Vacature: portefeuillehouder Akkerbouw gezocht!

Ben jij een jonge akkerbouwer met visie, lef en hart voor de sector? Dan is dit jouw kans om het verschil te maken. NAJK zoekt een nieuwe Portefeuillehouder Akkerbouw om het dagelijks bestuur te versterken.

In deze rol vertegenwoordig je de belangen van jonge akkerbouwers richting politiek, overheid en sector. Je houdt je bezig met actuele thema’s zoals gewasbescherming, waterkwaliteit en mestbeleid. Daarnaast ben je voorzitter van de klankbordgroep Akkerbouw en bouw je mee aan een sterk perspectief voor de volgende generatie ondernemers.

Als portefeuillehouder krijg je de kans om je bestuurlijke vaardigheden verder te ontwikkelen, een waardevol netwerk op te bouwen en impact te maken op nationaal niveau. De functie vraagt gemiddeld twee à drie dagen per week en biedt een passende vergoeding.

Lees hier de hele vacature!

Interesse?

Wil jij jouw stem laten horen en bouwen aan de toekomst van de Nederlandse akkerbouw? Solliciteer dan uiterlijk 28 juni 2026 via sollicitaties@najk.nl. We ontvangen graag je cv en motivatiebrief.

Weidegang vraagt om gamechangers: sector zet volgende stap in strategische heroriëntatie

Op dinsdag 12 mei 2026 vond in Kamerik de jaarlijkse Convenantsdag Weidegang plaats. Meer dan 60 afgevaardigden van de convenantsondertekenaars kwamen samen. De centrale boodschap: de betrokken partijen zijn vastbesloten zich in te zetten om de dalende trend in weidegang te keren, en doorlopen daarvoor dit jaar een gezamenlijk traject.

De weidegangcijfers over 2025, gepubliceerd in december, bevestigden de noodzaak van een vernieuwde aanpak. Met waardering voor de inspanningen van de afgelopen jaren heeft de sector een strategische heroriëntatie ingezet. De Convenantsdag van 12 mei was daarin een volgende, concrete stap.

Brede verkenning leidt tot reeks kansrijke gamechangers

Naast presentaties over de strategische heroriëntatie en onderzoeksinzichten over het
boerenperspectief, werkten de aanwezigen in deelsessies mogelijke oplossingen uit om de trend te
keren, waaronder:

  • Weidegang beter inpasbaar maken voor de diverse bedrijfssystemen, zoals grote melkveebedrijven en bedrijven met een automatisch melksysteem.
  • Vormen van deelweidegang definiëren zodat ook bedrijven met een beperkte huiskavel gestimuleerd worden te weiden.
  • Met de rijksoverheid de spanning tussen o.a. mestwetgeving en weidegang ombuigen naar positieve prikkels voor weidegang binnen wetgeving. Waaronder het inrekenen van ammoniakreductie door weidegang.
  • Verder uitbouwen van de positionering van weidemelk.
  • Oog hebben voor factoren waar een melkveehouder geen invloed op heeft. Zoals verlies van beschikbaar gras door ganzen, risico’s van wolven en extreme weersomstandigheden.
  • Urenregistratietechnieken toegankelijk en rendabel maken.
  • Een geregisseerde totaalaanpak op kennisontwikkeling, -verspreiding en advisering.

In samenhang hebben deze de potentie om de trend om te buigen.

Hubert Andela, directeur ZuivelNL: “Het doel is om het aantal weidende koeien te verhogen en de duur van de weidegang substantieel te verlengen. We beseffen dat daarvoor op een aantal terreinen grote veranderingen nodig zijn en de inzet van àlle convenantpartners nodig is. Deze partnerbijeenkomst heeft geholpen bij die bewustwording. De komende maanden moeten we met elkaar tot een totaalaanpak komen.”

Convenanten Gewasbescherming: nieuwsbericht 1

Deze maand startte het traject om tot convenanten gewasbescherming te komen. Begin juli moet dit proces leiden tot een convenant-op-hoofdlijnen. Na de zomer wordt gewerkt aan de concrete uitwerking en zogenoemde sectorale deelconvenanten. Via tweewekelijkse nieuwsberichten informeren we onze achterban over de voortgang van het proces, over de inzet van plantaardige sectoren en over de belangrijkste ontwikkelingen aan de kerntafel. Dit bericht is de eerste tweewekelijkse nieuws-update.

