Geautomatiseerd | Wim Bos

Het thema ´Arbeid of automatisering?’ is op mijn lijf geschreven. Met een melkrobot, een CowView, een mestrobot, een voer- en aanschuifrobot en een kalverdrinkautomaat is ons bedrijf behoorlijk geautomatiseerd. Ook de mechanisatie op ons bedrijf kent professionele vormen. Wij zijn voornamelijk van het ‘zelf doen’. Ons doel is om over drie jaar 2,5 miljoen liter melk te produceren met twee man en de meeste landwerkzaamheden zelf te doen. Tijdens de piekperioden van inkuilen en mest rijden maken we zelf een uurtje meer of huren we indien nodig arbeid in. Als je maar een mooie trekker hebt, hoef je er zelf in ieder geval niet op te zitten is mij ooit verteld. Dit gaat echter niet altijd op. Vaak hebben de mensen die willen werken al werk en de mensen die het werk kunnen ook. De anderen wil ik eigenlijk niet aan het werk hebben. Vele collegamelkveehouders besteden het melken uit. Dat is een keuze. Het is maar zelden dat ze één melker hebben: Jantje komt op maandag, Pietje op dinsdag, Klaasje voor als een van beiden niet kan, enzovoorts. Als het erop aankomt sta je iedere zaterdag en alle zon- en feestdagen zelf te melken. Natuurlijk zijn er ook voorbeelden dat het goed kan gaan, maar wij hebben de keuze gemaakt om te automatiseren. De robot is (bijna) nooit ziek, heeft geen vrouw en hoeft niet op vakantie. Daarnaast zijn de extra kosten voor onderhoud nog goedkoper ook dan een medewerker. De mensen die zeggen dat automatisering ten koste gaat van de werkgelegenheid moeten niet zeuren. Dat heeft een land als Nederland met de hoge arbeidskosten en luie werkmentaliteit zelf in de hand gehad.

Openstelling Jonge Landbouwersregeling uitgesteld

Tekst: Sander Thus
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

De definitieve invulling van de Jonge Landbouwersregeling laat nog steeds op zich wachten. Dit jaar is de regeling dan ook niet opengesteld. Het budget blijft behouden en komt bij latere openstellingen in de periode 2015-2020 ten goede aan jonge landbouwers. Neemt niet weg dat NAJK het een zeer zorgelijke zaak vindt dat de twaalf provincies nog steeds geen invulling hebben gegeven aan de Jonge Landbouwersregeling.

Vooral de bepaling van welke investeringen in aanmerking komen voor investeringssubsidie bezorgen de provincies hoofdbrekens. NAJK pleit volop voor een regeling die doet waarvoor hij bedoeld is: het ondersteunen van jonge landbouwers bij het doen van investeringen in de financiële zwaardere periode na bedrijfsovername.

Door de ontwikkeling van de nieuwe regeling is openstelling in 2014 niet meer mogelijk. NAJK pleit daarom voor twee openstellingen in 2015 (begin 2015 en najaar 2015) en de jaren daarna voor de gebruikelijke openstelling in het najaar. De verschuiving van de openstelling heeft geen gevolgen voor het beschikbare budget.

De exacte voorwaarden en eisen om in aanmerking voor de Jonge Landbouwersregeling te komen staan nog niet vast. Wel is het duidelijk dat de aanvrager tot de leeftijd van 40 jaar en wanneer hij/zij nog niet eerder de jonge landbouwerssubsidie heeft ontvangen, in aanmerking kan komen. Ook als hij/zij het bedrijf nog niet volledig overgenomen heeft, maar nog in maatschap zit. Het eigen vermogen van de jonge boer of tuinder in het bedrijf is voor de hoogte van het subsidiebedrag mede bepalend. Op basis van het percentage eigen vermogen krijg je eenzelfde percentage van de aangevraagde subsidie. Bij volledige bedrijfsovername is het subsidiebedrag dus 100%.

