Boeren- en natuurorganisaties roepen op: Europese doelen vragen om Europese financiering

Het Nederlandse landschap wordt voor een groot deel beheerd door boeren, tuinders en terreinbeheerders. Naast voedsel- en groenproductie leveren zij belangrijke maatschappelijke diensten. Zoals het versterken van biodiversiteit, bijvoorbeeld door weidevogels te beschermen en het onderhouden van het landschap.

Met de voorstellen voor het EU-budget 2028-2034 en de introductie van NRPP’s (Nationale en Regionale Partnerschapsplannen) verandert de Europese financiering ingrijpend. Lidstaten krijgen meer ruimte voor eigen interpretatie en om nationale prioriteiten te stellen. Zo zit in het NRPP 25% vrije ruimte om door de lidstaten in te vullen. Dat biedt kansen voor maatwerk, maar brengt ook risico’s met zich mee. Met deze voorstellen komen budgetten onder druk, maatschappelijke opgaven gaan dus nog meer met elkaar concurreren en verschillen tussen lidstaten dreigen het gelijke speelveld op Europees niveau voor boeren en tuinders aan te tasten.

Nederland pleit traditioneel voor een kleinere Europese begroting. Dat klinkt aantrekkelijk vanuit het perspectief van de nationale schatkist, maar het is een eigen doelpunt. De Nederlandse economie profiteert enorm van de Europese samenwerking. Vele banen zijn er van afhankelijk. De Nederlandse inzet roept ook de vraag op wie uiteindelijk betaalt voor de maatschappelijke diensten die boeren, tuinders en terreinbeheerders leveren. Boeren- en natuurorganisaties roepen daarom gezamenlijk op om voldoende structureel budget beschikbaar te stellen voor landbouw, natuur en groenblauwe diensten, passend bij de opgaven die de komende jaren moeten worden gerealiseerd. Wij pleiten ervoor om de vrije ruimte maximaal te benutten voor inzet voor landbouw en natuur. Het incidentele stikstoffonds van €20 miljard biedt daarvoor geen structurele oplossing. Wie maatschappelijke prestaties en wettelijke resultaten verlangt, moet ook zorgen voor een stabiele, voorspelbare en meerjarige financiële basis.

De nieuwe Europese financieringsstructuur moet er niet toe leiden dat landbouw, natuur en water met andere nationale prioriteiten én met elkaar gaan concurreren. Nederland moet zich daarom inzetten voor voldoende afzonderlijk budget voor elk deze beleidsterreinen. Daarbij moet ook ruimte worden gecreëerd om groenblauwe diensten daadwerkelijk te kunnen belonen, zodat deze structureel kunnen bijdragen aan het verdienvermogen van agrariërs én aan het realiseren van natuur-, klimaat- en waterdoelen.

Boeren- en natuurorganisaties roepen de Tweede Kamer daarom op tot:

  • Een toereikend Europees budget voor landbouw, natuur en water, passend bij de maatschappelijke opgaven en wettelijke verplichtingen;
  • Hierbij hoort ruimhartige cofinanciering. De voorstellen van de Europese Commissie bevatten namelijk een verplichte cofinanciering van de diverse maatregelen, zoals voor groenblauwe diensten die agrariërs leveren.
  • Het realiseren van een krachtig GLB dat groenblauwe diensten niet alleen kostendekkend vergoedt, maar als volwaardig onderdeel van het verdienmodel kan belonen.
  • Een zelfstandig en herkenbaar budget voor natuur en water, voor investeringen in natuurgebieden, watersystemen, hydrologisch herstel en klimaatbestendige landschappen;
  • Tijdige en structurele betrokkenheid van boeren-, natuur-, landschaps- en milieuorganisaties bij de voorbereiding, uitvoering en monitoring van het Nederlandse NRPP. Als 2028 te snel komt, moet er snel duidelijkheid komen over een verlenging van de huidige regelingen.

