor emissiereductie daadwerkelijk wordt geborgd. De minister stelt streefwaarden voor 2030 en einddoelen voor 2035, met mogelijke maatregelen voor bedrijven die achterblijven: van het tijdelijk houden van minder dieren tot het intrekken van productierechten.

Wij steunen deze denklijn, maar vragen ons af of streefwaarden in plaats van concrete, haalbare doelen voldoende zijn om vergunningverlening tijdig te laten verlopen. Extra randvoorwaarden, zoals afronding van legalisatie en toegang tot vergunningen, blijven essentieel. Met 2,6 miljard euro extra boven op het bestaande budget van 3 miljard euro is een belangrijke stap gezet, maar snelle en concrete uitvoering blijft cruciaal voor doelsturing, verduurzaming en het herstel van vertrouwen in vergunningverlening.

Grondgebondenheid

Op 1 september is het initiatiefwetsvoorstel over grondgebondenheid van NSC-Kamerlid Holman gepubliceerd. Wij hebben dit voorstel zorgvuldig bestudeerd, samen met de klankbordgroep melkvee, en via de consultatieroute een inhoudelijke reactie ingediend, waarbij alle relevante factoren zijn meegewogen. Hoewel het kabinet demissionair is, werkt minister Wiersma al aan een invulling van het thema grondgebondenheid. Het onderwerp krijgt steeds meer politieke aandacht, maar roept ook nog veel vragen op, bijvoorbeeld over de relatie met doelsturing.

Bij onze beoordeling ligt de focus op de uitvoerbaarheid voor jonge boeren, de mate van ondersteuning die zij ontvangen en de bijdrage aan hun langetermijnperspectief. Daarnaast pleiten wij voor oog voor regionale verschillen en voldoende ruimte voor ondernemerschap, omdat alleen op die manier grondgebondenheid kan bijdragen aan een toekomstbestendige sector.

Nota Ruimte

Demissionair minister Keijzer heeft op 26 september het ontwerp van de Nota Ruimte gepubliceerd, waarin keuzes worden gemaakt over de verdeling van schaarse ruimte voor landbouw, natuur, woningbouw en economie. Hoewel het kabinet de waarde van landbouw erkent, zien wij dat dit nog onvoldoende wordt vertaald naar concrete beleidsruimte voor agrarisch ondernemers. De nota biedt kansen om duidelijkheid te scheppen over wat onder-nemers kunnen en mogen in hun omgeving, maar zonder juridische borging blijven de plannen vrijblijvend. Wij pleiten ervoor om de omvang en positie van agroclusters te behouden, zodat deze economisch en landschappelijk kunnen blijven functioneren. De komende tijd toetsen wij het ontwerp aan onze uitgangspunten en dienen wij via de consultatieprocedure, waarvan de zienswijze tot 15 december kan worden ingediend, een reactie in. Onze portefeuillehouder Leefomgeving werkt hier samen met onze klankbordgroep aan, om de belangen van jonge boeren en tuinders goed te vertegenwoordigen.

Bedrijfsovername en Vestigingssteun

De Europese Commissie heeft op 21 oktober een nieuwe communicatie over bedrijfsopvolging in de landbouw gepubliceerd, waarin wordt erkend dat jonge boeren vooral belemmeringen ervaren in toegang tot financiering, grond en kennis – precies de knelpunten waar zij in de praktijk dagelijks mee te maken hebben. Wij zijn positief over deze erkenning, maar benadrukken dat woorden omgezet moeten worden in omgezet moeten worden in concrete acties. Juist nu is het tijd om door te pakken. Samen met CEJA blijven wij ons inzetten voor een Europese strategie die ook in Nederland handen en voeten krijgt. Tegelijkertijd verhoogt het kabinet het budget voor de vestigingssteun 2025 van €47,4 miljoen naar €60,1 miljoen, waardoor vrijwel alle aanvragen kunnen worden gehonoreerd. Wij zien dit als een belangrijke stap richting betere ondersteuning van startende jonge boeren, waarmee duidelijk wordt dat de overheid bereid is te investeren in de toekomst van onze sector. De openstelling van de vestigingssteun in 2026 is nog niet volledig bekend, maar de verwachting is dat de regeling wordt voortgezet, zodat ook nieuwe starters in aanmerking kunnen komen voor financiële steun.