Bij de voorgaande regeling was een eis opgenomen dat je tot maximaal drie jaar na bedrijfsovername of start van een agrarisch bedrijf de subsidie aan kon vragen. Een verschil met de komende regeling is dat jongeren vanaf het instappen in een samenwerkingsverband in aanmerking komen. Het behouden van de ‘drie jaar’-eis is in dit geval niet reëel. Hier wordt een oplossing voor gezocht. Het is immers aan te raden de investeringssteun aan te vragen op het moment dat deze het meest effectief is: rondom de bedrijfsovername.

Houd de communicatiekanalen van NAJK in de gaten voor de meest actuele informatie omtrent de Jonge Landbouwersregeling.

Negen vragen aan de kersverse NAJK-voorzitter Eric Pelleboer

Hij zat te twijfelen tussen sport of de agrarische sector, studeerde HBO Economie en is uiteindelijk weer terug bij zijn roots: het akkerbouwbedrijf van zijn ouders. In de Noordoostpolder zit de kersverse NAJK-voorzitter Eric Pelleboer (29) in maatschap met zijn ouders. Op 40 hectare poldergrond telen zij frietaardappelen, vermeerderingsuien, zaaiuien, suikerbieten, witlof en wintertarwe.

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

Waarom koos je uiteindelijk voor de agrarische sector?

“Ik heb vroeger veel om mij heengekeken. Ik twijfelde om iets met sport te doen, koos uiteindelijk voor de opleiding HBO Economie en belandde daarna op het akkerbouwbedrijf van mijn ouders. In alles wat ik deed, kwam de agrarische sector weer boven drijven. Het leukste van boer zijn vind ik het werken met de natuur. Geen dag is hetzelfde. Ik vind het een uitdaging om zo goed mogelijk te anticiperen op het samenspel van de natuur en de groei van mijn producten. Het geeft mij voldoening als ik aan het eind van de rit een mooi product kan afleveren.”

Hoe ben jij in het dagelijks bestuur van NAJK terechtgekomen?

“Ik ben begonnen als bestuurder bij AJK NOP, de lokale afdeling in de Noordoostpolder. Na twee jaar de rol van voorzitter bij AJK NOP te hebben vervuld, ben ik via FAJK in contact gekomen met NAJK, waar een vacature was voor portefeuillehouder akkerbouw in het dagelijks bestuur. De portefeuille werd op dat moment niet vervuld. Ik vond het belangrijk dat de akkerbouwsector binnen NAJK vertegenwoordigd was, dus besloot ik de uitdaging aan te gaan.”

Wat heb je in de afgelopen tweeënhalf jaar betekend voor jonge akkerbouwers?

“De vergroening in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid heeft in de afgelopen periode veel aandacht gehad binnen mijn portefeuille. Mijn doel was om de vergroening in de hervorming van het landbouwbeleid zo praktisch mogelijk in te steken. Hier heeft NAJK meerdere successen geboekt: de meerjareneis van vergroening is niet doorgegaan en sloten en slootkanten zijn opgenomen in de lijst van ecologische aandachtspunten. Daarnaast ben ik in de afgelopen tweeënhalf jaar namens NAJK betrokken geweest bij de oprichting van de brancheorganisatie Akkerbouw en de totstandkoming van het deelakkoord pacht, waar staatssecretaris Dijksma de aankomende tijd mee aan de slag gaat.”

Hoe kijk jij terug op jouw tijd als portefeuillehouder akkerbouw?

“Het was leuk en leerzaam om te doen. Ik vind het belangrijk om de stem van de toekomstige generatie boeren en tuinders te laten horen. Wij zijn de voedselproducenten van morgen. We hebben een stem in onze sector, het is belangrijk dat we die proactief uitdragen.”

Wat heb jij tot nu toe geleerd in het dagelijks bestuur van NAJK?

