Innovatiefonds voor telers schenkt € 10.000 aan Stichting Boer Bewust

Stichting Boer Bewust heeft dinsdag 27 februari 2018 € 10.000 gekregen van het Innovatiefonds voor telers. Doeko van ’t Westeinde, voorzitter van het Innovatiefonds, overhandigde de cheque aan de oprichters van Boer Bewust Peter van Damme en Jan Blitterswijk. Dit gebeurde tijdens de eindbijeenkomst van het Innovatiefonds voor telers bij Agrifirm in Apeldoorn.

Het geld is bedoeld voor een positieve profilering van de agrarische sector in Nederland. Boer Bewust richt zich met zijn communicatie op de verbetering van het beeld en de awareness van de gangbare land- en tuinbouwsector. De partners van het Innovatiefonds willen Stichting Boer Bewust met de schenking uit het fonds een steun in de rug geven. Boer Bewust wil een eerlijk verhaal vertellen, rechtstreeks vanuit de boer zelf en hiermee bijdragen aan de bewustwording in Nederland.

Succesvolle innovaties

Akkerbouwers en tuinders zijn creatief in het bedenken van praktische oplossingen. Deze oplossingen zijn niet alleen bruikbaar voor hun eigen bedrijf maar zijn juist ook interessant voor hun collega’s. Het Innovatiefonds stimuleerde de afgelopen jaren om de expertise ook met anderen te delen. De beste innovaties kregen een financiële beloning om het idee verder uit te voeren of te perfectioneren. Zo heeft het Innovatiefonds voor telers de afgelopen jaren vele innovaties in de akker- en tuinbouw mogen ontvangen en heeft het fonds mooie concrete oplossingen opgeleverd. Bijvoorbeeld een bufferwagen voor potplanten, maïsteelt tussen fruitbomen, een twaalf meter brede rijenspuit met gps-aansturing en -sectieafsluiting in de suikerbietenteelt en Eco-Combi Douche. Stuk voor stuk succesvolle innovaties die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de land- en tuinbouw.

Innovatie zet voort

Het Innovatiefonds voor telers is per 1 januari 2018 opgeheven. In 2009 richtte Agrifirm het ‘Wim Luijkx Innovatiefonds’ op bij het afscheid van Wim Luijkx als directeur akkerbouw en tuinbouw van het bedrijf. In 2013 werd het fonds doorgestart als het Innovatiefonds voor telers.
Tijdens de eindbijeenkomst op 27 februari 2018 werden de winnaars van het najaar 2017 bekendgemaakt. Bert Oosterhof kreeg voor zijn maïs rijenspuit een beloning van 3000 euro. De andere prijs ging naar Wiljo Hepping. Hij ontving 2000 euro voor zijn afdekmachine voor over de aardappels of bietenhoop.

Het Innovatiefonds was een initiatief van acht samenwerkende partners, die nauw betrokken zijn bij de agrarische sector. De partners waren ABAB, Abemec, Agrico, Agrifirm Plant, BASF, Bayer CropScience, KWOOT, NAJK, OCI Agro en Syngenta.

Stuur je beste foto in en win het NAJK-bierpakket!

Gezocht: jonge boeren en tuinders met camera. De land- en tuinbouw is natuurlijk de mooiste sector van Nederland. Een sector waar we trots op mogen zijn en die gezien mag worden!

Wanneer voel jij je op en top boer(in)? Stuur jouw bijpassende foto in en deel hem zelf op social media met #jongeboeren of #jongetuinder

Hoe werkt het?

  • Stuur voor 25 mei 2018 jouw foto in via onderstaand formulier.
  • Je kunt meedoen met een zwart-wit foto of een kleurenfoto
  • Maximaal 3 foto’s per deelnemer (per inzending per BNDR)
  • Beeldformaat JPG of TIFF Beeldgrootte
  • Let op de kwaliteit van de foto’s
  • Je moet natuurlijk wel zelf de maker van de foto zijn!
  • De winnende foto wordt in de BNDR van september bekend gemaakt.

