Boeren- en natuurorganisaties roepen op: Europese doelen vragen om Europese financiering

Het Nederlandse landschap wordt voor een groot deel beheerd door boeren, tuinders en terreinbeheerders. Naast voedsel- en groenproductie leveren zij belangrijke maatschappelijke diensten. Zoals het versterken van biodiversiteit, bijvoorbeeld door weidevogels te beschermen en het onderhouden van het landschap.

Met de voorstellen voor het EU-budget 2028-2034 en de introductie van NRPP’s (Nationale en Regionale Partnerschapsplannen) verandert de Europese financiering ingrijpend. Lidstaten krijgen meer ruimte voor eigen interpretatie en om nationale prioriteiten te stellen. Zo zit in het NRPP 25% vrije ruimte om door de lidstaten in te vullen. Dat biedt kansen voor maatwerk, maar brengt ook risico’s met zich mee. Met deze voorstellen komen budgetten onder druk, maatschappelijke opgaven gaan dus nog meer met elkaar concurreren en verschillen tussen lidstaten dreigen het gelijke speelveld op Europees niveau voor boeren en tuinders aan te tasten.

Nederland pleit traditioneel voor een kleinere Europese begroting. Dat klinkt aantrekkelijk vanuit het perspectief van de nationale schatkist, maar het is een eigen doelpunt. De Nederlandse economie profiteert enorm van de Europese samenwerking. Vele banen zijn er van afhankelijk. De Nederlandse inzet roept ook de vraag op wie uiteindelijk betaalt voor de maatschappelijke diensten die boeren, tuinders en terreinbeheerders leveren. Boeren- en natuurorganisaties roepen daarom gezamenlijk op om voldoende structureel budget beschikbaar te stellen voor landbouw, natuur en groenblauwe diensten, passend bij de opgaven die de komende jaren moeten worden gerealiseerd. Wij pleiten ervoor om de vrije ruimte maximaal te benutten voor inzet voor landbouw en natuur. Het incidentele stikstoffonds van €20 miljard biedt daarvoor geen structurele oplossing. Wie maatschappelijke prestaties en wettelijke resultaten verlangt, moet ook zorgen voor een stabiele, voorspelbare en meerjarige financiële basis.

De nieuwe Europese financieringsstructuur moet er niet toe leiden dat landbouw, natuur en water met andere nationale prioriteiten én met elkaar gaan concurreren. Nederland moet zich daarom inzetten voor voldoende afzonderlijk budget voor elk deze beleidsterreinen. Daarbij moet ook ruimte worden gecreëerd om groenblauwe diensten daadwerkelijk te kunnen belonen, zodat deze structureel kunnen bijdragen aan het verdienvermogen van agrariërs én aan het realiseren van natuur-, klimaat- en waterdoelen.

Boeren- en natuurorganisaties roepen de Tweede Kamer daarom op tot:

  • Een toereikend Europees budget voor landbouw, natuur en water, passend bij de maatschappelijke opgaven en wettelijke verplichtingen;
  • Hierbij hoort ruimhartige cofinanciering. De voorstellen van de Europese Commissie bevatten namelijk een verplichte cofinanciering van de diverse maatregelen, zoals voor groenblauwe diensten die agrariërs leveren.
  • Het realiseren van een krachtig GLB dat groenblauwe diensten niet alleen kostendekkend vergoedt, maar als volwaardig onderdeel van het verdienmodel kan belonen.
  • Een zelfstandig en herkenbaar budget voor natuur en water, voor investeringen in natuurgebieden, watersystemen, hydrologisch herstel en klimaatbestendige landschappen;
  • Tijdige en structurele betrokkenheid van boeren-, natuur-, landschaps- en milieuorganisaties bij de voorbereiding, uitvoering en monitoring van het Nederlandse NRPP. Als 2028 te snel komt, moet er snel duidelijkheid komen over een verlenging van de huidige regelingen.

