14 april 2026 – De Europese Commissie heeft de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) goedgekeurd. Dat is een belangrijke stap voor melkveehouders die op zoek zijn naar perspectief binnen de huidige opgave in de landbouw. Het ministerie van Landbouw, Voedselzekerheid, Visserij en Natuurbeheer (LVVN) heeft dit vandaag bekendgemaakt aan de Tweede Kamer. Binnenkort publiceert LVVN de regeling in de Staatscourant. De regeling wordt op 1 juni 2026 opengesteld. Voor de regeling stelt het ministerie van LVVN € 627 miljoen beschikbaar.
De Sem heeft als doel om de emissies van ammoniak en broeikasgassen te verminderen. Daarnaast zal de mestproductie afnemen, waardoor ook de druk op de mestmarkt naar verwachting zal afnemen. De regeling is specifiek voor melkveehouders die willen blijven melken, maar in de problemen zijn gekomen. Hiermee kunnen zij onder gunstige financiële voorwaarden toch investeren in hun bedrijf.
Toepassing van de Sem
De regeling is vrijwillig en tijdelijk van aard. Deze regeling biedt melkveehouders die klem zitten een concreet handelingsperspectief. Tegelijkertijd draagt de regeling bij aan het verlichten van de druk op de mestmarkt als geheel. We zijn blij dat de Europese Commissie nu goedkeuring heeft gegeven en kijken uit naar de openstelling.
De primaire melkveeorganisaties zien de regeling ook als een onderdeel van een breder pakket. Zo hebben de primaire melkveeorganisaties gepleit voor structurele vormen van derogatie, voor de invoering van een protocol voor gasvormige verliezen en is er een Convenant Verlagen ruw eiwit in rantsoenen melkveebedrijven (Voerspoor) gesloten. Ten slotte is inzet op RENURE eveneens een belangrijk spoor dat bijdraagt aan verlichting van de mestmarkt.
Voorwaarden
Melkveehouders die deelnemen aan de regeling extensiveren hun bedrijf gedurende een periode van drie jaar door minimaal 10% en maximaal 20% van hun melkvee af te bouwen. Daarvoor ontvangen zij een compensatie voor gemiste inkomsten en een vergoeding voor de fosfaatrechten die definitief worden doorgehaald. Na drie jaar is reguliere bedrijfsontwikkeling weer mogelijk en kunnen deelnemende melkveehouders ervoor kiezen hun veestapel weer te laten groeien, bijvoorbeeld naar het oorspronkelijke aantal melkkoeien.
Tegelijkertijd met de publicatie van de regeling in de Staatscourant publiceert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) uitleg over de precieze voorwaarden en werking van de regeling op haar subsidiepagina, inclusief een rekentool. Ook komen er online vragenuurtjes om melkveehouders die interesse hebben goed in staat te stellen te onderzoeken of de regeling voor hen financieel aantrekkelijk is. Daarnaast informeert de RVO accountants over de regeling.
Hoogte subsidie
De subsidie wordt in jaarlijkse voorschotten uitbetaald gedurende de driejarige looptijd van de regeling en bestaat uit twee componenten. Ten eerste compensatie inkomensverlies van € 1.606,- per melkkoe per jaar. Ten tweede een vergoeding van € 110,- per fosfaatrecht voor 100% van de rechten. Dit in tegenstelling tot een marktpartij waarbij de verkopende partij 70% van de rechten kan verkopen. De totale vergoeding bij een gemiddelde melkproductie is dan € 9.757,- per melkkoe. Wij adviseren melkveehouders om dit met de accountant te bespreken en daarbij aandacht te hebben voor de fiscale kant.
Private ondersteuning
Naast de publieke regeling leveren ook banken een bijdrage. Afhankelijk van hun beleid bieden zij passende financierings- en investeringsmogelijkheden aan deelnemende melkveebedrijven. Daarbij wordt maatwerk toegepast, binnen de geldende bancaire kaders en mededingingsregels. Dit stelt melkveehouders in staat om hun bedrijf verder te ontwikkelen en gericht te investeren in een toekomstbestendige bedrijfsvoering.
De regeling is tot stand gekomen op initiatief van zeven primaire melkveeorganisaties. De organisaties hebben zich de afgelopen periode gezamenlijk ingezet om te komen tot een praktische en haalbare oplossing voor melkveehouders die vastlopen door de druk op de mestmarkt.