Prijs: het NAJK-bierpakket!

Doe mee!

 


Algemene voorwaarden

  • De maker van de winnende foto wordt door NAJK geïnformeerd.
  • Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.
  • De prijzen zijn niet inwisselbaar voor geld.
  • De makers van de foto’s geven toestemming voor publicatie van de foto door NAJK.

DAJK | Innovatie Veenkoloniën en praktijkproeven

Op 7 maart ben je samen met leden van GrAJK uitgenodigd om een kijkje te nemen bij de proefboerderij t’ Kompas in Valthermond.
Je wordt bijgepraat over de Innovatie Veenkoloniën, wat ze doen en wat het inhoudt. Vervolgens wordt je ingelicht over proefboerderij t’Kompas in Valthermond en proefboerderij Kooijenburg in Marwijksoord. De praktijkproeven staan centraal van beide locaties. Voor de akkerbouwers worden de proeven op proefboerderij Valthermond toegelicht. Zoals proeven met verschillende soorten vergroening, onderzoeken naar de aardappelteelt en teelten buiten het traditionele bouwplan. Voor de melkveehouders komt de proefboerderij in Marwijksoord in beeld waar het project ‘Grondig boeren met maïs’ draait. Hier wordt het belang van organische stof, bemesting en schade door aaltjes meegenomen.

Hierna staat een hapje en een drankje klaar om het geheel goed af te sluiten. 
Kortom een mooi programma voor zowel akkerbouwer als melkveehouders en de kans om ook Groningse agrarische jongeren te ontmoeten. We zien je graag op 7 maart as.

Wanneer: Woensdag 7 maart

Waar: Proefboerderij Valtermond

Adres: Noorderdiep 211, 7876 CL Valthermond

Aanvang: 20.00 uur

 

Storm in een glas water

‘Veehouderij moet fijnstof verminderen’, ‘omwonende veehouderijen hebben meer longklachten’ en ‘hoge concentraties mensen en beesten bij elkaar is ongezond’, kopte een aantal artikelen van de NOS in juli 2017.

Organisaties en individuele ondernemers in de intensieve veehouderij zullen direct toegeven dat bij het houden van vee emissies ontstaan waaronder fijnstof. Dat is ook niet gek, waar dieren worden gehouden, op welke schaal dan ook, zijn emissies. De vraag is dan ook niet of deze emissies er zijn maar hoe deze kunnen worden ondervangen, dan wel worden beperkt.

In tal van initiatieven verenigd de sector zich opzoek naar een oplossing. Voor een deel zijn deze oplossingen al praktijkrijp, voor het andere deel zijn deze nog in onderzoek maar wat telt is dat men verantwoordelijkheid neemt.

Krantenkoppen en artikelen als bovenstaand vind ik niet passen bij een sector die zich zo in spant voor zijn omgeving. Er wordt geïnsinueerd dat de sector achteroverleunt en dat schaalgrote een direct verband heeft met uitstoot en de gevolgen hiervan op de omgeving. Ik durf te stellen dat we als sector zeker niet achteroverleunen en dat wij hier ons ook altijd hard voor moeten maken. Natuurlijk is het niet makkelijk om in financieel lastige jaren ook nog te moeten investeren in emissiereducerende technieken. Maar we moeten ons als sector blijven realiseren dat we dit nodig hebben voor onze ‘licence to produce’. Wie in de toekomst boer wil blijven, zal niet alleen de beste technische resultaten en de maximale winst moeten nastreven maar zal zich ook moeten blijven realiseren dat draagvlak bij de omgeving nodig is.

Hierbij is het extreem moeilijk te merken dat onze inzet door de omgeving niet gezien lijkt te worden. Men ziet grote stallen waarvan men geen idee heeft wat zich binnen afspeelt en heeft geen idee wat er gedaan wordt om overlast te beperken. De media draagt hier op bovenstaande wijze haar steentje goed aan bij.

