Dag 3 – Reisverslag Uruguay

‘s morgens zijn we vertrokken vanuit het hotel in Trinidad. Het was zo’n 1,5 uur rijden naar het bedrijf van de heer Henk Versendaal. Hij exploiteert een melkveebedrijf in het plaatsje Young. De beste man heeft inmiddels al een leeftijd van 67 en is getrouwd met een Uruguyaanse vrouw. Henk had samen met zijn vader een bedrijf in Nederland en heeft toch besloten  te emigreren naar Uruguay in 1994.  In het  begin had hij een samenwerking met een goede kennis. In 2002 besloot hij voor zich zelf een bedrijf te starten samen met zijn vrouw die hij in Uruguay heeft ontmoet. Samen hebben zij een dochter die momenteel in de hoofdstad Montevideo studeert.

Het bedrijf telde momenteel 65 melkkoeien met bijbehorend jongvee. Een aantal jaar geleden had het bedrijf op zijn top 160 melkkoeien maar vanwege zijn leeftijd richt hij het bedrijf nu anders in. De koeien lopen 365 per jaar buiten en worden bijgevoerd met sorghum die ingekuild is. Verder wordt er ook sojahullen aan de veestapel gevoerd.

Rondom het bedrijf is 180 hectare grond aanwezig. Hierop verbouwt hij sorghum, gras en hoofdzakelijk soja. De zomerteelt bevat vooral soja en in de winter metname gras. De werkzaamheden voor de sojateelt worden volledig gedaan door een loonwerker. 75 procent van de opbrengst is voor de loonwerker voor de werkzaamheden en 25 procent voor de landeigenaar. De opbrengst van de soja is rond 3000 kg per hectare en momenteel is de sojaprijs 350 US dollar per ton.  Het gewas soja is resistent tegen Roundup. Hiervan wordt drie keer 5 liter per hectare over het gewas gespoten met een mosquito (veldspuit). Dan is het gewas netjes onkruidvrij. Ook wordt er drie keer tegen insecten gespoten, met name tegen rupsen. Verder is fosfaatbemesting  belangrijk voor de soja.  De stikstof haalt de soja zelf uit de lucht omdat het een vlinderbloemige plant is.

Na de middag zijn we te gast bij de melkfabriek Claldy, ook in het plaatsje Young. Het bedrijf is opgericht in 1966. Het bedrijf verwerkt momenteel 130.000 liter per dag, maar dit fluctueert per seizoen. De melk wordt geleverd door 70 melkveehouders rondom de zuivelfabriek. Ze verwerken de melk tot de volgende producten: Kaas, Yoghurt, Mozzarella, weipoeder en melkpoeder. Alle melk die het bedrijf binnenkomt wordt gepasteuriseerd door de melk op te warmen tot 72 graden, een uur lang. Alle stoom op het bedrijf wordt gemaakt met behulp van hout in een houtkachel. Hiervoor is per dag 20 ton hout nodig.

Een aantal jaren geleden werd 90% van de productie geëxporteerd naar Venezuela. Maar door de politieke crisis in dit land is de export daar naartoe gedaald tot 0. Hierdoor kampt het bedrijf met flinke problemen met de afzet van hun producten en is de doelstelling van het bedrijf overleven in plaatst van groeien. Ze exporteren nu naar Colombia, Brazilië en China.

Het unique selling point van het bedrijf is de yoghurtproductie voor de nationale markt. Ze hebben 180 personeelsleden, maar dit varieert door de melkaanvoer. Op korte termijn willen ze de kosten naar beneden brengen, onder andere door met minder personeel te werken. De melkprijs die ze uitbetalen aan de leden is 10 peso per liter momenteel (€0,28). De overheid vindt zuivel een basisbehoefte dus moet zuivel toegankelijk zijn voor iedereen. Daarom hebben zij ingevoerd dat een liter melk in de supermarkt een maximale prijs mag hebben van 25 Peso (€0,71) per liter melk.

