Nieuw in de Gecombineerde Opgave

Het invullen van de Gecombineerde Opgave is een jaarlijks terugkerende activiteit. Het gaat om een fors bedrag aan betalingsrechten. Foutief invullen kan dan ook grote financiële gevolgen hebben. Wat is er zoal nieuw in de Gecombineerde Opgave?

Jonge landbouwer altijd 5 jaar betaling

Nieuw in de Gecombineerde Opgave 2018 is dat jonge landbouwers altijd 5 jaar recht hebben op extra betaling. De Gecombineerde Opgave is van belang voor o.a. de verzilvering van betalingsrechten, agrarische subsidies en de oppervlakte grond in relatie tot de meststoffenwet. Foutief invullen kan echter grote financiële gevolgen hebben.

Jonge ondernemers ondervinden geen aftrek meer voor het aantal jaren voor aanvraag dat de jonge landbouwer al blokkerende zeggenschap had. Iemand die bijvoorbeeld in 2015 en 2016 premie heeft ontvangen, kan dat in bepaalde omstandigheden ook in 2018 en 2019 ontvangen.

Betalingsrechten Nationale Reserve

In 2015, 2016 en 2017 zijn percelen op basis van natuurbeheerplankaarten als niet-subsidiabele grond aangemerkt. Indien deze percelen als landbouwgrond worden gebruikt, dan kan in 2018 eenmalig een aanvraag worden gedaan voor betalingsrechten uit de Nationale Reserve voor deze percelen.

Huur / verhuur van land en betalingsrechten

Zorg voor duidelijke afspraken tussen huurder en verhuurder, bijvoorbeeld over de ontvangst en eventuele verrekening van de opbrengst van de betalingsrechten. Houd er rekening mee dat de waarde van de betalingsrechten in 2018 en 2019 circa 4% wordt verlaagd en dat de nieuwe waarde van de betalingsrechten (pas) na 30 juni 2018 door RVO bekend wordt gemaakt.

Flynth kan u helpen met het duidelijk vastleggen van de onderlinge afspraken. Het overdragen van betalingsrechten kan tot 15 mei. Let erop dat de overnemende partij de rechten ook moet accepteren om de overdracht definitief te maken. Ook dit moet voor 15 mei gebeuren anders blijven de rechten bij de oude eigenaar geregistreerd.

Wijzigingen bij vergroeningseisen

Er zijn dit jaar diverse wijzigingen ten aanzien van de vergroeningseisen, zowel voor het Ecologisch Aandachtsgebied (EA) als voor de gewasdiversificatie (de eis om meerdere gewassen te telen). Het niet voldoen aan de vergroeningseisen kan een (flinke) korting op de uitbetaling opleveren.

Voorkom fouten

Gemiddeld ontvangen agrariërs jaarlijks tienduizend euro aan toeslagrechten. Fouten bij het invullen kunnen grote financiële gevolgen hebben. Om de kans op fouten te verkleinen is het belangrijk om altijd een ervaren tweede persoon mee te laten kijken.

 

Flynth verzorgt al jaren de Gecombineerde Opgave voor melkveehouders, inmiddels voor ruim 2.500 agrarische ondernemers. Vragen of advies over de Gecombineerde Opgave? Neem contact op via e-mail of via 088 236 77 77.

 

Bron: Flynth

MaïsChallenge 2018 gericht op bodem en milieu

Donderdag 22 maart is op de Aeres Hogeschool Dronten de aftrap gegeven voor de MaïsChallenge 2018. In de MaïsChallenge gaan 41 jonge boeren met elkaar de strijd aan wie het beste maïs kan telen. Dit jaar is speciale aandacht voor bodem en milieu. De jongeren krijgen via diverse masterclasses kennis aangereikt die zij gelijk in de praktijk kunnen toepassen op hun eigen percelen. Ze krijgen kennis over alle facetten van maïs telen: van keuze van het perceel tot en met het inkuilen. Limagrain en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) organiseren dit jaar voor de vierde keer dit kennisproject.

