Dag 5 – Met een Nederlands tintje

‘s Morgens vroeg vertrokken we vanuit Colonia de Sacramento richting Daan van Langen. Daan is een Nederlandse jongen van 30 jaar oud en woont met zijn vriendin op een akkerbouwbedrijf. Hij woont nu vier jaar in Uruguay en is bedrijfsleider op het akkerbouwbedrijf met 750 ha grond met als hoofdteelten mais en soja.
Een van de overige gewassen die Daan teelt is koolzaad. Dit wordt gebruikt voor biodiesel. Het bedrijf is eigendom van een Amerikaanse investeerder. De soja heeft een hoog saldo, maar in verband met resistentie van onkruiden tegen glyfosaat wordt er ook gewisseld met mais. In de mais kun je onkruiden spuiten met middelen waar soja niet tegen kan. De maisteelt staat er in Uruguay om bekend moeilijk te zijn. Vooral droogte zorgt ervoor dat de opbrengst nog wel eens wil tegenvallen of mislukken. Echter met de juiste aanpassingen lukt het Daan inmiddels om bij de mais nu ook op sommige percelen 10 ton per ha te halen. Hierdoor zit het saldo van mais op Daan zijn boerderij ongeveer even hoog als het saldo van soja. In de winter worden er gewassen geteeld als groenbemester. Een van deze gewassen is rogge en hierover is Daan goed te spreken, omdat de wortels de grond los maken/houden.

Voor het zaaien van de soja past Daan geen grondbewerking toe. De rogge wordt doodgespoten en doorgezaaid met soja. De overgebleven rogge bedekt dan mooi de grond en dit zorgt er onder meer voor dat de grond minder snel uitdroogt. Daan heeft twee vaste medewerkers en in de pieken variabel personeel.

Daan heeft nu 150 stuks vleesvee. Hij zou graag meer organische mest willen gebruiken voor de bodemvruchtbaarheid. Echter dit moet ongeveer 180 km ver weg komen en door de transportkosten is dit te duur. In de toekomst wil hij misschien vleeskuikens gaan houden zodat hij dierlijke mest voor zijn grond krijgt om de bodemvruchtbaarheid te verbeteren en een deel van zijn gewasopbrengsten zou hij kunnen gebruiken als voer. Tot nu toe vonden wij dit misschien wel een van de grootste contrasten met Nederland. In Nederland moeten we betalen om van dierlijke mest af te komen en in Uruguay smeekt de landbouw bijna om dierlijke mest.

Omdat door droogte het risico op een mislukte oogst aanwezig is, Is Daan bezig met de aanschaf van een pivot. Naast de meeropbrengst van gewassen ziet Daan dit ook als een verzekering om de oogst niet te verliezen in een slecht jaar. Daan teelt naast een eindproduct ook nog zaaizaad voor de coöperatie. Hij is groot voorstander van coöperaties door de voordelen van het samen in en verkopen. Het mais en soja dat er op het bedrijf geteeld wordt is allemaal gmo. Daan is een enthousiaste en gedreven ondernemer en het was zeer interessant om zijn bedrijf te bezoeken en zijn verhaal te horen!

Onderweg in de bus kwamen we deze week geregeld protesterende boeren tegen. De boeren zijn boos omdat de overheid hoge belastingen heft op onder meer de brandstoffen en nutsvoorzieningen, wardoor deze erg duur worden (ongeveer 30% duurder dan de omliggende landen). Dit zorgt voor een hoge kostprijs. De landbouw is veruit de grootste sector van Uruguay. Daardoor is eigenlijk alleen bij de landbouw wat te halen voor de overheid. De boeren zouden graag zien dat de belasting die betaald wordt ook weer terug komt bij de landbouw. Momenteel wordt het voornamelijk gebruikt voor sociale voorzieningen.

‘s Middags reden we door naar Interfood. Voordat we bij het bedrijf waren kwamen we door een poort met veel beveiliging. Het bleek dat Interfood is gevestigd op een free trading zone. Dit is een terrein met allerlei handelsbedrijven. Deze vestigingen zijn officieel niet in een land gevestigd. Je kunt het vergelijken met de taxfree shops op het vliegveld. We begrepen dat het onder andere voordelen geeft bij de volgende situaties: 1. producten importeren en pas invoerrechten betalen als je het product weer verkocht hebt in het land van bestemming. 2. Geen inkomens/winst-belasting over de handel.

Wel wordt er gewoon belasting betaald over de salarissen. Door de vele werkgelegenheid die een free trading zone bied is dit interessant voor een overheid.

