NAJK-voorzitter met Nederlandse delegatie bij Grune Woche

Afgelopen week was NAJK-voorzitter Eric Pelleboer met de Nederlandse delegatie aanwezig op de eenentachtigste editie van de  Grüne Woche in Berlijn. De Grüne Woche is de grootste beurs voor landbouw, tuinbouw en voedsel ter wereld. Het is daarnaast een belangrijke ontmoetingsplek voor agrarische politiek en het bedrijfsleven. De huidige editie trekt naar verwachting tussen de 400.000 en 500.000 bezoekers, waar 50 landen zijn kwaliteiten op het gebied van levensmiddelen, land- en tuinbouw presenteren. Ook Nederland toont haar kwaliteiten. In het Nederlandse paviljoen worden kenmerkende productgroepen van de agrarische- en voedingssector gepresenteerd zoals groente, zuivel, vlees, vis, bloemen en dranken.

De delegatie, onder leiding van staatssecretaris Van Dam, bestond dit jaar uit afgevaardigden van het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer, leden van het Europees Parlement, vertegenwoordigers van de Nederlandse agribusiness en belangenbehartigers. Tijdens het bezoek aan de Grüne Woche werden de exportcijfers van de Nederlandse land- en tuinbouw van 2015 gepresenteerd. Ook dit jaar is de agrarische export weer gestegen en mag Nederland zijn naam als één van de grootste exporteurs behouden. Van Dam gaf daarvoor zijn complimenten aan de aanwezigen en gaf aan dat we er alles aan moeten doen om deze positie te behouden en versterken.

De Grüne Woche biedt veel mogelijkheden om met bestaande en nieuwe contacten te spreken over het belang en de aankomende lobby-activiteiten van NAJK. Pelleboer: “Jonge boeren en tuinders zijn de toekomst van de Nederlandse agrarische sector. Het is daarom belangrijk om namens de boeren en tuinders van de toekomst de Nederlandse agrarische sector zo goed en sterk mogelijk te vertegenwoordigen .”

NAJK tegen Eurocommissaris Hogan: “Maak ruimte voor jonge boeren in Europees beleid”

Op maandag 9 november waren NAJK-voorzitter Eric Pelleboer en dagelijks bestuurder internationaal Iris Bouwers aanwezig op de Brusselse Landbouwborrel. Deze maandelijkse bijeenkomst wordt georganiseerd door Nederlandse Europarlementariërs en is een van de belangrijkste netwerkbijeenkomsten in de agrarische sector.

Tijdens de editie van afgelopen maandag was Eurocommissaris voor Landbouw Phil Hogan te gast. NAJK greep deze gelegenheid aan om bij Hogan de positie van de jonge boer onder de aandacht te brengen. “De top-up voor jonge boeren in het huidige GLB slaat de plank mis voor de Nederlandse jonge boeren”, zegt Pelleboer, voorzitter van NAJK.

Iris Bouwers, dagelijks bestuurder internationaal, vroeg Hogan daarom ruimte te maken in het beleid zodat Nederland de top-up kan inzetten op bedrijfsovername. Dit draagt bij aan de vereenvoudiging van het GLB. Het werk van NAJK bestaat echter niet alleen uit het aandacht vragen bij Hogan en de Landbouwborrel. Iris Bouwers zegt hierover: “NAJK zal blijven hameren op de positie van Nederlandse jonge boeren en tuinders, zowel bij de Commissie als bij het Europees Parlement.”

NAJK vraagt op Wereldvoedseldag aandacht voor de positie van jonge boeren

Afgelopen vrijdag, 16 oktober, toog een bus vol leden van NAJK naar Brussel om op uitnodiging van Europarlementariër Jan Huitema een bezoek te brengen aan het Europees Parlement. Op de dag van het bezoek aan Brussel was het Wereldvoedseldag. NAJK heeft de gelegenheid aangegrepen om in Brussel aandacht te vragen voor de positie van jonge boeren.