Een toekomstbestendig landelijk gebied vraagt om langjarige keuzes en structurele financiering. Een gezonde en concurrerende agrarische sector, sterke biodiversiteit, schoon en voldoende water en een klimaatbestendig landschap zijn geen concurrerende ambities, maar versterken elkaar. Een volwaardige beloning van maatschappelijke prestaties versterkt het verdienvermogen van boeren en stelt hen in staat om structureel bij te dragen aan natuur-, klimaat- en waterdoelen.

CEJA: NAJK praat in Brussel mee over landbouwdata en Europese dossiers

Begin deze week was onze portefeuillehouder Internationaal, Niels Vermue, aanwezig bij de maandelijkse werkgroep van CEJA, de Europese koepelorganisatie voor jonge boeren. Het was de eerste bijeenkomst na het zomerreces en daarmee een goed moment om bij te praten en vooruit te kijken naar de dossiers die de komende periode op de agenda staan.

Europese dossiers op de agenda

Maandag begon met een ronde langs de verschillende lidorganisaties. Daarbij werd besproken hoe de zomer in de verschillende landen was verlopen. In veel landen waren droogte en bosbranden belangrijke onderwerpen. Vervolgens stond de nieuwste versie van het CEJA-positionpaper over klimaatmitigatie op de agenda. Omdat dit onderwerp tijdens eerdere bijeenkomsten al uitgebreid was besproken, kon deze tekst relatief snel worden afgerond.

Na de lunch en verschillende gesprekken met vertegenwoordigers van andere jongeboerenorganisaties volgde een terugkoppeling van de CEJA-medewerkers over de ontwikkelingen binnen Europese milieu- en klimaatdossiers. De dag werd afgesloten met een reflectie op de voorstellen voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het Meerjarig Financieel Kader van de Europese Unie. De keuzes die hierin worden gemaakt, zijn bepalend voor het landbouwbudget en de ondersteuning van jonge boeren na 2027.

Data als basis voor doelsturing

Dinsdag stond grotendeels in het teken van data. Voor NAJK is dit een belangrijk onderwerp, omdat data een noodzakelijke basis vormt voor doelsturing. Wanneer we boeren en tuinders meer ruimte willen geven om zelf te bepalen hoe zij maatschappelijke doelen behalen, moeten de resultaten van een bedrijf namelijk wel kunnen worden vastgesteld. Zonder data zijn prestaties niet inzichtelijk en kunnen ondernemers er ook niet voor worden beloond.

Voorafgaand aan de bijeenkomst had CEJA een basisdocument over data opgesteld. Tijdens de vergadering werden de reacties van de verschillende lidorganisaties besproken. De opmerkingen van NAJK waren in de tekst verwerkt en verschillende Nederlandse praktijkvoorbeelden werden gebruikt.

Regie over bedrijfsgegevens

Het delen van data biedt kansen, maar roept ook terechte vragen op. Vooraf moet duidelijk zijn waarvoor gegevens worden gebruikt, wie er toegang toe heeft en wie er zeggenschap over heeft. Een boer of tuinder moet erop kunnen vertrouwen dat bedrijfsgegevens niet zonder toestemming voor andere doeleinden worden ingezet.

Tijdens de discussie bleek dat verschillende lidstaten nog terughoudend zijn als het gaat om het delen van data. Er bestaat zorg dat gegevens uiteindelijk tegen agrarische ondernemers worden gebruikt. Die zorgen moeten serieus worden genomen. Vertrouwen ontstaat alleen wanneer er duidelijke afspraken zijn over toegang, gebruik, beveiliging en zeggenschap.

Vanuit Nederland hebben we de KringloopWijzer als voorbeeld ingebracht. Hiermee kunnen melkveehouders hun bedrijfsprestaties op het gebied van mineralen en milieu inzichtelijk maken. Dergelijke gegevens kunnen vervolgens worden gebruikt om ondernemers die goede resultaten behalen meer ruimte te geven of te belonen. Zo kan data, mits de ondernemer de regie houdt over het gebruik ervan, helpen om doelsturing in de praktijk mogelijk te maken.