Interfood is een Nederlands zuivelhandelsbedrijf met vestigingen over de hele wereld. De vestiging waar wij waren was dus niet in een land gevestigd. Vergeet dat je in Uruguay bent zeiden ze. We werden ontvangen door Maria Fernanda Vila. Zij vertelde ons waar Interfood zich mee bezig houdt en over de zuivelmarkt in Uruguay. 70% van de zuivel in Uruguay wordt geëxporteerd. Hiervan wordt ongeveer 50% via Interfood verhandeld. Kort geleden ging er een groot aandeel van de export naar Venezuela. Door de crisis daar is dit terug gegaan naar 0% . Nu gaat het grootste deel van de zuivel naar Brazilië. Door het handelsverdrag met Brazilië, Paraguay, Venezuela en Argentinië (genaamd Mercosur) is Uruguay beperkt in het aantal exportlanden. Dat het overgrote deel van de zuivelexport nu naar Brazilië gaat, zorgt ervoor dat Uruguay erg afhankelijk is van Brazilië, zoals ze dat eerst van Venezuela waren. Dit is een risico.

Kort gezegd koopt Interfood zuivelproducten van zuivelleveranciers en verkoopt dit door over de hele wereld. Het was een interessant verhaal waar we weer veel van geleerd hebben. Wij wisten vooraf niet dat er iets bestond als een free trading zone en een aantal van ons hadden niet verwacht dat zo’n groot deel van de export handel via bedrijven als deze gaat.

Na een aantal uren in de bus kwamen we weer aan in Montevideo waar we overnacht hebben.

Groeten Sicco en Rik

17 vragen en antwoorden over fosfaatrechten

Een nieuwe wereld is open gegaan. Op 1 januari 2018 is het stelsel van fosfaatrechten voor melkvee in werking getreden. Dat betekent dat u vanaf dat moment met uw melkvee niet méér fosfaat mag produceren dan het aantal rechten dat u heeft. Maar waar doet u nu goed aan? Dat hangt natuurlijk van de bedrijfssituatie af. Rendement en risico van het investeren in fosfaatrechten is erg verschillend per bedrijf. Een grote stal met overcapaciteit of juist een collega die maximaal gekort wordt?

Als melkveehouder heeft u een beschikking ontvangen waarin de fosfaatrechten aan u worden toegekend. En nu…? Onderstaand beantwoorden we de belangrijkste vragen over fosfaatrechten.

Melkveehouders

1. Ik heb een beschikking ontvangen, wat nu…?
Controleer uw situatie goed. Check op wel/niet grondgebonden, kortingspercentage, dieraantallen, melkproductie, oppervlakte en fosfaatklasse.

2. Ik heb geen beschikking ontvangen, maar denk wel rechten nodig te hebben. Wat moet ik doen?
Alleen bedrijven met dieren in de categorie 100, 101 en 102 krijgen op basis van het aantal dieren op 2 juli 2015 fosfaatrechten toegewezen. Als de registratie mogelijk niet op orde is, worden er geen rechten toegekend. Deze groep ondernemers moet naar onze mening binnen 6 weken na 1 januari een verzoek indienen bij RVO om fosfaatrechten toegekend te krijgen.

3. Ik ben het niet eens met de hoeveelheid fosfaatrechten. Welke opties heb ik?
U kunt bezwaar maken binnen 6 weken na ontvangst of u kunt zich aanmelden als knelgeval voor 1 april 2018. Het is in ieder geval raadzaam vooraf contact op te nemen met de rechtsbijstandsverzekering.

4. Mijn gegevens zijn niet correct weergegeven in de beschikking. Wat moet ik doen?
Als uw gegevens niet correct zijn, moet u binnen 6 weken bezwaar maken. Voorbeelden van redenen van bezwaar: Pal/Pw-getal onjuist geregistreerd, jongvee onjuist geregistreerd, diermutaties niet correct verwerkt of niet afgeleverde melk. Bij bezwaar tegen onjuistheden in de registratie moet u dat direct zo goed mogelijk toelichten.

5. Ik wil mij aanmelden als knelgeval, kan dat?
Aanmelding als knelgeval is mogelijk vóór 1 april 2018. U komt in aanmerking als knelgeval als u door bijzondere omstandigheden 5% minder melkvee hield op 2 juli 2015. Bijzondere omstandigheden: bouw, diergezondheid, ziekte of overlijden vennoot of aanverwant in eerste graad, publiek project, vernieling of brand. Ook voor starters geldt de knelgevallenregeling.

6. Ik ben voor 2 juli 2015 financiële verplichtingen aangegaan. Maak ik kans als ik bezwaar maak?
In het geval van financiële verplichtingen aangegaan voor 2 juli 2015 is het noodzakelijk aan te tonen dat u disproportioneel nadeel ondervindt van de invoering. Het is belangrijk om uit te rekenen hoe groot het nadeel is en wanneer de onomkeerbare besluiten genomen zijn. Maak binnen 6 weken pro forma bezwaar met een korte motivatie.

