“Vanuit een vraagstuk met een dier aan de slag gaan”

Na haar mbo-opleiding paraveterinair was Iris Bos (22) nog niet uitgeleerd. Ze wilde meer leren over dierenwelzijn en diergedrag. De hbo-opleiding Dier- en Veehouderij op Hogeschool VHL bood haar die diepgang. In deze vierjarige opleiding leert Iris alles over dieren, van dierverzorging tot marketing en financiën van een bedrijf, waardoor ze veehouders een goed advies kan geven over hun bedrijfsvoering en de gezondheid en het welzijn van hun dieren.

Internationaal

De studie Dier- en Veehouderij wordt in het Engels gegeven en is daarmee toegankelijk voor internationale studenten. “Het Engelstalige schrok mij eerst af”, vertelt Iris. “Ik dacht dat ik dat nooit zou kunnen. Maar alles is hier in het Engels, ik moest wel. Ik rolde er zo in en uiteindelijk heb ik er veel profijt van. De Engelse taal is een pre in het werkveld.”

Eigenschappen en eigenaardigheden

Iris zit in het vierde jaar van de opleiding. In de afgelopen drie studiejaren heeft Iris alles geleerd over de eigenschappen en eigenaardigheden van dieren. “In de opleiding komt onderzoek uitgebreid aan bod”, legt Iris uit. “Ik vind het heel interessant om vanuit een probleem, zoals een ziekte of een beter welzijn, met een dier aan de slag te gaan. Op de opleiding leren we om dieren vanuit een vraagstuk te observeren en te analyseren, om daaruit conclusies te trekken en advies te geven.”

Projectbasis

Het werken in projecten, groepen en met opdrachten vindt Iris kenmerkend voor Hogeschool VHL. “Daarnaast is het ook nog eens heel leerzaam. Door de opdrachten zijn we veel in de praktijk bezig, steeds in verschillende groepen en met andere mensen. Elke praktijkopdracht is daarom anders. Ik kan het vak niet beter leren dan in het werkveld”, aldus Iris.

Boerderijdieren

De studie richt zich voornamelijk op melkvee, varkens, paarden en pluimvee, maar Iris heeft dat voor zichzelf breder getrokken: “Ik vind alle dieren interessant. Ik heb mijn stages gelopen bij een struisvogelboerderij en een paardenmelkerij. Binnen deze opleiding kan ik mijn eigen interesses goed kwijt”, vertelt Iris. Maar ze is ook realistisch: “In de veehouderijsector is veel werk. Dat is een innovatieve sector, die blijft ontwikkelen.”

Ondernemerschap

Ondernemerschap vond Iris de leukste module tijdens haar opleiding. “We moesten een eigen bedrijfje oprichten. Samen met studiegenoten heb ik ‘Udder Health Control’ opgericht. Via beslisbomen hielpen we melkveehouders met keuzes over diergezondheid op hun bedrijf”, legt Iris uit. Uiteindelijk presenteerden de studenten het plan voor de Rabobank. “We moesten de Rabobank overtuigen om ons plan te financieren. Dat is natuurlijk fictief, maar zo’n setting zouden we in het bedrijfsleven ook tegen kunnen komen”, aldus Iris.

Dierethiek

Aan het eind van het derde jaar is Iris via een minor bij een andere hogeschool in Nederland in aanraking gekomen met dierethiek. “Dierethiek vind ik heel interessant. De rechten van een dier kent een enorm grijs gebied in onze maatschappij”, vertelt Iris. Het maatschappelijke debat in combinatie met dierenwelzijn, diergezondheid en diergedrag, daar wil Iris eind van dit studiejaar op afstuderen. “Er zijn zoveel instanties die iets roepen over de veehouderij, maar er niets van weten. Dat is een heel interessante ontwikkeling die ik wil gaan onderzoeken en waarin ik een advies wil uitbrengen”, aldus Iris.

“Bijna iedereen heeft binnen drie maanden na het afstuderen een baan”

Anderen iets leren, het liefst in de agrotechniek, dat heeft Daan Winkelhorst (20) altijd al leuk gevonden. De vierjarige studie Agrotechniek & Kennismanagement bij Stoas Vilentum sloot precies aan bij zijn interesse. Tijdens deze studie leert hij meer over de technische kant van de agrarische sector én hij leert hoe hij zijn kennis van agrotechniek kan overdragen op anderen.

Twee dagen school, drie dagen stage

De interesse van Daan in de agrotechniek is gegroeid op het melkveebedrijf van zijn ouders in Lintelo, waar hij nog steeds woont. Twee keer per week vertrekt Daan vanuit de Achterhoek naar Wageningen, waar Stoas Vilentum is gehuisvest. “Daar heb ik specifiek voor gekozen”, zegt Daan. “De hele opleiding bestaat uit twee of drie dagen per week naar school en de andere dagen loop je stage. Waar je de stages loopt, mag je zelf beslissen.” Over de vele stages in de opleiding is Daan zeer te spreken: “Tijdens mijn opleiding doe ik veel praktijkervaring op, dat vind ik een groot pluspunt.”

