Een nieuw begin: best practices van alternatieve financiering in de landbouw

Beste boer, investeerder, politicus, activist en burger – zullen wij vandaag inzichten omzetten in acties? Mijn onderzoek naar alternatieve financieringsvormen in de landbouw is een product van negen maanden tijd, tientallen reacties en acht veelbelovende voorbeelden. Dit product is nu af én tegelijkertijd de inleiding van een nieuw begin. Een begin waar ik persoonlijk ontzettend naar uit kijk: het vernieuwen van ons financieel systeem om de verduurzaming in de Nederlandse landbouw te versnellen. Een begin waarbij mijn onderzoek hopelijk een nieuw handelingsperspectief kan bieden en waarin we samen veelbelovende initiatieven en ideeën gaan opschalen. In deze blog deel ik met jullie vijf mogelijke best practices van alternatieve financiering in de landbouw die uit mijn onderzoek zijn gebleken. Wat betekenen deze inzichten en hoe kunnen ze dit nieuwe begin vormgeven?

Vijf mogelijke best practices
In de portretserie van deze blogs konden jullie de boeren achter de alternatieve financieringsvormen leren kennen. Er kwamen vijf veelbelovende succesvolle elementen naar voren, zogenoemde best practices. Dit zijn elementen die soms nieuw zijn, soms al langer bestaan, soms verder onderzocht moeten worden en mogelijk verder opgeschaald kunnen worden.

Best practice #1: het gebruik van eeuwigdurende obligaties
Eeuwigdurende obligaties zijn een soort leningen die nooit terugbetaald hoeven te worden en die de boer aanbiedt aan (vermogende) burgers. Zowel Herenboeren Wilhelminapark, de Remeker Landcoöperatie als Tuinderij de Es maken hier gebruik van. Deze obligaties worden ‘certificaten’ genoemd. Het geld dat voor deze obligaties wordt betaald, wordt ondergebracht in een stichting of een coöperatie en daarmee worden land of andere productiemiddelen aangekocht. Het gebruik van eeuwigdurende obligaties is een manier om burgers als financiers aan te trekken. Daarnaast is het een langdurige investering, die de boer niet terug hoeft te betalen en daardoor de financiële druk op de boerderij flink kan verlagen.

Best practice #2: het gebruik van erfpacht en hoevepacht
Erfpacht en hoevepacht zijn langdurige pachtovereenkomsten voor landbouwgrond (in het geval van hoevepacht voor gebouwen). Boerderij ’t ParadijsBoerderij de Hondspol en de Beersche Hoeve B.V.pachten grond en gebouwen op deze manier. De boer heeft het zakelijk recht om het land en de gebouwen te gebruiken zoals hij of zij wil, binnen de kaders van de overeenkomst. Deze is voor minimaal 26 jaar en geeft de boer genoeg zekerheid om te investeren in de toekomst van de gronden en gebouwen. Het gebruik van erfpacht en hoevepacht kan interessant zijn voor boeren die behoefte hebben aan grond en gebouwen, maar deze niet willen of kunnen kopen.

Best practice #3: het stapelen van financiering
De boer kan ook meer partijen aanspreken om hem of haar op verschillende manieren te financieren. Dit heet ‘het stapelen van financiering’ en kan een manier zijn om de bank toch te overtuigen mee te financieren. Andere partijen kunnen namelijk een deel van de risico’s dragen die een bank niet op zich kan nemen. Boerderij ’t ParadijsBoerderij de Hondspol en de Beersche Hoeve B.V. maken gebruik van deze constructie.

Best practice #4: het werken met aandeelhouders
In veel sectoren is het werken met aandeelhouders vrij gewoon. In de landbouw zie je het veel minder; de meeste boerderijen zijn familiebezit. Maar boeren kunnen ook kapitaal aantrekken door investeerders een aandeel in de boerderij te laten kopen. De Beersche Hoeve B.V. en Boerderij ’t Paradijs werken beide met aandeelhouders. Dit kan nuttig zijn als de boer het bedrijf uit de familiesfeer wil halen, zoals bij de Beersche Hoeve B.V., of als de boer geen boerenfamilie heeft, zoals bij Boerderij ‘t Paradijs. Daarnaast hoeft ook dit geld niet terugbetaald te worden, het aandeel blijft immers van de aandeelhouder en er kunnen afspraken gemaakt worden over het uitkeren van het dividend.

Best practice #5: leningen van bank of burger blijven een optie
Leningen van de bank of burgers zijn gestandaardiseerde producten die de boer kan aanvragen. De Mangalicahof en de Melkbrouwerij hebben dit gedaan. Dit vraagt relatief minder creativiteit en communicatiekracht van een boer, vergeleken met de andere mogelijke best practices. Deze vormen zouden interessant kunnen zijn voor boeren die liever meer tijd besteden aan de boerderij dan aan financiering of in hun persoonlijkheid minder open en communicatief zijn. Alhoewel leningen van bank of burger minder alternatief zijn, blijven ze nuttig voor bepaalde doeleinden en boeren. Als boer moet je wel bereid zijn mee te gaan in de voorwaarden die de bank of bijvoorbeeld een crowdfundingplatform stelt.

Het scheiden van vermogen en onderneming: wat doet dat?
Zoals eerder genoemd in mijn vorige blog, is het onderliggende principe bij best practice 1 tot en met 4 het scheiden van vermogen en de onderneming. Dit betekent dat de boer de onderneming aanstuurt en een deel van het vermogen ondergebracht is in een aparte rechtsvorm met rechtsaansprakelijkheid. Het vermogen dat is aangetrokken hoeft niet terugbetaald te worden, maar blijft in de rechtsvorm zitten. Dit klinkt wat abstract, maar het heeft mogelijk grote consequenties. Het verandert namelijk het idee van eigenaarschap in de landbouw. Externe financiers, anders dan de bank, kunnen gaan deelnemen in de financiering van de boerderij en hebben bepaalde wensen, net zoals de bank die had, over hoe er geboerd zou moeten worden. De boer is niet meer volledig eigenaar, maar zal de boerderij moeten gaan delen met de financiers. De boerderij kan hiermee ook uit de familiesfeer getrokken worden als het volledige vermogen wordt ingebracht door externe financiers, zoals bij Herenboeren Wilhelminapark en de Beersche Hoeve B.V. En dat biedt mogelijkheden voor startende boeren zonder een boerenfamilie.

Wie worden de toekomstige eigenaren van onze landbouw?
Dit principe brengt ons bij een nieuw vraagstuk: wie gaan de toekomstige eigenaren worden van het vermogen dat met landbouw is gemoeid? Traditioneel gezien, in 87% van de Nederlandse boerderijen, is de familie eigenaar van de boerderij en de bank eigenaar van het vreemd vermogen. Wie gaan de nieuwe spelers zijn die in ieder geval de bank, maar soms ook het familiekapitaal, vervangen? Wat zijn hun intenties en op wat voor rendement zijn zij uit? Dit vraagstuk is vooral belangrijk rondom de financiering van landbouwgrond. Die is namelijk erg kostbaar en daarmee een van de grootste kapitaalposten in de Nederlandse landbouw. Grond wordt een steeds interessantere belegging, ook in Nederland. Of alternatieve financieringsvormen in de landbouw een positieve ontwikkeling zijn, hangt dus gedeeltelijk af van hoe we met dit vraagstuk omgaan.

Een nieuw begin: alternatieve financiering in de landbouw toegankelijk maken
Nu is het natuurlijk verleidelijk om ons te verschuilen achter dit soort vraagstukken of ons te verliezen in de complexiteit hiervan. Tegelijkertijd worden de oproepen om onze landbouw en leefomgeving te verduurzamen steeds dringender. En ook boeren willen graag verduurzamen, maar de huidige vormen van financiering zijn vaak een belemmering. In mijn eerste blogs ga ik in op de achterliggende problematiek. Mijn onderzoek is nu afgerond en biedt concrete bevindingen en handelingsperspectieven en ik hoop van harte dat deze gebruikt gaan worden.

Ik zou graag willen oproepen tot verder onderzoek naar de bovengenoemde best practices: voor wie, wanneer en onder welke voorwaarden zijn deze best practices werkelijk bruikbaar en opschaalbaar? Hoe mooi zou het zijn als de agrarische sector, financiële sector en overheid de handen inéén slaan om alternatieve financieringsmodellen verder te ontwikkelen en deze beschikbaar stellen voor nog heel veel meer boeren. Hierbij is het wel van belang om ‘les #4: toegevoegde waarde’ te herinneren en dus de persoonlijke relatie met investeerders te koesteren. Voor boeren was dit de grootste toegevoegde waarde aan alternatieve financieringsvormen en daarnaast kenmerkte dit het proces van realisatie van alternatieve financieringsvormen.

Laten we samen de financiering van de landbouw vernieuwen en alternatieve financiering toegankelijk maken, zodat financiering niet het probleem meer is maar een mogelijkheid om de verduurzaming in de Nederlandse landbouw te versnellen.

Kom jij uit de agrarische sector, financiële sector, overheid, maatschappelijk middenveld of wetenschap en heb jij soortgelijke ambities? Voel je vrij om mijn andere blogs te lezen en mijn onderzoek te downloaden op www.waardenscheppers.com of neem contact op via susan.drion@wur.nl.

Pioniers in financiering brengen hoop

Wat is er veranderd in Nederland voedselland? In oktober 2017 schreef ik mijn eerste blog over mijn onderzoek, nog zoekend naar de juiste woorden. Sindsdien blijft de vergrijzing in de landbouw aanhouden, maken we nog steeds ruzie over wie er verantwoordelijk is voor het functioneren van onze landbouw en zet de klimaatverandering gestaag door. Maatschappelijke verandering gaat langzaam is mij ooit verteld.

Omdat ik wil bijdragen aan de verduurzaming van de landbouw ben ik gestart met deze portretserie over boeren die alternatieve financiering gebruiken. Ik wilde weten hoe deze alternatieve financieringsvormen werkten, waarom ze zo succesvol zijn en welke stappen de boeren hebben gezet om daar te komen.

