Rechtszekerheid van ondernemers onder druk

Een klap in het gezicht van agrarisch Nederland. Zo noemt NAJK het voornemen van de provincie Noord-Brabant om de onherroepelijke natuurvergunningen van vijf pluimveehouders in te trekken. Voor jonge boeren en tuinders is dit besluit nauwelijks te bevatten. Wij willen investeren, verduurzamen en ons bedrijf toekomstbestendig maken, óók wanneer de overheid daarvoor nieuwe eisen stelt. Maar als ondernemers die jarenlang volgens de geldende regels hebben gehandeld alsnog hun vergunning kunnen kwijtraken, verdwijnt ieder vertrouwen in de overheid. Het voornemen raakt daarom niet alleen vijf ondernemers in Noord-Brabant, maar zet de toekomst van jonge boeren en tuinders in heel Nederland op losse schroeven. 

Onbetrouwbaar en willekeurig

De provincie Noord-Brabant stelde de stallendeadline onder andere in om intrekking van vergunningen en handhaving te voorkomen. Ook de recent aangekondigde stikstofmaatregelen van het Rijk zijn bedoeld om ondernemers rechtszekerheid te bieden. Juist daarom is het onbegrijpelijk dat vijf pluimveehouders, die deden wat van hen werd gevraagd en emissiereductieplannen opstelden, nu alsnog hun vergunning dreigen te verliezen. Niet de bedrijfsvoering, maar een handhavingsverzoek bepaalt kennelijk wie zijn vergunning kwijtraakt. Dat is geen rechtszekerheid, maar willekeur.

Provincie Noord-brabant dient verantwoordelijkheid te nemen voor de ondernemers die worden getroffen door handhavingsverzoeken. De betreffende pluimveehouders hebben niet afgewacht, maar concrete plannen opgesteld om aan de gestelde eisen te voldoen. Juist deze ondernemers verdienen bescherming. De provincie kan niet enerzijds ondernemers vragen te investeren in verduurzaming en anderzijds toestaan dat zij door handhavingsverzoeken alsnog hun onherroepelijke vergunning verliezen. Wie beleid maakt om rechtszekerheid te bieden, moet daarvoor gaan staan.

Kabinet moet staan voor rechtszekerheid

Nog geen maand geleden presenteerde het kabinet een stikstofaanpak die juist moet voorkomen dat vergunningen worden ingetrokken. In de beantwoording van kamervragen gesteld door CDA geeft de minister aan dat ook dit pakket handhaving moet voorkomen en dat hij voornemens is om met de ondernemers in gesprek te gaan. Praten is voor NAJK niet voldoende. De minister laat ruimte voor intrekking van deze vergunningen terwijl het kabinet, samen met provincie Noord-Brabant nu naast de ondernemers dient te staan. Als het kabinet gelooft in haar voorgenomen beleid dient ze deze ook uit te leggen en op te dragen aan provincies.

“Hoe kun je van een jonge boer verwachten dat hij het bedrijf nog overneemt, als een rechtsgeldige vergunning op willekeurige basis kan worden ingetrokken?” aldus Gerben Boom, voorzitter van NAJK.

Door deze ondernemers alsnog tussen wal en schip te laten vallen, ondermijnen provincie en Rijk het vertrouwen in de overheid. Wie ondernemers vraagt te investeren en te verduurzamen, moet hen ook beschermen wanneer zij precies dát doen.

“Dit gaat niet alleen over deze vijf specifieke bedrijven. Dit dreigt de rechtszekerheid van élke ondernemer in Nederland te treffen. Als vergunningen zomaar kunnen worden ingetrokken terwijl de betreffende ondernemers aantoonbaar aan een oplossing werken, maakt de overheid het investeren in een toekomstbestendig bedrijf onmogelijk. De overheid eist verandering, maar biedt niet de benodigde bescherming aan degenen die deze verandering realiseren”, stelt Boom.

 

Oproep NAJK

Het intrekken van onherroepelijke vergunningen door handhavingsverzoeken van organisaties als MOB is onacceptabel voor NAJK; op deze manier wordt het onmogelijk om mee te werken aan de uitvoering van een werkbaar stikstofbeleid dat perspectief moet bieden aan jonge boeren en tuinders. Het aantasten van reeds verleende vergunningen verzwakt de rechtszekerheid en slaat het fundament onder ondernemers en bedrijfsovername weg.

NAJK roept het kabinet daarom op om gezamenlijk met het IPO, nog voor het statendebat in Noord-Brabant, ondubbelzinnig uit te spreken dat een onherroepelijke vergunning rechtszekerheid biedt en het uitgangspunt vormt voor gebiedsprocessen.

Nog voor het Brabantse Statendebat wil NAJK met het kabinet in gesprek om te benadrukken dat het intrekken van vergunningen onacceptabel is en het kabinet te laten draaien. Jonge boeren en tuinders verdienen een overheid die achter hen gaat staan in het mogelijk maken van een toekomstbestendige agrarische sector, niet een die hen de toekomst onmogelijk maakt.

 

Terugkijken: webinar Convenanten Gewasbescherming

Op donderdag 2 juli gingen Hilde Coolman (Portefeuillehouder akkerbouw NAJK) André Hoogendijk (directeur BO Akkerbouw), Ger Koopmans (voorzitter LTO Nederland) en  Adri Bom – Lemstra (voorzitter Greenports Nederland) tijdens een webinar in gesprek over de hoofdlijnen van de Convenanten Gewasbescherming.

Tijdens het webinar gaven de tafelgasten een toelichting op de stand van zaken van de onderhandelingen, de belangrijkste dilemma’s die nog op tafel liggen en de inzet van de sectororganisaties.

Daarnaast was er volop ruimte voor vragen, zorgen en suggesties van kijkers. Deze input wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het hoofdlijnenconvenant. Vragen die tijdens het webinar niet aan bod zijn gekomen, worden op een later moment schriftelijk beantwoord.

Moderatie was in handen van Mark Wijsman.

Bekijk het webinar hier terug.

Inhoudelijke reactie NAJK op maatregelenpakket voor landbouw, natuur en stikstof

Met de kabinetsbrief van de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof presenteert het kabinet een ingrijpend pakket aan maatregelen voor de Nederlandse landbouw. Voor veel jonge boeren en tuinders legt dit pakket  een zeer zware last op hun schouders.  Tegelijkertijd ziet NAJK dat het kabinet op een aantal cruciale dossiers een eerste stap zet richting een toekomstbestendig vergunningenstelsel, de legalisatie van PAS-melders en interimmers en een omslag naar doelsturing. Daar staat tegenover dat de voorstellen voor grondgebondenheid en zonering rondom Natura 2000-gebieden uit het pakket onvoldoende uitlegbaar en onderbouwd zijn. Ook ziet NAJK dat de uitvoerbaarheid moeilijk en buitengewoon ingrijpend wordt voor veel jonge boeren en tuinders. Op grondgebondenheid en zonering zijn wezenlijke aanpassingen nodig, anders staat het toekomstperspectief van een nieuwe generatie ondernemers alsnog verder onder druk. De uitwerking van deze plannen zal allesbepalend zijn om daadwerkelijk tot het benodigde handelingsperspectief te komen.

NAJK heeft zich afgelopen maanden intensief ingezet om de belangen van jonge boeren en tuinders onder de aandacht te brengen. Daarbij stonden vijf randvoorwaarden centraal die volgens NAJK noodzakelijk zijn. In de kabinetsbrief ziet NAJK dat op meerdere van deze randvoorwaarden belangrijke stappen zijn gezet. Tegelijkertijd is de uitwerking van de plannen nog grotendeels onbekend. Juist die uitwerking bepaalt uiteindelijk of jonge boeren daadwerkelijk de ruimte krijgen om hun bedrijf voort te zetten, over te nemen en verder te kunnen ontwikkelen.

