Aanmelden kennisuitwisselingsreis Argentinië

Aanmelden kennisuitwisselingsreis Argentinië

Lijkt het jou interessant om eens rond te kijken in een andere agrarische wereld? Een land dat 65x groter is dan Nederland. Een land dat de komende jaren de agrarische sector uit wil breiden en zijn rol als voedselproducent wil vergroten en daarbij Europa als belangrijke afzetmarkt ziet. Een land dat misschien wel een concurrent van Nederland wordt.

Dit jaar gaat de reis naar… Argentinië

NAJK organiseert ook dit jaar weer een buitenlandreis. De reis gaat naar een Spaanstalig land. Eén van de grootste landen van Zuid-Amerika. Het land kan, landschappelijk gezien, worden opgedeeld in vier delen.  Het noordwesten met het Andesgebergte en het Altiplano. Het noordoosten, één grote subtropische laagvlakte met savannes, bossen, rivieren en moerassen. In het midden van Argentinië ligt de ‘Pampa Humeda’, een enorm uitgestrekte vruchtbare vlakte. In het zuiden ligt Patagonië, met langs de oostkust een grote laagvlakte en in het westen het Andesgebergte.

Agrarisch Argentinië

De landbouw in Argentinië wordt vertegenwoordigd door de akkerbouw, veeteelt, bosbouw en visserij. Het aandeel van de landbouw in het bruto nationaal product daalde de afgelopen decennia tot onder de 10%. Ongeveer 5% van de beroepsbevolking is werkzaam in de agrarische sector, toch is deze sector verantwoordelijk voor 35% van de inkomsten. Meer dan 80% van de totale Argentijnse export betreft landbouwproducten, verwerkt of als grondstof. Ruim 70% van de totale bodemoppervlakte wordt voor landbouw gebruikt, waarvan het grootste deel bestemd is voor veeteelt. Buenos Aires is agrarisch de belangrijkste provincie. Grootgrondbezit is in Argentinië nog volop aanwezig. Ongeveer 70% van de cultuurgrond was in de jaren zeventig in handen van 6% van de landeigenaren. Ondanks de vele agrarische hervormingsmaatregelen is deze situatie nog niets veranderd. De belangrijkste exportbestemming voor de Argentijnse agrarische producten is de Europese Unie en Nederland is op dit moment de belangrijkste afnemer. Belangrijke importproducten voor Nederland zijn sojameel, pinda’s, zonnebloemolie en peren. Op de wereldmarkt is Argentinië een grote speler zowel op het gebied van de productie als van de export.

Programma

Via diverse bezoeken en gesprekken met kleine bedrijven, grote bedrijven, de Nederlandse ambassade, boerenorganisaties en coöperaties,  zullen we proberen antwoord te krijgen op de volgende vraagstukken. In hoeverre kan Argentinië zijn voedselproductie verhogen? Hoe kijken de boeren daar zelf tegenaan? Hoe gaan zij om met veranderingen in het klimaat en het groeiseizoen van hun planten? Kunnen zij voldoen aan de Europese importeisen van vlees, soja en andere producten? Welke kansen en bedreigingen liggen er voor het Nederlandse agrarische bedrijfsleven? De bezoeken en gesprekken zullen ons een breed beeld van de Argentijnse landbouw geven.

Een unieke kans…

Deze reis vormt een mooie kans om meer te leren over de agrarische sector in Argentinië. Daarnaast willen we in gesprek met jonge ondernemers in het land, om te kijken hoe zij de opdracht van hun regering uitvoeren. Maar ook hoe zij inspelen op de veranderingen die in dat land plaatsvinden. Je zult dit land met zijn historie en interessante toekomst op een manier leren kennen die voor de meeste toeristen niet weggelegd is. Bovendien is het een mooie gelegenheid om met een gezellige groep collega-boeren en -tuinders op pad te gaan!

Deelname kennisuitwisselingsreis

Jij kan, samen met nog 14 jongeren, met NAJK op uitwisselingsreis naar Argentinië. Het doel van de reis is om bij jonge agrarische ondernemers een genuanceerde visie over agrarisch ondernemerschap in internationaal perspectief te ontwikkelen. Daarbij wordt gefocust op het vergroten van kennis en bewustzijn van vraagstukken die spelen rondom de landbouw wereldwijd, de mondiale samenhang en de rol van de landbouw daarin. Naast het deelnemen aan de reis is het van belang dat jij als deelnemer in Nederland bekendheid geeft aan jouw deelname aan deze reis.