“Als agrarisch ondernemer staat de politiek vaak ver van je af. Als dagelijks bestuurder heb ik gemerkt dat zodra wij met onderbouwde standpunten komen, de politiek en de staatssecretaris bereid zijn zich hiervoor in te zetten. Door in de belangenbehartiging actief te zijn, begrijp ik de achtergrond van bepaalde wet- en regelgeving beter. Desalniettemin moeten we als dagelijks bestuur scherp zijn op praktische invulling van wet- en regelgeving voor de agrarische sector.”

Waarom ben jij opgestaan als voorzitter binnen het dagelijks bestuur van NAJK?

“John Hilhorst wilde zich meer gaan focussen op zijn melkveebedrijf en gaf daarom aan te willen stoppen met het voorzitterschap van NAJK. We besloten om een opvolger voor de functie van voorzitter te zoeken binnen het dagelijks bestuur. Daarbij werd naar mij gekeken. Het is voor mij een uitdaging om, na tweeënhalf jaar de portefeuille akkerbouw te hebben vervuld, die stap te maken.”

Wat zijn jouw taken als voorzitter van het dagelijks bestuur van NAJK?

“Als voorzitter heb ik de belangrijke taak om NAJK zichtbaar te maken in alle facetten van de agrarische sector: van de leden tot de politiek. Samen met mijn medebestuurders laten wij het geluid van jonge boeren en tuinders in Nederland horen. Er zijn legio zaken waar NAJK het verschil kan maken. Denk aan de Jonge Landbouwersregeling en de top-up regeling voor jonge boeren in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.”

Wat zijn de speerpunten van het dagelijks bestuur van NAJK?

“Bedrijfsopvolging blijft het belangrijkste speerpunt van NAJK, maar we hechten ook waarde aan persoonlijke ontwikkeling van onze leden. Door middel van cursussen, workshops en discussiestukken proberen wij bij te dragen aan deze persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast streeft NAJK voor politieke betrokkenheid: het is essentieel dat de stem van jonge boeren en tuinders ook daar is vertegenwoordigd. Ook maken we ons hard voor innovatie binnen de sector. Innovaties brengen de sector en de ondernemer verder, dat wil NAJK stimuleren.”

Hoe ga je het akkerbouwbedrijf combineren met de functie van NAJK-voorzitter?

“Ik ben gemiddeld tweeënhalve dag in de week op pad voor NAJK. Dat betekent dat ik in sommige gevallen vervanging moet regelen op het akkerbouwbedrijf. In principe zijn het akkerbouwbedrijf en het voorzitterschap van NAJK goed te combineren, maar het vraagt wel om een hele goede afstemming met mijn ouders. Daarnaast stimuleren mijn ouders mij om buiten het bedrijf actief te zijn.”

 

In het hooi met… de bandleden van Kiek Now Us

Met live optredens bij tentfeesten, festivals, kermissen, discotheken en andere evenementen toeren ze door het hele land: zanger en gitarist Lars Karnebeek, drummer Koen Klein Goldewijk, gitarist Niek Albers, saxofonist Jos Bleumink en bassist Michel Demmink. Zij vormen dé energieke boerenrock en rollband uit de Achterhoek. In het hooi met… de bandleden van Kiek Now Us!

Tekst: Agaath Timmerman
Beeld: Petra Kok

Hoe is de band Kiek Now Us ontstaan?

“Het is elf jaar geleden in de plaatselijke voetbalkantine begonnen. Daar werd door Lars en Koen muziek gemaakt. We kregen al snel meer liefhebbers. Zo zijn we doorgegroeid. Niek is erbij gevraagd en Jos is er met zijn unieke saxofoongeluid zelf bijgekomen. Dit jaar heeft Michel onze gestopte bassist vervangen. Het klikt bijzonder goed met elkaar. Toen heetten we nog ‘Kliet Hoor Us’, die naam hebben we veranderd in ‘Kiek Now Us’, wat je uitspreekt als: kiek noe us.”

Waarom spelen jullie dialectrock?

“Als je iets te melden hebt, kan dat in muziek. Wij vinden dat dit het mooist klinkt in ons Achterhoeks dialect. Wij kunnen teksten ook het mooist verwoorden in het dialect. Ons dialect mag nooit verloren gaan.”