Veehouders moeten van heel wat markten thuis zijn om succesvol een bedrijf te leiden. De ruwvoerteelt is hierin een belangrijke factor. Met extra aandacht voor de teelt, het uitwisselen van ervaringen met collega’s en praktische kennis van een toonaangevend maïsveredelaar worden deelnemers aan de challenge echte maïsspecialisten.

Steek vaker je kop in het zand!

Na de opening door Jos Groot Koerkamp van Limagrain was het woord aan Gera van Os, lector duurzaam bodembeheer. Gera van Os benadrukte het belang van een gezonde bodem. Een boer is afhankelijk van de bodem, daar zit het kapitaal. Daarbij gaf ze aan dat de belangrijkste knelpunten in de maïsteelt de organische stof en verdichting zijn. Bodemverdichting kan tot 40% opbrengstderving leiden. Ook de klimaatverandering, met steeds vaker extreme buien en extreme droogte, vraagt om aanpassing. Gera van Os adviseerde de jongeren daarom om vaker kritisch naar hun bodem te kijken en te experimenteren welke aanpassingen bij hun perceel het meeste effect hebben.

Van grondmonster naar praktijk

Robin Wolf van Eurofins Agro onderstreepte het belang en de oproep die Gera van Os aangaf. De bodemkwaliteit is een samenspel tussen chemische, fysische en biologische elementen. Robin Wolf keek met de deelnemers naar de bodemanalyse. Wat kun je aan de hand van de bodemanalyse aflezen en welke maatregelen kun je dan nemen? Iedere bodemsoort heeft z’n eigen behoefte en ieder perceel kan verschillen. Robin Wolf gaf daarom de deelnemers als tip mee om een strategie organischestofbalans op te stellen.

Tips uitwisselen

Tot slot wisselden de deelnemers in groepen tips uit op het gebied van bodem, bemesting en gewasbescherming, zaaibed en zaaien en in-uitkuilmanagement. De tips die in de verschillende groepen besproken werden, werden vervolgens aan de hele groep gepresenteerd.

Komend jaar krijgen de deelnemers nog diverse masterclasses en krijgen ze een bedrijfsbezoek van de ruwvoerspecialisten van Limagrain om hun kennis te vergroten. Samen gaan de deelnemers, Limagrain, Eurofins Agro en NAJK op weg naar de beste maïsteelt!

Volg de MaïsChallenge 2018 via facebook.com/MaïsChallengenajk.nl en limagrain.nl

DAJK | Roy Meijer nieuwe voorzitter DAJK

Leden van DAJK hebben tijdens de Algemene Ledenvergadering op 21 maart Roy Meijer gekozen als nieuwe voorzitter van DAJK. Op die dag is afscheid genomen van Giske Warringa-van Es, die vanaf 2015 de positie van voorzitter vervulde.

Roy Meijer, sinds 2016 lid van het bestuur, heeft tijdens de Algemene Ledenvergadering (ALV) de voorzittershamer van Giske overgenomen. Als voorzitter is Roy verantwoordelijk voor de algemene zaken van DAJK, maar vormt bovendien het boegbeeld van de vereniging voor agrarische jongeren in Drenthe. “Jonge boeren en tuinders zijn de voedselproducenten van morgen, wij zijn de agrarisch ondernemers van de toekomst. In discussies die van invloed zijn op onze perspectieven, moeten wij daarom onze stem laten horen” aldus Roy. “Mijn doel is de huidige goede relaties met o.a. de politiek en onze organisatie van DAJK te continueren.”

Roy Meijer (24) was tot op heden actief op het gebied van lobby van het Drentse bestuur zowel in Drenthe als richting NAJK. Hij is momenteel aan het afstuderen in Groningen, heeft een eigen adviesbedrijf en zit in maatschap op het melkveebedrijf met zijn ouders in Witteveen.