De tweede helft van de middag kregen we een onverwachtse excursie aangeboden naar een melkveebedrijf. Toen we op het bedrijf aankwamen spatte de ambitie en energie van de berdrijfsleider af. Het is een zeer net en professioneel bedrijf. De bedrijfsleider woont samen met zijn gezin op het bedrijf. Ze hebben beide voor veearts gestudeerd in Uruguay. Hierna hebben ze samen vijf jaar in New Zeeland gewerkt op een melkveebedrijf.  Toen ze op dit bedrijf terecht kwamen hebben ze in een aantal jaar de melkproductie verhoogd van 3 miljoen naar 5 miljoen liter melk. Dit zonder grote investeringen maar puur door betere management van de veestapel.

Het bedrijf heeft 600 ha grond, hierop telen ze mais en luzerne met klaver. Ze hebben in totaal 620 melkkoeien. Er is net een nieuwe jongveestal gebouwd. De productie van de koeien is zeer goed met 10500 liter per jaar. Momenteel waren de koeien gemiddeld 380 dagen in lactatie. Dit omdat de meeste koeien kalven in maart, april en mei. De jongveestal is voldoende groot gebouwd om deze afkalfpiek op te vangen. Alle koeien hebben een transponder om de poten waarin ze herkend worden in de melkstal en vervolgens ook na de melkstal in een aparte ruimte automatische gesepareerd kunnen worden. De koeien kunnen zowel voor als na het melken aan een voergang gemengd voer eten.

Er werken gemiddeld acht mensen op dit bedrijf. De bedrijfsleider vertelde dat het personeel een moeilijke factor is in het bedrijf.  Als hij het personeel probeerde te motiveren gaven zij aan dat als de bedrijfsleider niet tevreden was ‘zij de koffers pakken en vertrokken’. De melkerstijden waren tweemaal rond half 12 maar hier hadden zij dan weer geen moeite mee. De bedrijfsleider had zoveel te vertellen dat we ’s avonds twee uur later aan het diner zaten dan gepland.

Dag 1 & 2 – Reisverslag Uruguay

Dag 1 – Stadswandeling en foodhall

28 januari 2018

Na een lange vlucht vanaf Düsseldorf zijn we ’s ochtends aangekomen in Montevideo (Uruguay). Eerst hebben we een stadswandeling gemaakt met een gids door de hoofdstad, daar hebben we de meest bijzondere bezienswaardigheden bezocht. ’s Avonds hebben we gedineerd bij een ‘foodhall’  dit is een hal met winkeltjes met lokale producten en restaurantjes.

Dag 2 – landbouwjournalistiek en 19 melkveestallen

29 januari 2018

Om een indruk te krijgen van Uruguay kregen we een lezing van vooraanstaand landbouwjournalist Eduardo Blasina. Hij vertelde ons dat Uruguay een agrarisch exporterend land is met 12 miljoen runderen en 6 miljoen schapen, dat komt neer op 4 runderen en 2 schapen per inwoner. Uruguay is 18 miljoen hectare groot (4 maal groter dan Nederland). De vruchtbare gronden bevinden zich in het westen van het land, waar het merendeel van de runderen gehouden wordt en akkerbouw plaatsvindt. In het oosten bevindt zich voornamelijk akkerbouw met rijst en in het noorden voornamelijk bosbouw. De beste percelen hebben een waarde van € 6500,- per hectare, de minder vruchtbare grond kost ongeveer € 2500,- per hectare. De landbouwproducten worden hoofdzakelijk verhandeld op de wereldmarkt.

De middag hebben we een bezoek gebracht aan Estancias Del Lago. Dit is een gigantisch melkveebedrijf met 8800 melkkoeien en een eigen melkpoederfabriek. Op het bedrijf wordt er gemolken met drie 80-stands buitenmelkers. Alle koeien staan in stallen van 740 koeien per stal, er stonden 19 van deze stallen. Het rantsoen bestond uit mais, sorghum, soja en graan. Op het bedrijf kalven per maand 1000 koeien, werken 250 man en nog eens 250 man in de verwerking van de melk tot melkpoeder.  Het personeel werkt zes dagen achtereen, waarna ze twee dagen vrij zijn. Per dag werken ze maximaal 8 uur.