Wat komt er nog aan?

Naast de dossiers die recent veel aandacht hebben gekregen, zal NAJK de komende tijd ook intensief bezig zijn met andere belangrijke thema’s voor jonge boeren en tuinders. Hierbij ligt de focus onder andere op het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn (APN), mestbeleid, grond- en pachtzaken, het verder uitwerken van het gesloten convenant “stappen naar een dierwaardige veehouderij”, geur en het Gewasbeschermingsmiddelen (GWM). In al deze dossiers zetten wij ons in om ervoor te zorgen dat beleid uitvoerbaar is in de praktijk, jonge ondernemers voldoende steun krijgen en er toekomstperspectief blijft voor de landbouwsector.

 

Dit artikel is onderdeel van ons ledenblad BNDR en verscheen in de editie van december 2025.

‘Mentale gezondheid op het boerenerf: druk, taboes en de kracht van een goed gesprek’

NAJK-leden en -partners over druk van de omgeving, spanning binnen de familie en de kracht van open gesprekken

Van buitenaf lijkt het boerenleven vaak rustig en idyllisch: grazende koeien, een ronkende trekker en een erf vol bedrijvigheid. Maar achter die ‘rust’ schuilt soms een onzichtbare strijd: ondernemers die balanceren tussen de passie voor hun vak en de groeiende druk van regels, financiën, maatschappelijke verwachtingen en soms lastige familiegesprekken. Tijdens een themabijeenkomst van NAJK, haar partners en leden, spraken jonge boeren en betrokken partijen over mentale druk in de agrarische sector.

Wat volgde was een openhartig gesprek tussen (jonge) boeren, adviseurs, verzekeraars en ervaringsdeskundigen over de impact van regelgeving, de publieke opinie, financiële druk en familieverhoudingen — én over het belang van praten, juist als dat lastig voelt.

‘Je moet ertegen kunnen, maar tot hoever?’

Melkveehouder Robert Koops (FrieslandCampina) beet het spits af: “Tot op zekere hoogte hoort druk bij het ondernemerschap”, vindt hij, “maar er zijn grenzen aan wat gezond is.” Elisabeth Jukema (Agrifirm Jongerenraad) sluit zich daarbij aan, maar zorgen de verplichtingen en toegenomen papierlast wel voor een bron van spanning: “Je bent niet meer alleen koeien aan het melken. Twintig procent van je tijd gaat op aan administratie om iedereen tevreden te houden.” Om over de financiële druk nog maar te zwijgen. Bedrijven worden groter, kosten hoger en de onzekerheid over toekomstige regelgeving groeit. Een vertegenwoordiger van AJF vatte het samen: “Bedrijven worden steeds groter en een bedrijf overnemen gaat steeds lastiger. Vroeger werd vaak gezegd ‘je kunt altijd nog boer worden’, nu is het niet meer zo vanzelfsprekend en moet je er keihard voor werken.”

Druk van buitenaf

De aanwezigen zijn het er unaniem over eens: we moeten ook de druk vanuit de omgeving en de maatschappelijke beeldvorming niet onderschatten. Erik van Ophoven (Interpolis – Achmea) gaf hier een duidelijk voorbeeld van: “Ik had tegenover ons huis een stukje grasland gespoten en voor ik het wist werd er op het wegdek een doodskop getekend van Extinction Rebellion met de tekst ‘Let op: landbouwgif!’. Dan doe je als ondernemer eigenlijk niks verkeerd, want mijn veldspuit wordt gewoon gekeurd is en ik gebruik een middel dat toegelaten is. En toch word je zo betiteld. Dat werkt natuurlijk niet mee.” Het gebeurt volgens Hans Haasken (DAJK) vaker dan we denken. “De laatste jaren zie ik steeds meer mensen de middelvinger naar me opsteken als ik op de trekker zit. Als je het gesprek aangaat, begrijpen ze het vaak beter, maar het eerste beeld dat zij van ons hebben, is dat het mis is wat wij doen.” Tijdens de Open Boerderijdag ontving Robert Koops (FrieslandCampina) zo’n 1500 bezoekers. Toch waren er nul negatieve reacties die dag. “Het is vaak ook een gebrek aan uitleg”, legt Robert uit, “We laten als boeren te weinig zien waar we mee bezig zijn, daar zijn we veel te bescheiden voor.”

