Nieuwe Oogst: Interview met Marleen van Oorschot
Als voorzitter van het Zeeuws Agrarisch Jongeren Kontakt (ZAJK) vertegenwoordigt Marleen van Oorschot de belangen van jonge boeren en tuinders in Zeeland. Tegelijkertijd staat ze zelf midden in de praktijk op een akkerbouwbedrijf op Tholen. Volgens haar wordt de echte uitdaging voor Zeeuwen nog te vaak onderschat: water.
Van wat voor bedrijf kom je?
‘Wij hebben een akkerbouwbedrijf van ongeveer 75 hectare. We telen onder meer granen, suikerbieten, uien, aardappelen en knolselderij. Mijn ouders, mijn broer en ik zitten met z’n vieren in de maatschap. Mijn broer en ik werken allebei ook buiten de deur. Zelf werk ik als teeltadviseur, al stopt dat binnenkort.’
Is een baan naast het bedrijf keuze of noodzaak?
‘Allebei. Ik vind het leuk om bij andere boeren over de vloer te komen. Dat voorkomt ook dat je alleen maar in je eigen omgeving blijft en misschien bedrijfsblind wordt. Tegelijkertijd is het financieel ook nodig. Van 70 hectare kun je tegenwoordig moeilijk met een heel gezin leven.’
Hoe ben je bij ZAJK terechtgekomen?
‘Ik ben sinds 2022 voorzitter. Daarvoor was ik actief bij de plattelandsjongeren. Die organisatie valt onder ZAJK en zo ben ik ermee in contact gekomen. Tijdens mijn opleiding aan de HAS in Den Bosch zat een klasgenoot in het bestuur. Ze zochten nieuwe bestuurders. Voor je het weet, ben je voorzitter.’
Is het lastig om jonge bestuurders te vinden?
‘Ja. Er komt veel op de land- en tuinbouw af en sommige jongeren denken: laat maar, ik kijk het wel even aan. Daarom zijn we blij met iedereen die belangstelling heeft. Tegelijkertijd merk ik dat jongeren zich wel degelijk willen inzetten. Iedereen is welkom.’
Wat houdt je rol als voorzitter in?
‘Als voorzitter heb ik geen vaste portefeuille. Ik probeer breed te volgen wat er speelt. Ook onderhoud ik het contact met NAJK en ben ik voor de provincie het eerste aanspreekpunt. We proberen daarnaast bekender te worden bij andere beleidspartijen, zoals waterschappen. Dat lukt steeds beter: bestuurders weten ons vaker te vinden en we worden voor meer bijeenkomsten gevraagd.’
‘Het bestuurswerk is leuk, maar soms ook veel. Er zijn enorm veel plannen en onderwerpen waarin je je moet verdiepen, terwijl je het werk ernaast doet.’
De provincie heeft een stikstofaanpak gepresenteerd. Zie je daarin de inbreng van ZAJK terug?
‘Niet altijd. We kunnen niet zeggen dat we er 100 procent achter staan. Het plan is naar mijn idee redelijk binnenskamers bedacht en bepaald. Op sommige punten lijkt er wel invloed te zijn, maar we herkennen onze inbreng niet overal in terug.’
Hoe groot zijn verzilting en de beschikbaarheid van zoet water voor Zeeland?
‘Die problemen worden landelijk onderschat. Zeeland is een akkerbouwprovincie en heeft op veel plaatsen niet de mogelijkheid om water uit de bodem of rivieren te halen. Op Tholen kan op sommige plekken wel uit de sloot worden beregend, maar dat is uitzonderlijk. We kunnen nog zo efficiënt boeren, zonder voldoende water lukt het niet. Door droge zomers wordt dit steeds urgenter.’
Wat zou er moeten veranderen?
‘De landbouw staat laag op de ladder bij de verdeling van water. Het zou goed zijn als onze positie daarin verbetert. Met meer beschikbaar zoet water kunnen we veel bereiken, terwijl er nu juist steeds minder water deze kant op komt.’
Hoe staat de gemiddelde jonge boer in Zeeland ervoor?