Jelle en Gerben

Showtime!

Selamat soree (ja, het is hier alweer avond!)

Gisteren en vandaag was het showtime voor ons, de training voor de 21 Indonesische jonge boeren. Deze deelnemers zijn door FrieslandCampina geselecteerd uit 260 aanmeldingen en behoren dus tot de meest getalenteerde en gemotiveerde (toekomstige) jonge boeren van West Java. Maar daarover straks meer, want ik wil eerst vertellen over de prachtige, meest bijzondere ochtend van onze reis; het ontbijt op de bergtop.

De wekkers stonden vroeg, om 5 uur zouden we vertrekken om de zon op te zien komen vanaf een bergtop in de theeplantage. Zo gezegd zo gedaan, en om 5 uur zaten we allemaal met kleine oogjes in de auto. Wie had gedacht dat hij in de auto wel verder kon slapen, had het mis, want de weg naar de bergtop was eigenlijk geen weg te noemen. Met een gangetje van 5 km/uur hobbelden we over keien, stenen, gaten en scheuren, maar jongens, was dát het waard! Boven op de top stond een klein rond huisje, oorspronkelijk bedoeld om de theeplukkers in de gaten te kunnen houden. Vanaf dat huisje had je een fantastisch uitzicht over de plantage, de bergen, de vallei, de ondergaande volle maan, het meer en het dorp Pangalengan. Het begon al te schemeren en elke minuut veranderde het daglicht van kleur. Van paars naar rood, naar oranje en vervolgens naar het vroege daglicht. Het beeld van de zon die langzaam boven de bergtop uitkomt maakte ons allemaal (ja, allemaal!) sprakeloos. Syamsul en Tino, medewerkers van FrieslandCampina Indonesia hadden zelfs gedacht aan romantische muziek. Een beter begin van de dag kan je je niet wensen. Toen de brommertjes van de theeplukkers de berg op kwamen rijden, zijn wij met pijn in ons hartje teruggereden, want er was immers werk aan de winkel!

De 21 deelnemers zijn jongens en meisjes tussen de 16 en 25 jaar, die ofwel zoon/ dochter van een melkveehouder zijn, ofwel geschoold zijn tot melkveehouder. Het verschil tussen beide groepen is dat de een al een bedrijf heeft, en de ander nog vanaf nul moet beginnen. Omdat de bedrijven hier gemiddeld uit 2 tot 3 koeien bestaan, heeft de boer er vaak een baan naast. Daardoor krijgt de melkveetak niet de aandacht die het verdient en valt er veel meer rendement te halen voor de boer. Onze opdracht is tweeledig; motiveer de jonge boeren om een bedrijf te starten/ te verstevigen en help de jonge boeren bij het opzetten van een eigen jonge boerenorganisatie.