Geef je voor 24 oktober op via het formulier onder de rode button voor deze reis. lees vooraf ook de voorwaarden voor deze reis. Om de juiste agrarische jongeren te selecteren is het van belang dat je duidelijk je motivatie en verwachtingen aangeeft.

Praktische informatie uitwisselingsreis Argentinië

Wanneer?

  • Tussen 7 en 23 december 2016, onder voorbehoud
  • 10-12 dagen

Voor wie?

  • 15 deelnemers per reis
  • Jonge agrariërs
  • NAJK-leden met een brede interesse, dus ook uit verschillende sectoren!

Wat wordt van je verwacht?

  • Eigen bijdrage: € 1500,- per persoon. Hierin zijn vlucht, visum, overnachtingen, maaltijden, vervoer en reisbegeleiding vanuit NAJK inbegrepen
  • Actieve deelname in het uitdiepen van diverse thema’s
  • Na afloop van de reis opgedane ervaringen aan een breder publiek bekendmaken

Deelnemen?

Stuur voor 24 oktober 2016 het volledig ingevulde inschrijvingsformulier in.

Deze reis wordt mede mogelijk gemaakt door het ministerie van EZ.

Financieel advies aan de zuivelcoöperatie Wakulima in Kenia

Op zondag 17 juli was het dan zover. Na alle voorbereidingen vertrok ik voor Agriterra en het NAJK naar Kenia. Voor mij de eerste keer in Afrika, dus een beetje spannend was het wel. Waar kom je terecht, hoe primitief zou het allemaal zijn en hoe zit het met de veiligheid?

Na een reis van 8 uur kwamen we rond 22u aan op het vliegveld van Nairobi. Daar merkte ik al snel dat alles op “z’n Keniaans” ging.  Zo kwam er na 1 uur wachten pas wat beweging in de rij voor de paspoortcontrole, moesten we vervolgens nog steeds een half uur op onze koffers wachten, en toen we eenmaal in de taxi zaten, stonden we minstens nog een uur in de rij te wachten om met onze taxi door de controlepoorten van de luchthaven te komen. Vanaf dat moment besloot ik me er maar op in te stellen dat alles langer zou duren dan dat ik gewend was in Nederland. En maar goed ook, want Kenianen komen standaard te laat leerde ik die week.

missie Kenia - IMG_1918Na een korte nacht in ons hotel in Nairobi, vertrokken we de volgende ochtend naar Mukurweini, een dorp ten noorden van Nairobi, waar de zuivelcoöperatie Wakulima gevestigd is. De coöperatie was de afgelopen jaren flink gegroeid: van 35 liter melk per dag bij de start eind jaren ’80 tot zo’n 35000 liter melk per dag nu. Vanwege die groei had de coöperatie vorig jaar geïnvesteerd in een yoghurtlijn, waardoor ze sinds kort zowel gepasteuriseerde melk als yoghurt produceerden. Wij waren gevraagd om advies te geven hoe Wakulima nu ook haar financiële afdeling naar een hoger niveau kon tillen.

Missie Kenia - IMG_2032Onze missie begon met een rondleiding door de fabriek. Erg leuk en interessant om te zien hoe men daar de rauwe melk verwerkt. Totaal niet vergelijkbaar met de hygiëne- en kwaliteitseisen die we in Nederland kennen. Zo werd er bijvoorbeeld ook nog gewoon rauwe melk verkocht, droeg men lang niet altijd een haarnetje, handschoenen en schoon schoeisel, en werkte de koeling vaak een halve dag niet. Maar toch ook bewonderenswaardig om te zien hoe gedreven de Kenianen zijn en hoe ze de adviezen van de missies van Agriterra dankbaar ter harte namen.

missie Kenia - DSCN0225Na de presentatie van onze aanbevelingen op vrijdag (waarvoor zelfs de voorzitter van de Board of Directors speciaal naar Mukurweini was gekomen), bracht onze chauffeur ons terug naar Nairobi. Daar bleven we nog één dag, voordat we op zondagochtend terug naar Nederland gingen. Die dag heb ik een National Park bezocht en heeft een gids ons rondgeleid in de sloppenwijken van Nairobi, waar hij was opgegroeid. Beide erg indrukwekkend om te zien!

Op het moment dat ik dit schrijf, zit ik in het vliegtuig terug naar Nederland. Ik kijk terug op een succesvolle en ontzettend gave week, die ik iedereen kan aanraden!

