NAJK heeft haar zienswijze ingediend op het concept legalisatieprogramma PAS-melders. Hierin onderstreept NAJK dat het voorliggende programma niet leidt tot legalisatie. Het kabinet voldoet hiermee niet aan de ambitie uit het coalitieakkoord om deze ondernemers daadwerkelijk te legaliseren.

Het programma bevat verschillende routes naar legalisatie. Deze routes zijn voor het overgrote deel van de PAS-melders en interimmers in de praktijk niet uitvoerbaar of leiden niet tot een daadwerkelijke vergunning. Daarmee blijft een structurele oplossing uit en worden slechts enkele ondernemers geholpen. “Het kabinet stelt dat PAS-melders en interimmers met maatwerk moeten worden gelegaliseerd, hiervoor is in onze ogen een nieuwe systematiek nodig. Het voorliggende programma houdt echter vast aan wat er nu is, binnen deze kaders is legalisatie nauwelijks mogelijk,” vertelt Merel Straathof, vicevoorzitter van NAJK. “Zolang deze ondernemers geen vergunning kunnen krijgen, blijven verduurzaming, investeringen en vergunningverlening vastlopen. Het is daarom in ieders belang dat deze groep daadwerkelijk wordt gelegaliseerd.”

Hedendaags referentiemoment

NAJK pleit voor een andere aanpak. Legalisatie wordt pas uitvoerbaar wanneer voor PAS-melders en interimmers wordt uitgegaan van een hedendaags referentiemoment gebaseerd op de feitelijke bedrijfsvoering. Dit houdt in dat een bedrijf een vergunning krijgt passend bij zijn of haar bouw- en milieuvergunning gebaseerd op het daadwerkelijke aantal dieren tussen 2019 – 2026. In combinatie met juridisch geborgde emissiereductie ontstaat zo een route naar legalisatie zonder extra emissie of depositie. Deze aanpak sluit aan bij de voorstellen uit het rapport “Van verwarring naar verbinding” (Ros et al., maart 2026, pagina 36). Ook tijdens de technische briefing over het rapport werd gewezen op de mogelijkheden en robuustheid van een dergelijke aanpak.

Interimmers

NAJK wijst erop dat het programma zich vooral richt op PAS-melders, terwijl interimmers tegen vergelijkbare problemen aanlopen. Het programma wil deze categorie ondernemers in kaart brengen, maar een duidelijke uitwerking van legalisatie blijft uit. De omvang van het aantal interimmers maakt deze groep onmisbaar voor het realiseren van emissiereductie en het voldoen aan het additionaliteitsvereiste. Een oplossing voor deze groep is daarmee niet alleen van belang voor de betrokken ondernemers, maar ook voor het bredere stikstofbeleid.

Onderdeel van een totaalpakket

Legalisatie kan niet los worden gezien van de bredere stikstofaanpak. Additionaliteit, vergunningverlening, doelsturing en ondersteuning van ondernemers moeten in samenhang worden uitgewerkt. “Legalisatie is geen eindpunt, maar een randvoorwaarde,” aldus Straathof. “Nederland kan alleen van het stikstofslot af als ondernemers ook daadwerkelijk kunnen investeren, verduurzamen en handelingsperspectief krijgen.”

Lees de zienswijze voor de concrete voorstellen. Intussen blijft NAJK zich inzetten voor een totaalaanpak op stikstof waarbinnen legalisatie een vanzelfsprekendheid is!