Op Wereldvoedseldag wordt stilgestaan bij de vraag ‘wat voedsel nu eigenlijk voor ons betekent’. Na de Tweede Wereldoorlog werd het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ingevoerd onder het credo ‘nooit meer honger’. In Brussel, de plek waar dit ooit allemaal begon, heeft NAJK de gelegenheid aangegrepen om aandacht te vragen voor de rol van jonge boeren binnen het wereldvoedselvraagstuk.

Met een groeiende wereldbevolking en een veranderend consumptiepatroon zal de voedselproductie wereldwijd nog met tientallen procenten moeten groeien om in de toekomst iedereen te kunnen voeden. Voor jonge boeren ligt hier dus een grote opgave. Zij zullen dit voedsel moeten produceren binnen de eisen en wensen die de maatschappij daar aan stelt. Onder het motto ‘Future, food, farmers’ heeft NAJK om steun en sympathie gevraagd voor jonge boeren, de voedselproducenten van de toekomst.

NAJK aanwezig bij conferentie ‘Knowledge for Young Farmers’

Op 15 en 16 oktober namen Iris Bouwers (portefeuillehouder Internationaal) en Sander Thus (portefeuillehouder Bedrijfsovername) namens NAJK deel aan de conferentie ‘Knowledge for Young Farmers’ in Brussel. De conferentie werd georganiseerd door de Europese Commissie.

Tijdens deze bijeenkomst zijn de resultaten van het onderzoek ‘Exchange programmes for young farmers’ gepresenteerd. Dit onderzoek is toegespitst op de vraag aan welke vorm van kennisvoorziening jonge boeren in Europa momenteel behoefte hebben. Daarbij is specifiek ingegaan op de volgende punten:

  • Wat hebben jonge boeren nodig?
  • Welke uitwisselingsprogramma’s gericht op jonge boeren, zijn er nu?
  • Maak een gids om uitwisselingsprogramma’s te verbeteren.

Het onderzoek vond plaats in alle 28 EU-landen en is uitgevoerd door Ecorys in samenwerking met LEI en Aequator Groen & Ruimte. Voor het onderzoek zijn in totaal ruim 2200 jonge boeren uit alle 28 landen geïnterviewd.

De zaken waar jonge boeren in heel Europa tegenaan lopen zijn: beschikbaarheid en verwerving van land in zowel eigendom als huur, beschikbaarheid van kapitaal en de ontwikkeling van kennis. Het bleek verder dat jonge boeren hun nieuwe kennis eerst vooral van collega’s halen en daarna van andere organisaties of adviesbureaus. Jongeren zoeken informatie vooral via internet, excursiedagen en opleidingsdagen. Opvallend was dat online trainingen zoals e-learning heel laag scoorden in populariteit, ook in Nederland.

Aanbevelingen omtrent de kennisbehoefte van jonge boeren zijn:
1) Aangeboden kennis en nieuw ontwikkelde uitwisselingsprogramma’s moeten klantgericht en per land aangepast aan de specifieke wensen van de jonge boer zijn.
2) In acht moet worden genomen dat de kennisbehoefte van de jonge boer afhankelijk is van hun opleidingsniveau.
3) Het zou veel tijd besparen om bij de ontwikkeling van nieuwe uitwisselingsprogramma’s uit te gaan van bestaande, beproefde programma’s.
4) Flexibiliteit is belangrijk voor jonge boeren. Houd bij uitwisselingprogramma’s rekening met de tijd en financiële beperkingen van jonge boeren.
5) Het oplossen van de meest belangrijke behoeften van jonge boeren, zoals het mogelijk zijn van het kopen of huren van meer landbouwgrond, kan een toename van het aantal jonge boeren mogelijk maken.

Er zijn gelukkig al een heel aantal uitwisselingsprogramma’s in heel Europa ontwikkeld. Variërend van korte duur tot lange duur (7-8 maanden). Opvallend is dat de uitwisselingsprogramma’s in de West-Europese landen beter gewaardeerd worden. Deze programma’s passen meer bij de behoefte van jonge boeren en sluiten aan op wat er mogelijk is.

