BLOG – Van vers fruit tot kleverige pizza

Van vers fruit tot kleverige pizza

Argentinië dag 3 – 14 december 2016

Deze dag startten we  bij Mercado Central, een hartelijk ontvangst door de president onder toeziend oog van een fanatieke fotograaf. Mercado Central is de markt van de overheid, voor groente en fruit, die tussenkomst geeft voor producent en supermarkt. Over het land verdeeld zijn er drie van deze markten, het seizoen bepaalt uit welke regio van Argentinië het groente en fruit vandaan komt.

Na de korte uitleg vervolgt de rondleiding door het lokale fitness centrum(Mercado Central), kratje stapelen, trolley duwen en handjeklap waren de sporten.  Het enorme handwerk valt meteen op. Enorme hallen met in totaal 900 kraampjes, welke verhuurt waren aan de handelaren.  Groente en fruit wordt voor een groot gedeelte gedaan door Bolivianen, wat ook op deze markt opvalt. Prijsvorming gaat hier door vraag en aanbod. Van aardappel tot knoflook, alle producten worden ’s nachts binnengebracht en om 4.00 start de handel, tot ’s middags 15.00.  De prijzen en kwaliteit zijn bij opening het hoogst, waarna ze later dalen.

Fabio Fabri geeft ons na de rondleiding uitleg over het ontstaan van de markt en de toekomstplannen. Het idee is dat zowel via spoor, weg en water kan worden aan- en afgevoerd en dat alleen belanghebbende toegang krijgen tot de markt. Hiervoor zal fors geïnvesteerd moeten worden, of dit haalbaar is zal de toekomst uitwijzen. Fabio Fabri geeft ons daarom als tip mee over een aantal jaar terug te komen.

Vanaf Mercado Central gaan we op weg naar Farm Frites.  Onderweg maken we een stop bij  een rivier. Deze is 220km breed en komt uit bij de Atlantische oceaan.
We maken van de gelegenheid gebruik om  een broodje te eten bij een wegrestaurant. Broodje eten is,  een stuk vlees wat je bord vult en een klein stukje brood.

Farm frites heeft een patatfabriek midden in een woonwijk van Buenos Aires. Directeur  Federico Peralta Ramos ontvangt ons hier. Gevoel voor humor hebben de Argentijnen zeker, als clown verkleed mogen we het proces bekijken. Een moderne fabriek in een oud jasje, waar 24 uur per dag 7 dagen in de week in productie is. Dagelijks passeren 12 vrachtwagens de poort, afkomstig van 50 verschillende boeren grotendeels gecontracteerd. Het ras dat de boeren telen is natuurlijk Nederlands. 70% wordt gemaakt van Innovator, daarnaast worden rassen als Russet, Burbank, Spunta en Asterix gebruikt. De aanvoer is 100.000 ton per jaar, hiervan wordt 55.000 ton eindproduct afgeleverd. 75% hiervan wordt geëxporteerd naar Brazilië.

Na  het bezoek bij Farm frites zijn we naar de jumbo supermarkt geweest. Het eten in de supermarkt zag er veel slechter uit als op de Mercado Central. Hier lag het eten overal langs.  Wel in het schap maar niet netjes gesorteerd. Verder waren er veel vliegen en lagen er veel bedorven producten in het schap. 500 peso ( 29 euro)  wisselen was ook een ramp.

Als kers op de kaart werd er een presentatie gegeven door een Chinese vleesexporteur. We belanden ergens in een achterbuurt waar de Nederlandse kroeg “Van Koning” gevestigd was. De deur was op slot dus vervolgden we onze kroegentocht bij  de kroeg op de hoek van de straat.  Na enige vertraging door een lege brandstoftank met de Nederlandse stagiair Ruben startte de paneldiscussie met pittige dame, mevrouw Mercedes. De koeien waar in Argentinië en Europa geen markt voor is worden door deze Chinese vleesexporteur verwerkt en verhandeld voor de Chinese middenklasse. Onder het genot van pizza’s en Argentijnse bitterballen ontbrandde een stevige discussie over de Argentijnse landbouw en de uitdagingen die er nog liggen. Paul Kok van Omnivent en Pepijn van Agrivalue. Paul Kok, commercieel directeur van Omnivent gaf een introductie over de aardappelbewaring, dit is een hele uitdaging om dat in Argentinie voor elkaar te krijgen door het gebrek aan kennis, waar we in Nederland uitblinken over onze kennis van aardappelteelt en bewaring.  Een gedeelte van de groep heeft de dag afgesloten in het nachtleven van Buenos Aires.

