Brandbrief NAJK over situatie melkveehouderij

NAJK heeft een brandbrief gestuurd naar minister Schouten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de situatie in de melkveehouderij. Jonge boeren hebben bewegingsruimte en vertrouwen in de toekomst nodig. Juist deze dingen zien de jonge melkveehouders verdwijnen. Er wordt aan alle kanten aan de jonge boeren getrokken: aflossen, voldoen aan steeds weer nieuwe en hogere kwaliteitseisen, werken richting een visie die nog onzeker is, het biodiversteitsvraagstuk oplossen en het klimaat redden. Daarbij gebeurt er bijna wekelijks iets wat de ondernemer klem zet: het dierenactivisme maakt zijn opmars, het fosfaatrechtenstelsel wordt aangepast, bepaalde machines mogen plots niet meer gebruikt worden en de PAS wordt afgeschoten waardoor opeens duurzame ontwikkelingsplannen de prullenbak in kunnen. NAJK roept daarom minister Schouten op om de melkveehouderij ruimte te geven om te ontwikkelen.

Lees de hele brief hier: 06-03-02-3332NB – Brandbrief over situatie in de melkveehouderij

CDG on organic farming | Auke Spijkerman

Het is alweer bijna 2 weken geleden dat RTL nieuws met het nieuws naar buiten kwam over afwijkingen binnen de biologische sector. Tijdens die periode mocht ik naar Brussel toe. Dit om te kijken hoe de Europese commissie de wetgeving voor de biologische sector wil vernieuwen/ aanpassen. De regels voor biologische landbouw zijn namelijk in alle Europese landen gelijk, alleen zit er wel verschil in hoe landen de regels oppakken en hoe de nieuwe wetgeving op landelijk niveau ingepast kan worden.

De uitloop van kippen is nu een belangrijk topic waar in de EU over gesproken wordt. Bijvoorbeeld het al dan wel niet toevoegen van de serre in kippenstallen en of deze als buitenruimte meegerekend mag worden of niet. Dit stuk gaat over de technische invulling van de regelgeving wat stiekem wel een klein beetje saai is. Maar het is wel belangrijk voor biologische boeren dat dit goed geregeld is en het is daarom goed om te zien dat hier over gesproken wordt door boeren.Verder wordt er door de commissie onderzoek gedaan naar wat de civil dialogue group doet  en wat er beter zou kunnen. Hier is het wel interessant dat bepaalde groepen toch vaak vinden dat boeren oververtegenwoordigd zijn. Deze mensen vergeten vaak dat de regelgeving direct bij de boeren terecht komt en dat deze hier dagelijks mee moeten werken. Daarom is het ook zeer belangrijk dat boeren actief meehelpen om regelgeving beter te maken!

Vervolgens kregen we een zeer interessante presentatie over productie en import van biologische producten. Het was voor het eerst dat de commissie een overzicht kon geven over waar de biologische producten vandaan komen. Interessant is om te weten waar veel vandaan wordt geïmporteerd en wat dit voor producten zijn. Zo heeft Peru op het gebied van biologisch producten qua waarde het meeste geëxporteerd naar de EU.  Qua tonnage heeft China het meeste geleverd. Mocht je daar meer over willen weten kun je dat op de volgende hier vinden.

De biologische markt in de EU groeit hard en er wordt aangegeven dat de biologische markt deze groei zeer goed kan hebben. Verdere groei van biologisch boeren is dus zeker mogelijk.

De toegevoegde waarde van biologische producten is  hoger dan van gangbare producten. Dit verschil is in Europa alleen niet terug te zien in het inkomen van de boer. De marge wordt vooral gehaald later in de keten bij retailers, handel en verwerkers.

FAJK neemt zitting in Agro adviesraad

Namens het FAJK neemt voorzitter Nick Vermeer zitting in de pas opgerichte Agro Expert Raad (AER). Deze adviesraad onderzoekt welke ontwikkelingen en initiatieven kansrijk zijn voor Flevoland en wil daarmee een impuls geven aan vraagstukken in de Flevolandse agrofoodsector. De AER adviseert de partijen over hoe de ontwikkelingen benut kunnen worden voor een toekomst met kwalitatief beter, gezond, duurzaam en eerlijk voedsel. Nick Vermeer: “Jonge boeren vormen de toekomst van de Flevolandse agrarische sector, met de AER dragen we bij aan een duurzame en sterke agrarische sector, nu en in de toekomst”.