Een toekomstbestendig landelijk gebied vraagt om langjarige keuzes en structurele financiering. Een gezonde en concurrerende agrarische sector, sterke biodiversiteit, schoon en voldoende water en een klimaatbestendig landschap zijn geen concurrerende ambities, maar versterken elkaar. Een volwaardige beloning van maatschappelijke prestaties versterkt het verdienvermogen van boeren en stelt hen in staat om structureel bij te dragen aan natuur-, klimaat- en waterdoelen.

CEJA: NAJK praat in Brussel mee over landbouwdata en Europese dossiers

Begin deze week was onze portefeuillehouder Internationaal, Niels Vermue, aanwezig bij de maandelijkse werkgroep van CEJA, de Europese koepelorganisatie voor jonge boeren. Het was de eerste bijeenkomst na het zomerreces en daarmee een goed moment om bij te praten en vooruit te kijken naar de dossiers die de komende periode op de agenda staan.

Europese dossiers op de agenda

Maandag begon met een ronde langs de verschillende lidorganisaties. Daarbij werd besproken hoe de zomer in de verschillende landen was verlopen. In veel landen waren droogte en bosbranden belangrijke onderwerpen. Vervolgens stond de nieuwste versie van het CEJA-positionpaper over klimaatmitigatie op de agenda. Omdat dit onderwerp tijdens eerdere bijeenkomsten al uitgebreid was besproken, kon deze tekst relatief snel worden afgerond.

Na de lunch en verschillende gesprekken met vertegenwoordigers van andere jongeboerenorganisaties volgde een terugkoppeling van de CEJA-medewerkers over de ontwikkelingen binnen Europese milieu- en klimaatdossiers. De dag werd afgesloten met een reflectie op de voorstellen voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het Meerjarig Financieel Kader van de Europese Unie. De keuzes die hierin worden gemaakt, zijn bepalend voor het landbouwbudget en de ondersteuning van jonge boeren na 2027.

Data als basis voor doelsturing

Dinsdag stond grotendeels in het teken van data. Voor NAJK is dit een belangrijk onderwerp, omdat data een noodzakelijke basis vormt voor doelsturing. Wanneer we boeren en tuinders meer ruimte willen geven om zelf te bepalen hoe zij maatschappelijke doelen behalen, moeten de resultaten van een bedrijf namelijk wel kunnen worden vastgesteld. Zonder data zijn prestaties niet inzichtelijk en kunnen ondernemers er ook niet voor worden beloond.

Voorafgaand aan de bijeenkomst had CEJA een basisdocument over data opgesteld. Tijdens de vergadering werden de reacties van de verschillende lidorganisaties besproken. De opmerkingen van NAJK waren in de tekst verwerkt en verschillende Nederlandse praktijkvoorbeelden werden gebruikt.

Regie over bedrijfsgegevens

Het delen van data biedt kansen, maar roept ook terechte vragen op. Vooraf moet duidelijk zijn waarvoor gegevens worden gebruikt, wie er toegang toe heeft en wie er zeggenschap over heeft. Een boer of tuinder moet erop kunnen vertrouwen dat bedrijfsgegevens niet zonder toestemming voor andere doeleinden worden ingezet.

Tijdens de discussie bleek dat verschillende lidstaten nog terughoudend zijn als het gaat om het delen van data. Er bestaat zorg dat gegevens uiteindelijk tegen agrarische ondernemers worden gebruikt. Die zorgen moeten serieus worden genomen. Vertrouwen ontstaat alleen wanneer er duidelijke afspraken zijn over toegang, gebruik, beveiliging en zeggenschap.

Vanuit Nederland hebben we de KringloopWijzer als voorbeeld ingebracht. Hiermee kunnen melkveehouders hun bedrijfsprestaties op het gebied van mineralen en milieu inzichtelijk maken. Dergelijke gegevens kunnen vervolgens worden gebruikt om ondernemers die goede resultaten behalen meer ruimte te geven of te belonen. Zo kan data, mits de ondernemer de regie houdt over het gebruik ervan, helpen om doelsturing in de praktijk mogelijk te maken.