Projecten en stages

Inmiddels zit Daan in het derde studiejaar van de studie Agrotechniek & Kennismanagement en heeft hij al veel geleerd tijdens verschillende projecten en stages. Zo ontwikkelde hij een lespakket voor beginnende trekkerbestuurders voor Cumela, de brancheorganisatie voor ondernemers in groen, grond en infra, en deed hij voor PTC+ onderzoek naar brandstofbesparing bij moderne trekkers, waar hij ook een lespakket voor heeft opgezet. Vakken als didactiek, projectmanagement, onderzoek en ontwikkelingspsychologie helpen Daan in zijn ontwikkeling tot kennismanager.

“Ik ontwikkel mijn eigen lessen”

“Op dit moment loop ik stage op een mbo-school waar ik lessen verzorg voor studenten die een technische opleiding volgen”, vertelt Daan gemotiveerd. “Tijdens deze stage ontwikkel ik mijn eigen lessen binnen het curriculum dat is vastgesteld. Vervolgens geef ik de lessen, over bijvoorbeeld bodem, teelt of machines, aan mijn studenten”, aldus Daan. “De ene keer geef ik een theoretische les, de andere keer ga ik met de studenten in de praktijk aan de slag, bijvoorbeeld in de werkplaats of op het land.”

Ons kent ons

Over Stoas Wageningen is Daan enthousiast: “Het is een kleine school waar iedereen elkaar kent. Medestudenten van mijn vakrichting organiseren regelmatig activiteiten over de agrotechniek, maar ik ga ook vaak gezellig met mijn klas uit eten. Dan praten we bij over de ontwikkelingen in onze stages, maar gelukkig ook over minder serieuze dingen”, aldus Daan.

“Binnen drie maanden een baan”

Bang om straks na zijn opleiding geen baan te vinden is Daan niet. “Op dit moment heeft bijna iedereen die van mijn vakrichting afkomt, binnen drie maanden na het afstuderen een baan”, vertelt Daan vol trots. Na zijn studie mag Daan lesgeven in agrotechniek op een vmbo- of mbo-school. Op het vmbo mag hij daarnaast lesgeven in de ondersteunende vakken. Ook in het bedrijfsleven heeft de studie Agrotechniek & Kennismanagement een goede aansluiting, bijvoorbeeld als vertegenwoordiger, ontwikkelaar van cursussen en trainingen of productspecialist. Voor welke baan Daan na zijn studie kiest, weet hij nog niet. “Ik vind de functie van docent leuk, maar ik kan ook mijn energie kwijt in het ontwikkelen van cursussen en trainingen in een bedrijf”, aldus Daan.

“Ik kwam binnen op HAS Hogeschool en voelde mij gelijk op mijn plek”

Martijn den Besten (20) is opgegroeid op het melkveebedrijf van zijn ouders. Zijn passie ligt in de melkveesector, maar het ouderlijk bedrijf opvolgen laat hij aan zijn broer over. Een functie als adviseur of verkoper, dat ambieert Martijn. Daarom koos hij voor de opleiding Dier- en veehouderij op HAS Hogeschool in Den Bosch.

Mijn plek

“Ik kwam binnen op de HAS en voelde mij gelijk op mijn plek”, vertelt Martijn enthousiast, dus besloot hij zich daar in te schrijven voor de vierjarige opleiding Dier- en veehouderij. Een opleiding die zich richt op het bedrijfsmatig houden van dieren voor productie, natuurbeheer, gezelschap, sport of hobby. “In de opdrachten en stages van de opleiding kunnen studenten zelf kiezen voor verbreding of specialisatie op dierlijke sectoren als de melkveehouderij, intensieve veehouderij, paarden of kleine huisdieren”, legt Martijn uit. “Gezien mijn passie bij de melkveehouderij ligt, heb ik ervoor gekozen om de meeste opdrachten en stages op deze sector te richten.”

Veel geleerd

“In de eerste twee jaar heb ik vooral veel theoretische kennis opgedaan, van biologie tot het berekenen van bedrijfssaldo’s”, aldus Martijn. “In het derde jaar moesten we drie verschillende stages lopen: een meeloopstage en twee onderzoekstages. Van die stages heb ik erg veel geleerd.” Door mee te lopen in verschillende bedrijven heeft Martijn een beter beeld gekregen van de werkzaamheden in het werkveld die hij echt leuk vindt. Martijn: “Een hele dag op kantoor zitten was wel wennen, maar past wel bij me. Ook merkte ik dat ik het leuk vond om agrarische ondernemers te bezoeken en met hen in gesprek te gaan”, vertelt Martijn.

Afstuderen

Inmiddels zit Martijn in zijn vierde en laatste jaar. Tot februari draait hij mee in een pilot van de opleiding. De pilot van 20 weken is een combinatie van persoonlijke ontwikkeling, groepswerk, lessen van docenten en de praktijk. Martijn is er erg enthousiast over:  “Zo heb ik gekozen mijn presentatievaardigheden te verbeteren. Dit doe ik onder meer op een melkveebedrijf waar ik tegelijkertijd op projectbasis ook veel over voeding en economie leer. We mogen zelf kiezen waar we ons op willen ontwikkelen en krijgen alle begeleiding die we daarvoor nodig hebben. De ruimte om te werken aan wat wij zelf willen, dat vind ik een groot pluspunt.” In het tweede gedeelte van zijn laatste jaar gaat Martijn werken aan een actueel vraagstuk voor een bedrijf uit de agrarische sector.