‘Bouwen aan een diverse agrofoodsector is daarbij belangrijk’, stelt Krijn Poppe, senior economist van Wageningen University & Research en voorzitter van de AER: ‘er zijn nog onvoldoende oplossingen voor de vraagstukken rond milieu, klimaat en landschap. Verandering is nodig en gewenst, ook bij de consument van de toekomst. De agrofoodsector wil voorop blijven lopen in de wereld, inspelen op nieuwe ontwikkelingen en de leefomgeving versterken in een verstedelijkende omgeving.’
Om de rol van voedselproducent te blijven vervullen en het hoofd te bieden aan de vraagstukken rond milieu en klimaat zet Flevoland in op gezonde landbouw voor iedereen.
De AER adviseert de Flevolandse partijen over kansrijke ontwikkelingen en hoe zij deze kunnen benutten voor een toekomst met kwalitatief beter, gezond, duurzaam en eerlijk voedsel. Samen wordt gekeken welke richtingen Flevoland kan inslaan en wat nodig is om doelen te bereiken: ‘Doet Flevoland de goede dingen en doet Flevoland dat goed?’

De AER is een onafhankelijk adviserend orgaan van en voor Flevoland en bestaat uit:
– De heer Jan-Nico Appelman, gedeputeerde Provincie Flevoland
– De heer Rob Donker, voorzitter Agrofoodcluster
– De heer Michel Haring, voorzitter Amsterdam Green Campus en hoogleraar Universiteit van Amsterdam
– Mevrouw Hetty Klavers, dijkgraaf Waterschap Zuiderzeeland
– Mevrouw Irene Korting, wethouder Gemeente Dronten
– De heer Arnold Michielsen, regiobestuurder LTO Noord regio West
– De heer Bastiaan Pellikaan, voorzitter College van Bestuur Aeres Groep
– De heer Krijn Poppe, senior economist Wageningen University & Research – voorzitter AER
– De heer Gerjan Snippe, directeur Biobrass Zeewolde
– De heer Nick Vermeer, voorzitter Flevolands Agrarisch Jongeren Kontakt
– De heer Chris de Visser, business developer Wageningen University & Research

Melkveehouderij aan de slag met stikstofreductie

NAJK, NMV, LTO Nederland en Netwerk Grondig zijn tot een gezamenlijke Sectoraanpak Stikstofreductie Melkveehouderij gekomen. Nevedi en NZO ondersteunen de sectorpartijen. Het is voor het eerst dat een dergelijke, gezamenlijke, aanpak is opgesteld om de stikstofexcretie in de melkveehouderij omlaag te krijgen.
De sectorpartijen hebben de afgelopen maanden gewerkt aan een gezamenlijke aanpak, gebaseerd op kennis en bewustwording bij melkveehouders en erfbetreders en voer- en managementmaatregelen. Zij gaan zich collectief inzetten voor verbetering van deze kennis en bewustwording door een programma op te zetten gericht op kennisverspreiding en voer- en managementmaatregelen.

Overschrijding dreigt De Nederlandse melkveehouderij dreigt boven het stikstofplafond uit te komen. Dit plafond is vastgesteld door Brussel en wordt vanaf 2020 ook opgenomen in de Nederlandse Meststoffenwet. Dat maakt de urgentie groter om nu te komen met maatregelen. Binnenkort worden de definitieve stikstofproductiecijfers 2018 verwacht. Om structurele overschrijding van het stikstofplafond te voorkomen, verzocht minister Schouten (LNV) de melkveehouderijsector begin 2019 om maatregelen te nemen die resulteren in een lagere stikstofproductie. Die handschoen hebben de sectorpartijen opgepakt. Zij willen immers als melkveehouderij een positieve bijdrage leveren aan de omgeving door kringlopen zo veel mogelijk te sluiten en verliezen te verminderen. Dat is goed voor bodem en dier. Het bedrijfsleven ondersteunt hierbij. NZO onderzoekt de mogelijkheid voor een indicator voor stikstofbenutting van de koe via tank melkureum en Nevedi-leden gebruiken die indicator onder andere in de advisering van melkveehouders.

Sluiten kringloop De Nederlandse melkveehouderij heeft samen met ketenpartners al eerder werk gemaakt van reductie van mineralenuitscheiding van de melkveestapel. Melkveehouders hebben de afgelopen jaren grote stappen gezet in de reductie van de hoeveelheid melkveefosfaten in de dierlijke mest. Zij hebben daarmee veel bereikt, zoals het behoud van derogatie en minder belasting van het milieu.