Gerda Verboort
Bestuurslid LAJK

 

 

 

 

Blog adviesreis Nepal – 2016

Kennismaking met Nepal

Zodra het vliegtuig begint te landen gaan de luikjes voor de ramen open en zien we (nog steeds vliegend boven de wolken) de toppen van de Himalaya. Machtig mooi, net als het vliegveld, vol met houtsnijwerk en bloemperken.  Op naar Kathmandu city, met zijn vele auto’s, brommers, geloven die naast elkaar bestaan, voetgangers, stof, kleuren, geuren en mensen. Bertken de Leede, bedrijfsadviseur van Agriterra, die samen met mij de opdracht gaat uitvoeren) is al een week in Kathmandu, We gaan s ’avonds naar een klein sfeervol restaurantje, met life muziek: een heerlijke start, en ik voel me al helemaal thuis.

Ik ben met Agriterra in Nepal om bij de Central Tea Cooperatives Federation (CTCF) een workshop te faciliteren hoe zij hun dienstverlening naar de leden op een financieel duurzamere manier kunnen gaan inrichten: oftewel bottom-up en minder gericht op subsidies en fondsen en vanuit een ondernemersperspectief naar deze dienstverlening gaan kijken: hoe kunnen we meer voor en door leden werken, kosten besparen en inkomen genereren uit deze diensten? Financiële duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt in de hele workshop.

De volgende dag vliegen we met Trijan Singh, onze vertaler/ medefacilitator naar Bhadrapur in het meest oostwaarts gelegen puntje van Nepal, een wat claustrofobisch vliegtuig, maar gelukkig zit ik bij het raam en valt er nog wat te zien omdat we redelijk laag vliegen. Helaas is het te heiig om de Mount Everest te zien, waar ik stiekem een beetje op gehoopt had.

In Badrapur worden we opgehaald door Yogesh, de accountant van CTCT met n enorme bling bling Jeep (gehuurd), compleet met altaar op het dashboard. Onderweg zien we vele prachtige theeplantages, logisch want we zijn in de provincie Ilam: dé thee provincie van Nepal. Het oogt vrolijk en vriendelijk met strak bijgewerkte gekleurde huizen met bloemen ervoor. De rit duurt drie uur en we rijden langzaam de (thee) heuvels in. Na anderhalf uur gaan we op bezoek bij de Kanyam thee coöperatie die een eigen fabriek is gestart met behulp financiële steun van de lokale overheid en een lening van de bank. Hierbij heeft de CTCF de nodige ondersteuning gegeven. We vallen met de neus in de boter want het theepluk seizoen is krap 2 weken geleden begonnen en nu wordt de beste thee van het seizoen gemaakt. We krijgen een mooie uitleg van het productieproces, thee wordt eerst gedroogd onder een soort van enorm föhn, vervolgens wordt het vermalen en dan komen de geur en smaakstoffen vrij. Daarna wordt de thee verhit/ gedroogd met een ingenieus apparaat met een leisteen oven erachter en tenslotte wordt dit product meerdere malen gemalen. Er zijn 163 boeren lid en er wordt per jaar 46.000 ton thee geëxporteerd naar India. Er is meer aanbod van verse theebladeren als dat ze kunnen verwerken, dus daarom willen ze graag uitbreiden. Mooi om te zien en te horen en goed als voorbereiding op de workshop.

Jeske de Kort

 

Duurzame dienstverlening aan coöperaties van theeboeren in Nepal

Ik ben met Agriterra in Nepal om bij de Central Tea Cooperatives Federation (CTCF) een workshop te faciliteren hoe zij hun dienstverlening naar de leden op een financieel duurzamere manier kunnen gaan inrichten, dit is een vervolg op blog 1; Kennismaking met Nepal.

Ruim een half uur voor aanvang zit iedereen al klaar voor de training. Het is een mooie mix mensen bestaande uit bestuurders (vertegenwoordigers van de lid coöperaties), personeel van de federatie en een aantal theeboeren (wat ze eigenlijk allemaal zijn). Na de officiële opening proberen we het ijs wat te breken met een kennismakingsopdracht waarin iedereen zijn naam zegt en iets waarop hij trots is binnen zijn coöperatie of bedrijf, dit lijkt aardig te lukken, al weet ik het niet precies, want ik moet nog erg wennen aan de Nepalees-Engelse uitspraak.