Studievereniging Ruminenten

Naast het serieuze schoolwerk, is Martijn ook actief als voorzitter bij de studievereniging Ruminenten, de Latijnse naam voor Herkauwers. De studievereniging organiseert thema-avonden met gastsprekers voor alle studenten van de HAS die geïnteresseerd zijn in ‘herkauwers’, maar ook (buitenlandse) excursies en cursussen als klauwbekappen en insemineren. “Ik zit tweeënhalf jaar in het bestuur, waarvan een jaar als voorzitter”, vertelt Martijn. “De studievereniging vind ik een leuke toevoeging van de studie. De bestuursfunctie is goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling.”

Sparringpartner

Als Martijn in augustus is afgestudeerd, hoopt hij een baan te vinden als veelzijdig adviseur in de melkveehouderijsector: “Er moet steeds efficiënter gewerkt worden. Het lijkt mij interessant om daarover mee te denken. Een sparringpartner zijn voor de agrarische ondernemer.”

“CAH Vilentum verbindt theorie met de praktijk”

Zijn ouders hebben geen tuinbouwbedrijf, toch ligt de passie van Matthijs Woestenburg (20) al sinds zijn jonge jaren in de tuinbouwsector. Als enige in zijn vriendengroep ging hij op zoek naar een opleiding in de tuinbouw. Hij koos voor de studie tuin- en akkerbouw op CAH Vilentum. Een studie waarin hij op zoek gaat naar duurzame technieken en mogelijkheden om Nederland aan de top te laten staan op het gebied van productie en internationale handel.

Studenten leren kennen

CAH Vilentum in Dronten sprak Matthijs aan vanwege de studie tuin- en akkerbouw, maar ook vanwege de campus en de studentenvereniging USRA. “Ik ging als enige van mijn omgeving naar een groene school. De campus, waar eerstejaars studenten van CAH Vilentum mogen wonen, en de studentenvereniging USRA gaven mij de mogelijkheid om in het begin van mijn studie veel nieuwe mensen te leren kennen”, legt Matthijs uit. Ook het nieuwe gebouw van CAH Vilentum sprak Matthijs gelijk aan: “Het gebouw van CAH Vilentum is heel uniek en vooruitstrevend. De school laat hiermee zien dat ze voor innovatie staat. Innovatie is heel belangrijk in onze sector.”

Buitenlandstage

Inmiddels zit Matthijs in het derde jaar van zijn studie. In de eerste twee jaar heeft hij meer geleerd over het uitvoeren van een bedrijfsanalyse, agrotechniek, het oplossen en adviseren bij bedrijfsproblemen en het opstellen van een marketing- en verkoopplan. In de zomer na het tweede jaar vertrok Matthijs naar Oeganda voor de verplichte buitenlandstage. “Ik heb in Oeganda stage gelopen bij een stekkenteler van geraniums, hortensia’s en kerststerren”, vertelt Matthijs. Een buitenlandervaring tijdens de studie kan Matthijs iedereen aanbevelen: “Tijdens mijn stage in het buitenland heb ik veel geleerd, van cultuur tot de internationale handel”, aldus een geïnspireerde Matthijs.

Theorie vs. praktijk

Aankomend jaar leert Matthijs meer over het uitvoeren van een strategische bedrijfsanalyse en het leidinggeven bij veranderingsprocessen. “Bij elke theoretische module in de studie hoort een opdracht. Bij deze opdracht moeten wij zelf een bedrijf zoeken”, vertelt Matthijs. “Zo behandelen we op dit moment de module boekhouding. Ik moet zelf op een bedrijf afstappen met de vraag of ik hun boekhouding mag uitpluizen”, legt Matthijs uit. De link die CAH Vilentum maakt tussen theorie en praktijk vindt Matthijs erg belangrijk: “Daardoor leer ik de theorie van de opleiding gelijk toe te passen in de praktijk.”

Manager van de schoolkas

Naast zijn studie is Matthijs ook manager van de schoolkas. Samen met een groep derde- en vierdejaars studenten tuin- en akkerbouw is Matthijs verantwoordelijk voor de teelt in de kas. “De eerstejaars voeren de teelt uit. Samen met de tuinbouwdocenten coördineren en beoordelen wij die teelt”, vertelt Matthijs. Zijn functie in de schoolkas vindt Matthijs een waardevolle toevoeging van zijn opleiding. Matthijs: “Ik wil mij ontwikkelen tijdens de opleiding. Zulke mogelijkheden bieden daar de ultieme kans voor.”

Veredeling

Veel van zijn medestudenten gaan na de opleiding het ouderlijk tuin- of akkerbouwbedrijf overnemen. Matthijs hoopt af te studeren en een baan te vinden op het gebied van plantveredeling. “Ik zie toekomst in de veredeling. Planten en gewassen moeten steeds beter worden. De basis daarvan ligt in het zaad”, vindt Matthijs.