Familie: steunpilaar of bron van spanning

Soms zit de bron van spanning helaas dichterbij dan we denken. “Familie is vaak een belangrijke factor. Het is prachtig om samen te werken, maar juist die nauwe band kan ook spanning geven, zeker bij bedrijfsovernames”, legt Ankie de Jong (TABOER) uit. DAJK-lid Hans Haasken heeft thuis een gemengd bedrijf en zit middenin een ingewikkeld overnameproces met zijn broer en zus. Hij bevestigt dat familierelaties soms zwaar op je schouders kunnen liggen: “We hebben inmiddels een derde buitenstaander bij het gesprek betrokken, maar het blijft ingewikkeld.” Ankie de Jong ziet in haar werk bij TABOER hoe familieconflicten grote invloed kunnen hebben op het welzijn van de (jonge) ondernemer: “Het kan zoveel spanning veroorzaken, en er wordt vaak niet of te laat over gepraat.”

Investeren in hoofd en hart

Als je naar een gemiddelde jaarrekening kijkt van een agrarisch bedrijf, zie je voornamelijk investeringen in machines en gebouwen. Volgens de aanwezigen wordt er dan ook te weinig geïnvesteerd in ‘het hoofd en het hart’ van de boer. Een AJF-lid merkt op: “De mentale gezondheid krijgt veel minder aandacht. Iedere keer als er weer een uitnodiging is van een studiegroep of AJK-avond, gaat het vooral over ‘Hoe krijgen we een beter stalklimaat?’ of ‘Hoe kunnen we onze mest afzetten?’, het gaat eigenlijk nooit over iets mentaals, terwijl Iedereen daar wel mee kan worstelen. Dat vind ik wel jammer.” Ook Hendrik Veldman (DeLaval) vind dat iedere ondernemer moet investeren in zichzelf. “Er bestaat natuurlijk niet perse een cursus met ‘Hoe voorkomen we een burn-out?’, maar blijf jezelf wel ontwikkelen en stel jezelf altijd de vraag: word ik hier gelukkig van?”

De zwijgcultuur doorbreken

Zelf aan de bel trekken vinden boeren vaak lastig, maar Erik van Ophoven (Achmea Agro) wijst op de rol van adviseurs: “Wij zijn geen hulpverleners, maar we kunnen wel signaleren en doorverwijzen.”

Volgens de deelnemers is mentale druk vaak een optelsom van factoren: wet- en regelgeving, financiële druk, familieverhoudingen én het feit dat er te weinig over wordt gesproken. De zwijgcultuur die er momenteel heerst kan de mentale druk namelijk wel vergroten. Minder praten leidt tot meer spanning — en hoe meer spanning, hoe minder je praat. “Door erover in gesprek te gaan, kan de druk van de ketel”, vult Ankie (TABOER) aan.

Kortom: laat de druk niet oplopen, maar zet in op laagdrempelige gesprekken. Soms is één gesprek of constatering al genoeg om iets in beweging te zetten!

Deze stellingen stonden centraal in de discussie

  • Mentale druk hoort bij het ondernemerschap in de agrarische sector, daar moet je gewoon tegen kunnen.
  • De grootste mentale druk komt niet van buiten, maar van mijn eigen familie.
  • Je kunt onderdeel zijn van een familiebedrijf en je toch compleet alleen voelen.
  • We investeren in machines en stallen, maar te weinig in het hoofd en hart van de boer.
  • Mentale druk is geen gevolg van beleid of werkdruk, maar van een zwijgcultuur.