Ook is gesproken over de mogelijkheid van een Europese digitale wallet. Daarin zouden bedrijfsgegevens op één plaats kunnen worden verzameld, waarna de ondernemer zelf bepaalt welke informatie met welke partij wordt gedeeld. Een boer kan dan bijvoorbeeld toestemming geven om bepaalde gegevens te delen met een afnemer, een bank of de overheid, zonder direct alle bedrijfsinformatie beschikbaar te stellen. Voor NAJK is daarbij essentieel dat de ondernemer de regie houdt over zijn eigen gegevens.

Praktische knelpunten

In kleinere groepen hebben we verder uitgewerkt tegen welke praktische problemen ondernemers momenteel aanlopen. Een belangrijk knelpunt is dat verschillende digitale systemen niet goed met elkaar communiceren. Daardoor moeten dezelfde gegevens soms meerdere keren worden ingevoerd. Ook machines, bedrijfsmanagementsystemen en verschillende GPS-systemen zijn niet altijd goed op elkaar aangesloten. Dat zorgt voor extra werk en maakt het lastiger om data effectief te gebruiken.

Het Europese gesprek over landbouwdata is daarmee nog lang niet afgerond. De verschillen tussen lidstaten zijn groot en het kost tijd om tot een gezamenlijke positie te komen. Tijdens de volgende CEJA-bijeenkomst werken we verder aan deze visie.

Voor NAJK blijft de kern daarbij duidelijk: data moet in de eerste plaats vóór de ondernemer werken. Alleen wanneer boeren en tuinders zeggenschap houden over hun gegevens en erop kunnen vertrouwen dat deze zorgvuldig worden gebruikt, kan data bijdragen aan meer ruimte voor ondernemerschap en de overgang naar doelsturing.

Convenant Gewasbescherming: nieuwsbericht 5

Via frequente nieuwsberichten informeren we onze achterban over de voortgang bij de Convenanten Toekomstbestendige Gewasbescherming. Vorige week ondertekenden de gezamenlijke provincies via het IPO de hoofdlijnen van de convenanten. In Utrecht startte de volgende fase met de uitwerking van de diverse deelconvenanten.

Wil je eerdere nieuwsberichten teruglezen? Bekijk hier het overzicht.

Provincies ondertekenen hoofdlijnen

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) ondertekende afgelopen donderdag de hoofdlijnen van de convenanten Toekomstbestendige Gewasbescherming. Eerder, op 14 juli, tekenden acht organisaties (LVVN, VNG, Unie van Waterschappen, BO Akkerbouw, Greenports Nederland, LTO Nederland, NAJK en CBL) al. IPO deed mee aan het opstellen van de hoofdlijnen, maar moest vanwege interne besluitvorming de ondertekening uitstellen tot september. Op een later moment kunnen ook andere relevante partijen toetreden tot het convenant. Dit vereist ondertekening van de hoofdlijnen en overeenstemming van de gezamenlijke partijen.

Convenantentraject gaat volgende fase in

Woensdag 9 september startte de volgende fase van het traject voor de convenanten Gewasbescherming. De komende maanden zullen algemene thema’s concreter worden uitgewerkt en begint het opstellen van sectorale deelconvenanten.

Met een breed gezelschap nam procesvoorzitter Gert-Jan Segers in een Utrechtse vergaderlocatie de marsroute door. Aan de kerntafel bespraken vertegenwoordigers van Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, waterwinbedrijven, plantaardige sectoren en ketenpartners de benodigde inzet.

De algemene thema’s omvatten onder meer wettelijke kaders voor Natura2000, Waterkwaliteit en Leefomgeving. Daarnaast volgen afspraken over (bovenwettelijke) reductiedoelen, de Autoriteit Gewasbescherming krijgt verder vorm en inhoud, er wordt een kennis-, innovatie- en transitieprogramma ontwikkeld, er komt een aanscherping van toezicht, naleving en uitvoering en er worden afspraken met ketenpartners afgesloten. Die zullen vooral een plek krijgen bij sectorale deelconvenanten (bij iedere specifieke keten van plantaardige producten) en deels meer algemeen (voor bijvoorbeeld supermarkten).