Bij het ontwikkelen van uitwisselingsprogramma’s zijn een aantal zaken van groot belang:
1) Zorg dat het echt werkt, dus ken je doelgroep en pas hier je programma op aan.
2) Zorg ervoor dat je op de juiste manier met je doelgroep communiceert.
3) Zorg ervoor dat de opgedane ervaringen gedeeld blijven worden en dat hier vervolg aan gegeven wordt.
4) Blijf je programma continue aanpassingen aan de veranderende behoeften van je doelgroep.

NAJK ziet grote overeenkomsten tussen de aanbevelingen uit het onderzoek en de wijze waarop binnen NAJK programma’s, zoals Wereldboeren, ontwikkeld worden. In vergelijking met andere Europese landen blijkt dat de Nederlandse jonge boeren en tuinders met dit sort programma’s goud in handen hebben. NAJK zet in om ook in 2016 weer volop activiteiten te organiseren in het kader van Wereldboeren, zoals discussiebijeenkomsten, trainingen en studiereizen.

Lees binnenkort het onderzoek en de resultaten op: ec.europa.eu/agriculture/external-studies/index_en.htm

Nieuw bestuur CEJA verkozen

Op 8 september kwam de General Assembly (Algemene Ledenvergadering) van CEJA bijeen op de World Expo in Milaan om een nieuw bestuur te verkiezen. Vrijwel alle 32 lid-organisaties waren present. Alan Jagoe uit Ierland, tot 8 september vicevoorzitter van CEJA, werd verkozen tot de nieuwe voorzitter. Hij zal worden ondersteund door de nieuwe vicevoorzitters Alice Cerutti (Italië), Juha Tenho (Finland), Radek Nienartowicz (Polen) and Jannes Maes (België).

Alan Jagoe (30 jaar) heeft een bedrijf in Carrigaline in Ierland met melkvee, vleesvee en akkerbouw. Voordat hij vicevoorzitter werd bij CEJA was hij voorzitter van Macra na Feirme, de Ierse organisatie voor jonge boeren. Hij werd verkozen met een overgrote meerderheid, 106 van de in totaal 124 uitgebrachte stemmen. “Ik ben ontzettend trots om gekozen te zijn tot voorzitter van de hardwerkende jonge boeren die zich verenigd hebben in CEJA. Ik ga met volle overgave aan de slag om het goede werk dat verzet is door CEJA in de afgelopen jaren voort te zetten. We zullen ons focussen op de nieuwe hervorming van het GLB, waarvoor de eerste stappen alweer gezet zijn, en op andere ontwikkelingen die van belang zijn voor de Europese jonge boeren.”

Blog adviesreis Indonesie – 2015

Assessment van cacao-coöperatie Amanah, West Sulawesi, Indonesie

Een tijdje geleden werd ik gebeld door Agriterra met de vraag of ik medio februari een week beschikbaar zou zijn voor een bezoek aan een koffie-coöperatie op Bali. We hebben een akkerbouwbedrijf thuis en qua werkplanning paste dat wel. Begin februari veranderde het plan: koffie werd cacao en Bali werd Sulawesi. Een beetje langer reizen, maar geen probleem.

Afgelopen week was het zover: samen met Agnes, voor Agriterra werkend en wonend in Indonesië, heb ik een bezoek gebracht aan Amanah, een koffiecoöperatie in Polewali Mandar (ofwel Polman).

In een week tijd hebben we de coöperatie doorgelicht, waarbij we ons met name op de organisatie van de coöperatie hebben gericht en in mindere mate op productie. Gelukkig hebben we wel de kans gehad een aantal boeren te spreken in het veld, maar daarvoor moesten we wel eerst 2 uur over een hobbelige weg rijden. Met de boeren hebben we gesproken over hun relatie met de coöperatie, of ze inspraak hebben, hoe de prijzen zijn en handel verloopt etc. etc. Tussendoor kwam de een na de andere brommer met een zak of kist durians langs gereden: dit is een stekelige vrucht die gigantisch stinkt, maar (best) prima smaakt.