Een opvallende rode draad werd zichtbaar. Telkens werd het me duidelijk dat alternatieve financiering niet alleen een zakelijke overeenkomst is. Integendeel, alternatieve financiering is vooral een samenwerking tussen investeerder en boer om een gezamenlijk doel te bereiken. In deze blog neem ik je mee in een aantal lessen die ik heb geleerd van mijn gesprekken met deze voorlopers en hun stakeholders.

Les #1: Het scheiden van vermogen en de onderneming

Alle vormen van alternatieve financiering, behalve leningen via een crowdfundingplatform of bank, berusten op het principe van het scheiden van vermogen en de onderneming. De boer runt de onderneming en behoudt zeggenschap over de bedrijfsvoering. Om deze onderneming draaiende te houden, is kapitaal nodig: de gebouwen, gronden, machines, etc. Dit noemen we het vermogen waar de onderneming gebruik van maakt. Zonder een stal kun je immers geen koeien houden, om maar een voorbeeld te geven.

De boeren die ik sprak zochten financiering en wilden kapitaal aantrekken. Het vermogen dat ze ontvingen, werd ondergebracht bij een andere entiteit dan de onderneming, zoals een stichting of coöperatie. Ook kwam het voor dat de investeerder onderdeel bleef van de boerderij, in de vorm van aandelen, zoals bij Boerderij ‘t Paradijs, of in de vorm van grondeigenaarschap, zoals bij Boerderij de Hondspol. In sommige gevallen, zoals bij Herenboeren Wilhelminapark en de Beersche Hoeve B.V., kwamen boeren in loondienst van de boerderij.

Waarom is dit belangrijk? Het scheiden van vermogen en de onderneming zorgt ervoor dat de boer minder kapitaalkrachtig hoeft te zijn. Boeren kopen niet de grond en gebouwen, maar pachten deze. Op deze manier kunnen boeren wel gebruik maken van grond, gebouwen en machines, zonder de torenhoge bedragen voor de aankoop hiervan neer te moeten leggen. En dat is voor vele boeren de enige manier om hun onderneming draaiende te houden of te starten.

Les #2: Een goed verhaal

De boeren die ik sprak, konden geen hoog financieel rendement beloven. Ze moesten hun investeerders daarom overtuigen met andere zaken – zoals hun gunfactor. Elke boerderij heeft een uniek verhaal en kan dit ook goed vertellen. Tuinderij de EsBoerderij de Hondspol en Boerderij ‘t Paradijs hebben een zorgtak gecombineerd met biologische of biodynamische productie. Door de zorgtak creëren ze een gemeenschap op de boerderij maar dragen ze ook bij aan het dagelijks geluk van al hun cliënten en familie. Irene van de Voort, eigenaresse van de Groote Voort, verleidde investeerders met de award-winning Remeker kaas die ze maken. De smaak is uniek, de Jersey koeien zijn wonderschoon, net zoals de rest van het bedrijf.

 “Je moet wel echt kaasfans hebben. Dus je moet een knuffelbedrijf hebben en het bedrijf moet een verhaal hebben.”
Irene van der Voort – Remeker Landcoöperatie

Irene en Jan Dirk van der Voort – Remeker Landcoöperatie

Les #3: Karakter is bepalend

Bijna elke boer gaf aan dat de financieringsvorm wel bij je moet passen als persoon. Tegelijkertijd noemden ze ‘karakter’ ook als belangrijke voorwaarde om alternatieve financiering te laten slagen.

Omdat je het vermogen onderbrengt bij anderen (zie les #1) moet je bereid zijn als boer te delen, mensen te ontvangen op je boerderij, volop te communiceren en open te staan voor anderen. Die anderen nemen namelijk deel in het bedrijf, zijn certificaathouder of deels eigenaar, en willen daarom graag op de hoogte worden gehouden. De boeren waren ook doortastend en degelijk, om zo een professionele en betrouwbare zakenpartner te kunnen zijn. Het lukte hen de zakelijke overeenkomst goed vast te leggen om de financiering niet in gevaar te brengen bij mogelijke akkefietjes. Maarten Jansen van de Mangalicahof koos vanwege zijn persoonlijkheid juist niet voor de meest alternatieve financiering, maar in plaats daarvan voor crowdfunding via Collin Crowdfund.

“Ik ben er op dit moment de figuur niet naar. En dit is dan wat makkelijker om de vaklui van Collin Crowdfund hun werk te laten doen zonder dat ik daar iedere keer mijn tijd aan hoeft te spenderen.”
Maarten Jansen – Mangalicahof

Maarten Jansen – Mangalicahof

Alle boeren die zelf een nieuwe alternatieve financieringsvorm hebben opgezet, hadden bepaalde karaktereigenschappen gemeen. Hun persoonlijkheden leken bepalend te zijn voor hun succes. Ze waren koppig, bevlogen, enthousiast, doorzetters, zorgvuldig, ondernemend en hadden een heldere missie. Zo motiveerden ze niet allen zichzelf om vol te houden, maar konden ze ook voldoende andere mensen mobiliseren deel te nemen.

“You need the fool. Een gek die gewoon zegt: stik d’r maar in, ten koste van alles, soms letterlijk alles… Soort van de fool die ervoor blijft gaan, waar anderen het zouden opgeven.”
Geert van der Veer – Herenboeren Wilhelminapark

Geert van der Veer en Douwe Korting – Herenboeren Wilhelminapark

Les #4: De toegevoegde waarde

De meest opvallende conclusie die ik trok? Het draagvlak dat deze vormen van financiering creëerden, was bijna net zo belangrijk – belangrijker misschien zelfs – dan het geld wat het opleverde. Sommige boeren spraken herhaaldelijk hun dankbaarheid uit over alle mooie samenwerkingen die ze hebben gehad, anderen noemden het belang van investeerders als ambassadeurs naar buiten toe. Toen ik de financieringsvormen aan een groep boeren, die mijn onderzoek nog niet kende, voorlegde, waren ze allen enthousiast over de burgerparticipatie constructies. Het gaf hen draagvlak: de zogenaamde ‘license to produce’.

Daarnaast is het ontwerp van alternatieve financiering belangrijk voor de toekomstige generatie boeren. Door het scheiden van vermogen en de onderneming (zie les #1) hoeven nieuwe boeren en opvolgers alleen de kapitaalarme onderneming over te nemen. Omdat landbouwgrond steeds duurder wordt, is dit een belangrijke ontwikkeling: zo blijft het mogelijk om boer te worden zonder immense investeringen. Welke rol nieuwe landeigenaren gaan nemen wat hun intenties zijn, zal ook een spannende ontwikkeling zijn.

“We wilden dat de nieuwe generatie zo weinig mogelijk schulden hoeft te maken en een bedrijf vorm kan geven dat naar landbouwkundige principes georiënteerd is en niet naar bedrijfseconomische principes.”
Gineke de Graaf – Beersche Hoeve B.V.

Gineke de Graaf, René Groenen en Teun Luijten – Beersche Hoeve B.V.

Pioniers in financiering brengen hoop

Ik heb me beperkt tot vier lessen, maar er zijn er nog vele meer te vertellen. Financieringsvormen zoals crowdfundingplatforms en leningen van ‘alternatieve’ banken bleken vaak een uitzondering op deze lessen. Hoe meer de financiële constructie een standaardproduct wordt, hoe meer deze op bestaande financieringsvormen begint te lijken: een vorm waarbij financieel rendement de boventoon voert.

Mijn zoektocht langs acht verschillende boeren, allen pioniers op het gebied van financiering, heeft me niet alleen financieringslessen gebracht. Het verrast me hoeveel mensen hoop hebben gevestigd op alternatieve financiering als een oplossing. Iedereen is nieuwsgierig naar de modellen achter deze acht casussen en hoopt dat opschaling hiervan mogelijk is. Ook mij heeft het hoop gebracht. Hoop dat we ons financieel systeem zo kunnen herontwerpen zodat een toekomstbestendige en duurzame landbouw mogelijk is. Hoop om ook mijn dromen van een eigen innovatieve boerderij na te blijven jagen.

Auteur:     Susan Drion
Redactie:  Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Beeld:       Thomas Karanikas.© all rights reserved & Jesse Lodder © all rights reserved

Tuinderij de Es: het eigenaarschap van de toekomst

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Tuinderij de Es laten zien hoe burgers partner kunnen worden in je onderneming.  

“Het leukste aan mijn werk als onderzoeker vond ik altijd de keukentafelgesprekken met boeren,” biecht Bart Pijnenburg op. Ondertussen is hij samen met zijn partner, Daniella de Winter, zelf boer. Tuinderij de Es is hun bedrijf: een tuinderij met een zorgtak. Nu zijn de rollen omgekeerd en interview ik Bart en Daniella over hun slimme manier van financieren, geïnspireerd op een eeuwenoude constructie met potentie voor de toekomst.

Bart en Daniella

Een eeuwenoude financieringsvorm

Bart en Daniella moesten inventief te werk gaan om de tuinderij te kunnen kopen. De ondernemers hebben gekozen voor het portiehouder-systeem, geïnspireerd door College de Malen op het Hoogland, een eeuwenoud genootschap van grondeigenaren. Ze zijn de eerste in Nederland die deze financieringsvorm in de praktijk hebben gebracht, althans in deze tijd.

Burgers aan zet

Na mijn kennismaking met de Remeker Landcoöperatie, die werkt met certificaten van €25.000, ben ik op zoek gegaan naar andere laagdrempelige burgerparticipatie-constructies. Het portiehouder-systeem van Bart en Daniella lijkt hier een mooie aanvulling op te zijn. Ik vraag Bart naar hoe ze dit systeem ontworpen hebben.

Aan de keukentafel

Daniella: “De tuinderij kostte 4 ton. We hebben er €200.000 eigen vermogen ingestopt.” “Voor de andere €200.000 hebben de oud eigenaren ons een lening verstrekt. Om die schuld af te lossen hebben we het portiehouder-systeem gebruikt. De constructie is dat we 250 porties van €1000 hebben uitgegeven. Er is al €140.000 van opgehaald op deze manier. We wilden zelf onderdeel van het systeem zijn. Daarom kochten wij samen ook 50 porties. We moeten dus nog 60 porties verkopen,” legt Bart verder uit.