Aanleiding

De aanleiding voor convenanten op gewasbescherming ligt in de grote maatschappelijke opgaven rondom gewasbescherming. Het maatschappelijke en politieke debat wordt op het scherpst van de snede gevoerd. De druk op waterkwaliteit, biodiversiteit en leefomgeving moeten verder verlaagd worden. Maar tegelijker9jd moeten ondernemers kunnen blijven telen, investeren en ondernemen. In het regeerakkoord hee? het kabinet daarom als ambi9e opgenomen: “Met de glastuinbouw, de akkerbouw en ketenpartijen sluiten we nationale, bindende convenanten om het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen (op basis van milieubelastingspunten) fors te beperken. Er komt meer ruimte voor geïntegreerde gewasbescherming”.

Proces

In opdracht van LVVN-staatssecretaris Silvio Erkens en onder begeleiding van onafhankelijk voorzitter Gert-Jan Segers komt een zogenaamde ‘kerntafel’ wekelijks bijeen. Aan deze tafel zitten vertegenwoordigers van overheden (het ministerie van LVVN, het ministerie van I&W, IPO, VNG en UvW), natuurorganisaties (Natuur & Milieu en LandschappenNL), kennispartners (WUR), ketenpartijen (CBL) en vier agrarische partijen: BO Akkerbouw, Greenports, LTO Nederland en NAJK. Op woensdag 6 mei kwam de kerntafel voor het eerst bijeen. Daarnaast werken verschillende werkgroepen aan thema’s als water, natuur, leefomgeving en generieke maatregelen en instrumentarium.

Het streven is dat deze partijen uiterlijk 3 juli een bindend convenant-op-hoofdlijnen ondertekenen. Na de zomer hebben partijen de rest van het jaar de tijd voor de concrete uitwerking en zogenoemde sectorale deelconvenanten richting uitvoering. Het convenant gewasbescherming valt politiek gezien onder de ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur & Stikstof. In een Tweede Kamerbrief van 17 april 2026 schetst staatsecretaris Erkens de start van het proces.

Doel is om samen met de plantaardige sectoren te komen tot afspraken die bijdragen aan het terugdringen van emissies en milieubelasting, in lijn met onder meer de Kaderrichtlijn Water, terwijl ondernemers tegelijkertijd perspectief en rechtszekerheid houden. Het kabinet benadrukt dat gewasbescherming belangrijk blijft voor gezonde teelten en voedselproductie, maar dat verdere verduurzaming noodzakelijk is.

Naast het feitelijke onderhandelingsproces aan de kerntafel neemt onafhankelijk voorzitter Gert-Jan Segers ook het initiatief voor een zogenaamde ‘sociale dialoog’. Verschillende werkbezoeken en gesprekken tijdens het voorjaar en de zomer hebben als doel om het debat over gewasbescherming uit de polarisatie te halen. De ambitie is een gedragen middenweg te vinden die opgenomen kan worden in het convenant-op-hoofdlijnen. Onze organisaties bewaken dat Gert-Jan Segers en Silvio Erkens hierbij ook ruim aandacht hebben voor werkbezoeken aan telers en ketenpartners om te horen tegen welke dilemma’s en uitdagingen zij in praktijk aanlopen.

Samenwerking

De vier agrarische partijen aan de kerntafel (BO Akkerbouw, Greenports Nederland, LTO Nederland en NAJK) trekken gezamenlijk op en streven ernaar zoveel mogelijk dezelfde koers te varen. Zij stemmen hun inbreng met elkaar af in een eigen ‘kerngroep’. In zogenaamde ‘themagroepen’ werken specialisten van onze vier organisaties gezamenlijk aan de inhoudelijke uitwerking van vraagstukken.

Ieder van de vier agrarische partijen heeft zelf ook een eigen achterban van leden of gelieerde partnerorganisaties waarmee intensief wordt afgestemd en samengewerkt. Voor NAJK geldt dat de inbreng aan de kerntafel gedurende het hele proces wordt afgestemd met het NAJK-bestuur en de klankbordgroep akkerbouw.

De ‘interne’ (agrarische partijen) en ‘externe’ (gezamenlijke) organisatie is samengevat onderstaand dit organogram.

