Landelijke bordenactie jonge boeren: Toekomst op doodlopende weg, NAJK biedt route vooruit 

Overal in Nederland verschijnen vanaf vandaag opvallende borden langs de wegen met een kraakheldere boodschap: ‘Hier loopt de toekomst van een jonge boer dood’. Met deze landelijke actie vraagt het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) aandacht voor de knellende positie van de jonge generatie op het platteland. Het dreigende intrekken van al verleende vergunningen is voor NAJK de absolute grens: dit is volstrekt onacceptabel. Tegelijkertijd weet NAJK wat er nodig is om wel perspectief te krijgen. Met een reeks concrete verbeteringen op de stikstofbrief biedt NAJK een uitweg. 

Rechtszekerheid is geen onderhandeling

Jonge boeren en tuinders die willen starten, overnemen of verduurzamen lopen op dit moment tegen een muur op. Het voorgenomen besluit om geldige NB-vergunningen in te trekken van ondernemers die aan de regels voldoen, haalt het fundament onder de toekomst van de agrarische sector weg.

Wie een bedrijf wil overnemen of verduurzamen, heeft zekerheid nodig voor de komende dertig jaar, stelt NAJK-voorzitter Gerben Boom. “Als deze vergunningen echt worden ingetrokken, worden jonge boeren en tuinders een doodlopende weg ingestuurd. Het schaadt het vertrouwen in de overheid én sloopt de basis van jonge ondernemers. Als de overheid wil dat wij verduurzamen en investeren, moet de basis op orde zijn.” NAJK stelt rechtszekerheid van vergunningen als harde randvoorwaarde. 

Van doodlopende weg naar route vooruit 

NAJK houdt het niet bij protest, maar ziet de ‘route vooruit’. Door een stapeling van nieuwe normen ontbreekt het perspectief voor jonge ondernemers in de huidige vorm van de stikstofbrief. Met de juiste aanpassingen kan de brief wél de basis vormen voor een duurzame toekomst. NAJK dringt aan op een tiental noodzakelijke koerswijzigingen waaronder: 

  • Harde rechtszekerheid: Geen intrekking van geldige vergunningen en een eerlijk proces voor iedere ondernemer.
  • Perspectief op vergunningen: Duidelijkheid vóór eind 2026 over het heropenen van het vergunningenloket én échte, definitieve legalisatie voor PAS-melders en interimmers.
  • Haalbare en eerlijke regels: Geen starre zones of harde GVE-normen vooraf, maar sturen op vakmanschap en meetbaar resultaat op het erf.
  • Gereedschap om te verduurzamen: Borgregelingen die echt bijdragen. Concrete financiële, fiscale en ruimtelijke ondersteuning.

Het volledige overzicht met alle tien de koerswijzigingen is te vinden op onze actiepagina.

Vergunningverlening als eerste vlot trekken 

“We focussen ons met deze actie bewust op de stikstofbrief van 26 juni, omdat de vergunningverlening nu volledig stil ligt,” licht Boom toe. “Dat neemt niet weg dat de druk op dossiers als water, gewasbescherming en mest net zo goed voelbaar is op het erf. Maar om jonge boeren weer in beweging te krijgen, moeten we deze blokkade op de vergunningverlening als eerste opheffen. Zonder vergunning immers geen bedrijfsontwikkeling en geen toekomst.”

Maak weg vrij voor toekomstgericht ondernemerschap

Jonge boeren en tuinders kijken niet alleen naar morgen, maar bouwen aan de komende dertig jaar. De wil om bedrijven duurzaam te ontwikkelen is er volop. De overheid moet jonge ondernemers wél echt bijstaan. Maak de weg vrij, herstel de rechtszekerheid en laat deze fanatieke generatie doen waar ze goed in is: toekomstgericht ondernemen.

Vacature: portefeuillehouder Akkerbouw gezocht!

Ben jij een jonge akkerbouwer met visie, lef en hart voor de sector? Dan is dit jouw kans om het verschil te maken. NAJK zoekt een nieuwe Portefeuillehouder Akkerbouw om het dagelijks bestuur te versterken.

In deze rol vertegenwoordig je de belangen van jonge akkerbouwers richting politiek, overheid en sector. Je houdt je bezig met actuele thema’s zoals gewasbescherming, waterkwaliteit en mestbeleid. Daarnaast ben je voorzitter van de klankbordgroep Akkerbouw en bouw je mee aan een sterk perspectief voor de volgende generatie ondernemers.

Als portefeuillehouder krijg je de kans om je bestuurlijke vaardigheden verder te ontwikkelen, een waardevol netwerk op te bouwen en impact te maken op nationaal niveau. De functie vraagt gemiddeld twee à drie dagen per week en biedt een passende vergoeding.

Lees hier de hele vacature!

Interesse?

Wil jij jouw stem laten horen en bouwen aan de toekomst van de Nederlandse akkerbouw? Stuur dan je sollicitatiebrief en CV naar sollicitaties@najk.nl.

Ledenavonden brengen leden en bestuur samen

Vier avonden, vier regio’s en volop betrokken leden. De afgelopen weken vonden de NAJK-ledenbijeenkomsten plaats, waarbij leden uit het hele land welkom waren om aan te sluiten bij een bijeenkomst bij hen in de buurt. Tijdens de avonden gaf het bestuur uitleg over het convenant gewasbescherming en de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof en was er volop ruimte voor vragen en het gesprek met de leden.

De bijeenkomsten stonden in het teken van uitleg, het delen van de afwegingen die NAJK de afgelopen periode heeft gemaakt en het gesprek met de leden. Zo kregen aanwezigen meer inzicht in de inzet van NAJK op actuele dossiers en was er volop ruimte om vragen te stellen en ervaringen uit te wisselen.

Meer inzicht in het convenant gewasbescherming

Tijdens de bijeenkomsten gaf het bestuur een toelichting op het proces rondom het convenant gewasbescherming. Daarbij werd uitgelegd waarom is gekozen voor een convenant, hoe het proces de afgelopen maanden is verlopen en welke rol NAJK daarin heeft gespeeld. Ook werd toegelicht hoe de klankbordgroep Akkerbouw en het NAJK-bestuur gedurende het traject betrokken zijn geweest bij de beoordeling van de teksten en de uiteindelijke afweging om het convenant wel of niet te ondertekenen.

Daarnaast kregen leden uitleg over de hoofdlijnen van het convenant. Daarbij was aandacht voor de doelen, de inzet en de belangrijkste uitgangspunten die voor NAJK essentieel waren.

De Taskforce en de inzet van NAJK

Ook de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof kwam uitgebreid aan bod. Het bestuur lichtte toe welke rol NAJK binnen de taskforce heeft vervuld. Daarbij werd benadrukt dat NAJK geen onderhandelingspartner was, maar deelnam aan het maatschappelijke overleg om vanuit het perspectief van jonge boeren en tuinders inhoudelijke input te leveren.

Tijdens de bijeenkomsten nam het bestuur de leden mee in de belangrijkste uitgangspunten en randvoorwaarden die NAJK gedurende het hele traject heeft ingebracht en hoe deze zijn teruggekomen in de kabinetsbrief. Daarbij werd ook duidelijk gemaakt waarom NAJK de huidige voorstellen voor grondgebondenheid en zonering in deze vorm niet acceptabel vindt. Volgens de vereniging leggen deze plannen een veel te zware last op jonge boeren en tuinders en zijn aanpassingen noodzakelijk.