De sectorale deelconvenanten worden uitgewerkt voor de sectoren Akkerbouw, Vollegrondsgroente, Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen, Fruitteelt, Bloembollen, Glastuinbouw en Biologisch. Voor elk thema of sector levert een ‘trekker’ binnen enkele weken een plan van aanpak op ter vaststelling door de kerntafel, eind van deze maand. Het plan van aanpak beschrijft de te volgen procedure, welke organisaties worden betrokken en het geeft inzicht in het beoogde eindresultaat. Het deelconvenant zal onder meer beschrijven welke reductie van de milieu-impact de sector verwacht te kunnen realiseren en welke instrumenten vereist zijn om dat nodig te maken. Denk aan introductie van rassen met verbeterde resistentie, toelating van groene middelen, gebruik van precisietechnieken en (geld voor) onderzoek.

De optelsom van sectorale doelen zal leiden tot het landelijke doel voor reductie van de milieu-impact, voor de jaren 2030, 2035 en 2040. De referentiejaren en exacte uitwerking van de indicator worden ook dit najaar bepaald.

NAJK: Maak met 20 miljard de landbouw toekomstbestendig

Prinsjesdag markeert de start van een politiek jaar waarin grote keuzes voor de Nederlandse land- en tuinbouw moeten worden gemaakt. Het kabinet legt een historische opgave op het boerenerf, en zet daar circa 20 miljard euro tegenover. Voorzitter Gerben Boom: “Met 20 miljard euro liggen er middelen om boeren vooruit te helpen. Randvoorwaarde is wel dat vooraf duidelijk is waar boeren aan toe zijn. Alleen met betrouwbaar en uitvoerbaar beleid ontstaat er handelingsperspectief en ruimte voor vergunningsverlening.”

Jonge boeren en tuinders willen bewegen. Ondernemers zijn bereid stappen te zetten in emissiereductie en dierenwelzijn om hun bedrijf toekomstbestendig te maken. Maar wie veel vraagt van ondernemers, moet hen ook daadwerkelijk in staat stellen die beweging te maken. De miljarden die het kabinet voor landbouw beschikbaar stelt, zijn daarom geen eindpunt, maar het begin van goed structuurbeleid.

Troonrede

De Troonrede onderstreept dat boeren duidelijkheid en toekomstperspectief verdienen en dat verder uitstel of afstel van de stikstofaanpak onverantwoord is. Wat NAJK betreft is het daarom nu of nooit. Een werkende aanpak stelt niet alleen doelen, maar stelt boeren ook daadwerkelijk in staat om die doelen te halen. Dat vraagt om goede ondersteuning en een gerichte inzet van middelen, maar begint bovenal bij betrouwbaar en uitvoerbaar beleid. Want geld kan pas effectief worden ingezet als de basis op orde is. Alleen dan ontstaat het handelingsperspectief waar boeren al te lang op wachten.

Oproep aan Tweede Kamer

NAJK roept de Tweede Kamer op om te zorgen voor betrouwbaar en uitvoerbaar beleid en de middelen vervolgens zo in te zetten dat boeren daadwerkelijk kunnen handelen. Het trappetje van Remkes moet daarbij het uitgangspunt zijn. Jonge boeren en tuinders moeten een reële keuze krijgen tussen innoveren, extensiveren, verplaatsen en stoppen. Dat vraagt om samenhangend beleid waarin deze routes niet alleen op papier bestaan, maar voor ondernemers ook daadwerkelijk haalbaar zijn. Daarvoor is ondersteuning nodig op drie fronten:

  • financieel, met voldoende middelen om investeringen haalbaar en betaalbaar te maken;
  • fiscaal, onder andere door MIA/Vamil krachtig in te zetten en fiscale belemmeringen bij verplaatsing, bedrijfsbeëindiging en bedrijfsovername weg te nemen;
  • ruimtelijk, door procedures te versnellen, ondernemers van begin tot eind te begeleiden en ruimte te bieden voor verplaatsing, nieuwvestiging en toegang tot grond.

Alleen zo krijgt iedere ondernemer daadwerkelijk de mogelijkheid om een toekomstbestendige keuze voor zijn of haar bedrijf te maken.