7. Hoe en wanneer wordt mijn bezwaar beoordeeld en getoetst?
De manier waarop bezwaren beoordeeld en getoetst gaan worden is nog niet bekend. De VLB-kantoren verwachten samen met RVO tot een efficiënte afhandeling van bezwaren te komen. Waarschijnlijk zullen eerst enkele bezwaren behandeld worden. Daarna vraagt RVO voor andere melkveehouders aanvullende informatie op die nodig is voor de afhandeling. RVO heeft toegezegd onderbouwde bezwaren ten aanzien van onjuiste registraties vlot af te handelen. U moet er dus rekening mee houden dat het vele maanden kan duren voordat u zekerheid heeft.

8. Maak ik meer kans op bezwaar tegen fosfaatrechten als ik succes heb gehad met mijn bezwaar tegen het Fosfaatreductieplan 2017?
Het fosfaatrecht en het Fosfaatreductieplan zijn twee compleet verschillende wetten. De wetten kennen een verschillende juridische basis, andere looptijd en een verschillende knelgevallenregeling. Wij denken dat de bezwaren tegen heffingen in het Fosfaatreductieplan geen effect hebben op bezwaren tegen de fosfaatrechten.

9. Ik had mijn jongvee op 2 juli 2015 uitgeschaard? Hoe kom ik nu toch aan fosfaatrechten?
Vanaf 1 januari 2018 kunt u een verzoek insturen om uw fosfaatrecht op te hogen. Belangrijk is dat de inschaarder moet instemmen met een verlaging van zijn fosfaatrechten. Er moet een overeenkomst zijn tussen in- en uitschaarder. Ook moet met I&R worden aangetoond dat uitscharing heeft plaatsgevonden. Via het formulier In- en uitscharen moet dit gemeld worden via Direct regelen.

10. Ik had mijn jongvee op 2 juli 2015 ondergebracht bij een jongveeopfokbedrijf? Hoe gaat dat met de fosfaatrechten?
Vanaf 1 januari 2018 kunt u een verzoek insturen om uw fosfaatrecht op te hogen. Belangrijk is dat de jongveeopfokker moet instemmen met een verlaging van zijn fosfaatrechten. Er moet een overeenkomst zijn tussen de jongveeopfokker en het melkveebedrijf. Ook moet met I&R worden aangetoond dat sprake was van jongveeopfok.

11. Ik wil fosfaatrechten overdragen. Waar moet ik aan denken?
Een melding bij RVO en 100 euro leges zorgen voor overdacht van de rechten. Let op: houd rekening met een korting van 10% van het aantal rechten. Dit geldt niet in geval van vererving, bloed-/aanverwanten tot de derde graad, partner of teruglevering in hetzelfde jaar.

12. Hoe kan ik het beste reageren met mijn bedrijfsvoering op de invoering van de rechten?
Velen van u willen de gekorte hoeveelheid fosfaat terugkopen. Een begrijpelijke reactie, maar toch.. emotie is een slechte raadgever. Het is verstandig eerst de bedrijfsvoering te optimaliseren binnen de fosfaatrechten die u heeft. In hoofdlijnen betekent dat: streef naar een hoge(re) melkproductie per koe, langere levensduur en zo min mogelijk jongvee. Kijk ook naar uw plannen voor de toekomst. Is samenwerking een optie? Of zijn er andere mogelijkheden? Weet u al waar u wilt staan over 5 jaar? Ook hier kan Flynth u uitstekend begeleiden.

13. Koop of huur van fosfaatrechten. Wat is het beste?
Rechten kunt u kopen of leasen. Flynth kan voor u een berekening maken aangaande rendement en terugverdientijd voor de aanschaf van fosfaatrechten. U kunt ook kiezen voor huur van een jaar of voor langere tijd. Houd ook rekening met de fiscale gevolgen van uw keuze. Op deze wijze kunt u specifiek voor uw bedrijf beoordelen of aanschaf van fosfaatrechten middels koop of lease een passende optie is.

14. Kan ik in aanmerking komen voor fosfaatrechten uit de op te richten Fosfaatbank?
Er is een aankondiging geweest dat een Fosfaatbank wordt opgericht. Die wordt gevuld uit de afroming van de transacties, de 10% korting bij overdracht. De spelregels en de criteria voor toekenning zijn nog volstrekt onduidelijk. Flynth denkt dat de fosfaatbank pas na afhandeling van de bezwaren actief wordt.

15. Ik ga toch meer fosfaat produceren dan mijn rechten. Wat zijn de consequenties?
Let op: als u in een kalenderjaar meer fosfaat produceert dan toegestaan, is er sprake van een economisch delict. Bij een veroordeling wordt u het economisch voordeel afgenomen, ontvangt u een boete en krijgt u een strafblad.

Vleesveehouders/zoogkoeienhouders

16. Ik ben vleesveehouder en heb geen toekenning fosfaatrechten ontvangen. Wat moet ik doen?
Alleen bedrijven met dieren in de categorie 100, 101 en 102 krijgen op basis van het aantal dieren op 2 juli 2015 fosfaatrechten toegewezen. Het jongvee van vlees/zoogkoeien moet worden geregistreerd in categorie 101 en 102. Als de registratie mogelijk niet op orde is, worden er geen rechten toegekend. Deze groep ondernemers moet naar onze mening binnen 6 weken na 1 januari een verzoek indienen bij RVO om fosfaatrechten toegekend te krijgen.