Ook is gesproken over de mogelijkheid van een Europese digitale wallet. Daarin zouden bedrijfsgegevens op één plaats kunnen worden verzameld, waarna de ondernemer zelf bepaalt welke informatie met welke partij wordt gedeeld. Een boer kan dan bijvoorbeeld toestemming geven om bepaalde gegevens te delen met een afnemer, een bank of de overheid, zonder direct alle bedrijfsinformatie beschikbaar te stellen. Voor NAJK is daarbij essentieel dat de ondernemer de regie houdt over zijn eigen gegevens.

Praktische knelpunten

In kleinere groepen hebben we verder uitgewerkt tegen welke praktische problemen ondernemers momenteel aanlopen. Een belangrijk knelpunt is dat verschillende digitale systemen niet goed met elkaar communiceren. Daardoor moeten dezelfde gegevens soms meerdere keren worden ingevoerd. Ook machines, bedrijfsmanagementsystemen en verschillende GPS-systemen zijn niet altijd goed op elkaar aangesloten. Dat zorgt voor extra werk en maakt het lastiger om data effectief te gebruiken.

Het Europese gesprek over landbouwdata is daarmee nog lang niet afgerond. De verschillen tussen lidstaten zijn groot en het kost tijd om tot een gezamenlijke positie te komen. Tijdens de volgende CEJA-bijeenkomst werken we verder aan deze visie.

Voor NAJK blijft de kern daarbij duidelijk: data moet in de eerste plaats vóór de ondernemer werken. Alleen wanneer boeren en tuinders zeggenschap houden over hun gegevens en erop kunnen vertrouwen dat deze zorgvuldig worden gebruikt, kan data bijdragen aan meer ruimte voor ondernemerschap en de overgang naar doelsturing.

Peter Meedendorp op adviesreis naar Rwanda

NAJK werkt al 25 jaar samen met Agriterra aan een betere toekomst voor jonge boeren in opkomende economieën. Hoe? Door de kennis van NAJK-leden in te zetten. Kennisoverdracht van boer tot boer dus. NAJK-leden worden ongeveer een week op pad gestuurd om advies te geven aan jonge boeren, boerenorganisaties en coöperaties in deze landen.

Dit keer was dagelijks bestuurder Peter Meedendorp aan de beurt. Hoe hij zijn reis naar Rwanda heeft ervaren, lees je in deze blog.

Reisblog Peter
Afgelopen februari ging ik voor de eerste keer op pad voor Agriterra, naar Rwanda. Agriterra (mede-opgericht door NAJK!) stimuleert professionalisering van coöperaties en boerenorganisaties in ontwikkelingslanden. De organisatie werkt vanuit Nederland samen met lokale teams en met ‘agripoolers’, waar ik er één van ben. Dit zijn landbouwdeskundigen die voor een korte adviesopdracht naar bijvoorbeeld Peru, Indonesië of in mijn geval, Rwanda, gaan.

Ik nam deel aan een missie in de Rwandese hoofdstad Kigali met als doel de efficiëntie in de maïsketen te verhogen. Met praktische voorbeelden van NAJK-projecten en Nederlandse ervaringen, verzorgde ik de workshop over nut en noodzaak van jongerenparticipatie. Deze workshop werd bijgewoond door zowel het bestuur als een aantal jonge leden van vijf verschillende maïscoöperaties.

Uiteraard heb ik ook verteld over de agrarische sector in Nederland en de activiteiten van NAJK. De MaïsChallenge, een project van NAJK en Limagrain, sloeg erg aan bij de Rwandese jonge boeren. Niet alles is direct toepasbaar in Rwanda, maar samenwerken met andere jongeren spreekt aan. Zeker wanneer het gaat over het uitwisselen van praktische kennis.

Om meer jongeren te activeren binnen de maïscoöperaties, hebben bestuur en jongeren samengewerkt aan de ontwikkeling van actieplannen. In deze plannen is uiteengezet hoe zowel het dagelijks bestuur van de coöperatie als de jongeren zelf, nu en in de toekomst jongeren op een volhoudbare manier willen betrekken bij de coöperatie.