Henri van den Boomen, Kasper Bouwmeester en Joop Ybema

BLOG – Van biefstuk tot rauwe ham

Van biefstuk tot rauwe ham

Dag 2 Argentinië

Na het ontbijt vertrokken wij om 7 uur per bus naar het stadsdeel Valeria Tarello in Buenos Aires.  Hier bezochten we een veemarkt voor slachtvee genaamd ‘Mercado de Liniers’. Het bedrijf bestaat al sinds 1901 en is sinds die tijd gevestigd midden in de stad, omdat het houden en verhandelen van vee een grote economische activiteit is rondom Buenos Aires. De markt heeft op dit moment een oppervlakte van 34 hectare. In de toekomst is het de bedoeling om 25 km buiten de stad te gaan vestigen om op die manier efficiënter te kunnen werken en meer markt aandeel te kunnen krijgen. Zo zullen de houten hokken worden vervangen door metalen hokken en kan de aanpak van track & tracing gemoderniseerd worden. De voornaamste reden waarom de verplaatsing naar een nieuwe vestiging nog niet eerder heeft plaatsgevonden is dat de vergunningverlening onder de vorige regering zeer moeilijk was. Ze zijn al 10 jaar bezig met de vergunningaanvraag en verwachten binnenkort onder de nieuwe regering groen licht te krijgen. Alle werknemers zijn lokale mensen waarvan een groot deel generaties werkzaam waren voor de veemarkt. Verplaatsing heeft daarom consequenties voor de werknemers.

Vraag en aanbod van vee komt in Argentinië vaak bij elkaar op markten. Tussenhandelaren halen de koeien op van de boeren en huren hun eigen stukje markt waar ze de dieren verhandelen aan de slachterijen. Ongeveer 30 inkopers van slachterijen lopen achter de marktkoopman aan en de marktkoopman noemt een steeds hogere prijs totdat geen inkoper de hand meer opsteekt. Verkocht!

Op de markt die wij bezochten wordt ongeveer 85% van alle runderen in Argentinië verhandeld. 15% wordt geëxporteerd naar omringende landen. Deze markt is nodig omdat er veel kleine slachterijen zijn in Argentinië en de slachterijen niet de macht hebben om hun eigen prijs te hanteren voor inkoop van de dieren. Daarnaast wantrouwen Argentijnen ook de grote wellicht aan politiek gekoppelde bedrijven. Op drukke dagen worden er 10.000 koeien op een dag verhandeld. Deze dieren komen de avond en nacht van tevoren aan en worden ’s ochtends verhandeld. Op het bedrijf zijn 2300 mensen werkzaam bij het vee en 160 mensen verzorgen de administratie.

De runderen die aangeboden worden zijn vaak rond de 2,5 jaar oud en wegen ongeveer 350 kg. Ze worden relatief jong geslacht omdat er dan een malse smaak aan het vlees zit. Hier komt de typische smaak van de Argentijnse steak vandaan, waar de Argentijnen trots op zijn. Die smaak hebben wij gisteravond ook beoordeeld en ze mogen met rechts trots zijn op hun steak! De gemiddelde prijs die de boeren ontvangen is 25 peso per kg levend gewicht omgerekend komt dit neer op € 1,50 per kg. Met een inslachtingspercentage van 45% is dit ongeveer 2.70 per kg geslacht gewicht.

Na het eten reisden we door naar de plaats General Las Heras. Wij hebben hier een rondleiding gehad bij het varkensvleesverwerkingsbedrijf ‘Gubana Argentina’. Deze verwerking is onderdeel van een integratie van 6000 zeugen en is weer een dochteronderneming van de Lenesma Group. Eerst werd er een presentatie gegeven over het bedrijf, gevolgd door een rondleiding door de vleesverwerkingsfabriek. Deze integratie is één van de weinige integraties in Argentinië. Het bedrijf bestaat uit 3 locaties. Het gesloten varkensbedrijf, de slachterij en de vleesverwerking.

Bij ‘Gubana Argentina’ focussen ze zich op twee dingen, namelijk zelf varkens mesten en zelf de complete keten in eigen hand houden. Op het bedrijf zijn in totaal 500 werknemers, waarvan 200 werkzaam op het varkensbedrijf en 300 werknemers in de slachterij en vleesverwerking.