De sectorpartijen zien nu de taak om een stapje verder te gaan door met elkaar ook de stikstofemissie te verlagen en de mineralenkringloop daarmee verder te sluiten. De Sectoraanpak Stikstofreductie Melkveehouderij levert een bijdrage aan de kringlooplandbouw en het behalen van de klimaatdoelen.

NAJK-netwerkborrel 2019

Op maandagavond 17 juni en maandagavond 24 juni organiseert NAJK de jaarlijkse netwerkborrels. Op deze avonden kunnen provinciale en lokale AJK-bestuurders inspiratie opdoen voor het aankomende seizoen. Op deze avond presenteren NAJK en haar partners de avonden en activiteiten de ze voor jouw AJK te bieden hebben in de vorm van speeddates. Ook kun je onder het genot van een borrel ervaringen uitwisselen met andere bestuurders en NAJK medewerkers.

De netwerkborrel op 17 juni vindt plaats bij Boerderij PolderZicht in Mastenbroek, deze is voor de bestuurders in de noordelijke helft van Nederland. De netwerkborrel op 24 juni vindt plaats bij de Stapperij in Oirschot, voor de bestuurders in de zuidelijke helft van Nederland. Zo hopen we dat er voor iedereen een bereikbare locatie is, je mag zelf bekijken welke locatie voor jou het best te bereiken is. Let wel op dat je jezelf voor de goede netwerkborrel opgeeft.

Programma
19.30 uur        Inloop
20.00 uur        Welkom
20.30 uur        Speeddates
22.00 uur        Afsluiting en borrel

 

Netwerkborrel Mastenbroek
Datum: 17-06-2019
Tijd: 19.30-22.30
Locatie: Boer Pelleboer PolderZicht
Adres:  Oude Wetering 139a
8293 PE Mastenbroek

Aanmelden

Netwerkborrel Oirschot
Datum: 24-06-2019
Tijd: 19.30-22.30
Locatie: de Stapperij
Adres:  Spoordonkseweg 80
5688 KE Oirschot

Aanmelden

 

Akkerbouwers vrezen voor drama in de suikerbietenteelt

Nederlandse akkerbouwers hebben dit voorjaar voor het eerst in jaren aanzienlijke schade in de suikerbietenteelt omdat insecten grotendeels jonge kiemplanten opvreten. De reden is dat akkerbouwers gedwongen zijn onbeschermd zaad te gebruiken vanwege het Europese verbod op neonicotinoïden dat met steun van de Nederlandse overheid is afgekondigd. LTO Akkerbouw, NAJK, NAV en Royal Cosun hebben een brief gestuurd aan minister Schouten.

Een grote groep bietentelers probeert met inzet van insecticiden te redden wat er te redden valt. Soms moet er zelfs overgegaan worden tot overzaai. Dit is zuur omdat bietenzaad duur is en het zaaien een tijdrovend werk. De sectororganisaties vinden de situatie zo alarmerend dat ze met minister Schouten in gesprek willen. “Het stuit ons als akkerbouwers tegen de borst dat dit Europese verbod leidt tot een toename van de inzet van insecticiden in de bietenteelt. Daar is het milieu niet bij gebaat, daar zijn de bijen niet bij gebaat en daar is de bietenteler niet bij gebaat”, schrijven zij de minister. Tevens is zij uitgenodigd om de situatie met eigen ogen te komen aanschouwen. Jaap van Wenum, voorzitter van LTO Akkerbouw: “Wij willen met de minister in gesprek gaan om voor zowel het groeiseizoen van 2020 als de toekomst tot oplossingen te komen die de principes van geïntegreerde gewasbescherming geen geweld aan doen. We onderschrijven de gewasbeschermingsvisie van de minister. Onze Actieplan Plantgezondheid sluit daarbij aan waarbij we streven naar terugdringing van het middelengebruik. Slim gebruik van middelen, zoals in zaadcoating, hoort daar zeker in thuis.”