Geautomatiseerd | Wim Bos

Het thema ´Arbeid of automatisering?’ is op mijn lijf geschreven. Met een melkrobot, een CowView, een mestrobot, een voer- en aanschuifrobot en een kalverdrinkautomaat is ons bedrijf behoorlijk geautomatiseerd. Ook de mechanisatie op ons bedrijf kent professionele vormen. Wij zijn voornamelijk van het ‘zelf doen’. Ons doel is om over drie jaar 2,5 miljoen liter melk te produceren met twee man en de meeste landwerkzaamheden zelf te doen. Tijdens de piekperioden van inkuilen en mest rijden maken we zelf een uurtje meer of huren we indien nodig arbeid in. Als je maar een mooie trekker hebt, hoef je er zelf in ieder geval niet op te zitten is mij ooit verteld. Dit gaat echter niet altijd op. Vaak hebben de mensen die willen werken al werk en de mensen die het werk kunnen ook. De anderen wil ik eigenlijk niet aan het werk hebben. Vele collegamelkveehouders besteden het melken uit. Dat is een keuze. Het is maar zelden dat ze één melker hebben: Jantje komt op maandag, Pietje op dinsdag, Klaasje voor als een van beiden niet kan, enzovoorts. Als het erop aankomt sta je iedere zaterdag en alle zon- en feestdagen zelf te melken. Natuurlijk zijn er ook voorbeelden dat het goed kan gaan, maar wij hebben de keuze gemaakt om te automatiseren. De robot is (bijna) nooit ziek, heeft geen vrouw en hoeft niet op vakantie. Daarnaast zijn de extra kosten voor onderhoud nog goedkoper ook dan een medewerker. De mensen die zeggen dat automatisering ten koste gaat van de werkgelegenheid moeten niet zeuren. Dat heeft een land als Nederland met de hoge arbeidskosten en luie werkmentaliteit zelf in de hand gehad.

Openstelling Jonge Landbouwersregeling uitgesteld

Tekst: Sander Thus
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

De definitieve invulling van de Jonge Landbouwersregeling laat nog steeds op zich wachten. Dit jaar is de regeling dan ook niet opengesteld. Het budget blijft behouden en komt bij latere openstellingen in de periode 2015-2020 ten goede aan jonge landbouwers. Neemt niet weg dat NAJK het een zeer zorgelijke zaak vindt dat de twaalf provincies nog steeds geen invulling hebben gegeven aan de Jonge Landbouwersregeling.

Vooral de bepaling van welke investeringen in aanmerking komen voor investeringssubsidie bezorgen de provincies hoofdbrekens. NAJK pleit volop voor een regeling die doet waarvoor hij bedoeld is: het ondersteunen van jonge landbouwers bij het doen van investeringen in de financiële zwaardere periode na bedrijfsovername.

Door de ontwikkeling van de nieuwe regeling is openstelling in 2014 niet meer mogelijk. NAJK pleit daarom voor twee openstellingen in 2015 (begin 2015 en najaar 2015) en de jaren daarna voor de gebruikelijke openstelling in het najaar. De verschuiving van de openstelling heeft geen gevolgen voor het beschikbare budget.

De exacte voorwaarden en eisen om in aanmerking voor de Jonge Landbouwersregeling te komen staan nog niet vast. Wel is het duidelijk dat de aanvrager tot de leeftijd van 40 jaar en wanneer hij/zij nog niet eerder de jonge landbouwerssubsidie heeft ontvangen, in aanmerking kan komen. Ook als hij/zij het bedrijf nog niet volledig overgenomen heeft, maar nog in maatschap zit. Het eigen vermogen van de jonge boer of tuinder in het bedrijf is voor de hoogte van het subsidiebedrag mede bepalend. Op basis van het percentage eigen vermogen krijg je eenzelfde percentage van de aangevraagde subsidie. Bij volledige bedrijfsovername is het subsidiebedrag dus 100%.

Bij de voorgaande regeling was een eis opgenomen dat je tot maximaal drie jaar na bedrijfsovername of start van een agrarisch bedrijf de subsidie aan kon vragen. Een verschil met de komende regeling is dat jongeren vanaf het instappen in een samenwerkingsverband in aanmerking komen. Het behouden van de ‘drie jaar’-eis is in dit geval niet reëel. Hier wordt een oplossing voor gezocht. Het is immers aan te raden de investeringssteun aan te vragen op het moment dat deze het meest effectief is: rondom de bedrijfsovername.

Houd de communicatiekanalen van NAJK in de gaten voor de meest actuele informatie omtrent de Jonge Landbouwersregeling.

Negen vragen aan de kersverse NAJK-voorzitter Eric Pelleboer

Hij zat te twijfelen tussen sport of de agrarische sector, studeerde HBO Economie en is uiteindelijk weer terug bij zijn roots: het akkerbouwbedrijf van zijn ouders. In de Noordoostpolder zit de kersverse NAJK-voorzitter Eric Pelleboer (29) in maatschap met zijn ouders. Op 40 hectare poldergrond telen zij frietaardappelen, vermeerderingsuien, zaaiuien, suikerbieten, witlof en wintertarwe.

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

Waarom koos je uiteindelijk voor de agrarische sector?

