Deze maand startte het traject om tot convenanten gewasbescherming te komen. Begin juli moet dit proces leiden tot een convenant-op-hoofdlijnen. Na de zomer wordt gewerkt aan de concrete uitwerking en zogenoemde sectorale deelconvenanten. Via tweewekelijkse nieuwsberichten informeren we onze achterban over de voortgang van het proces, over de inzet van plantaardige sectoren en over de belangrijkste ontwikkelingen aan de kerntafel. Dit bericht is de eerste tweewekelijkse nieuws-update.

Aanleiding

De aanleiding voor convenanten op gewasbescherming ligt in de grote maatschappelijke opgaven rondom gewasbescherming. Het maatschappelijke en politieke debat wordt op het scherpst van de snede gevoerd. De druk op waterkwaliteit, biodiversiteit en leefomgeving moeten verder verlaagd worden. Maar tegelijker9jd moeten ondernemers kunnen blijven telen, investeren en ondernemen. In het regeerakkoord hee? het kabinet daarom als ambi9e opgenomen: “Met de glastuinbouw, de akkerbouw en ketenpartijen sluiten we nationale, bindende convenanten om het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen (op basis van milieubelastingspunten) fors te beperken. Er komt meer ruimte voor geïntegreerde gewasbescherming”.

Proces

In opdracht van LVVN-staatssecretaris Silvio Erkens en onder begeleiding van onafhankelijk voorzitter Gert-Jan Segers komt een zogenaamde ‘kerntafel’ wekelijks bijeen. Aan deze tafel zitten vertegenwoordigers van overheden (het ministerie van LVVN, het ministerie van I&W, IPO, VNG en UvW), natuurorganisaties (Natuur & Milieu en LandschappenNL), kennispartners (WUR), ketenpartijen (CBL) en vier agrarische partijen: BO Akkerbouw, Greenports, LTO Nederland en NAJK. Op woensdag 6 mei kwam de kerntafel voor het eerst bijeen. Daarnaast werken verschillende werkgroepen aan thema’s als water, natuur, leefomgeving en generieke maatregelen en instrumentarium.

Het streven is dat deze partijen uiterlijk 3 juli een bindend convenant-op-hoofdlijnen ondertekenen. Na de zomer hebben partijen de rest van het jaar de tijd voor de concrete uitwerking en zogenoemde sectorale deelconvenanten richting uitvoering. Het convenant gewasbescherming valt politiek gezien onder de ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur & Stikstof. In een Tweede Kamerbrief van 17 april 2026 schetst staatsecretaris Erkens de start van het proces.

Doel is om samen met de plantaardige sectoren te komen tot afspraken die bijdragen aan het terugdringen van emissies en milieubelasting, in lijn met onder meer de Kaderrichtlijn Water, terwijl ondernemers tegelijkertijd perspectief en rechtszekerheid houden. Het kabinet benadrukt dat gewasbescherming belangrijk blijft voor gezonde teelten en voedselproductie, maar dat verdere verduurzaming noodzakelijk is.

Naast het feitelijke onderhandelingsproces aan de kerntafel neemt onafhankelijk voorzitter Gert-Jan Segers ook het initiatief voor een zogenaamde ‘sociale dialoog’. Verschillende werkbezoeken en gesprekken tijdens het voorjaar en de zomer hebben als doel om het debat over gewasbescherming uit de polarisatie te halen. De ambitie is een gedragen middenweg te vinden die opgenomen kan worden in het convenant-op-hoofdlijnen. Onze organisaties bewaken dat Gert-Jan Segers en Silvio Erkens hierbij ook ruim aandacht hebben voor werkbezoeken aan telers en ketenpartners om te horen tegen welke dilemma’s en uitdagingen zij in praktijk aanlopen.

Samenwerking

De vier agrarische partijen aan de kerntafel (BO Akkerbouw, Greenports Nederland, LTO Nederland en NAJK) trekken gezamenlijk op en streven ernaar zoveel mogelijk dezelfde koers te varen. Zij stemmen hun inbreng met elkaar af in een eigen ‘kerngroep’. In zogenaamde ‘themagroepen’ werken specialisten van onze vier organisaties gezamenlijk aan de inhoudelijke uitwerking van vraagstukken.

Ieder van de vier agrarische partijen heeft zelf ook een eigen achterban van leden of gelieerde partnerorganisaties waarmee intensief wordt afgestemd en samengewerkt. Voor NAJK geldt dat de inbreng aan de kerntafel gedurende het hele proces wordt afgestemd met het NAJK-bestuur en de klankbordgroep akkerbouw.

De ‘interne’ (agrarische partijen) en ‘externe’ (gezamenlijke) organisatie is samengevat onderstaand dit organogram.

Inhoud

Voor de plantaardige sectoren is het belangrijk om actief deel te nemen aan dit proces. Niet alleen omdat de opgaven groot zijn, maar ook omdat echte verandering alleen werkt als beleid en praktijk met elkaar verbonden blijven. De sector wil verantwoordelijkheid nemen voor verdere verduurzaming, maar benadrukt tegelijk dat afspraken uitvoerbaar, wetenschappelijk onderbouwd en praktisch werkbaar moeten zijn. Daarbij horen ook rechtszekerheid voor telers, heldere randvoorwaarden, financiële middelen en voldoende innovatiekracht.

In de gesprekken aan de kerntafel staan momenteel verschillende onderwerpen centraal. Denk aan emissiereductie, geïntegreerde gewasbescherming, innovatie, monitoring en doelsturing. Maar bijvoorbeeld ook de vraag hoe ondernemers voldoende handelingsperspectief houden in een periode waarin middelen verdwijnen en nieuwe ziekten en plagen toenemen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een gezamenlijke aanpak die moet voorkomen dat ondernemers te maken krijgen met uiteenlopende regels per gemeente of provincie. Juist landelijke en uniforme kaders zijn cruciaal voor een werkbare praktijk.