Nu wil het geluk maar ook de pech dat er begin februari een artikel verschijnt waarin er gewezen wordt dat de uitstoot van intensieve veebedrijven veel lager is dan men altijd heeft gedacht. Een artikel van de Telegraaf kopte zelfs ‘Geen verband tussen longproblemen en platteland’. Uit een onderzoek van de gezondheidsraad blijkt de oorzaak van de longproblemen onduidelijk te zijn. Dit is natuurlijk mooi nieuws voor onze sector maar eigenlijk komt het te laat. De toon is gezet en wanneer het gaat om longproblemen op het platteland zal er altijd gewezen blijven worden naar de intensieve veehouderij. Een slechte naam veroorzaakt door een storm in een glas water. Als sector is het onze taak er alles aan te doen de schade van deze storm te beperken. Enerzijds door de juiste stappen te zetten binnen je bedrijfsvoering, anderzijds juist door te laten zien welke stappen je al gezet hebt en trots te zijn op ons mooie gezonde sector.


Stijn Derks

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Stijn Derks verantwoordelijk voor de portefeuille intensief. Stijn combineert deze functie met het werk op het pluimvee- en akkerbouwbedrijf.

Mangalicahof: Crowdfunden voor beter vlees

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Maarten Jansen introduceert me in de wereld van crowdfundingplatforms.

Dat hadden ze nog niet eerder meegemaakt bij Collin Crowdfund: Maarten Jansen, eigenaar van veehouderij Mangalicahof, verraste iedereen met een crowdfunding campagne van €140.000 die in minder dan drie kwartier is volgeschreven. Als boer hoef je geen rascommunicator te zijn om te crowdfunden, laat Maarten zien. Deze vastberaden vakman is liever bezig met zijn bedrijf: “Ik maak het liefst vlees wat lekker is”. Om Maartens verhaal te horen, rijden we door de dikke mist naar het uitgestrekte Drenthe. In de stilte van de mist doet de boerderij sober aan. Veel van het vee zien we niet, de Angus-koeien staan in de stal en de meeste wolvarkens staan verderop in het dorp.

Maarten Jansen, eigenaar van de Mangalicahof

Na een straf bakje koffie laat ik mijn nieuwsgierigheid op Maarten los. Crowdfunding heeft in de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Als de bank niet financiert, wordt er vaak als eerste naar crowdfunding gekeken. Ook boeren hebben crowdfunding ontdekt en gebruiken het op verschillende manieren. Sommigen zetten hun eigen informele campagnes op voor specifieke investeringen, zoals bij het Hofweb. Anderen, zoals Boerderij Eyckenstein, gebruiken crowdfunding om op voorhand geld te steken in hun productiemiddelen en betalen dit later terug met producten, dit heet voorfinanciering. Bij deze vormen komt geen platform aan te pas. Daarnaast zetten boeren crowdfundingplatforms in, deze organisaties beoordelen financieringsaanvragen en regelen de campagne. Een crowdfundingplatform puur voor boeren lijkt er nog niet te zijn. Ik ben geïnteresseerd in Maartens keuze voor een crowdfundingplatform en hoop erachter te komen wat zijn campagne nu zo succesvol maakte.

Om uit te kunnen breiden had Maarten €140.000 nodig. Dit geld werd gebruikt voor de financiering van voer –en opfokkosten van varkens en rundvee, de aankoop van rundvee en een meststrooier en aangewend als werkkapitaal. Bij Collin Crowdfund had hij een financieringsaanvraag voor een lening uitstaan waarop burgers zich konden inschrijven. In totaal hebben 174 burgers een bedrag geïnvesteerd, waarmee het gewenste bedrag werk bereikt. Binnen zestig maanden wordt de lening door Maarten afgelost tegen een rente percentage van 7.5 procent.

Maarten, wat voor bedrijf heb je precies en waarom wilde je zo graag uitbreiden?

“Wij hebben Angus koeien, wolvarkens en schapen en maken daarvan vlees wat lekker is,” vertelt Maarten. “Mijn grootmoeder was de eerste vrouwelijke slager in het land. We verwerken het vlees zelf. Dat verkopen wij aan bijzondere klanten: Marqt, Hanos, Niggeman en Edeka. Onze klanten zijn tevreden en willen meer vlees afnemen. En daarom groeien we redelijk snel.”

