Op Hoeve Vredeveld in Lelystad draait alles om samenwerking. Niet alleen tussen mensen, maar ook tussen de bodem, gewassen, dieren en natuur. Het familiebedrijf bestaat uit meerdere takken: biologische akkerbouw, melkvee, Hereford vleeskoeien, een zorgboerderij én een boerderijwinkel. Sinds enkele jaren werkt het akkerbouwbedrijf volledig biologisch en spelen verschillende natuurinclusieve maatregelen een belangrijke rol.

Paul Groot (23) is één van de jonge ondernemers op het bedrijf en de nieuwe ambassadeur van het NAJK-project BoerNatuurlijk. Samen met zijn vader en broer runt hij de akkerbouwtak. Hij vertelt over de omschakeling naar biologisch, het belang van bodemleven én waarom je vooral je eigen weg moet durven kiezen.

Bewust biologisch

De overstap naar biologisch ging niet van de ene op de andere dag. “We hebben stap voor stap gekeken wat bij ons bedrijf en onze grond past.” Volgens hem veranderde vooral de manier van werken. “Biologisch boeren is veel intensiever. Je hebt meer arbeid nodig, meer risico’s en je bent veel afhankelijker van het seizoen en het weer. Maar tegelijkertijd kijk je ook heel anders naar je bodem en je gewassen.”

Op Hoeve Vredeveld ligt de nadruk op een vitale bodem als basis voor sterke gewassen. “Wij geloven dat een gezonde bodem uiteindelijk zorgt voor een gezonde plant.”

Bodemleven als basis

Een gezonde bodem vormt de kern van het bedrijf. Daarom werkt Hoeve Vredeveld met groenbemesters, grasklaver, vaste mest en eco-ploegen. “Bij eco-ploegen ploeg je veel ondieper,” legt Paul uit. “Zo houd je het bodemleven en de organische stof meer bovenin de grond. Als je alles volledig omgooit, verlies je ook veel van dat leven.” Daarnaast blijven de percelen zoveel mogelijk groen in de winter. “Dat helpt tegen uitspoeling en het verbetert de structuur van de bodem.”

Volgens Paul zie je het effect daarvan ook terug in het land. “Onze bodem geeft heel veel terug. Daardoor hebben wij bijvoorbeeld relatief weinig extra bemesting nodig.”

Slim omgaan met risico’s

Biologisch boeren betekent ook omgaan met uitdagingen zoals plagen, ziekten en extreme weersomstandigheden. Daarom probeert Hoeve Vredeveld risico’s zoveel mogelijk te spreiden. “We werken met vroege en late gewassen, verschillende rassen en meerdere percelen,” vertelt Paul. “Bij aardappelen kijken we bijvoorbeeld goed naar resistentie tegen phytophthora.”

Ook technologie helpt daarbij. Sinds kort rijdt er op het bedrijf een wiedrobot. Die verwijdert onkruid in een vroeg stadium. “Het grootste voordeel is dat je minder arbeid nodig hebt en minder intensief hoeft te schoffelen. Daardoor verstoor je de bodem ook minder.”

Daarnaast gebruikt het bedrijf opwarmdoek bij vroege koolteelten. “Dat doek zorgt ervoor dat het gewas sneller groeit en beter beschermd is tegen kou, hagel en hevige neerslag.” Zo kunnen ze de opkomst een beetje sturen.

Natuurinclusief in de praktijk

Hoeve Vredeveld doet mee aan verschillende maatregelen en regelingen. Denk aan slootkantenbeheer, groenbemesters, akkerranden en eco-regelingen. Daarnaast experimenteert het bedrijf met droogbloemen. Op een halve hectare worden bloemen geteeld die later worden gedroogd en verkocht. “Het begon als iets nieuws om te proberen, maar er komen veel insecten op af en het ziet er natuurlijk prachtig uit.”

De toekomst: samenwerken en blijven ontwikkelen

Paul ziet de toekomst van het bedrijf positief tegemoet, vooral door de combinatie van akkerbouw en veehouderij. “Die versterken elkaar echt.” Tegelijkertijd merkt hij dat regelgeving samenwerking soms lastig maakt, bijvoorbeeld rond mestboekhouding en perceelregistratie. Toch blijft hij optimistisch over de ontwikkeling van biologisch en natuurinclusief boeren. “Je moet blijven kijken wat werkt op jouw bedrijf. Niet omdat de buurman het doet, maar omdat jij erachter staat.”

Voor jonge boeren heeft hij dan ook een duidelijke boodschap: “Gewoon proberen. Maak een proefje voor jezelf en ontdek wat werkt!”

 

Tekst en beeld: Christel Klok

Dit artikel is onderdeel van ons ledenblad BNDR en verscheen in de editie van juni 2026.