Vandaag staat “farmer of member-based” werken centraal, waarin we verkennen wat de leden willen en nodig hebben qua diensten en trainingen. Deze inventarisatie leggen we vervolgens langs een aantal meetpunten om vervolgens een goede analyse te kunnen maken. Na de lunch en een energizer komt de groep een beetje los, op het einde van de dag ontstaat zelfs spontaan een stemronde, waar na het stemmen op de favoriete diensten achter een scherm, iedereen langs de stempelman moet en een snoepje krijgt.

Voor het eten maken we een wandeling door de prachtige theetuinen achter het hotel, de ruimte waar we de workshop doen heeft maar weinig daglicht en onregelmatige elektriciteit, dus wat daglicht, of in dit geval een mooie ondergaande zon is erg welkom!

De volgende dag gaan we aan de slag met de financiële duurzaamheid van de dienstverlening. Opvallend is dat lokale boeren geen bijdrage betalen voor de trainingen die ze volgen, maar dat (als het goed is) wel hun opbrengst omhoog gaat of kwalitatief beter wordt. Tevens betalen de coöperaties maar een schijntje voor alles wat ze krijgen. Het lijkt erop dat de groep dit zelf ook inziet en ze zien in dat dit anders moet als ze niet afhankelijk willen blijven van fondsen en een financieel stabielere toekomst willen creëren. We oefenen met deze denkrichting door een aantal activiteiten concreet uit te werken. Na de lunch ontstond er een polonaise terug de zaal in en nee deze werd niet veroorzaakt door mijn Brabantse roots, maar gewoon door een blije Nepalees! Er werd opmerkelijk hard en geconcentreerd gewerkt, gepresenteerd en bij de check-out werd duidelijk dat we de goede richting op gaan.

De laatste dag al weer, met deze leuke groep jonge en gemotiveerde boeren. Nadat we nogmaals alle inzichten op een rijtje hadden gezet hebben we nog een verdiepende en voornamelijk vernieuwende slag geslagen op de gekozen diensten. De uitkomsten waren veelbelovend en lijken goed aan te sluiten bij de behoeftes. Na het maken van een actieplan hebben we officieel afgesloten met foto’s, cadeautjes, speech en een etentje.

De terugvlucht naar Kathmandu was een wilde en de avond werd nog opgeschrikt door een heuse aardschok van 4,5 op de schaal van richter. Brrr spannend allemaal. Na een fijne vroege ochtendwandeling met Bertken als sublieme gids door Patan City was het tijd om de laatste werk dingen af te ronden en weer op huis aan te gaan.

Wat een mooi avontuur en hopelijk hebben we de CTFT weer een stukje verder geholpen op weg naar een financieel duurzame organisatie.

Jeske de Kort

NAJK-voorzitter met Nederlandse delegatie bij Grune Woche

Afgelopen week was NAJK-voorzitter Eric Pelleboer met de Nederlandse delegatie aanwezig op de eenentachtigste editie van de  Grüne Woche in Berlijn. De Grüne Woche is de grootste beurs voor landbouw, tuinbouw en voedsel ter wereld. Het is daarnaast een belangrijke ontmoetingsplek voor agrarische politiek en het bedrijfsleven. De huidige editie trekt naar verwachting tussen de 400.000 en 500.000 bezoekers, waar 50 landen zijn kwaliteiten op het gebied van levensmiddelen, land- en tuinbouw presenteren. Ook Nederland toont haar kwaliteiten. In het Nederlandse paviljoen worden kenmerkende productgroepen van de agrarische- en voedingssector gepresenteerd zoals groente, zuivel, vlees, vis, bloemen en dranken.

De delegatie, onder leiding van staatssecretaris Van Dam, bestond dit jaar uit afgevaardigden van het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer, leden van het Europees Parlement, vertegenwoordigers van de Nederlandse agribusiness en belangenbehartigers. Tijdens het bezoek aan de Grüne Woche werden de exportcijfers van de Nederlandse land- en tuinbouw van 2015 gepresenteerd. Ook dit jaar is de agrarische export weer gestegen en mag Nederland zijn naam als één van de grootste exporteurs behouden. Van Dam gaf daarvoor zijn complimenten aan de aanwezigen en gaf aan dat we er alles aan moeten doen om deze positie te behouden en versterken.

De Grüne Woche biedt veel mogelijkheden om met bestaande en nieuwe contacten te spreken over het belang en de aankomende lobby-activiteiten van NAJK. Pelleboer: “Jonge boeren en tuinders zijn de toekomst van de Nederlandse agrarische sector. Het is daarom belangrijk om namens de boeren en tuinders van de toekomst de Nederlandse agrarische sector zo goed en sterk mogelijk te vertegenwoordigen .”