Gesloten varkensbedrijf

Het zeugenbedrijf heeft PIC als uitgangsmateriaal en heeft een eigen voerfabriek. Het rantsoen bestaat grotendeels uit tarwe en soja. Het bedrijf is volledig SPF, dus vrij van virusziekten. Het klimaat is in de regio rondom Buenos Aires gematigd met niet te tropische zomers en milde winters. Kortom, op het eerste gezicht uitstekende omstandigheden om varkens te houden. De technische resultaten van het bedrijf zijn uitstekend met minder dan 10% uitval in het gehele traject van kraamstal, biggenstal en vleesvarkens. De productie is 30 gespeende biggen per zeug per jaar en de voederconversie per kg vlees inclusief het voer voor de zeugen is 2.40. met één kanttekening dat er veel personeel aanwezig is. Zoals eerder ook al vermeld zijn er op het zeugenbedrijf 200 werknemers. De kostprijs per kg vlees voor het slachten is 1.50 USD. Voorheen was dit ongeveer 1 USD per kg vlees. De stijging komt door de nieuwe politieke wind (lees het verslag van dag 1). De nieuwe regering wil een open economie. Exportrestituties zijn afgezwakt en de importheffingen zijn verdwenen. Hierdoor is het voer duurder geworden en daarmee de kostprijs. Doordat Rusland de grens heeft gesloten voor import van varkensvlees, bleef Brazilië met een grote voorraad varkensvlees zitten. Door de nieuwe regering werd het mogelijke voor Brazilië varkensvlees te exporteren naar Argentinië. Argentijnse varkensboeren hebben het hierdoor nu moeilijk. Voorheen konden de varkensboeren elk jaar geld verdienen maar door de competitie op de wereldmarkt is dit veel moeilijker geworden. De conclusie voor ‘Gabana Argentina’ is dat de efficiëntie omhoog moet om te kunnen concurreren met de wereldmarkt.

Het bedrijf wat wij bezochten is niet een typisch Argentijns varkensbedrijf. In Argentinië zijn ongeveer 700.000 zeugen waarvan ongeveer 80% van de zeugen op bedrijven gehouden worden met minder dan 200 zeugen. Een Braziliaanse integratie is sinds kort begonnen in Argentinië met 8000 zeugen. Het lijkt een kwestie van tijd dat meer buitenlandse partijen inspringen op de mogelijkheden voor het produceren van varkensvlees voor een lage kostprijs. Dit komt ook deels doordat de consumptie van varkensvlees onder de consumenten in Argentinië toeneemt. Dit heeft twee redenen, enerzijds is de prijs van varkensvlees ten opzichte van rundvlees gunstiger geworden voor de consument, anderzijds heeft de varkensindustrie haar varkensvlees goed gepromoot. De Argentijnse consument is zich niet bewust van hoe en waar het vlees geproduceerd wordt. Men eet wat beschikbaar is voor een gunstige prijs en dit betekent dat niet altijd gekozen wordt voor vlees van Argentijnse afkomst.

Slachterij en verwerking

Op een andere locatie is de slachterij hier worden ongeveer 900 varkens per dag geslacht en tijdens het bezoek ongeveer 1000 varkens per dag door de grotere vraag naar varkensvlees tijdens de kerst. Bij de verwerking zagen wij hoe de halve karkassen verder uitgebeend werden tot verse producten en verwerkte producten. Ook hebben wij gezien dat ‘Gabana Argentina’ bezig is om een nieuw product op te zetten met toegevoegde waarde, namelijk Argentijns gerijpte rauwe ham. De hammen worden eerst in zout opgeslagen en daarna 12 tot 14 maanden gedroogd waarna ze klaar zijn voor de verkoop als gehele ham of in kleinere stukken. Dit is een mooi voorbeeld van extra waarde toevoegen aan het eind van de keten.

Krista Berghuis, Jeroen Schuldink en Marco Thiessen

Voorgenomen fosfaatreductieplan zuivelsector

De zuivelsector heeft de afgelopen weken een pakket van maatregelen samengesteld om de fosfaatproductie door de melkveehouderij in 2017 substantieel te verminderen. Betrokken partijen zijn: het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), LTO Nederland, Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), Nevedi, de banken en het Ministerie van Economische Zaken. Gezamenlijk hebben zij een plan opgesteld dat ingrijpend is voor alle betrokkenen, maar ook noodzakelijk.

De leden van ketenorganisatie ZuivelNL (NZO, LTO Nederland en de NMV) verwachten hun deel van het fosfaatreductieplan volgende week te kunnen voltooien. Samen met NAJK en het Ministerie van Economische Zaken leggen zij de laatste hand aan een pakket van maatregelen om de fosfaatproductie door de melkveehouderij in 2017 te verminderen. “Het is goed dat er stappen worden gezet door zuivelondernemingen”, aldus Bart van der Hoog, dagelijks bestuurder van NAJK met de portefeuille melkveehouderij. NAJK heeft zich ingezet op een maximering van de GVE-reductieregeling. Van der Hoog “Hierdoor worden recent gestarte- en gegroeide bedrijven niet buitenproportioneel getroffen.” De GVE-regeling wordt in stappen ingevoerd, tot maximaal 20 procent in de derde periode van 2017.