Tijdens de avonden stond daarbij steeds hetzelfde uitgangspunt centraal:

“Van ondernemers mag wat worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.

Meer lezen?

Benieuwd naar de volledige reactie van NAJK op de kabinetsbrief van de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof? Lees hier de uitgebreide inhoudelijke reactie.

Waardevolle gesprekken met de achterban

Tijdens alle vier de bijeenkomsten maakten leden actief gebruik van de gelegenheid om vragen te stellen en hun zorgen, ideeën en ervaringen te delen. De open gesprekken tussen leden en bestuur zorgden voor waardevolle inzichten aan beide kanten.

Voor NAJK zijn deze bijeenkomsten belangrijk om te horen wat er leeft onder jonge boeren en tuinders. Tegelijkertijd geven de avonden leden meer inzicht in de afwegingen die het bestuur maakt en de inzet van NAJK op actuele dossiers.

Met een mooie opkomst, betrokken leden en waardevolle gesprekken kijkt NAJK terug op vier geslaagde ledenbijeenkomsten. Deze uitwisseling met de achterban blijft voor NAJK van grote waarde en vormt een belangrijke basis voor de verdere belangenbehartiging.

Rechtszekerheid van ondernemers onder druk

Een klap in het gezicht van agrarisch Nederland. Zo noemt NAJK het voornemen van de provincie Noord-Brabant om de onherroepelijke natuurvergunningen van vijf pluimveehouders in te trekken. Voor jonge boeren en tuinders is dit besluit nauwelijks te bevatten. Wij willen investeren, verduurzamen en ons bedrijf toekomstbestendig maken, óók wanneer de overheid daarvoor nieuwe eisen stelt. Maar als ondernemers die jarenlang volgens de geldende regels hebben gehandeld alsnog hun vergunning kunnen kwijtraken, verdwijnt ieder vertrouwen in de overheid. Het voornemen raakt daarom niet alleen vijf ondernemers in Noord-Brabant, maar zet de toekomst van jonge boeren en tuinders in heel Nederland op losse schroeven. 

Onbetrouwbaar en willekeurig

De provincie Noord-Brabant stelde de stallendeadline onder andere in om intrekking van vergunningen en handhaving te voorkomen. Ook de recent aangekondigde stikstofmaatregelen van het Rijk zijn bedoeld om ondernemers rechtszekerheid te bieden. Juist daarom is het onbegrijpelijk dat vijf pluimveehouders, die deden wat van hen werd gevraagd en emissiereductieplannen opstelden, nu alsnog hun vergunning dreigen te verliezen. Niet de bedrijfsvoering, maar een handhavingsverzoek bepaalt kennelijk wie zijn vergunning kwijtraakt. Dat is geen rechtszekerheid, maar willekeur.

Provincie Noord-brabant dient verantwoordelijkheid te nemen voor de ondernemers die worden getroffen door handhavingsverzoeken. De betreffende pluimveehouders hebben niet afgewacht, maar concrete plannen opgesteld om aan de gestelde eisen te voldoen. Juist deze ondernemers verdienen bescherming. De provincie kan niet enerzijds ondernemers vragen te investeren in verduurzaming en anderzijds toestaan dat zij door handhavingsverzoeken alsnog hun onherroepelijke vergunning verliezen. Wie beleid maakt om rechtszekerheid te bieden, moet daarvoor gaan staan.

Kabinet moet staan voor rechtszekerheid

Nog geen maand geleden presenteerde het kabinet een stikstofaanpak die juist moet voorkomen dat vergunningen worden ingetrokken. In de beantwoording van kamervragen gesteld door CDA geeft de minister aan dat ook dit pakket handhaving moet voorkomen en dat hij voornemens is om met de ondernemers in gesprek te gaan. Praten is voor NAJK niet voldoende. De minister laat ruimte voor intrekking van deze vergunningen terwijl het kabinet, samen met provincie Noord-Brabant nu naast de ondernemers dient te staan. Als het kabinet gelooft in haar voorgenomen beleid dient ze deze ook uit te leggen en op te dragen aan provincies.

“Hoe kun je van een jonge boer verwachten dat hij het bedrijf nog overneemt, als een rechtsgeldige vergunning op willekeurige basis kan worden ingetrokken?” aldus Gerben Boom, voorzitter van NAJK.

Door deze ondernemers alsnog tussen wal en schip te laten vallen, ondermijnen provincie en Rijk het vertrouwen in de overheid. Wie ondernemers vraagt te investeren en te verduurzamen, moet hen ook beschermen wanneer zij precies dát doen.

“Dit gaat niet alleen over deze vijf specifieke bedrijven. Dit dreigt de rechtszekerheid van élke ondernemer in Nederland te treffen. Als vergunningen zomaar kunnen worden ingetrokken terwijl de betreffende ondernemers aantoonbaar aan een oplossing werken, maakt de overheid het investeren in een toekomstbestendig bedrijf onmogelijk. De overheid eist verandering, maar biedt niet de benodigde bescherming aan degenen die deze verandering realiseren”, stelt Boom.

 

Oproep NAJK

Het intrekken van onherroepelijke vergunningen door handhavingsverzoeken van organisaties als MOB is onacceptabel voor NAJK; op deze manier wordt het onmogelijk om mee te werken aan de uitvoering van een werkbaar stikstofbeleid dat perspectief moet bieden aan jonge boeren en tuinders. Het aantasten van reeds verleende vergunningen verzwakt de rechtszekerheid en slaat het fundament onder ondernemers en bedrijfsovername weg.

NAJK roept het kabinet daarom op om gezamenlijk met het IPO, nog voor het statendebat in Noord-Brabant, ondubbelzinnig uit te spreken dat een onherroepelijke vergunning rechtszekerheid biedt en het uitgangspunt vormt voor gebiedsprocessen.

Nog voor het Brabantse Statendebat wil NAJK met het kabinet in gesprek om te benadrukken dat het intrekken van vergunningen onacceptabel is en het kabinet te laten draaien. Jonge boeren en tuinders verdienen een overheid die achter hen gaat staan in het mogelijk maken van een toekomstbestendige agrarische sector, niet een die hen de toekomst onmogelijk maakt.

 

Terugkijken: webinar Convenanten Gewasbescherming

Op donderdag 2 juli gingen Hilde Coolman (Portefeuillehouder akkerbouw NAJK) André Hoogendijk (directeur BO Akkerbouw), Ger Koopmans (voorzitter LTO Nederland) en  Adri Bom – Lemstra (voorzitter Greenports Nederland) tijdens een webinar in gesprek over de hoofdlijnen van de Convenanten Gewasbescherming.

Tijdens het webinar gaven de tafelgasten een toelichting op de stand van zaken van de onderhandelingen, de belangrijkste dilemma’s die nog op tafel liggen en de inzet van de sectororganisaties.

Daarnaast was er volop ruimte voor vragen, zorgen en suggesties van kijkers. Deze input wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het hoofdlijnenconvenant. Vragen die tijdens het webinar niet aan bod zijn gekomen, worden op een later moment schriftelijk beantwoord.

Moderatie was in handen van Mark Wijsman.

Bekijk het webinar hier terug.