Giske Warringa- van Es en Roy Meijer

Namens het Drentse bestuur werd Giske bedankt voor haar enorme inzet van de afgelopen jaren. “Afgelopen periode zijn er belangrijke successen voor jonge agrarisch ondernemers behaald en we hebben het DAJK een gezicht gegeven in Drenthe. “Giske voerde regelmatig gesprekken met de provincie, de politiek en media. Zij heeft aan het DAJK een belangrijke bijdrage geleverd”, concludeert de kersverse voorzitter Roy Meijer.

Naast een wisseling van voorzitter zijn ook andere bestuurders afgetreden en verkozen. Sander Habing verlaat het bestuur na vier intensieve jaren. Hij onderhield goede contacten met sponsoren van DAJK, gaf als vicevoorzitter op veel plekken het visitekaartje van DAJK af en was grondlegger van het vernieuwde ledenblad Drentzetter.

Casper Mentink en Edwin Boer zijn nieuwe bestuurders voor het DAJK. Dat betekent dat een voltallig bestuur onder leiding van Roy vooruit kan!

vlnr: Giske Warringa-van Es, Edwin Boer, Casper Mentink en Sander Habing

 

Het provinciaal bestuur van DAJK bestaat uit:

Roy Meijer, Alicia Jansen, Robin Bouwmeester, Edwin Boer, Ludwig Oevermans, Bert Mennik en Casper Mentink.

 

Akkerbouwonderzoek voor iedereen beschikbaar

Eindelijk is het zover! Gezamenlijk gefinancierd onderzoek voor en door alle akkerbouwers wordt na lang lobbyen mogelijk. Er moet alleen nog een stap gezet worden waarvoor jullie inzet keihard nodig is!

De Nederlandse akkerbouw moet een innovatieve sector blijven en daar hoort een goed onderzoeksprogramma bij. We hebben een goed netwerk aan kennisinstellingen en proefbedrijven in de Nederlandse landbouw. Al van oudsher vormen deze proefbedrijven de schakel tussen de theoretische kennis en de boerenpraktijk. Als we naar de akkerbouw kijken kennen we allemaal wel één of meerdere proefbedrijven waar vaak bijeenkomsten gehouden worden en waar praktijkproeven bekeken kunnen worden. Vaak zeer interessant. Je leert nieuwe dingen die op het eigen bedrijf in de praktijk gebracht kunnen worden.

De laatste jaren wordt echter steeds meer onderzoek op de proefbedrijven door commerciële bedrijven gefinancierd. Dit is noodzaak voor de proefbedrijven om in de benen te blijven, maar voor ons als telers wordt het steeds minder interessant. Dit omdat de resultaten meestal niet openbaar gemaakt worden. Veel van het onderzoek dat wel openbaar gemaakt wordt, werd gefinancierd door het vroegere Productschap Akkerbouw. De onderzoeksresultaten werden op een overzichtelijke manier gebundeld via onder andere Kennisakker. Nadat het Productschap opgeheven is in 2014, doet de Brancheorganisatie Akkerbouw haar best dit gat op te vullen. Het is dan ook een geweldige opsteker dat het ministerie ons een algemeenverbindendverklaring heeft afgegeven. Hierdoor is het mogelijk dat alle akkerbouwers in Nederland wettelijk verplicht bij moeten dragen aan gewasoverschrijdend onderzoek.

Een volgende stap is hoe de financiering in de praktijk geregeld moet worden. BO akkerbouw is ruim twee jaar met het ministerie over dit onderwerp in gesprek geweest. Het ging over hoe we ervoor kunnen zorgen dat alle akkerbouwers in Nederland op een eenvoudige maar betrouwbare manier kunnen meebetalen aan onderzoek en innovatie in de akkerbouw. De wens van de sector was om dit via de opgegeven areaalgegevens bij de Gecombineerde Opgave te laten lopen. Het ministerie heeft dit echter continu afgehouden vanwege privacy redenen. Ondertussen heeft BO toch een groot onderzoekspakket opgesteld dat tot en met 2020 moet lopen. Denk aan bemestingsonderzoek, bodemonderzoek en onderzoek ter bevordering van weerbare teeltsystemen. Al deze onderzoekswensen komen uit de praktijk en zijn gewasoverschrijdend. Maar ondertussen loopt de uitvoering hiervan grote vertraging op, omdat de financiering nog niet geregeld is.