In deze inhoudelijke reactie beoordeelt NAJK de kabinetsplannen op basis van vijf essentiële randvoorwaarden. Deze voorwaarden zijn essentieel voor een toekomstbestendige landbouw mét jonge ondernemers. NAJK benoemt de punten waarop het kabinet al belangrijke stappen zet, maar wijst ook op de onderdelen die wezenlijke aanpassingen vereisen. Vóór we de vijf randvoorwaarden behandelen, lichten we een aantal specifieke onderdelen uit de kabinetsbrief toe. Deze punten vragen extra aandacht bij de verdere uitwerking. Vervolgens beoordeelt NAJK per randvoorwaarde in hoeverre de kabinetsplannen hieraan voldoen. Ook maken we concreet welke aanpassingen nodig zijn om jonge boeren en tuinders écht vergunningverlening, rechtszekerheid en toekomstperspectief te bieden.

Wederkerigheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunt

De kabinetsbrief vraagt ontzettend veel van jonge boeren en tuinders. Ondernemers krijgen te maken met ingrijpende opgaven, zoals bedrijfsspecifieke emissienormen, grondgebondenheid en zonering. NAJK begrijpt dat een plan vraagt om keuzes en inspanningen. Daar staat een duidelijke voorwaarde tegenover: als de overheid de ondernemer een opgave oplegt, moet zij tegelijkertijd zorgen voor vergunningverlening, handelingsperspectief en de juiste ondersteuning.

Voor NAJK is wederkerigheid daarom het uitgangspunt voor de verdere uitwerking van de kabinetsplannen. Zolang voor individuele ondernemers niet klip-en-klaar is hoe zij aan de gestelde opgaven kunnen voldoen, welke ondersteuning beschikbaar is en wanneer zij kunnen rekenen op rechtszekerheid en vergunningverlening, kan NAJK geen steun verlenen aan het vastleggen van de ingrijpende maatregelen. Eerst duidelijkheid voor de ondernemer, daarna de vastlegging van nieuwe verplichtingen. Dat is niet alleen in het belang van jonge boeren en tuinders, maar ook van de overheid zelf. Alleen wanneer opgave en perspectief hand in hand gaan, ontstaat het vertrouwen dat nodig is om daadwerkelijk te investeren in de toekomst van het bedrijf en de sector. Op dit moment zien wij daarin onvoldoende concreetheid over terugkomen in de brief.

Onze oproep:
  • Vergunningverlening, rechtszekerheid en ondersteuning moeten gelijktijdig met nieuwe verplichtingen en opgaven zoals beschreven in de plannen beschikbaar zijn.
  • Werk een aparte aanpak uit voor de opgaves rondom water, bijvoorbeeld vanuit het 8e APN en het Convenant Gewasbescherming
  • Ondernemers moeten vooraf weten welke opgaven gelden, welke ondersteuning beschikbaar is en wanneer zij weer kunnen beschikken over vergunningen.
  • Opgaven die worden opgelegd moeten haalbaar, doelgericht en uitlegbaar zijn richting individuele ondernemers, hiervoor ligt een belangrijke rol voor de uitvoerders van de gebiedsprocessen.
  • Pas wanneer deze voorwaarden zijn ingevuld, kunnen nieuwe verplichtingen verantwoord worden ingevoerd.

Grondgebondenheid

NAJK vindt de huidige invulling van grondgebondenheid onredelijk en volstrekt niet doelmatig. Het kabinet kiest nu voor een starre norm van 2,6 GVE per hectare en koppelt dit niet aan een concreet doel zoals het halen van de waterkwaliteit. Hiermee grijpt het kabinet opnieuw naar een generiek middelvoorschrift, terwijl ze op andere dossiers juist voor doelsturing kiest. Dat valt niet uit te leggen. Als het kabinet de waterkwaliteit wil verbeteren, moet zij sturen op de werkelijke doelen en niet op een vaste, landelijke veebezettingsnorm.

NAJK ziet daarom ook bij de invulling van grondgebondenheid een nadrukkelijke koppeling met doelsturing om te zorgen dat dit daadwerkelijk aan een betere waterkwaliteit bijdraagt. Talloze succesvolle projecten met n-residumetingen of stikstofbodemoverschot vergelijkingen bewijzen immers dat slim grondgebruik, doelsturing en waterkwaliteit uitstekend samengaan. Hiermee krijgt de ondernemer inzicht in eigen handelen en kunnen ook goede prestaties worden beloond.

Daarnaast is de norm te streng en raakt deze jonge melkveehouders onnodig hard. Grond is schaars en duur, zeker voor jonge ondernemers die net voor, middenin, of net na bedrijfsovername zitten. Een harde norm van 2,6 GVE per hectare dwingt ondernemers richting extra grondverwerving of vermindering van dieren, zonder dat dit aantoonbaar bijdraagt aan de stikstof of waterkwaliteitsdoelen. De gekozen 25 km als grens waarbinnen samenwerking met akkerbouwers meetelt is zeer beperkend voor akkerbouwregio’s.. Dit zal betekenen dat dierlijke mest die nu al jaar en dag naar akkerbouwregio’s toe gaat noodgedwongen vervangen wordt door mest uit het buitenland wat zeer onwenselijk is. Ook de aanvullende eis van 85% grasland en rustgewassen op zand- en lössgronden heeft een zeer grote impact. Deze verplichting beperkt de bedrijfsvoering fors en verkleint de ruimte om op bedrijfsniveau passende keuzes te maken. Wat NAJK betreft moet deze eis uit de plannen worden gehaald.

Conclusie: NAJK is tegen de huidige invulling van grondgebondenheid. De koppeling met doelsturing op waterkwaliteit ontbreekt, de norm van 2,6 GVE per hectare is te streng en de 85%-eis voor grasland en rustgewassen op zand- en lössgronden moet uit het pakket.

 

Onze oproep:
  • Vervang de voorgestelde generieke grondgebondenheidsnorm door een realistisch ingroeipad met doelsturing, waarbij wordt gestart met een basisnorm van 5 GVE per hectare grasland en rustgewassen en wordt toegewerkt naar 2,86 GVE indien niet via doelsturing wordt aangetoond dat aan de waterkwaliteitsnormen wordt voldaan. Dit koppelt het ingroeipad aan het wel/niet aantoonbaar behalen van de waterkwaliteitsdoelen. Zo wordt grondgebondenheid een instrument om milieudoelen te realiseren, in plaats van een doel op zichzelf.
  • Schrap de specifieke eis van 85% grasland en rustgewassen op zand- en lössgronden.
  • Schrap de kilometergrens van 25 km om een samenwerking tussen akkerbouwer en melkveehouder te laten meetellen

Afstanden binnen de zonering

NAJK onderschrijft dat rondom kwetsbare Natura 2000-gebieden aanvullende maatregelen nodig kunnen zijn voor natuurherstel, zoals stikstofreductie om vergunningverlening weer mogelijk te maken en natuur geborgd te herstellen. Een gerichte zone kan daar onderdeel van zijn. NAJK volgt hierin de lijn van het rapport “Van verwarring naar verbinding” waarin in hoofdstuk 3.2 uitgebreid wordt onderbouwd dat zonering binnen een straal van 500 meter enigszins hout snijdt, daarbuiten niet. Zones van 1.000 meter zijn mede daarom voor stikstof totaal niet onderbouwd en daardoor onlogisch. Daarnaast zijn dergelijke grote zones zeer impactvol, en onuitvoerbaar. NAJK vindt daarom dergelijke grote zones onacceptabel. Voor NAJK ontbreekt hiervoor de inhoudelijke onderbouwing. Het kabinet vermengt het stikstofdoel met andere gebiedsopgaven, zoals waterkwaliteit (nutriënten en actieve stoffen) en hydrologisch herstel.