Inhoudelijke reactie NAJK op maatregelenpakket voor landbouw, natuur en stikstof

Met de kabinetsbrief van de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof presenteert het kabinet een ingrijpend pakket aan maatregelen voor de Nederlandse landbouw. Voor veel jonge boeren en tuinders legt dit pakket  een zeer zware last op hun schouders.  Tegelijkertijd ziet NAJK dat het kabinet op een aantal cruciale dossiers een eerste stap zet richting een toekomstbestendig vergunningenstelsel, de legalisatie van PAS-melders en interimmers en een omslag naar doelsturing. Daar staat tegenover dat de voorstellen voor grondgebondenheid en zonering rondom Natura 2000-gebieden uit het pakket onvoldoende uitlegbaar en onderbouwd zijn. Ook ziet NAJK dat de uitvoerbaarheid moeilijk en buitengewoon ingrijpend wordt voor veel jonge boeren en tuinders. Op grondgebondenheid en zonering zijn wezenlijke aanpassingen nodig, anders staat het toekomstperspectief van een nieuwe generatie ondernemers alsnog verder onder druk. De uitwerking van deze plannen zal allesbepalend zijn om daadwerkelijk tot het benodigde handelingsperspectief te komen.

NAJK heeft zich afgelopen maanden intensief ingezet om de belangen van jonge boeren en tuinders onder de aandacht te brengen. Daarbij stonden vijf randvoorwaarden centraal die volgens NAJK noodzakelijk zijn. In de kabinetsbrief ziet NAJK dat op meerdere van deze randvoorwaarden belangrijke stappen zijn gezet. Tegelijkertijd is de uitwerking van de plannen nog grotendeels onbekend. Juist die uitwerking bepaalt uiteindelijk of jonge boeren daadwerkelijk de ruimte krijgen om hun bedrijf voort te zetten, over te nemen en verder te kunnen ontwikkelen.

In deze inhoudelijke reactie beoordeelt NAJK de kabinetsplannen op basis van vijf essentiële randvoorwaarden. Deze voorwaarden zijn essentieel voor een toekomstbestendige landbouw mét jonge ondernemers. NAJK benoemt de punten waarop het kabinet al belangrijke stappen zet, maar wijst ook op de onderdelen die wezenlijke aanpassingen vereisen. Vóór we de vijf randvoorwaarden behandelen, lichten we een aantal specifieke onderdelen uit de kabinetsbrief toe. Deze punten vragen extra aandacht bij de verdere uitwerking. Vervolgens beoordeelt NAJK per randvoorwaarde in hoeverre de kabinetsplannen hieraan voldoen. Ook maken we concreet welke aanpassingen nodig zijn om jonge boeren en tuinders écht vergunningverlening, rechtszekerheid en toekomstperspectief te bieden.

Wederkerigheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunt

De kabinetsbrief vraagt ontzettend veel van jonge boeren en tuinders. Ondernemers krijgen te maken met ingrijpende opgaven, zoals bedrijfsspecifieke emissienormen, grondgebondenheid en zonering. NAJK begrijpt dat een plan vraagt om keuzes en inspanningen. Daar staat een duidelijke voorwaarde tegenover: als de overheid de ondernemer een opgave oplegt, moet zij tegelijkertijd zorgen voor vergunningverlening, handelingsperspectief en de juiste ondersteuning.

Voor NAJK is wederkerigheid daarom het uitgangspunt voor de verdere uitwerking van de kabinetsplannen. Zolang voor individuele ondernemers niet klip-en-klaar is hoe zij aan de gestelde opgaven kunnen voldoen, welke ondersteuning beschikbaar is en wanneer zij kunnen rekenen op rechtszekerheid en vergunningverlening, kan NAJK geen steun verlenen aan het vastleggen van de ingrijpende maatregelen. Eerst duidelijkheid voor de ondernemer, daarna de vastlegging van nieuwe verplichtingen. Dat is niet alleen in het belang van jonge boeren en tuinders, maar ook van de overheid zelf. Alleen wanneer opgave en perspectief hand in hand gaan, ontstaat het vertrouwen dat nodig is om daadwerkelijk te investeren in de toekomst van het bedrijf en de sector. Op dit moment zien wij daarin onvoldoende concreetheid over terugkomen in de brief.

Onze oproep:
  • Vergunningverlening, rechtszekerheid en ondersteuning moeten gelijktijdig met nieuwe verplichtingen en opgaven zoals beschreven in de plannen beschikbaar zijn.
  • Werk een aparte aanpak uit voor de opgaves rondom water, bijvoorbeeld vanuit het 8e APN en het Convenant Gewasbescherming
  • Ondernemers moeten vooraf weten welke opgaven gelden, welke ondersteuning beschikbaar is en wanneer zij weer kunnen beschikken over vergunningen.
  • Opgaven die worden opgelegd moeten haalbaar, doelgericht en uitlegbaar zijn richting individuele ondernemers, hiervoor ligt een belangrijke rol voor de uitvoerders van de gebiedsprocessen.
  • Pas wanneer deze voorwaarden zijn ingevuld, kunnen nieuwe verplichtingen verantwoord worden ingevoerd.

Grondgebondenheid

NAJK vindt de huidige invulling van grondgebondenheid onredelijk en volstrekt niet doelmatig. Het kabinet kiest nu voor een starre norm van 2,6 GVE per hectare en koppelt dit niet aan een concreet doel zoals het halen van de waterkwaliteit. Hiermee grijpt het kabinet opnieuw naar een generiek middelvoorschrift, terwijl ze op andere dossiers juist voor doelsturing kiest. Dat valt niet uit te leggen. Als het kabinet de waterkwaliteit wil verbeteren, moet zij sturen op de werkelijke doelen en niet op een vaste, landelijke veebezettingsnorm.

NAJK ziet daarom ook bij de invulling van grondgebondenheid een nadrukkelijke koppeling met doelsturing om te zorgen dat dit daadwerkelijk aan een betere waterkwaliteit bijdraagt. Talloze succesvolle projecten met n-residumetingen of stikstofbodemoverschot vergelijkingen bewijzen immers dat slim grondgebruik, doelsturing en waterkwaliteit uitstekend samengaan. Hiermee krijgt de ondernemer inzicht in eigen handelen en kunnen ook goede prestaties worden beloond.

Daarnaast is de norm te streng en raakt deze jonge melkveehouders onnodig hard. Grond is schaars en duur, zeker voor jonge ondernemers die net voor, middenin, of net na bedrijfsovername zitten. Een harde norm van 2,6 GVE per hectare dwingt ondernemers richting extra grondverwerving of vermindering van dieren, zonder dat dit aantoonbaar bijdraagt aan de stikstof of waterkwaliteitsdoelen. De gekozen 25 km als grens waarbinnen samenwerking met akkerbouwers meetelt is zeer beperkend voor akkerbouwregio’s.. Dit zal betekenen dat dierlijke mest die nu al jaar en dag naar akkerbouwregio’s toe gaat noodgedwongen vervangen wordt door mest uit het buitenland wat zeer onwenselijk is. Ook de aanvullende eis van 85% grasland en rustgewassen op zand- en lössgronden heeft een zeer grote impact. Deze verplichting beperkt de bedrijfsvoering fors en verkleint de ruimte om op bedrijfsniveau passende keuzes te maken. Wat NAJK betreft moet deze eis uit de plannen worden gehaald.

Conclusie: NAJK is tegen de huidige invulling van grondgebondenheid. De koppeling met doelsturing op waterkwaliteit ontbreekt, de norm van 2,6 GVE per hectare is te streng en de 85%-eis voor grasland en rustgewassen op zand- en lössgronden moet uit het pakket.