Onlangs heeft het ministerie eindelijk ingestemd met de areaalopgave via RVO. De koppeling per teler gaat echter niet automatisch. Telers moeten zelf een vinkje zetten om je areaalgegevens te delen met de BO. Vanaf 1 maart kan de Gecombineerde Opgave weer ingediend worden. Mijn oproep is dan ook: zet allemaal het vinkje want we zijn gebaat bij een langlopend en praktijkgericht onderzoekspakket met resultaten die openbaar blijven! Daar pluk jij straks ook de vruchten van.


Doeko van ‘t Westeinde

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Doeko van ’t Westeinde verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Doeko combineert deze functie met het werk op zijn akkerbouwbedrijf in Nieuweschans.

What’s up CEJA?

Na een relatief rustige periode is het weer alle hens aan dek bij CEJA. Er is een standpunt ingenomen over de toelating van glyfosaat, begin maart vond de standpuntbepaling over de Brexit plaats en de discussie over het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) loopt door. De komende maanden praat het CEJA-bestuur met de vertegenwoordigers van de nationale organisaties ook door over de interne structuur van de organisatie. Kortom: genoeg te doen in het Brusselse!

Lees meer

NAJK vraagt leden om beoordeling JOLA

Van 4 december 2017 t/m 15 januari 2018 was de Jonge Landbouwersregeling (JOLA) voor de derde keer opengesteld. In 2016 heeft het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) voor de eerste keer een evaluatie gehouden. Deze werd door veel jongeren ingevuld en heeft ervoor gezorgd dat er diverse aanpassingen, verbeteringen, in de JOLA zijn doorgevoerd. De evaluatie was dus zeer succesvol en gaf provincies inzicht in hoe jonge ondernemers de JOLA ervaren.

Evaluatie JOLA

Niet alle actiepunten zijn overgenomen, ook de tijd is anders. Daarom evalueert NAJK ook de laatst opengestelde openstelling. Wij zijn benieuwd wat je van de aanpassingen vindt en welke actiepunten er volgens jou nog zijn! De evaluatie is bedoeld voor alle jonge agrarische ondernemers, ongeacht of je gebruik hebt gemaakt van de JOLA. Invullen van de evaluatie kan tot en met 29 april 2018.

Klik hier om naar de evaluatie te gaan. Het invullen duurt enkele minuten.

 

Tuinderij de Es: het eigenaarschap van de toekomst

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Tuinderij de Es laten zien hoe burgers partner kunnen worden in je onderneming.  

“Het leukste aan mijn werk als onderzoeker vond ik altijd de keukentafelgesprekken met boeren,” biecht Bart Pijnenburg op. Ondertussen is hij samen met zijn partner, Daniella de Winter, zelf boer. Tuinderij de Es is hun bedrijf: een tuinderij met een zorgtak. Nu zijn de rollen omgekeerd en interview ik Bart en Daniella over hun slimme manier van financieren, geïnspireerd op een eeuwenoude constructie met potentie voor de toekomst.

Bart en Daniella

Een eeuwenoude financieringsvorm

Bart en Daniella moesten inventief te werk gaan om de tuinderij te kunnen kopen. De ondernemers hebben gekozen voor het portiehouder-systeem, geïnspireerd door College de Malen op het Hoogland, een eeuwenoud genootschap van grondeigenaren. Ze zijn de eerste in Nederland die deze financieringsvorm in de praktijk hebben gebracht, althans in deze tijd.

Burgers aan zet

Na mijn kennismaking met de Remeker Landcoöperatie, die werkt met certificaten van €25.000, ben ik op zoek gegaan naar andere laagdrempelige burgerparticipatie-constructies. Het portiehouder-systeem van Bart en Daniella lijkt hier een mooie aanvulling op te zijn. Ik vraag Bart naar hoe ze dit systeem ontworpen hebben.