“Ik heb vroeger veel om mij heengekeken. Ik twijfelde om iets met sport te doen, koos uiteindelijk voor de opleiding HBO Economie en belandde daarna op het akkerbouwbedrijf van mijn ouders. In alles wat ik deed, kwam de agrarische sector weer boven drijven. Het leukste van boer zijn vind ik het werken met de natuur. Geen dag is hetzelfde. Ik vind het een uitdaging om zo goed mogelijk te anticiperen op het samenspel van de natuur en de groei van mijn producten. Het geeft mij voldoening als ik aan het eind van de rit een mooi product kan afleveren.”

Hoe ben jij in het dagelijks bestuur van NAJK terechtgekomen?

“Ik ben begonnen als bestuurder bij AJK NOP, de lokale afdeling in de Noordoostpolder. Na twee jaar de rol van voorzitter bij AJK NOP te hebben vervuld, ben ik via FAJK in contact gekomen met NAJK, waar een vacature was voor portefeuillehouder akkerbouw in het dagelijks bestuur. De portefeuille werd op dat moment niet vervuld. Ik vond het belangrijk dat de akkerbouwsector binnen NAJK vertegenwoordigd was, dus besloot ik de uitdaging aan te gaan.”

Wat heb je in de afgelopen tweeënhalf jaar betekend voor jonge akkerbouwers?

“De vergroening in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid heeft in de afgelopen periode veel aandacht gehad binnen mijn portefeuille. Mijn doel was om de vergroening in de hervorming van het landbouwbeleid zo praktisch mogelijk in te steken. Hier heeft NAJK meerdere successen geboekt: de meerjareneis van vergroening is niet doorgegaan en sloten en slootkanten zijn opgenomen in de lijst van ecologische aandachtspunten. Daarnaast ben ik in de afgelopen tweeënhalf jaar namens NAJK betrokken geweest bij de oprichting van de brancheorganisatie Akkerbouw en de totstandkoming van het deelakkoord pacht, waar staatssecretaris Dijksma de aankomende tijd mee aan de slag gaat.”

Hoe kijk jij terug op jouw tijd als portefeuillehouder akkerbouw?

“Het was leuk en leerzaam om te doen. Ik vind het belangrijk om de stem van de toekomstige generatie boeren en tuinders te laten horen. Wij zijn de voedselproducenten van morgen. We hebben een stem in onze sector, het is belangrijk dat we die proactief uitdragen.”

Wat heb jij tot nu toe geleerd in het dagelijks bestuur van NAJK?

“Als agrarisch ondernemer staat de politiek vaak ver van je af. Als dagelijks bestuurder heb ik gemerkt dat zodra wij met onderbouwde standpunten komen, de politiek en de staatssecretaris bereid zijn zich hiervoor in te zetten. Door in de belangenbehartiging actief te zijn, begrijp ik de achtergrond van bepaalde wet- en regelgeving beter. Desalniettemin moeten we als dagelijks bestuur scherp zijn op praktische invulling van wet- en regelgeving voor de agrarische sector.”

Waarom ben jij opgestaan als voorzitter binnen het dagelijks bestuur van NAJK?

“John Hilhorst wilde zich meer gaan focussen op zijn melkveebedrijf en gaf daarom aan te willen stoppen met het voorzitterschap van NAJK. We besloten om een opvolger voor de functie van voorzitter te zoeken binnen het dagelijks bestuur. Daarbij werd naar mij gekeken. Het is voor mij een uitdaging om, na tweeënhalf jaar de portefeuille akkerbouw te hebben vervuld, die stap te maken.”

Wat zijn jouw taken als voorzitter van het dagelijks bestuur van NAJK?

“Als voorzitter heb ik de belangrijke taak om NAJK zichtbaar te maken in alle facetten van de agrarische sector: van de leden tot de politiek. Samen met mijn medebestuurders laten wij het geluid van jonge boeren en tuinders in Nederland horen. Er zijn legio zaken waar NAJK het verschil kan maken. Denk aan de Jonge Landbouwersregeling en de top-up regeling voor jonge boeren in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.”

Wat zijn de speerpunten van het dagelijks bestuur van NAJK?

“Bedrijfsopvolging blijft het belangrijkste speerpunt van NAJK, maar we hechten ook waarde aan persoonlijke ontwikkeling van onze leden. Door middel van cursussen, workshops en discussiestukken proberen wij bij te dragen aan deze persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast streeft NAJK voor politieke betrokkenheid: het is essentieel dat de stem van jonge boeren en tuinders ook daar is vertegenwoordigd. Ook maken we ons hard voor innovatie binnen de sector. Innovaties brengen de sector en de ondernemer verder, dat wil NAJK stimuleren.”

Hoe ga je het akkerbouwbedrijf combineren met de functie van NAJK-voorzitter?

“Ik ben gemiddeld tweeënhalve dag in de week op pad voor NAJK. Dat betekent dat ik in sommige gevallen vervanging moet regelen op het akkerbouwbedrijf. In principe zijn het akkerbouwbedrijf en het voorzitterschap van NAJK goed te combineren, maar het vraagt wel om een hele goede afstemming met mijn ouders. Daarnaast stimuleren mijn ouders mij om buiten het bedrijf actief te zijn.”