 

Onze oproep:
  • Vervang de voorgestelde generieke grondgebondenheidsnorm door een realistisch ingroeipad met doelsturing, waarbij wordt gestart met een basisnorm van 5 GVE per hectare grasland en rustgewassen en wordt toegewerkt naar 2,86 GVE indien niet via doelsturing wordt aangetoond dat aan de waterkwaliteitsnormen wordt voldaan. Dit koppelt het ingroeipad aan het wel/niet aantoonbaar behalen van de waterkwaliteitsdoelen. Zo wordt grondgebondenheid een instrument om milieudoelen te realiseren, in plaats van een doel op zichzelf.
  • Schrap de specifieke eis van 85% grasland en rustgewassen op zand- en lössgronden.
  • Schrap de kilometergrens van 25 km om een samenwerking tussen akkerbouwer en melkveehouder te laten meetellen

Afstanden binnen de zonering

NAJK onderschrijft dat rondom kwetsbare Natura 2000-gebieden aanvullende maatregelen nodig kunnen zijn voor natuurherstel, zoals stikstofreductie om vergunningverlening weer mogelijk te maken en natuur geborgd te herstellen. Een gerichte zone kan daar onderdeel van zijn. NAJK volgt hierin de lijn van het rapport “Van verwarring naar verbinding” waarin in hoofdstuk 3.2 uitgebreid wordt onderbouwd dat zonering binnen een straal van 500 meter enigszins hout snijdt, daarbuiten niet. Zones van 1.000 meter zijn mede daarom voor stikstof totaal niet onderbouwd en daardoor onlogisch. Daarnaast zijn dergelijke grote zones zeer impactvol, en onuitvoerbaar. NAJK vindt daarom dergelijke grote zones onacceptabel. Voor NAJK ontbreekt hiervoor de inhoudelijke onderbouwing. Het kabinet vermengt het stikstofdoel met andere gebiedsopgaven, zoals waterkwaliteit (nutriënten en actieve stoffen) en hydrologisch herstel.

Dat zijn ook drukfactoren, maar geven geen reden om direct de ‘stikstof’ zones uit te breiden naar generieke 1 km of 500 meter zones. In het bepalen van de precieze zones zou het gebiedsproces leidend moeten zijn. Water en stikstof emissies kennen een andere bron, een ander doel en vragen om een eigen beleidsmatige afweging.

NAJK pleit daarom voor een heldere scheiding tussen beide opgaven. Waar maatregelen noodzakelijk zijn voor waterkwaliteit of hydrologisch herstel, moeten deze vanuit het waterbeleid worden onderbouwd en vormgegeven. De stikstofzonering mag daar niet voor worden misbruikt.

Conclusie:  Voor NAJK is 500 meter de uiterste grens voor stikstofzonering. Een verdere uitbreiding naar 1.000 meter is voor stikstof onvoldoende onderbouwd en daarom niet acceptabel. Door water- en stikstofbeleid te vermengen, worden ondernemers onnodig geconfronteerd met extra beperkingen.

 

Onze oproep:
  • Neem de invulling en uitwerking van de additionaliteitsplannen en gebiedsprocessen als basis voor het bepalen van de exacte afstand van de zone. Beperk de stikstofzonering tot maximaal 500 meter.
  • Werk een aparte aanpak uit voor de opgaves rondom water.

Beoordeling van de 5 randvoorwaarden van NAJK

Randvoorwaarde 1: de aanpak voldoet aan de additionaliteiseis en vergunningverlening komt op gang

Voor NAJK is een juridisch houdbare basis voor vergunningverlening randvoorwaardelijk. Zonder vergunningverlening blijven verduurzaming, bedrijfsontwikkeling en bedrijfsopvolging nagenoeg onmogelijk. Op dit punt zet het kabinet een belangrijke koerswijziging in. De omslag van de KDW-systematiek naar wettelijke emissiedoelen, de invoering van een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens en de inzet op gebiedsgerichte additionaliteit sluiten aan bij de inzet van NAJK en bieden perspectief om vergunningverlening weer op gang te brengen.

Het buitenland speelt een grote rol in natuurherstel rond de grensregio’s. NAJK waardeert dat het kabinet het gesprek aangaat met buurlanden. Tegelijkertijd is een inspanningsverplichting onvoldoende. Voor een duurzaam vergunningenstelsel zijn concrete en toetsbare afspraken noodzakelijk over de gezamenlijke inzet op natuurherstel in grensregio’s. Het kan niet zo zijn dat binnenlandse bedrijven moeten reduceren voor buitenlandse uitstoot. Positief is dat de kabinetsbrief het belang van bindende afspraken over natuurherstel expliciet benoemt. NAJK ziet dit als een essentiële voorwaarde voor een juridisch houdbaar vergunningenstelsel.

De randvoorwaarde is daarmee niet volledig ingevuld. Het kabinet legt ondernemers nu een ingrijpende opgave op zoals emissienormen op bedrijfsniveau, zonering en grondgebondenheid. Daar staat echter nog geen zekerheid tegenover over wanneer vergunningverlening daadwerkelijk weer mogelijk wordt. De juridische uitwerking moet de komende periode nog worden vastgelegd in wetgeving, beleidsregels en uiteindelijk standhouden bij de rechter.

Voor NAJK moeten opgave en rechtszekerheid hand in hand gaan. Van ondernemers kan niet worden gevraagd vandaag vergaande keuzes te maken, terwijl de overheid pas later duidelijkheid kan geven over de vergunning die daarvoor nodig is. Juist die rechtszekerheid is essentieel om investeringen los te trekken en de verduurzaming daadwerkelijk op gang te brengen. Daarbij is ook de uitvoeringskracht van provincies cruciaal. Zij spelen een sleutelrol bij de vergunningverlening en de gebiedsgerichte aanpak. Zonder voldoende capaciteit en middelen dreigt de uitvoering alsnog vast te lopen, waardoor de beloofde vergunningverlening opnieuw vertraging oploopt.

Conclusie: Het kabinet zet een belangrijke eerste stap richting een nieuw vergunningenstelsel. Maar pas wanneer ondernemers daadwerkelijk weer vergunningen kunnen verkrijgen, is deze randvoorwaarde ingevuld. Tot die tijd blijft de balans tussen wat de overheid vraagt en wat zij daarvoor teruggeeft onvoldoende in evenwicht.

 

Onze oproep:
  • Geef provincies een duidelijke opdracht en deadline. Draag provincies op om uiterlijk eind 2026 voor alle relevante Natura 2000-gebieden een plan vast te stellen waarin de additionaliteit voor vergunningverlening is onderbouwd.
  • Geef ondernemers duidelijkheid over het moment waarop vergunningverlening weer mogelijk wordt. Stel samen met de provincies een landelijke planning op waarin per provincie wordt aangegeven wanneer ondernemers weer vergunningaanvragen kunnen indienen en wanneer vergunningverlening daadwerkelijk wordt hervat.
  • Laat opgave en vergunningverlening gelijktijdig ingaan. Voorkom dat ondernemers al aan nieuwe verplichtingen moeten voldoen, terwijl de benodigde vergunningverlening nog niet beschikbaar is.

“Van ondernemers mag veel worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.”

