NAJK en Flynth verlengen samenwerking

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en Flynth hebben een nieuwe overeenkomst ondertekend waarmee Flynth en NAJK de samenwerking versterken. De partnerovereenkomst tussen NAJK en Flynth is op donderdag 18 april ondertekend door Andre Arfman, voorzitter van NAJK, en Bas Hidding, voorzitter raad van bestuur Flynth. NAJK is blij dat Flynth op deze wijze ervaring en kennis uitwisselt met jonge boeren en tuinders.

NAJK is de belangenbehartigingsvereniging voor jonge boeren en tuinders en vertegenwoordigt een enthousiaste en toegankelijke groep van 8.000 jonge agrarische ondernemers in Nederland. Flynth en NAJK werken al jaren samen om jonge agrarische ondernemers te ondersteunen in hun ambities. Ook de komende jaren zal visieontwikkeling en kennisdeling rondom agrarisch ondernemerschap centraal staan.

Ondersteuning jonge boeren en tuinders

NAJK sluit partnerovereenkomsten met de belangrijkste spelers uit de agrarische sector, zodat de leden van NAJK verrijkt worden met belangrijke kennis, ontwikkelingen en informatie uit de sector. “We zijn blij dat we aankomend jaar verder werken samen met Flynth. Flynth kent de sector goed en kan daarmee de jonge agrarisch ondernemers ondersteunen en de jonge boer en tuinder versterken. Het is van belang dat  jonge boeren en tuinders toegang hebben tot relevante kennis uit de agrarische sector: dit versterkt de toekomstbestendigheid van de sector”, aldus Andre Arfman, voorzitter NAJK.

Samen werken aan uitdagingen agrarische sector

Met de ondertekening van de partnerovereenkomst verbindt Flynth zich voor het komende jaar aan NAJK als partner van de jongerenvereniging. “Flynth zal in deze periode NAJK ondersteunen met kennis en kunde en bij de lobby rondom de invulling van het bedrijfsovernamefonds. Verder gaan wij speciaal voor de lokale AJK-afdelingen in het land bijeenkomsten organiseren en faciliteren. Deze lokale afdelingen kunnen hiervoor -naast de inbreng van onze kennis- een aparte vergoeding ontvangen. Zo willen we niet alleen op landelijk niveau, maar ook in de regio pal naast jonge boeren en tuinders staan”, aldus Bas Hidding.

Handelsakkoord soja en droge zomers | CDG Akkerbouw Joline Brouwer

Het is alweer twee weken geleden dat ik CEJA mocht vertegenwoordigen bij de CDG Akkerbouw COP (Akkerbouw adviesgroep voor de Europese Commissie specifiek over granen, oliehoudende zaden en eiwithoudende gewassen).

Het was een boeiende bijeenkomst waar o.a. werd ingegaan op de marktsituatie van mais, soja en granen. Onderdeel hiervan was de relatie van Europa t.o.v. de wereldmarkt. Specifiek werd ook de huidige ontwikkelingen rondom het nieuwe handelsakkoord met de VS omtrent soja besproken. Klein uitstapje > Waarom is soja zo interessant?