 

In het hooi met… de bandleden van Kiek Now Us

Met live optredens bij tentfeesten, festivals, kermissen, discotheken en andere evenementen toeren ze door het hele land: zanger en gitarist Lars Karnebeek, drummer Koen Klein Goldewijk, gitarist Niek Albers, saxofonist Jos Bleumink en bassist Michel Demmink. Zij vormen dé energieke boerenrock en rollband uit de Achterhoek. In het hooi met… de bandleden van Kiek Now Us!

Tekst: Agaath Timmerman
Beeld: Petra Kok

Hoe is de band Kiek Now Us ontstaan?

“Het is elf jaar geleden in de plaatselijke voetbalkantine begonnen. Daar werd door Lars en Koen muziek gemaakt. We kregen al snel meer liefhebbers. Zo zijn we doorgegroeid. Niek is erbij gevraagd en Jos is er met zijn unieke saxofoongeluid zelf bijgekomen. Dit jaar heeft Michel onze gestopte bassist vervangen. Het klikt bijzonder goed met elkaar. Toen heetten we nog ‘Kliet Hoor Us’, die naam hebben we veranderd in ‘Kiek Now Us’, wat je uitspreekt als: kiek noe us.”

Waarom spelen jullie dialectrock?

“Als je iets te melden hebt, kan dat in muziek. Wij vinden dat dit het mooist klinkt in ons Achterhoeks dialect. Wij kunnen teksten ook het mooist verwoorden in het dialect. Ons dialect mag nooit verloren gaan.”

De muziek heeft dus een boodschap?

“Vaak hebben onze nummers een boodschap. Onze nieuwste nummer gaat over jongerenketen, waarin we uiten dat het onzin is dat keten verboden moeten worden. Eén van onze bekendste nummers ‘Het platteland is niet te koop’ is een ode aan het platteland. Daarin zit een boodschap aan westerlingen die op het platteland komen wonen, maar het is ook gewoon een lekker nummer om te spelen. Het leent zich goed als meezingnummer. Het publiek gaat erop los.”

Wat maakt Kiek Now Us uniek?

“Kiek Now Us heeft een bepaalde sound. Het saxofoongeluid maakt ons daarbij uniek. We spelen ook bijna allemaal eigen nummers. Waar we vooral om bekend staan is de lol die wij met elkaar hebben op het podium. Dit stralen we uit en het is oprecht. Het werkt aanstekelijk op het publiek. Onze ervaring is dat het daardoor altijd, hoe dan ook, uitloopt op een fantastische avond.”

Plezier staat dus voorop?

“Absoluut. Het gaat erom dat we het leuk hebben samen. De persoon in de band is voor ons belangrijker dan de kwaliteit van de muzikant. Niks is mooier dan ’s nachts samen met ons busje ergens naartoe te gaan voor een optreden. We maken altijd wat mee en ieder optreden is bijzonder. Daarbij is het ook kicken om op het podium te staan en het publiek te zien genieten van de muziek. Het mooiste is als het publiek onze liedjes ook nog eens meezingt.”

Kiek Now Us heeft bij 3FM en op het podium van 538 met Koningsdag gespeeld, hoe was dat?

“Waanzinnig! Toen wij begonnen met spelen was de plaatselijke discotheek al bijzonder. Ineens stonden we bij Giel in de show of voor 40.000 man te spelen op Koningsdag. Op het moment zelf beseften we het niet, maar het waren wel heel bijzondere ervaringen.”

Wat houdt jullie gedreven?

“Kiek Now Us vergt veel tijd en energie. We hebben ook allemaal een baan naast de band. Gelukkig staat het thuisfront volledig achter ons en hebben we het management uitbesteed. Dat is een keuze die we in de afgelopen jaren gemaakt hebben. We hoeven niet te spelen, we mogen spelen en dat doen we graag. Voor ons is het als een avond stappen. We hebben lol en genieten van het publiek.”

 

Arbeid of automatisering?

De groei van het agrarische bedrijf is aanjager van zowel meer arbeid als meer automatisering op het bedrijf. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Hoeveel tijd en arbeid wordt er nu daadwerkelijk bespaard met de kostbare keus voor automatisering? En wat komt er allemaal kijken bij het doorvoeren van meer arbeid of automatisering? Onder andere deze vragen staan centraal in de discussie rondom het thema ‘Arbeidsinvulling & automatisering’ die NAJK in december en januari organiseert.

Tekst: Agaath Timmerman
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Door de mens

Arbeid op het agrarische bedrijf is alle geestelijke en lichamelijke inspanning van mensen, gericht op het voortbrengen van agrarische goederen en het verwerven van inkomen. Arbeid wordt verricht door de mens. De arbeidsproductiviteit is de productie per mens per tijdseenheid. De arbeidsproductiviteit wordt bijvoorbeeld bepaald door de vruchtbaarheid van de grond, het niveau van technologische ontwikkeling en de arbeidsverdeling. Arbeid is naast grond en kapitaal een productiefactor.