Inhoud

Voor de plantaardige sectoren is het belangrijk om actief deel te nemen aan dit proces. Niet alleen omdat de opgaven groot zijn, maar ook omdat echte verandering alleen werkt als beleid en praktijk met elkaar verbonden blijven. De sector wil verantwoordelijkheid nemen voor verdere verduurzaming, maar benadrukt tegelijk dat afspraken uitvoerbaar, wetenschappelijk onderbouwd en praktisch werkbaar moeten zijn. Daarbij horen ook rechtszekerheid voor telers, heldere randvoorwaarden, financiële middelen en voldoende innovatiekracht.

In de gesprekken aan de kerntafel staan momenteel verschillende onderwerpen centraal. Denk aan emissiereductie, geïntegreerde gewasbescherming, innovatie, monitoring en doelsturing. Maar bijvoorbeeld ook de vraag hoe ondernemers voldoende handelingsperspectief houden in een periode waarin middelen verdwijnen en nieuwe ziekten en plagen toenemen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een gezamenlijke aanpak die moet voorkomen dat ondernemers te maken krijgen met uiteenlopende regels per gemeente of provincie. Juist landelijke en uniforme kaders zijn cruciaal voor een werkbare praktijk.

Uitstel 8e Actieprogramma biedt kansen, maar vraagt ook om duidelijkheid

Vandaag heeft minister van Essen in een kamerbrief bekend gemaakt dat de invoering van het 8e actieprogramma (8e APN) nitraat met tot ten minste medio 2027 wordt uitgesteld. Dit om voldoende aansluiting te hebben bij de uitwerkingen van de Taskforce landbouw, natuur en stikstof. NAJK ziet met het opschuiven van de tijdlijn zowel kansen als risico’s.

NAJK ziet het nemen van meer tijd voor het 8e APN  als een kans om eindelijk het goede, inhoudelijke gesprek te voeren over de toekomst van het mestbeleid in Nederland en daarbij oog te hebben voor de ontwikkelingen in Europa. Voor NAJK is dit hét moment om serieus werk te maken van de omslag van middelvoorschriften naar doelsturing. Niet langer sturen op regels om de regels, maar op concrete resultaten voor de waterkwaliteit en een juist gebruik van meststoffen.

Vertraging brengt ook risico’s

Tegelijkertijd baadt het NAJK ook zorgen: het 7e actieprogramma, inclusief alle maatregelen, blijft hierdoor langer van kracht. Dit terwijl de actualisatie van de nutriënten verontreinigde gebieden (NV-gebieden) al klaarligt. “Deze actualisatie moet gewoon doorgevoerd worden. Jonge ondernemers die buiten de werkelijke risicogebieden vallen, mogen niet de dupe worden van politieke vertraging op andere dossiers”, aldus portefeuillehouder melkveehouderij, Amber Laan.

Doelsturing op waterkwaliteit

NAJK blijft zich inzetten voor doelsturing op waterkwaliteit, mits dit gepaard gaat met een realistisch en haalbaar ingroeipad. Jonge ondernemers moeten de kans krijgen om ervaring op te doen met een nieuw systeem en hun bedrijfsvoering daarop aan kunnen passen. Alleen dan kan doelsturing uitgroeien tot een systeem dat werkt voor zowel waterkwaliteit als de ondernemer zelf.

Belonen van vakmanschap

Op termijn moet deze aanpak de basis vormen voor een stimulerend bonus-malussysteem, waarin goed vakmanschap en behaalde resultaten worden beloond. Want uiteindelijk blijft het gezamenlijke doel helder: werken aan een daadwerkelijk betere en duurzame waterkwaliteit in Nederland.

Sector benoemt kansen en uitgangspunten bij convenanten gewasbescherming

Beeld: Dirk Hol

De nationaal bindende convenanten Gewasbescherming bieden plantaardige sectoren kansen om tot robuuste en weerbare teelten te komen die voor langjarig perspectief voor telers en ketenpartners kunnen zorgen en kunnen bijdragen aan maatschappelijke doelen. De plantaardige sectoren starten dan ook positief met de besprekingen. Dat brachten BO Akkerbouw, Greenports Nederland, LTO Nederland en NAJK, mede namens Biohuis, Glastuinbouw Nederland, KAVB en NFO, in bij de start van het traject. Tegelijkertijd benoemden ze ook de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de sector.