“De portiehouders leggen €1000 in of het meervoudige daarvan,” vertelt Bart. “Er wordt niet afgelost aan de portiehouders, maar wel rente betaalt. De rente kan drie verschillende vormen aannemen: 1.5% rente in geld, 3% rente als winkeltegoed, 5% rente in de vorm van een jaarlijks diner. En met het geld dat we ophalen met de verkoop van de porties betalen we dus de schuld af die we bij de oude eigenaren hebben uitstaan.”

“Samen met de notaris hebben we in de stukken vastgelegd dat we exploitatie op, en eigendom van de grond van elkaar scheiden. Je hebt het vermogen in de vorm van grond en gebouwen en vermogen in de vorm van de inventaris en bedrijfsmiddelen. Grond en (een deel van de gebouwen) zijn ondergebracht in de stichting van portiehouders, die ook verantwoordelijk is voor de werving van portiehouders. De onderneming, dat zijn Daniella en ik. Wij moeten zorgen dat hier geld wordt verdiend, dat we een inkomen hebben en dat we er ook nog een pensioen uit kunnen halen. Op deze manier hoefden we niet al het vermogen zelf op te hoesten, wat de koop van de tuinderij heeft mogelijk gemaakt.”

De financieringsvorm van Tuinderij de Es: het portiehouder-systeem

Jullie gaan creatief om met het idee van eigenaarschap. Dit is namelijk opgesplitst in economisch en juridisch eigenaarschap. Kunnen jullie mij vertellen wat precies het verschil is en waarom dit belangrijk is?

“De portiehouders zijn economisch eigenaar van de tuinderij. Zo voelen mensen zich echt betrokken bij de onderneming,” legt Bart uit. “Wij kunnen wel volledig beschikken over de grond en opstallen en de portiehouders hebben geen zeggenschap over de bedrijfsvoering. Ook dat hebben we zo vastgelegd. Het juridisch eigenaarschap ligt echter bij ons, in het kadaster vindt je onze namen als eigenaar van de percelen.”

Het hele systeem klinkt veelbelovend en zorgvuldig uitgedacht. Zijn er nog nadelen aan deze constructie?

Bart: “De stichting is verantwoordelijk voor de werving van portiehouders, maar dit blijft veel energie en tijd kosten: het communiceren met mensen, het netjes registreren. Je moet ze wel één voor één binnen harken. Dat is het nadeel van dit systeem. Op zo’n crowdfundingplatform is alles geautomatiseerd. Wij moeten het nog heel veel zelf doen.”

Hebben jullie nog weerstand ervaren van regelgeving toen jullie het portiehouder-systeem aan het opzetten waren?

Bart: “Ja. De regels van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zijn beperkend. Je mag geen bank spelen, je mag geen geld ophalen of een advertentie zetten ‘koop uw portie’. Ik snap wel dat de overheid de burger wil beschermen tegen dit soort dingen. Maar een bankvergunning of een AFM toets is heel kostbaar. En voor ons betekent het dat we, zonder die vergunning, alleen in besloten kring mogen werven.”

Zou elke boer zo’n financieringsvorm zoals die van jullie kunnen gebruiken?

“Ja, dit is een constructie die opschaalbaar en herhaalbaar is,” zegt Bart met overtuiging. “Dit zou ook voor grote bedrijven kunnen gelden. Je moet als boer daar wel de geschikte persoon voor zijn, open staan, volop willen communiceren en mensen willen ontvangen.”

Barts antwoord verbaast me niet. De meeste boeren die ik heb gesproken voor mijn onderzoek gaven aan dat het karakter van de boer bepalend is in de keuze in voor een bepaalde financieringsvorm. Samenwerking met burgers blijkt populair te zijn; het initiatief Herenboeren en de Remeker Landcoöperatie zijn veelbesproken. Boer Jan Huijgen ziet potentie voor opschaling van het portiehouder-systeem en ontwerpt, as we speak, een nieuw model voor burgerboerderijen.

Terug naar Bart. Als het opschaalbaar is, wat draagt dan bij aan het succes van deze financieringsvorm?

“De rente is wel erg laag bij de bank. Het is niet echt aantrekkelijk om spaargeld op een spaarrekening te laten staan. Daarmee wordt ons product natuurlijk aantrekkelijker. Het is een samenloop van omstandigheden, maar het helpt dat we een uitgebreid netwerk hebben opgebouwd. En dat we een vriendelijk bedrijf zijn, qua vormgeving en onze zorgtak. Dat zorgt ervoor dat mensen het ons gunnen. We zijn een lief bedrijfje,” deelt Bart.

Wat was de meerwaarde van deze constructie voor jullie, vergeleken met gangbare financieringsvormen?

Bart: “Het mes snijdt aan drie kanten zou je kunnen zeggen. Het heeft ons natuurlijk de financiering gegeven die we nodig hadden om het bedrijf te kunnen kopen. Daarnaast werk je mee aan een oplossing voor de opvolgingsproblematiek in de landbouw. Een opvolger hoeft een minder groot bedrag op te hoesten, omdat een deel van het vermogen in de stichting van portiehouders zit. En de meerwaarde zit in het netwerk van ambassadeurs dat je rondom je bedrijf creëert.” “Het zorgt voor draagvlak voor je bedrijf”, vult Daniella aan.

Bart en Daniella hebben het slim aangepakt. Investeerders aantrekken met het idee van eigenaarschap, zonder de zeggenschap over het bedrijf te verliezen. Een systeem wat maatschappelijk verantwoord boeren heeft mogelijk gemaakt voor hen. Met deze blog over Tuinderij de Es ben ik aan het einde gekomen van mijn portretserie over alternatieve financiering in de landbouw. Welke wijze lessen kunnen we uit al deze verhalen trekken? Wat zijn uitdagingen van alternatieve manieren van financieren en wat zijn de kansen voor verduurzaming van de landbouw? Hier zal ik in mijn volgende twee blogs meer over vertellen.

Beeld:                  Thomas Karanikas.© all rights reserved
Redactie:            Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Auteur:                Susan Drion

Mangalicahof: Crowdfunden voor beter vlees

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Maarten Jansen introduceert me in de wereld van crowdfundingplatforms.

Dat hadden ze nog niet eerder meegemaakt bij Collin Crowdfund: Maarten Jansen, eigenaar van veehouderij Mangalicahof, verraste iedereen met een crowdfunding campagne van €140.000 die in minder dan drie kwartier is volgeschreven. Als boer hoef je geen rascommunicator te zijn om te crowdfunden, laat Maarten zien. Deze vastberaden vakman is liever bezig met zijn bedrijf: “Ik maak het liefst vlees wat lekker is”. Om Maartens verhaal te horen, rijden we door de dikke mist naar het uitgestrekte Drenthe. In de stilte van de mist doet de boerderij sober aan. Veel van het vee zien we niet, de Angus-koeien staan in de stal en de meeste wolvarkens staan verderop in het dorp.

Maarten Jansen, eigenaar van de Mangalicahof

Na een straf bakje koffie laat ik mijn nieuwsgierigheid op Maarten los. Crowdfunding heeft in de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Als de bank niet financiert, wordt er vaak als eerste naar crowdfunding gekeken. Ook boeren hebben crowdfunding ontdekt en gebruiken het op verschillende manieren. Sommigen zetten hun eigen informele campagnes op voor specifieke investeringen, zoals bij het Hofweb. Anderen, zoals Boerderij Eyckenstein, gebruiken crowdfunding om op voorhand geld te steken in hun productiemiddelen en betalen dit later terug met producten, dit heet voorfinanciering. Bij deze vormen komt geen platform aan te pas. Daarnaast zetten boeren crowdfundingplatforms in, deze organisaties beoordelen financieringsaanvragen en regelen de campagne. Een crowdfundingplatform puur voor boeren lijkt er nog niet te zijn. Ik ben geïnteresseerd in Maartens keuze voor een crowdfundingplatform en hoop erachter te komen wat zijn campagne nu zo succesvol maakte.

Om uit te kunnen breiden had Maarten €140.000 nodig. Dit geld werd gebruikt voor de financiering van voer –en opfokkosten van varkens en rundvee, de aankoop van rundvee en een meststrooier en aangewend als werkkapitaal. Bij Collin Crowdfund had hij een financieringsaanvraag voor een lening uitstaan waarop burgers zich konden inschrijven. In totaal hebben 174 burgers een bedrag geïnvesteerd, waarmee het gewenste bedrag werk bereikt. Binnen zestig maanden wordt de lening door Maarten afgelost tegen een rente percentage van 7.5 procent.

Maarten, wat voor bedrijf heb je precies en waarom wilde je zo graag uitbreiden?

“Wij hebben Angus koeien, wolvarkens en schapen en maken daarvan vlees wat lekker is,” vertelt Maarten. “Mijn grootmoeder was de eerste vrouwelijke slager in het land. We verwerken het vlees zelf. Dat verkopen wij aan bijzondere klanten: Marqt, Hanos, Niggeman en Edeka. Onze klanten zijn tevreden en willen meer vlees afnemen. En daarom groeien we redelijk snel.”

Aan de keukentafel bij Maarten

Vleesproductie staat nu niet echt bekend als duurzame landbouw. Hoe zit dat bij jullie?

Maarten: “Wij richten ons bedrijf op een wat bijzondere manier in. Tenminste, ik heb zo mijn eigen ideeën over hoe ik zaken doe. Wij streven naar een duurzame vorm van veehouderij. We hebben varkens om reststromen te voeden en zo compost te maken. Ze wroeten, ploegen daarmee de grond om en bestrijden onkruid, en hebben daarmee een functie binnen dit bedrijf. Die compost gaat dan het land op, daar verbouwen wij graan en gras en daar grazen de koeien. En zo is de kringloop rond en zo proberen wij steeds meer grond vruchtbaar te maken.”

Doorgaan zonder bank

Maarten wilde niet te veel tijd en moeite kwijt zijn aan het vinden van financiering. Na moeizame onderhandelingen met de Rabobank en de Triodos Bank die spaak liepen op onvoldoende zekerheid voor de banken, is crowdfunding op zijn pad gekomen. In de infographic hieronder zie je welke stappen Maarten heeft ondernomen.

De crowfunding campagne door de ogen van Maarten Jansen

7.5 procent rente percentage op een lening is best hoog. Waarom heb je niet een eigen crowdfunding campagne opgezet, zoals bij de Hofweb, waarbij je een lager rentepercentage kon krijgen?