Je ziet dat de (West)-Europese sojateelt groeit jaar op jaar, zowel in opbrengst per hectare als in areaal (Oekraïne 8ste op de wereldranglijst). Het saldo is bijvoorbeeld concurrerend met wintertarwe. Maar een feit blijft dat de EU jaarlijkse opbrengst van bijna 3 miljoen ton klein in vergelijking met de top tien van grootste sojaproducenten wereldwijd (Gemiddeld schommelt de prijs van sojaschroot tussen de 300 en 350 euro per ton, afhankelijk van de kwaliteit). De EU-lidstaten importeren jaarlijks ongeveer 14 miljoen ton soja, vooral bedoeld voor veevoer. Alom worden pogingen gedaan om de afhankelijkheid van geïmporteerde soja te verkleinen. Zelf soja telen en bevordering van de teelt van andere gewassen zoals lupine en koolzaad worden daarbij gezien als de oplossing. Ook insecten worden de laatste jaren vaak genoemd als alternatieve eiwitbron. Als je dan kijkt naar het aandeel dat zou moeten worden vervangen door lokaal geproduceerd eiwit, vergt dat een enorme uitbreiding van het areaal voor koolzaad en andere eiwitrijke gewassen. Uiteindelijk denk ik dat verbannen van Soja uit de VS een illusie is, maar wellicht ook niet noodzakelijk. Soja van eigen boden is niet per se duurzamer dan Soja uit de VS. Dit komt omdat Europese soja vaak van mindere kwaliteit is. Omgerekend is de uitstoot van CO2 ook aanzienlijk groter. De klimatologische omstandigheden die in Zuid en Noord Amerika gelden zijn gewoon beter dan in Europa, daarnaast zijn het teeltgebieden waar de beste en meeste duurzame soja wordt geteeld. Desondanks blijft het natuurlijk wel van belang om onderzoek en proeven te doen binnen de EU naar; de rendabiliteit van (eiwit)gewassen, (genetische) verbetering van gewassen en het ondersteunen van alternatieve eiwitten. Om zo nieuwe mogelijkheden te verkennen en te onderzoeken en uiteindelijk te komen tot nieuwe inzichten en innovaties.

In het tweede gedeelte van het programma was er ruimte voor het bespreken van: de compensatie die de EU heeft gegeven voor de droogte van afgelopen zomer en werd de situatie van veranderde regelgeving voor biologische landbouw en GMO besproken.Aan het eind van het programma was er ook nog ruimte om te discussiëren over de toegevoegde waarden en nut van CDG. Daar kwam enigszins uit dat het zeer goed is dat CDG groepen er zijn, maar dat er nog wel meer geluisterd kan worden door de Europese commissie naar deze groepen. Het zijn allemaal experts die aanwezig zijn tijdens deze bijeenkomst en waar dus ook veel van kan worden geleerd. Meer ruimte dus voor discussies in het programma zou noodzakelijk zijn.

In het algemeen is belangrijk dat deze groepen er zijn en dat CEJA dergelijke bijeenkomsten bijwoont, omdat CEJA de stem is van de volgende generatie Europese boeren. Het is belangrijk dat de stem wordt gehoord over de uitdagingen die jonge boeren ondergaan in: overnames, goede werk- en leefomstandigheden, vergrijzing, toegang tot land, bewerkings- en productierechten en versterking van onderwijs- en opleidingsfaciliteiten voor jongeren in plattelandsgebieden. Om dit te bereiken is je stem laten horen via een Europees platform van groot belang!

Joline Brouwer, CDG Akkerbouw

Een aantal NAJK leden nemen namens NAJK deel aan cdg’s, dit zijn de adviesgroepen van de Europese Commissie. Zij vertellen graag over hun ervaringen en over de onderwerpen die hier worden besproken. 

Kuiper Dairy en cow sale

Woensdag zijn we op bezoek geweest bij melkveebedrijf Kuiper Dairy in Hico van Clemens en Karin Kuiper. Omdat ze in Nederland het melkveebedrijf thuis niet konden overnemen zijn ze in het buitenland de uitdaging aangegaan om te gaan melken. In Oost-Duitsland zijn ze begonnen op een grupstal met ongeveer 20 koeien. Daar hebben ze het bedrijf laten groeien tot dat ze de mogelijkheid kregen om het bedrijf te verkopen. In 2006 zijn ze naar Texas vertrokken en begonnen ze met het huren van een melkveebedrijf. Inmiddels hebben ze dit bedrijf gekocht en melken ze 4000 koeien op 1200 hectare grond. Deze grond gebruiken ze om hun eigen ruwvoer te telen, waaronder 2 teelten mais per jaar achter elkaar. Doordat er weinig regels zijn kun je in Texas ook echt met het boeren bezig zijn. En de kansen om met weinig startkapitaal een mooi bedrijf te beginnen zijn er nog steeds.

In de middag zijn we naar een koeienveiling gegaan. Hier wordt onverstaanbaar en binnen enkele seconden koeien verhandeld. Heel bijzonder om eens te zien!