Randvoorwaarde 2: PAS-melders en interimmers worden definitief gelegaliseerd

PAS-melders en interimmers dienen over een onherroepelijke NB-vergunning te beschikken voordat zij geconfronteerd worden met emissiedoelen of uitwerking van gebiedsprocessen. Zolang deze ondernemers niet beschikken over een onherroepelijke vergunning, blijven verduurzaming, bedrijfsontwikkeling en daarmee invulling van additionaliteit uit. De rekenkundige ondergrens kan tijdelijke verlichting bieden, maar is in de ogen van NAJK geen legalisatie en daardoor niet het eindstation.

NAJK was in haar zienswijze op het huidige legalisatieprogramma duidelijk; het legalisatieprogramma legaliseert niet tot nauwelijks. Het kabinet houdt dit programma in stand, maar zet daarnaast een belangrijke stap door de mogelijkheden te verkennen voor een permanente vergunningsoplossing op basis van een hedendaags referentiemoment. Hiermee neemt het kabinet een belangrijk onderdeel van de inzet van NAJK over. Wanneer deze route wordt uitgewerkt in aangepaste beleidsregels, kan dit leiden tot een structurele oplossing voor zowel PAS-melders als interimmers. Echter, als er niet voldoende prioriteit wordt gegeven aan de verkenning en de uitwerking blijft legalisatie van PAS-melders en interimmers uit.

Waar het kabinet duidelijk is over legalisatie van PAS-melders wordt voor interimmers ingezet op een verkenning. Voor NAJK is dit volstrekt onvoldoende. Ook interimmers hebben gehandeld volgens de wet en verkeren ook al jarenlang in onzekerheid. De juridische problematiek van deze groep is bekend; de volgende stap moet daarom gericht zijn op vergunningverlening.

Voor NAJK is het essentieel dat de verkenning naar een hedendaags referentiemoment op korte termijn wordt omgezet in concrete beleidsregels waarmee PAS-melders en interimmers daadwerkelijk een onherroepelijke vergunning kunnen verkrijgen als er invulling is gegeven aan het additionaliteitsvereiste.

Conclusie: Het kabinet kiest met de verkenning naar een permanente vergunningsoplossing de juiste richting. Tegelijkertijd blijft het bestaande legalisatieprogramma ongewijzigd en wordt voor interimmers nog geen concrete oplossing geboden. Het is nu tijd om door te pakken en de beloftes waar te maken.

 

Onze oproep:
  • Geef NAJK een prominente plek in alle processen rondom legalisatie, om zo te waarborgen dat praktijkkennis en het belang van ondernemers centraal komt te staan.
  • Voer de verkenning naar een hedendaags referentiemoment met hoge prioriteit uit. Zet de uitkomsten zo snel mogelijk om in aangepaste beleidsregels voor vergunningverlening en betrek NAJK actief bij de uitwerking, zodat de regeling aansluit bij de praktijk en daadwerkelijk uitvoerbaar is.
  • Zie de rekenkundige ondergrens (RKO) niet als eindpunt, maar als tussenstation. De RKO draagt bij aan het tegengaan van handhavingsverzoeken, maar legaliseert PAS-melders en interimmers niet. Het uiteindelijke doel moet een onherroepelijke natuurvergunning voor deze ondernemers zijn.
  • Bied interimmers dezelfde structurele route naar legalisatie als PAS-melders. De juridische positie van beide groepen vraagt om een structurele oplossing die leidt tot een onherroepelijke vergunning.
  • Geen verduurzamingsverplichtingen zonder vergunningverlening. Zorg ervoor dat PAS-melders en interimmers eerst beschikken over een onherroepelijke vergunning, voordat zij worden betrokken bij emissiedoelen, gebiedsprocessen of aanvullende verduurzamingsopgaven.

“Van ondernemers mag veel worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.”

Randvoorwaarde 3: verduurzaming is juridisch mogelijk en economisch haalbaar

Voor NAJK is verduurzaming alleen haalbaar wanneer ondernemers beschikken over een vergunning, passende juridische ruimte en voldoende ondersteuning om de benodigde investeringen te kunnen doen. Op dit punt zet het kabinet belangrijke stappen. De kabinetsbrief maakt vergunningverlening voor verduurzamingsmaatregelen via een passende beoordeling mogelijk en reserveert middelen voor investeringen in stalmaatregelen, managementmaatregelen en innovatie. Daarmee ontstaat een belangrijke basis om de verduurzaming van bedrijven daadwerkelijk op gang te brengen.

Conclusie: Het kabinet erkent dat verduurzaming alleen mogelijk is met juridische ruimte en investeringsondersteuning. De komende uitwerking moet echter aantonen dat deze ondersteuning in verhouding staat tot de omvang van de opgave die ondernemers wordt gevraagd te realiseren.

 

Onze oproep:
  • Maak duidelijk welke verduurzamingsmaatregelen vergunning technisch mogelijk worden.
  • Werk de passende beoordeling en investeringsregelingen gelijktijdig uit.
  • Zorg dat ondernemers vóór investeringsbeslissingen weten welke juridische ruimte en financiële ondersteuning beschikbaar zijn, hierbij dient ook rekening gehouden worden met andere maatschappelijke opgaven en doelen zoals voortkomend uit het convenant Dierwaardige veehouderij.
  • Stem verduurzamingsregelingen af met de Europese wet- en regelgeving.
  • Zorg voor voldoende capaciteit in het beoordelen van vergunningsaanvragen en de behandelingen van passende beoordelingen

“Van ondernemers mag veel worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.”

Randvoorwaarde 4: doelsturing vormt de basis van het beleid, zowel generiek als binnen zonering

NAJK pleit al jaren voor een omslag van middelvoorschriften naar doelsturing. Ondernemers moeten worden afgerekend op het behalen van doelen, niet op de manier waarop zij die doelen realiseren. De keuze van het kabinet voor bedrijfsspecifieke emissienormen voor ammoniak en broeikasgassen sluit daarom aan bij de inzet van NAJK. Deze systematiek biedt ondernemers meer vrijheid om te ondernemen, stimuleert innovatie en beloont bedrijven die vooroplopen. Veldemissies blijven echter achter in de doelsturingssystematiek. Het kabinet kiest hierbij voor middelvoorschriften terwijl er juist veel potentie in het reduceren van veldemissies zit, mits je dit niet generiek oplegt. Denk hierbij aan alle vormen van het bewerken van mest.

Met de gekozen systematiek binnen de zonering sluit het kabinet wel weer aan bij de visie van NAJK op doelsturing. Mits het gevraagde doelbereik realistisch en uitvoerbaar is. Gebieden krijgen tot 1 januari 2028 de ruimte om zelf met een gebiedsplan te komen dat hetzelfde doelbereik realiseert als de landelijke normen. NAJK ziet dit als een belangrijke erkenning dat oplossingen samen met de regio moeten worden ontwikkeld en niet uitsluitend vanuit Den Haag kunnen worden opgelegd. Voorwaarde is wel dat gebiedsplannen daadwerkelijk een volwaardig alternatief vormen voor landelijke normen en ruimte bieden voor maatwerk. Juist daarom is het essentieel dat ondernemers vanaf het begin worden betrokken bij de gebiedsprocessen en dat duidelijk is welke ontwikkelruimte, ondersteuning en verdienmodellen binnen deze gebieden beschikbaar komen.