Rechtszekerheid

Het voornaamste uitgangspunt is wat de sector betreft dat deze convenanten aan telers rechtszekerheid moeten geven. Regelgeving en maatregelen op het gebied van gewasbescherming moeten gebaseerd zijn op wetenschappelijke onderbouwing en ook werkbaar in de praktijk. En het beleid moet zo uitgewerkt worden dat telers echt weten waar ze op korte én lange termijn aan toe zijn. Bovendien is het cruciaal dat daarbij sprake is van landelijke en uniforme kaders. Een situatie waarin de beleidsvoorschriften per provincie of per gemeente verschillen, is niet uit te leggen en onwerkbaar voor telers.

Toekomstbestendig

De convenanten kunnen zorgen voor toekomstbestendige plantaardige sectoren die bijdragen aan brede maatschappelijke doelen op het gebied van gezondheid, natuur en waterkwaliteit. Dit vereist ondersteuning van telers die extra stappen zetten om hun teelten te verduurzamen. Er moet daarom in het convenant invulling gegeven worden aan het vullen van de ‘gereedschapskist’ van de teler met maatregelen en middelen, goede monitoring, advisering en kennisdeling, financiële ondersteuning en het ondervangen van toekomstige teeltrisico’s voor de teler.

Maatregelen en afspraken moeten zeker ook toetsbaar zijn aan het praktische uitgangspunt dat bij elke teelt aan het eind van het seizoen voldoende opbrengst van kwalitatief goed product te oogsten is. Zo behouden ondernemers verdienvermogen om te kunnen investeren in verdere verduurzaming. Bij afspraken met de overheid en ketenpartijen moet dit nadrukkelijk in ogenschouw worden genomen, bijvoorbeeld via ketenafspraken, ondersteunend beleid en beloning voor ecosysteemdiensten.

Forse opgave

De convenanten zullen ‘zoet en zuur’ kennen en een forse opgave voor realisatie van doelen. Die opgave kan niet uitsluitend bij telers liggen. Doelbereik vraagt ook inzet van ketenpartijen, overheid, kennisinstellingen, toelatingsbeleid en advisering.

Convenanten

De drie regeringspartijen gaven in hun Coalitieakkoord aan convenanten te willen afsluiten over gewasbescherming. In een Kamerbrief maakte staatssecretaris Erkens op 17 april bekend hoe het ministerie het proces en de inhoud wil vormgeven. Vandaag vond in Geldermalsen de startbijeenkomst plaats, onder leiding van de onafhankelijke procesvoorzitter Gert-Jan Segers. Het doel is om vóór de zomer convenanten op hoofdlijnen af te sluiten. Na de zomer volgt de nadere uitwerking.

 

Vruchtwisseling onder druk door fiscale regels

De fiscale regels rond vruchtwisseling zijn de afgelopen jaren aangescherpt. Dit heeft direct gevolgen voor jonge boeren en tuinders die samenwerken via grondruil. Het is daarom belangrijk om te weten aan welke voorwaarden je moet voldoen en welke risico’s er spelen bij het niet naleven daarvan.

Strikte voorwaarden zorgen voor knelpunten

Vruchtwisseling wordt in de praktijk vaak ingevuld via tijdelijke grondruil tussen akkerbouwers en melkveehouders. Deze samenwerking draagt bij aan een gezonde bodem en weerbare teeltsystemen.

In de praktijk vindt deze grondruil vaak plaats rond de Gecombineerde Opgave, waarvan de eerste deadline op 18 mei ligt. Juist op dat moment worden percelen uitgewisseld voor vruchtwisseling.

Tegelijkertijd gelden er steeds strengere voorwaarden om vruchtwisseling fiscaal te erkennen. Denk aan een schriftelijke overeenkomst, een beperkte duur en een aantoonbare noodzaak vanuit de eigen bedrijfsvoering. Wanneer niet aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan dit directe fiscale gevolgen hebben.

Het belang van de juiste voorwaarden

Om gebruik te kunnen blijven maken van fiscale regelingen zoals de landbouwvrijstelling en de BOR, is het essentieel dat vruchtwisseling goed wordt vastgelegd. Zorg daarom dat afspraken schriftelijk worden vastgelegd, dat de duur en invulling passen binnen de gestelde kaders en dat de noodzaak van de vruchtwisseling onderbouwd kan worden.