Deze themabijeenkomst over ‘Mentale druk’ is tot stand gekomen met medewerking van:

Ankie de Jong (LTO Noord/TABOER), Elisabeth Jukema (Young Agrifirm), Erik van Ophoven (Interpolis – Achmea), Hendrik Veldman (DeLaval), Robert Koops (FrieslandCampina), Hans Haasken (DAJK), Wendy Kicken (NAJK) en een vertegenwoordiger van AJF.

BNDR: Column door Pytsje van der Veen

Blijven communiceren en omkijken naar elkaar

Pytsje van der Veen (37)
Leidinggevende dagbesteding voor ouderen, toezichthouder zorginstelling en melkveehoudster
AJF-lid Achtkarspelen en Kollumerland

Als zorgboerin werk ik dagelijks met cliënten en hun mantelzorgers waarbij mentale druk, geestelijke problematiek en overbelasting een grote rol spelen. Mentale gezondheid is een onderwerp die ons allen treft, óók agrariërs. Mentale druk kan variëren van lichte stress tot ernstige zorgen. De één kan er beter mee om gaan dan de ander.

In mijn werk zie ik regelmatig overbelaste mantelzorgers. Zodra zij (of iemand uit hun omgeving) hulp inschakelen ontstaan er vaak mogelijkheden om hen te ontlasten. Dit brengt weer balans en ruimte in hun leven om de zorg vol te houden. Die ervaring is waardevol, ook voor agrariërs die onder druk staan.

Er zijn verschillende redenen wat het boerenleven kwetsbaar maakt. Denk aan de economische onzekerheid door mestproblematiek, wisselende prijzen en vergunningen. De toenemende regelgeving en administratie, spanningen rondom de overname of juist het ontbreken van opvolging. Om over de gevolgen van ingrijpende dierziektes, de weersafhankelijkheid, eenzaamheid en isolement of lichamelijke en psychische problematiek nog maar te zwijgen.

Bij familiebedrijven lopen werk en privé vaak door elkaar. Ondernemen binnen verschillende generaties vraagt veel. Er is vaak een sterk plichtsgevoel. Er wordt heel veel van je gevraagd waar je zelf verantwoordelijk voor bent. Het werk in de landbouw kent vaak geen 9-5 mentaliteit en in drukke seizoenen loopt de belasting op. De zorg voor de dieren gaat het hele jaar door. Dat herken ik ook bij de mantelzorgers. Zorg voor hun familielid of partner houdt nooit op.

Veel agrariërs vinden het lastig om hulp te zoeken. Problemen worden liever zelf opgelost. Ze ervaren het gevoel dat niemand de situatie kan veranderen of kennen schaamte, angst of onmacht. Tegelijkertijd heeft een groot deel van de agrariërs moeite om het onderwerp bespreekbaar te maken bij anderen. Je wilt je niet teveel met een ander bemoeien en ziet angst om de relatie te schaden.

Communicatie en omkijken naar elkaar is van groot belang. Praten over mentale gezondheid is net zo belangrijk als praten over lichamelijke klachten. Een goed gesprek kan lucht geven, het voorkomt isolement, het brengt perspectief en het opent de weg naar hulp. Het doorbreekt bovendien het taboe dat nog steeds rust op mentale problemen.

In mijn werk zie ik wat er mogelijk is als mensen wel om hulp vragen. Er ontstaat ruimte. Er komt weer lucht. Soms is er professionele ondersteuning nodig, soms is een klein steuntje genoeg. Het belangrijkste is dat je het niet opkropt. Want pas als je erkent dat het niet meer gaat, kun je ook iets veranderen.

Er is vaak meer hulp beschikbaar dan je denkt. De eerste stap kan al dichtbij liggen, bijvoorbeeld een gesprek met de huisarts. Maat er zijn ook organisaties als Zorg om Boer en Tuinder (ZOB) of Taboer die agrariërs mentaal steun kunnen bieden. Zij kennen het boerenbestaan van binnenuit en spreken dezelfde (boeren)taal.