De groepen werden gesplitst en volgden de ene dag het ene onderdeel, en de volgende dag het andere onderdeel. Wij moesten de training dus dubbel geven. De eerste dag was voor iedereen nog wat onwennig. De taalbarriere is groter dan we van tevoren gedacht hadden, dus alles wat wij vertelden, moest vertaald worden naar het Bahasa. Dat kost niet alleen tijd, maar haalt ook de snelheid uit je verhaal. Ondanks dat verliep de eerste dag prima. De deelnemers zijn enthousiast, leergierig en vooral erg gemotiveerd. Ze weten precies hoe de zaken ervoor staan en hebben voor het opzetten van de jonge boerenorganisatie een helder doel; het hebben van een netwerk en kennisuitwisseling. Met een paar kleine wijzigingen in het programma hebben we vandaag de tweede dag getraind. We hebben onder andere gezorgd voor meer interactie. Ook hielp het om kortere zinnen te gebruiken, zodat de vertaling snel verliep. Dat verliep perfect, de training verliep op rolletjes. Halverwege de dag kwamen er trouwens 17 mensen van verschillende media langs, om een deel van de training mee te kijken en twee van ons te interviewen. Stel je voor: de voorzitter van de coöperatie, 2 Indonesische deelnemers, 2 NAJK-leden en Liesbeth, de NAJK-medewerker op een rijtje, met daartegenover 17 man aan Indonesische pers! Het voelde als een waar kruisverhoor, maar we hebben ons er kranig doorheen geslagen, al zeg ik het zelf. Daarna nog een groepsfoto, en de tweede trainingsdag was alweer ten einde! Morgen presenteren de deelnemers hun plannen; in groepjes het stappenplan voor het opzetten van een jongerenvereniging, en individueel een businessplan voor hun melkveebedrijf. Wij zullen de deelnemers allemaal voorzien van feedback, maar aan het enthousiasme en de betrokkenheid van de deelnemers te zien, verwacht ik niet dat er iets is aan te merken op de presentaties.

Na de presentaties morgen worden wij weer terug naar Jakarta gebracht (een vijf uur durende rit), waarna we zaterdag alweer terug naar Amsterdam vliegen. Jammer, Indonesië heeft zoveel moois te bieden, we waren graag langer gebleven! Al zijn de meeste deelnemers nu wel weer toe aan wat anders dan Nasi Goreng bij het ontbijt, lunch en avondeten.

 

Blog 2

Eerste dagen op Java

4 september 2017, Bandung, Java Indonesia

Na een reis van 26 uur zijn we eindelijk op de plek van bestemming; ons hotel in Bandung. Het was al donker toen we in Jakarta landden, maar wat we vanuit de auto gezien hebben, is Jakarta een megastad. Zoveel hoogbouw, zoveel verkeer, we keken onze vermoeide ogen uit! Op het vliegveld van Jakarta stonden twee chauffeurs ons op te wachten en zij brachten ons in 3,5 uur rijden naar het hotel. Onderweg even gestopt bij een lokaal eettentje waar we van alle kanten aangestaard werden en we kennis hebben gemaakt met de lokale keuken.

De volgende dag (zondag), stond er niets op het programma. Tino, een medewerker van FrieslandCampina Indonesia appte om te vragen wat we die dag op het programma hadden staan. Ons originele idee om een kratermeer te bezoeken, werd hartelijk weggelachen, veel te ver weg van Bandung. Tino kwam met de suggestie om met ons naar een park in het noorden van de stad te gaan. Zo gezegd, zo gedaan en anderhalf uur later stond Tino, zijn vrouw en twee kinderen klaar om ons op sleeptouw te nemen. Na nog eens een uur in de auto (het Indonesische verkeer is net een mierennest, er zal vast een systeem in zitten, maar onbegrijpelijk voor een buitenstaander) zijn we in het park aangekomen. Het is een bos met verschillende grotten die in de oorlogstijd gebruikt zijn door zowel de Nederlanders als de Japanners om munitie in op te slaan. Indrukwekkend om door de zogenaamde Goa Belanda te lopen.

En vandaag begon dan het programma; een bezoek aan de coöperatie KPSBU en enkele melkveebedrijven in Lembang. Bij de coöperatie zijn we verwelkomd door drs. Dedi Setiadi, de voorzitter van de coöperatie, een bestuurslid en de secretaris. Akhmad Sawaldi, projectleider Dairy Development Programme bij FrieslandCampina Indonesia heeft ons het een en ander uitgelegd over de melkveehouderij in Indonesië.