Coöperatie Amanah heeft 1400 leden in de regio met een gemiddelde bedrijfsgrootte van 1,2 hectare. Cacao wordt het hele jaar door geoogst, maar de piek ligt tussen maart en september. Na het drogen bij de boer (2 dagen) worden de cacaobonen per dorp verzameld binnen zogenaamde ‘farmer groups’ en in grote zakken per gehuurde pick-up naar de stad gebracht. In het depot van Amanah worden de bonen ontvangen, de kwaliteit beoordeeld, en als er een volle vracht is wordt het aan Mars (inderdaad, van de chocoladerepen) geleverd. Dit noemen ze hier ‘collective marketing’. Er komt steeds meer vraag naar duurzaam gecertificeerde cacao. Zelfs zoveel dat bedrijven als Mars alle cacao hard nodig hebben, dus ook van de kleinere boeren en tegen een meerprijs. Dit biedt dus perspectief!

De coöperatie zelf is pas in 2006 opgericht en dus relatief jong. Afgelopen jaar waren er de nodige veranderingen binnen de coöperatie en we hebben deze week kunnen zien dat nog niet alles op en top in orde is. Daarom zou de ondersteuning van Agriterra juist nu goed van pas kunnen komen, bijv. op het gebied van financieel management.

Morgenochtend zullen we onze bevindingen met het bestuur en management van de coöperatie bespreken. En wellicht zal Amanah komend jaar dan meer bezoek van Agriterra-experts ontvangen.

Ik kijk in ieder geval terug op een bijzondere week! Over 6 uur rijden en 3 vluchten verder sta ik weer klaar om thuis aardappelen te laden. Met een kleine jetlag misschien…

Pieter Korst

NAJK bij CEJA in gesprek met Eurocommissaris Hogan

Vorige week woensdag, donderdag en vrijdag was NAJK aanwezig bij CEJA, de Europese koepelorganisatie voor jonge boeren en tuinders. CEJA organiseerde in Luxemburg een ledenbijeenkomst (working group) en een seminar. Namens NAJK waren Iris Bouwers, dagelijks bestuurder met de portefeuille internationaal, en Jan Enthoven, dagelijks bestuurder met de portefeuille tuinbouw, aanwezig.

De driedaagse bijeenkomst van CEJA startte met een bezoek aan veehouderij, gelegen midden in een Luxemburgs stadje. Bij dit bedrijf konden de CEJA-leden zien hoe de ondernemers invulling gaven aan hun relatie met de consument, mede vanwege de bijzondere ligging van het bedrijf. Op het bedrijf was bijvoorbeeld ook een klaslokaal aanwezig waardoor bezoekers meer informatie konden krijgen over het boerenbedrijf. De CEJA-deelnemers, afgevaardigden van jonge boerenorganisaties uit heel Europa, hebben op deze locatie gediscussieerd over een manifest dat door CEJA was opgesteld over de toekomst van jonge boeren in Europa. NAJK had een uitgebreide inbreng op dit manifest voorbereid. Deze inbreng is positief ontvangen door alle aanwezigen. Aan het eind van deze dag werd er samen met een afvaardiging van het Europees Parlement gegeten.

Op de tweede dag vond een seminar en paneldiscussie plaats met onder andere de Luxemburgse minister van Landbouw, bestuurders van CEJA en afgevaardigden van de jonge boerenorganisaties. Een inspirerend onderdeel van deze dag waren de presentaties van verschillende agrarische jongerenorganisaties over hun communicatie-initiatieven. Na afloop van de seminar schoof de Luxemburgse minister van Landbouw aan bij het diner.

Op vrijdag bracht een kleinere delegatie, waaronder ook NAJK, een bezoek aan de opening van een Luxemburgse landbouwbeurs. Deze beurs werd geopend door Phil Hogan, de Eurocommissaris van Landbouw van de Europese Commissie. NAJK heeft in gesprek met Hogan benadrukt dat de top-up voor jonge boeren in het huidige GLB voor de Nederlandse situatie niet goed werkbaar was. De Duitse organisatie voor jonge boeren heeft dat pleidooi van NAJK ondersteund. Hogan heeft NAJK verzocht hem gedetailleerd over dit probleem te informeren. NAJK zal op korte termijn aan dit verzoek voldoen.