Wat ik heb geleerd in mijn werk als zorgboerin en als melkveehoudster is dat niemand alles alleen kan dragen. Zowel de mantelzorger als de boer. Maar als we op tijd omkijken naar elkaar en ook zelf durven zeggen ‘het gaat niet meer’,  blijft het leven werkbaar. Dan blijft er ruimte over voor jezelf, je gezin en je bedrijf!

BNDR: Maak kennis met Amber Laan

Amber Laan is sinds augustus de nieuwe portefeuillehouder melkveehouderij bij NAJK. Deze 29-jarige enthousiasteling wil niet alleen práten over verandering, maar er ook mee aan de slag. Vanuit haar boerderij in Warder (NH) neemt ze graag, samen met de rest van het dagelijks bestuur, het voortouw om landbouw en beleid beter met elkaar te verbinden. We stellen haar graag aan je voor!

Amber Laan groeide op tussen de koeien en de ‘grutto’s’ in het Noord-Hollandse Warder. Toch was het lang niet altijd zeker dat zij het familiebedrijf zou overnemen. “Op de middelbare school dacht ik: boer zijn betekent áltijd aanstaan. Geen vrije weekenden en geen spontane plannen. Dat leek me toen niks.” Toch begon het tijdens de studie agrarische economie in Wageningen en een master bestuur en beleid in Utrecht te kriebelen.

Van studentenstad terug naar de koeien

Lange tijd was Ambers jongere zus de beoogde opvolger van het melkveebedrijf. “Zij zat op de agrarische school en was veel actiever op de boerderij dan ik,” vertelt Amber. “Tijdens mijn studie besefte ik: als je echt verandering wil brengen in de landbouw, kun je er eindeloos over praten… of je doet het gewoon zelf. Toen heb ik thuis voorzichtig gezegd dat ik misschien tóch mee wilde draaien op onze melkveehouderij.” Dat kwam als verrassing, maar na veel gesprekken kon Amber toetreden tot de maatschap. “En toen m’n zus naar Ierland vertrok en daar bleef, stond ik ineens zelf aan het roer.” En dus ruilde ze haar kamer in de grote stad in voor het boerenbedrijf. Met 70 melkkoeien op 60 hectare grasland, waarvan een flink deel onder agrarisch natuurbeheer valt, draait Amber tegenwoordig volop mee in de praktijk. “De eerste weken moest ik echt nog veel praktische dingen leren. Ik wist niet eens hoe je iets aankoppelt aan een trekker. Nu zie ik resultaat, en dat motiveert enorm!”

Nieuw bloed in de melkveehouderij

Met haar benoeming als dagelijks bestuurder bij NAJK brengt Amber praktijkervaring én beleidsexpertise aan tafel. Een gouden combinatie in een sector die onder druk staat. Amber ziet een duidelijke taak voor zichzelf: boeren vooruit laten kijken. “Er is veel focus op korte termijnproblemen. Maar als we daar blijven hangen, pakken we nooit de kansen die er op de  lange termijn zijn”, aldus de nieuwe portefeuillehouder melkveehouderij. We moeten volgens Amber niet alleen nadenken over ‘hoeveel mest mag ik nog rijden’, maar ook: ‘hoe maak ik mijn bedrijf toekomstbestendig én rendabel?’ Denk aan verdienmodellen voor natuurbeheer of innovaties in stalontwerp. “Een extra liter melk levert vaak nog altijd meer op dan natuurbeheer”, vult Amber aan. “Dat moet anders, als je kijkt naar de maatschappelijke opgaven die op melkveehouders afkomen. Als de maatschappij iets van ons wil, dan moet daar ook een verdienmodel tegenover staan.”

Tussen frustratie en verbinding

De melkveesector is in beweging en dat gebeurt niet altijd vrijwillig. Boeren voelen zich geregeld overvraagd door de overheid, terwijl hun marges onder druk staan. Amber snapt die frustratie als geen ander. “Boeren willen gewoon weten waar ze aan toe zijn en waarvoor ze hun bed uitkomen. En terecht!”

Juist daarom vindt ze het belangrijk dat NAJK duidelijk communiceert, luistert én zichtbaar is. “Tijdens de sessies van NAJK rondom het Landbouwakkoord merkte ik hoe waardevol het is om open in gesprek te gaan. Eerst komt de frustratie eruit, maar daarna ontstaat vaak ook begrip.”