Aan de keukentafel bij Maarten

Vleesproductie staat nu niet echt bekend als duurzame landbouw. Hoe zit dat bij jullie?

Maarten: “Wij richten ons bedrijf op een wat bijzondere manier in. Tenminste, ik heb zo mijn eigen ideeën over hoe ik zaken doe. Wij streven naar een duurzame vorm van veehouderij. We hebben varkens om reststromen te voeden en zo compost te maken. Ze wroeten, ploegen daarmee de grond om en bestrijden onkruid, en hebben daarmee een functie binnen dit bedrijf. Die compost gaat dan het land op, daar verbouwen wij graan en gras en daar grazen de koeien. En zo is de kringloop rond en zo proberen wij steeds meer grond vruchtbaar te maken.”

Doorgaan zonder bank

Maarten wilde niet te veel tijd en moeite kwijt zijn aan het vinden van financiering. Na moeizame onderhandelingen met de Rabobank en de Triodos Bank die spaak liepen op onvoldoende zekerheid voor de banken, is crowdfunding op zijn pad gekomen. In de infographic hieronder zie je welke stappen Maarten heeft ondernomen.

De crowfunding campagne door de ogen van Maarten Jansen

7.5 procent rente percentage op een lening is best hoog. Waarom heb je niet een eigen crowdfunding campagne opgezet, zoals bij de Hofweb, waarbij je een lager rentepercentage kon krijgen?

Maarten: “Financieel had het goedkoper gekund door zelf een crowdfunding campagne op te zetten. Maar ik ben er op dit moment de figuur niet naar. Dit is dan wat makkelijker en dan kunnen vaklui van Collin Crowdfund hun werk doen zonder dat ik daar iedere keer mijn tijd aan hoeft te spenderen. We zijn hier druk met ons bedrijf. Op het moment dat ik tijd over had om dit soort dingen te organiseren, dan was mijn bedrijf misschien niet zo goed. Dan had ik meer kunnen doen. En die paar procent extra rente op de lening was voor mij geen probleem.”

Crowdfundingplatforms als nieuwe banken?

Zoals Maarten over crowdfunding praat, klinkt het niet veel anders dan lenen bij de bank. Zijn aanvraag werd nauwkeurig beoordeeld door Collin Crowdfund en hij heeft geen persoonlijke relatie met zijn financierders. “Er is een open dag geweest voor financierders. Dat was leuk. Maar een directe binding met hen heb ik nog niet verder mogen ervaren. Van die vleespakketten, die ze als voucher bij hun investering kregen, is er nog niet één iemand geweest die ‘m heeft opgehaald,” vertelt Maarten.

Op de website van Collin Crowdfund kan je precies terugvinden waarop zij hun financieringsaanvragen beoordelen: de ondernemer zelf, het concept van het bedrijf, solvabiliteit, rentabiliteit, liquiditeit, risico’s en zekerheden. Dit zijn de dingen waar een bank ook naar kijkt. Alleen de bron van het geleende geld is anders: de bank die geld van spaarrekeningen inzet of burgers die hun eigen vermogen uitlenen. De gelijkenissen zijn ook niet zo gek; Maarten vertelde me dat Jeroen ter Huurne, de man achter Collin Crowdfund, een voormalig lokaal directeur van de Rabobank is. Zouden crowdfundingplatforms kunnen gaan functioneren als een nieuw soort banken?

€140.000 in minder dan een uur

Terug naar Maarten, die ook Collin Crowdfund verraste met zo’n goedlopende campagne. Ik vraag hem waar hij dit succes aan dankt.
Maarten: “Je moet wel in staat zijn om een consument tevreden te maken. Dus ik denk dat je een zekere aaibaarheid moet hebben in je bedrijf en dat moet je kunnen uitdragen. Daar hoort toch ook een bepaalde gevoelsbeleving bij. Dat gaat lastiger als de boerderij op een industrie terrein ligt. Wij zitten hier mooi onder de eiken met de beesten buiten. En we hebben klanten met naam die iedereen kent. Niemand denkt dat deze zo omvallen of zich terug trekken. Dit geeft investeerders zekerheid over de afzet.”