Door machines en computers

Automatisering is het vervangen van menselijke arbeid door machines of computers. De drijfveer is vooral economisch. De som van arbeid en grondstofverbruik is na bepaalde automatisering kleiner dan het daarvoor was. Automatiseren in de agrarische sector is tegenwoordig heel vanzelfsprekend. De ontwikkeling van machines en computers is ontzettend hard gegaan. In de periode van industrialisatie werd arbeid, die traditioneel vooral werd gedaan met behulp van spierkracht van mens en dier, in toenemende mate verricht door machines. Deze landbouwmechanisatie zorgde ervoor dat de eerste tractor aan het eind van de 19e eeuw in Nederland kwam. De totale mechanisatie volgde pas na de Tweede Wereldoorlog. Toen verdwenen ook de landarbeiders en boerenknechten.

Automatische groei

Schaalvergroting is een ontwikkeling in de agrarische sector waarbij door een verandering in het gebruik van de productiefactoren grond, kapitaal en arbeid, lagere productiekosten en hogere opbrengsten worden nagestreefd. De productiefactor arbeid ondervindt hierbij vooral een technische ontwikkeling door de automatisering.

Besparen op tijd

Een overweging die meeweegt in de bedrijfsstrategie is het besparen van tijd of het verrichten van minder fysieke arbeid. Het besparen van tijd is het realiseren van tijdswinst. Het doel van tijdswinst verschilt per bedrijf en ook wie de tijd bespaart. Een ondernemer investeert deze tijd bijvoorbeeld in andere klussen op het bedrijf of juist in zijn privéleven. Denk hierbij aan het gezin, sociaal leven of tijd voor bestuurswerk of een opleiding. Dit kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld efficiënter te werken, het bedrijf te optimaliseren, (extra) personeel aan te nemen, klussen uit te besteden of door te automatiseren.

Minder fysieke arbeid

Bij arbeidsbesparing worden er nieuwe technieken of machines gebruikt, zodat er minder lichamelijke inspanning van mensen nodig is. Arbeidsbesparing zorgt voor minder fysieke belasting van de ondernemer of zijn medewerker(s). Dagelijkse handelingen die dezelfde bewegingen vereisen van een lichaam, kunnen op den duur complicaties opleveren. Een machine kan dit werk overnemen. Dit kan ook tijdswinst opleveren.

Dure afweging

Automatisering wordt vooral toegepast bij dure arbeid (personeel) en vindt voornamelijk plaats bij repeterende handelingen. Bij complexere handelingen, is het gebruik van automatisering lastig, duur en risicovol. Machines zijn kwetsbaar en worden afgeschreven. Het gaat vaak om de afweging hoeveel personeelskosten bespaard kunnen worden met automatisering. Personeel is duur, maar is wel flexibel inzetbaar. Bij een investering in automatisering is het niveau van de vaste lasten hoger en moet er altijd een aflossing plaatsvinden. Een bedrijf met personeel in dienst kan makkelijker saneren, ondanks de vaste loonlasten. Personeel wordt wel duurder, terwijl een investering in automatisering terugverdiend kan worden. Een regel staat hierbij bovenaan: hoe korter de terugverdientijd, hoe beter.

Personeel

Een bedrijf met personeel is flexibeler dan een bedrijf dat automatiseert. Maar aan het aannemen van eigen personeel zit een groot risico, namelijk ziekteverzuim. De ondernemer is immers juridisch werkgever. Voor ziekteverzuim kan een bedrijf zich verzekeren. Heeft het bedrijf bijvoorbeeld één man personeel in dienst, dan komt bij ziekte al het werk automatisch op de ondernemer zelf terecht. Vandaar het gezegde, een man personeel is geen personeel. Een bedrijf met weinig personeel loopt daarmee meer risico.

Als werkgever

Een werkgever moet met personeel kunnen omgaan, om het beste uit hen naar boven te halen. Een goede ondernemer is nog niet direct een goede werkgever. De eigenschappen die een werkgever nodig heeft, verschillen per bedrijf en per sector. Het aantal medewerkers dat een ondernemer in dienst heeft is hierin bepalend. Een werkgever moet goed kunnen plannen, communiceren en managen.

Vakmanschap

Een agrarisch ondernemer is en blijft een vakman, waardoor hij of zij altijd zelf naar het gewas of naar zijn of haar dieren zal kijken en weet wat er moet gebeuren op het bedrijf. Personeel of automatisering voor dit vakmanschap vinden is vrijwel onmogelijk.

UPDATE: Uitbraak vogelgriep

Nieuw pakket maatregelen vogelgriep

Om de uitbraak van vogelgriep in Nederland te bestrijden, neemt staatssecretaris Dijksma een nieuw pakket maatregelen. Het landelijk vervoersverbod van 72 uur wordt vervangen door een gerichte regionale aanpak met aanvullende maatregelen voor de komende weken.