Aan de keukentafel

Daniella: “De tuinderij kostte 4 ton. We hebben er €200.000 eigen vermogen ingestopt.” “Voor de andere €200.000 hebben de oud eigenaren ons een lening verstrekt. Om die schuld af te lossen hebben we het portiehouder-systeem gebruikt. De constructie is dat we 250 porties van €1000 hebben uitgegeven. Er is al €140.000 van opgehaald op deze manier. We wilden zelf onderdeel van het systeem zijn. Daarom kochten wij samen ook 50 porties. We moeten dus nog 60 porties verkopen,” legt Bart verder uit.

“De portiehouders leggen €1000 in of het meervoudige daarvan,” vertelt Bart. “Er wordt niet afgelost aan de portiehouders, maar wel rente betaalt. De rente kan drie verschillende vormen aannemen: 1.5% rente in geld, 3% rente als winkeltegoed, 5% rente in de vorm van een jaarlijks diner. En met het geld dat we ophalen met de verkoop van de porties betalen we dus de schuld af die we bij de oude eigenaren hebben uitstaan.”

“Samen met de notaris hebben we in de stukken vastgelegd dat we exploitatie op, en eigendom van de grond van elkaar scheiden. Je hebt het vermogen in de vorm van grond en gebouwen en vermogen in de vorm van de inventaris en bedrijfsmiddelen. Grond en (een deel van de gebouwen) zijn ondergebracht in de stichting van portiehouders, die ook verantwoordelijk is voor de werving van portiehouders. De onderneming, dat zijn Daniella en ik. Wij moeten zorgen dat hier geld wordt verdiend, dat we een inkomen hebben en dat we er ook nog een pensioen uit kunnen halen. Op deze manier hoefden we niet al het vermogen zelf op te hoesten, wat de koop van de tuinderij heeft mogelijk gemaakt.”

De financieringsvorm van Tuinderij de Es: het portiehouder-systeem

Jullie gaan creatief om met het idee van eigenaarschap. Dit is namelijk opgesplitst in economisch en juridisch eigenaarschap. Kunnen jullie mij vertellen wat precies het verschil is en waarom dit belangrijk is?

“De portiehouders zijn economisch eigenaar van de tuinderij. Zo voelen mensen zich echt betrokken bij de onderneming,” legt Bart uit. “Wij kunnen wel volledig beschikken over de grond en opstallen en de portiehouders hebben geen zeggenschap over de bedrijfsvoering. Ook dat hebben we zo vastgelegd. Het juridisch eigenaarschap ligt echter bij ons, in het kadaster vindt je onze namen als eigenaar van de percelen.”

Het hele systeem klinkt veelbelovend en zorgvuldig uitgedacht. Zijn er nog nadelen aan deze constructie?

Bart: “De stichting is verantwoordelijk voor de werving van portiehouders, maar dit blijft veel energie en tijd kosten: het communiceren met mensen, het netjes registreren. Je moet ze wel één voor één binnen harken. Dat is het nadeel van dit systeem. Op zo’n crowdfundingplatform is alles geautomatiseerd. Wij moeten het nog heel veel zelf doen.”

Hebben jullie nog weerstand ervaren van regelgeving toen jullie het portiehouder-systeem aan het opzetten waren?

Bart: “Ja. De regels van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zijn beperkend. Je mag geen bank spelen, je mag geen geld ophalen of een advertentie zetten ‘koop uw portie’. Ik snap wel dat de overheid de burger wil beschermen tegen dit soort dingen. Maar een bankvergunning of een AFM toets is heel kostbaar. En voor ons betekent het dat we, zonder die vergunning, alleen in besloten kring mogen werven.”

Zou elke boer zo’n financieringsvorm zoals die van jullie kunnen gebruiken?

“Ja, dit is een constructie die opschaalbaar en herhaalbaar is,” zegt Bart met overtuiging. “Dit zou ook voor grote bedrijven kunnen gelden. Je moet als boer daar wel de geschikte persoon voor zijn, open staan, volop willen communiceren en mensen willen ontvangen.”