17. Heb ik voldoende rechten toegekend gekregen?
Als vleesvee- en zoogkoeienhouder is het belangrijk te checken op welke diercategorie het vee geregistreerd is. Als de aantallen niet kloppen is het raadzaam binnen 6 weken bezwaar te maken.

Wilt u meer informatie over fosfaatrechten? Neem dan contact op met uw Flynth adviseur. U kunt ook een e-mail sturen naar agro@flynth.nl of bellen met 088 – 236 77 77.

Sectororganisaties doen dringend beroep op melkveehouders

De belangenorganisaties van de melkveehouderij LTO Nederland, NMV en NAJK en de zuivelondernemingen verenigd in de NZO benadrukken het grote belang van een sluitend systeem van identificatie en registratie van runderen voor de Nederlandse rundveesector. Zij wijzen melkveehouders op hun individuele verantwoordelijkheid hierin.

Het I&R-systeem is cruciaal voor de sector. LTO, NMV, NAJK en de zuivelondernemingen zijn dan ook verontwaardigd dat een deel van de melkveehouders het afgelopen jaar heeft gefraudeerd met het I&R-systeem in het kader van het fosfaatreductieplan. Fraude is onacceptabel.

Het is in het belang van de sector om ervoor te zorgen dat het I&R-systeem zo snel mogelijk op orde komt. De organisaties gaan na welke mogelijkheden zij hebben om samen met het ministerie de fraude op te sporen en tegen te gaan.

Ondernemende stagiair gezocht

Het bedrijf

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) is de belangenbehartigingsorganisatie voor jonge boeren en tuinders in Nederland. NAJK behartigt de belangen van agrarische jongeren in Den Haag en Brussel, maar biedt ook actief handvatten tot ontwikkeling en beter ondernemerschap. Hiermee draagt NAJK enerzijds bij aan de persoonlijke ontwikkeling van jongeren verbonden met de agrarische sector, en anderzijds aan de ontwikkeling van zelfbewuste en kundige jonge ondernemers die met beide benen in de maatschappij staan: de ondernemers van de toekomst. NAJK heeft zo’n 8000 leden en is actief op zowel lokaal, provinciaal, landelijk als  Europees  niveau. BNDR is het ledenblad van NAJK en wordt vier keer per jaar verspreid onder de  leden en verschillende agrarische bedrijven.

Jouw profiel

Je zoekt een praktijkgerichte stage of bent op zoek naar een werkervaringsstage. Ook heb je speciale interesse in communicatie, fondsenwerving en de agrarische sector. Verder neem je de volgende kennis en kwaliteiten mee:

  • Je volgt een HBO studie gericht op marketing en/of communicatie of een agrarische opleiding.
  • Je bent enthousiast, pro-actief, creatief en je hebt een helicopterview.
  • Je bent flexibel in de organisatie en kan ad-hoc opdrachten oppakken.
  • Je kunt plannen en organiseren of hebt journalistieke vaardigheden en je hebt een gezonde passie voor internet.
  • Je hebt kennis van de doelgroep.
  • Enige ervaring met MailChimp en WordPress is een pré.
  • En je bent op zoek naar een uitdagende en gezellige stage.

Werkzaamheden

Als stagiaire bij NAJK ga je met name je bezig houden met:

  • Het interviewen voor- en schrijven van artikelen voor het ledenblad BNDR.
  • Het werken en meedenken aan diverse interessante projecten.
  • Het schrijven van nieuwsberichten en reports voor o.a. de website en externe media.
  • Het bijhouden van de websites: www.najk.nl.
  • Het bijhouden en updaten van  media als Facebook en Twitter.
  • Het meedenken met en uitvoeren van nieuwe campagnes/communicatiemiddelen.
  • Het schrijven van persberichten voor agrarische en landelijke pers.
  • Het meedenken aan en uitvoeren van een gepaste strategie voor ledenwerving.
  • Meehelpen met de doorvoering van de huisstijl van NAJK.
  • Het gezicht zijn van NAJK op diverse agrarische beurzen.

Wij bieden

  • Een stageplaats van 3 tot 5 dag(en).
  • Een stageplaats voor een periode van 3 maanden of langer.
  • Een stagevergoeding van € 200,- per maand (gebaseerd op 36 uur, excl. onkostenvergoeding).
  • Flexibele werktijden en een informele sfeer.
  • In overeenkomst ruimte voor een eigen opdracht.

Interesse?

Neem contact op met Colinda via 030-2769863 of mail jouw motivatie naar cbos@najk.nl.

In dialoog met een bestuursvoorzitter

Bestuurders actief bij DAJK, GrAJK en AJF worden uitgenodigd voor deze gezamenlijke bestuurdersbijeenkomst met Niscoo.