Gerben Boom: “Jonge boeren en tuinders willen vooruit en zijn bereid de stappen te zetten die nodig zijn. Met 20 miljard euro liggen de middelen op tafel om die beweging mogelijk te maken. Zorg er nu voor dat iedere ondernemer daadwerkelijk kan kiezen voor de route die bij zijn bedrijf en toekomst past. Als we dat goed organiseren, kunnen jonge boeren en tuinders weer met vertrouwen investeren in de toekomst.”

NAJK overhandigt magazine de ‘De Blijver’ aan Tweede Kamer: jonge boeren en tuinders zijn hier om te blijven

Afgelopen donderdag 10 september overhandigden Merel Straathof en Eise Tonnis de Vries namens het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) het eenmalige magazine ‘De Blijver’ aan politici in de Tweede Kamer. Met verhalen van jonge boeren en tuinders, visie, informatie én een broodnodige knipoog laat NAJK zien wat de nieuwe generatie nodig heeft om verder te kunnen. De boodschap: wij willen vooruit en zijn hier om te blijven.

Jonge boeren en tuinders staan klaar om te investeren, verduurzamen en innoveren. Maar daarvoor is perspectief nodig. De brief van 26 juni biedt dat volgens NAJK onvoldoende. De stapeling van normen, onzekerheid over vergunningen en onduidelijke kaders bij ondersteuning maken het steeds moeilijker om keuzes te maken voor de toekomst.

Wij willen vooruit

Met ‘De Blijver’ brengt NAJK de praktijk van jonge boeren en tuinders naar Den Haag. Merel Straathof: “Wij lopen niet weg voor verandering. Jonge boeren en tuinders willen juist vooruit en zitten boordevol ideeën en energie. Maar dan moet de ondersteuning wel in balans zijn met verandering die van ons gevraagd wordt.”

Het magazine combineert verhalen van NAJK-leden met achtergrondinformatie, visie en humor. Daarmee laat het zien wat beleid rond onder andere vergunningen, GVE-normen en zonering in de praktijk betekent.

Geef ons de ruimte

NAJK vraagt om realisme in de plannen. Ondernemen betekent risico nemen, maar daarvoor zijn wel duidelijke en betrouwbare kaders nodig. “Wij vragen de politiek niet om alle risico’s weg te nemen. Geef ons haalbare kaders en een betrouwbare overheid. Dan pakken wij zelf de handschoen op,” aldus Eise Tonnis de Vries, portefeuillehouder Toekomstbestendig ondernemerschap bij NAJK.

Met de overhandiging roept NAJK Kamerleden op de verhalen uit ‘De Blijver’ mee te nemen bij hun politieke keuzes. De jonge generatie staat klaar om het stuur over te nemen. Wij zijn de blijvers. Wij zijn hier om te blijven.

Lees hier het magazine De Blijver.

Sector roept Tweede Kamer op: houd AMvB Dierwaardige veehouderij in balans met Convenant

De veehouderijsectoren roepen de Tweede Kamer op om bij de behandeling van de AMvB Dierwaardige veehouderij vast te houden aan de balans met het Convenant ‘Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’ en de nieuw op te richten Autoriteit – anders komt de rekening eenzijdig bij de boer te liggen.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft op 11 september de AMvB Dierwaardige veehouderij naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd. Deze Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) werkt de eerder gewijzigde ‘Wet dieren’ verder uit door wettelijke normen vast te leggen voor de houderijsystemen in de melkvee-, varkens-, pluimvee*-, kalver- en vleesveehouderij. Alle veehouders binnen deze sectoren moeten in de toekomst aan de nieuwe regels voldoen.

Eén totaalpakket: AMvB, Convenant en Autoriteit

De AMvB en het Convenant ‘Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’ ondersteunen elkaar: de AMvB regelt de wettelijke normen, het Convenant de bovenwettelijke afspraken tussen de partijen om gezamenlijk verdere stappen te zetten op dierenwelzijn, mits aan randvoorwaarden zoals vergunningverlening wordt voldaan. Samen met een nog op te richten onafhankelijke Autoriteit vormen ze het totaalpakket dat nu aan het parlement wordt voorgelegd.