Dat zijn ook drukfactoren, maar geven geen reden om direct de ‘stikstof’ zones uit te breiden naar generieke 1 km of 500 meter zones. In het bepalen van de precieze zones zou het gebiedsproces leidend moeten zijn. Water en stikstof emissies kennen een andere bron, een ander doel en vragen om een eigen beleidsmatige afweging.

NAJK pleit daarom voor een heldere scheiding tussen beide opgaven. Waar maatregelen noodzakelijk zijn voor waterkwaliteit of hydrologisch herstel, moeten deze vanuit het waterbeleid worden onderbouwd en vormgegeven. De stikstofzonering mag daar niet voor worden misbruikt.

Conclusie:  Voor NAJK is 500 meter de uiterste grens voor stikstofzonering. Een verdere uitbreiding naar 1.000 meter is voor stikstof onvoldoende onderbouwd en daarom niet acceptabel. Door water- en stikstofbeleid te vermengen, worden ondernemers onnodig geconfronteerd met extra beperkingen.

 

Onze oproep:
  • Neem de invulling en uitwerking van de additionaliteitsplannen en gebiedsprocessen als basis voor het bepalen van de exacte afstand van de zone. Beperk de stikstofzonering tot maximaal 500 meter.
  • Werk een aparte aanpak uit voor de opgaves rondom water.

Beoordeling van de 5 randvoorwaarden van NAJK

Randvoorwaarde 1: de aanpak voldoet aan de additionaliteiseis en vergunningverlening komt op gang

Voor NAJK is een juridisch houdbare basis voor vergunningverlening randvoorwaardelijk. Zonder vergunningverlening blijven verduurzaming, bedrijfsontwikkeling en bedrijfsopvolging nagenoeg onmogelijk. Op dit punt zet het kabinet een belangrijke koerswijziging in. De omslag van de KDW-systematiek naar wettelijke emissiedoelen, de invoering van een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens en de inzet op gebiedsgerichte additionaliteit sluiten aan bij de inzet van NAJK en bieden perspectief om vergunningverlening weer op gang te brengen.

Het buitenland speelt een grote rol in natuurherstel rond de grensregio’s. NAJK waardeert dat het kabinet het gesprek aangaat met buurlanden. Tegelijkertijd is een inspanningsverplichting onvoldoende. Voor een duurzaam vergunningenstelsel zijn concrete en toetsbare afspraken noodzakelijk over de gezamenlijke inzet op natuurherstel in grensregio’s. Het kan niet zo zijn dat binnenlandse bedrijven moeten reduceren voor buitenlandse uitstoot. Positief is dat de kabinetsbrief het belang van bindende afspraken over natuurherstel expliciet benoemt. NAJK ziet dit als een essentiële voorwaarde voor een juridisch houdbaar vergunningenstelsel.

De randvoorwaarde is daarmee niet volledig ingevuld. Het kabinet legt ondernemers nu een ingrijpende opgave op zoals emissienormen op bedrijfsniveau, zonering en grondgebondenheid. Daar staat echter nog geen zekerheid tegenover over wanneer vergunningverlening daadwerkelijk weer mogelijk wordt. De juridische uitwerking moet de komende periode nog worden vastgelegd in wetgeving, beleidsregels en uiteindelijk standhouden bij de rechter.

Voor NAJK moeten opgave en rechtszekerheid hand in hand gaan. Van ondernemers kan niet worden gevraagd vandaag vergaande keuzes te maken, terwijl de overheid pas later duidelijkheid kan geven over de vergunning die daarvoor nodig is. Juist die rechtszekerheid is essentieel om investeringen los te trekken en de verduurzaming daadwerkelijk op gang te brengen. Daarbij is ook de uitvoeringskracht van provincies cruciaal. Zij spelen een sleutelrol bij de vergunningverlening en de gebiedsgerichte aanpak. Zonder voldoende capaciteit en middelen dreigt de uitvoering alsnog vast te lopen, waardoor de beloofde vergunningverlening opnieuw vertraging oploopt.

Conclusie: Het kabinet zet een belangrijke eerste stap richting een nieuw vergunningenstelsel. Maar pas wanneer ondernemers daadwerkelijk weer vergunningen kunnen verkrijgen, is deze randvoorwaarde ingevuld. Tot die tijd blijft de balans tussen wat de overheid vraagt en wat zij daarvoor teruggeeft onvoldoende in evenwicht.

 

Onze oproep:
  • Geef provincies een duidelijke opdracht en deadline. Draag provincies op om uiterlijk eind 2026 voor alle relevante Natura 2000-gebieden een plan vast te stellen waarin de additionaliteit voor vergunningverlening is onderbouwd.
  • Geef ondernemers duidelijkheid over het moment waarop vergunningverlening weer mogelijk wordt. Stel samen met de provincies een landelijke planning op waarin per provincie wordt aangegeven wanneer ondernemers weer vergunningaanvragen kunnen indienen en wanneer vergunningverlening daadwerkelijk wordt hervat.
  • Laat opgave en vergunningverlening gelijktijdig ingaan. Voorkom dat ondernemers al aan nieuwe verplichtingen moeten voldoen, terwijl de benodigde vergunningverlening nog niet beschikbaar is.

“Van ondernemers mag veel worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.”

Randvoorwaarde 2: PAS-melders en interimmers worden definitief gelegaliseerd

PAS-melders en interimmers dienen over een onherroepelijke NB-vergunning te beschikken voordat zij geconfronteerd worden met emissiedoelen of uitwerking van gebiedsprocessen. Zolang deze ondernemers niet beschikken over een onherroepelijke vergunning, blijven verduurzaming, bedrijfsontwikkeling en daarmee invulling van additionaliteit uit. De rekenkundige ondergrens kan tijdelijke verlichting bieden, maar is in de ogen van NAJK geen legalisatie en daardoor niet het eindstation.

NAJK was in haar zienswijze op het huidige legalisatieprogramma duidelijk; het legalisatieprogramma legaliseert niet tot nauwelijks. Het kabinet houdt dit programma in stand, maar zet daarnaast een belangrijke stap door de mogelijkheden te verkennen voor een permanente vergunningsoplossing op basis van een hedendaags referentiemoment. Hiermee neemt het kabinet een belangrijk onderdeel van de inzet van NAJK over. Wanneer deze route wordt uitgewerkt in aangepaste beleidsregels, kan dit leiden tot een structurele oplossing voor zowel PAS-melders als interimmers. Echter, als er niet voldoende prioriteit wordt gegeven aan de verkenning en de uitwerking blijft legalisatie van PAS-melders en interimmers uit.

Waar het kabinet duidelijk is over legalisatie van PAS-melders wordt voor interimmers ingezet op een verkenning. Voor NAJK is dit volstrekt onvoldoende. Ook interimmers hebben gehandeld volgens de wet en verkeren ook al jarenlang in onzekerheid. De juridische problematiek van deze groep is bekend; de volgende stap moet daarom gericht zijn op vergunningverlening.