Voor mij was het hoogtepunt het bezoek aan de coöperaties in het gebied. We hebben een akkerbouw- en mengvoercoöperatie bezocht, en hebben ook een kijkje genomen bij een melkverwerker. Op werkbezoek kun je zelf zien wat de toegevoegde waarde van samenwerking in de landbouw is. De gemiddelde Rwandese boer heeft 0,7 hectare grond, dus bijzonder weinig marktmacht. Via de samenwerking kunnen bijvoorbeeld geteelde producten gezamenlijk worden afgezet of verwerkt. Vaak versterkt dit de positie van de boer in de keten.

Werken met het team van Agriterra was super. Dankzij de lokale ervaring en betrokkenheid van de medewerkers heb ik een uniek, lokaal inkijkje kunnen krijgen van Rwanda. Dankzij het Agriterra-team en de gemotiveerde jongeren bij de coöperaties kijk ik terug op een supermooie week in een land met veel potentie. Ik hoop dat mijn aandeel in de workshop een steun in de rug is voor jongeren die graag aan de slag willen binnen hun coöperatie!

Word ook Agripooler
Wil jij net als Peter Meedendorp jouw kwaliteiten inzetten als Agripooler? Stuur dan een Engelstalig cv op naar Gerjanne van Esveld (gvanesveld@najk.nl) of Ingrid Koedijk (koedijk@agriterra.org). Agriterra zal door middel van een intake kijken welke adviesopdracht het beste past. Meer informatie over Agriterra kun je lezen op www.agriterra.org.

Op adviesreis naar Kenia

Terwijl ik dit schrijf, ben ik alweer op weg naar huis, na een week in Kenia te hebben gezeten voor Agriterra. Ik heb deze week kennis gemaakt met de coöperatie Starlight, een coöperatie die actief is in de teelt van aardappelen en het vermarkten van melk. Starlight is gevestigd in Molo, een dorpje ten noordwesten van Nakuru, de vierde stad van Kenia.

De coöperatie Starlight is in 2014 gestart na de gewelddadige verkiezingen in Kenia. Vooral in de regio waar Starlight actief is, was er erg veel geweld en zijn er veel doden gevallen. De oprichting van de coöperatie moest bijdragen aan de wederopbouw van de regio en het leven van de boeren. De afgelopen jaren heeft Starlight gewerkt aan een sterke basis van de coöperatie en hopen ze het langzaamaan weer op te bouwen met de hulp van deze adviesopdracht Agriterra.

In deze week heb ik samen met een Keniaanse Agriterra adviseur en de coöperatie gekeken hoe we de teelt van aardappelen naar een hoger niveau kunnen tillen. Samen met Starlight is gekeken hoe de teelt van aardappelen op coöperatief niveau verbeterd kan worden. De “smallholder farmers” hebben vaak niet de financiële middelen om gezond pootgoed of de juiste kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen te kopen.

De leden van Starlight zijn allemaal “smallholder farmers” met 0.5 tot 1 hectare aardappels. Deze aardappels worden zonder mechanisatie verbouwd. Het kennisniveau over de teelt is vrij laag onder de boeren in Kenia en aardappels worden generatie op generatie door geteeld. Dit resulteert in tegenvallende resultaten.

We hebben een systeem voor Starlight bedacht, waarbij op coöperatief niveau de eerste drie generaties aardappelen geteeld zullen worden. Deze aardappelen worden vervolgens aan de individuele boeren doorverkocht. De boeren die hier aan meewerken telen de aardappels daarna nog twee generaties door, waarna de aardappels naar een consumptie teler gaan en de boeren nieuw pootgoed bij Starlight kopen.

Ook hebben we ons in de week beziggehouden met het onderzoeken van de mogelijkheden van mechanisatie, irrigatie en hoe we het kennisniveau van de aardappelteelt kunnen verbeteren.