De muziek heeft dus een boodschap?

“Vaak hebben onze nummers een boodschap. Onze nieuwste nummer gaat over jongerenketen, waarin we uiten dat het onzin is dat keten verboden moeten worden. Eén van onze bekendste nummers ‘Het platteland is niet te koop’ is een ode aan het platteland. Daarin zit een boodschap aan westerlingen die op het platteland komen wonen, maar het is ook gewoon een lekker nummer om te spelen. Het leent zich goed als meezingnummer. Het publiek gaat erop los.”

Wat maakt Kiek Now Us uniek?

“Kiek Now Us heeft een bepaalde sound. Het saxofoongeluid maakt ons daarbij uniek. We spelen ook bijna allemaal eigen nummers. Waar we vooral om bekend staan is de lol die wij met elkaar hebben op het podium. Dit stralen we uit en het is oprecht. Het werkt aanstekelijk op het publiek. Onze ervaring is dat het daardoor altijd, hoe dan ook, uitloopt op een fantastische avond.”

Plezier staat dus voorop?

“Absoluut. Het gaat erom dat we het leuk hebben samen. De persoon in de band is voor ons belangrijker dan de kwaliteit van de muzikant. Niks is mooier dan ’s nachts samen met ons busje ergens naartoe te gaan voor een optreden. We maken altijd wat mee en ieder optreden is bijzonder. Daarbij is het ook kicken om op het podium te staan en het publiek te zien genieten van de muziek. Het mooiste is als het publiek onze liedjes ook nog eens meezingt.”

Kiek Now Us heeft bij 3FM en op het podium van 538 met Koningsdag gespeeld, hoe was dat?

“Waanzinnig! Toen wij begonnen met spelen was de plaatselijke discotheek al bijzonder. Ineens stonden we bij Giel in de show of voor 40.000 man te spelen op Koningsdag. Op het moment zelf beseften we het niet, maar het waren wel heel bijzondere ervaringen.”

Wat houdt jullie gedreven?

“Kiek Now Us vergt veel tijd en energie. We hebben ook allemaal een baan naast de band. Gelukkig staat het thuisfront volledig achter ons en hebben we het management uitbesteed. Dat is een keuze die we in de afgelopen jaren gemaakt hebben. We hoeven niet te spelen, we mogen spelen en dat doen we graag. Voor ons is het als een avond stappen. We hebben lol en genieten van het publiek.”

 

Arbeid of automatisering?

De groei van het agrarische bedrijf is aanjager van zowel meer arbeid als meer automatisering op het bedrijf. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Hoeveel tijd en arbeid wordt er nu daadwerkelijk bespaard met de kostbare keus voor automatisering? En wat komt er allemaal kijken bij het doorvoeren van meer arbeid of automatisering? Onder andere deze vragen staan centraal in de discussie rondom het thema ‘Arbeidsinvulling & automatisering’ die NAJK in december en januari organiseert.

Tekst: Agaath Timmerman
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Door de mens

Arbeid op het agrarische bedrijf is alle geestelijke en lichamelijke inspanning van mensen, gericht op het voortbrengen van agrarische goederen en het verwerven van inkomen. Arbeid wordt verricht door de mens. De arbeidsproductiviteit is de productie per mens per tijdseenheid. De arbeidsproductiviteit wordt bijvoorbeeld bepaald door de vruchtbaarheid van de grond, het niveau van technologische ontwikkeling en de arbeidsverdeling. Arbeid is naast grond en kapitaal een productiefactor.

Door machines en computers

Automatisering is het vervangen van menselijke arbeid door machines of computers. De drijfveer is vooral economisch. De som van arbeid en grondstofverbruik is na bepaalde automatisering kleiner dan het daarvoor was. Automatiseren in de agrarische sector is tegenwoordig heel vanzelfsprekend. De ontwikkeling van machines en computers is ontzettend hard gegaan. In de periode van industrialisatie werd arbeid, die traditioneel vooral werd gedaan met behulp van spierkracht van mens en dier, in toenemende mate verricht door machines. Deze landbouwmechanisatie zorgde ervoor dat de eerste tractor aan het eind van de 19e eeuw in Nederland kwam. De totale mechanisatie volgde pas na de Tweede Wereldoorlog. Toen verdwenen ook de landarbeiders en boerenknechten.