De coöperatie heeft momenteel zo’n 4500 actieve leden, telt 20.000 koeien die samen 150.000 liter melk per dag produceren. De coöperatie biedt werk aan 310 medewerkers. De gemiddelde zuivelconsumptie in Indonesië is 12 liter per persoon per jaar, het op een na laagste niveau van Azië (ter vergelijking: in Nederland is dit 350 liter pp/jaar). Indonesië telt 261 miljoen inwoners, dus kan je je voorstellen wat voor ’n uitdaging er ligt wanneer de melkconsumptie ook maar met 1 liter pp/jaar zou stijgen? De grootste uitdagingen waar Indonesië mee te kampen heeft, zijn de infrastructuur, de afhankelijkheid van import, educatie, armoede/ inkomenskloof, investeringen en corruptie. Aan de andere kant zijn er ook voldoende kansen; export (palmolie, mineralen, soja), natuurlijke bronnen, bevolking (60% van de Indonesiërs is jonger dan 30 jaar!) en de hoge economische groei (gemiddeld 5%).
De meeste melkveebedrijven zijn familiebedrijven en bevinden zich in de hoger gelegen (dus koelere) gebieden van Java. 98% van alle zuivelproductie gebeurt op Java, enkel en alleen omdat hier de verzamel- en verwerkingsstations zijn. Een gemiddeld melkveebedrijf heeft 2 a 3 koeien, melken gebeurt veelal met de hand (enkele boeren hebben een handmelkmachine).

De coöperatie verzamelt en verwerkt niet alleen de melk van de leden, maar importeren ook krachtvoer wat ze aan de leden verkopen, verstrekken renteloze kredieten, verkopen melkproducten aan de mensen in de omgeving, hebben een supermarkt voor de leden (de leden geven schriftelijk door wat ze nodig hebben en dat wordt thuisbezorgd) en verzorgen de ziektekostenverzekering van de leden.

Na het bezoek aan de coöperatie gaan we onderweg naar 3 relatief grote melkveebedrijven. Onderweg kwamen we langs een melkophaalpunt, waar op dat moment net de melkwagen aankwam. Op zo’n punt komen alle boeren volgens een bepaald schema twee keer per dag hun melk brengen. De melk wordt ter plekke gemonsterd en indien goed bevonden, in de melktank gegooid. De melk wordt ongekoeld in melkbussen naar het verzamelpunt gebracht, en overgebracht in een eveneens ongekoelde melktank. Het is dus zaak om in deze hitte zo snel mogelijk naar de coöperatie te rijden met de melk. Er zit maximaal 1,5 uur tussen melkbus en koeltank, aldus Rik-rik (medewerker FrieslandCampina Indonesia). Een bijzonder gezicht, al die boeren met hun melkbussen (sommige achterop de brommer, andere aan een stok over hun nek).
De stallen van de bezochte bedrijven staan achter het huis, door smalle steegjes en vrij dicht bij de buren. Veel stallen worden gedeeld met hun vader, broers of oom. Vanaf 5 tot 6 koeien is een medewerker eigenlijk noodzakelijk, omdat er veel werk verzet moet worden. De koeien worden gevoerd met voornamelijk (olifanten)gras wat soms op eigen grond geteeld wordt, maar vaak langs de weg geplukt wordt. Het voer van de coöperatie wordt aangelengd met cassave. Omdat de koeien in een grup-opstelling staan, schijten ze zichzelf en de vloer onder, zodat hun plek elke keer schoon gemaakt moet worden. Om mastitis te voorkomen, worden de koeien minimaal om de dag schoon gemaakt. De werkzaamheden bestaan dus uit schoonmaken, gras plukken en melken. Arbeidsintensief dus! De NAJK-leden zagen al snel veel kleine punten voor verbetering, zoals droge vloeren en de continue beschikbaarheid over water en voer. De bezochte bedrijven waren zonder meer erg netjes, en de boeren ambitieus! Een van de jonge boeren (die later deze week ook deelneemt aan het Farmer2Farmer programma) heeft als droom een vrijloopstal en voersilagesysteem, zodat hij het teveel aan voer uit het regenseizoen op kan slaan voor mindere tijden in het droge seizoen.