Boerenverstand én beleidstalent

Amber combineert haar achtergrond in beleid met het boerenleven. “De rode draad in alles wat ik doe? De vertaalslag maken. Wat betekent een regel in de praktijk? En hoe zorgen we dat beleid ook echt werkt?” Bij het HAJK (Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt) zette ze al stappen op provinciaal niveau, maar bij NAJK wil ze nóg meer impact maken. “Het speelveld is landelijk en dus complexer. Maar dat maakt het ook interessanter. Er liggen veel kansen als de sector samen optrekt.”

Een nieuwe stal, een nieuwe koers

Op haar eigen bedrijf werkt Amber ook aan de toekomst: “Ik wil een nieuwe stal met melkrobots, vooral voor flexibiliteit én koecomfort.” Ze denkt aan dichte vloeren voor veiligheid, betere mestbenutting en meer dierwaardigheid. “Je hoeft niet morgen alles te veranderen. Maar je moet nu wel nadenken over wat er over tien jaar van je gevraagd wordt en hoe je daar naartoe werkt.”

Niet de makkelijkste weg, wél de mooiste

Met een volle week in de stal en NAJK is haar agenda niet bepaald leeg. Maar Amber kiest hier bewust voor. “Ik had het ook makkelijk kunnen houden, gewoon één baan en klaar. Maar ik vind het mooi dat ik vanuit het boerenleven ook iets mag doen voor de sector. Juist nu. Want verandering komt er sowieso. Dan kun je er maar beter voor zorgen dat het jóuw kant op valt.”

Maak kennis met… dagelijks bestuurder Amber Laan

Vragen? Neem contact op door een e-mail te sturen naar alaan@najk.nl.

Benieuwd wat Amber de leden van NAJK te bieden heeft? Bekijk de video op YouTube waarin ze zichzelf voorstelt.

 

BNDR: Belangenbehartiging: meer dan alleen praatjes en netwerken

Achter de schermen behartigt NAJK de belangen van de jonge boeren en tuinders in de politiek. Ingewikkelde dossiers, zoals stikstof, het Convenant Dierwaardige Veehouderi en het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (APN), zijn hier aan de orde van de dag. Het is een kleine greep uit de onderwerpen waar de dagelijks bestuurders zich keer op keer voor blijven inzetten. Hoe ziet deze belangenbehartiging er precies uit? En waar is NAJK momenteel druk mee? We geven je graag een uitgebreide update van de afgelopen maanden! 

Natuurherstelverordening

In juni 2024 heeft de Europese Unie de natuurherstelverordening aangenomen. Nederland dient door deze verordening uiterlijk volgend jaar een nationaal herstelplan op te stellen. In dit plan komt een 0-meting en een aanpak waarmee Nederland invulling wilt geven aan doelen zoals het vernatten van veenweide, het herstellen van open landschappen en het (nog meer) beschermen van habitats en soorten. NAJK heeft zorgen over de mogelijke impact van de natuurherstelverordening. Een fatsoenlijke 0-meting en realiteitsbesef over de impact op de landbouw kan ons de komende jaren helpen als er invulling wordt gegeven aan de gestelde doelen. NAJK pleit in haar lobby dan ook om hier vanuit het ministerie meer prioriteit aan te geven. Hoe het nationale herstelplan er uit komt te zien, is nog afwachten. Als hier meer duidelijkheid over is, komen we bij de leden terug.