Gezocht: jonge boer of boerin voor Kick Off Workshop in Ethiopië in mei

NAJK is op zoek naar een jonge boer of boerin die een Kick Off Workshop in Ethiopië wil verzorgen van 13-19 mei 2019. De workshop is bedoeld om de landbouwsector in Ethiopië te stimuleren om te investeren in de jeugd. Met deze Agriterra missie kun je bijdragen aan en betere toekomst voor jonge boeren in ontwikkelingslanden. Ervaring met (het besturen van) een coöperatie is voor deze missie een pré.

Voor meer informatie over de vacature zie: Vacancy for EV. 11143 Youth Kick-off workshop ET

Heb je interesse? Stuur dan uiterlijk 27 maart 2019 je CV naar mvanschaik@najk.nl.

Dagje Nederlands in Texas

´s Ochtends vertrokken we naar Henk Postmus, hij heeft een  biologisch melkveebedrijf met ruim 1200 ha land. Henk is in 1998 verhuisd naar Texas en in 2013 overgeschakeld naar een biologische bedrijfsvoering.  Er worden 1750 koeien gemolken en geweid. Henk hanteert hier een beweidingsysteem zoals in Nieuw Zeeland; elke dag wordt er gemeten hoeveel gras er staat en krijgen de koeien een nieuw perceel. Verse koeien tot 120 dagen worden 3 keer per dag gemolken, de rest 2 keer. Met de bus zijn we door de stallen gereden.

Vervolgens bezochten we de familie Stoker, waar een lunch voor ons klaar stond. Na de lunch hebben we een rondleiding gekregen over hun melkveebedrijf met  800 melkkoeien en bijhorend jongvee. Al het gras wordt met eigen persen in ronde balen geperst. Zo kunnen ze met twee personen inkuilen en zijn ze met inkuilen minder afhankelijk van personeel. Een goed jaar levert 4500 balen, een slecht jaar slechts 500.

Hierna zijn we doorgereden naar Albert Posthumus, de oprichter van AP Machinebouw in Nederland. Hij heeft in 1999 het bedrijf verkocht en is geëmigreerd naar Texas. Op dit moment heeft hij 80 medewerkers in dienst, verdeeld over zes locaties in de staten Texas , New Mexico en Kansas. De nadruk ligt op het maken en repareren van voermengwagens. Ook worden er mengkuipen op voormalige legertrucks gebouwd. Posthumus is continu bezig met het ontwikkelen van nieuwe machines voor de melkveehouderij, waaronder stationaire voermengwagens. Ook hebben ze een ‘service truck on wheels’ (vrachtwagen met mobiele werkplaats en kraan) om in andere regio’s voet aan de grond te krijgen en uiteindelijk mechanisatiebedrijven op te zetten. Daarna hebben we in Woody’s Place een dikke steak gegeten.

Realistische bijdrage zuivelsector aan klimaatplan

NAJK, NMV, LTO en NZO constateren dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de bijdrage van de zuivelsector aan het Ontwerp Klimaatakkoord realistisch acht. Het PBL stelt in de analyse van het ontwerpakkoord dat de beoogde reductie van broeikasgassen in 2030 onder voorwaarden haalbaar en betaalbaar is.

De LTO-vakgroep melkveehouderij, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) beogen met het in december vastgestelde zuivelplan een reductie, voor wat betreft methaan, van 0,8 megaton CO2-equivalenten (zie tabel klimaattafel Landbouw en Landgebruik). Volgens het planbureau is dat te realiseren. De NZO deelt de opvatting van het PBL dat er wel aan een aantal randvoorwaarden moet worden voldaan. Belangrijkste daarvan is de financiële situatie van de veehouderij. Die bepaalt de bereidheid van veehouders om te investeren in de klimaatopgave. Ook de ruimte die boeren hebben om hun bedrijf te ontwikkelen speelt een rol. Bovendien dienen er voldoende financiële instrumenten voor handen te zijn om de sector te ondersteunen bij het realiseren van de reductieopgave. Daarnaast is het belangrijk dat melkveehouders hun klimaatprestaties individueel kunnen verantwoorden via de carbon footprint monitor. Die geeft melkveehouders inzicht in de uitstoot van broeikasgassen op hun bedrijf.