Conclusie: NAJK is positief over de keuze van het kabinet om doelsturing als uitgangspunt te nemen voor zowel het generieke als het gebiedsgerichte beleid. Daarmee wordt een belangrijke omslag gemaakt van middelvoorschriften naar het sturen op resultaten. Tegelijkertijd staat of valt het succes van deze systematiek met de uitwerking. De emissienormen moeten haalbaar en uitvoerbaar zijn, gebiedsplannen moeten daadwerkelijk ruimte bieden voor maatwerk en ondernemers moeten kunnen rekenen op voldoende ontwikkelruimte en ondersteuning. Alleen dan leidt doelsturing niet alleen tot emissiereductie, maar ook tot toekomstperspectief voor jonge boeren en tuinders.

 

Onze oproep:
  • Werk de doelsturingssystematiek richting 2030 verder uit met de koppeling van veldemissies zodat de emissienormen in 2035 betrekking hebben op alle ammoniakemissies.
  • Geef gebiedsplannen daadwerkelijk de ruimte om een alternatief te vormen voor landelijke voorschriften in de zones. Dit betekent dat de overheid direct na de zomer duidelijkheid dient te verschaffen over waar de gebieden aan moeten voldoen, en ondersteuning voor het opstellen van de plannen beschikbaar is. Is dit niet het geval? Dan dient er uitstel verleent te worden op de uiterlijke termijn van indiening van de plannen.
  • Werk met prioriteit de normen voor pluimvee- varkens- en kalverhouderij uit, zodat ook deze sectoren duidelijkheid krijgen waaraan zij in 2035 moeten voldoen.

“Van ondernemers mag veel worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.”

Randvoorwaarde 5: jonge boeren en tuinders worden ondersteund door sterk flankerend beleid

De opgaven uit de kabinetsbrief zijn ingrijpend en vragen forse investeringen van ondernemers. Daar hoort een sterk en betrouwbaar ondersteunend beleid tegenover te staan. Het kabinet reserveert hiervoor €20 miljard en kiest nadrukkelijk voor het volledige ’trappetje van Remkes’: innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen en vrijwillig beëindigen. NAJK waardeert deze brede inzet. De daadwerkelijke waarde van deze middelen wordt echter niet bepaald door de omvang van het budget, maar door de snelheid, toegankelijkheid en uitvoerbaarheid van de regelingen.

Juist op dat punt schiet de kabinetsbrief nog tekort. Voor veel regelingen is nog onduidelijk wie ervoor in aanmerking komt, onder welke voorwaarden ondersteuning beschikbaar is en wanneer ondernemers hiervan gebruik kunnen maken. Daarmee ontbreekt het handelingsperspectief dat jonge boeren nodig hebben om vandaag investeringsbeslissingen te nemen.

Daarnaast mist NAJK een concrete inzet en uitwerking op bewezen fiscale instrumenten zoals de MIA/Vamil, IDL Light en de Tante Agaath regeling. Juist deze regelingen maken duurzame investeringen aantrekkelijker, zijn laagdrempelig en sluiten goed aan bij ondernemers die willen investeren in innovatie. Een stevig flankerend beleid bestaat niet alleen uit subsidies, maar ook uit krachtige fiscale instrumenten die investeringen versnellen.

Ook bij bedrijfsverplaatsingen moet de overheid haar verantwoordelijkheid nemen. Van ondernemers kan niet worden verwacht dat zij een complex traject zelfstandig doorlopen. Wanneer verplaatsing in het algemeen belang noodzakelijk is, moet de overheid het proces van begin tot eind begeleiden, de ondernemer ontzorgen, regie voeren en voorrang verlenen aan ruimtelijke procedures, vergunningverlening en bestemmingsplanwijzigingen. Alleen dan wordt verplaatsing een realistisch alternatief.

Ook vraagt NAJK nadrukkelijk aandacht voor de positie van jonge ondernemers. Zij beschikken vaak over minder eigen vermogen maar moeten wel concurreren met gevestigde bedrijven. Zonder gerichte voordelen bij ondersteuning dreigt opnieuw het recht van de sterkste te gelden. Juist jonge ondernemers moeten daarom binnen bijvoorbeeld investeringsregelingen extra worden ondersteund, zodat ook zij kunnen investeren in de verduurzaming op het erf, in de stal of in bijvoorbeeld de productie van groen gas.

Tot slot vraagt NAJK expliciet aandacht voor het functioneren van de fosfaatmarkt. Het kabinet geeft aan het functioneren van de handel in fosfaatrechten te onderzoeken. In de huidige markt ontbreekt transparantie, dit maakt dat de handel afhankelijk is van emotie en handelaren. De koppeling met ammoniak en broeikasgassen maakt dat de vraag toe zal nemen. Voor NAJK is het een randvoorwaarde dat de overheid ingrijpt op deze markt door een kadaster in te voeren en transparantie waarborgt.

Voor NAJK geldt een helder uitgangspunt: wanneer de overheid ondernemers een opgave oplegt, moet daar direct duidelijkheid tegenover staan over het handelingsperspectief. Ondernemers moeten weten welke ondersteuning beschikbaar is, welke stappen van hen worden verwacht en waar zij op kunnen rekenen. Pas dan kunnen zij verantwoord investeren in de toekomst van hun bedrijf.

Conclusie: Het kabinet stelt omvangrijke middelen beschikbaar en kiest terecht voor ondersteuning langs het volledige trappetje van Remkes. Voor jonge boeren telt echter niet hoeveel miljard het kabinet reserveert, maar of zij weten welke ondersteuning beschikbaar is om de gevraagde stappen daadwerkelijk te zetten.

 

Onze oproep:
  • Maak vóór de inwerkingtreding van de nieuwe verplichtingen duidelijk welke regelingen beschikbaar zijn, wie daarvoor in aanmerking komt, welke voorwaarden gelden en wanneer ondernemers hiervan gebruik kunnen maken.
  • Zorg dat ondersteuningsregelingen gelijktijdig met de nieuwe opgaven worden opengesteld, zodat ondernemers niet eerst hoeven te investeren en pas later zekerheid krijgen over de ondersteuning.
  • Behoud en versterk fiscale regelingen zoals MIA/Vamil, IDL Light en de Tante Agaath regeling, zodat ondernemers ook fiscaal worden gestimuleerd om te investeren in verduurzaming en innovatie.
  • Neem bij bedrijfsverplaatsingen de regie. Begeleid ondernemers van initiatief tot vestiging, wijs één aanspreekpunt aan en geef voorrang aan ruimtelijke procedures, vergunningverlening en bestemmingsplanwijzigingen. Zonder deze regie is verplaatsing geen reëel scenario en ontneem je bedrijven in de zone perspectief.
  • Geef jonge boeren en bedrijfsopvolgers een aantoonbaar voordeel binnen investerings- en verplaatsingsregelingen, zodat de verduurzaming niet wordt bepaald door het beschikbare eigen vermogen, maar door de kwaliteit van het initiatief.
  • Ontwikkel een transparant en onafhankelijk handelssysteem voor fosfaatrechten, waarin prijsvorming inzichtelijk is en alle ondernemers onder gelijke voorwaarden toegang hebben tot de markt.

“Van ondernemers mag veel worden gevraagd, mits de overheid gelijktijdig levert en individuele doelen haalbaar en uitlegbaar zijn.”