Automatische groei

Schaalvergroting is een ontwikkeling in de agrarische sector waarbij door een verandering in het gebruik van de productiefactoren grond, kapitaal en arbeid, lagere productiekosten en hogere opbrengsten worden nagestreefd. De productiefactor arbeid ondervindt hierbij vooral een technische ontwikkeling door de automatisering.

Besparen op tijd

Een overweging die meeweegt in de bedrijfsstrategie is het besparen van tijd of het verrichten van minder fysieke arbeid. Het besparen van tijd is het realiseren van tijdswinst. Het doel van tijdswinst verschilt per bedrijf en ook wie de tijd bespaart. Een ondernemer investeert deze tijd bijvoorbeeld in andere klussen op het bedrijf of juist in zijn privéleven. Denk hierbij aan het gezin, sociaal leven of tijd voor bestuurswerk of een opleiding. Dit kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld efficiënter te werken, het bedrijf te optimaliseren, (extra) personeel aan te nemen, klussen uit te besteden of door te automatiseren.

Minder fysieke arbeid

Bij arbeidsbesparing worden er nieuwe technieken of machines gebruikt, zodat er minder lichamelijke inspanning van mensen nodig is. Arbeidsbesparing zorgt voor minder fysieke belasting van de ondernemer of zijn medewerker(s). Dagelijkse handelingen die dezelfde bewegingen vereisen van een lichaam, kunnen op den duur complicaties opleveren. Een machine kan dit werk overnemen. Dit kan ook tijdswinst opleveren.

Dure afweging

Automatisering wordt vooral toegepast bij dure arbeid (personeel) en vindt voornamelijk plaats bij repeterende handelingen. Bij complexere handelingen, is het gebruik van automatisering lastig, duur en risicovol. Machines zijn kwetsbaar en worden afgeschreven. Het gaat vaak om de afweging hoeveel personeelskosten bespaard kunnen worden met automatisering. Personeel is duur, maar is wel flexibel inzetbaar. Bij een investering in automatisering is het niveau van de vaste lasten hoger en moet er altijd een aflossing plaatsvinden. Een bedrijf met personeel in dienst kan makkelijker saneren, ondanks de vaste loonlasten. Personeel wordt wel duurder, terwijl een investering in automatisering terugverdiend kan worden. Een regel staat hierbij bovenaan: hoe korter de terugverdientijd, hoe beter.

Personeel

Een bedrijf met personeel is flexibeler dan een bedrijf dat automatiseert. Maar aan het aannemen van eigen personeel zit een groot risico, namelijk ziekteverzuim. De ondernemer is immers juridisch werkgever. Voor ziekteverzuim kan een bedrijf zich verzekeren. Heeft het bedrijf bijvoorbeeld één man personeel in dienst, dan komt bij ziekte al het werk automatisch op de ondernemer zelf terecht. Vandaar het gezegde, een man personeel is geen personeel. Een bedrijf met weinig personeel loopt daarmee meer risico.

Als werkgever

Een werkgever moet met personeel kunnen omgaan, om het beste uit hen naar boven te halen. Een goede ondernemer is nog niet direct een goede werkgever. De eigenschappen die een werkgever nodig heeft, verschillen per bedrijf en per sector. Het aantal medewerkers dat een ondernemer in dienst heeft is hierin bepalend. Een werkgever moet goed kunnen plannen, communiceren en managen.

Vakmanschap

Een agrarisch ondernemer is en blijft een vakman, waardoor hij of zij altijd zelf naar het gewas of naar zijn of haar dieren zal kijken en weet wat er moet gebeuren op het bedrijf. Personeel of automatisering voor dit vakmanschap vinden is vrijwel onmogelijk.