Beschermt het zaadje

Tot vorig jaar konden akkerbouwers werken met gecoat bietenzaad. Dit betekent dat elk zaadje voorzien is van een heel dun laagje met een minimale hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel met daarin een neonicotinoïde als werkzame stof. Deze coating beschermt het zaadje en later de kiem tegen vraat van (bodem)insecten. Nu zien de bietentelers zich genoodzaakt om veel zwaardere gewasbeschermingsmiddelen (insecticiden) in te zetten om hun bietenplantjes te kunnen redden. Dit zijn gewasbeschermingsmiddelen die zij in jaren niet hebben hoeven te gebruiken dankzij de coating.

Neonicotinoïden werden verboden omdat ze een schadelijk effect zouden hebben op bijen. Echter, suikerbieten is geen bloeiend gewas en trekt om die reden geen bijen aan. Toch is het in deze teelt verboden als zaadcoating met alle gevolgen van dien.

NAJK en Flynth verlengen samenwerking

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en Flynth hebben een nieuwe overeenkomst ondertekend waarmee Flynth en NAJK de samenwerking versterken. De partnerovereenkomst tussen NAJK en Flynth is op donderdag 18 april ondertekend door Andre Arfman, voorzitter van NAJK, en Bas Hidding, voorzitter raad van bestuur Flynth. NAJK is blij dat Flynth op deze wijze ervaring en kennis uitwisselt met jonge boeren en tuinders.

NAJK is de belangenbehartigingsvereniging voor jonge boeren en tuinders en vertegenwoordigt een enthousiaste en toegankelijke groep van 8.000 jonge agrarische ondernemers in Nederland. Flynth en NAJK werken al jaren samen om jonge agrarische ondernemers te ondersteunen in hun ambities. Ook de komende jaren zal visieontwikkeling en kennisdeling rondom agrarisch ondernemerschap centraal staan.

Ondersteuning jonge boeren en tuinders

NAJK sluit partnerovereenkomsten met de belangrijkste spelers uit de agrarische sector, zodat de leden van NAJK verrijkt worden met belangrijke kennis, ontwikkelingen en informatie uit de sector. “We zijn blij dat we aankomend jaar verder werken samen met Flynth. Flynth kent de sector goed en kan daarmee de jonge agrarisch ondernemers ondersteunen en de jonge boer en tuinder versterken. Het is van belang dat  jonge boeren en tuinders toegang hebben tot relevante kennis uit de agrarische sector: dit versterkt de toekomstbestendigheid van de sector”, aldus Andre Arfman, voorzitter NAJK.

Samen werken aan uitdagingen agrarische sector

Met de ondertekening van de partnerovereenkomst verbindt Flynth zich voor het komende jaar aan NAJK als partner van de jongerenvereniging. “Flynth zal in deze periode NAJK ondersteunen met kennis en kunde en bij de lobby rondom de invulling van het bedrijfsovernamefonds. Verder gaan wij speciaal voor de lokale AJK-afdelingen in het land bijeenkomsten organiseren en faciliteren. Deze lokale afdelingen kunnen hiervoor -naast de inbreng van onze kennis- een aparte vergoeding ontvangen. Zo willen we niet alleen op landelijk niveau, maar ook in de regio pal naast jonge boeren en tuinders staan”, aldus Bas Hidding.

Handelsakkoord soja en droge zomers | CDG Akkerbouw Joline Brouwer

Het is alweer twee weken geleden dat ik CEJA mocht vertegenwoordigen bij de CDG Akkerbouw COP (Akkerbouw adviesgroep voor de Europese Commissie specifiek over granen, oliehoudende zaden en eiwithoudende gewassen).

Het was een boeiende bijeenkomst waar o.a. werd ingegaan op de marktsituatie van mais, soja en granen. Onderdeel hiervan was de relatie van Europa t.o.v. de wereldmarkt. Specifiek werd ook de huidige ontwikkelingen rondom het nieuwe handelsakkoord met de VS omtrent soja besproken. Klein uitstapje > Waarom is soja zo interessant?