Het was een zeer intensieve week, waar ik met opgeheven hoofd op kan terugkijken. We hebben de week afgesloten met een geslaagde presentatie waarin we ons advies voor de raad van bestuur en het management van Starlight hebben gegeven. Met dit advies kan Starlight de volgende stap zetten in haar ontwikkeling.

 


Niels Vermue

Top van de western sport

Last but not least, maandag 18 maart vond onze laatste bezichtiging plaats bij Heule Reining Horses en Sterling Ranch.

Dit bezoek stond volledig in het teken van de paardenhouderij en dan in het bijzonder de western sport.

Net als in Europa is in Amerika het werkpaard merendeels vervangen door een sportpaard. Echter kennen ze hier verschillende disciplines binnen de western sport welke zijn afgeleid uit het werken met de paarden op de ranches.

We kregen een rondleiding op het bedrijf van Hubert Jan Heule welke is gevestigd in Pilot Point, het Mekka van de Amerikaanse paardensport/-houderij. Daar kregen we ook een demonstratie reining (een van de disciplines) van de medewerker van Hubert. Hubert traint zijn paarden op hoog niveau en heeft ook meegedaan op de laatste wereldruiterspelen.

Naast zijn trainingstal is er een kliniek voor orthopedische doeleinden gevestigd om eventuele blessures vooraf te kunnen detecteren en zonodig snel te kunnen verhelpen.

Naast het africhten en trainen van de American Quarter Horses worden er in samenwerking met de Sterling Ranch ook veulens gefokt van ‘s werelds beste hengsten en merries.

Zo hebben we kennis mogen maken met verschillende ‘Million Dollar Sires’ en uitleg gekregen hoe het in zijn werk gaat met dekkingen.

Ook vinden hier embryo transplantaties plaats van toekomstige toppers, deze embryo’s worden dan in een draagmerrie geplaatst zodat de ‘biologische moeder’ in de sport kan blijven.

Voor een deel van de groep was het onbekend terrein in deze tak van de agrarische sector, echter was er aan interesse geen gebrek op deze laatste dag in Texas.

Na 10 dagen de hele sector te hebben gezien in Texas kunnen we wel concluderen dat onze (Nederlandse) collega’s aan de andere kant van de oceaan ‘The American Dream’ hebben waargemaakt. ‘Everything is bigger in Texas’ kunnen wij dan ook alleen maar bevestigingen. Het was kortom een super studiereis met veel leerzame momenten, grootse indrukken en enorm veel plezier.

Fort Worth Stockyards 

Zaterdagmorgen vertrokken we vroeg van Amerillo naar Fort Worth Stockyards. Na een reis van 5 uur kwamen we aan in dit toeristische dorpje. Hier werd vroeger vee verzameld uit de regio en verkocht aan de cowboys aan de oostkust van de VS. We reden het dorp binnen en kwamen gelijk in de Wild West sferen terecht. Het sfeertje van 100 jaar terug was hier goed te merken door de oude winkeltjes met cowboy laarzen, riemen en hoeden en de diverse cafés met country muziek en de steakhouses.
De middag begonnen we door een kijkje te nemen bij Longhorn koeien die door de stad werden gedreven met behulp van paarden. Daarna hebben we een bezoek gebracht aan een westernshow. Tijdens deze show kregen we een kijkje in het leven van een cowboy. Koeien drijven, koeien vangen en natuurlijk de kunstjes met het lasso werpen. Hierna hebben we een hapje gegeten in de gezellige winkelstraat.
‘s Avonds was het tijd voor de enige echte rodeo. In een uitverkochte zaal gaan elke week jonge jongens de strijd met elkaar aan om zo lang mogelijk op een stier of paard te blijven zitten. Zoals ook wel op tv is te zien, kostte het deze jongens ook veel moeite om lang op de dieren te blijven zitten. Naast dit spectaculaire gedeelte werden er ook kalfjes gevangen met lasso door zowel mannen als vrouwen te paard en vonden er barrelraces plaats.
Het was zaterdagavond, dus tijd om op stap te gaan! Aangezien we midden in het centrum zaten was dit een succes. De Billy Bobs country bar is bezocht.
Zondag was het tijd om rustig aan te doen. Even wat souvenirtjes kopen voor thuis en daarna lekker in de zon zitten. Verder hebben we een bezoek gebracht aan een grote jachtwinkel en winkel met allerlei western spullen. Opvallend is dat je hier met een korte cursus schieten je zo een vergunning krijgt voor een geweer. Na het weekend hadden we nog één korte dag om te genieten van het grote Texas!