Op donderdag 16 november staat de bestuurdersbijeenkomst van NISCOO in het teken van: coöperatiemodellen.  Modellen en rollen binnen een coöperatie, formeel maar ook in de praktijk. Dhr. Frans Keurentjes, voorzitter coöperatiebestuur en raad van commissarissen FrieslandCampina gaat deze avond graag met jou in gesprek.

Deze avond gaat om dié rol. Wat is de rol van de ledenraad in de verschillende modellen en welke invloed heeft deze raad. Zitten de ledenraadsleden er zonder last of ruggenspraak of is dat een utopie?  Kortom, tijdens de avond staat deze rol centraal en zijn we benieuwd naar jouw ervaringen.

Frans Keurentjes

Dhr. Keurentjes trapt af met een inleiding over de verschillende coöperatiemodellen en de daarbij horende voor- en nadelen. Welke modellen bieden continuïteit in een veranderende wereld. Hoe behoud je de slagkracht en besluitvaardigheid. Zijn verhaal illustreert hij met voorbeelden uit de dagelijkse praktijk.

 

Een organisatie kent de formele wegen van invloed maar natuurlijk gebeurt er informeel nog veel meer, de ‘onbeschreven invloed’. Frans Keurentjes neemt je mee in de rollen van directie, RVC, ledenraad, bestuur, onderneming en mogelijk minder bekend: de externe commissarissen. Wat doet die externe mening in een bedrijf. Wie heeft welke invloed en inspraak, en wat is het verschil.

Voor jou als  bestuurder bij een AJK en mogelijk toekomstig bestuurder van een coöperatie belooft het een interessante en interactieve avond te worden. Je bent van harte welkom!

Wanneer:       Donderdag 16 november
Waar:               Voetbalstadion Heerenveen, ingang J, parkeren op P4 (snelwegzijde)
Aanvang          20:00 uur (inloop van 19:30 met koffie & thee)
Aanmelden:   info@niscoo.nl

Aan de bijeenkomst zijn voor jou geen kosten verbonden.

Wie is Frans Keurentjes
Dhr. Keurentjes is melkveehouder in Groningen en sinds 2006 lid van het bestuur en de raad van commissarissen van FrieslandCampina. In december 2016 is hij benoemd tot voorzitter. Tot zijn benoeming was hij ook Statenlid voor het CDA in Groningen.

NAJK en Limagrain zetten snijmaisteelt op scherp

MaïsChallenge 2018 gericht op verder verduurzamen maïsteelt

Na de vele positieve reacties op voorgaande edities komt er in 2018 opnieuw een MaïsChallenge. Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) gaat samen met veredelaar Limagrain (LG) nogmaals de snijmaïsteelt op scherp zetten in een spannende competitie. De MaïsChallenge 2018 daagt deelnemers komend seizoen uit om hun maïsteelt bewuster en verantwoorder op te pakken. Samen met specialisten werken ze aan een beter bodembeheer en meer vakmanschap. Verbouw je maïs of werk je op een veebedrijf met maïsteelt, doe dan mee. De inschrijvingsperiode is nu geopend.

Voor de vierde keer organiseert NAJK samen met veredelaar Limagrain (LG) de MaïsChallenge. Het is een leerzaam project voor jonge telers: kennis, tips, analyses en adviezen zijn direct toepasbaar in de eigen bedrijfssituatie. Limagrain stelt deelnemers 2 ha maïszaad ter beschikking, daarnaast maken ze kans op mooie prijzen.

Duurzame teelt

Maïs is de belangrijkste energiebron in het rundveerantsoen en kan door zijn hoge verteerbaarheid de methaanuitstoot tot wel een kwart doen afnemen. Er is de sector dus veel aan gelegen om de teeltopbrengsten ook onder de huidige milieudruk op peil te houden. In deze editie van de MaïsChallenge ligt de focus op het duurzamer verbouwen van jouw maïs door meer aandacht voor het meten en monitoren van de bodem en vastlegging van organische stof. Deelnemers gaan bovendien aan de slag met LG-maïszaad dat is voorzien van de innovatieve TSSV2-coating. In de bodem aanwezige, maar tegelijkertijd moeilijk oplosbare fosfaten en sporenelementen worden daarmee veel beter opneembaar voor de plant. Dat kan tot wel 5% opbrengstverhoging leiden!

Expertise opdoen

In de MaïsChallenge gaat het om expertise opdoen, bewustwording en ervaringen uitwisselen met anderen. Specialisten van LG bezoeken en beoordelen de deelnemende percelen. Gedurende de Challenge zijn er leerzame masterclasses voor de deelnemers. Zij kunnen op alle onderdelen punten verdienen en kans maken op mooie prijzen. De hoofdprijs bestaat uit een geheel verzorgde studiereis voor twee personen naar de Auvergne, hét maïscentrum van Frankrijk, inclusief bezoek aan de grootste internationale livestock vakbeurs ‘Sommet de l’élevage’. De tweede prijs is een smart watch en de derde prijs een portable bluetooth speaker.