Het Convenant is in 2025 afgesloten tussen overheid, Dierenbescherming, markt- en ketenpartijen en de sectoren melkvee-, varkens-, pluimvee- en kalverhouderij. De Autoriteit moet de voortgang bewaken, signaleert knelpunten en adviseert over tempo en haalbaarheid, zowel voor het Convenant als de AMvB.

Waarom het Convenant meer oplevert dan wetgeving alleen

Wetgeving raakt vooral de boer. Het Convenant zorgt dat ook retail en verwerkers stappen zetten: marktpartijen zetten zich in om dierwaardige producten tegen een eerlijke prijs af te nemen, zodat boeren de meerkosten kunnen terugverdienen – iets wat de AMvB alleen niet regelt. Juist daarom is het van belang dat de AMvB niet los van dat totaalpakket wordt gezien.

Balans is de kern; gezamenlijke haalbare stappen

Systeemverandering naar een dierwaardige veehouderij vraagt om een zorgvuldige balans tussen AMvB, Convenant en Autoriteit. Zo moet wetgeving niet zó zwaar worden dat markt en keten afhaken, en veehouders de benodigde investeringen niet kunnen terugverdienen. Het Convenant houdt juist ruimte voor realisatie van gezamenlijke, haalbare stappen. Systeemverandering kan alleen als dat haalbaar en betaalbaar is. Doorontwikkeling naar een dierwaardige veehouderij moet ook plaatsvinden in samenhang met toekomstige eisen voor emissies en andere duurzaamheidsopgaven. Ontwikkeling naar meer dierenwelzijn mag voor de sectoren niet leiden tot een extra opgave voor emissiereducties. De AMvB is daarover nog te onduidelijk en dit is nadrukkelijk een aandachtspunt.

De veehouderijsectoren roepen de Tweede Kamer op om rekening te houden met de andere gestelde opgaven (bijvoorbeeld geur, stikstof etc.) waar de sectoren voor aan de lat staan. Zorg ervoor dat veehouders geen tegenstrijdige investeringen hoeven te doen. De Tweede Kamer gaat naar verwachting nog een debat voeren over de AMvB. Over de AMvB wordt niet gestemd, wel kunnen partijen moties indienen.

 

*exclusief eenden en kalkoenen

Wijziging BOR en DSR: goede stap voor vruchtwisseling, maar uitwerking moet beter

NAJK, LTO Nederland en VLB hebben gezamenlijk gereageerd op de voorgestelde wijziging van de BOR en DSR. De erkenning van vruchtwisseling en tijdelijke gronduitruil is na jarenlange inzet een belangrijke stap vooruit. Toch dreigt een extra noodzakelijkheidstoets de regeling in de praktijk onwerkbaar te maken.

Boeren en tuinders wisselen regelmatig tijdelijk grond uit voor vruchtwisseling. Dit draagt bij aan een gezonde bodem, een duurzaam bouwplan en minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het is daarom onwenselijk dat ondernemers hierdoor fiscale risico’s lopen, zeker bij bedrijfsoverdracht.

Fiscaal risico bij gronduitruil

In de huidige situatie kan tijdelijke gronduitruil ertoe leiden dat verpachte grond buiten de BOR en DSR-ab valt. Dat kan grote fiscale gevolgen hebben. Het wetsvoorstel biedt hiervoor een oplossing door verpachting onder voorwaarden binnen de regelingen te laten vallen.

Noodzakelijkheidstoets schiet doel voorbij

Tegelijkertijd moeten ondernemers aantonen dat de verpachting noodzakelijk is voor het behoud of de verbetering van de bodemkwaliteit. Volgens NAJK, LTO Nederland en VLB gaat deze eis voorbij aan de praktijk. Vruchtwisseling is maatwerk en hangt af van onder andere grondsoort, ligging, bouwplan en afspraken tussen ondernemers.

Maak de regeling werkbaar

NAJK is blij met de stap die wordt gezet, maar vindt dat de regeling ook praktisch uitvoerbaar moet zijn. Daarom vragen NAJK, LTO Nederland en VLB om de noodzakelijkheidstoets te schrappen en enkele technische aanpassingen door te voeren.