Voor NAJK is het essentieel dat de verkenning naar een hedendaags referentiemoment op korte termijn wordt omgezet in concrete beleidsregels waarmee PAS-melders en interimmers daadwerkelijk een onherroepelijke vergunning kunnen verkrijgen als er invulling is gegeven aan het additionaliteitsvereiste.

Conclusie: Het kabinet kiest met de verkenning naar een permanente vergunningsoplossing de juiste richting. Tegelijkertijd blijft het bestaande legalisatieprogramma ongewijzigd en wordt voor interimmers nog geen concrete oplossing geboden. Het is nu tijd om door te pakken en de beloftes waar te maken.

 

Onze oproep:
  • Geef NAJK een prominente plek in alle processen rondom legalisatie, om zo te waarborgen dat praktijkkennis en het belang van ondernemers centraal komt te staan.
  • Voer de verkenning naar een hedendaags referentiemoment met hoge prioriteit uit. Zet de uitkomsten zo snel mogelijk om in aangepaste beleidsregels voor vergunningverlening en betrek NAJK actief bij de uitwerking, zodat de regeling aansluit bij de praktijk en daadwerkelijk uitvoerbaar is.
  • Zie de rekenkundige ondergrens (RKO) niet als eindpunt, maar als tussenstation. De RKO draagt bij aan het tegengaan van handhavingsverzoeken, maar legaliseert PAS-melders en interimmers niet. Het uiteindelijke doel moet een onherroepelijke natuurvergunning voor deze ondernemers zijn.
  • Bied interimmers dezelfde structurele route naar legalisatie als PAS-melders. De juridische positie van beide groepen vraagt om een structurele oplossing die leidt tot een onherroepelijke vergunning.
  • Geen verduurzamingsverplichtingen zonder vergunningverlening. Zorg ervoor dat PAS-melders en interimmers eerst beschikken over een onherroepelijke vergunning, voordat zij worden betrokken bij emissiedoelen, gebiedsprocessen of aanvullende verduurzamingsopgaven.

“Van ondernemers mag veel worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.”

Randvoorwaarde 3: verduurzaming is juridisch mogelijk en economisch haalbaar

Voor NAJK is verduurzaming alleen haalbaar wanneer ondernemers beschikken over een vergunning, passende juridische ruimte en voldoende ondersteuning om de benodigde investeringen te kunnen doen. Op dit punt zet het kabinet belangrijke stappen. De kabinetsbrief maakt vergunningverlening voor verduurzamingsmaatregelen via een passende beoordeling mogelijk en reserveert middelen voor investeringen in stalmaatregelen, managementmaatregelen en innovatie. Daarmee ontstaat een belangrijke basis om de verduurzaming van bedrijven daadwerkelijk op gang te brengen.

Conclusie: Het kabinet erkent dat verduurzaming alleen mogelijk is met juridische ruimte en investeringsondersteuning. De komende uitwerking moet echter aantonen dat deze ondersteuning in verhouding staat tot de omvang van de opgave die ondernemers wordt gevraagd te realiseren.

 

Onze oproep:
  • Maak duidelijk welke verduurzamingsmaatregelen vergunning technisch mogelijk worden.
  • Werk de passende beoordeling en investeringsregelingen gelijktijdig uit.
  • Zorg dat ondernemers vóór investeringsbeslissingen weten welke juridische ruimte en financiële ondersteuning beschikbaar zijn, hierbij dient ook rekening gehouden worden met andere maatschappelijke opgaven en doelen zoals voortkomend uit het convenant Dierwaardige veehouderij.
  • Stem verduurzamingsregelingen af met de Europese wet- en regelgeving.
  • Zorg voor voldoende capaciteit in het beoordelen van vergunningsaanvragen en de behandelingen van passende beoordelingen

“Van ondernemers mag veel worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.”

Randvoorwaarde 4: doelsturing vormt de basis van het beleid, zowel generiek als binnen zonering

NAJK pleit al jaren voor een omslag van middelvoorschriften naar doelsturing. Ondernemers moeten worden afgerekend op het behalen van doelen, niet op de manier waarop zij die doelen realiseren. De keuze van het kabinet voor bedrijfsspecifieke emissienormen voor ammoniak en broeikasgassen sluit daarom aan bij de inzet van NAJK. Deze systematiek biedt ondernemers meer vrijheid om te ondernemen, stimuleert innovatie en beloont bedrijven die vooroplopen. Veldemissies blijven echter achter in de doelsturingssystematiek. Het kabinet kiest hierbij voor middelvoorschriften terwijl er juist veel potentie in het reduceren van veldemissies zit, mits je dit niet generiek oplegt. Denk hierbij aan alle vormen van het bewerken van mest.

Met de gekozen systematiek binnen de zonering sluit het kabinet wel weer aan bij de visie van NAJK op doelsturing. Mits het gevraagde doelbereik realistisch en uitvoerbaar is. Gebieden krijgen tot 1 januari 2028 de ruimte om zelf met een gebiedsplan te komen dat hetzelfde doelbereik realiseert als de landelijke normen. NAJK ziet dit als een belangrijke erkenning dat oplossingen samen met de regio moeten worden ontwikkeld en niet uitsluitend vanuit Den Haag kunnen worden opgelegd. Voorwaarde is wel dat gebiedsplannen daadwerkelijk een volwaardig alternatief vormen voor landelijke normen en ruimte bieden voor maatwerk. Juist daarom is het essentieel dat ondernemers vanaf het begin worden betrokken bij de gebiedsprocessen en dat duidelijk is welke ontwikkelruimte, ondersteuning en verdienmodellen binnen deze gebieden beschikbaar komen.

Conclusie: NAJK is positief over de keuze van het kabinet om doelsturing als uitgangspunt te nemen voor zowel het generieke als het gebiedsgerichte beleid. Daarmee wordt een belangrijke omslag gemaakt van middelvoorschriften naar het sturen op resultaten. Tegelijkertijd staat of valt het succes van deze systematiek met de uitwerking. De emissienormen moeten haalbaar en uitvoerbaar zijn, gebiedsplannen moeten daadwerkelijk ruimte bieden voor maatwerk en ondernemers moeten kunnen rekenen op voldoende ontwikkelruimte en ondersteuning. Alleen dan leidt doelsturing niet alleen tot emissiereductie, maar ook tot toekomstperspectief voor jonge boeren en tuinders.

 

Onze oproep:
  • Werk de doelsturingssystematiek richting 2030 verder uit met de koppeling van veldemissies zodat de emissienormen in 2035 betrekking hebben op alle ammoniakemissies.
  • Geef gebiedsplannen daadwerkelijk de ruimte om een alternatief te vormen voor landelijke voorschriften in de zones. Dit betekent dat de overheid direct na de zomer duidelijkheid dient te verschaffen over waar de gebieden aan moeten voldoen, en ondersteuning voor het opstellen van de plannen beschikbaar is. Is dit niet het geval? Dan dient er uitstel verleent te worden op de uiterlijke termijn van indiening van de plannen.
  • Werk met prioriteit de normen voor pluimvee- varkens- en kalverhouderij uit, zodat ook deze sectoren duidelijkheid krijgen waaraan zij in 2035 moeten voldoen.

“Van ondernemers mag veel worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.”

Randvoorwaarde 5: jonge boeren en tuinders worden ondersteund door sterk flankerend beleid

De opgaven uit de kabinetsbrief zijn ingrijpend en vragen forse investeringen van ondernemers. Daar hoort een sterk en betrouwbaar ondersteunend beleid tegenover te staan. Het kabinet reserveert hiervoor €20 miljard en kiest nadrukkelijk voor het volledige ’trappetje van Remkes’: innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen en vrijwillig beëindigen. NAJK waardeert deze brede inzet. De daadwerkelijke waarde van deze middelen wordt echter niet bepaald door de omvang van het budget, maar door de snelheid, toegankelijkheid en uitvoerbaarheid van de regelingen.