Aanmelden

Deelname aan de MaïsChallenge is gratis. Schrijf je hier in. Daar vind je ook de wedstrijdvoorwaarden. De inschrijvingstermijn loopt tot 26 januari 2018 of eerder als het maximaal aantal deelnemers is bereikt. Wees er dus op tijd bij!

DAJK | Spetterend jubileumfeest DAJK in “Hofsteenge” Rolde

25 jaar DAJK, tijd voor een feestje!

DAJK bestaat 25 jaar en dat vieren we zaterdag 4 november a.s. met een fantastisch jubileumfeest!!
Omdat we dit heugelijke feit met zoveel mogelijk mensen willen vieren, mag elk lid gratis één introducé meenemen. Iedere volgende introducé betaalt € 10,-. ‘s Avonds aan de deur is de entree € 20,-.

Op het jubileumfeest treedt vanaf 22.00 uur de band “Wethouders” op, afgewisseld door vele DJ’s.
We gaan er met alle leden, donateurs, oud-leden met partners en overige belangstellenden een geweldig feest van maken. Binnenkort ontvang je per post de entreebewijzen. Ken jij nog oud-leden? Nodig ze uit!

Zin om een borrel te drinken, maar heb je geen vervoer? We hebben bussen geregeld om onze gasten van en naar Hofsteenge te brengen. Voor slechts € 10,- word je van en naar het feest gebracht!

De bussen rijden langs de volgende opstapplaatsen:
• Afdeling Zuidwesthoek – Carpoolplek A32 Peilerbrug
• Afdeling Emmen – Carpoolplek Erm
• Afdeling Emmen – OPTIE Afslag Roswinkel Dalen
• Afdeling Middenveld Noord – Onder afslag 30 Beilen
• Afdeling Middenveld Zuid – Greenplanet Pesse
• Afdeling Noordenveld Noord – Esso Dorenbos Norg

Let op: Aanmelding voor het jubileumfeest en de bus is een vereiste en kan tot uiterlijk 30 oktober 2017. Betaling bus dient vooraf middels overboeking voldaan te worden. 

Voor feest en bus, hier Aanmelden

Voor vragen kun je terecht bij: Alicia Jansen – 06 – 23 53 17 77

De Jublileumcommissie,
Alicia Jansen, Robin Bouwmeester, Corien Hartlief en Bert Mennik

 

Wanneer ´zorgen voor’, ‘zorgen om’ wordt

Fijnstof, stalbranden, ammoniakuitstoot, fipronil, q-koorts. Zomaar wat termen die menig veehouder het afgelopen jaar de nodige hoofdpijn hebben bezorgd. An sich zijn deze zaken allemaal ernstig genoeg en een nachtmerrie voor iedere veehouder maar het lijkt wel of de media het niks kan schelen wat de boer hierbij voelt. Sensatie en scoren lijken belangrijker te zijn dan feiten.

Laten we voorop stellen dat het de verantwoordelijkheid van elke veehouder is zijn vee, zijn gezin en zijn omgeving te beschermen voor bovenstaande en andere punten. Veehouders hebben de plicht om hun omgeving niet tot last te zijn. Maar wanneer ben je iemand buitenproportioneel tot last? Vraag jezelf af of het echt nodig is om in het weekend mest uit te rijden maar wanneer de uiterste uitrijdatum of slecht weer in zicht is, dan is er mijn inziens sprake van overmacht. Communicatie kan hierbij het toverwoord zijn.

Het onbegrip vanuit burgers lijkt door onwetendheid groter te worden. Goede communicatie brengt essentiële veranderingen. Natuurlijk doet een ieder dit op zijn eigen manier: een open dag of een Facebookpagina voor je bedrijf. Het hoeft niet altijd groot te zijn. Een praatje met je naaste buurman, welke geen boer is, kan vaak ook veel leed voorkomen. Leg uit waarom je dingen doet zoals je ze doet en dat dingen soms niet anders kunnen. Dit kan je veel opleveren.

Bovenstaande klinkt relatief eenvoudig maar om het grote publiek te bereiken is meer nodig. Een gezamenlijke inzet van de gehele sector. Hoe is het mogelijk dat kleine anti-veehouderijgroepen het met hun geoliede marketingmachine kunnen winnen van een sector met duizenden ondernemers en vele grote spelers als voerfabrieken en andere leveranciers. Ik vraag me af waarom het de sectoren niet lukt om gezamenlijk met één positief geluid te komen. Wat ik wel weet is dat het heel hard nodig is, want waar we nu nog zorgen voor onze dieren worden het op veel plaatsen zorgen over onze dieren. Zorgen over de toekomst van onze bedrijven en zorgen over het verdienmodel van morgen. De verantwoordelijkheid dit tij te keren licht bij onszelf en wij zullen zelf deze handschoen op moeten pakken. Wie doet er mee?


Stijn Derks

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Stijn Derks verantwoordelijk voor de portefeuille intensief. Stijn combineert deze functie met het werk op het pluimvee- en akkerbouwbedrijf.