Je ziet dat de (West)-Europese sojateelt groeit jaar op jaar, zowel in opbrengst per hectare als in areaal (Oekraïne 8ste op de wereldranglijst). Het saldo is bijvoorbeeld concurrerend met wintertarwe. Maar een feit blijft dat de EU jaarlijkse opbrengst van bijna 3 miljoen ton klein in vergelijking met de top tien van grootste sojaproducenten wereldwijd (Gemiddeld schommelt de prijs van sojaschroot tussen de 300 en 350 euro per ton, afhankelijk van de kwaliteit). De EU-lidstaten importeren jaarlijks ongeveer 14 miljoen ton soja, vooral bedoeld voor veevoer. Alom worden pogingen gedaan om de afhankelijkheid van geïmporteerde soja te verkleinen. Zelf soja telen en bevordering van de teelt van andere gewassen zoals lupine en koolzaad worden daarbij gezien als de oplossing. Ook insecten worden de laatste jaren vaak genoemd als alternatieve eiwitbron. Als je dan kijkt naar het aandeel dat zou moeten worden vervangen door lokaal geproduceerd eiwit, vergt dat een enorme uitbreiding van het areaal voor koolzaad en andere eiwitrijke gewassen. Uiteindelijk denk ik dat verbannen van Soja uit de VS een illusie is, maar wellicht ook niet noodzakelijk. Soja van eigen boden is niet per se duurzamer dan Soja uit de VS. Dit komt omdat Europese soja vaak van mindere kwaliteit is. Omgerekend is de uitstoot van CO2 ook aanzienlijk groter. De klimatologische omstandigheden die in Zuid en Noord Amerika gelden zijn gewoon beter dan in Europa, daarnaast zijn het teeltgebieden waar de beste en meeste duurzame soja wordt geteeld. Desondanks blijft het natuurlijk wel van belang om onderzoek en proeven te doen binnen de EU naar; de rendabiliteit van (eiwit)gewassen, (genetische) verbetering van gewassen en het ondersteunen van alternatieve eiwitten. Om zo nieuwe mogelijkheden te verkennen en te onderzoeken en uiteindelijk te komen tot nieuwe inzichten en innovaties.

In het tweede gedeelte van het programma was er ruimte voor het bespreken van: de compensatie die de EU heeft gegeven voor de droogte van afgelopen zomer en werd de situatie van veranderde regelgeving voor biologische landbouw en GMO besproken.Aan het eind van het programma was er ook nog ruimte om te discussiëren over de toegevoegde waarden en nut van CDG. Daar kwam enigszins uit dat het zeer goed is dat CDG groepen er zijn, maar dat er nog wel meer geluisterd kan worden door de Europese commissie naar deze groepen. Het zijn allemaal experts die aanwezig zijn tijdens deze bijeenkomst en waar dus ook veel van kan worden geleerd. Meer ruimte dus voor discussies in het programma zou noodzakelijk zijn.

In het algemeen is belangrijk dat deze groepen er zijn en dat CEJA dergelijke bijeenkomsten bijwoont, omdat CEJA de stem is van de volgende generatie Europese boeren. Het is belangrijk dat de stem wordt gehoord over de uitdagingen die jonge boeren ondergaan in: overnames, goede werk- en leefomstandigheden, vergrijzing, toegang tot land, bewerkings- en productierechten en versterking van onderwijs- en opleidingsfaciliteiten voor jongeren in plattelandsgebieden. Om dit te bereiken is je stem laten horen via een Europees platform van groot belang!

Joline Brouwer, CDG Akkerbouw

Een aantal NAJK leden nemen namens NAJK deel aan cdg’s, dit zijn de adviesgroepen van de Europese Commissie. Zij vertellen graag over hun ervaringen en over de onderwerpen die hier worden besproken. 

Kuiper Dairy en cow sale

Woensdag zijn we op bezoek geweest bij melkveebedrijf Kuiper Dairy in Hico van Clemens en Karin Kuiper. Omdat ze in Nederland het melkveebedrijf thuis niet konden overnemen zijn ze in het buitenland de uitdaging aangegaan om te gaan melken. In Oost-Duitsland zijn ze begonnen op een grupstal met ongeveer 20 koeien. Daar hebben ze het bedrijf laten groeien tot dat ze de mogelijkheid kregen om het bedrijf te verkopen. In 2006 zijn ze naar Texas vertrokken en begonnen ze met het huren van een melkveebedrijf. Inmiddels hebben ze dit bedrijf gekocht en melken ze 4000 koeien op 1200 hectare grond. Deze grond gebruiken ze om hun eigen ruwvoer te telen, waaronder 2 teelten mais per jaar achter elkaar. Doordat er weinig regels zijn kun je in Texas ook echt met het boeren bezig zijn. En de kansen om met weinig startkapitaal een mooi bedrijf te beginnen zijn er nog steeds.

In de middag zijn we naar een koeienveiling gegaan. Hier wordt onverstaanbaar en binnen enkele seconden koeien verhandeld. Heel bijzonder om eens te zien!