Afsluiting en conclusie

NAJK zet zich vol in voor de toekomst van jonge boeren en tuinders in Nederland. Dat er iets moet en zal gebeuren is helder; daar duiken we niet voor weg. Het kabinet zet met vergunningverlening, de legalisatie van PAS-melders en interimmers en de omslag naar doelsturing belangrijke stappen in de goede richting. Tegelijkertijd vragen de huidige voorstellen voor grondgebondenheid en zonering om wezenlijke aanpassingen, omdat zij in de huidige vorm hun doel voor een deel voorbijschieten en een onevenredig zware last leggen op jonge ondernemers. Alleen wanneer de verdere uitwerking leidt tot gelijktijdige vergunningverlening, rechtszekerheid en voldoende ondersteuning ontstaat het handelingsperspectief dat jonge boeren en tuinders nodig hebben om te blijven ondernemen, investeren en hun bedrijf over te nemen. Daarbij is het essentieel dat de ondersteuning bij logische maatregelen aansluit bij de kwetsbare positie van jonge ondernemers en oog houdt voor andere maatschappelijke opgaven, zoals die voortvloeien uit onder meer het Convenant Dierwaardige Veehouderij.

De komende maanden zijn daarom bepalend. Niet de aankondigingen in deze brief, maar de uiteindelijke wetgeving en uitvoering zullen uitwijzen of deze plannen daadwerkelijk leiden tot vergunningverlening, rechtszekerheid en toekomstperspectief. NAJK blijft zich constructief inzetten om samen met kabinet en Kamer tot een pakket te komen dat natuurherstel mogelijk maakt én jonge boeren en tuinders de ruimte geeft om ook in de toekomst te blijven ondernemen.

 

Zware opgaven jonge boeren, maar eerste stap richting vergunningverlening

Vandaag heeft het kabinet de plannen van de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof gepresenteerd. De kabinetsbrief komt voor de jonge generatie boeren en tuinders hard binnen. De brief bevat vergaande maatregelen, zoals grondgebondenheid en zonering, die grote gevolgen hebben voor jonge boeren en tuinders. Tegelijkertijd ziet NAJK dat het kabinet belangrijke stappen in de goede richting zet. Voor NAJK zijn vergunningverlening, legalisering van PAS-melders en interimmers en handelingsperspectief cruciaal geweest in de gesprekken, deze punten staan in het pakket. Veel moet nog nader worden uitgewerkt. Deze uitwerking is alles bepalend of deze plannen ook daadwerkelijk het benodigde handelingsperspectief bieden.

Ingrijpende maatregelen leggen zeer zware lasten op

De kabinetsplannen leggen een zeer zware last op de schouders van jonge boeren en tuinders. De voorgestelde grondgebondenheidsnorm van 2,6, zonder een logische koppeling aan doelsturing voor waterkwaliteit, is volgens NAJK onbegrijpelijk en raakt de Nederlandse melkveehouderij onnodig hard. Ook de voorgenomen zonering van 500 tot 1.000 meter rondom Natura 2000-gebieden legt een ingrijpende en verstrekkende opgave neer bij veel jonge ondernemers. Cruciaal is concreet handelingsperspectief voor een ondernemer in de zone, dit moet zo snel als mogelijk worden geregeld. De landbouw krijgt een belangrijke rol bij de invulling van de gebiedsplannen. Voor NAJK is dit essentieel omdat plannen samen met het gebied moeten worden uitgewerkt. Hoewel NAJK positief is over de keuze voor doelsturing op ammoniak en broeikasgassen, zijn de voorgestelde normen op bedrijfsniveau ingrijpend en vragen vergaande stappen van jonge ondernemers.

Belangrijke stappen richting vergunningverlening

De afgelopen maanden heeft NAJK zich intensief ingezet om de belangen van jonge boeren en tuinders onder de aandacht te brengen. Daarbij heeft NAJK vijf randvoorwaarden centraal gesteld: een juridisch houdbare basis voor vergunningverlening, definitieve legalisatie van PAS-melders en interimmers, ruimte voor haalbare verduurzaming, doelsturing als basis van beleid en sterk ondersteunend beleid voor jonge boeren en tuinders. In de kabinetsbrief ziet NAJK dat op deze punten stappen zijn gezet.

PAS-melders en interimmers krijgen zicht op legalisatie. Voor PAS-melders en interimmers wordt een permanente vergunningsoplossing onderzocht en uitgewerkt op basis van een hedendaags referentiemoment. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om de jarenlange onzekerheid over handhavingsverzoeken en stilstand echt op te lossen. NAJK heeft zich heel hard gemaakt voor deze stap en zal er in de uitwerking op toe zien dat deze ondernemers in het bezit komen van een onherroepelijke vergunning. Immers begint verduurzaming bij vergunningverlening en rechtszekerheid.

Daarnaast komt vergunningverlening stapsgewijs los en de rekenkundige ondergrens wordt ingevoerd, dit betekent dat ondernemers op termijn hun bedrijven weer kunnen doorontwikkelen. Met de geboden ruimte op verduurzaming via passende maatregelen en ondersteuning bij investeringen kunnen de eerste stappen worden gezet.

Doelsturing als basis, maar ondersteunend beleid mist concreetheid

Doelsturing vormt de basis voor het generieke en het gebiedsgerichte beleid. Dit stelt jonge ondernemers in staat te kiezen hoe hun bedrijfsvoering wordt ingericht. NAJK is groot voorstander van doelsturing, en daarom positief dat het kabinet deze omschakeling volgt. Maar goed ondersteunend beleid moet ervoor zorgen dat jonge ondernemers deze opgaven kunnen dragen. Het trappetje van Remkes maakt het mogelijk stappen te zetten, maar de concrete ondersteuning in uitvoering van deze stappen is nog onvoldoende uitgewerkt.

De vestigingsteun is voor langere tijd beschikbaar gesteld voor jonge boeren en tuinders die hun bedrijf willen voortzetten of overnemen. NAJK ziet dit als een belangrijke eerste stap om de volgende generatie agrarisch ondernemers te ondersteunen. Ook vindt NAJK het belangrijk dat de verantwoordelijkheid voor de opgaven breder wordt gedeeld. Niet alleen de landbouw, maar ook terreinbeheerders en de industrie krijgen een afrekenbare doelstelling binnen de aanpak.

“Het kabinet heeft op een aantal belangrijke punten onze inzet overgenomen. Dat is een belangrijke stap en laat zien dat onze inbreng ertoe doet. Tegelijkertijd leggen deze plannen zware opgaven bij jonge ondernemers. De verdere uitwerking moet nu bewijzen dat zij ook daadwerkelijk de ruimte krijgen om te blijven ondernemen, investeren en het bedrijf over te nemen.” – Aldus NAJK-voorzitter Gerben Boom

 

Inzet NAJK blijft nodig voor daadwerkelijk handelingsperspectief

De afgelopen maanden heeft NAJK de belangen van jonge boeren en tuinders op alle mogelijke plekken onder de aandacht gebracht. Dat een aantal randvoorwaarden uit de NAJK-inzet terug te zien zijn in de kabinetsbrief laat zien dat deze inzet verschil heeft gemaakt. Tegelijkertijd ziet NAJK dat de zware maatregelen uit de kabinetsbrief grote gevolgen hebben voor jonge boeren en tuinders. Juist op die onderdelen blijft verdere verbetering noodzakelijk. Daarom is dit voor NAJK geen eindpunt. De komende periode blijft NAJK zich inzetten voor verdere verbetering van de plannen en voldoende handelingsperspectief voor jonge boeren en tuinders.

Voor iedereen die meer wil weten over de kabinetsplannen en de inzet van NAJK is een Q&A gepubliceerd. Maandag komt NAJK met een verdere inhoudelijke reactie op de verschillende onderdelen van de kabinetsbrief en de gevolgen daarvan voor jonge boeren en tuinders.