Juist op dat punt schiet de kabinetsbrief nog tekort. Voor veel regelingen is nog onduidelijk wie ervoor in aanmerking komt, onder welke voorwaarden ondersteuning beschikbaar is en wanneer ondernemers hiervan gebruik kunnen maken. Daarmee ontbreekt het handelingsperspectief dat jonge boeren nodig hebben om vandaag investeringsbeslissingen te nemen.

Daarnaast mist NAJK een concrete inzet en uitwerking op bewezen fiscale instrumenten zoals de MIA/Vamil, IDL Light en de Tante Agaath regeling. Juist deze regelingen maken duurzame investeringen aantrekkelijker, zijn laagdrempelig en sluiten goed aan bij ondernemers die willen investeren in innovatie. Een stevig flankerend beleid bestaat niet alleen uit subsidies, maar ook uit krachtige fiscale instrumenten die investeringen versnellen.

Ook bij bedrijfsverplaatsingen moet de overheid haar verantwoordelijkheid nemen. Van ondernemers kan niet worden verwacht dat zij een complex traject zelfstandig doorlopen. Wanneer verplaatsing in het algemeen belang noodzakelijk is, moet de overheid het proces van begin tot eind begeleiden, de ondernemer ontzorgen, regie voeren en voorrang verlenen aan ruimtelijke procedures, vergunningverlening en bestemmingsplanwijzigingen. Alleen dan wordt verplaatsing een realistisch alternatief.

Ook vraagt NAJK nadrukkelijk aandacht voor de positie van jonge ondernemers. Zij beschikken vaak over minder eigen vermogen maar moeten wel concurreren met gevestigde bedrijven. Zonder gerichte voordelen bij ondersteuning dreigt opnieuw het recht van de sterkste te gelden. Juist jonge ondernemers moeten daarom binnen bijvoorbeeld investeringsregelingen extra worden ondersteund, zodat ook zij kunnen investeren in de verduurzaming op het erf, in de stal of in bijvoorbeeld de productie van groen gas.

Tot slot vraagt NAJK expliciet aandacht voor het functioneren van de fosfaatmarkt. Het kabinet geeft aan het functioneren van de handel in fosfaatrechten te onderzoeken. In de huidige markt ontbreekt transparantie, dit maakt dat de handel afhankelijk is van emotie en handelaren. De koppeling met ammoniak en broeikasgassen maakt dat de vraag toe zal nemen. Voor NAJK is het een randvoorwaarde dat de overheid ingrijpt op deze markt door een kadaster in te voeren en transparantie waarborgt.

Voor NAJK geldt een helder uitgangspunt: wanneer de overheid ondernemers een opgave oplegt, moet daar direct duidelijkheid tegenover staan over het handelingsperspectief. Ondernemers moeten weten welke ondersteuning beschikbaar is, welke stappen van hen worden verwacht en waar zij op kunnen rekenen. Pas dan kunnen zij verantwoord investeren in de toekomst van hun bedrijf.

Conclusie: Het kabinet stelt omvangrijke middelen beschikbaar en kiest terecht voor ondersteuning langs het volledige trappetje van Remkes. Voor jonge boeren telt echter niet hoeveel miljard het kabinet reserveert, maar of zij weten welke ondersteuning beschikbaar is om de gevraagde stappen daadwerkelijk te zetten.

 

Onze oproep:
  • Maak vóór de inwerkingtreding van de nieuwe verplichtingen duidelijk welke regelingen beschikbaar zijn, wie daarvoor in aanmerking komt, welke voorwaarden gelden en wanneer ondernemers hiervan gebruik kunnen maken.
  • Zorg dat ondersteuningsregelingen gelijktijdig met de nieuwe opgaven worden opengesteld, zodat ondernemers niet eerst hoeven te investeren en pas later zekerheid krijgen over de ondersteuning.
  • Behoud en versterk fiscale regelingen zoals MIA/Vamil, IDL Light en de Tante Agaath regeling, zodat ondernemers ook fiscaal worden gestimuleerd om te investeren in verduurzaming en innovatie.
  • Neem bij bedrijfsverplaatsingen de regie. Begeleid ondernemers van initiatief tot vestiging, wijs één aanspreekpunt aan en geef voorrang aan ruimtelijke procedures, vergunningverlening en bestemmingsplanwijzigingen. Zonder deze regie is verplaatsing geen reëel scenario en ontneem je bedrijven in de zone perspectief.
  • Geef jonge boeren en bedrijfsopvolgers een aantoonbaar voordeel binnen investerings- en verplaatsingsregelingen, zodat de verduurzaming niet wordt bepaald door het beschikbare eigen vermogen, maar door de kwaliteit van het initiatief.
  • Ontwikkel een transparant en onafhankelijk handelssysteem voor fosfaatrechten, waarin prijsvorming inzichtelijk is en alle ondernemers onder gelijke voorwaarden toegang hebben tot de markt.

“Van ondernemers mag veel worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.”

Afsluiting en conclusie

NAJK zet zich vol in voor de toekomst van jonge boeren en tuinders in Nederland. Dat er iets moet en zal gebeuren is helder; daar duiken we niet voor weg. Het kabinet zet met vergunningverlening, de legalisatie van PAS-melders en interimmers en de omslag naar doelsturing belangrijke stappen in de goede richting. Tegelijkertijd vragen de huidige voorstellen voor grondgebondenheid en zonering om wezenlijke aanpassingen, omdat zij in de huidige vorm hun doel voor een deel voorbijschieten en een onevenredig zware last leggen op jonge ondernemers. Alleen wanneer de verdere uitwerking leidt tot gelijktijdige vergunningverlening, rechtszekerheid en voldoende ondersteuning ontstaat het handelingsperspectief dat jonge boeren en tuinders nodig hebben om te blijven ondernemen, investeren en hun bedrijf over te nemen. Daarbij is het essentieel dat de ondersteuning bij logische maatregelen aansluit bij de kwetsbare positie van jonge ondernemers en oog houdt voor andere maatschappelijke opgaven, zoals die voortvloeien uit onder meer het Convenant Dierwaardige Veehouderij.

De komende maanden zijn daarom bepalend. Niet de aankondigingen in deze brief, maar de uiteindelijke wetgeving en uitvoering zullen uitwijzen of deze plannen daadwerkelijk leiden tot vergunningverlening, rechtszekerheid en toekomstperspectief. NAJK blijft zich constructief inzetten om samen met kabinet en Kamer tot een pakket te komen dat natuurherstel mogelijk maakt én jonge boeren en tuinders de ruimte geeft om ook in de toekomst te blijven ondernemen.

 

Zware opgaven jonge boeren, maar eerste stap richting vergunningverlening

Vandaag heeft het kabinet de plannen van de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof gepresenteerd. De kabinetsbrief komt voor de jonge generatie boeren en tuinders hard binnen. De brief bevat vergaande maatregelen, zoals grondgebondenheid en zonering, die grote gevolgen hebben voor jonge boeren en tuinders. Tegelijkertijd ziet NAJK dat het kabinet belangrijke stappen in de goede richting zet. Voor NAJK zijn vergunningverlening, legalisering van PAS-melders en interimmers en handelingsperspectief cruciaal geweest in de gesprekken, deze punten staan in het pakket. Veel moet nog nader worden uitgewerkt. Deze uitwerking is alles bepalend of deze plannen ook daadwerkelijk het benodigde handelingsperspectief bieden.