Stikstof

De afgelopen maanden is er veel gebeurd als het gaat om stikstof. Het startpakket van de ministeriële commissie sloeg de juiste weg in, maar was nog lang niet concreet genoeg. Zonder budget en concretisering van deze plannen kunnen PAS-melders en interimmers niet worden gelegaliseerd en kunnen jonge boeren en tuinders nog steeds niet vertrouwen op fatsoenlijke vergunningverlening in Nederland. Daarom heeft NAJK samen met provincies (IPO), gemeenten (VNG), waterschappen (UvW) en LTO een concretiseringsslag op dit startpakket gerealiseerd met het bouwstenendocument welke begin juli is gepubliceerd. Dit document biedt een basis voor verkiezingsprogramma’s en de formatie van het nieuw te vormen kabinet. In de tussentijd werkt NAJK met de betreffende partijen aan een concrete uitwerking van de gedane voorstellen. Dit betreft o.a. onderzoek naar een nieuw referentiemoment, bepalen wanneer er sprake is van een aantoonbaar extra effect (dus de additionaliteit is ingevuld) en de verdere ontwikkeling van doelsturing. Kortom, ook de komende maanden zet NAJK zich in voor een totaaloplossing!

Convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’

Dinsdag 24 juni is het convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’ getekend, samen met de vier sectoren melkvee-, kalver,- varkens- en pluimveehouderij. Markt- en ketenpartijen, het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en dierenwelzijnsorganisaties hebben hier ook hun handtekening onder gezet. Nu kan de uitvoering beginnen! Het eerste gesprek met de verkenner, van de nieuw op te richten onafhankelijke autoriteit, staat gepland en binnenkort gaan we van start met de concrete uitvoering van het convenant.

Concept 8e APN

Op 14 juli presenteerde minister Wiersma de Kamerbrief over het concept van het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (APN). Daarin heeft de koers naar doelsturing een prominente plaats gekregen. NAJK staat positief tegenover deze benadering: doelsturing biedt ondernemers handelingsperspectief en ruimte om – op basis van behaalde resultaten – af te wijken van generieke regelgeving. In de afgelopen maanden hebben wij, samen met het brede consortium van landbouworganisaties, intensief samengewerkt met het Ministerie LVVN om te verkennen hoe doelsturing op een effectieve, werkbare en breed gedragen manier kan worden vormgegeven. Deze samenwerking wordt de komende tijd intensief voortgezet om tot een gedragen doelsturingsaanpak te komen. Naast het doelsturingsspoor is ook het generieke spoor van het 8e APN gepresenteerd. Met name de onduidelijkheid rondom de herziening van de stikstofgebruiksnormen en de toepassing van kortingen in de aandachtsgebieden voor oppervlaktewater baart NAJK zorgen. Via de internetconsultatie zullen wij hierover onze reactie indienen.

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

De afgelopen tijd stond voor onze portefeuillehouder internationaal, Gerben Boom, vooral in het teken van Renure, de EU-begroting en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Na lang wachten en intensieve gesprekken in Brussel en Den Haag, werden op woensdag 16 juli eindelijk de voorstellen voor het GLB vanaf 2028 gepresenteerd. 

Als NAJK hebben we ons de afgelopen tijd sterk gemaakt voor een gelijk speelveld voor boeren in heel Europa. Helaas brengen de nieuwe voorstellen nog veel onzekerheden met zich mee. Er dreigen verschillen te ontstaan in de GLB-subsidies die boeren in verschillende lidstaten ontvangen. NAJK blijft pleiten voor voldoende en passende regelingen voor jonge boeren, zodat bedrijfsovername beter mogelijk wordt. Gelukkig lijkt de Europese Commissie daar steeds meer oog voor te hebben — maar we zijn er nog niet. Wordt vervolgd!

Kunstmestvervanger Renure

Rondom de toelating van Renure zijn er ook belangrijke stappen gezet. Samen met collega-organisaties werken we aan een toelating van deze kunstmestvervanger. Nederland heeft hier al geruime tijd geleden een aanvraag voor ingediend, maar tot nu toe zonder succes. De verwachting is dat het Nitraatcomité, waar ook Nederland deel van uitmaakt, dit najaar een besluit zal nemen.

Politieke landbouwvisies

Tot slot was Gerben de afgelopen maanden aanwezig bij verschillende presentaties van landbouwvisies van politieke partijen. Zo nam hij deel aan het panel van de Voedselvisie van Volt en woonde hij de presentatie van het programma van GroenLinks bij. Zulke bijeenkomsten zijn voor het dagelijks bestuur van NAJK erg waardevol: ze bieden de kans om met alle politieke partijen in gesprek te gaan en de stem van jonge boeren te laten horen!