Eerste dagen op Java

4 september 2017, Bandung, Java Indonesia

Na een reis van 26 uur zijn we eindelijk op de plek van bestemming; ons hotel in Bandung. Het was al donker toen we in Jakarta landden, maar wat we vanuit de auto gezien hebben, is Jakarta een megastad. Zoveel hoogbouw, zoveel verkeer, we keken onze vermoeide ogen uit! Op het vliegveld van Jakarta stonden twee chauffeurs ons op te wachten en zij brachten ons in 3,5 uur rijden naar het hotel. Onderweg even gestopt bij een lokaal eettentje waar we van alle kanten aangestaard werden en we kennis hebben gemaakt met de lokale keuken.

De volgende dag (zondag), stond er niets op het programma. Tino, een medewerker van FrieslandCampina Indonesia appte om te vragen wat we die dag op het programma hadden staan. Ons originele idee om een kratermeer te bezoeken, werd hartelijk weggelachen, veel te ver weg van Bandung. Tino kwam met de suggestie om met ons naar een park in het noorden van de stad te gaan. Zo gezegd, zo gedaan en anderhalf uur later stond Tino, zijn vrouw en twee kinderen klaar om ons op sleeptouw te nemen. Na nog eens een uur in de auto (het Indonesische verkeer is net een mierennest, er zal vast een systeem in zitten, maar onbegrijpelijk voor een buitenstaander) zijn we in het park aangekomen. Het is een bos met verschillende grotten die in de oorlogstijd gebruikt zijn door zowel de Nederlanders als de Japanners om munitie in op te slaan. Indrukwekkend om door de zogenaamde Goa Belanda te lopen.

En vandaag begon dan het programma; een bezoek aan de coöperatie KPSBU en enkele melkveebedrijven in Lembang. Bij de coöperatie zijn we verwelkomd door drs. Dedi Setiadi, de voorzitter van de coöperatie, een bestuurslid en de secretaris. Akhmad Sawaldi, projectleider Dairy Development Programme bij FrieslandCampina Indonesia heeft ons het een en ander uitgelegd over de melkveehouderij in Indonesië.

De coöperatie heeft momenteel zo’n 4500 actieve leden, telt 20.000 koeien die samen 150.000 liter melk per dag produceren. De coöperatie biedt werk aan 310 medewerkers. De gemiddelde zuivelconsumptie in Indonesië is 12 liter per persoon per jaar, het op een na laagste niveau van Azië (ter vergelijking: in Nederland is dit 350 liter pp/jaar). Indonesië telt 261 miljoen inwoners, dus kan je je voorstellen wat voor ’n uitdaging er ligt wanneer de melkconsumptie ook maar met 1 liter pp/jaar zou stijgen? De grootste uitdagingen waar Indonesië mee te kampen heeft, zijn de infrastructuur, de afhankelijkheid van import, educatie, armoede/ inkomenskloof, investeringen en corruptie. Aan de andere kant zijn er ook voldoende kansen; export (palmolie, mineralen, soja), natuurlijke bronnen, bevolking (60% van de Indonesiërs is jonger dan 30 jaar!) en de hoge economische groei (gemiddeld 5%).
De meeste melkveebedrijven zijn familiebedrijven en bevinden zich in de hoger gelegen (dus koelere) gebieden van Java. 98% van alle zuivelproductie gebeurt op Java, enkel en alleen omdat hier de verzamel- en verwerkingsstations zijn. Een gemiddeld melkveebedrijf heeft 2 a 3 koeien, melken gebeurt veelal met de hand (enkele boeren hebben een handmelkmachine).

De coöperatie verzamelt en verwerkt niet alleen de melk van de leden, maar importeren ook krachtvoer wat ze aan de leden verkopen, verstrekken renteloze kredieten, verkopen melkproducten aan de mensen in de omgeving, hebben een supermarkt voor de leden (de leden geven schriftelijk door wat ze nodig hebben en dat wordt thuisbezorgd) en verzorgen de ziektekostenverzekering van de leden.