Maarten: “Financieel had het goedkoper gekund door zelf een crowdfunding campagne op te zetten. Maar ik ben er op dit moment de figuur niet naar. Dit is dan wat makkelijker en dan kunnen vaklui van Collin Crowdfund hun werk doen zonder dat ik daar iedere keer mijn tijd aan hoeft te spenderen. We zijn hier druk met ons bedrijf. Op het moment dat ik tijd over had om dit soort dingen te organiseren, dan was mijn bedrijf misschien niet zo goed. Dan had ik meer kunnen doen. En die paar procent extra rente op de lening was voor mij geen probleem.”

Crowdfundingplatforms als nieuwe banken?

Zoals Maarten over crowdfunding praat, klinkt het niet veel anders dan lenen bij de bank. Zijn aanvraag werd nauwkeurig beoordeeld door Collin Crowdfund en hij heeft geen persoonlijke relatie met zijn financierders. “Er is een open dag geweest voor financierders. Dat was leuk. Maar een directe binding met hen heb ik nog niet verder mogen ervaren. Van die vleespakketten, die ze als voucher bij hun investering kregen, is er nog niet één iemand geweest die ‘m heeft opgehaald,” vertelt Maarten.

Op de website van Collin Crowdfund kan je precies terugvinden waarop zij hun financieringsaanvragen beoordelen: de ondernemer zelf, het concept van het bedrijf, solvabiliteit, rentabiliteit, liquiditeit, risico’s en zekerheden. Dit zijn de dingen waar een bank ook naar kijkt. Alleen de bron van het geleende geld is anders: de bank die geld van spaarrekeningen inzet of burgers die hun eigen vermogen uitlenen. De gelijkenissen zijn ook niet zo gek; Maarten vertelde me dat Jeroen ter Huurne, de man achter Collin Crowdfund, een voormalig lokaal directeur van de Rabobank is. Zouden crowdfundingplatforms kunnen gaan functioneren als een nieuw soort banken?

€140.000 in minder dan een uur

Terug naar Maarten, die ook Collin Crowdfund verraste met zo’n goedlopende campagne. Ik vraag hem waar hij dit succes aan dankt.
Maarten: “Je moet wel in staat zijn om een consument tevreden te maken. Dus ik denk dat je een zekere aaibaarheid moet hebben in je bedrijf en dat moet je kunnen uitdragen. Daar hoort toch ook een bepaalde gevoelsbeleving bij. Dat gaat lastiger als de boerderij op een industrie terrein ligt. Wij zitten hier mooi onder de eiken met de beesten buiten. En we hebben klanten met naam die iedereen kent. Niemand denkt dat deze zo omvallen of zich terug trekken. Dit geeft investeerders zekerheid over de afzet.”

Wat is voor jou de meerwaarde om via crowdfunding te financieren?

Maarten: “Ik denk dat we meer draagvlak krijgen met crowdfunding. Bij een bank heb je alleen maar een paar anonieme stropdassen die een besluit nemen. Op het moment dat jouw voorstel één keer is afgewezen krijg je die stropdassen niet meer mee. Ik denk dat dat het grootste verschil is. Het is in ieder geval een bijkomstigheid bij banken dat ze vrij inflexibel zijn.”

Het is mooi om te zien dat door de opkomst van crowdfundingplatforms ook boeren zoals Maarten financiering kunnen vinden om hun dromen waar te maken. Toch schrok ik ook van het hoge rentepercentage, wat niet ongebruikelijk is bij crowdfunding. Voor de Nederlandse boer is de kostprijs gestegen en de verkoopprijs gedaald de afgelopen jaren. Kunnen zij zich dit soort leningen wel veroorloven met de geringe winst die zij maken? En is er op deze platformen wel plaats voor boeren die vooral maatschappelijk rendement, in de vorm van biodiversiteit of zorg, leveren? Nu mijn zoektocht op zijn einde loopt, hoop ik dit antwoord te vinden.

Beeld:                  Jesse Lodder © all rights reserved
Redactie:            Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Auteur:                Susan Drion

Zorgboerderij de Hondspol: burgers als beleggers

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Boerderij de Hondspol laat zien wat de kracht van de crowd is.

Met een joviale zwaai opent Marcel Schoenmakers de deur: kom binnen! Hij kijkt me met twinkelende ogen aan. Gekleed in huissokken en een hemd met een kleurrijke bloemenprint zou je Marcel niet als boer herkennen, alhoewel deze man al lang in het vak zit. Zijn huis staat vol mooie kunst en mij wordt een ware cappuccino aangeboden, zoals ik ‘m ken uit de grote stad. Overal op zorgboerderij de Hondspol zijn mensen bezig met schilderen, kaas maken en de schapen bekappen. Toch doet de grote hoeve stil en vredig aan.

Marcel Schoenmakers op de Hondspol

Na ons kopje koffie begint Marcel te vertellen over hoe hij deze boerderij heeft kunnen kopen. Het is een combinatie van samenwerkingen en financieringsvormen. Burgers die optraden als beleggers, tijdens een crowdfunding actie en via Stichting Grondbeheer, gaven de doorslag tot succes. Ook speelde een samenwerking met de Triodos Bank een belangrijke rol.

In totaal was de financieringsbehoefte ruim twee miljoen euro. Waar had je al dat geld voor nodig?

Marcel: “Ik werkte al 24 jaar voor de Hondspol. Ik stuurde meerdere zorgboerderijen aan – waar mensen met een beperking aan het werk kunnen – voor een grote zorginstelling: Lievegoed. Het ging financieel heel slecht met Lievegoed, de boerderij zou verkocht worden en ik werd ontslagen. Toen besloot ik: “ik wil een poging wagen om deze zorgboerderij te kopen. Ik weet niet hoe. Maar dan kan ik in ieder geval vrede hebben als het niet lukt en als alles wordt verkocht.”

Aan de keukentafel bij Marcel thuis

Beleggende burgers als troef

Dit bleek een goed voornemen te zijn: het is Marcel gelukt de Hondspol te kopen. Ik ben vooral geïnteresseerd in de financiering vanuit Stichting Grondbeheer. Naast grote private instanties zoals Fagoed en A.S.R., treedt Stichting Grondbeheer als één van de grootste maatschappelijke grondbanken op. Er is grondhonger genoeg, dus liggen er kansen voor Stichting Grondbeheer en biodynamische boeren. Marcel legt het complete financieringsplaatje uit.

De koop van de Hondspol door de ogen van Marcel Schoenmakers

Marcel: “We wilden eerst de koeien, kaas en trekkers kopen getaxeerd op €255.000. Dan konden wij een doorstart maken. Daarvoor hebben we een crowdfunding actie gehouden. Er waren drie opties. Mensen konden geld schenken, geld lenen tegen nul procent rente met een aflossingstermijn van tien jaar of deels schenken en deels geld lenen tegen een winkelabonnement met een aflossingstermijn van vijf jaar. We haalden binnen drie weken ruim €300.000 op.”

“Deze crowdfunding bracht ons bij de Triodos Bank,” gaat Marcel verder. “Ik had een rekening geopend bij de Triodos Bank waar mensen geld voor de crowdfunding op konden storten. Het geld van de crowdfunding wordt door de bank als eigen vermogen gezien, en hierdoor konden we in gesprek met hen. We hadden een financiering nodig voor 34 hectaren grond en de gebouwen inclusief het erf.  De Triodos Bank kon ook echt niet meer om ons heen. Een groep van driehonderd mensen staat achter ons en we hadden een gezamenlijk doel voor ogen dat de Hondspol bleef bestaan. Dat heeft een enorme overtuigingskracht naar de bank toe.

Tijdens de onderhandelingen met Triodos Bank had Marcel ook contact opgenomen met Stichting Grondbeheer. “Wij zijn al 34 jaar een Demeter-bedrijf en passen bij de missie van de stichting. Zij had wel de interesse om de grond te kopen,” legt Marcel uit. De samenwerking met Stichting Grondbeheer trekt de Triodos Bank over de streep de grond en gebouwen te financieren. Dit verlaagt het risico voor de bank en garandeert dat de grond altijd biodynamisch zal blijven. De lening wordt verdeeld tussen Marcel en Stichting Grondbeheer. Met het geld van de crowdfunding, een deel eigen geld en de lening van de Triodos Bank kan Marcel de vier hectaren huiskavels en de gebouwen kopen. Stichting Grondbeheer koopt de resterende dertig hectaren landbouwgrond op door middel van de lening. Het gebruik van de grond komt weer bij Marcel terug door de erfpachtovereenkomst die hij met Stichting Grondbeheer heeft afgesloten.

De financieringsvorm van boerderij de Hondspol

Eeuwigdurende obligaties

Stichting Grondbeheer heeft geen inkomen. Ik vraag me af hoe ze de lening van Triodos aflost. Hier komen de eeuwigdurende obligaties in beeld. Severijn Velmans, penningmeester van Stichting Grondbeheer, vertelt mij hoe deze financieringsvorm werkt. Door het kopen van een obligatie, leen je geld uit aan Stichting Grondbeheer. De obligaties zijn eeuwigdurend, wat betekent dat de stichting de obligaties nooit terug hoeft te betalen. De obligatiehouders krijgen wel rente uitgekeerd. Zo trekt de stichting kapitaal aan om stukken landbouwgrond te kopen en te verpachten aan biodynamische boeren. In het geval van de Hondspol worden de eeuwigdurende obligaties gebruikt om de lening bij Triodos Bank af te lossen. Met campagnes voor bepaalde boerderijen probeert de stichting burgers te enthousiasmeren te beleggen in de obligaties.

Stichting Grondbeheer is de campagne Hondspol500 gestart en heeft ondertussen €620.00 opgehaald. Merk je als boer iets van deze campagne om eeuwigdurende obligaties aan te wenden voor jullie boerderij?

Marcel: “Nee. We spreken elkaar één keer per jaar. Om te beleggen in obligaties moeten mensen de boerderij een warm hart toedragen. Het kwam aan op onze lobby en daar hebben wij wel veel promotie voor gedaan, zoals het verspreiden van folders en het hangen van flyers aan onze zuivelproducten over de campagne. Tijdens de aftrap van de campagne heeft Severijn uitleg gegeven over de obligaties.”