Op pad met Texas Farm Bureau

De bedrijfsbezoeken op vrijdag werden georganiseerd door het Texas Farm Bureau (TFB), een belangenbehartiger voor de boeren in Texas. Om 7.15 uur zaten we al in de bus op weg naar het eerste bedrijf. Onderweg hebben we Todd opgehaald. Todd is bestuursondersteuner en projectmedewerker bij TFB. Met hem zijn we naar bedrijven geweest in de Texas Panhandle, het uitgestrekte en vlakke noordwesten van Texas.

Als eerste hebben we een bezoek gebracht aan Penhandle Milling Company. Dit bedrijf verwerkt tarwe tot diverse bloemproducten. In groepen van 8 liepen we langs het hele proces.

Hierna zijn we vertrokken naar F Troop Feeders, hier worden 25.000 stuks vleesvee gehouden! Indrukwekkend om te zien. Bij het bedrijf hoort een eigen fabriek om de hele maiskorrels door middel van stoom en walsen te vermalen tot goed te benutten voer. De kalveren komen hier op een leeftijd van 8 maanden en zijn slachtrijp rond de 2 jaar.

Het volgende bedrijf Cnossen Dairy Farm lag naast F Troop Feeders. Hier werden 11.000 Holstein & Jersey koeien gemolken. In een 2 x 60 stands melkstal werden de Holstein koeien tweemaal per dag gemolken. Het personeel draait diensten van 11 uur, 6 dagen achter elkaar, waarna ze twee dagen vrij hebben. Gemiddeld werd hier 36 liter gemolken. In een andere stal stond een 106 stands draaimelkstal, in deze stal werden voornamelijk nog Holstein koeien gemolken, maar ze waren in omschakeling naar efficiëntere Jerseys.

Na een pauze in een plaatselijk restaurant waar we meerval en steak hebben gegeten zijn we verder gegaan. We hebben een bezoek gebracht aan de Jay Wade Johnson Ranch. Op het bezochte perceel liepen 30 vaarzen waarbij de eerste kalveren inmiddels geboren zijn. Wanneer deze kalfjes in de herfst 8 maanden oud zijn worden ze verkocht om af te mesten.

Het laatste bedrijf, Quien Sabe Feeders, was het grootste bezochte bedrijf deze dag met maar liefst 55.000 stuks vleesvee. Van Holstein tot Jerseys, Limousine, Black Angus en diverse kruislingen, er was vanalles te zien. Ook dit bedrijf heeft een eigen fabriek voor de verwerking van het voer. De dieren worden 3 keer per dag gevoerd. Elke dag worden de hokken door cowboys te paard gecontroleerd.

Samen met Todd sloten we het programma af in de plaatselijke kroeg. Het Texas Farm Bureau heeft ons een interessante dag aangeboden en een goede indruk gegeven hoe er geboerd wordt in de Panhandle.

Onderzoek, katoen en vleesvee

Donderdag 14 maart zijn we de dag gestart bij Texas Tech University Beef Research Facility in New Deal. Deze organisatie is opgestart in 1980 met het onderzoeken van koeien, varkens en schapen. De onderzoeken hebben betrekking tot groei en efficiëntie van de voeropname.

Daarna hebben we een bezoek gebracht aan het openluchtmuseum genaamd National Ranching Heritage Center. Dat liet de geschiedenis en tradities van ranches in Texas zien.