Ingrijpende maatregelen leggen zeer zware lasten op

De kabinetsplannen leggen een zeer zware last op de schouders van jonge boeren en tuinders. De voorgestelde grondgebondenheidsnorm van 2,6, zonder een logische koppeling aan doelsturing voor waterkwaliteit, is volgens NAJK onbegrijpelijk en raakt de Nederlandse melkveehouderij onnodig hard. Ook de voorgenomen zonering van 500 tot 1.000 meter rondom Natura 2000-gebieden legt een ingrijpende en verstrekkende opgave neer bij veel jonge ondernemers. Cruciaal is concreet handelingsperspectief voor een ondernemer in de zone, dit moet zo snel als mogelijk worden geregeld. De landbouw krijgt een belangrijke rol bij de invulling van de gebiedsplannen. Voor NAJK is dit essentieel omdat plannen samen met het gebied moeten worden uitgewerkt. Hoewel NAJK positief is over de keuze voor doelsturing op ammoniak en broeikasgassen, zijn de voorgestelde normen op bedrijfsniveau ingrijpend en vragen vergaande stappen van jonge ondernemers.

Belangrijke stappen richting vergunningverlening

De afgelopen maanden heeft NAJK zich intensief ingezet om de belangen van jonge boeren en tuinders onder de aandacht te brengen. Daarbij heeft NAJK vijf randvoorwaarden centraal gesteld: een juridisch houdbare basis voor vergunningverlening, definitieve legalisatie van PAS-melders en interimmers, ruimte voor haalbare verduurzaming, doelsturing als basis van beleid en sterk ondersteunend beleid voor jonge boeren en tuinders. In de kabinetsbrief ziet NAJK dat op deze punten stappen zijn gezet.

PAS-melders en interimmers krijgen zicht op legalisatie. Voor PAS-melders en interimmers wordt een permanente vergunningsoplossing onderzocht en uitgewerkt op basis van een hedendaags referentiemoment. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om de jarenlange onzekerheid over handhavingsverzoeken en stilstand echt op te lossen. NAJK heeft zich heel hard gemaakt voor deze stap en zal er in de uitwerking op toe zien dat deze ondernemers in het bezit komen van een onherroepelijke vergunning. Immers begint verduurzaming bij vergunningverlening en rechtszekerheid.

Daarnaast komt vergunningverlening stapsgewijs los en de rekenkundige ondergrens wordt ingevoerd, dit betekent dat ondernemers op termijn hun bedrijven weer kunnen doorontwikkelen. Met de geboden ruimte op verduurzaming via passende maatregelen en ondersteuning bij investeringen kunnen de eerste stappen worden gezet.

Doelsturing als basis, maar ondersteunend beleid mist concreetheid

Doelsturing vormt de basis voor het generieke en het gebiedsgerichte beleid. Dit stelt jonge ondernemers in staat te kiezen hoe hun bedrijfsvoering wordt ingericht. NAJK is groot voorstander van doelsturing, en daarom positief dat het kabinet deze omschakeling volgt. Maar goed ondersteunend beleid moet ervoor zorgen dat jonge ondernemers deze opgaven kunnen dragen. Het trappetje van Remkes maakt het mogelijk stappen te zetten, maar de concrete ondersteuning in uitvoering van deze stappen is nog onvoldoende uitgewerkt.

De vestigingsteun is voor langere tijd beschikbaar gesteld voor jonge boeren en tuinders die hun bedrijf willen voortzetten of overnemen. NAJK ziet dit als een belangrijke eerste stap om de volgende generatie agrarisch ondernemers te ondersteunen. Ook vindt NAJK het belangrijk dat de verantwoordelijkheid voor de opgaven breder wordt gedeeld. Niet alleen de landbouw, maar ook terreinbeheerders en de industrie krijgen een afrekenbare doelstelling binnen de aanpak.

“Het kabinet heeft op een aantal belangrijke punten onze inzet overgenomen. Dat is een belangrijke stap en laat zien dat onze inbreng ertoe doet. Tegelijkertijd leggen deze plannen zware opgaven bij jonge ondernemers. De verdere uitwerking moet nu bewijzen dat zij ook daadwerkelijk de ruimte krijgen om te blijven ondernemen, investeren en het bedrijf over te nemen.” – Aldus NAJK-voorzitter Gerben Boom

 

Inzet NAJK blijft nodig voor daadwerkelijk handelingsperspectief

De afgelopen maanden heeft NAJK de belangen van jonge boeren en tuinders op alle mogelijke plekken onder de aandacht gebracht. Dat een aantal randvoorwaarden uit de NAJK-inzet terug te zien zijn in de kabinetsbrief laat zien dat deze inzet verschil heeft gemaakt. Tegelijkertijd ziet NAJK dat de zware maatregelen uit de kabinetsbrief grote gevolgen hebben voor jonge boeren en tuinders. Juist op die onderdelen blijft verdere verbetering noodzakelijk. Daarom is dit voor NAJK geen eindpunt. De komende periode blijft NAJK zich inzetten voor verdere verbetering van de plannen en voldoende handelingsperspectief voor jonge boeren en tuinders.

Voor iedereen die meer wil weten over de kabinetsplannen en de inzet van NAJK is een Q&A gepubliceerd. Maandag komt NAJK met een verdere inhoudelijke reactie op de verschillende onderdelen van de kabinetsbrief en de gevolgen daarvan voor jonge boeren en tuinders.

Taskforce Landbouw, Natuur & Stikstof nieuwsbericht (24-06-2026)

Beste NAJK leden,

Nog 2 dagen, dan presenteert het kabinet de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. De afgelopen weken heeft NAJK haar inzet op zoveel mogelijk plekken neergezet richting de Taskforce, in Den Haag en breed in de media. Vrijdag wordt duidelijk in hoeverre onze inzet en de randvoorwaarden die we hebben neergelegd terugkomen in de plannen.

De inzet van NAJK

In de afgelopen weken heeft NAJK duidelijk gemaakt welke randvoorwaarden noodzakelijk zijn voor een werkbare aanpak voor jonge boeren en tuinders.  Onze inzet is en blijft helder. Vergunningverlening moet weer op gang komen, PAS-melders en interimmers moeten definitief worden gelegaliseerd, verduurzaming moet juridisch mogelijk én economisch haalbaar zijn, doelsturing moet de basis vormen van het beleid en jonge boeren en tuinders moeten kunnen rekenen op sterke ondersteuning bij de dingen die van hun gevraagd worden. Voor NAJK kunnen deze onderwerpen niet los van elkaar worden gezien. Alleen wanneer deze onderdelen in de brief staan, ontstaat een aanpak die perspectief biedt voor ondernemers én ruimte creëert voor natuurherstel. De vijf randvoorwaarden van NAJK staan hier nog een keer op een rijtje.

Onze rol de afgelopen tijd

Ondanks onze inzet, moet duidelijk zijn, NAJK is geen onderdeel  van de besluitvorming. De uiteindelijke keuzes worden door het kabinet gemaakt. Wij hebben de afgelopen tijd zo veel en goed mogelijk de belangen van jonge boeren en tuinders neergezet om invloed uit te oefenen op de keuzes die worden gemaakt. Wij beslissen niet zelf en zullen ten alle tijden de uitkomst toetsen aan onze randvoorwaarden.