Iris Bouwers nieuwe portefeuillehouder internationaal bij NAJK

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) heeft tijdens de algemene ledenvergadering op 25 juni 2015 Iris Bouwers unaniem gekozen als nieuwe dagelijks bestuurder bij NAJK. Bouwers zal binnen het bestuur zorg dragen voor de portefeuille Internationaal. Deze portefeuille neemt zij over van Inge van Schie, die namens NAJK vanaf 2011 de belangen van jonge boeren en tuinders internationaal behartigde. 

Bouwers volgt in Dronten de opleiding ‘Bedrijfskunde & Agribusiness’ aan de CAH Dronten. Ze is afkomstig van een agrarisch bedrijf in Zuidwolde, Drenthe, met vleesvarkens en akkerbouw. Afgelopen jaar werd Bouwers verkozen in de gemeenteraad van Dronten. “Ik heb de kans gekregen om mijn passies voor landbouw en politiek te combineren, als woordvoerder op de dossiers over land- en tuinbouw, water en milieu- en duurzaamheidsbeleid”, zegt Bouwers hierover. “Binnen NAJK zal ik onze jonge boeren en tuinders internationaal mogen vertegenwoordigen. De positie van de jonge boeren in het GLB nu en vanaf 2020 vormen hierbij speerpunten.”

NAJK heeft tijdens de ALV afscheid genomen van Inge van Schie-Rameijer, die vier jaar lang de portefeuille internationaal onder haar hoede had. Het vicevoorzitterschap van NAJK, dat ook door van Schie bekleedt werd, is overgedragen aan Sander Thus, dagelijks bestuurder met de portefeuille bedrijfsovername. Van Schie kijkt terug op een bevlogen bestuursperiode: “De onderhandelingen over het nieuwe GLB, en de positie van jonge boeren daarin, was een enerverende periode. Een hoogtepunt was voor mij echter ook het symposium ‘Van Traditie naar Ambitie’, met koninigin Maxima en staatssecretaris Dijksma. Ik kijk met veel plezier terug op mijn periode bij NAJK.”

Blog adviesreis Oeganda – 2014

Analyseren van behaalde resultaten bij KIDFA

Ilse Verhoijsen (LAJK) en Ria Wilzing (NAJK) gaan samen met Marly Boonman van Agriterra op missie naar Oeganda. De missie loopt van 14 juli tot en met 24 juli 2014. Tijdens deze missie worden de behaalde resultaten van de boerenorganistie KIDFA geanalyseerd. De bevindingen kun je volgen op deze pagina.

How to convince that I am a farmer…

Misschien een aparte titel voor een blog, maar het wordt allemaal duidelijk. Samen met Marly Boonman en Ria Wilzing ben ik op een adviesmissie naar een boerenorganistie in Oeganda. De boerenorganisatie, Kitgum District Farmers Association (KIDFA) ontvangt ondersteuning vanuit Agriterra. Tijdens de missie hebben we ons gericht op het onderdeel gegevensverzameling van boerengroepen met zonnebloemen. Daar hoort natuurlijk een bezoek aan een paar boerengroepen bij.

En zo geschiede… Bij de eerste groep werden we zingend en dansend ontvangen door een groep vrouwen. Na een indrukwekkende bijeenkomst vlug verder naar de tweede groep. Waar we ook een leuke bijeenkomst hebben gehad.