Lees hier de volledige gezamenlijke reactie op de internetconsultatie.

NAJK: PBL bewijst dat stikstofpakket anders moet

Het PBL-rapport over het maatregelenpakket stikstof bewijst volgens NAJK dat cruciale onderdelen uit de stikstofbrief anders moeten. De opstapeling van emissienormen, grondgebondenheid en zonering legt een te zware opgave neer bij jonge boeren. Tegelijkertijd schetst het rapport aanknopingspunten om de aanpak te verbeteren.

Volgens het PBL kunnen de maatregelen in de gebieden en het generieke spoor bijdragen aan stikstofreductie en natuurherstel, maar het rapport waarschuwt tegelijk voor een opgave van ‘historische omvang’. De maatregelen zijn financieel zwaar, de uitvoerbaarheid is onzeker en de exacte impact van alle gestapelde normen op het boerenerf is nog niet scherp. “Het PBL bevestigt dat de rekening buitengewoon zwaar bij de boer terechtkomt. Wij willen via de gebieden en een generieke aanpak bijdragen aan stikstofreductie en natuurherstel, maar niét met een stapeling van normen waarvan onvoldoende duidelijk is of een jonge boer daar überhaupt aan kan voldoen“, aldus NAJK-bestuurder Merel Straathof.

De PBL-analyse bevestigt dat het huidige pakket moet worden aangepast. Zo stelt het PBL dat de normen, met name voor ammoniak, erg streng zijn. Voor NAJK moet eerst worden vastgesteld welk reductieniveau technisch, juridisch én bedrijfseconomisch haalbaar is, voordat ondernemers aan zulke zware normen worden gebonden. Hoewel het PBL wijst op extra kansen bij veldemissies, waarschuwt het ook dat een generieke korting investeringen juist afremt. Zo’n generieke korting als zwaard van Damocles boven de veehouderij is volgens NAJK onacceptabel én onnodig

NAJK ziet mogelijkheden in voor de invulling van additionaliteit, de gebiedsgerichte aanpak en gericht natuurherstel. Deze onderdelen van de brief zijn onvoldoende concreet voor het PBL om door te rekenen. Dit moet dus beter uitgewerkt worden, vindt ook NAJK. Dat neemt niet weg dat in de ogen van NAJK juist provinciale plannen kunnen én moeten bijdragen aan het lostrekken van vergunningverlening.

“De PBL-resultaten zijn voor ons het harde bewijs dat de aanpak anders moet. Wij zitten niet aan tafel voor een slap compromis, maar om te zorgen dat het beleid voor jonge boeren haalbaar, betaalbaar en rechtszeker wordt. Onze inzet is helder: het kabinet moet met een beter pakket komen, want met de huidige plannen kunnen jonge ondernemers geen toekomst bouwen”, stelt Straathof.

Brief naar leden: waarom zitten we aan tafel?

Beste leden,

De stikstofbrief van minister Van Essen van 26 juni heeft voor een storm aan onrust gezorgd. En terecht. De stapeling van onhaalbare normen, onduidelijkheid en vage beloftes zet de toekomst van jonge boeren rechtstreeks op het spel. Graag praten we jullie bij over de laatste ontwikkelingen en de inzet van NAJK.

Waarom zitten we aan tafel?

Praten om het praten doen we niet. Elke keer wegen we af; via welke weg bereiken we het meeste voor jonge boeren in Nederland? Gisteren maakten we het kabinet glashelder: zonder rechtszekerheid en haalbaar beleid is er geen toekomst. De premier gaf ruimte voor fundamentele wijzigingen en daar houden we hem aan. Blijkt die ruimte er in de praktijk niet, dan heeft het voor ons geen zin meer om door te praten.