In de praktijk betekent dit dat je vooraf goed moet nadenken over de inrichting van grondruil en teeltpacht. Alleen wanneer sprake is van ‘noodzakelijke vruchtwisseling’ en de afspraken correct zijn vastgelegd, blijven fiscale voordelen behouden.

Wees bewust van aangescherpte regels en risico’s

De aangescherpte regels zorgen ervoor dat samenwerking via grondruil niet vanzelfsprekend fiscaal veilig is. De landbouwvrijstelling geldt alleen wanneer grond binnen het eigen bedrijf wordt gebruikt of wanneer aan de voorwaarden voor vruchtwisseling wordt voldaan.

Ook bij de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) liggen risico’s. Grond die tijdelijk aan derden wordt gebruikt, kan worden gezien als beleggingsvermogen. Alleen onder strikte voorwaarden, bijvoorbeeld bij teeltpacht die voldoet aan ‘noodzakelijke vruchtwisseling’, blijft de BOR behouden.

Dit kan in de praktijk betekenen dat je (een deel van) fiscale voordelen verliest, bijvoorbeeld bij bedrijfsovername. Juist samenwerkingen met rustgewassen zoals gras vallen hierbij regelmatig buiten de fiscale kaders.

Gevolgen voor jonge boeren en sector

De huidige fiscale regels zorgen voor minder flexibiliteit in de bedrijfsvoering en maken samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij minder vanzelfsprekend. Voor jonge boeren leidt dit tot extra onzekerheid, met name bij bedrijfsovername en investeringen in duurzaam bodembeheer.

Volgens NAJK is aanpassing van de regels nodig om deze knelpunten weg te nemen. Door het begrip ‘noodzakelijke vruchtwisseling’ te verruimen en de landbouwvrijstelling en BOR beter op elkaar af te stemmen, kan samenwerking weer worden gestimuleerd en blijft duurzaam bodembeheer haalbaar in de praktijk.

Brief aan Tweede Kamerleden: steun en versterk het Food & Feed Omnibuspakket voor verdere verduurzaming gewasbescherming

Op 12 mei debatteert de Tweede Kamer over het Food & Feed Omnibuspakket van de Europese Commissie. De voorstellen in dit pakket op het gebied van gewasbescherming zijn met name gericht op het versnellen van de verduurzaming in de land- en tuinbouw. In aanloop naar het debat hebben NAJK, LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland, NFO, KAVB, BO Akkerbouw en NAV een brief gestuurd aan de Tweede Kamer. Daarin pleiten zij voor steun voor het pakket, gecombineerd met een gerichte inzet op verbetering van onderdelen van het voorstel.

Volgens de organisaties is een snellere beschikbaarheid van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk om de sector verder te verduurzamen. De voorstellen van de Europese Commissie zorgen ervoor dat met name groene, vaak minder belastende middelen sneller beschikbaar kunnen komen voor telers. Tegelijkertijd verwijzen de organisaties naar het advies van het Ctgb, dat aanvullende voorstellen doet voor hoe een risicogestuurde beoordeling kan bijdragen aan zowel versnelling van toelatingen als behoud van het beschermingsniveau. De Kamerleden worden opgeroepen om de voortgang van het omnibuspakket te steunen en het kabinet de ruimte te geven om zich in Brussel constructief in te zetten voor verdere verbetering van het voorstel.

Daarnaast benadrukken de organisaties dat bredere toegang tot groene middelen alleen niet voldoende is. Voor specifieke teelten en plagen blijven gerichte investeringen in onderzoek en ontwikkeling van alternatieven noodzakelijk. Er wordt onderstreept dat het Omnibuspakket juist cruciaal is voor het slagen van het aankomende convenant gewasbescherming: zonder snellere beschikbaarheid van effectieve en duurzame alternatieven ontbreekt het telers aan handelingsperspectief en zijn verdere verduurzamingsafspraken in de praktijk moeilijk uitvoerbaar.

Lees hier de volledige brief aan de Tweede Kamer

Niels Vermue benoemd tot nieuwe portefeuillehouder Internationaal bij NAJK

Tijdens de Algemene Ledenvergadering op donderdag 30 april is Niels Vermuë verkozen tot nieuwe portefeuillehouder Internationaal binnen het dagelijks bestuur van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK). Hij treedt hiermee in de voetsporen van zijn voorganger Gerben Boom en zal zich richten op de internationale belangenbehartiging van jonge boeren en tuinders.

