Blog adviesreis Peru – 2014

Namens NAJK zijn Pieter Korst en Wolter Neutel deze week voor Agriterra op missie in Peru. Agriterra heeft al lange tijd contact met Junta Nacional del Cafe (JNC), de koepelorganisatie van 56 lokale koffiecoöperaties in Peru. Het doel van deze trip is om de positie van jonge koffieboeren binnen de coöperaties te onderzoeken en waar mogelijk te versterken.

Allereerst iets over koffie en Peru: in Peru wordt op ruim 400.000 hectare koffie geteeld. Zo’n 220.000 families zijn afhankelijk van de teelt van koffie. Zoals hieruit op te maken valt is de gemiddelde bedrijfsgrootte met zo’n 2 hectare erg klein. Vanwege deze kleinschaligheid spelen coöperaties en dus de JNC een belangrijke rol. In totaal zijn er ruim 100 coöperaties waarvan ruim de helft zich heeft aangesloten bij JNC. Daarmee vertegenwoordigt de JNC zo’n 60.000 koffieboeren in Peru.

De uitdaging voor JNC is om een volgende generatie te betrekken bij de koffieteelt. Terwijl de overheid insteekt op groei van de koffieproductie, het gaat namelijk om een belangrijk exportproduct, staat de volgende generatie niet echt te popelen om koffie te gaan produceren. De gemiddelde leeftijd van de koffieboeren is 57 jaar. Het is dus hoog tijd dat het imago van de sector en het boerenvak verbetert. Gemakkelijk is het ook niet want de koffieteelt staat de laatste jaren onder druk vanwege de gele roest-schimmel en lage koffieprijzen.

Verschillende coöperaties aangesloten bij JNC werken hard om het imago van de koffieboer te verbeteren en jongeren te betrekken bij de sector. Zo zijn er regionale jongerencomités opgericht en worden allerlei trainingen georganiseerd, bijv. op het gebied van ondernemerschap en teeltkennis. De jongeren kijken echter verder dan het boerenerf en willen zich ook richten op waardevermeerdering van het product, zoals de teelt van speciale koffie of het oprichten van koffiebars. Daarnaast wordt ook werkgelegenheid gecreëerd bij coöperaties zelf, bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteitscontrole.

De ervaringen die NAJK heeft zijn gedeeld met jongerenvertegenwoordigers uit de koffiesector. Het enthousiasme tijdens de meetings was zonder meer voelbaar. Komende weken gaat het kersverse jongerencomité aan de slag met het maken van een actieplan voor de komende jaren. De uitdaging is nu om jongeren daadwerkelijk een stem te geven binnen coöperaties door bijvoorbeeld het opnemen van een jongerenvertegenwoordiger in het bestuur. De komende tijd zal leren hoe snel ze dit voor elkaar gaan krijgen. De wil hiervoor ontbreekt zeker niet, zowel bij jongeren als oudere boeren. En… onder het genot van een goede kop koffie moet dat zeker goed gaan komen.

Pieter Korst en Wolter Neutel

Blog adviesreis Kenia – 2014

“Farming is for failures”

Een vreemde titel om een blog te beginnen, “landbouw is voor mislukkelingen”. Toch is dat hoe de meeste jonge Kenianen denken over werken in de landbouw. Van 7 tot 11 december zijn wij naar Kenia geweest voor een adviesmissie vanuit Agriterra. De missie stond in het teken van het uitbouwen van belangenbehartiging en lobby van de boerenorganisatie KENAFF. Daarnaast lag er een duidelijke vraag over hoe de jongeren te betrekken in de organisatie.

Zoals de titel al aangeeft is het ook in Kenia een grote opgave om genoeg jongeren te vinden die boer willen worden. De gemiddelde leeftijd van een Keniaanse boer is 67 jaar en slechts 1% is jonge boer. Daarentegen groeit de bevolking van Kenia jaarlijks met 2,5%. Vruchtbare landbouwgronden worden bebouwd met wegen en woningen en de schaalgrootte van de landbouwbedrijven is bijzonder klein. In Kenia is het namelijk ongebruikelijk om een bedrijf over te nemen. De traditie is dat de ouders eerst overleden moeten zijn om het bedrijf te kunnen overnemen, daarnaast krijgen alle kinderen een deel van het bedrijf. Dus in plaats van schaalvergroting is er een schaalverkleining gaande. Dit gecombineerd met een slechte infrastructuur, hard werken en weinig rendement zorgt voor een fragiele voedselzekerheid op den duur.

Nadat we hadden gepresenteerd op het hoofdkantoor van KENAFF zijn we 2 dagen het platteland ingegaan. In die dagen werd het al snel duidelijk dat de Nederlandse en Keniaanse situatie totaal verschillend is. We bezochten een aardappelboerencoöperatie met 500 leden. De aardappelen werden verwerkt tot friet en chips, in de productiefaciliteit werkten 8 mensen. Veel handwerk in een klein huisje van 40 vierkante meter. De chips werden lokaal verkocht in zakjes van 25 gram voor 2 eurocent. Klein begonnen maar wel met een visie om door te groeien naar 10.000 leden. Een voorbeeld van hoe Keniaanse boeren bezig zijn met het vormen van coöperaties, omdat ze beseffen dat samenwerking de kracht is om waarde toe te voegen aan hun producten. Deze initiatieven probeert KENAFF te ondersteunen door hulp te bieden bij het verkrijgen van een financiering.

We bezochten ook een aantal jeugdgroepen. Jongeren die wel overtuigd waren van het werken in de landbouw. De meeste waren straatverkoper of hadden een andere  baan. Ze vertelden ons dat ze iets wilden bijdragen aan de samenleving: voedsel produceren omdat ze het niet langer konden verkroppen dat hun “broeders” in het noorden van Kenia omkomen door ondervoeding. Eén van de groepen had met succes financiering gekregen van de overheid om een kas te bouwen voor tomaten en 300 vleeskuikens te kopen. Zij hadden ook een heldere visie: over 5 jaar 4 kassen en 20 hectare land bewerken zodat ze fulltime boer konden zijn. De andere groepen bestond uit 15 jongeren die samen een kalf hadden gekocht, deze wilden ze volgend jaar gaan melken. Daarnaast hadden ze samen 3 konijnen, 5 honden en verkochten ze bloembakken die ze zelf maakten. Deze groep had geen plan en wist ook niet dat ze mogelijkheden hadden tot financiering door de lokale overheid. Ons advies om de groepen aan elkaar te koppelen en te laten discussiëren, kennisdelen en te lobbyen, waardoor ze stappen kunnen zetten.

Bij de consultatie hebben we KENAFF geadviseerd om een jongerenorganisatie op te zetten. Door groepen jongeren te ondersteunen, te trainen , hun goede verhaal te laten vertellen en zich te verenigen zullen meer jongeren zich aangesproken voelen om ook werkzaam te worden in de landbouw. De oudere boeren en de overheid zullen zien dat jongeren succes boeken en hen ook faciliteren en ondersteunen. Door een heldere structuur op te zetten zullen ze een stap dichterbij komen om “Farming is a succes”  te beamen.

Bastian Kooistra, melkveehouder en dagelijks bestuurder Agrarische Jongeren Friesland (AJF)

Kirsten Haanraads, algemeen secretaris NAJK