Solidariteitsheffing

Het Fosfaatreductieplan ZuivelNL stimuleert melkveehouders tot een krimp van hun veestapel indien zij meer koeien en jongvee op hun bedrijf hebben dan op 2 juli 2015 min 4%. Veehouders die hun veestapel niet of onvoldoende aanpassen worden gekort op het uit te keren melkgeld. Melkveebedrijven die de gewenste krimp van hun veestapel hebben gerealiseerd in 2017 worden vrijgesteld van de maatregelen en ontvangen een bonus. Hoe eerder in 2017 de krimp wordt gerealiseerd, hoe hoger de bonus. Van der Hoog: “Om krimp te stimuleren is het goed dat er een solidariteitsheffing is die als bonus wordt ingezet voor bedrijven die vrijwillig minder koeien gaan houden.” Bedrijven die in 2015 geen fosfaatoverschot hadden volgens de definitie van de meststoffenwet en dus grondgebonden zijn, hoeven geen krimp te realiseren ten opzichte van hun veebezetting op 2 juli 2015.

LTO Nederland, NMV, NAJK en de bij de NZO aangesloten zuivelondernemingen leggen het Fosfaatreductieplan ZuivelNL ter besluitvorming voor aan hun bestuurlijke organen.

Vermindering 8,2 miljoen kg fosfaat

Het Fosfaatreductieplan ZuivelNL is onderdeel van een pakket van maatregelen dat samen met de bedrijfsbeëindigers- en krimpregeling en de fosfaatreductie door de veevoersector leidt tot een vermindering van 8,2 miljoen kilogram fosfaat. De maatregelen gelden uitsluitend voor 2017. Vanaf 1 januari 2018 wordt de fosfaatproductie door de melkveehouderij beperkt via het wettelijk fosfaatrechtenstelsel dat begin december 2016 werd aangenomen door de Tweede Kamer.

Belangrijk onderdeel van het Fosfaatreductieplan ZuivelNL wordt een algemeen verbindend verklaring (AVV) voor de maatregelen die de zuivelondernemingen willen nemen voor fosfaatreductie. Met een dergelijke verklaring gaan de maatregelen gelden voor alle zuivelondernemingen en melkveehouders in Nederland. ZuivelNL verwacht deze week of volgende week een aanvraag voor de AVV in te dienen bij het ministerie van Economische Zaken. De AVV zal (na een toets door de Europese Commissie) zo spoedig mogelijk, maar gelet op de te doorlopen procedure, naar verwachting op 1 maart 2017 in werking kunnen treden.

Lees hier alle ins en outs van het voorgenomen fosfaatreductieplan:

BLOG – Landbouw zit Argentinië in de genen

Landbouw zit Argentinië in de genen

Dag 1 Argentinië

Na een 18uur durende vlucht kwamen we aan op het vliegveld van Buenos Aires. We werden op gewacht door Marloes die deze week onze tolk zal zijn.

Langs de op elkaar gestapelde huizen in de voorsteden kwamen we na een korte file aan bij ons hotel in de wijk San Telmo. Nadat we ons even snel hebben opgefrist gingen we richting een Argentijnse lunch. Daar kregen we veel verschillende typische gerechtjes voor geschoteld. Het eten komt wel goed deze reis!

Daarna vervolgden wij onze weg naar de Nederlandse ambassade. Hier werden we opgewacht door Bart Vrolijk. Hij is hoofd van de landbouwraad van Argentinië, Uruguay en Paraguay. Op de Nederlandse ambassade hebben we gesproken over de kansen en bedreigingen van Argentinië. Argentinië is 2x zo groot als Duitsland, Frankrijk en Spanje bij elkaar. De grootste exportproducten zijn soja en pinda’s.

In 2001 is Argentinië failliet verklaard. De inflatie steeg naar ongekende hoogten. De vorige regering met Christina Kirchner als president was de landbouw en boeren niet goed gezind. Dit wil zeggen dat ze de landbouw niet alleen niet stimuleerde, maar juist tegenwerkte. Dit gebeurde vooral via exportheffingen. Om zo staatsinkomsten te genereren. Met de sinds een jaar gekozen nieuwe regering is er een heel andere wind gaan waaien in Argentinië. De exportheffingen worden afgebouwd en de landbouw gaat zich weer steeds meer op de export richten. Zoals gezegd vooral GMO soja, maar ook veel graan en rundvlees. Naar Nederland komt vooral het sojameel. De landbouw maakt momenteel ruim de helft uit van het nationale inkomen.