Niels is momenteel werkzaam in de internationale logistiek van pootgoed en vormt daarmee een belangrijke schakel tussen telers en afnemers wereldwijd. Vanuit deze rol heeft hij dagelijks te maken met internationale markten, exportstromen en de verschillende eisen die landen stellen aan agrarische producten. Daarnaast is hij actief betrokken bij de werkzaamheden op het vleesveebedrijf van zijn broer en ouders, in het Zeeuwse Ritthem. Hier houden ze zowel koeien als schapen en hebben ze oog voor natuurinclusief.

Verbinding tussen Brussel en het boerenerf

Binnen zijn portefeuille wil Niels de verbinding tussen Europese beleidsvorming en de praktijk op het boerenerf versterken. Volgens hem is het essentieel dat jonge boeren zich meer bewust worden van het belang van internationale besluitvorming: “Veel beleid dat invloed heeft op Nederlandse boeren wordt in Brussel bepaald. Als je echt impact wilt maken, moet je daar aan tafel zitten. Door vroeg in het proces mee te denken, kun je beter sturen dan achteraf bijsturen.”, aldus de nieuwe portefeuillehouder internationaal. Daarbij ligt zijn focus op het vergroten van kennis en betrokkenheid onder jonge boeren en tuinders, zodat zij beter begrijpen waar beleid vandaan komt en hoe zij hier invloed op kunnen uitoefenen.

Uitdagingen én kansen

De sector staat voor grote uitdagingen, maar volgens de nieuwe dagelijks bestuurder bij NAJK liggen daar ook juist kansen. “Door internationaal samen te werken en kennis uit te wisselen, kunnen we stappen zetten richting een sterke en toekomstbestendige landbouw.”

Stokje doorgeven

Met de benoeming van Niels Vermue draagt, de inmiddels NAJK-voorzitter, Gerben Boom definitief zijn internationale titel over. Sinds 2023 was hij hét gezicht van de Nederlandse jonge boeren in Brussel, maar na het klinken van de ‘voorzittershamer’ eerder deze maand, draagt hij nu vol vertrouwen zijn Brusselse taken over. NAJK heeft er vertrouwen in dat Niels de internationale positie van jonge boeren en tuinders verder zal versterken en wenst hem veel succes!

Bekijk hier de video waarin Niels zichzelf voorstelt.

Veel onrust over afwijzingen eco-regeling: dit kun je doen

De afwijzingen binnen de eco-regeling 2025 zorgen voor veel frustratie bij boeren en tuinders. Tijdens overleg tussen LVVN, RVO en sectorpartijen, waaronder NAJK, zijn deze signalen duidelijk afgegeven. NAJK zet zich in voor een zorgvuldige beoordeling en betere ondersteuning van jonge boeren en tuinders.

Nieuw controlesysteem onder druk

Sinds 2025 controleert RVO met het Areaal Monitoring Systeem (AMS), op basis van AI en satellietbeelden, onder andere groenbedekking, groene braak, bufferstroken en vanggewas. Dit heeft geleid tot veel afwijzingen. Waar voorheen op basis van een steekproef werd gecontroleerd, gebeurt dat nu 100%.

In de praktijk zijn er twijfels over de betrouwbaarheid van het systeem, onder andere door weersinvloeden waardoor gewas dood kan vriezen. Hierdoor kunnen maatregelen die wel volgens de regels zijn uitgevoerd, toch worden afgekeurd.

Hercontrole en casussen vanuit de sector

Er een herbeoordeling door menselijke controle, waarin medio juni uitsluitsel over wordt gegeven.  Tegelijkertijd leveren LTO, NAJK en VLB op korte termijn concrete casussen aan om te laten zien waar het systeem nog niet goed functioneert. Doel is om ondernemers waarvan de eco-regelingen mogelijk onterecht zijn afgekeurd alsnog te helpen.

Betere communicatie en duidelijkheid nodig

NAJK pleit voor duidelijke en tijdige communicatie vanuit RVO. Ondernemers moeten eerder een signaal krijgen bij een mogelijke afwijzing, zodat zij zelf bewijsmateriaal kunnen verzamelen.