Je deelde dat het ook wel een uitputtingsslag is geweest, dit hele proces. Welke samenwerkingen heb je opgezocht of afgeketst in deze tijd?

“We hebben veel samenwerkingen moeten afketsen. Zodra de boerderij te koop stond, wilde iedereen wat van ons. We hebben allerlei mensen gehad die hier wilden komen wonen of directeur worden. En ik mocht dan wel boer zijn. Dan is het wel de kunst om bij jezelf te blijven,” vertelt Marcel. “Daarnaast heb ik een vriend van ons, Henk Bakker, erbij gevraagd. Hij is deskundige in alles rondom financiering, ondernemersplannen, zorg maar ook wet –en regelgeving. Het is heel raar, ik was ruim twintig jaar in loondienst bij Lievegoed, dan wil ik het kopen en kan ik alleen met de advocaten van Lievegoed praten. Dit kostte veel energie en Henk heeft hier veel advies in gegeven.”

Wat zie je zelf als de succesfactoren in dit proces?

Marcel: “Ik denk de crowdfunding doorslaggevend is geweest. Het succes is, denk ik, dat wij heel eerlijk zijn geweest. Ik heb ook met de crowdfunders gedeeld als ik het niet wist. De kracht is ook dat we heel graag wilden dat de Hondspol bleef bestaan.  Doordat we een grote groep mensen achter ons hadden staan, gaf dat een houvast en doorzettingsvermogen. Heel veel mensen waren over de zeik dat nu weer een mooie boerderij moest sluiten vanwege mismanagement van een grote zorginstelling.”

Het staat voorop dat Marcel veel overtuigingskracht en mensenkennis bezit. De overtuigingskracht van burgers die de rol nemen van beleggers vind ik verrassend. In Marcels woorden: “Als je iets heel graag wil en je zet je daarvoor in, dan komt het wel. En zo komen mensen op je pad. We hadden driehonderd mensen achter ons staan. Dat zijn best veel sterke mensen.” Verrassend en hoopgevend. Denk maar aan deze bemoedigende woorden, boeren en andere voedselondernemers, als het even wat minder lijkt te gaan.

Beeld:                  Thomas Karanikas.© all rights reserved
Redactie:            Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Auteur:                Susan Drion

Boerderij ’t Paradijs: aandeelhouders aantrekken met dezelfde missie

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Boerderij ´t Paradijs laat zien hoe samenwerking tot duurzame landbouw kan leiden.

Zouden we het wel halen? We glibberen over de besneeuwde wegen naar boerderij ’t Paradijs toe. Ook anderen is het gelukt, de parkeerplaats staat vol en iedereen is al druk bezig. Het is een grote, veelzijdige boerderij en er is zelfs een kantoor waar we ons moeten melden. Na een gezellig kopje koffie met de zorgcliënten, laat IJsbrand Snoeij ons de boerderij zien. Dit is een man met een missie, een bezige bij, invoelend, maar ook zakelijk waar het om het runnen van zijn bedrijf gaat.

Op missie

IJsbrand en Caroline Snoeij besloten in 2006 zorgboerderij ‘t Paradijs op te richten. Er worden groenten verbouwd en koeien, paarden, varkens en kippen gehouden. Ook biedt ’t Paradijs dag –en weekendopvang aan voor (dementerende) ouderen, volwassenen met een beperking en kinderen met een aan autisme verwante stoornis. IJsbrand en Caroline komen niet uit een boerengezin en moesten hun boerderij uit het niets opbouwen. Ik vraag IJsband wat het achterliggende doel is van het starten van deze boerderij.

De tuinderij in de sneeuw
De koeien staan ’s winters binnen, om de hoek vind je de varkens en 6000 kippen.

IJsbrand: “Ik wilde boer worden. Samen met mijn vader zouden we een boerderij starten. Maar toen ik zestien jaar was, overleed hij. Toch wilde ik onze droom van een boerderij verwezenlijken. Uiteindelijk gaat het erom dat we daadwerkelijk iets voor de samenleving kunnen betekenen met deze boerderij. Nu mag ik van een heel aantal gekwetste kinderen, met gescheiden ouders en verloren vaders weekendvader zijn. Dat is mooi. Het gaafste is om zien dat kinderen die afscheid nemen van deze boerderij veranderd zijn. Ze vertellen dat ze betere vaardigheden hebben geleerd of beter onderdeel kunnen zijn van de samenleving. Op deze boerderij kunnen ze betekenisvol zijn. Het accent ligt niet op wat ze niet kunnen, maar op wat ze wél kunnen, op hun gezonde en sterke kanten.”

IJsbrand Snoeij in theeschenkerij. Achter ons staan vier man het vlees te wegen en verpakken van de koeien die IJsbrand houdt.

Van dromen naar creatief financieren

Voor het opbouwen van de boerderij was veel geld nodig. Samen met IJsbrand loop ik door de financieringsconstructie heen. Het is een ingewikkelde deze keer.

In de eerste twee jaar is er sprake geweest van vier geldstromen om de boerderij te kunnen starten. De Noaber Foundation heeft een lening verstrekt van €100.000,- tegen een rentepercentage van drie procent. De Noaber Foundation ontvangt donaties van een familiefonds en kan dat geld dan vervolgens weer kan investeren in projecten. Dit was het startkapitaal voor het opzetten van de boerderij.

Ik was nog niet zo bekend met de wereld van familiefondsen. Is het normaal dat een familiefonds haar geld zo uitgeeft? Na wat dieper graven ontdek ik de drijvende kracht van familiefondsen. De NRC kopte in mei 2017 dat de dertig gulste families in 2015 samen 246,4 miljoen euro weggaven aan goede doelen. Via de Noaber Foundation is zo ook geld van de familie Baan bij IJsbrand en Caroline terecht gekomen.

Daarnaast hebben verschillende fondsen geld gedoneerd, ook ongeveer €100.000,- in totaal in de eerste twee jaar. Dit is naar zaken gegaan zoals het busje wat de zorgcliënten hier brengt. Verder hadden IJsbrand en Caroline natuurlijk een plek nodig. Stewardship Real Estate, een maatschappelijk onroerend goed bedrijf, heeft de huiskavels (6.5 hectaren) en de gebouwen gekocht. Ook Stewardship Real Estate ontvangt donaties van hetzelfde familiefonds om in maatschappelijke projecten te investeren. Het echtpaar pacht de grond en de gebouwen weer van het onroerend goed bedrijf. Dit heet een hoevepacht, dat betekent dat zowel de gebouwen als de grond gepacht worden. De overeenkomst is een erfpachtconstructie. Erfpacht is het zakelijk recht om de grond en gebouwen voor minstens 26 jaar te gebruiken. Hierdoor hebben IJsbrand en Carolien de zekerheid dat ze nu en later kunnen genieten van de investeringen in het bedrijf die ze zelf hebben gedaan.

Tenslotte heeft het echtpaar zelf veel onbetaalde arbeid gestoken in het opzetten van de boerderij. Dit is gewaardeerd door het als een achtergestelde lening van €500.000,- op de balans van de stichting ‘t Paradijs te zetten.

’t Paradijs is een van de weinige boerderijen die ik ben tegengekomen met een financieringsvorm in samenwerking met maatschappelijke fondsen –en organisaties. Waarom komt dit niet vaker voor? Theo Dijkstra, van Stewardship Real Estate, gaf een mogelijke verklaring: de meeste familiefondsen zoeken liever niet de publiciteit op en zijn daarom moeilijk te vinden. Maar als je er een gevonden hebt, kan het een waardevolle samenwerking opleveren. Het blijken gulle gevers, maatschappelijk betrokken en potentieel geïnteresseerd in de financiering van land. Toegang tot land kan een grote maatschappelijke bijdrage zijn die ook nog eens vrij waardevast is.

In gesprek met IJsbrand over zijn financieringsvorm.

Investeerders aantrekken door een besloten vennootschap op te richten

In 2012 besloten IJsbrand en Caroline de rechtsvorm van de boerderij te veranderen van een stichting naar een besloten vennootschap (bv). Een belangrijke beweegreden hiervoor was het gevoel van eigenaarschap. “Een stichting is van niemand, een stichting heeft geen eigenaar. Je voelt je geen eigenaar, alhoewel je er wel veel tijd en geld insteekt. Een andere belangrijke reden heeft te maken met het aantrekken van investeerders. Ook die wil het je het gevoel van zeggenschap en eigenaarschap geven. Binnen een stichting kunnen investeerders alleen maar een bestuurlijke rol nemen,” legt IJsbrand uit.

Daarnaast laat een bv-constructie het verhandelen van aandelen toe, wat kapitaal in de boerderij kan brengen. Zo kan nu ook de stichting ’t Paradijs, die aandeelhouder is, een betere rol krijgen in de boerderij. IJsbrand: “Het bedrijf is gegroeid en daarmee ook de aandelen. Ook de aandelen van de stichting zijn gegroeid terwijl zij hier relatief weinig voor hebben gedaan. Hoe kapitaliseer je dat nou? De stichting verkoopt wat van haar aandelen die of door ons of door Stewardship Real Estate gekocht worden. Door de waardevermeerdering van de aandelen komt er in één keer kapitaal in de stichting, dat vervolgens wederom in innovaties kan worden geïnvesteerd.”

De meeste aandeelhouders zitten in het bedrijf voor eigen gewin. De winst gemaakt door het bedrijf krijgen ze uitbetaald in de vorm van dividend. Hoe zit dat bij boerderij ’t Paradijs?

“Het mooie is dat wij een maatschappelijke onderneming zijn. Alle winst van de afgelopen elf jaar is allemaal weer geïnvesteerd in de onderneming. Er is geen winst uitbetaald in de vorm van dividend. De reden waarom je aandeelhouder zou worden, namelijk voor de uitbetaling van winst, gaat nu niet op. Dat is denk ik wel de kracht van het model,” legt IJsbrand uit.

De financieringsconstructie van boerderij ’t Paradijs

Wat heeft deze financieringsvorm tot zo’n succes gemaakt volgens jou?