De ambassade houdt zich vooral bezig met de belangen van Nederlandse bedrijven voor de Argentijnse markt. Het gaat hierbij om onder andere bedrijven actief in tuinbouwzaden en landbouwmachines. Ook de pootgoedsector wil graag voet aan wal krijgen. Maar door een fytosanitaire stop een aantal jaar geleden is dat tot nu toe niet gelukt. Maar de verwachting is dat de importstop er binnen niet al te lange tijd af gaat. De toekomstverwachting is ambitieus. Van alle producten worden hogere productievolumes verwacht de komende jaren. Er is dan ook veel potentieel zowel op het gebied van efficiëntie als onbenutte landbouwgrond.
Daarnaast heerst er in Argentinië een grote informele economie (zwarte markt). Bedrijven en personen zijn niet geregistreerd waardoor ze ook geen belasting betalen. De overheid probeert deze bedrijven in kaart te brengen, maar omdat er dit zoveel zijn valt dit niet mee. Ook corruptie viert nog steeds hoogtij, maar ook dat probeert de huidige regering tegen te gaan.

Kortom, Argentinië is een echt landbouwland met veel potentie. Zie ook de onderstaande link voor meer informatie vanuit de Nederlandse Landbouwraad in Argentinië (www.agroberichtenbuitenland.nl/argentinie). Het was in ieder geval een interessant eerste bezoek en een mooie voorbereiding op de rest van de reis.

Paulien van Beesten, John de Bruijckere en Doeko van ‘t Westeinde

Wat deed NAJK voor jou in november?

Iedereen bij NAJK zet zich dag in dag uit voor 100% in voor jou als lid. We zorgen bijvoorbeeld voor het materiaal, achtergrondinformatie en gespreksleiders voor interessante bijeenkomsten of discussieavonden, ontwikkelen trainingen en cursussen, regelen winacties en behartigen jouw belangen in Den Haag of Brussel. Wat deed NAJK voor jou in november? Hier een kleine greep uit alle activiteiten:

  • NAJK was aanwezig op de Rundvee en Mechanisatie Vakdagen in Hardenberg en Gorinchem. Dankzij de inzet van bevlogen vrijwilligers hebben we veel nieuwe leden mogen verwelkomen.
  • Iris Bouwers, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille internationaal, heeft bij de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, aandacht gevraagd voor jonge boeren en tuinders in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.
  • In november zijn door het hele land discussieavonden gehouden over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2020. Iris Bouwers gaf presentaties over het GLB en leidde de discussie.
  • Op 23 november organiseerde NAJK het Boer zoekt Boer-overnamecafé. Tijdens het overnamecafé spraken verschillende experts over thema’s rondom buiten familiaire bedrijfsovername.
  • NAJK heeft diverse bijeenkomsten op het ministerie over het 6e actieprogramma bijgewoond en met verschillende partijen over het actieprogramma gesproken. Het 6e actieprogramma treed 1 januari 2018 in werking.

Wat zal NAJK voor jou doen in december?

Natuurlijk zal in december ook veel door NAJK worden georganiseerd. Lees het laatste nieuws op de NAJK-website. Hierbij alvast een voorproefje:

  • In december valt de nieuwste editie van de BNDR bij jou op de mat. Het thema? Financiering van bedrijfsopvolging. Ook in de BNDR het jaaroverzicht 2016.
  • Na een zeer geslaagde uitwisseling tussen jonge agrariërs en de beleidsmedewerkers van het ministerie van Economische Zeken in 2015, organiseert NAJK dit jaar weer een praktijkdag voor ambtenaren. Dit jaar op 20 december. Mag een ambtenaar bij jou de handen uit de mouwen komen steken? Meld je dan uiterlijk 10 december aan via het aanmeldformulier.
  • Tijdens de Algemene Ledenvergadering zullen de afgevaardigden van de provinciale AJK’s de begroting van NAJK over 2017 vaststellen.
  • Iris Bouwers is op 22 december een van de panelleden tijdens de LTO Noord regiodag. Hoofdgast van de dag en ook panellid is Eurocommissaris van landbouw Phill Hogan.

Kamer geeft steun voor KringloopWijzer en voer-mestcontracten

Dinsdagmiddag 6 december heeft de Tweede Kamer ingestemd met het fosfaatrechtenstelsel en de Wet grondgebonden groei. Na een lange tijd van onzekerheid en met name onduidelijkheid kunnen we nu voorzichtig vooruitkijken. Per 1 januari 2018 gaat het stelsel van fosfaatrechten in werking. NAJK is tevreden over het opnemen van de KringloopWijzer in het stelsel en het opnemen van voer-mest contracten in de Wet grondgebonden groei. Ondanks dat het stelsel ingrijpend is, bevat het ontwikkelmogelijkheden voor jongen boeren.

KringloopWijzer opgenomen

Het voorstel van CDA en ChristenUnie om de KringloopWijzer op te nemen in het stelsel van fosfaatrechten kon op voldoende steun rekenen. Ook NAJK is verheugd dat de KringloopWijzer bij de invoering wordt ingezet. “Het opnemen van de KringloopWijzer in het fosfaatrechtenstelsel zorgt voor meer ruimte bij bedrijven die sturen op fosfaatefficiëntie. Op deze manier kan een deel van de generieke korting worden opgevangen”, aldus Bart van der Hoog, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille melkveehouderij.