Een heel verhaal zo, terwijl we nog veel meer hebben meegemaakt (een boom op de auto, de keuze tussen een boete of mee naar het bureau omdat je je gordel niet om hebt, drinken uit een kokosnoot, Indonesiërs die met ons op de foto wilden, je maakt wat mee in een paar dagen!)

 

NAJK dichter op GLB

In een brief aan de Tweede Kamer geeft staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken zijn visie op het nieuw Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2020. Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) onderschrijft deze toekomstvisie van staatssecretaris Van Dam maar mist één belangrijk ingrediënt voor een geslaagd GLB: de jonge boer aan het roer. Daarom neemt NAJK het heft in eigen handen.

Aanstaande donderdag draagt het bestuur van NAJK Iris Bouwers, dagelijks bestuurder met de portefeuille internationaal, voor als kandidaat voor het vicevoorzitterschap van de Europese Raad voor jonge boeren (CEJA).

Modernisering en vereenvoudiging van het GLB

Maandag 3 juli stuurde staatssecretaris van Dam van het ministerie van Economische Zaken een brief naar de Tweede Kamer over de modernisering en vereenvoudiging van het GLB. Hierin pleitte hij voor het ondersteunen van maatschappelijke diensten van boeren: inzet voor meer biodiversiteit, een beter milieu en het tegengaan van klimaatverandering. Jonge boeren en tuinders staan positief tegenover de verduurzaming van de agrarische sector. “Op dit moment kan de sector zich maar beperkt ontwikkelen door het beleid dat gevoerd wordt. Er is een ander beleid nodig en daarvoor doet de staatssecretaris een goede voorzet”, aldus Bouwers. “Wat ik niet terugzie in de ambitie van de staatssecretaris, zijn diegenen waar het beleid het meeste impact op heeft: de jonge boeren en tuinders. Daar gaat NAJK wat aan doen.”

Kandidaatstelling Iris Bouwers

De afgelopen twee jaar was Bouwers afgevaardigde van NAJK richting CEJA (The European Council of Young Farmers). Daar vertegenwoordigde zij de Nederlandse jonge boeren en tuinders. CEJA is de belangenbehartiger voor Europese jonge boeren en tuinders en vertegenwoordigt één miljoen jonge boeren en tuinders uit heel Europa. Bouwers: “De Nederlandse jonge boer en tuinder is vooruitstrevend. Door mij te kandideren als vicevoorzitter kunnen we nog sterker ons geluid afgeven en het GLB bewegen naar een duurzaam en doeltreffend beleid.” Op donderdag 6 juli is de verkiezing tijdens de algemene ledenvergadering. Ook jonge boeren uit België, Finland, Tsjechië, Ierland, Duitsland en Frankrijk hebben zich gekandideerd voor het bestuur van CEJA.

 

Jong en oud hebben elkaar nodig

Een gemengde groep jongere en oudere boeren en tuinders verzamelden zich op 18 april 2017 in het LLTB Landbouwhuis te Roermond voor de start van het nieuwe, landelijke Agripoolnetwerk van LTO en NAJK. Klaas Johan Osinga van LTO Team Internationaal schreef een artikel hierover.

De ontwikkeling van de landbouw vraagt samenwerking tussen jong en oud. De situatie in landbouworganisaties en –coöperaties verschilt daarbij niet zo gek veel van die in het gezin. Ouderen, met al hun ervaring, moeten durven open te staan voor kritiek, en jongeren moeten hun visie ontwikkelen en tonen.  Zij moeten namelijk er namelijk nog een halve eeuw mee door.

Op 18 april was de start van het nieuwe, landelijke Agripoolnetwerk van LTO en NAJK. Agripoolers zijn deskundigen op een bepaald terrein die voor Agriterra voor korte tijd op pad gaan naar een project of organisatie voor advies, training of evaluatie. Leden van NAJK, ZLTO, LLTB en LTO Noord worden door Agriterra gerekruteerd. Agriterra is actief in 15 landen in Zuid-Amerika, Afrika en Azië. De organisatie is in 1998 opgericht door de LTO’s, NAJK, Zij Actief, Vrouwen van Nu en de Nederlandse Coöperatieve Raad (NCR).