IJsbrand: “Onze roeping. Sommige mensen noemen het dan geluk. Ik noem het dat je dingen worden toevertrouwd in het leven. Als je dat zo ziet, dan staat voor mij de dankbaarheid centraal. Het zijn beide belangrijke drijfveren en succesfactoren: de roeping enerzijds, de dankbaarheid anderzijds. En het verhaal kan je zien als succesfactor, absoluut. Een verhaal wat mijn vrouw heel goed kan vertellen, ze is een echte ras communicator. Het levensverhaal van mij en mijn vrouw is gewoon super mooi, wat ik nooit zo bedacht heb van te voren. Ik bedoel, het is onderdeel geworden van ons business model, onze gunfactor, maar dat is zeer oneerbiedig gezegd. Want wie vindt het leuk dat hij zijn vader verliest…’

Meerwaarde

Het is inspirerend om te zien dat boer zijn ook op deze manier kan en dat het te financieren valt. Ik vraag IJsbrand wat voor hem de meerwaarde was om op deze manier financiering te vinden.
“Op deze manier denk je echt na over de financiering en wordt je creatiever. Ook ben je veel beter je netwerk aan het benutten. En dat netwerk is uiteindelijk waar deze boerderij op draait,” benadrukt IJsbrand. “Zonder de eindeloze inbreng van vrijwilligers en het vertrouwen van financiers was dit nooit gelukt. Ook hier staat dankbaarheid weer centraal.”

Beeld:                  Thomas Karanikas.© all rights reserved
Redactie:            Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Auteur:                Susan Drion

De Melkbrouwerij: ook banken veranderen

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. In deze blog onderzoek ik of banken ook alternatieve financiering aanbieden.

Ik ben op weg naar een kleine melkveehouderij in het coulisselandschap achter Deventer, op zich niets bijzonders. Het verhaal van Arjuna en Rick Huis in ’t Veld is dat wel, al spreekt Arjuna er heel nuchter over. “We wilden terug naar de basis. Gewoon normaal doen,” vertelt de melkveehoudster.

Rick ging drie jaar geleden bij het bedrijf van zijn ouders, de Melkbrouwerij, in maatschap. Samen staan Rick en Arjuna aan het begin van hun carrière in het boerenvak. Dat is toch wel heel iets anders na jarenlang aan de kunstacademie te hebben gestudeerd. Ricks ouders vangen hun twee jonge kinderen even op zodat het stel rustig kan vertellen hoe zij financiering hebben gekregen: via een lening bij de Triodos Bank.

Rick en Arjuna leggen uit welke stappen ze ondernomen hebben voor het verkrijgen van de lening

De lening bedraagt 250.000 euro, terug te betalen in 25 jaar. Rick en Arjuna kregen rentekorting van een half procent omdat de lening via het Triodos Groenfonds moet bijdragen aan maatschappelijke doeleinden. Er blijft drie procent over die voor tien jaar is vastgezet. De lening maakt de omschakeling naar biologisch boeren mogelijk en financiert de sloop van de eerdere stal, asbestsanering, de bouw van de nieuwe hellingstal en de zonnepanelen die op het huis zijn geplaatst.

Een lening bij een bank is eigenlijk de meest gangbare financieringsvorm die je kunt kiezen. Toch heb ik ervoor gekozen deze financieringsvorm wel in mijn onderzoek op te nemen. Banken realiseren zich dat ze ingehaald worden door andere financieringsvormen en de Triodos Bank claimt te pionieren in het nieuwe bankieren. Laat de Triodos Bank zien dat ook banken zich aan het heruitvinden zijn en maatschappelijke verantwoordelijkheid willen nemen? Arjuna en Rick delen hun kijk hierop.

De hellingstal van binnen
De hellingstal van buiten

Voor de omschakeling naar biologisch moesten jullie de nieuwe stal financieren. Hoe is dat proces verlopen?

Arjuna begint te lachen. “Dat is een heel simpel verhaal, ik ben bang dat het interview zo over is”. Toch blijkt er gaandeweg nog genoeg te bespreken. Rick en Arjuna hadden zowel bij Triodos als bij de Rabobank een lening aangevraagd om de stal te financieren. De vergelijking van de twee banken levert interessante bevindingen op.

Beide banken ontvingen dezelfde informatie en beoordeelden de aanvraag. Er werd gekeken naar het doel van de investering, naar de jaarrapporten van het verleden en de bedrijfseconomische verwachtingen voor de toekomst. “We wilden niet meer koeien gaan houden en zouden niet meer melk gaan produceren in de toekomst. Eigenlijk was alles wat we deden met dat geld kostprijsverhogend,” deelt Rick eerlijk. Voor Triodos was dat geen bezwaar. Zij zagen wel wat in de plannen van Arjuna en Rick om biologisch te worden en zelf melk te gaan verzuivelen. Voor de Rabobank was dit wél een probleem. Dat dertig hectaren grond in eigendom een flink onderpand kon bieden en Eko Holland de afzet kon garanderen, trok de Rabobank niet over de streep.

Hoe Arjuna en Rick het aanvragen van de leningen hebben ervaren

Wat is het achterliggende doel van de nieuwe stal?

Rick: “De stal staat eigenlijk symbool voor de manier waarop wij willen boeren. Het maakt een natuur en diervriendelijke manier van boeren mogelijk. Nu kunnen we biologisch boeren, gehoorde koeien houden en strorijke vaste mest op ons land uitrijden. Dit laatste zorgt voor een gezonde bodem. Het bodemleven eet het stro en de mest. Zo voed je de bodem in plaats van de plant. En het bodemleven zorgt voor een goede humusopbouw, waardoor de bodem meer CO2 vasthoudt.”

Rick’s verhaal klinkt goed onderbouwd. Maar wat drijft hem echt? Nu laat Rick zich wat meer kennen: “We vinden koeien ook gewoon heel mooi. We houden misschien wel meer van de natuur dan van de landbouw. Ik maak graag een combinatie van de twee.”

Niet alle banken zijn hetzelfde

Het verbaasde me om dit over de Rabobank te horen. Uiteindelijk is dit wel dé boerenbankdie steeds meer naar duurzame landbouw streeft. Ik vroeg aan Arjuna en Rick hoe dit gesprek met de Rabobank nou precies verliep.

“Er kwam een jonge man van de Rabobank langs. We zaten aan de keukentafel met Ricks ouders. Hij zat door de jaarrapporten heen te bladeren en leverde veel commentaar op onze bedrijfsvoering. Dat we scherper hadden mogen boeren de afgelopen jaren. En dat terwijl Ricks ouders altijd netjes hebben betaald en hun leven lang bij de Rabobank zitten.” vertelt Arjuna. “Zijn grootste bezwaar was dat je er niet twee modale inkomens uit kan halen. Als we meer krachtvoer zouden gaan geven of het aantal koeien zouden verdubbelen, dan kon het wel uit volgens hem. Dan heb je een inkomen, op papier. We konden hem niet overtuigen van onze plannen om meer inkomen uit zelf verzuivelen te halen, want dat stond nog niet op papier. Het ging puur over kilogrammen melk per hectaren,” vult Rick aan.

Later deelt Rick zijn overpeinzingen over deze botsing met de Rabobank. “Ik zat laatst nog te denken, achteraf, met terugwerkende kracht. Als we nou mee waren gegaan met Rabobank, dan hadden we een stal gebouwd voor honderd koeien want daar haal je twee inkomens uit. Dan hadden we geen fosfaatrechten gekregen en later een half lege stal gehad. Dan hadden we echt een groot probleem gehad.”

Arjuna laat hun yoghurt, kefir en melk zien

Zou elke boer dit zo kunnen doen?

Arjuna: “Nee, je moet wel een goede basis hebben, zoals vaste afzetkanalen of de zekerheid van grond in eigendom.” Rick: “Tijdens zo’n intake gesprek is het belangrijk om te laten zien dat je oprecht bent. Dat je het niet uit een noodgreep doet, maar dat je er echt achter staat.” “Wij zaten bijvoorbeeld heel erg op één lijn met Triodos. Er was ook een soort van vanzelfsprekendheid dat onze manier van boeren ook goed was.” vult Arjuna aan en vertelt verder “Ik zou het wel elke boer aanraden. Er zijn nog veel biologische boeren die niet bij een groene bank zitten. Dat vind ik vreemd. Als je verantwoord boert, waarom kijk je dan ook niet waar je geld vandaan komt?”

Rick en Arjuna hebben vastgehouden aan hun eigen plannen en hun eigen ideeën van wat goed boeren is. Hun verhaal maakt me bewust van de sturende kracht die investeerders kunnen hebben. Na een aantal gesprekken met de Rabobank wordt het me duidelijk dat een goed financieel plan belangrijker is dan de missie van de boer voor deze bank. In dit geval was de rentabiliteit, dit geeft de verhouding weer tussen het inkomen (cashflow) en het vermogen, van de Melkbrouwerij te laag ingeschat om in aanmerking te komen voor een lening.

Banken blijven grootgebruikers van traditionele financieringsvormen, olietankers die maar langzaam veranderen. Hun koers zal in belangrijke mate de toekomst van onze landbouw bepalen. Nu maar hopen dat ook zij hun verantwoordelijkheid nemen voor een duurzame, toekomstbestendige landbouw.

Beeld:                 Thomas Karanikas.© all rights reserved
Redactie:            Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Auteur:               Susan Drion

Remeker Landcoöperatie: slim de grondhonger stillen

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. De Remeker Landcoöperatie laat zien hoe land kan worden gefinancierd.

We zijn niet de enigen op de Groote Voort. De winkel van de boerderij staat vol met klanten, die afkomen op de Remeker kaas. De krulvarkens wroeten buiten langs de oprijlaan en de Jerseys staan te grazen in de wei, de boerderij doet idyllisch aan. Ik ga aan tafel zitten met Irene van de Voort. Ze is een ondernemend type, daadkrachtig en niet zo onder de indruk van idealistische verhalen. Ook Jan Dirk van de Voort schuift aan. Met zijn rustige stem vult hij Irene aan waar nodig is. Hij is een boer van details, perfectie en gevoel. Hij weet me haarfijn uit te leggen waarom de Remeker Landcoöperatie zo belangrijk is voor de boerderij.

Irene is de drijvende kracht achter de Remeker Landcoöperatie. Het is een participatieconstructie: een financieringsvorm waarbij er samenwerking wordt gezocht met private vermogende partijen – in dit geval met burgers. Samen met Irene bespreek ik de technische details van deze financieringsvorm.