Het Kabinet heeft de landbouw gevraagd om niet alleen de taakstelling van 3,5 Mton, maar ook de geformuleerde ambitie voor een reductie van ongeveer 6 Mton te realiseren. De opgave voor de zuivel/melkveehouderij verandert daarmee niet omdat de 0,8 Mton methaan “melkveehouderij en zuivel” reeds onderdeel uitmaakt van de totale ambitie (zie onderstaande tabel). Overigens staat in de brief van Kabinet te lezen dat: “daarvoor middelen beschikbaar zullen moeten worden gesteld (red: om van de 3,5Mton naar 6Mton te gaan) door het kabinet om de landbouwsector hierbij te ondersteunen. Met het oog hierop zullen plannen worden uitgewerkt waarbij wij goede mogelijkheden zien om hierbij een combinatie te maken met de visie van het kabinet voor een duurzame en sterke kringlooplandbouw.”

OPROEP: vul de enquête in over opleiding en coaching voor bedrijfsovername

Bij een bedrijfsovername van een landbouwbedrijf komt tegenwoordig veel kijken. Het is een bekende uitspraak dat maar 20% van een bedrijfsovername financieel is  en 80% emotioneel. Om het bedrijfsovernameproces soepel te laten verlopen volgen veel jonge ondernemers een cursus of opleiding. Sommige ondernemers kiezen er ook voor om individuele coaching te volgen.

NAJK wil weten in hoeverre het huidige aanbod ondersteuning biedt aan de bedrijfsovername. NAJK vraagt jou daarom om een enquête in te vullen. Met het resultaat wordt  vervolgens weer gekeken naar waar het aanbod verbetert kan worden. De enquête is bedoeld voor iedereen die een landbouwbedrijf over gaat nemen of de overname al gedaan heeft. De enquête bestaat uit 18 vragen en het invullen duurt enkele minuten. Klik hier voor de enquête.

Minister onverstandig met budget Bedrijfsovernamefonds

Tijdens het debat over de pulsvisserij op donderdag 21 februari 2019 deelde LNV-minister Schouten mee dat ook jonge vissers gebruik kunnen maken van een deel van het Bedrijfsovernamefonds. Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) vindt het onverstandig dat de minister het opleidings- en coachingsgedeelte van het Bedrijfsovernamefonds zonder financiële onderbouwing aan jonge vissers toezegt. Er is nog geen begroting gemaakt die aangeeft dat het budget ruim voldoende is om de gestelde doelen te bereiken.

De minister legde de Tweede Kamer donderdagmiddag uit dat naast jonge boeren en tuinders ook jonge vissers gebruik kunnen maken van het opleidings- en coachingsdeel van het Bedrijfsovernamefonds. Dit om jonge vissers, die in zwaar weer komen door het mogelijke verbod op de pulsvisserij, tegemoet te komen. “De precieze invulling van het opleidings- en coachingsgedeelte van het Bedrijfsovernamefonds is nog niet bekend. Daarmee is er ook nog geen begroting en is ook niet bekend of het budget toereikend is voor de gestelde doelen.”, aldus Sietse Draaijer, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille bedrijfsovername.

Het Bedrijfsovernamefonds is bedoeld om jonge boeren en tuinders te ondersteunen in hun bedrijfsovername. Volgens Draaijer zou het fonds ook voor jonge vissers een steuntje in de rug kunnen zijn. Draaijer: “Wij hebben niets tegen het opleiden van jonge vissers en het ondersteunen rondom de bedrijfsovername. Wel hebben wij bezwaren tegen het feit dat de toezegging er al is, maar het niet bekend is of het budget toereikend is. Niemand zit echter te wachten op een Bedrijfsovernamefonds dat niet in de behoefte voorziet van zowel de boeren, tuinders als vissers doordat er onvoldoende budget is.“

 

NAJK wil bedrijfsovernameloket

NAJK wil de 11 miljoen van het opleidings- en coachingsgedeelte in het Bedrijfsovernamefonds invullen met een bedrijfsovernameloket. Bij dit loket kunnen jonge boeren en tuinders terecht met vragen rondom de overname en voor opleiding en begeleiding. Dit loket zou een onafhankelijke coördinerende functie moeten hebben. Enerzijds zorgt het loket voor kennisontwikkeling en anderzijds zorgt het ervoor dat de jonge boeren en tuinders in het voor hun specifiek samengestelde traject terechtkomen. Bij het loket is een aantal onafhankelijke specialisten werkzaam die een traject op maat kunnen samenstellen voor deze jongeren en eventueel familie.