Grondgebondenheid

Er werd al verwacht dat grondgebonden melkveehouders bij de introductie zouden worden ontzien van een generieke korting. Het kwam dan ook niet als een verrassing dat het amendement van ChristenUnie en D66 op voldoende steun kon rekenen.

Fosfaatbank voor jonge melkveehouders

In het door staatssecretaris Van Dam voorgelegde wetsvoorstel zou de fosfaatbank ontheffingen verlenen op basis van duurzaamheids- en dierenwelzijnseisen. Door het amendement van CDA en CU zijn deze eisen komen te vervallen. De fosfaatbank gaat gelden voor jonge melkveehouders en grondgebondenbedrijven. Op hoeveel rechten jonge melkveehouders aanspraak kunnen maken is nog onduidelijk. Wel is zeker dat de kansen toenemen door het schrappen van de twee eisen: duurzaamheid en dierwelzijn. “Het is een goede stap dat de fosfaatbank zich in 2018 ook gaat richten op jonge melkveehouders. Dit biedt extra ruimte voor jonge melkveehouders. Zij dienen de toekomst van de melkveehouderij”, aldus Van der Hoog.

Vervallen fosfaatrechten

Het amendement van de VVD aangenomen. Dit houdt in dat wanneer de derogatie vervalt ook het stelsel van fosfaatrechten komt te vervallen. Ook het amendement van de SGP is aangenomen waardoor een einddatum in de wet voor 2023 is opgenomen als blijkt dat op dat moment fosfaatrechten niet meer nodig zijn. Bijkomend voordeel is dat doormiddel van een einddatum de weg open ligt om fosfaatrechten afschrijfbaar te maken.

Wet grondgebonden groei melkveehouderij

Met een brede steun vanuit de Tweede Kamer werd tijdens de stemmingen eveneens de Wet grondgebonden groei aangenomen. Ook is besloten dat de voer-mestcontracten een plaats krijgen binnen deze wet. Van der Hoog: “Wij zijn erg blij dat er naast het kopen of pachten van grond een extra optie komt in de wet om groei te verantwoorden. Zeker voor jonge melkveehouders, die vaak niet in de kapitaalkrachtige positie zijn, geeft dit extra mogelijkheden om het bedrijf te ontwikkelen.” De precieze invulling van de voer-mestcontracten wordt nog uitgewerkt. Bekend is dat het gaat om een afstand van 20 km waarbinnen een bedrijf regionale samenwerking mag aangaan.

Marathondebat over fosfaatwet

Op donderdag 1 december 2016 is de wet fosfaatrechten besproken in de Tweede Kamer. Een ruim 10 uur durend debat. “Het was een lange zit, maar wij zijn tevreden over het verloop van het debat. Een aantal belangrijke aspecten die NAJK heeft aangedragen is behandeld en kon op steun van de Kamerleden rekenen”, aldus Bart van der Hoog, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille melkveehouderij.

Grondgebonden melkveebedrijven

Tijdens het marathondebat in de Tweede Kamer heeft de Kamer haar steun uitgesproken voor het geheel ontzien van grondgebonden melkveebedrijven van een generieke korting bij de introductie van het fosfaatrechtenstelsel. Het kortingspercentage zal volgens staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken voor de niet-grondgebonden melkveebedrijven waarschijnlijk 2,5% hoger uitvallen wanneer de kamer het amendement hierover aanneemt. Hoe hoog de generieke korting wordt is volgens de staatssecretaris nog niet te berekenen.

KringloopWijzer

De staatssecretaris heeft aangegeven zich in te zetten voor het toepasbaar maken van de bedrijfsspecifieke verantwoording door middel van de KringloopWijzer binnen het fosfaatrechtenstelsel. “NAJK is altijd al groot voorstander geweest van deze bedrijfsspecifieke verantwoording. Het biedt ruimte om voer- en managementmaatregelen toe te passen die ontwikkelingsruimte geven”, aldus Van der Hoog. De staatssecretaris heeft aangegeven dat de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) dit jaar met een wetenschappelijke beoordeling komt van de rekenregels. Daarbij moet de melkveehouderijsector de borging voor haar rekening nemen. Van der Hoog: “Als deze twee zaken met goed gevolg zijn gedaan, staat niets de toepassing van KringloopWijzer per 1 januari 2018 in de weg.”