Na het welkom door LLTB-bestuurder Jan Veltmans leidde vruchtboomkweker Han Fleuren de bijeenkomst. Het thema “verjonging en vernieuwing” in de landbouw werd ingeleid door Bertine Schieven aan de hand van een studie door haar collega Nicole Sloot. Zij en Ilse Verhoijsen (Limburgs Agrarisch Jongeren Contact) waren op dat moment namens Agriterra op pad in Nepal. Het jaar 2017 is voor Agriterra het ‘Year of the Youth’.

De jonge melkveehouders Marije Klaver en Roy Meijer, beide Agripooler, presenteerden hun visie op de positie van jonge boeren in coöperaties. Marije gaf aan dat het werk in jongerenraden van coöperaties (De Samenwerking, FrieslandCampina) haar veel heeft opgeleverd: “Je bent vaak al op de hoogte voordat iets in het nieuws komt”. De coöperatie heeft jongeren nodig voor ‘versnelling van verandering’.  Roy noemde als voordeel een financiering die makkelijker rond kwam want: “Jij hebt wat van de wereld gezien”.

In de tweede helft van het programma werd in kleine groepjes nagedacht over praktijksituaties die Agripoolers tegenkomen. Dit leverde levendige discussie op over achterliggende factoren zoals de lokale cultuur en het imago van landbouw. “Waarom doet men wat men doet?”, is een vraag die de Agripooler zich vaak moet stellen.  Respecteer hiërarchie, luister goed en geef voorbeelden, waren enkele van de tips. Er rolde een lijst uit van ‘do’s’ en ‘don’ts’, zoals:

–          Respecteer de relatie

–          Pak de informele momenten

–          Zet je westerse bril af

–          Stel je open voor kritiek en verandering

Marianne Koebrugge gaf het voorbeeld van een generatiekloof in Zimbabwe. Om de dorpsoudste te winnen voor een bepaalde idee, werd hij uitgenodigd in Nederland. Daarna werden de jongeren uitgenodigd. Uiteindelijk kreeg het project steun van de dorpsoudste. Dat lukte door respect te tonen voor de lokale cultuur. Maar ook door de tijd te nemen. “Wij als Nederlanders willen meestal te snel”.

De positie van coöperaties in de land- en tuinbouw is niet voor vanzelfsprekend, zo bleek tijdens de discussies. Ook niet in Nederland. Niet iedereen gelooft in het coöperatieve model. Dit kan een terugkerend thema worden voor het nieuwe Agripoolnetwerk.

De reacties op deze eerste netwerkbijeenkomst waren overwegend positief. Vóór, tijdens en na de bijeenkomst was er veel ruimte voor informeel contact tussen de Agripoolers. Dit is een doelstelling van het netwerk: Agripoolers leren elkaar kennen, wisselen informatie uit en leren van elkaar. Een andere doelstelling is om het draagvlak binnen LTO en NAJK voor het werk van Agriterra te behouden en versterken. Daarnaast kan het netwerk gaan dienen als platform voor vragen en discussies over internationale samenwerking en de positie daarin van boeren en tuinders wereldwijd. De volgende netwerkbijeenkomst wordt gepland voor het najaar van 2017.

Klaas Johan Osinga

Young Professionalreis naar Indonesië

In september organiseert NAJK een Young Professionalreis naar Indonesië. Deze reis wordt anders dan je gewend bent. Bij deze reizen zet jij jouw kennis in voor een een melkcoöperatie in Indonesië, zo leg je samen met 5 anderen bedrijfsbezoeken af en gaat in gesprek met directbetrokkenen. Naar aanleiding van de bezoeken en gesprekken geeft de groep een advies en ontwikkelt een bijpassend stappenplan, waarmee de coöperatie aan de slag kan. Deze reis is zowel voor melkveehouders als voor jongeren uit andere sectoren. Klik hier voor meer informatie.