Taskforce Landbouw, Natuur & Stikstof nieuwsbericht (24-06-2026)

Beste NAJK leden,

Nog 2 dagen, dan presenteert het kabinet de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. De afgelopen weken heeft NAJK haar inzet op zoveel mogelijk plekken neergezet richting de Taskforce, in Den Haag en breed in de media. Vrijdag wordt duidelijk in hoeverre onze inzet en de randvoorwaarden die we hebben neergelegd terugkomen in de plannen.

De inzet van NAJK

In de afgelopen weken heeft NAJK duidelijk gemaakt welke randvoorwaarden noodzakelijk zijn voor een werkbare aanpak voor jonge boeren en tuinders.  Onze inzet is en blijft helder. Vergunningverlening moet weer op gang komen, PAS-melders en interimmers moeten definitief worden gelegaliseerd, verduurzaming moet juridisch mogelijk én economisch haalbaar zijn, doelsturing moet de basis vormen van het beleid en jonge boeren en tuinders moeten kunnen rekenen op sterke ondersteuning bij de dingen die van hun gevraagd worden. Voor NAJK kunnen deze onderwerpen niet los van elkaar worden gezien. Alleen wanneer deze onderdelen in de brief staan, ontstaat een aanpak die perspectief biedt voor ondernemers én ruimte creëert voor natuurherstel. De vijf randvoorwaarden van NAJK staan hier nog een keer op een rijtje.

Onze rol de afgelopen tijd

Ondanks onze inzet, moet duidelijk zijn, NAJK is geen onderdeel  van de besluitvorming. De uiteindelijke keuzes worden door het kabinet gemaakt. Wij hebben de afgelopen tijd zo veel en goed mogelijk de belangen van jonge boeren en tuinders neergezet om invloed uit te oefenen op de keuzes die worden gemaakt. Wij beslissen niet zelf en zullen ten alle tijden de uitkomst toetsen aan onze randvoorwaarden.

De stem van jonge boeren en tuinders laten horen

Naast onze input in Den Haag kenbaar maken heeft NAJK de afgelopen tijd ook actief het publieke debat opgezocht. Via landelijke media hebben bestuurders aandacht gevraagd voor de gevolgen van het stikstofdossier voor jonge boeren en tuinders. Via onder andere het AD, Nieuwsuur, NPO Radio 1 en RTL-nieuws hebben ze duidelijk gemaakt dat jonge boeren vooruit willen, maar daarvoor wel perspectief, rechtszekerheid en duidelijke keuzes van de overheid nodig hebben.

Een belangrijk moment voor de sector

Vrijdag wordt duidelijk welke keuzes het kabinet maakt. NAJK hoopt dat de positie van jonge boeren in Nederland goed is meegewogen in de zoektocht naar duidelijkheid en perspectief in de sector. Veel jonge ondernemers hebben te maken met onzekerheid over vergunningen, investeringen en de toekomst van hun bedrijf. Juist daarom moeten de plannen niet alleen antwoord geven op de opgaven van vandaag, maar ook vertrouwen bieden aan de generatie die morgen verder moet bouwen aan onze sector.

NAJK stelt vijf randvoorwaarden voor de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof

Op 26 juni presenteert de ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof de plannen voor stikstofreductie en natuurherstel. De keuzes die daarbij worden gemaakt, hebben directe gevolgen voor jonge boeren en tuinders. In deze nieuwsupdate lichten we de randvoorwaarden toe die NAJK stelt aan de plannen van de minister.

Voor NAJK is het essentieel dat vergunningverlening, doelsturing en ondersteuning van jonge ondernemers hand in hand gaan met verduurzaming en natuurherstel. Zonder die samenhang blijft de sector vastlopen: vergunningen blijven uit, investeringen worden uitgesteld en bedrijfsopvolging komt verder onder druk te staan. Daarom heeft NAJK deze vijf randvoorwaarden opgesteld voor een juridisch houdbare en uitvoerbare aanpak:

1. De aanpak voldoet aan de additionaliteiseis

Voor NAJK is additionaliteit een randvoorwaarde voor het opnieuw mogelijk maken van vergunningverlening. Zonder aantoonbare invulling van deze eis blijft vergunningverlening vastlopen en blijft onzekerheid voor ondernemers bestaan. Het stikstofpakket moet daarom zorgen voor een juridisch houdbare basis voor vergunningverlening, binnen een aanpak die ook haalbaar en realiseerbaar is. Alleen dan ontstaat weer ruimte voor bedrijfsontwikkeling en investeringen.

2. PAS-melders en interimmers worden definitief gelegaliseerd

PAS-melders en interimmers moeten definitief worden gelegaliseerd. Ondernemers moeten kunnen vertrouwen op een situatie die juridisch standhoudt en niet bij iedere nieuwe procedure opnieuw ter discussie staat. Voor NAJK betekent legalisatie dat een bedrijf beschikt over een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. Alleen dan ontstaat de rechtszekerheid die nodig is om te investeren in de toekomst.

3. Verduurzaming is juridisch mogelijk en economisch haalbaar

Vergunningverlening voor verduurzamingsactiviteiten moet weer mogelijk worden. Ondernemers moeten kunnen investeren in emissiereductie, dierenwelzijn, innovatie en bedrijfsontwikkeling. Dat vraagt om een systeem waarin verduurzaming niet alleen juridisch mogelijk is, maar ook economisch haalbaar blijft. Zonder investeringszekerheid, financierbaarheid en een stabiel juridisch kader komen noodzakelijke verduurzamingsmaatregelen onvoldoende van de grond.

4. Doelsturing vormt de basis van het beleid, zowel generiek als binnen zonering

NAJK ziet doelsturing als de basis voor toekomstbestendig beleid. Heldere doelen moeten daarbij worden gecombineerd met ruimte voor ondernemers om zelf invulling te geven aan de manier waarop deze doelen worden behaald. Bedrijven die aantoonbaar beter presteren, moeten daar ook de voordelen van ervaren. Dit principe moet volgens NAJK zowel gelden binnen generiek beleid als binnen eventuele zonering.

5. Jonge boeren en tuinders worden ondersteund door sterk flankerend beleid

De noodzakelijke veranderingen vragen om financiële, fiscale en ruimtelijke ondersteuning. Jonge boeren en tuinders moeten daarbij prioriteit krijgen, zodat zij kunnen blijven investeren in hun toekomst. Flankerend beleid moet ondernemers ondersteunen bij het innoveren, extensiveren, verplaatsen of stoppen. Zonder deze ondersteuning dreigen juist jonge boeren en tuinders buiten de boot te vallen, terwijl zij de toekomst van de sector vormen.

Samenhang is essentieel

Voor NAJK kunnen legalisatie, vergunningverlening, doelsturing en ondersteuning niet los van elkaar worden gezien. Alleen in samenhang ontstaat een aanpak die niet alleen juridisch houdbaar is, maar ook uitvoerbaar in de praktijk. Zo werken we niet alleen aan oplossingen voor vandaag, maar ook aan perspectief voor de volgende generatie ondernemers.

Blijf op de hoogte

NAJK blijft haar leden de komende tijd informeren over de ontwikkelingen rondom de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Via onze Taskforce-pagina en nieuwsberichten houden we je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en onze inzet richting politiek.

  • Lees hier de brief van voorzitter Gerben Boom
  • Bekijk hier de Taskforce-pagina