BoerNatuurlijk-ambassadeur, Niels Vermue aan het woord.

Stap voor stap natuurinclusief: Niels aan het woord!

 

Projectleider Marjan Holtland ging in gesprek met onze BoerNatuurlijk-ambassadeur, Niels Vermue. Hoe kijkt de jonge veehouder naar vernieuwing, wat drijft hem, en welke tips heeft hij voor andere jonge ondernemers die stappen willen zetten richting een duurzamere bedrijfsvoering?

Niels werkt samen met zijn ouders en broer op het thuisbedrijf met schapen en zoogkoeien in het Zeeuwse Ritthem. Daarnaast werkt hij fulltime op de logistieke afdeling van een pootgoedhandelshuis. “Die combinatie vind ik fijn: na een dag op kantoor kan ik thuis nog lekker fysiek bezig zijn!”, aldus de kersverse ambassadeur van BoerNatuurlijk.

Wat motiveerde jullie richting natuurinclusieve landbouw?

“Een paar jaar geleden kregen we de kans om 35 hectare grond vlak bij ons in de straat natuurinclusief te gaan beheren. Die grond is eigendom van het havenschap waar we naast wonen. In totaal bood het havenschap ruim 100 hectare land aan, verdeeld over vier boeren. Zo’n kans om dichtbij land te pachten krijg je niet vaak, dus die grepen we met beide handen aan.”

Tegen welke obstakels lopen jullie aan als je nieuwe ideeën wilt doorvoeren?

“Voor die grond betalen we, gezien de voorwaarden die eraan hangen, een redelijk hoge pachtprijs. Volop experimenteren zit er dus niet direct in. Je wilt immers wel ge

woon een goede oogst halen. Als we echt zouden willen experimenteren, is het handiger als je nog terug kunt grijpen op kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen. Dan heb je een soort back-up om schade te beperken en durf je meer. Nu hebben we die niet, en dat remt ons wel wat.”

Kun je een voorbeeld geven?

“In het eerste jaar hadden we bijvoorbeeld enorme last van jacobskruiskruid, dat overal opkwam. Die plant is giftig voor dieren, dus dat was geen fijn begin. Eigenlijk start je dan al met een achterstand. We hebben toen een paar stukken geploegd en zijn een deel kwijtgeraakt, maar door de hoge druk in het omliggende gebied waaien er telkens nieuwe zaden binnen. Op de ergste percelen hebben we luzerne gezaaid, met het idee dat de stikstof die luzerne bindt, het jacobskruiskruid kan verdrijven.”

Heeft het toepassen van natuurinclusieve maatregelen jouw eigen kijk op het boeren veranderd?

“Nee, niet per se. Het zal ook nooit voor iedereen passend zijn. Je moet wel tegen verandering kunnen; net als je denkt dat je het onder de knie hebt, verandert er weer iets. S

ommigen spreken van een spanningsveld tussen traditie en vernieuwing, ik zie dat zelf niet zo. Iedereen moet vooral doen wat bij hem of haar past. Als je wél spanning voelt, denk ik dat je met iets bezig bent waar je zelf niet achter staat. Het moet wat dat betreft echt bij je passen.”

Hoe ervaar je de samenwerking met bijvoorbeeld overheid, andere boeren of natuurorganisaties?

“Onze ervaring met natuurorganisaties is goed, zolang je maar in contact blijft. Dan kun je alles bespreken, en begrijpen ze vaak ook wel dat je niet het onmogelijke kunt doen. Verder werken we nauw samen met onze achterbuurman: wij zetten gras, hij akkerbouwgewassen, en hij ontvangt een groot deel van onze vaste stalmest. Die mest is namelijk niet makkelijk te gebruiken op grasland.”

Wat zou je andere jonge boeren willen meegeven die overwegen natuurinclusiever te gaan werken?

Doe het alleen als je er 100% voor gaat. Probeer vooral niet alles tegelijk, maar  doe het stapje voor stapje!”