Voer-mest contracten

Tijdens het debat is ook veelvuldig gesproken over het amendement van CDA en CU om voer-mest contracten op te nemen in de Wet grondgebonden groei melkveehouderij. Voer-mest contracten mogen in een straal van 20 kilometer rondom het melkveebedrijf worden afgesloten. Van der Hoog: “Het lijkt erop dat de Kamer dit amendement gaat steunen, temeer omdat op deze manier regionale grondgebonden groei wordt gestimuleerd. NAJK heeft zich in de afgelopen jaren ingezet voor het opnemen van deze mogelijkheid. Het geeft jonge melkveehouders meer mogelijkheden naast het kopen en pachten van grond.’’

Dinsdag 6 december 22016 wordt er gestemd over de ingediende amendementen.

1 december tweede ronde JOLA open

Op donderdag 1 december 2016 is in alle provincies de tweede ronde van de Jonge Landbouwersregeling (JOLA) opengesteld. Boeren en tuinders, jonger dan 41 jaar, kunnen van 1 december 2016 tot en met 16 januari 2017 subsidie aanvragen voor investeringen. Dit is voor hen een steun in de rug. De regeling is qua voorwaarden gelijk aan de openstelling eerder dit jaar, maar de investeringslijst is per provincie veranderd.

Bij deze openstelling zijn de resultaten van de evaluatie van NAJK en de voorlopige resultaten van de provinciale evaluatie over de JOLA meegenomen. “Het was te kort dag voor de provincies om de afgeronde evaluatie mee te nemen in deze openstelling,” aldus Sander Thus, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille bedrijfsovername. De provincies onderschrijven de resultaten van de NAJK-enquête en hebben toezeggingen gedaan. Zodra de officiële evaluatie van de eerste openstelling afgerond is, houden zij de regeling kritisch tegen het licht.

“Bij deze openstelling is de invulling met investeringsmogelijkheden verbeterd maar we zijn er nog lang niet. De regeling moet volgens NAJK namelijk jonge ondernemers ná bedrijfsovername, wanneer de kapitaalbeschikbaarheid laag is, ondersteunen om investeringen te doen.” De investeringslijst is ten opzichte van de vorige openstelling uitgebreid. Alleen de provincie Noord-Brabant heeft opnieuw veel mogelijkheden uitgesloten.

Jonge boeren en tuinders die gebruik willen maken van de JOLA kunnen een aanvraag doen via de website van hun provincie. Meer informatie over de voorwaarden en investeringsmogelijkheden zijn daar ook te vinden. Voor specifieke vragen kan men ditmaal rechtstreeks bij RVO terecht.

Ondersteuning jonge boeren en tuinders blijft van groot belang

Op maandag 21 november publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), op basis van voorlopige cijfers van de Landbouwtelling, de cijfers over bedrijfsopvolging in de agrarische sector. Deze uitkomsten bevestigen wat het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) altijd al heeft aangegeven: stimulering van jonge boeren en tuinders is van groot belang. Slechts 40% van de agrarische bedrijven heeft een bedrijfsopvolger. Veel agrarische bedrijven zullen de komende jaren verdwijnen. Door de groeiende wereldbevolking zal de vraag naar voedsel echter alleen maar groter worden.

In 2016 waren er ruim 55 duizend landbouwbedrijven. Volgens de cijfers van het CBS hebben ruim 15.000 bedrijven geen opvolger. Het aantal stoppers onder de kleine bedrijven is groter dan onder grote bedrijven.

Vergrijzing

Op de meeste boerderijen met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder staat geen bedrijfsopvolger klaar, aldus het CBS. Sander Thus, dagelijks bestuurder van NAJK met de portefeuille bedrijfsovername: “Het percentage stoppers is groter dan de groei van blijvende bedrijven. De agrarische sector vergrijst.” De vergrijzing belemmert, volgens NAJK, vernieuwing en innovatie in de sector. Nederland is koploper in de agrarische sector. Om die koppositie te behouden is vernieuwing en innovatie hard nodig. “Jonge boeren en tuinders zijn de voedselproducenten van de toekomst. Het is in het belang van Nederland dat jonge boeren en tuinders niet belemmerd, maar juist gestimuleerd worden om het agrarische bedrijf over te nemen”, aldus Thus.

Stimulering

De steun voor jonge boeren blijft belangrijk om de opvolging, ontwikkeling en optimalisering van de agrarische sector te stimuleren. “De Jonge Landbouwersregeling is een voorbeeld hiervan”, aldus Thus. De regeling is een onderdeel van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid dat loopt tot 2020. Het is noodzakelijk dat ook na 2020 de Jonge Landbouwersregeling onderdeel blijft van dit beleid. De Jonge Landbouwersregeling is bedoeld om jonge ondernemers na bedrijfsovername een steuntje in de rug te geven. Thus: “De periode na bedrijfsovername is financieel de meest zware periode. Het is wel de meest belangrijke periode om te ontwikkelen. De Jonge Landbouwersregeling stimuleert ontwikkeling op agrarisch bedrijf. De cijfers bevestigen de noodzaak van een stimulans voor jonge agrarisch ondernemers.”