Van links naar rechts: Irene, Susan en Jan Dirk. Irene en Jan Dirk leggen mij uit hoe de Remeker Landcoöperatie werkt.

De Remeker Landcoöperatie in een notendop

De coöperatie geeft certificaten uit van €25.000,- per stuk. Burgers kunnen een certificaat kopen en worden daarmee lid van de coöperatie. Het doel van de coöperatie is om land vrij te maken voor de Groote Voort. Ze koopt land op en verpacht dit aan Irene en Jan Dirk. De certificaathouders ontvangen 1.5% rente. Dit percentage is hetzelfde als de canon, het huurbedrag van het land, wat Irene en Jan Dirk betalen aan de certificaathouders. De pachtprijs is dus de rente over de investering. Er wordt gewerkt met een liberale pacht constructie: Jan Dirk en Irene pachten voor periodes van zes jaar, mogen de grond alleen zelf gebruiken en er zijn afspraken gemaakt hoe het land onderhouden hoort te worden. Op deze manier is er al 4 hectaren land vrij gemaakt.

Irene en Jan Dirk trekken investeerders aan door de boerderij te laten zien, bijvoorbeeld door middel van excursies. Persoonlijk contact is in het begin van belang, maar mag niet te veel tijd kosten. Irene: “Investeerders kunnen langskomen om kaas te kopen, maar het is in principe een zakelijke relatie. We gaan geen extra activiteiten organiseren, want dat was nou net niet de bedoeling.”

Irene en Jan Dirk in de stal

Wat is het achterliggende doel van de Remeker Landcoöperatie?

Jan Dirk: “De beschikbaarheid van meer land helpt ons om de kringlopen te sluiten: we kunnen het land bewerken met onze eigen mest en zelf graan verbouwen. Dan hoeven we geen mest meer af te voeren en geen graan meer aan te kopen. Kringlopen compleet sluiten is heel erg moeilijk, maar we kunnen wel heel ver komen. Dát wil ik laten zien.

Verder zorgt het gebruik van eigen mest voor een ander voordeel: het home field advantage. De gisten, schimmels en bacteriën in de bodem zijn heel belangrijk en werken het beste op onze eigen mest. Dat voordeel zien we nu ook terug in de eigen smaak van de kaas.”

Jan Dirk laat zien wat goede kaas is

Het proces

Irene is een volhouder met passie voor het bedrijf, al sinds 2002 is ze bezig om een landcoöperatie op te zetten. Ze heeft veel geleerd van de eerste poging: het opzetten van het Lunters landfonds. Het geld van burgers werd ingezet om land aan te kopen voor Lunterse boeren. Door samenwerking met andere boeren en burgers en de belangstelling van andere organisaties moest er veel overlegd worden. Te veel, vond Irene. Toen het Lunters landfonds eindelijk stond, ging het geld niet naar de Groote Voort maar naar een gangbare kalvermester.

Irene: “Dat was een hele belangrijke les. Dat heeft ertoe geleid dat we hier er het Remeker landfonds van gemaakt hebben. Nu is het fonds puur voor ons eigen bedrijf.” In de infographic hieronder zie je het tijdspad dat Irene en Jan Dirk hebben doorlopen.

De ontwikkeling van de Remeker Landcoöperatie door de ogen van Irene en Jan Dirk

Welke uitdagingen ben zijn jullie tegengekomen in dit proces?

Irene: “Wetten en regels waren niet zo’n probleem. De inleggers hadden wel een probleem met de belasting over de certificaten. Om de landcoöperatie aantrekkelijk te maken is het wel handig als het belastingtechnisch voordelig is voor de inlegger, en belast wordt in box 1 in plaats van box 3. Dat bleek uiteindelijk best belangrijk en is gelukt.” Irene benoemt nog een andere uitdaging “Je wordt doodgeknuffeld. Maar daar moet je juist bedacht op zijn, anders kost het alleen maar heel veel tijd. Dan houdt het op.”

Jan Dirk deelt een andere remming. “Ik geef meer dan 100 excursies in een jaar, daar zitten ook vermogende mensen tussen – maar het is zelden dat er wat uitkomt. Nieuwe inleggers staan niet in de rij. Dat had ik anders ingeschat.”

Succesformule

De Remeker Landcoöperatie vaak aangehaald als een veelbelovend model. Ik vraag Irene en Jan Dirk wat zij zien als de succesfactoren.
Irene: “De registeraccountant en de eerste inlegger waren heel belangrijk. De eerste inlegger was ook degene die mij op het idee bracht om met certificaten van €25.000 te werken. Ik vond dat een astronomisch bedrag, maar het was een heel goed idee. Je trekt er namelijk een serieus en kapitaalkrachtig publiek mee aan. Verder staat of valt de landcoöperatie bij een goed bestuur. Voor de oprichting van de coöperatie heb je gewoon een rechtspersoon nodig, vertegenwoordigd door een bestuur. De landcoöperatie is zijn eigen entiteit, waarvan ik zelf niet in het bestuur kan zitten als pachter.”

Denk je dat elke boer zo’n landcoöperatie zou kunnen opzetten?

Irene: “Nee. Je moet wel een knuffelbedrijf hebben, een bedrijf hebben met een verhaal. Dus de eerste de beste boer hoeft hier echt niet aan te beginnen.” “En je moet betrouwbaar zijn. Ze vertrouwen de coöperatie wel €25.000 toe. Gelukkig is grond vrij waardevast en loopt de coöperatie daardoor nagenoeg geen risico.” vult Jan Dirk aan.

Grondhonger

Het verhaal van Irene en Jan Dirk maakte me duidelijk dat toegang tot grond een belangrijke rol speelt in verduurzaming van de landbouw. Toegang tot meer grond kan boeren in staat stellen kringlopen te sluiten. Maar de landbouwgrondmarkt is krap. De overheid wil dat de melkveehouderij grondgebonden groeit en boeren staan te popelen om de grond van gepensioneerde boeren over te kopen. En dit leidt tot wat Irene heel treffend omschreef als  ‘enorme grondhonger’. Grond lijkt door deze grondhonger alleen maar meer waard te worden. Beleggers staan in de rij om te investeren. Maar voor veel boeren is grond te duur geworden, om te kopen, over te dragen en om op te produceren. Irene en Jan Dirk werken slim samen met vermogende burgers. Zij beleggen in grond en maken dat vrij voor de Groote Voort tegen een relatief laag rendement. Zo weten Irene en Jan Dirk zich staande te houden in agrarische grondmarkt waar de concurrentie hevig is.

Beeld: Thomas Karanikas.© all rights reserved

De Beersche Hoeve B.V.: kampioenen in delen

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor een ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Naar aanleiding van mijn oproep benaderde de Beersche Hoeve BV mij met een interessant verhaal.

Ik voelde zijn bevlogenheid door de telefoon. René Groenen benaderde mij naar aanleiding van mijn eerste blog. Of ik ook bleef eten? De Beersche Hoeve heeft niet alleen een goed verhaal maar is ook ontzettend gastvrij. Eenmaal aangekomen op de boerderij ontvangt René mij met een brede glimlach. We gaan aan de keukentafel zitten en later schuift Gineke de Graaf aan. Ze zet de boodschappen weg, rommelt wat in de keuken en legt dan in detail uit hoe zij hun nieuwe bedrijf gefinancierd hebben.

Van links naar rechts: René, Gineke en Teun

René en Gineke telen zaadvaste rassen, om robuuste en kwalitatief goede planten een plek te geven in de biodynamische landbouw en om de afhankelijkheid van grote zaadbedrijven te doorbreken. Ze wilden op de boerderij wonen, kweektunnels en meer schuurruimte. Dit kon niet op hun vorige boerderij, de Groenen Hof, en dus zochten ze naar een nieuwe plek. De financiering hiervoor kwam volledig uit hun eigen netwerk, vooral van hun zakenpartners.

In de infographic hieronder zie je de details van de financieringsvorm die René en Gineke hebben gebruikt. Om het bedrijf overdraagbaar te maken is al het vermogen onder gebracht in een B.V. die 100% dochter is van Odin. Gineke en René zijn in loondienst van de nieuw opgerichte B.V: De Beersche Hoeve B.V. Hun mogelijke opvolger, Teun Luijten, is dat ook . Het verdere kapitaal wat is binnengehaald, komt van drie bronnen: Bingenheimer investeringsfonds, het zaadbedrijf waar Gineke en René voor produceren, Odin, een biologische voedsel coöperatie, en particulieren. Het geld wordt gebruikt voor apparatuur en materialen om de zaadveredeling –en vermeerdering te verbeteren. Landgoed Baestheeft voor de grond en gebouwen gezorgd.

Over de samenwerking met Odin, Baest en Bingenheimer is het koppel heel tevreden. Ook de leenactie met particulieren was snel afgerond. Toch blijft deze laatste vorm lastiger. Gineke: “Die leenactie, dat zijn allemaal kortlopende leningen. Daarmee verschuiven we toch wel een bepaald vraagstuk. Dit vroeg ik me al tijden af, waarom verschuiven we dit probleem naar volgend jaar en het jaar daarna en daarna?” René vult aan: “Een dergelijke lening moet je niet te groot maken, dat is levensgevaarlijk. Hier zit een heel andere tijdsdynamiek in en daardoor meer onrust.”

Financieringsconstructie Beersche Hoeve B.V.: René en Gineke hebben heel wat lijntjes lopen

Welk doel hadden jullie voor ogen toen jullie besloten deze financieringsvorm te gebruiken?

René: “Dus we waren het met elkaar over eens dat onze oude boerderij, de Groenen Hof, niet toekomstproof was. We wilden dat de nieuwe generatie zo weinig mogelijk schulden hoeft te maken om een bedrijfsvorm te kiezen die op landbouwkundige principes georiënteerd is en niet op bedrijfseconomische principes.” “We wilden een manier ontwikkelen waardoor vormen van biodynamische landbouw echt mogelijk zijn”, vult Gineke aan. Kapitaalneutralisatie is een belangrijk middel daarin. Het betekent dat het vermogen niet gekoppeld is aan personen. Het bedrijf is nu van de coöperatie Odin. Onze opvolger hoeft het niet te kopen, dus hoeft het bedrijf  niet elke generatie zijn eigen waarde op te brengen. Wanneer dit wel moet, levert dit grote druk op voor de landbouw. Dan worden beslissingen genomen op financieel-economische gronden en niet op landbouwkundige gronden. En dat gaat ten koste van kwaliteit van de landbouw.”

