Het Nederlandse landschap wordt voor een groot deel beheerd door boeren, tuinders en terreinbeheerders. Naast voedsel- en groenproductie leveren zij belangrijke maatschappelijke diensten. Zoals het versterken van biodiversiteit, bijvoorbeeld door weidevogels te beschermen en het onderhouden van het landschap.
Met de voorstellen voor het EU-budget 2028-2034 en de introductie van NRPP’s (Nationale en Regionale Partnerschapsplannen) verandert de Europese financiering ingrijpend. Lidstaten krijgen meer ruimte voor eigen interpretatie en om nationale prioriteiten te stellen. Zo zit in het NRPP 25% vrije ruimte om door de lidstaten in te vullen. Dat biedt kansen voor maatwerk, maar brengt ook risico’s met zich mee. Met deze voorstellen komen budgetten onder druk, maatschappelijke opgaven gaan dus nog meer met elkaar concurreren en verschillen tussen lidstaten dreigen het gelijke speelveld op Europees niveau voor boeren en tuinders aan te tasten.
Nederland pleit traditioneel voor een kleinere Europese begroting. Dat klinkt aantrekkelijk vanuit het perspectief van de nationale schatkist, maar het is een eigen doelpunt. De Nederlandse economie profiteert enorm van de Europese samenwerking. Vele banen zijn er van afhankelijk. De Nederlandse inzet roept ook de vraag op wie uiteindelijk betaalt voor de maatschappelijke diensten die boeren, tuinders en terreinbeheerders leveren. Boeren- en natuurorganisaties roepen daarom gezamenlijk op om voldoende structureel budget beschikbaar te stellen voor landbouw, natuur en groenblauwe diensten, passend bij de opgaven die de komende jaren moeten worden gerealiseerd. Wij pleiten ervoor om de vrije ruimte maximaal te benutten voor inzet voor landbouw en natuur. Het incidentele stikstoffonds van €20 miljard biedt daarvoor geen structurele oplossing. Wie maatschappelijke prestaties en wettelijke resultaten verlangt, moet ook zorgen voor een stabiele, voorspelbare en meerjarige financiële basis.
De nieuwe Europese financieringsstructuur moet er niet toe leiden dat landbouw, natuur en water met andere nationale prioriteiten én met elkaar gaan concurreren. Nederland moet zich daarom inzetten voor voldoende afzonderlijk budget voor elk deze beleidsterreinen. Daarbij moet ook ruimte worden gecreëerd om groenblauwe diensten daadwerkelijk te kunnen belonen, zodat deze structureel kunnen bijdragen aan het verdienvermogen van agrariërs én aan het realiseren van natuur-, klimaat- en waterdoelen.
Boeren- en natuurorganisaties roepen de Tweede Kamer daarom op tot:
- Een toereikend Europees budget voor landbouw, natuur en water, passend bij de maatschappelijke opgaven en wettelijke verplichtingen;
- Hierbij hoort ruimhartige cofinanciering. De voorstellen van de Europese Commissie bevatten namelijk een verplichte cofinanciering van de diverse maatregelen, zoals voor groenblauwe diensten die agrariërs leveren.
- Het realiseren van een krachtig GLB dat groenblauwe diensten niet alleen kostendekkend vergoedt, maar als volwaardig onderdeel van het verdienmodel kan belonen.
- Een zelfstandig en herkenbaar budget voor natuur en water, voor investeringen in natuurgebieden, watersystemen, hydrologisch herstel en klimaatbestendige landschappen;
- Tijdige en structurele betrokkenheid van boeren-, natuur-, landschaps- en milieuorganisaties bij de voorbereiding, uitvoering en monitoring van het Nederlandse NRPP. Als 2028 te snel komt, moet er snel duidelijkheid komen over een verlenging van de huidige regelingen.
Een toekomstbestendig landelijk gebied vraagt om langjarige keuzes en structurele financiering. Een gezonde en concurrerende agrarische sector, sterke biodiversiteit, schoon en voldoende water en een klimaatbestendig landschap zijn geen concurrerende ambities, maar versterken elkaar. Een volwaardige beloning van maatschappelijke prestaties versterkt het verdienvermogen van boeren en stelt hen in staat om structureel bij te dragen aan natuur-, klimaat- en waterdoelen.

