Begin deze week was onze portefeuillehouder Internationaal, Niels Vermue, aanwezig bij de maandelijkse werkgroep van CEJA, de Europese koepelorganisatie voor jonge boeren. Het was de eerste bijeenkomst na het zomerreces en daarmee een goed moment om bij te praten en vooruit te kijken naar de dossiers die de komende periode op de agenda staan.
Europese dossiers op de agenda
Maandag begon met een ronde langs de verschillende lidorganisaties. Daarbij werd besproken hoe de zomer in de verschillende landen was verlopen. In veel landen waren droogte en bosbranden belangrijke onderwerpen. Vervolgens stond de nieuwste versie van het CEJA-positionpaper over klimaatmitigatie op de agenda. Omdat dit onderwerp tijdens eerdere bijeenkomsten al uitgebreid was besproken, kon deze tekst relatief snel worden afgerond.
Na de lunch en verschillende gesprekken met vertegenwoordigers van andere jongeboerenorganisaties volgde een terugkoppeling van de CEJA-medewerkers over de ontwikkelingen binnen Europese milieu- en klimaatdossiers. De dag werd afgesloten met een reflectie op de voorstellen voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het Meerjarig Financieel Kader van de Europese Unie. De keuzes die hierin worden gemaakt, zijn bepalend voor het landbouwbudget en de ondersteuning van jonge boeren na 2027.
Data als basis voor doelsturing
Dinsdag stond grotendeels in het teken van data. Voor NAJK is dit een belangrijk onderwerp, omdat data een noodzakelijke basis vormt voor doelsturing. Wanneer we boeren en tuinders meer ruimte willen geven om zelf te bepalen hoe zij maatschappelijke doelen behalen, moeten de resultaten van een bedrijf namelijk wel kunnen worden vastgesteld. Zonder data zijn prestaties niet inzichtelijk en kunnen ondernemers er ook niet voor worden beloond.
Voorafgaand aan de bijeenkomst had CEJA een basisdocument over data opgesteld. Tijdens de vergadering werden de reacties van de verschillende lidorganisaties besproken. De opmerkingen van NAJK waren in de tekst verwerkt en verschillende Nederlandse praktijkvoorbeelden werden gebruikt.
Regie over bedrijfsgegevens
Het delen van data biedt kansen, maar roept ook terechte vragen op. Vooraf moet duidelijk zijn waarvoor gegevens worden gebruikt, wie er toegang toe heeft en wie er zeggenschap over heeft. Een boer of tuinder moet erop kunnen vertrouwen dat bedrijfsgegevens niet zonder toestemming voor andere doeleinden worden ingezet.
Tijdens de discussie bleek dat verschillende lidstaten nog terughoudend zijn als het gaat om het delen van data. Er bestaat zorg dat gegevens uiteindelijk tegen agrarische ondernemers worden gebruikt. Die zorgen moeten serieus worden genomen. Vertrouwen ontstaat alleen wanneer er duidelijke afspraken zijn over toegang, gebruik, beveiliging en zeggenschap.
Vanuit Nederland hebben we de KringloopWijzer als voorbeeld ingebracht. Hiermee kunnen melkveehouders hun bedrijfsprestaties op het gebied van mineralen en milieu inzichtelijk maken. Dergelijke gegevens kunnen vervolgens worden gebruikt om ondernemers die goede resultaten behalen meer ruimte te geven of te belonen. Zo kan data, mits de ondernemer de regie houdt over het gebruik ervan, helpen om doelsturing in de praktijk mogelijk te maken.
Ook is gesproken over de mogelijkheid van een Europese digitale wallet. Daarin zouden bedrijfsgegevens op één plaats kunnen worden verzameld, waarna de ondernemer zelf bepaalt welke informatie met welke partij wordt gedeeld. Een boer kan dan bijvoorbeeld toestemming geven om bepaalde gegevens te delen met een afnemer, een bank of de overheid, zonder direct alle bedrijfsinformatie beschikbaar te stellen. Voor NAJK is daarbij essentieel dat de ondernemer de regie houdt over zijn eigen gegevens.
Praktische knelpunten
In kleinere groepen hebben we verder uitgewerkt tegen welke praktische problemen ondernemers momenteel aanlopen. Een belangrijk knelpunt is dat verschillende digitale systemen niet goed met elkaar communiceren. Daardoor moeten dezelfde gegevens soms meerdere keren worden ingevoerd. Ook machines, bedrijfsmanagementsystemen en verschillende GPS-systemen zijn niet altijd goed op elkaar aangesloten. Dat zorgt voor extra werk en maakt het lastiger om data effectief te gebruiken.
Het Europese gesprek over landbouwdata is daarmee nog lang niet afgerond. De verschillen tussen lidstaten zijn groot en het kost tijd om tot een gezamenlijke positie te komen. Tijdens de volgende CEJA-bijeenkomst werken we verder aan deze visie.
Voor NAJK blijft de kern daarbij duidelijk: data moet in de eerste plaats vóór de ondernemer werken. Alleen wanneer boeren en tuinders zeggenschap houden over hun gegevens en erop kunnen vertrouwen dat deze zorgvuldig worden gebruikt, kan data bijdragen aan meer ruimte voor ondernemerschap en de overgang naar doelsturing.