Teun, geen boerenzoon maar wel de mogelijke opvolger van Gineke en René

Het proces

De infographic hieronder beschrijft enkele belangrijke momenten voor René en Gineke. Ook de tijd voor 2012 heeft een rol gespeeld. René en Gineke zijn allebei lange tijd betrokken bij Odin en kennen Koos Bakker, directeur van Odin, persoonlijk. Vele gesprekken met onder anderen Koos Bakker en Marc Mulders, de kunstenaar woonachtig op landgoed Baest, over de toekomst van de landbouw en zaadvaste rassen maakten de weg vrij voor de Beersche Hoeve B.V.

De ontwikkeling van de Beersche Hoeve BV door de ogen van Gineke en René

Veel persoonlijke relaties dus. Terwijl ik naar Gineke en René luister probeer ik te begrijpen hoe al deze lijntjes lopen. Het koppel lijkt een soort aantrekkingskracht te hebben. Veel geldschieters kwamen naar hen toe. Toch ben ik benieuwd of er dan helemaal geen weerstand was van de omgeving. Gineke kijkt nadenkend. “Nee, in dit proces eigenlijk niet. Eerder wel, die boerderij op het landgoed ‘de Utrecht ‘ is niet gelukt.”

Aan de keukentafel bij René en Gineke

Waarom denken jullie zelf dat dit zo goed is gegaan?

Gineke: “De tijd, de relaties en de constellatie waren rijp. Wij, Baest en Odin kwamen samen. Ieder had eigen wensen over een te zetten stap en die drie ideeën pasten erg goed bij elkaar. Dat maakte dit eigenlijk mogelijk.” René knikt instemmend. “Het klikte enorm. We konden elkaar vinden op gedeelde waarden. Odin is ook het enige bedrijf waarmee we zoiets hadden willen doen, vanwege die gedeelde waarden. We voelen ons hier erg thuis.”

De investeerders durfden op de twee te vertrouwen. Ze zou zouden er niet zomaar tussen uit knijpen en vullen elkaar goed aan. Gineke kijkt naar haar partner in crime “en jouw bevlogenheid heeft het een succes gemaakt” zegt ze. “En jouw degelijkheid” zegt René met een knipoog. Een goed team dus, iedereen lacht.

Als andere boeren dit ook zouden willen doen, welke lessen zou je ze willen mee geven?

René: “Je moet heel goed weten wat je wil en bereid zijn een echte partner te worden van anderen. Je moet je realiseren: ‘het is niet meer van mij alleen’.”

Gineke en René lijken kampioenen in delen: hun gastvrijheid, hun verhaal en hun eigendom. En dat betaalt zich terug in waardevolle zakenpartners. Zakenpartners die net als Gineke en René willen investeren in een toekomstbestendige boerderij.

Beeld: Thomas Karanikas.© all rights reserved

Herenboeren Wilhelminapark: boer, burger en consument in één

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor een ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Herenboeren trapt af.

Waar is de boerderij? Dat is het eerste wat er door me heen gaat. Ik word ontvangen in ‘de keet’, twee grote containers compleet met verwarming, wc en licht. De boerderij, dat is het land. En de boer is al naar huis. Herenboeren zet mijn perspectief van wat een boerderij is en hoe je deze financiert op de kop.

Douwe Korting zet een kop thee neer, van onder zijn grote krullenbos kijkt hij me scherp aan. Trots begint hij te vertellen over Herenboeren. Even later loopt Geert van der Veer binnen. Hij moest eerst nog even de varkens voeren, deelt hij met een brede lach op zijn gezicht.

De keet

Herenboeren is een van de weinige burgerinitiatieven die zelfs het idee van alternatieve financiering uitdaagt. Het gaat namelijk niet om het aantrekken van vreemd vermogen. Herenboeren is compleet gefinancierd door burgers die ook eigenaar zijn van de boerderij: door eigen vermogen dus. De boerderij is volledig onafhankelijk van subsidies en maakt geen winst. En de boer is in loondienst. Hoe deze dwarsdenkers te werk gaan, lees je in deze blog.

Geert van der Veer, oprichter Herenboeren, (links) en Douwe Korting, bestuurslid Herenboeren Wilhelminapark (rechts)

Hoe werkt Herenboeren precies?

Douwe: “We hebben een coöperatie van momenteel 150 huishoudens, met ruimte tot 200, die eenmalig €2000 investeren. Van die vier ton is de boerderij ontwikkeld. Naast deze bijdrage deelt de coöperatie de jaarlijkse kosten. Er wordt een begroting gemaakt, de boer moet betaald worden bijvoorbeeld. Alle kosten deel je door de monden die van de boerderij eten. In ons geval maximaal 500 monden. Ieder lid betaalt ongeveer €500 per jaar om samen de begroting te dichten. Vegetariërs iets minder, alleseters iets meer. Met elkaar dek je de kosten en wat je daar voor terugkrijgt is je eten: jaarrond aardappelen, groente en fruit, en per mond tien kilo varkensvlees, zeven kilo rundvlees, kippenvlees en eieren.”

 Welk doel hadden jullie voor ogen toen jullie besloten deze financieringsvorm te gebruiken?

“Geld als middel. Punt.” zegt Geert kordaat.

Duidelijk. Geld als middel waarvoor?

Geert: “Ik gun mensen, letterlijk, het beste eten tegen een zo goedkoop mogelijke prijs… De marge die normaalgesproken naar de supermarkt gaat, ongeveer €0.85 per euro, benutten wij voor het uit ontwikkelen van natuur inclusieve landbouw. Wij verstaan daaronder dat we echt kijken naar nieuwe teelt- en houderijtechnieken, geredeneerd vanuit de meest natuurlijke omstandigheid van dier of plant.”

Wat motiveerde jullie om Herenboeren te starten?

Geert: “Ik heb gezien wat er in de huidige sector gebeurt… In mijn tijd bij de Limburgse Land –en Tuitbouw Bond (’98 – ’03) ontdekte ik dat wat ik eigenlijk ook wel wist: agrarische bedrijven zijn bijna allemaal technisch failliet. Het rendement op eigen vermogen is bijna nul en het ondernemersinkomen is rond de 30.000 euro. Moet ik daar nou 78 uur per week voor werken? Het is een way of life, dat hoort daar ook bij, dat snap ik, maar wie financiert dit? In een “normale” business wordt dit niet als een rendabele business case beschouwd…. Dat we nu aan het doen zijn, kan niet zo doorgaan. Er zal een alternatief komen.”

Het proces

De infographic hieronder beschrijft enkele belangrijke momenten voor Herenboeren. Het begon met een lijstje met de uitdagingen waar de sector voor stond, volgens Geert. Met al zijn bevlogenheid heeft Geert een groep mensen om hem heen verzameld. Samen hebben ze het concept tot in de puntjes uitgewerkt en uitgerekend. De locatie werd gevonden en met behulp van een lening van de Marggraff Stichting startklaar gemaakt. Vooral in bodemvruchtbaarheid werd geïnvesteerd. Toen was het tijd voor actie: het team kreeg 56 huishoudens zo ver om €2000 in te leggen. Dit overtrof het startkapitaal van €100.000.* Een half jaar later werd de boerderij opgeleverd.

De ontwikkeling van Herenboeren door de ogen van Geert van der Veer

Hoe kwamen jullie aan grond?

Geert: “Ik had een zakelijke relatie met de grondeigenaar. Die ons de grond gunde. Hij zocht namelijk juist een alternatieve inkomstenbron en wilde aan de slag met duurzame ontwikkeling op zijn terrein. We pachten deze grond – een constructie die voor mij weer te maken met de rol van geld. Het gaat niet over het hebben van grond, om eigendom dus, maar toegang hebben tot grond. We betalen bovendien een normale prijs. Ik wilde geen speciale deal. Ik wilde geen knuffel krijgen want dan zouden we een knuffelinitiatief worden. Het moest op basis van commerciële uitgangspunten ook werken.”

 In hoeverre ervoeren jullie weerstand of juist omarming van huidige wet -en regelgeving?

“Onnoemelijk” lacht Geert. “Een voorbeeldje: Het paste niet in het bestemmingsplan. We zijn rondleidingen gaan organiseren. De pers was ook uitgenodigd. Later stond er een artikel in de krant, dat potentiële herenboeren naar hun eigen locatie zijn komen kijken. En toen zag ook de gemeente de kracht van de community. Het is eigenlijk zo’n mooie sociale beweging. Nu gedogen ze de boerderij.”

Omdenken op grote schaal

Geert: “Ik zou nog één ding willen meegeven als het om financiering gaat. Van het geld dat wij met het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid uitgeven aan boeren, kunnen wij ook de burger financieren met eenmalig €2000. Dan is voor iedereen de drempel nul om een Herenboerderij te starten.”

Naast persoonlijke relaties en een goed verhaal, wat zijn andere factoren van succes geweest volgens jullie?

Geert: “Doordouwen. You need the fool. Iemand die gewoon echt zeg, stik d’r maar in, ten koste van alles, soms letterlijk alles.” Douwe: “We hebben de tijdgeest mee, wij zijn een bron van inspiratie voor de sector. Zonder ons tegen de gangbare sector af te zetten.” Geert vult aan “Het is vooral heel leuk”.

Zelfs ik moest even wennen aan het concept van Herenboeren. Na het interview lieten Geert en Douwe mij de velden, varkens en koeien zien. De miezer maakte alsof we alleen op de wereld waren.

Geert en Douwe gaven duidelijk aan dat Herenboeren geen knuffelinitiatief mag zijn. Toch is het bijna te mooi om waar te zijn. Maar de keiharde cijfers van Geert en Douwe bewijzen dat het kan: een gemengde boerderij, volledig gefinancierd en in eigenaarschap van burgers en een boer met een eerlijk inkomen. Een model om serieus te nemen.

Beeld koeien: door Douwe Korting aangeleverd
Alle andere foto’s: Thomas Karanikas.© all rights reserved

*alleen deze Herenboerderij heeft zo’n laag startkapitaal. Het model gaat uit van 200 leden en vier ton startkapitaal.