Onze inzet

De kabinetsplannen moeten fundamenteel anders. Ongeveer de helft van de boeren heeft nu geen passende vergunning. Willen we doorontwikkelen? Dan moet er een oplossing komen. Nieuw beleid is hiervoor cruciaal, daarom werken we aan beleid dat perspectief geeft en rechtszekerheid en vergunningen oplevert. Met aanpassingen aan de brief kan dit. Voorbeelden van nodige aanpassingen zijn dat de ammoniaknorm haalbaar moet zijn, grondgebondenheid ergens aan bij moet dragen en bij zonering eisen we vooraf duidelijke ontwikkelruimte. Daarnaast is rechtszekerheid cruciaal: open het vergunningenloket en legaliseer PAS-melders en interimmers.

Samen sterk

Of er nu actie wordt gevoerd of druk wordt gegeven via overleg: het doel is hetzelfde. Wat NAJK betreft hoeven die routes elkaar niet in de weg te zitten. Integendeel. Druk van buiten en stevige gesprekken aan tafel versterken elkaar. Onze energie gaat naar het veranderen van onwerkbaar beleid, niet naar onderlinge strijd.

Geen mooie beloftes, maar resultaat

De komende weken eisen we in Den Haag concrete aanpassingen bij het kabinet, het ministerie en de Tweede Kamer. Tegelijk laten we buiten van ons horen, want we accepteren niet dat beleid een doodlopende weg wordt voor jonge boeren. We blijven keihard knokken voor jullie toekomst!

Niet voor mooie beloftes, maar voor echt resultaat.

Rechtszekerheid van vergunningen is geen onderhandeling

NAJK roept op tot krachtig en vreedzaam protest tegen intrekken van natuurvergunningen

NAJK roept haar leden op om deel te nemen aan de demonstratie op 14 augustus bij het provinciehuis in Den Bosch. NAJK spreekt zich krachtig uit tegen het voornemen van de provincie Noord-Brabant om de natuurvergunningen van vijf Brabantse pluimveehouders in te trekken. Volgens NAJK raakt dit voornemen niet alleen deze bedrijven, maar zet het de rechtszekerheid van ondernemers in heel Nederland onder druk.

“Jonge boeren en tuinders moeten erop kunnen vertrouwen dat een verleende vergunning ook daadwerkelijk zekerheid biedt. Als die basis wegvalt, wordt investeren in de toekomst vrijwel onmogelijk. Rechtszekerheid is geen gunst, maar een randvoorwaarde om te kunnen ondernemen,” aldus Gerben Boom, voorzitter van NAJK.

Op vrijdag 14 augustus vindt de Statenvergadering plaats in Noord-Brabant waarin de problematiek rondom de vergunningen wordt besproken. Tijdens de vergadering maken NAJK en BAJK (Brabants Agrarisch Jongeren Kontakt) duidelijk dat deze ontwikkeling een bom legt onder de gehele stikstofaanpak.

ZLTO en BAJK organiseren met steun van LTO Nederland en NAJK een publieksvriendelijk protest. Buiten het provinciehuis willen de organisaties gezamenlijk een krachtig, maar respectvol signaal afgeven dat het intrekken van bestaande natuurvergunningen op basis van willekeur onacceptabel is.

Rechtszekerheid raakt heel Nederland

Wanneer een eenmaal verleende natuurvergunning wordt ingetrokken op basis van willekeur verdwijnt het vertrouwen waarop ondernemers hun bedrijf ontwikkelen, investeren en verduurzamen. Volgens NAJK vormt rechtszekerheid de basis voor een werkende vergunningverlening én een geloofwaardige stikstofaanpak.

Voor NAJK is de situatie in Brabant dan ook geen op zichzelf staand provinciaal vraagstuk, maar een principiële kwestie.Daarmee komt het fundament van de landelijke stikstofaanpak op losse schroeven.

Duidelijke grens

NAJK benadrukt dat deze oproep gericht is op het beschermen van de rechtszekerheid van ondernemers. De landelijke stikstofaanpak moet op een aantal onderdelen fundamenteel aangepast worden. Dit heeft enkel zin als er rechtszekerheid is voor ondernemers. Het protest op 14 augustus is dan ook geen oproep om de volledige stikstofaanpak van tafel te halen, maar om een duidelijke grens te trekken wanneer bestaande vergunningen worden ingetrokken.