Wat is voor jou de meerwaarde om via crowdfunding te financieren?

Maarten: “Ik denk dat we meer draagvlak krijgen met crowdfunding. Bij een bank heb je alleen maar een paar anonieme stropdassen die een besluit nemen. Op het moment dat jouw voorstel één keer is afgewezen krijg je die stropdassen niet meer mee. Ik denk dat dat het grootste verschil is. Het is in ieder geval een bijkomstigheid bij banken dat ze vrij inflexibel zijn.”

Het is mooi om te zien dat door de opkomst van crowdfundingplatforms ook boeren zoals Maarten financiering kunnen vinden om hun dromen waar te maken. Toch schrok ik ook van het hoge rentepercentage, wat niet ongebruikelijk is bij crowdfunding. Voor de Nederlandse boer is de kostprijs gestegen en de verkoopprijs gedaald de afgelopen jaren. Kunnen zij zich dit soort leningen wel veroorloven met de geringe winst die zij maken? En is er op deze platformen wel plaats voor boeren die vooral maatschappelijk rendement, in de vorm van biodiversiteit of zorg, leveren? Nu mijn zoektocht op zijn einde loopt, hoop ik dit antwoord te vinden.

Beeld:                  Jesse Lodder © all rights reserved
Redactie:            Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Auteur:                Susan Drion

DAJK | De smaak van Gerberas

Blokkade buitenproportioneel

LTO Nederland, NMV, NAJK en netwerk GRONdig hebben afgelopen dagen bij leden geïnventariseerd wat de grondslag is voor de blokkade van hun bedrijf. Deze inventarisatie leidt tot twijfels over de uiteindelijke omvang van de door de overheid gepubliceerde aantal onregelmatigheden in het I&R systeem. Momenteel zijn circa 2000 bedrijven geblokkeerd. Zij zijn in crosschecks met verschillende database opgevallen en door de overheid als verdacht bedrijf aangemerkt. De blokkade is buitenportioneel, is de conclusie.

De genoemde meldpunten hebben veel reacties ontvangen. Concreet vallen de meeste meldingen in drie categorieën:
1. Het ontbreken van een kalf datum bij een vaars door een opgebroken dracht, vroeggeboorte of een doodgeboren kalf waarbij het moederdier niet gekoppeld wordt;
2. Pinken die ouder zijn dan 27 maanden, al dan niet in combinatie met tweelinggeboortes op het bedrijf;
3. Technische systemen die niet juist gekoppeld zijn waardoor gegevens niet goed doorkomen bij de overheid.

NMV, LTO, NAJK en Netwerk GRONDig staan achter de minister in haar kordate optreden tegen bedrijven die aantoonbaar frauderen. Maar veel van de gemelde gevallen zijn vermoedelijk vooral te herleiden tot een administratieve fout of het gebrek aan communicatie tussen verschillende managementsystemen. De organisaties zijn van mening dat het hier veelal gaat om tekortkomingen in I&R die moeten worden opgelost, maar dat er geen sprake is van fraude. NMV, LTO, NAJK en Netwerk GRONDig staan voor de volle 100% achter goedwillende leden. En nemen afstand van het beeld dat wordt geschetst alsof alle veehouders fout zijn.

De melkveehouderijorganisaties zijn van mening dat de maatregel van blokkade in deze gevallen buiten proportioneel is. Zij roepen de minister op om veehouders zo goed en snel mogelijk te faciliteren om de blokkades ongedaan te maken. De partijen vinden dat in vele gevallen administratief bewijs volstaat om over te gaan tot deblokkade en hebben dit ook aangegeven bij LNV. De oplossing om over te gaan tot deblokkade ligt bij het aanleveren van bewijs bij RVO. Wij roepen onze leden veehouders dan ook op om zo snel mogelijk dit administratieve bewijs bij RVO aan te leveren.