Na het bezoek aan de coöperatie gaan we onderweg naar 3 relatief grote melkveebedrijven. Onderweg kwamen we langs een melkophaalpunt, waar op dat moment net de melkwagen aankwam. Op zo’n punt komen alle boeren volgens een bepaald schema twee keer per dag hun melk brengen. De melk wordt ter plekke gemonsterd en indien goed bevonden, in de melktank gegooid. De melk wordt ongekoeld in melkbussen naar het verzamelpunt gebracht, en overgebracht in een eveneens ongekoelde melktank. Het is dus zaak om in deze hitte zo snel mogelijk naar de coöperatie te rijden met de melk. Er zit maximaal 1,5 uur tussen melkbus en koeltank, aldus Rik-rik (medewerker FrieslandCampina Indonesia). Een bijzonder gezicht, al die boeren met hun melkbussen (sommige achterop de brommer, andere aan een stok over hun nek).
De stallen van de bezochte bedrijven staan achter het huis, door smalle steegjes en vrij dicht bij de buren. Veel stallen worden gedeeld met hun vader, broers of oom. Vanaf 5 tot 6 koeien is een medewerker eigenlijk noodzakelijk, omdat er veel werk verzet moet worden. De koeien worden gevoerd met voornamelijk (olifanten)gras wat soms op eigen grond geteeld wordt, maar vaak langs de weg geplukt wordt. Het voer van de coöperatie wordt aangelengd met cassave. Omdat de koeien in een grup-opstelling staan, schijten ze zichzelf en de vloer onder, zodat hun plek elke keer schoon gemaakt moet worden. Om mastitis te voorkomen, worden de koeien minimaal om de dag schoon gemaakt. De werkzaamheden bestaan dus uit schoonmaken, gras plukken en melken. Arbeidsintensief dus! De NAJK-leden zagen al snel veel kleine punten voor verbetering, zoals droge vloeren en de continue beschikbaarheid over water en voer. De bezochte bedrijven waren zonder meer erg netjes, en de boeren ambitieus! Een van de jonge boeren (die later deze week ook deelneemt aan het Farmer2Farmer programma) heeft als droom een vrijloopstal en voersilagesysteem, zodat hij het teveel aan voer uit het regenseizoen op kan slaan voor mindere tijden in het droge seizoen.

Een heel verhaal zo, terwijl we nog veel meer hebben meegemaakt (een boom op de auto, de keuze tussen een boete of mee naar het bureau omdat je je gordel niet om hebt, drinken uit een kokosnoot, Indonesiërs die met ons op de foto wilden, je maakt wat mee in een paar dagen!)

 

Fosfaatkorting bepaald op 8,3%

Het kortingspercentage bij het toekennen van fosfaatrechten voor 2018 voor niet-grondgebonden bedrijven is vastgesteld op 8,3%. Staatssecretaris Van Dam van het ministerie van Economische zaken heeft dit vastgesteld op basis van het advies van de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM). Door grondgebonden bedrijven en bedrijven met een gering fosfaatoverschot te ontzien stijgt het percentage van 5,1% naar 7,3%. Daarbovenop komt nog een extra korting van 1% voor de knelgevallenvoorziening. Samen maakt dit een korting van 8,3%.

Van Dam zette in op extra marge

De afgelopen weken is veelvuldig overleg geweest tussen de sectorpartijen, waaronder het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), het ministerie van Economische Zaken en het CDM over de vaststelling van de korting. In eerste instantie wilde het ministerie inzetten op 9,8 procent door bovenop de 8,3 procent een extra veiligheidsmarges in te rekenen. “Naar ons idee klopt de rekenkundige exercitie van het CDM. Het blijft echter de vraag hoe het kortingspercentage volgend jaar uitpakt voor de melkveehouderij. In mijn beleving zal de fosfaatproductie altijd lager zijn dan het melkveefosfaatplafond van 84,9 miljoen kg.”, aldus Bart van der Hoog, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille melkveehouderij.

NAJK heeft altijd ingezet op een zo laag mogelijke generieke korting en geen onnodige veiligheidsmarges. “Hoe de werkelijke melkveefosfaatproductie zich volgend jaar ontwikkeld in verhouding tot het fosfaatplafond is afhankelijk van een aantal praktische factoren. Een belangrijke factor is het voerspoor. Deze heeft in 2017 een groot effect gehad. Wanneer melkveehouders volgend jaar mogen werken met de KringloopWijzer, blijft voor een grote groep melkveehouders de prikkel bestaan om te letten op hun fosfaatefficiëntie. De gesprekken over de toewijzing van de KringloopWijzer in het rechtenstel zijn nog niet afgerond. Daar is dus helaas nog geen duidelijkheid over te geven.”, aldus Van der Hoog. Overigens is de hoogte van de fosfaatproductie in de melkveehouderij op zichzelf niet leidend voor Brussel. In de beoordeling van de Europese Commissie wordt gekeken naar de totale (nationale) fosfaatproductie. Daar wordt dus geen onderscheid gemaakt naar veehouderijsector.

Starters voor 50% gecompenseerd

De knelgevallencommissie heeft een advies opgesteld en twee extra categorieën toegevoegd aan de voorziening. Als eerste de recent gestarte bedrijven die na 1 januari 2014 zijn begonnen met melken. Deze groep kan aanspraak maken op 50% compensatie tussen het aantal koeien op 2 juli 2015 en de beoogde stalcapaciteit op dat moment. Daarnaast worden de bedrijven die op 2 juli 2015 door natuur of infrastructuurontwikkeling door de overheid minder dieren hielden tegemoetgekomen. Deze twee extra categorieën zorgen voor een zeer beperkte extra toekenning van rechten op de al bestaande knelgevallenvoorziening.

Klik hier voor de brief die de staatssecretaris naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.