‘Dat beeld is wisselend. De meeste jonge boeren zijn tevreden en wonen en werken graag in Zeeland. Ook ervaren ze dat het provinciebestuur op sommige punten wat meer oog heeft voor de landbouw. Tegelijkertijd komt er veel op hen af. Vooral de waterkwestie roept de vraag op wat in de toekomst nog mogelijk is op het bedrijf. Niet iedereen is daar al even bewust mee bezig. Veel jongeren gaan voorlopig door zoals ze gewend zijn, omdat nog niet duidelijk is wat alle plannen concreet voor hen betekenen. Onze ledenaantallen lopen niet terug, maar er is wel twijfel.’
En hoe kijk je naar de toekomst van jullie eigen bedrijf?
‘Wij beschikken over zoet water en als akkerbouwbedrijf hebben we minder direct met de stikstofplannen te maken. Wel maak ik me zorgen over de Kaderrichtlijn Water en over gewasbescherming. Ook kan de beschikbaarheid van mest voor Zeeland een groot vraagstuk worden. Daarnaast zijn de kosten flink gestegen. De prijzen lijken momenteel misschien goed, maar we hebben die ook nodig om uit de kosten te komen.’
Tekst: Tys Hallema
Beeld: Peter Roek
Er verschijnt tweewekelijks een Jongerenpagina Nieuwe Oogst in samenwerking met NAJK. Deze pagina is speciaal ontwikkeld om jonge agrariërs en studenten (t/m 35 jaar) meer zichtbaar en hoorbaar te maken.



Waarom ben je nog steeds lid?
Wat motiveert Wagenvoort om zich in te zetten voor de belangen van jonge boeren in Gelderland?
Naast haar werk bij het NAJK, houdt Laan melkvee in Warder. Samen met haar ouders runt ze een boerderij met zeventig koeien op ongeveer 60 hectare in een veenweidepolder, onderdeel van een Natura 2000-gebied.

‘Het is een hele eer, maar het geeft ook veel verantwoordelijkheid. De eerste maanden komt er best wat op je af’, vertelt Enting. Hij houdt zich veel bezig met de Transitie Landelijk Gebied Drenthe. Dit doet hij samen met medebestuurslid Marcel van de Heuvel. ‘We proberen de stem van de jonge boeren te laten horen’, aldus de DAJK-voorzitter, die daarnaast een melkveebedrijf met 85 koeien en bijbehorend jongvee runt. Hij nam de boerderij twee jaar geleden over van zijn vader. Enting heeft steeds meer door hoe de hazen lopen. ‘Je moet weten aan welke touwtjes je moet trekken als je invloed wil hebben op het beleid’, licht hij toe. Enting is trots op de sterke positie van DAJK. ‘We zijn een volwaardige partij voor de provincie en de bestuurders. Het doet mij goed dat jonge boeren zo veel prioriteit hebben in Drenthe.’
Waarom is de portefeuille toekomstbestendig ondernemerschap belangrijk?
Waarom ben je lid geworden? 
Van Boxel is nu ongeveer een jaar actief in het bestuur van BAJK. Hij houdt zich vooral bezig met akkerbouwthema’s, zoals gewasbescherming. In het dagelijks leven is hij voltijds aan het werk als teeltadviseur. In de akkerbouw begint volgens de Brabander steeds meer te spelen op het gebied van gewasbescherming. ‘Ik maak mij hard voor de belangen van jonge boeren op de thema’s water en het Actieplan gewasbescherming 2025.’ Van Boxel vindt belangenbehartiging het leukste van zijn takenpakket. ‘Ik wil graag de personen op het provinciehuis en andere betrokkenen laten zien hoe het werkt vanuit onze kant’, licht hij toe. Dit doet de bestuurder vooral op het gebied van zijn specialisme. ‘Ik kan bijvoorbeeld uitleggen waarom resten van bepaalde middelen vaker worden gevonden dan andere. Met mijn kennis probeer ik achtergrondinformatie te bieden die toch vaak ontbreekt bij bijvoorbeeld de provincie.’