Barts antwoord verbaast me niet. De meeste boeren die ik heb gesproken voor mijn onderzoek gaven aan dat het karakter van de boer bepalend is in de keuze in voor een bepaalde financieringsvorm. Samenwerking met burgers blijkt populair te zijn; het initiatief Herenboeren en de Remeker Landcoöperatie zijn veelbesproken. Boer Jan Huijgen ziet potentie voor opschaling van het portiehouder-systeem en ontwerpt, as we speak, een nieuw model voor burgerboerderijen.

Terug naar Bart. Als het opschaalbaar is, wat draagt dan bij aan het succes van deze financieringsvorm?

“De rente is wel erg laag bij de bank. Het is niet echt aantrekkelijk om spaargeld op een spaarrekening te laten staan. Daarmee wordt ons product natuurlijk aantrekkelijker. Het is een samenloop van omstandigheden, maar het helpt dat we een uitgebreid netwerk hebben opgebouwd. En dat we een vriendelijk bedrijf zijn, qua vormgeving en onze zorgtak. Dat zorgt ervoor dat mensen het ons gunnen. We zijn een lief bedrijfje,” deelt Bart.

Wat was de meerwaarde van deze constructie voor jullie, vergeleken met gangbare financieringsvormen?

Bart: “Het mes snijdt aan drie kanten zou je kunnen zeggen. Het heeft ons natuurlijk de financiering gegeven die we nodig hadden om het bedrijf te kunnen kopen. Daarnaast werk je mee aan een oplossing voor de opvolgingsproblematiek in de landbouw. Een opvolger hoeft een minder groot bedrag op te hoesten, omdat een deel van het vermogen in de stichting van portiehouders zit. En de meerwaarde zit in het netwerk van ambassadeurs dat je rondom je bedrijf creëert.” “Het zorgt voor draagvlak voor je bedrijf”, vult Daniella aan.

Bart en Daniella hebben het slim aangepakt. Investeerders aantrekken met het idee van eigenaarschap, zonder de zeggenschap over het bedrijf te verliezen. Een systeem wat maatschappelijk verantwoord boeren heeft mogelijk gemaakt voor hen. Met deze blog over Tuinderij de Es ben ik aan het einde gekomen van mijn portretserie over alternatieve financiering in de landbouw. Welke wijze lessen kunnen we uit al deze verhalen trekken? Wat zijn uitdagingen van alternatieve manieren van financieren en wat zijn de kansen voor verduurzaming van de landbouw? Hier zal ik in mijn volgende twee blogs meer over vertellen.

Beeld:                  Thomas Karanikas.© all rights reserved
Redactie:            Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Auteur:                Susan Drion

Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren: melden is helpen!

Het onafhankelijke Vertrouwensloket beoogt preventie en tijdige signalering van verminderde dierzorg en verwaarlozing van dieren die gehouden worden op een landbouwbedrijf.

Hoewel Nederland er qua diergezondheid in vergelijking tot andere landen goed voor staat, heeft de sector in 2002 zelf het Vertrouwensloket opgezet. Het loket is opgezet om veehouders in nood te helpen, waardoor het aantal gevallen van verminderde dierzorg wordt beperkt en om vragen hierover te beantwoorden.

Het vroegtijdig signaleren van verminderde zorg is belangrijk, omdat er dan veel ellende voor mens en dier voorkomen kan worden. Samen met ruim 20 erfbetredende organisaties heeft het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt afspraken gemaakt over onze rol en bijdrage in het signaleren van verminderde dierzorg en dierverwaarlozing op bedrijven. Erfbetreders komen veelvuldig bij veehouders op het erf en kunnen tijdig signalen oppakken en actie ondernemen. Want het voorkomen van dierverwaarlozing begint met een tijdige signalering van verminderde dierzorg.

Meldingen kunnen gedaan worden op www.vertrouwensloketwelzijnlandbouwhuisdieren.nl.