Vervolgens gingen we naar belangenvereniging PCG (Plains Cotton Growers) voor de katoenboeren. PCG is opgericht in 1956 en is een non-profit organisatie. PCG doet ook onderzoeken naar genetica van katoenzaden en vernieuwende technologie. Dit doen zij om een hogere productie te kunnen realiseren.

Als laatste werden we uitgenodigd door de Texas Cattle Feeders Association (TCFA) voor een warme maaltijd en een presentatie over wat hun organisatie betekent voor de agrarische sector in Texas. In TCFA zijn alle vleesvee houders verenigt en zij houden zich bezig met lobby en activiteiten zoals cursussen. De TCFA stimuleert bedrijven om transparant te zijn naar de consument door middel van rondleidingen, het ontvangen van scholen en gebruik te gaan maken van social media.

Kuiper Dairy en cow sale

Woensdag zijn we op bezoek geweest bij melkveebedrijf Kuiper Dairy in Hico van Clemens en Karin Kuiper. Omdat ze in Nederland het melkveebedrijf thuis niet konden overnemen zijn ze in het buitenland de uitdaging aangegaan om te gaan melken. In Oost-Duitsland zijn ze begonnen op een grupstal met ongeveer 20 koeien. Daar hebben ze het bedrijf laten groeien tot dat ze de mogelijkheid kregen om het bedrijf te verkopen. In 2006 zijn ze naar Texas vertrokken en begonnen ze met het huren van een melkveebedrijf. Inmiddels hebben ze dit bedrijf gekocht en melken ze 4000 koeien op 1200 hectare grond. Deze grond gebruiken ze om hun eigen ruwvoer te telen, waaronder 2 teelten mais per jaar achter elkaar. Doordat er weinig regels zijn kun je in Texas ook echt met het boeren bezig zijn. En de kansen om met weinig startkapitaal een mooi bedrijf te beginnen zijn er nog steeds.

In de middag zijn we naar een koeienveiling gegaan. Hier wordt onverstaanbaar en binnen enkele seconden koeien verhandeld. Heel bijzonder om eens te zien!

Dagje Nederlands in Texas

´s Ochtends vertrokken we naar Henk Postmus, hij heeft een  biologisch melkveebedrijf met ruim 1200 ha land. Henk is in 1998 verhuisd naar Texas en in 2013 overgeschakeld naar een biologische bedrijfsvoering.  Er worden 1750 koeien gemolken en geweid. Henk hanteert hier een beweidingsysteem zoals in Nieuw Zeeland; elke dag wordt er gemeten hoeveel gras er staat en krijgen de koeien een nieuw perceel. Verse koeien tot 120 dagen worden 3 keer per dag gemolken, de rest 2 keer. Met de bus zijn we door de stallen gereden.

Vervolgens bezochten we de familie Stoker, waar een lunch voor ons klaar stond. Na de lunch hebben we een rondleiding gekregen over hun melkveebedrijf met  800 melkkoeien en bijhorend jongvee. Al het gras wordt met eigen persen in ronde balen geperst. Zo kunnen ze met twee personen inkuilen en zijn ze met inkuilen minder afhankelijk van personeel. Een goed jaar levert 4500 balen, een slecht jaar slechts 500.

Hierna zijn we doorgereden naar Albert Posthumus, de oprichter van AP Machinebouw in Nederland. Hij heeft in 1999 het bedrijf verkocht en is geëmigreerd naar Texas. Op dit moment heeft hij 80 medewerkers in dienst, verdeeld over zes locaties in de staten Texas , New Mexico en Kansas. De nadruk ligt op het maken en repareren van voermengwagens. Ook worden er mengkuipen op voormalige legertrucks gebouwd. Posthumus is continu bezig met het ontwikkelen van nieuwe machines voor de melkveehouderij, waaronder stationaire voermengwagens. Ook hebben ze een ‘service truck on wheels’ (vrachtwagen met mobiele werkplaats en kraan) om in andere regio’s voet aan de grond te krijgen en uiteindelijk mechanisatiebedrijven op te zetten. Daarna hebben we in Woody’s Place een dikke steak gegeten.