En toen kwam de derde groep… Tijdens de introductie geloofde de groep niet dat ik een boer ben; daar was mijn huid te “gaaf” voor. Op het einde van de bijeenkomst kreeg ik de kans om te bewijzen dat ik echt een boer ben. Er werd een hak (om de grond om te spaaien) gehaald en er werd kort voorgedaan wat ik moest doen. Pff het viel nog niet mee om die kei harde grond om te spaaien en na een paar minuten “mocht” ik stoppen: I failed the test. Maar Marly en Ria zeiden dat ik dit werk normaal niet doe, omdat wij thuis varkens en kippen hebben. Toen bedacht ik dat ik wel wat foto’s van ons bedrijf op mijn telefoon had staan, dus die heb ik aan de groep laten zien. Ze waren diep onder de indruk. Ze vonden het onvoorstelbaar dat 1 zeug wel 14 biggen kan krijgen. Ondanks dat de boeren geen Engels spraken, begrepen ze de foto’s goed. Of ik ze nu daadwerkelijk heb overtuigd dat ik een boer ben, weet ik niet zeker. Het was in ieder geval geweldig om mee te maken.

Ilse Verhoijsen

Vooruitgang

De reis naar Kitgum vanuit Kampala was weer een hele lange, niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk: 450 kilometer in 11 uur. Een hele dag in de auto met af en toe een stop. De weg voelde ook lang omdat er veel kuilen, gaten en ongelukken waren.  Vermoeid op de bestemming aangekomen is het bed een heerlijke plaats. Nee hoor, toch nog gaan dineren terwijl niemand honger heeft. Weigeren is niet netjes.

De eerste dag in Kitgum is er een bijeenkomst met het bestuur en de medewerkers van KIDFA (de boerenorganistie in de provincie Kitgum). Het bestuur bestaat uit veel oude bestuurders met twee jongere bestuurders.  De werkwijze is nog ouderwets. De belangrijkste persoon van de organisatie is de directeur, die de gang van zaken leidt. Hij bepaald in de organisatie wat er gebeurt en wat de organisatie doet. Het bestuur stemt in en is niet goed op de hoogte wat er allemaal gaande is.

De volgende dag stond in het teken van de boeren. We brachten die dag een bezoek aan drie groepen, allemaal participeerden ze in het spaarprogramma. De groepen waren zeer verschillend. De ene nog armer dan de andere. De groep die het dichts bij de grens van Zuid-Soedan zit had alles goed voor elkaar. De andere groepen ook maar die waren veel armer. Het sparen hielp hen om geld opzij te leggen voor momenten dat ze geen oogst kunnen verkopen en geld nodig hebben voor eten. Daarnaast zijn er investeringen gedaan van spaargeld, zoals een brommer, een geit, een os of een ploeg. De boeren willen graag vooruitgaan, maar daarvoor houden ze nog regelmatig hun hand op. Ze hebben genoeg wensen om van ons te krijgen.

Wat is vooruitgang en wat betekent het eigenlijk? We willen het allemaal beter hebben dan nu het geval is. Misschien moeten we toch maar eens tevreden zijn met wat we hebben. Toch is het handig als de weg voor je geplaveid is, maar soms kom je toch hobbels tegen. Deze hobbels zelf overwinnen is misschien wel de beste vooruitgang. Dus geven we de boeren kennis en laten we ze verder op hun eigen manier geld verdienen voor een betere toekomst.

Ria Wilzing

Foto’s Missie Oeganda

Blog adviesreis Filipijnen – 2014

Aan de slag met een jonge boerenorganisatie

Om de Filipijnse landbouworganisatie PAKISAMA en de Aziatische koepelorganisatie AFA te informeren en te inspireren over de organisatie van jonge boeren in Nederland heeft Annet van den Akker, dagelijks bestuurder bij NAJK, een workshop gegeven. Hierin legde Annet de organisatiestructuur en de werkwijze van NAJK uit.  De manier waarop NAJK jonge boeren aan zich bindt, werd gebruikt als ideeëngenerator voor de toekomstvisie voor jonge boeren in Azië en de Filipijnen. Volgende week vindt namelijk een conferentie plaats van Filipijnse jongerenorganisaties rondom het thema de jonge boer. Een petitie is in voorbereiding, ookwel Magna Carta genoemd, en wordt volgende week aangenomen om aan te bieden aan de overheid en politieke partijen.