De stem van jonge boeren en tuinders laten horen

Naast onze input in Den Haag kenbaar maken heeft NAJK de afgelopen tijd ook actief het publieke debat opgezocht. Via landelijke media hebben bestuurders aandacht gevraagd voor de gevolgen van het stikstofdossier voor jonge boeren en tuinders. Via onder andere het AD, Nieuwsuur, NPO Radio 1 en RTL-nieuws hebben ze duidelijk gemaakt dat jonge boeren vooruit willen, maar daarvoor wel perspectief, rechtszekerheid en duidelijke keuzes van de overheid nodig hebben.

Een belangrijk moment voor de sector

Vrijdag wordt duidelijk welke keuzes het kabinet maakt. NAJK hoopt dat de positie van jonge boeren in Nederland goed is meegewogen in de zoektocht naar duidelijkheid en perspectief in de sector. Veel jonge ondernemers hebben te maken met onzekerheid over vergunningen, investeringen en de toekomst van hun bedrijf. Juist daarom moeten de plannen niet alleen antwoord geven op de opgaven van vandaag, maar ook vertrouwen bieden aan de generatie die morgen verder moet bouwen aan onze sector.

NAJK stelt vijf randvoorwaarden voor de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof

Op 26 juni presenteert de ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof de plannen voor stikstofreductie en natuurherstel. De keuzes die daarbij worden gemaakt, hebben directe gevolgen voor jonge boeren en tuinders. In deze nieuwsupdate lichten we de randvoorwaarden toe die NAJK stelt aan de plannen van de minister.

Voor NAJK is het essentieel dat vergunningverlening, doelsturing en ondersteuning van jonge ondernemers hand in hand gaan met verduurzaming en natuurherstel. Zonder die samenhang blijft de sector vastlopen: vergunningen blijven uit, investeringen worden uitgesteld en bedrijfsopvolging komt verder onder druk te staan. Daarom heeft NAJK deze vijf randvoorwaarden opgesteld voor een juridisch houdbare en uitvoerbare aanpak:

1. De aanpak voldoet aan de additionaliteiseis

Voor NAJK is additionaliteit een randvoorwaarde voor het opnieuw mogelijk maken van vergunningverlening. Zonder aantoonbare invulling van deze eis blijft vergunningverlening vastlopen en blijft onzekerheid voor ondernemers bestaan. Het stikstofpakket moet daarom zorgen voor een juridisch houdbare basis voor vergunningverlening, binnen een aanpak die ook haalbaar en realiseerbaar is. Alleen dan ontstaat weer ruimte voor bedrijfsontwikkeling en investeringen.

2. PAS-melders en interimmers worden definitief gelegaliseerd

PAS-melders en interimmers moeten definitief worden gelegaliseerd. Ondernemers moeten kunnen vertrouwen op een situatie die juridisch standhoudt en niet bij iedere nieuwe procedure opnieuw ter discussie staat. Voor NAJK betekent legalisatie dat een bedrijf beschikt over een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. Alleen dan ontstaat de rechtszekerheid die nodig is om te investeren in de toekomst.

3. Verduurzaming is juridisch mogelijk en economisch haalbaar

Vergunningverlening voor verduurzamingsactiviteiten moet weer mogelijk worden. Ondernemers moeten kunnen investeren in emissiereductie, dierenwelzijn, innovatie en bedrijfsontwikkeling. Dat vraagt om een systeem waarin verduurzaming niet alleen juridisch mogelijk is, maar ook economisch haalbaar blijft. Zonder investeringszekerheid, financierbaarheid en een stabiel juridisch kader komen noodzakelijke verduurzamingsmaatregelen onvoldoende van de grond.

4. Doelsturing vormt de basis van het beleid, zowel generiek als binnen zonering

NAJK ziet doelsturing als de basis voor toekomstbestendig beleid. Heldere doelen moeten daarbij worden gecombineerd met ruimte voor ondernemers om zelf invulling te geven aan de manier waarop deze doelen worden behaald. Bedrijven die aantoonbaar beter presteren, moeten daar ook de voordelen van ervaren. Dit principe moet volgens NAJK zowel gelden binnen generiek beleid als binnen eventuele zonering.

5. Jonge boeren en tuinders worden ondersteund door sterk flankerend beleid

De noodzakelijke veranderingen vragen om financiële, fiscale en ruimtelijke ondersteuning. Jonge boeren en tuinders moeten daarbij prioriteit krijgen, zodat zij kunnen blijven investeren in hun toekomst. Flankerend beleid moet ondernemers ondersteunen bij het innoveren, extensiveren, verplaatsen of stoppen. Zonder deze ondersteuning dreigen juist jonge boeren en tuinders buiten de boot te vallen, terwijl zij de toekomst van de sector vormen.

Samenhang is essentieel

Voor NAJK kunnen legalisatie, vergunningverlening, doelsturing en ondersteuning niet los van elkaar worden gezien. Alleen in samenhang ontstaat een aanpak die niet alleen juridisch houdbaar is, maar ook uitvoerbaar in de praktijk. Zo werken we niet alleen aan oplossingen voor vandaag, maar ook aan perspectief voor de volgende generatie ondernemers.

Blijf op de hoogte

NAJK blijft haar leden de komende tijd informeren over de ontwikkelingen rondom de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Via onze Taskforce-pagina en nieuwsberichten houden we je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en onze inzet richting politiek.

  • Lees hier de brief van voorzitter Gerben Boom
  • Bekijk hier de Taskforce-pagina

Vacature: portefeuillehouder Akkerbouw gezocht!

Ben jij een jonge akkerbouwer met visie, lef en hart voor de sector? Dan is dit jouw kans om het verschil te maken. NAJK zoekt een nieuwe Portefeuillehouder Akkerbouw om het dagelijks bestuur te versterken.

In deze rol vertegenwoordig je de belangen van jonge akkerbouwers richting politiek, overheid en sector. Je houdt je bezig met actuele thema’s zoals gewasbescherming, waterkwaliteit en mestbeleid. Daarnaast ben je voorzitter van de klankbordgroep Akkerbouw en bouw je mee aan een sterk perspectief voor de volgende generatie ondernemers.

Als portefeuillehouder krijg je de kans om je bestuurlijke vaardigheden verder te ontwikkelen, een waardevol netwerk op te bouwen en impact te maken op nationaal niveau. De functie vraagt gemiddeld twee à drie dagen per week en biedt een passende vergoeding.

Lees hier de hele vacature!

Interesse?

Wil jij jouw stem laten horen en bouwen aan de toekomst van de Nederlandse akkerbouw? Solliciteer dan uiterlijk 28 juni 2026 via sollicitaties@najk.nl. We ontvangen graag je cv en motivatiebrief.

Weidegang vraagt om gamechangers: sector zet volgende stap in strategische heroriëntatie

Op dinsdag 12 mei 2026 vond in Kamerik de jaarlijkse Convenantsdag Weidegang plaats. Meer dan 60 afgevaardigden van de convenantsondertekenaars kwamen samen. De centrale boodschap: de betrokken partijen zijn vastbesloten zich in te zetten om de dalende trend in weidegang te keren, en doorlopen daarvoor dit jaar een gezamenlijk traject.

De weidegangcijfers over 2025, gepubliceerd in december, bevestigden de noodzaak van een vernieuwde aanpak. Met waardering voor de inspanningen van de afgelopen jaren heeft de sector een strategische heroriëntatie ingezet. De Convenantsdag van 12 mei was daarin een volgende, concrete stap.

