De veehouderijsectoren roepen de Tweede Kamer op om bij de behandeling van de AMvB Dierwaardige veehouderij vast te houden aan de balans met het Convenant ‘Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’ en de nieuw op te richten Autoriteit – anders komt de rekening eenzijdig bij de boer te liggen.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft op 11 september de AMvB Dierwaardige veehouderij naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd. Deze Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) werkt de eerder gewijzigde ‘Wet dieren’ verder uit door wettelijke normen vast te leggen voor de houderijsystemen in de melkvee-, varkens-, pluimvee*-, kalver- en vleesveehouderij. Alle veehouders binnen deze sectoren moeten in de toekomst aan de nieuwe regels voldoen.

Eén totaalpakket: AMvB, Convenant en Autoriteit

De AMvB en het Convenant ‘Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’ ondersteunen elkaar: de AMvB regelt de wettelijke normen, het Convenant de bovenwettelijke afspraken tussen de partijen om gezamenlijk verdere stappen te zetten op dierenwelzijn, mits aan randvoorwaarden zoals vergunningverlening wordt voldaan. Samen met een nog op te richten onafhankelijke Autoriteit vormen ze het totaalpakket dat nu aan het parlement wordt voorgelegd.

Het Convenant is in 2025 afgesloten tussen overheid, Dierenbescherming, markt- en ketenpartijen en de sectoren melkvee-, varkens-, pluimvee- en kalverhouderij. De Autoriteit moet de voortgang bewaken, signaleert knelpunten en adviseert over tempo en haalbaarheid, zowel voor het Convenant als de AMvB.

Waarom het Convenant meer oplevert dan wetgeving alleen

Wetgeving raakt vooral de boer. Het Convenant zorgt dat ook retail en verwerkers stappen zetten: marktpartijen zetten zich in om dierwaardige producten tegen een eerlijke prijs af te nemen, zodat boeren de meerkosten kunnen terugverdienen – iets wat de AMvB alleen niet regelt. Juist daarom is het van belang dat de AMvB niet los van dat totaalpakket wordt gezien.

Balans is de kern; gezamenlijke haalbare stappen

Systeemverandering naar een dierwaardige veehouderij vraagt om een zorgvuldige balans tussen AMvB, Convenant en Autoriteit. Zo moet wetgeving niet zó zwaar worden dat markt en keten afhaken, en veehouders de benodigde investeringen niet kunnen terugverdienen. Het Convenant houdt juist ruimte voor realisatie van gezamenlijke, haalbare stappen. Systeemverandering kan alleen als dat haalbaar en betaalbaar is. Doorontwikkeling naar een dierwaardige veehouderij moet ook plaatsvinden in samenhang met toekomstige eisen voor emissies en andere duurzaamheidsopgaven. Ontwikkeling naar meer dierenwelzijn mag voor de sectoren niet leiden tot een extra opgave voor emissiereducties. De AMvB is daarover nog te onduidelijk en dit is nadrukkelijk een aandachtspunt.

De veehouderijsectoren roepen de Tweede Kamer op om rekening te houden met de andere gestelde opgaven (bijvoorbeeld geur, stikstof etc.) waar de sectoren voor aan de lat staan. Zorg ervoor dat veehouders geen tegenstrijdige investeringen hoeven te doen. De Tweede Kamer gaat naar verwachting nog een debat voeren over de AMvB. Over de AMvB wordt niet gestemd, wel kunnen partijen moties indienen.

 

*exclusief eenden en kalkoenen