De belangrijkste aanbeveling om de situatie van de jonge boer in de Filipijnen te verbeteren is het in kaart brengen en organiseren van jonge boeren. Op dit moment zijn jonge boeren bijna niet georganiseerd. Bepaalde NGO’s zetten zich in voor jongeren, maar een organisatie voor en door jonge boeren is er niet. Als startpunt kan in bestaande landbouworganisaties de aanwezigheid van jonge boeren worden geïnventariseerd.

Daarnaast dienen de vragen en nodige oplossingen om de situatie van jonge boeren te verbeteren veel concreter te worden gemaakt. De organisaties waarmee werd gesproken bleven veelal hangen in algemene termen als te weinig kapitaal, geen legale status en meer solidariteit. Dat is te algemeen, niet oplossingsgericht en de beschreven problemen gelden voor een veel grotere groep boeren. In de workshop werden voorbeelden gedeeld over hoe in Nederland en Europa specifiek beleid bestaat voor jonge boeren. Daaruit kwamen een aantal concrete aanbevelingen voort om op te nemen in de petitie. Bijvoorbeeld  om het landbouwprogramma in de Filipijnen op lokaal niveau specifiek geld te reserveren voor jonge boeren. Hiermee kan onder andere bedrijfsovername gestimuleerd en bespoedigd worden. Tot slot, werd de afspraak gemaakt om voorbeelden van specifiek jongerenbeleid in Europa en Nederland met AFA en PAKISAMA te delen.

Kokosheffing

Vervolgens werd ook de link gelegd met het andere onderwerp van de missie: de terugvordering van de kokosheffing ter waarde van 1,2 miljard euro waarvoor PAKISAMA een lobby aan het opzetten is. Het belang om jonge boeren bij deze lobby te betrekken werd met de voorgaande workshop duidelijk. Jonge boeren geven een extra imagoboost aan de campagne. PAKISAMA is dan ook van plan om vooral via de jonge boeren te gaan communiceren richting media en de jonge boeren tegelijkertijd te trainen in belangenbehartiging.

De lobbyplannen voor de campagne om de kokosheffing terug te vorderen zijn verder aangescherpt in de onderlinge gesprekken met PAKISAMA. Met de kokosheffing wil PAKISAMA een fonds opzetten voor de kokosnootboeren. Bestedingsplannen van dit fonds moeten duidelijker en specifieker worden gemaakt in de lobby om wetgevers en politici over de streep te trekken. In verschillende regio’s in de Filipijnen zijn al succesvolle, mede door Agriterra, kokosprojecten opgezet waarbij de verwerking door boeren zelf wordt gedaan en waarde wordt toegevoegd in de keten.

De campagne zal goed gedocumenteerd worden om als benchmark te kunnen gebruiken voor volgende lobbycampagnes. Verder wordt het belang van het betrekken van boeren op lokaal niveau bij de campagne opgenomen in de lobbyplannen. Ook voor het ophalen voor goede bestedingsdoelen van het fonds, is dit cruciaal. PAKISAMA wil na de gesprekken met Agriterra en NAJK meer de link leggen tussen de economische vooruitgang van haar leden en het voeren van campagne. Ook zullen ze meer de nadruk leggen op het feit dat een heel netwerk aan belanghebbenden aan deze campagne meewerkt, waardoor de impact veel groter is. Tot slot willen ze de campagne gebruiken om potentiële leden in kaart te brengen.

De gesprekken die deze week zijn gevoerd hebben de Filipijnse landbouworganisaties geïnspireerd en gemotiveerd om jonge boeren meer te betrekken in de belangenbehartiging. Daarnaast heeft het ons geleerd dat je een Nederlands model niet precies kan en moet kopiëren. Maar dat je wel enorm veel lessen en historische fouten kan delen, waardoor zij snellere stappen in hun ontwikkeling kunnen zetten. De complexiteit en historie van landen is altijd anders, waardoor maatwerk op het gebied van belangenbehartiging en advies altijd nodig is.