Tuinbouw veroorzaker van aardbevingen?

Afgelopen woensdag 7 februari stond een artikel in het Algemeen Dagblad met als titel ‘De kas moet van het gas. Maar hoe?’. De Nederlandse tuinbouw, hoe duurzaam ook, zou grootverbruiker zijn van het Gronings gas. Indirect is de tuinbouw dus wellicht verantwoordelijk voor veel schade aan gebouwen, emotioneel letsel en financiële fiasco’s in Groningen. Waar of niet, schuldig of niet; in de glastuinbouw wordt een opmerkelijk grote hoeveelheid gas verbruikt. Het zou mij dan ook niet verbazen als enkele glastuinbouwbedrijven al een brief hebben ontvangen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat waarin hun medewerking wordt gevraagd om voor 2022 op andere energie over te stappen.
License to produce is inmiddels een maatschappelijke verantwoording van elk bedrijf. Onderdeel hiervan is om zo te telen dat men het milieu zo minimaal mogelijk schaadt en er zoveel mogelijk resources overblijven voor de generatie na ons.
Ondanks dit is het essentieel om kassen te verwarmen, zeker op koudere dagen. Duurzame warmte heeft hier maatschappelijk gezien de voorkeur. Projecten als aardwarmte en plannen om in de toekomst een warmterotonde te gaan gebruiken worden door iedere kweker omarmt. Gelukkig lopen er al verschillende initiatieven en speelt ook het nieuwe telen een grote rol bij het verminderen van gasverbruik. De Nederlandse glastuinbouw is de weg naar duurzame warmte reeds jaren geleden ingeslagen, simpelweg omdat zowel het milieu, als duurzaam telen en een rendabele teelt van essentieel belang zijn om een bedrijf te runnen. Laten we deze weg voortzetten en zorgen dat de voegen van Groningen blijven zitten waar deze zitten!

 


Jan Paauw

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Jan Paauw verantwoordelijk voor de portefeuille tuinbouw. Dit combineert hij met zijn baan bij de buitendienst van GMN, een adviserings- en verkoopbedrijf aan telers.

Maandag 5 februari

Maandag 5 februari hebben we Mattijn Heijne en Casarone bezocht. Mattijn Heijne is een geëmigreerde Nederlander wie nu tien jaar met zijn vrouw en drie kinderen in Montevideo woont. Zijn vrouw is Uruguayaans en hebben elkaar ontmoet in Buenos Aires. Het bedrijf is in bezit van Mattijn’s echtgenote en schoonmoeder en omvat 2000 ha, 1500 vleeskoeien en 1200 schapen. Ze bezoeken het bedrijf gemiddeld vijf keer per jaar. De dagelijkse werkzaamheden worden uitgevoerd door lokale mensen en de supervisie wordt gedaan door de ‘’administrateur’’. Mattijn is vertegenwoordiger van machines voor de voedselindustrie. Bijzonder aan het bedrijf is dat het een eigen stuwdam heeft, welke wordt verhuurd aan Braziliaanse rijsttelers. Het bedrijf beschikt niet over stromend water, elektrische aansluiting of WiFi.

Land in Uruguay wordt gerangschikt in productiviteitindex. Het maximale is 100 en het geeft een indicatie over de vruchtbaarheid van het land. De productiviteitindex van de boerderij is 65, wat aangeeft dat het land niet is geschikt voor akkerbouw maar wel voor veeteelt. Het vee wordt geroteerd over het land. In de zomer en de winter is er voer tekort. Tijdens deze periode wordt er eigen verbouwde sorghum gevoerd, wat er niet alleen zorgt dat de conditie niet te veel achteruit gaat, maar ook dat de vruchtbaarheid van de moederdieren op peil blijft. Veel bedrijf kiezen ervoor de schapen weg te doen. De opbrengst is simpel gezegd te laag. Het bedrijf kiest bewust voor het houden van schapen omdat schapen een functie hebben in het systeem. Ze grazen namelijk de houterige pollen in het grasland weg zodat gras niet wordt belemmerd in de groei.