Draaijer: “Bij onze zuiderburen in Vlaanderen is een aantal jaren geleden het Kenniscentrum Bedrijfsopvolging opgericht. De ervaringen daar met het loket zijn heel positief en dient voor ons dus als een mooi voorbeeld. Dit is precies waar jonge boeren en tuinders behoefte aan hebben.”

Tijdens de inventarisatieronde die NAJK en het ministerie door het land hebben gedaan, bleek dat er een grote behoefte is aan opleiding en begeleiding vlak voor en na bedrijfsovername. “Het is dus belangrijk dat de juiste kennis en ondersteuning terechtkomt bij deze groep jonge boeren en tuinders. Via dit centrale en onafhankelijk loket kan dit worden bereikt.

Hendrik Spiker winnaar MaïsChallenge 2018!

Met een verschil van 1,5 punt won melkveehouder Hendrik Spiker uit Staphorst de MaïsChallenge 2018.  Landbouwwoordvoerder Helma Lodders maakte dit tijdens de prijsuitreiking op woensdag 13 februari op Aeres Hogeschool Dronten bekend. De vierde editie van het kennisuitwisselingsproject van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en Limagrain stond in het teken van bodem en milieu. In totaal gingen 41 jonge boeren met elkaar de strijd aan wie het beste maïs kon telen.

Winnaar Hendrik Spiker was blij verrast met de prijs: “Ik deed mee met de MaïsChallenge om meer kennis op te doen over maïsteelt. De reis naar Frankrijk winnen is een mooie beloning voor de inspanning. Je leert er weer nieuwe dingen bij. Ik deed dingen al wel goed, maar nu weet ik ook waarom die zo gedaan worden.”

De uitreiking werd gestart met een terugblik op afgelopen seizoen door Limagrain. Ludwig Oevermans (adviseur Limagrain) sprak over het bijzondere maïsjaar. Door de warmte kon in april al gezaaid worden, de grond was nog vochtig en de maïs kwam goed op, daarna kwam de droogte. Vooral lichte zandgronden hadden het zwaar, qua puntentelling moesten ze wel door de omstandigheden heen kijken. Toch concludeerde Eurofins Agro naar aanleiding van hun analyse dat de deelnemers hoger scoren op VEM, droge stof en zetmeel dan het gemiddelde.

Winnaars 2018

Helma Lodders kon zelf niet aanwezig zijn en maakte daarom via een videoboodschap de winnaars bekend. Winnaar Spiker won een geheel verzorgde studiereis naar Clermont-Ferrand, het maïsproductiecentrum van Frankrijk en de bakermat van Limagrain. Tweede prijs, een smartwatch, werd gewonnen door Jeffrey Bos. De derde prijs, een bluetooth box, werd gewonnen door Otto van Zoelen. Er waren punten te behalen op bodem, opkomst, oogst, in- en uitkuilen en participeren. De deelnemers konden in totaal 106 punten halen. De nummers één, twee en drie hadden respectievelijk 102, 100,5 en 99,5 punten behaald. Studenten van het Zone College werden vierde. Voor hen is, vanwege hun grote inzet, speciaal een prijs bedacht: een excursie naar het laboratorium van Limagrain in Rilland.

Maïsspecialisten geworden

De jonge boeren kregen tijdens de MaïsChallenge 2018 aan de hand van masterclasses over bodem en milieu, kennis aangereikt om meer en gezondere opbrengst uit hun maïs te halen. Voor veehouders is het zelf telen van ruwvoer een belangrijke factor voor een succesvol bedrijf. Met extra aandacht voor de teelt, het uitwisselen van ervaringen met collega’s en praktische kennis van een toonaangevend maïsveredelaar zijn de deelnemers echte maïsspecialisten geworden.