Verantwoordelijkheid

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat de uitstroom van agrarische ondernemers groter is dan de instroom. Het is niet meer vanzelfsprekend dat de oudste zoon of dochter het familiebedrijf overneemt. Bedrijfsovername is steeds meer een bewuste keuze voor jongeren. Er komt veel bij kijken: “Als boer of tuinder ben je 24/7 verantwoordelijk voor het agrarisch bedrijf. Je hebt te zorgen voor planten en dieren, maar moet ook het bedrijf draaiende houden. Daarnaast moet het bedrijf voldoende inkomsten genereren”, geeft Thus aan.

Boer zoekt Boer

NAJK ziet al jaren agrarische bedrijven eindigen omdat er geen opvolger is. Tegelijkertijd zijn er veel jongeren die graag boer willen worden, maar geen bedrijf hebben. Om deze bedrijfsopvolgers en overdragers met elkaar in contact te brengen is NAJK het initiatief Boer zoekt Boer gestart. “Als je ouders geen agrarisch bedrijf hebben om over te nemen en de wens er wel is, is het lastig om te starten”, vertelt Thus. Via Boer zoekt Boer zorgt NAJK samen met het agrarisch bedrijfsleven voor goede begeleiding bij buiten familiaire bedrijfsovername. Het online platform Boer zoekt Boer brengt potentiële nieuwe boeren en boeren zonder opvolger met elkaar in contact. Thus: “De animo hiervoor groeit en we hopen dat dit een hulpmiddel is voor beide partijen.”

NAJK kritisch maar op hoofdlijnen akkoord

Op vrijdag 18 november 2016 informeerde staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken de Tweede Kamer over het principeakkoord. Dit akkoord moet zorgen voor het behoud van derogatie in Nederland. Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) heeft ingestemd met de hoofdlijnen van het pakket van maatregelen.

De invulling van de maatregelen vergt nog aandacht maar met de hoofdlijnen van het pakket voor fosfaatreductie is NAJK akkoord. Het totale pakket van maatregelen moet ervoor zorgen dat de Nederlandse melkveehouderij aankomend jaar fors haar fosfaatproductie zal reduceren. Deze maatregelen zijn nodig voor behoud van derogatie in 2017 en zijn een ingang tot het gesprek over een nieuwe derogatie van 2018 tot 2021. Bart van der Hoog, dagelijks bestuurder van NAJK met de portefeuille melkveehouderij: “De uitwerking van het akkoord is een grote opgave en er zijn nog veel obstakels te nemen. Juridisch moet de invulling van het pakket van maatregelen voldoende houvast geven. Ook Brussel zal haar goedkeuring nog moeten geven over het pakket van maatregelen. Dit akkoord betekent niet dat we er al zijn.”

Stoppersregeling en vermindering aantal melkkoeien

“Wij zien met name ruimte voor reductie van fosfaatproductie bij de bedrijven die willen stoppen met melken. Ook een financiële prikkel is een stimulans om te reduceren, ten opzichte van de dieraantallen op 2 juli 2015,” aldus Van der Hoog. Het bedrag dat een melkveehouder ontvangt om een koe uit productie te nemen moet, volgens NAJK, wel voldoende houvast bieden voor deze ondernemer. “Je kunt het ook een ‘offer you can’t refuse’ noemen. Als je kijkt naar het gemiddelde koesaldo over de afgelopen 5 jaar van ruim €1900,- en een aantrekkende zuivelmarkt, moet het aanbod om vrijwillig te reduceren voldoende groot zijn.” Om voldoende budget te kunnen generen is een gedifferentieerde heffing over de geleverde liters melk in 2017 nodig, vindt NAJK.

Fosfaatvermindering via zuivelverwerkers

NAJK plaatst enkele kritische kanttekeningen bij het reductieplan van de zuivelverwerkers.  Dat dit plan kan werken staat niet ter discussie, wel de manier waarop. Van der Hoog: “Op dit moment geven de eerste contouren enige duidelijkheid op welke manier de zuivelverwerkers haar reductie willen gaan bewerkstelligen.” NAJK heeft de afgelopen weken meerdere voorstellen gedaan richting de bestuursleden van de NZO en ZuivelNL om een zo acceptabel mogelijke verdeling te maken van de reductiemaatregelen.  “Wij willen ervoor waken dat groeiende en recent gestarte bedrijven niet buitenproportioneel worden getroffen door het zuivelreductieplan. Het mag niet zo zijn dat de volledige reductie wordt bewerkstelligd bij een kleine groep melkveehouders die vanuit de normale bedrijfsontwikkeling in 2018 ook fosfaatrechten moeten gaan kopen.”