Het doel van het bedrijf is om verder te intensiveren. Niet door het aanleggen van een feedlot maar door de grasproductie en het areaal sorghum verder te verhogen. De runderen hebben een chip in het oor met een uniek registratienummer.  Deze chip wordt kosteloos beschikbaar gesteld door de overheid en zorgt voor een 100% traceability van elk stuk vlees. Dit systeem is uniek in de wereld.

Uitdagingen van het bedrijf zijn:

-Rechtstreeks leveren aan slachthuis, dit verhoogt de rentabiliteit doordat alles in eigen beheer is.

-Omgaan met de werknemersmentaliteit. Dit kan in kaart worden gebracht door middel van de Hofstede theorie. Zo is het uncertainty avoidence hoog, wat aangeeft dat onzekere factoren zoals innovatie doorgaans vermeden worden. Tevens hebben de vakbonden een sterke positie en werknemers veel rechten.

Anekdotes:

In de negentiende eeuw was er een vulkaanuitbarsting in Spanje. De toenmalige koning heeft veel Spanjaarden bewogen om naar Uruguay te emigreren. Deze families kochten veelal grote stukken grond. De echtgenote van Mattijn stamt af van één van deze families.

Haven Montevideo: De haven van Buenos Aires is slibgevoelig. Als oplossing werd er aan de andere kant van de rivier een haven gebouwd (Montevideo). Deze haven werd in de ogen van de Argentijnen te succesvol en er stond onenigheid. Uiteindelijk bemiddelde de Engelsen tussen beide havens. De Engelsen hadden belang bij een onafhankelijke haven tussen de twee grootmachten Argentinië en Brazilië.

Grondprijs verloop regio Melo: in 2008 $4500,-. Anno 2018 $ 1500,-. Reden grondprijsdaling: mensen met vermogen zochten een waardevaste belegging tijdens de economische crisis (2008).

Casarone Agroindustrial SA. (http://www.casarone.com.uy/) De wereldwijde rijstproductie in 2013, 2015, 2017 bedroeg respectievelijk 750, 740, 759 miljoen ton per jaar. 90% van deze hoeveelheid wordt in Azië geproduceerd en geconsumeerd. Uruguay is nummer 8 rijstexporteur ter wereld met 1,8 miljoen ton per jaar. Uruguay produceert alleen non-GMO rijst (El Paso, Olimar, Tacuari, Clearfield) en exporteert voornamelijk naar Peru, Brazilië, Irak en de EU. 1% van de landbouwgrond wordt ingezaaid met rijst (150.000 ha) welke allemaal door middel van onderwaterirrigatie wordt geteeld. De gemiddelde opbrengst 8,5 ton/ha, wat hoog is. Dit komt voornamelijk door het rotatiesysteem wat wordt toegepast (rice-pasture-rice-pasture-pasture-pasture-pasture-pasture). Wanneer het land ingedeeld wordt als pasture (grasland) wordt het beweid door vleesvee. Het vleesvee is verantwoordelijk voor 3% van de omzet. De kostenstructuur van de rijst is als volgt: Arbeid 20%, zaden/kunstmest 15%, diesel 15%, transport 20%, land/water 18%, drogen 12%. Wat resulteert in een kostprijs van $235/ton. Gemiddeld over vijf jaar is de opbrengstprijs $210/ton. De uitdagingen voor de komende vijf jaar zijn overleven en het bedrijf winstgevend maken door te investeren in innovatie (robotisering). Het aantal bedrijven wat rijst teelt is in drie jaar tijd afgenomen van 580 naar 450, wat resulteerde in een afname van het rijst areaal van 20.000 ha.

Aan het einde van de dag kregen we de unieke kans om even met beide voeten op Braziliaanse bodem te staan. Onze chauffeur kon minder lachen omdat hij dit moest bekopen met een prent voor zijn kapotte vooruit.

Tabéé

Tom en Robin

dav

dav

dav

dav

dav

dav

dav

dav