Brede verkenning leidt tot reeks kansrijke gamechangers

Naast presentaties over de strategische heroriëntatie en onderzoeksinzichten over het
boerenperspectief, werkten de aanwezigen in deelsessies mogelijke oplossingen uit om de trend te
keren, waaronder:

  • Weidegang beter inpasbaar maken voor de diverse bedrijfssystemen, zoals grote melkveebedrijven en bedrijven met een automatisch melksysteem.
  • Vormen van deelweidegang definiëren zodat ook bedrijven met een beperkte huiskavel gestimuleerd worden te weiden.
  • Met de rijksoverheid de spanning tussen o.a. mestwetgeving en weidegang ombuigen naar positieve prikkels voor weidegang binnen wetgeving. Waaronder het inrekenen van ammoniakreductie door weidegang.
  • Verder uitbouwen van de positionering van weidemelk.
  • Oog hebben voor factoren waar een melkveehouder geen invloed op heeft. Zoals verlies van beschikbaar gras door ganzen, risico’s van wolven en extreme weersomstandigheden.
  • Urenregistratietechnieken toegankelijk en rendabel maken.
  • Een geregisseerde totaalaanpak op kennisontwikkeling, -verspreiding en advisering.

In samenhang hebben deze de potentie om de trend om te buigen.

Hubert Andela, directeur ZuivelNL: “Het doel is om het aantal weidende koeien te verhogen en de duur van de weidegang substantieel te verlengen. We beseffen dat daarvoor op een aantal terreinen grote veranderingen nodig zijn en de inzet van àlle convenantpartners nodig is. Deze partnerbijeenkomst heeft geholpen bij die bewustwording. De komende maanden moeten we met elkaar tot een totaalaanpak komen.”

Convenanten Gewasbescherming: nieuwsbericht 1

Deze maand startte het traject om tot convenanten gewasbescherming te komen. Begin juli moet dit proces leiden tot een convenant-op-hoofdlijnen. Na de zomer wordt gewerkt aan de concrete uitwerking en zogenoemde sectorale deelconvenanten. Via tweewekelijkse nieuwsberichten informeren we onze achterban over de voortgang van het proces, over de inzet van plantaardige sectoren en over de belangrijkste ontwikkelingen aan de kerntafel. Dit bericht is de eerste tweewekelijkse nieuws-update.

Aanleiding

De aanleiding voor convenanten op gewasbescherming ligt in de grote maatschappelijke opgaven rondom gewasbescherming. Het maatschappelijke en politieke debat wordt op het scherpst van de snede gevoerd. De druk op waterkwaliteit, biodiversiteit en leefomgeving moeten verder verlaagd worden. Maar tegelijker9jd moeten ondernemers kunnen blijven telen, investeren en ondernemen. In het regeerakkoord hee? het kabinet daarom als ambi9e opgenomen: “Met de glastuinbouw, de akkerbouw en ketenpartijen sluiten we nationale, bindende convenanten om het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen (op basis van milieubelastingspunten) fors te beperken. Er komt meer ruimte voor geïntegreerde gewasbescherming”.

Proces

In opdracht van LVVN-staatssecretaris Silvio Erkens en onder begeleiding van onafhankelijk voorzitter Gert-Jan Segers komt een zogenaamde ‘kerntafel’ wekelijks bijeen. Aan deze tafel zitten vertegenwoordigers van overheden (het ministerie van LVVN, het ministerie van I&W, IPO, VNG en UvW), natuurorganisaties (Natuur & Milieu en LandschappenNL), kennispartners (WUR), ketenpartijen (CBL) en vier agrarische partijen: BO Akkerbouw, Greenports, LTO Nederland en NAJK. Op woensdag 6 mei kwam de kerntafel voor het eerst bijeen. Daarnaast werken verschillende werkgroepen aan thema’s als water, natuur, leefomgeving en generieke maatregelen en instrumentarium.

Het streven is dat deze partijen uiterlijk 3 juli een bindend convenant-op-hoofdlijnen ondertekenen. Na de zomer hebben partijen de rest van het jaar de tijd voor de concrete uitwerking en zogenoemde sectorale deelconvenanten richting uitvoering. Het convenant gewasbescherming valt politiek gezien onder de ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur & Stikstof. In een Tweede Kamerbrief van 17 april 2026 schetst staatsecretaris Erkens de start van het proces.

Doel is om samen met de plantaardige sectoren te komen tot afspraken die bijdragen aan het terugdringen van emissies en milieubelasting, in lijn met onder meer de Kaderrichtlijn Water, terwijl ondernemers tegelijkertijd perspectief en rechtszekerheid houden. Het kabinet benadrukt dat gewasbescherming belangrijk blijft voor gezonde teelten en voedselproductie, maar dat verdere verduurzaming noodzakelijk is.

Naast het feitelijke onderhandelingsproces aan de kerntafel neemt onafhankelijk voorzitter Gert-Jan Segers ook het initiatief voor een zogenaamde ‘sociale dialoog’. Verschillende werkbezoeken en gesprekken tijdens het voorjaar en de zomer hebben als doel om het debat over gewasbescherming uit de polarisatie te halen. De ambitie is een gedragen middenweg te vinden die opgenomen kan worden in het convenant-op-hoofdlijnen. Onze organisaties bewaken dat Gert-Jan Segers en Silvio Erkens hierbij ook ruim aandacht hebben voor werkbezoeken aan telers en ketenpartners om te horen tegen welke dilemma’s en uitdagingen zij in praktijk aanlopen.

Samenwerking

De vier agrarische partijen aan de kerntafel (BO Akkerbouw, Greenports Nederland, LTO Nederland en NAJK) trekken gezamenlijk op en streven ernaar zoveel mogelijk dezelfde koers te varen. Zij stemmen hun inbreng met elkaar af in een eigen ‘kerngroep’. In zogenaamde ‘themagroepen’ werken specialisten van onze vier organisaties gezamenlijk aan de inhoudelijke uitwerking van vraagstukken.

Ieder van de vier agrarische partijen heeft zelf ook een eigen achterban van leden of gelieerde partnerorganisaties waarmee intensief wordt afgestemd en samengewerkt. Voor NAJK geldt dat de inbreng aan de kerntafel gedurende het hele proces wordt afgestemd met het NAJK-bestuur en de klankbordgroep akkerbouw.

De ‘interne’ (agrarische partijen) en ‘externe’ (gezamenlijke) organisatie is samengevat onderstaand dit organogram.

Inhoud

Voor de plantaardige sectoren is het belangrijk om actief deel te nemen aan dit proces. Niet alleen omdat de opgaven groot zijn, maar ook omdat echte verandering alleen werkt als beleid en praktijk met elkaar verbonden blijven. De sector wil verantwoordelijkheid nemen voor verdere verduurzaming, maar benadrukt tegelijk dat afspraken uitvoerbaar, wetenschappelijk onderbouwd en praktisch werkbaar moeten zijn. Daarbij horen ook rechtszekerheid voor telers, heldere randvoorwaarden, financiële middelen en voldoende innovatiekracht.

In de gesprekken aan de kerntafel staan momenteel verschillende onderwerpen centraal. Denk aan emissiereductie, geïntegreerde gewasbescherming, innovatie, monitoring en doelsturing. Maar bijvoorbeeld ook de vraag hoe ondernemers voldoende handelingsperspectief houden in een periode waarin middelen verdwijnen en nieuwe ziekten en plagen toenemen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een gezamenlijke aanpak die moet voorkomen dat ondernemers te maken krijgen met uiteenlopende regels per gemeente of provincie. Juist landelijke en uniforme kaders zijn cruciaal voor een werkbare praktijk.