Nederland is opgedeeld in vier regio’s, waardoor contacten tussen
pluimveehouders tot een minimum worden beperkt en pluimveerijke gebieden worden gescheiden. Deze regio’s zijn zo ingedeeld dat de twee pluimveerijke gebieden (Gelderse Vallei en de Peel) elk in een andere regio vallen. Ook is de indeling zo, dat deze twee pluimveerijke gebieden zich in een andere regio bevinden dan de respectievelijk 3 en 10 kilometergebieden die zijn ingesteld rondom de plekken waar een uitbraak heeft plaatsgevonden (Hekendorp, Ter Aar en Kamperveen). Bij noodzakelijke transporten zijn hygiëne maatregelen erg belangrijk. Per rit mag slechts een pluimveebedrijf worden bezocht, waarna de transportwagens opnieuw gereinigd en ontsmet moeten worden. Het verplaatsen van pluimveemest kent een aanzienlijk risico, en blijft daarom verboden. Het vervoer van vleeskuikens naar de slacht binnen Nederland is beperkt tot binnen de regio.

De capaciteit van de slachterijen in Oost Brabant en Limburg is inmiddels onvoldoende gebleken om de vleeskuikens in deze regio te kunnen slachten. Daarom heeft Dijksma besloten tot het instellen van een corridor voor vleeskuikens.

Voorwaarden voor veilig transport

De veiligheidscorridor loopt van Zuidoost-Nederland (regio C) naar West-Nederland (regio A) via de snelwegen A2, A15, A16 en A20. Onder strenge voorwaarden wordt toegestaan dat vleeskuikens naar twee aangewezen slachterijen in de naastgelegen regio (regio A) mogen worden vervoerd om daar geslacht worden.

Bedrijven die gebruik van de corridor willen maken, moeten de transportwagens een dag van te voren aanmelden bij de NVWA en mogen alleen over de vastgestelde route naar de slachthuizen en weer terug rijden. Bovendien mogen er op de slachthuizen op de dagen dat er voor regio C wordt geslacht, alleen dieren uit deze regio worden aangevoerd. Zo komen wagens uit verschillende regio’s niet met elkaar in contact.

Eieren van buiten de BT (beschermings- en toezicht-) gebieden

Het transport van consumptie-eieren en broedeieren afkomstig van pluimveehouderijen of gemengde bedrijven met commercieel pluimvee is geregionaliseerd. Het vervoer vindt plaats in een wagen die is gestickerd conform de betreffende regio. Dit vervoer moet rechtstreeks gebeuren vanaf de houderij naar een broederij of naar een andere locatie waar géén pluimvee aanwezig is, zoals een eierpakstation. Vanaf een broederij of een andere opslagplek mogen de eieren door heel Nederland worden vervoerd. De eieren kunnen ook worden geëxporteerd.

Export van eendagskuikens van buiten de BT gebieden

De afvoer van eendagskuikens vanaf broederijen voor de export is toegestaan. Dat geldt ook voor export via de luchthaven Schiphol. Een transportwagen met eendagskuikens mag door alle regio’s rijden. Wel moet een exportcertificaat aanwezig zijn bij het transport. De regeling wordt hier met terugwerkende kracht op aangepast.

Aanvoer pluimvee onwenselijk

Op dit moment is het niet wenselijk dat er nieuw pluimvee aangevoerd wordt naar de bedrijven. Een grotere hoeveelheid pluimvee kan leiden tot meer besmettingen van andere pluimveebedrijven. Berekeningen van het CVI laten zien dat het vrijwel onontkoombaar is dat introductie van virus in regio’s met veel pluimvee leidt tot een epidemie. Het blijft daarom verboden om eendagskuikens naar pluimveebedrijven binnen Nederland te vervoeren.

Het vervoer van eendagskuikens heeft een zeer gering veterinair risico, in tegenstelling tot vervoer van andere soorten pluimvee. Daarom is vervoer voor export van eendagskuikens van schone bedrijven buiten de 10 kilometerzones onder strenge voorwaarden wel toegestaan.

Variant vogelgriep eendenbedrijf Kamperveen vastgesteld

Onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat het vogelgriepvirus op het besmette eendenbedrijf in Kamperveen het H5N8-type betrof. Dit bedrijf is vorige week vrijdag geruimd. Hiermee is in totaal op 4 bedrijven in Nederland de variant H5N8 vastgesteld (Hekendorp, Ter Aar en twee bedrijven in Kamperveen). Op de 32 bedrijven in de 10 kilometerzone in Kamperveen is geen vogelgriepvirus aangetroffen. Dat blijkt uit de resultaten van de onderzoeken (PCR) die op deze bedrijven zijn gedaan door de NVWA.

Houd je aan de nieuwe maatregelen

“Het is goed dat de staatssecretaris aanvullende maatregelen heeft getroffen”, aldus Annet van den Akker, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille Intensief. “De maatregelen hebben veel impact op de pluimveesector, voor nu is het allerbelangrijkste dat we de vogelgriep onder controle houden. Het advies om voorlopig alle pluimveegerelateerde bijeenkomsten te annuleren blijft dan ook staan. De Gezondheidsdienst voor Dieren heeft een document met voorzorgsmaatregelen opgesteld om insleep van vogelgriep te voorkomen. Van den Akker: “Ik wil iedereen op het hart drukken zich aan de voorzorgsmaatregelen van de GD en de nieuwe maatregelen van de staatssecretaris te houden, in het belang van de gehele sector’.

Informatie

Voor actuele informatie over de regelgeving verwijzen we naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), telefoonnummer 088 – 042 42 042, en de sites van het ministerie en de RVO.

Directe links naar meer informatie en de volledige regelingen: