Cijfers over agrarische bedrijfsopvolging blijven onverminderd slecht

Op woensdag 13 januari 2021 publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de cijfers over bedrijfsopvolging in de agrarische sector. Deze uitkomsten zijn gebaseerd op de voorlopige Landbouwtelling 2020. De cijfers bewijzen jammer genoeg dat de lobby van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) niet zonder reden is: ondersteuning van jonge boeren en tuinders is broodnodig. Slechts 41% van de agrarische bedrijven heeft een bedrijfsopvolger, waardoor veel agrarische bedrijven de komende jaren zullen verdwijnen. Echter, door de alsmaar groeiende wereldbevolking zal de vraag naar voedsel juist stijgen. Jonge boeren zijn de voedselmakers van de toekomst.

In 2020 waren er ruim 52 duizend landbouwbedrijven. Dit zijn er zo’n drieduizend minder dan vier jaar geleden, terwijl de bedrijven zonder opvolger juist zijn gestegen. Het zijn voornamelijk de kleine bedrijven die niet worden opgevolgd: het aantal stoppers onder de kleine bedrijven is groter dan onder grote bedrijven.

Daling zet voort
“Net als vier jaar geleden is het aantal stoppers groter dan de groei van de blijvende bedrijven en dat is zorgelijk voor de voedselproductie van morgen en voor het behoud van voldoende omvang, zodat de landbouwinfrastructuur op orde blijft!”, aldus Eke Folkerts, dagelijks bestuurder met de portefeuille bedrijfsovername. De cijfers van het CBS laten zien dat meer dan de helft van de Nederlandse boerderijen met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder geen bedrijfsopvolger had in 2020. “Dit zijn niet de cijfers waar we op hoopten, maar dit was wel te verwachten. Jonge boeren hebben behoefte aan kennis, kapitaal en grond. De financiën op bedrijven staan onder druk, er dreigt een enorm gebrek aan ruimte, de toenemende (tegenstrijdige) wet- en regelgeving gooit roet in het eten en bedrijfsovername is en blijft een complex proces. Allemaal zaken waardoor de jonge boeren het gevoel hebben de grip op hun toekomst te verliezen. Om de agrarische infrastructuur op orde te houden, is het belangrijk dat er voldoende bedrijven blijven. NAJK wil daarom in gesprek met de minister over een gezamenlijk opgesteld plan met overheid, keten- en sectorpartijen om zowel in 2030 als in 2050 duurzaam te kunnen blijven ondernemen, geld te verdienen met ons levenswerk en internationaal leidend te blijven”, aldus Folkerts. “De agrarische sector in Nederland is verantwoordelijk voor een totale exportwaarde van 94,5 miljard. Van deze producten blijft 75% binnen Europa. Het is dus in het belang van zowel heel Nederland als Europa om deze jonge ondernemers niet tegen te werken, maar juist te stimuleren om een agrarisch bedrijf over te nemen. Helaas is dit nu niet wat er gebeurt. De cijfers zijn in de afgelopen jaren verre van verbeterd.”

Kenniscentrum bedrijfsovername
“De cijfers van het CBS maken onder andere de noodzaak van een kenniscentrum bedrijfsovername weer pijnlijk duidelijk. Het kenniscentrum bedrijfsovername moet het onafhankelijke expertisecentrum op het gebied van duurzame agrarische bedrijfsovernames worden. Het kenniscentrum bundelt en verspreidt kennis over bedrijfsovername en helpt opvolgers, overdragers en overige gezinsleden op weg naar een succesvolle bedrijfsovername”, aldus Folkerts. “Een bedrijf overnemen is niet iets wat je van de ene op de andere dag doet. Het is een complex proces op zowel financieel als sociaal-emotioneel vlak en vraagt een jarenlange voorbereiding.”

Boer zoekt Boer
Helaas ziet NAJK al jaren agrarische bedrijven stoppen omdat er geen opvolger is. Tegelijkertijd zijn er veel jongeren die graag boer willen worden, maar geen bedrijf tot hun beschikking hebben. Om deze bedrijfsopvolgers en overdragers met elkaar in contact te brengen is NAJK het online platform Boer zoekt Boer gestart. Folkerts: “Het initiatief loopt nu een paar jaar en het aantal profielen stijgt nog steeds. Gezien de gevoeligheid en de enorme impact van een buitenfamilaire overname, zou het een mooie invulling zijn om hierbij ook matchmaking aan te bieden. Iemand die persoonlijk en actief kan bemiddelen tussen overdragers en opvolgers. We zijn momenteel aan het kijken wat hierin mogelijk is.”

NAJK pleit voor een landbouwsector die aantrekkelijk is voor onze jonge boeren en tuinders. Nederland is de koploper binnen de agrarische sector en die positie moeten we behouden.

Lees hier de cijfers van het CBS over bedrijfsopvolgers.

JOLA openstelling vanaf 7 december 2020

Vanaf vandaag is de zesde openstelling van de Jonge Landbouwersregeling (JOLA) van start gegaan. Jonge Landbouwers tot en met 40 jaar kunnen van 7 december 2020 tot en met 12 februari 2021 subsidie aanvragen voor bepaalde investeringen. NAJK laat graag zien wat de JOLA in jouw provincie inhoudt en organiseert samen met Flynth een webinar over het onderwerp.

In elke provincie kunnen jonge landbouwers vanaf vandaag weer subsidie aanvragen voor de aanschaf van moderne voorzieningen, installaties en machines. De investeringslijst bevat dit jaar voor iedere provincie 28 categorieën. “Eerdere jaren zagen we soms dat provincies categorieën schrapte. Voornamelijk in Brabant werd de lijst normaal gesproken behoorlijk ingekort. Het is positief dat de landelijk opgestelde investeringslijst in alle provincies gelijk blijft”, aldus Eke Folkerts, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille bedrijfsovername.

Verduurzamen en versterken
De JOLA-regeling is een onderdeel van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en is bedoeld om jonge agrarisch ondernemers te ondersteunen in het verduurzamen en versterken van hun bedrijf. Iedere jonge landbouwer krijgt eenmalig de mogelijkheid een JOLA-subsidie te ontvangen welke 30% van de totale investering bedraagt. Het subsidiebedrag kent een minimum van € 10.000 en een maximum van € 20.000 per aanvraag.

Provinciale openstelling
De JOLA-regeling is een provinciale openstelling. Het totale beschikbare budget is dus per provincie verschillend. In het overzicht hieronder is per provincie weergegeven wat het totale beschikbare budget is. Benieuwd naar het hele besluit? Klik dan op de provincie naar keuze.

Brabant € 560.000
Drenthe € 600.000
Flevoland € 340.000
Friesland € 540.000
Gelderland € 1.500.000
Groningen € 410.000
Limburg € 882.150
Noord-Holland € 40.000
Overijssel € 500.000
Utrecht € 400.000
Zeeland € 1.137.640
Zuid-Holland € 300.000

Webinar JOLA: 14 december
NAJK organiseert op maandagavond 14 december een webinar over de Jonge Landbouwersregeling. Een subsidieadviseur van Flynth zal je meenemen in de wereld van de JOLA-aanvraag. Want wat komt er allemaal bij een aanvraag kijken? Deze adviseur geeft tips en gaat samen met jou op zoek naar het antwoord op jouw vragen. Bereid je goed voor op je JOLA-aanvraag en volg het webinar. Kijk hier voor meer informatie over het webinar!

 

 

Roy Meijer neemt de voorzittershamer over bij NAJK

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) heeft een nieuwe voorzitter. Melkveehouder Roy Meijer is tijdens de algemene ledenvergadering op 26 november 2020 unaniem verkozen tot de nieuwe dagelijks bestuurder. Hij treedt hierbij in de voetsporen van Andre Arfman, die na ruim 4,5 jaar de voorzittershamer doorgeeft. 

Meijer is samen met zijn ouders de trotse eigenaar van een melkveebedrijf in het Drentse Witteveen. Waar zijn ouders in 1986 begonnen met 80 koeien, hebben ze in 2015 een enorme bedrijfsontwikkeling doorgemaakt. Naast de 250 melkkoeien, die het familiebedrijf van de familie Meijer nu rijk is, is de nieuwe voorzitter van alle markten thuis. Stilzitten komt simpelweg niet in zijn woordenboek voor.

Een echte ondernemer
Meijer is altijd al in de weer. Is hij niet bestuurlijk actief, dan is hij thuis aan het werk op de boerderij of is druk met zijn eigen bedrijf. In 2014 heeft hij zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als adviseur in de agrarische sector en doet dit werk nog steeds met veel plezier. “Natuurlijk was het soms wel veel: bestuurlijk actief zijn, een studie afronden, je klanten tevreden houden en dan ook nog toetreden tot het bedrijf van je ouders”, aldus de jonge ondernemer. Toch ging hij niet bij de pakken neer zitten: “Ik zag het juist als een uitdaging om de verschillende ballen hoog te houden en dat dan te managen.”

Beide passies komen samen bij NAJK
Meijer: “Als je van het platteland houdt, is er eigenlijk niks mooier dan zelf het platteland vormgeven en dat doe je als boer.” En waar kun je dan beter terecht als bij NAJK? Evenals voor de andere passie van de nieuwe voorzitter, politiek en beleid, is hij hier aan het juiste adres. “Lastige dossiers vind ik leuk, daar hou ik van”, aldus Meijer. “Als het ingewikkeld is, zet ik daar heel graag mijn tanden in.”

Samen werken aan de toekomst
NAJK zet zich vol passie in voor de toekomst van de jonge boer. Zowel voor de boer van morgen als de boer over dertig jaar. Meijer: “Werken aan de toekomst van de jonge boer kunnen we niet alleen. We zullen hiervoor ook moeten samenwerken met de organisaties om ons heen, zoals sectorpartijen, ketenpartijen en overheden.”

Afscheid Andre Arfman
Met de benoeming van Roy Meijer is Andre Arfman aan het eind gekomen van zijn (statutaire) termijn als voorzitter van NAJK. Arfman kijkt met een opgeheven hoofd terug naar zijn bestuursperiode, waarin veel is gebeurd. “Soms waren het hectische tijden, maar we beleefden ook vooral mooie momenten, zoals ons jubileum en het binnenhalen van het jonge boerenfonds”, aldus Arfman. “Ik wil iedereen hartelijk danken voor het gestelde vertrouwen de afgelopen jaren en ik wens Roy Meijer heel veel succes bij deze nieuwe uitdaging!”

Benieuwd wat Roy Meijer de leden van NAJK te bieden heeft? Bekijk hier de video waarin hij zichzelf voorstelt.

NAJK: Europees Parlement steunt jonge boeren in akkoord GLB

Afgelopen week heeft het Europees Parlement een akkoord bereikt over het toekomstige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Eindelijk weer een positief geluid voor ons als jonge boeren. NAJK is zeer tevreden dat het merendeel van de parlementariërs minimaal 4% van de directe betalingen aan jonge boeren wil besteden. Dit is een verdubbeling van het voorstel.

Afgelopen week was een hele belangrijke op het gebied van het toekomstige GLB. De EU-landbouwraad bereikte, na 45 uur vergaderen, een akkoord over de algemene inzet rondom het GLB 2023 – 2027. “Het akkoord was gelukkig minder ambitieus dan de Europese Commissie had voorgesteld. Er blijft een flink deel naar de basisbetaling gaan en er is meer ruimte voor boeren in de ecoregelingen”, aldus Willem Voncken, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille internationaal. Daarnaast stemde het Europees Parlement over de meer dan 1200 voorgestelde wijzigingen (amendementen) en stemde zij vrijdag over het totale pakket.

Jonge boeren
Samen met CEJA, de Europese belangenbehartiger voor jonge boeren, en de andere aangesloten leden, heeft NAJK de afgelopen twee jaar gelobbyd om het bedrag voor jonge boeren te vergroten. Dit werd gedaan met de campagne #doubletheambition. Het merendeel van het Europees Parlement stemde vorige week voor de wijziging om minimaal 4% van de directe betalingen aan jonge boeren te besteden in plaats van de voorgestelde 2%. “NAJK is blij dat het Europees Parlement deze ambitie heeft uitgesproken. Dank gaat ook speciaal uit naar de Nederlandse Europarlementariërs die zich hier hard voor hebben gemaakt’’, aldus Voncken. Ook werd er gestemd voor de versterking van de definitie van een actieve boer. Dit was ook de inzet van NAJK.

Ambitieus
Er lag een ambitieus voorstel voor het toekomstig GLB. Voncken: “We zijn blij dat er nu een realistischere deal ligt. De ambities liggen hoog, maar zijn niet totaal onrealistisch te noemen.” NAJK maakt zich nog wel grote zorgen over het totale budget. Het nieuwe budget is lager dan voorheen. In het nieuwe GLB wordt er meer van boeren verwacht, terwijl er minder budget beschikbaar is. “Als er meer van boeren verwacht wordt, moet daar ook meer geld tegenover staan. Een boer kan niet groen doen, als die rood staat, is daarin de veel gezegde uitspraak”, aldus de portefeuillehouder internationaal.

Vervolg
Het nieuwe GLB is hiermee nog niet klaar. Op sommige punten verschillen het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie nog van mening. De partijen gaan nu in onderhandeling met elkaar in de zogeheten trilogen. Dit proces kan nog wel maanden duren. Het nieuwe GLB zal daarom op z’n vroegst per 2023 worden ingevoerd.

BoerVeilig in actie tijdens #veilig op 1 week-2020

BoerVeilig is een project waarmee NMV, LTO Nederland, NAJK en NZO samen met ZuivelNL en Stigas de veiligheid in de melkveehouderij willen verbeteren. Doel van het project is om een veilige werkvloer voor melkveehouders, hun familieleden, personeel en bezoekers te realiseren. ZuivelNL financiert dit project en geeft zo invulling aan één van de zeven doelen van de Duurzame ZuivelKeten voor 2030.

Van 14 tot en met 18 september 2020 vindt de tweede Veilig op 1-week plaats van de groene en agrarische sector¹. De focus van deze week ligt op machineveiligheid. Ongelukken met machines staan in de top 4 van ongelukken in de melkveehouderij. Daarom besteedt BoerVeilig gedurende deze week extra aandacht aan dit onderwerp.

Activiteiten
Tijdens deze week wordt er, in aanvulling op eerdere verhalen over ongelukken op en rond het erf, online een ervaringsverhaal gedeeld van een melkveehouder die twee familieleden is verloren door ongevallen met machines. Een verhaal van boer tot boer met een belangrijke boodschap.

Ook lanceert BoerVeilig een kleurwedstrijd voor kinderen tot en met 12 jaar. Hierbij wordt ook naar de gevaren op de boerderij gevraagd. Door deze op te schrijven voor het eigen bedrijf, kunnen kinderen en ouders het gesprek er over aangaan. De meeste ongelukken gebeuren immers op het familiebedrijf, waar vaak jongeren slachtoffer zijn.

Voor leden van LTO, NMV en NAJK is het dit winterseizoen mogelijk om BoerVeilig-avonden bij te wonen (webinars en avonden voor kleine groepen). Een veiligheidsadviseur van Stigas laat zien wat hij tegenkomt onderweg en er is de mogelijkheid om tips en ervaringen te delen.

Campagne    
Deze zomer is er een campagne gestart met weetjes & feiten, ervaringsverhalen en een zelftest. De campagne zal ook de handvatten bieden om actief met het onderwerp bezig te zijn, door middel van opleidingen, RIE’s², strips, video’s, competitie, stickers, netwerken bouwen en nog veel meer.

De passie doorgeven
Het uiteindelijke doel is het voorkomen van ongelukken. Zo kan er door meerdere generaties, door jong en oud samen, met plezier op het melkveebedrijf worden gewerkt.

 


¹ De Veilig op 1-week wordt georganiseerd door het Zero-Accidents platform. Dit is een initiatief van de bestuurlijke partijen rond Stigas en een brede groep partners uit de groene en agrarische sectoren, ondersteund door RIVM en de Inspectie SZW, gericht op het terugdringen van het aantal ongevallen in de groene en agrarische sectoren.

² Risico-Inventarisatie en -Evaluatie.

NAJK en Aeres Hogeschool Dronten gaan nadrukkelijker samenwerken

Hoewel beide partijen al samenwerken op evenementen en tijdens projecten, hebben NAJK en de hogeschool nu definitief besloten de krachten te bundelen. Afgelopen dinsdag 8 september zetten Rieke de Vlieger, directeur van Aeres Hogeschool Dronten en NAJK-voorzitter Andre Arfman een handtekening onder een samenwerkingsovereenkomst. Samen staan we sterk voor de belangen van jonge ondernemers!

Beide organisaties hebben een naam binnen de agrarische sector, een sector die in een razend tempo lijkt te veranderen. Deze continue tendens vraagt om innovatieve ideeën en andere competenties. Een frisse blik van een andere partij kan dan soms een waardevolle aanvulling zijn. Daarom hebben Aeres Hogeschool Dronten en NAJK samen besloten om nog bewuster de spreekwoordelijke handen ineen te slaan.

Krachten bundelen
Aeres Hogeschool Dronten en NAJK komen elkaar al geregeld tegen. Bijvoorbeeld bij de MaïsChallenge, een project van NAJK en Limagrain waar Aeres Hogeschool Dronten standaard aan meedoet, of bij gastlessen die gegeven worden door NAJK’ers op de hogeschool. Het bundelen van elkaars krachten biedt mogelijkheden voor de toekomst. Niet alleen op het gebied van agrarisch ondernemerschap, maar ook om beide organisaties verder te versterken. “Aeres Hogeschool Dronten en NAJK hebben momenteel te kampen met vergelijkbare ontwikkelingen binnen de agrarische sector en vullen elkaar feilloos aan”, aldus Andre Arfman. “Jongeren behoren tot onze doelgroep en door met elkaar de verbinding op te zoeken, kunnen we nóg beter opkomen voor de belangen van deze jonge ondernemers.”

Het uiteindelijke doel
Beide partijen willen de jongeren voorbereiden op de toekomst. “Zowel Aeres Hogeschool Dronten als NAJK zijn bezig met kennisontwikkeling van jonge agrarische ondernemers zodat zij in staat zijn verantwoorde keuzes voor hun toekomst te maken”, aldus Rieke de Vlieger. Onderwerpen die hier niet bij kunnen ontbreken, zijn vanzelfsprekend bedrijfsovername, het imago van de agrarische sector en de landbouwpolitiek. Samen zal er gekeken worden naar de ontwikkelingen op dit gebied en worden afgestemd waar nodig.

Een geslaagde Masterclass MaïsChallenge

Afgelopen vrijdag was het zover! Ruim 60 deelnemers van de MaïsChallenge, zowel veehouders als scholenteams, reisden af naar Lochem om een coronaproof Masterclass bij te wonen. De ‘best practices’ uit de praktijk werden besproken, ‘tips en tricks’ werden gedeeld en de deelnemers zijn door middel van workshops klaargestoomd voor het naderende slotoffensief.

Rond 10:30 uur druppelden de eerste deelnemers binnen, waarbij het ochtendprogramma van start kon gaan. In de terugblik van Jos Groot Koerkamp (Limagrain) werden de weerplaatjes van de afgelopen maanden, met hete nachten en weinig neerslag, nog even opgehaald en Bob Keurentjes (ForFarmers) friste de aandachtspunten rondom het oogsten op.

Grote verschillen
Bij binnenkomst leverde elke deelnemer vijf maïsplanten in die door Limagrain ter plekke gehakseld en geanalyseerd werden. Uit deze testen kwam naar voren dat de afrijpingsverschillen tussen Noord- en Zuid-Nederland erg groot zijn. In Noord-Nederland wordt vooral voor vroege rassen gekozen welke met een droge stofpercentage van ruim in de dertig procent al bijna oogstrijp blijken te zijn. Over één à twee weken zal de maïscampagne voor de deelnemers uit het noorden in volle gang zijn, terwijl de deelnemers uit Zuid-Nederland, met droge stofgehaltes van ruim in de twintig procent, nog een paar weken langer zullen moeten wachten.

Het veld in
Na de lunch ging Jan Roothaart (Limagrain) in op de eigenschappen flint en dent, de extreme omstandigheden van dit jaar en de yield gap, het thema van deze MaïsChallenge editie. Vervolgens verplaatste de Masterclass naar een demoveld van Limagrain tussen Laren en Lochem en mochten de deelnemers het veld in. Verspreid over hun eigen groepen kregen de maïsexperts in wording nog meer informatie over de maïsplant, de verschillende rassen en de Maïsmanager-app, waarmee je het juiste oogstmoment kunt bepalen.
De aanwezige deelnemers hebben punten kunnen verdienen met hun aanwezigheid en een aantal opdrachten voorafgaand aan de Masterclass. De strijd is echter nog lang niet gestreden! De meeste punten zijn namelijk te verdienen rondom de oogst en het in- en uitkuilen. De winnaar zal naar verwachting begin 2021 bekend worden gemaakt.

Bietensector bezorgd over gevolgen Franse toelating zaadcoating

De Nederlandse suikerbietensector wordt geteisterd door bladluizen die het voor bieten zeer schadelijke vergelingsvirus overbrengen. De behandeling van zaad met gewasbeschermingsmiddelen, een effectief middel tegen de bladluis, is door de Nederlandse overheid niet meer toegelaten. Alternatieven leveren nog niet het gewenste resultaat op. Nu de Franse overheid van plan is de zaadcoating weer toe te staan, dringen we ook in Nederland bij minister Schouten aan op perspectief voor de sector.

In 2018 heeft de Europese Commissie besloten dat zogenaamde neonicotinoïden niet meer mogen worden toegepast. Er wordt nu onderzoek gedaan naar alternatieve middelen en meer duurzame zaadcoatings. Er wordt in de plantenveredeling zeer intensief gewerkt aan een resistentie tegen vergelingsvirussen. Het zal echter nog een aantal jaren duren voordat deze initiatieven leiden tot concrete, in de praktijk toe te passen, producten en maatregelen.

Milieubelasting en miljoenenschade
Het vergelingsvirus in de Nederlandse suikerbietenteelt leidt ondertussen tot een hogere milieubelasting en schade die oploopt tot in de miljoenen euro’s. Het virus krijgt, door de zachtere winters waar het Nederlandse klimaat momenteel mee te parten speelt, de kans om zich in rap tempo verder te verspreiden. Steeds meer bladluizen overleven en worden vroeger in het voorjaar actief. Omdat het virus toch bestreden moet worden, hebben de telers nu andere middelen ingezet. Middelen met een hogere milieubelasting dan de eerder toegestane zaadcoating.

Transitie in Europese context
De Franse overheid heeft onlangs stappen gezet om een vrijstelling aan te vragen bij de Europese Unie, waardoor suikerbietentelers daar toch gebruik kunnen maken van de zaadcoating. Een aantal andere lidstaten nemen soortgelijke stappen. De Nederlandse sector concludeert daaruit dat het gebruik blijkbaar voldoende duurzaam is, in ieder geval tijdens de transitie naar andere middelen. Indien gebruik veilig is bevonden en in andere landen op de gemeenschappelijke markt wordt toegestaan, maar in Nederland niet, zorgt dat voor een zeer ongelijk speelveld.

Een transitie vraagt de inzet van allen. Sectorvertegenwoordigers LTO Nederland, NAV, NAJK en Cosun vragen minister Schouten daarom om haar medewerking bij een gezamenlijk versnellingsprogramma. Samen hopen we te komen tot een ecologisch en economisch duurzame suikerbietenteelt. In het belang van een gezond gewas, gelijk speelveld én het milieu wordt daarbij gevraagd om een tijdelijke vrijstelling voor het gebruik van neonicotinoïden in de suikerbietenteelt. Een kortetermijnoplossing om een goede aanpak op de langere termijn mogelijk te maken.

Lees hier de brief van LTO Nederland, NAV, NAJK en Cosun aan minister Schouten

 

MaïsChallenge 2020: een strijd tegen de droogte

Vanaf half april zijn de deelnemers van de MaïsChallenge, 46 jonge maïstelers en 10 scholenteams, alweer druk in de weer. De kick-off, onder leiding van NAJK en Limagrain, werd gegeven en de deelnemers gingen van start. Dat ging met de nodige horten en stoten. Naast de ‘challenge’ om de maïsteelt naar een hoger niveau te tillen, bleek de start van de MaïsChallenge 2020 vooral een strijd tegen de droogte.

De aanhoudende droogte liet de maïs niet overal even goed opkomen. Vooral op kleigronden bleek het creëren van een goed zaaibed een lastige opgave; de grond was hard en liet zich onvoldoende fijn maken. Om voor een goede kieming te zorgen, is er op een aantal percelen vóór opkomst al beregend. Tijdens de ronde langs de percelen waren de verschillen goed te zien; naast erg goed gestarte maïs stond sommige maïs zeer wisselend en hier en daar wat hol. Daarnaast zorgden deze bijzondere omstandigheden ervoor dat zowel de vogelschade als de onkruiddruk aanzienlijk hoger lag.

De eerste tussenstand, een ware nek-aan-nekrace

Door de warme, maar gelukkig natte maand juni en het daaropvolgende Hollandse zomerweer in juli heeft de maïs goed kunnen herstellen en groeien. Ondertussen zijn alle percelen bezocht en is de eerste tussenstand opgemaakt. Het is een ware nek-aan-nekrace geworden, zowel tussen de individuele maïstelers als bij de scholenteams onderling. De deelnemers met de beste score zitten op 17 en 18 punten, de deelnemers die nog even gas bij moeten geven, zitten op de 8 punten. Het speelveld is echter nog helemaal open, want de meeste punten zijn straks te behalen bij de beoordelingen rond de oogst en bij het (in)kuilmanagement. En omdat de MaïsChallenge bovenal een leerproject is, telt ook de uitwisseling van ervaringen via appjes, vlogs etc. extra mee.

Masterclass op 4 september

Op de eerste vrijdag van september zal voor de deelnemers de MaïsChallenge Masterclass plaatsvinden. Onder voorbehoud van de dan geldende COVID-19-regels zal deze plaatsvinden in de omgeving van Laren, Gelderland. Aan de orde komt uiteraard de speciale uitdaging in deze Challenge om het gat tussen de praktijkopbrengsten en de geoogste tonnages op rassenlijstproefvelden – de zogenoemde ‘yield gap’, die bij maïs zo’n 22% is – te verkleinen. De ‘best practices’ uit de Challenge worden besproken en de deelnemers krijgen tijdens een aantal workshops de laatste tips en tricks mee om de competitie tot een goed einde te brengen. Met het mobiele LG Lab van Limagrain worden bovendien door de deelnemers meegebrachte maïsplanten geanalyseerd om een indicatie van de oogstrijpheid te geven. Met de hitte en hoge temperaturen van nu zou het best weleens snel kunnen gaan met de afrijping. Als de kuilen gemaakt zijn en de kwaliteit bekend is, kunnen de organisatoren van deze 5e MaïsChallenge de balans opmaken en zal de winnaar van de geheel verzorgde studiereis voor twee personen naar de Auvergne, hét maïscentrum van Frankrijk, in januari 2021 bekend worden gemaakt. Wordt vervolgd!

De MaïsChallenge is een initiatief van maïsveredelaar Limagrain en NAJK met medewerking van ForFarmers. Het is een leerproject met focus op teeltoptimalisatie. Door het uitwisselen van ervaringen met collega’s en deskundige begeleiding worden deelnemers echte maïsspecialisten.