Annet van den Akker en Luc Groot

Een beeld van de Filipijnse boer…

Annet van den Akker (bestuurslid NAJK) en Luc Groot (adviseur Agriterra) zijn op missie in de Filipijnen. Hier bezoeken zij de Filipijnse boerenorganisatie PAKISAMA en AFA, de Aziatische koepelorganisatie voor landbouworganisaties. In de Filipijnen zijn jonge boeren niet georganiseerd. De ambitie om een netwerk van deze beroepsgroep te vormen, bestaat er echter wel. Daarnaast hebben de Filipijnse boeren een actie op touw gezet om een heffing over hun kokosproductie terug te eisen van de overheid. Van den Akker en Groot gaan tijdens hun missie handvatten geven om dit netwerk en de lobby voor het terugeisen van de heffing op de kokosproductie vorm te geven.

Voor jonge boeren in de Filipijnen is het net als in Nederland moeilijk om het bedrijf over te nemen. In de praktijk vindt bedrijfsovername in de Filipijnen pas plaats zodra het bedrijfshoofd sterft. Hierbij wordt het land verdeeld over alle kinderen van het gezin, waardoor een steeds kleinere hoeveelheid land beschikbaar is voor de opvolger. De gemiddelde bedrijfsgrootte is hierdoor dalende en telt momenteel slechts 1,5 hectare. De ouders betrekken hun kinderen niet bij de bedrijfsvoering, waardoor de zonen of dochters geen mogelijkheid krijgen om hun eventuele toekomstideeën op het bedrijf in te voeren. Het inkomen van een gemiddelde boer is erg laag vergeleken met het inkomen van een gemiddelde stedeling. Door deze realiteit is het voor jongeren onaantrekkelijk om het boerenbedrijf over te nemen en vertrekken ze naar de stad om daar hun geluk te zoeken. In tegenstelling tot Europa stimuleert de Filipijnse overheid op geen enkele wijze de positie van jonge boeren. Er zijn weinig cijfers en feiten bekend over de agrarische sector in de Filipijnen. Dit maakt het moeilijk om het probleem te beargumenteren en aan het voetlicht te brengen.

De Filipijnen is een land dat 7.100 eilanden telt in Zuid-Azië. Qua landbouw zijn ze grotendeels afhankelijk van hun kokosnotenproductie. Zo’n 80% van de kokos wordt geëxporteerd. De 3,5 miljoen kokosnootboeren worden gezien als de armsten onder de 12 miljoen Filipijnse boeren. Dit wordt met name veroorzaakt door huurdersconstructies met grote landeigenaren die sinds de jaren 80 langzaam worden omgezet in nieuwe eigendomsvormen. Boeren werden vroeger verplicht door de landeigenaren om kokosnoten te verbouwen en kregen slechts eenderde van de opbrengsten van de kokos. Daarbovenop moesten ze een deel van de door de overheid ingestelde heffing op elke kilo kokos betalen dat ten goede zou komen aan de boer. In de praktijk werd dit geld geïnvesteerd in een bierbrouwer, San Miquel. Nu heeft de rechter in 2012 bepaald dat een deel van het vermogen van deze bierbrouwer, ongeveer 1,2 miljard euro, alsnog vrijgemaakt moet worden voor de boeren. Sindsdien probeert PAKISAMA, de Filipijnse Landbouworganisatie, in samenwerking met andere landbouworganisaties het geld ‘vrij te maken’, maar ze stuiten op onwelwillende industriëlen, ambtenaren en politici.

In Nederland hebben we geen kokosnoten en hebben jonge boeren een andere werkelijkheid. Toch zien we veel overeenkomsten als het aankomt op het belang van duidelijke wettelijke kaders voor boeren en de noodzaak voor stimuleringsmaatregelen voor specifieke groepen als jonge boeren. In de praktijk dit bewerkstelligen is lastig in een land als de Filipijnen vanwege de corruptie en minder aanwezige financiële middelen. Toch kan Agriterra en NAJK door heldere analyses en ervaringen te delen organisaties als PAKISAMA en AFA helpen. Daarover meer in de volgende column.

Annet van den Akker en Luc Groot