Ook is er behoefte aan meer duidelijkheid over het gebruik van het overmachtsformulier en wat te doen bij een afwijzing. Daarnaast vraagt NAJK om direct inzicht in de gebruikte satellietbeelden bij een afwijzing.

Vertrouwen onder druk

NAJK is voorstander van eco-regeling. Tegelijkertijd ziet de organisatie dat het vertrouwen onder druk staat door de huidige gang van zaken. Dit kan leiden tot minder deelname, terwijl de regeling juist bedoeld is om duurzame keuzes in de landbouw te stimuleren.

Advies: kom in actie

Voor jonge boeren en tuinders met een afgekeurde eco-regeling die wel correct is uitgevoerd, is het belangrijk om bezwaar te maken en zoveel mogelijk bewijsmateriaal aan te leveren bij RVO.

NAJK blijft zich inzetten voor een eerlijke beoordeling en werkbare regeling, zodat jonge boeren en tuinders ook in de toekomst met vertrouwen gebruik kunnen blijven maken van de eco-regeling.

Nieuwe campagne voor melkveehouders: ‘Verlaag ruw eiwit, dat loont’

23 april 2026 – Het Convenant Verlagen ruw eiwit rantsoenen melkveebedrijven (Convenant Voerspoor) lanceert op 23 april de landelijke campagne ‘Verlaag ruw eiwit, dat loont’. De campagne laat zien wat melkveehouders en hun adviseurs samen kunnen doen om lagere mestafzetkosten en minder stikstofuitstoot  te bereiken.

Het convenant is een initiatief van organisaties voor de melkveehouderij, de zuivel- en diervoedersector en adviseurs en kennisinstellingen. Met de campagne biedt het melkveehouders perspectief voor een actueel probleem. Door het vervallen van de derogatie mogen melkveebedrijven minder mest uitrijden op eigen land. Het aandeel ruw eiwit verlagen in het rantsoen leidt tot een lagere stikstofconcentratie in de mest. Dat betekent minder mest afvoeren en lagere kosten. Sturen op ruw eiwit is daarmee één van de manieren waarmee een melkveehouder de bedrijfsresultaten kan optimaliseren en/of verbeteren.

Praktijk laat zien dat het kan

Het Convenant Voerspoor bouwt voort op kennis uit onder meer de praktijkpilot Koe en Eiwit (2022- 2026), uitgevoerd door Wageningen University & Research, waaraan 155 melkveehouders door heel Nederland deelnamen. De conclusie: een lager ruw eiwit in het rantsoen en dus een lagere stikstofemissie is mogelijk met behoud van melkproductie  en de gezondheid van de koe.

Met de campagne wil het Convenant Voerspoor vooral bedrijven bereiken die nog niet op ruw eiwitverlaging sturen. Daarbij is aandacht voor de diversiteit in grondsoorten in Nederland: bij bedrijven met overwegend gras in het rantsoen is het aandeel eiwit hoger dan bij bedrijven met meer maïs, maar ruw eiwitverlaging is ook daar mogelijk.

Stap voor stap

Het convenant werkt aan hulpmiddelen waarmee melkveehouders inzicht krijgen in wat een verlaging concreet oplevert op hun bedrijf en hoe zij daar stapsgewijs mee aan de slag kunnen. Denk aan rekenvoorbeelden, praktijkinformatie per bedrijfstype en ervaringen van collega-melkveehouders.

Een concreet startpunt is het gesprek met de voeradviseur, die gemiddeld elke vier tot acht weken bij het melkveebedrijf langsgaat en het rantsoen kan doorrekenen op ruw eiwit. Het convenant brengt daarvoor de kennis en hulpmiddelen bij elkaar.

Meer informatie

Het Convenant Voerspoor is een samenwerkingsverband van dertien partijen: LTO Nederland, Dutch Dairymen Board, Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt, De Natuurweide, Netwerk Grondig, ZuivelNL, Nederlandse Zuivel Organisatie, Nevedi, Boerenverstand, PPP-Agro Advies, Groeikracht,
VLB en Wageningen University & Research levert wetenschappelijke ondersteuning.

Meer achtergrondinformatie is te vinden in het convenant. Nevedi heeft onlangs een video gepubliceerd over het sturen op ruw eiwit. Daarin wordt toegelicht waarom het convenant van belang is en welke concrete rol voeradviseurs hebben bij het samen met melkveehouders sturen op het ruw eiwitgehalte in rantsoenen.