NAJK tegen Eurocommissaris Hogan: “Maak ruimte voor jonge boeren in Europees beleid”

Op maandag 9 november waren NAJK-voorzitter Eric Pelleboer en dagelijks bestuurder internationaal Iris Bouwers aanwezig op de Brusselse Landbouwborrel. Deze maandelijkse bijeenkomst wordt georganiseerd door Nederlandse Europarlementariërs en is een van de belangrijkste netwerkbijeenkomsten in de agrarische sector.

Tijdens de editie van afgelopen maandag was Eurocommissaris voor Landbouw Phil Hogan te gast. NAJK greep deze gelegenheid aan om bij Hogan de positie van de jonge boer onder de aandacht te brengen. “De top-up voor jonge boeren in het huidige GLB slaat de plank mis voor de Nederlandse jonge boeren”, zegt Pelleboer, voorzitter van NAJK.

Iris Bouwers, dagelijks bestuurder internationaal, vroeg Hogan daarom ruimte te maken in het beleid zodat Nederland de top-up kan inzetten op bedrijfsovername. Dit draagt bij aan de vereenvoudiging van het GLB. Het werk van NAJK bestaat echter niet alleen uit het aandacht vragen bij Hogan en de Landbouwborrel. Iris Bouwers zegt hierover: “NAJK zal blijven hameren op de positie van Nederlandse jonge boeren en tuinders, zowel bij de Commissie als bij het Europees Parlement.”

NAJK vraagt op Wereldvoedseldag aandacht voor de positie van jonge boeren

Afgelopen vrijdag, 16 oktober, toog een bus vol leden van NAJK naar Brussel om op uitnodiging van Europarlementariër Jan Huitema een bezoek te brengen aan het Europees Parlement. Op de dag van het bezoek aan Brussel was het Wereldvoedseldag. NAJK heeft de gelegenheid aangegrepen om in Brussel aandacht te vragen voor de positie van jonge boeren.

Op Wereldvoedseldag wordt stilgestaan bij de vraag ‘wat voedsel nu eigenlijk voor ons betekent’. Na de Tweede Wereldoorlog werd het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ingevoerd onder het credo ‘nooit meer honger’. In Brussel, de plek waar dit ooit allemaal begon, heeft NAJK de gelegenheid aangegrepen om aandacht te vragen voor de rol van jonge boeren binnen het wereldvoedselvraagstuk.

Met een groeiende wereldbevolking en een veranderend consumptiepatroon zal de voedselproductie wereldwijd nog met tientallen procenten moeten groeien om in de toekomst iedereen te kunnen voeden. Voor jonge boeren ligt hier dus een grote opgave. Zij zullen dit voedsel moeten produceren binnen de eisen en wensen die de maatschappij daar aan stelt. Onder het motto ‘Future, food, farmers’ heeft NAJK om steun en sympathie gevraagd voor jonge boeren, de voedselproducenten van de toekomst.

NAJK aanwezig bij conferentie ‘Knowledge for Young Farmers’

Op 15 en 16 oktober namen Iris Bouwers (portefeuillehouder Internationaal) en Sander Thus (portefeuillehouder Bedrijfsovername) namens NAJK deel aan de conferentie ‘Knowledge for Young Farmers’ in Brussel. De conferentie werd georganiseerd door de Europese Commissie.

Tijdens deze bijeenkomst zijn de resultaten van het onderzoek ‘Exchange programmes for young farmers’ gepresenteerd. Dit onderzoek is toegespitst op de vraag aan welke vorm van kennisvoorziening jonge boeren in Europa momenteel behoefte hebben. Daarbij is specifiek ingegaan op de volgende punten:

  • Wat hebben jonge boeren nodig?
  • Welke uitwisselingsprogramma’s gericht op jonge boeren, zijn er nu?
  • Maak een gids om uitwisselingsprogramma’s te verbeteren.

Het onderzoek vond plaats in alle 28 EU-landen en is uitgevoerd door Ecorys in samenwerking met LEI en Aequator Groen & Ruimte. Voor het onderzoek zijn in totaal ruim 2200 jonge boeren uit alle 28 landen geïnterviewd.

De zaken waar jonge boeren in heel Europa tegenaan lopen zijn: beschikbaarheid en verwerving van land in zowel eigendom als huur, beschikbaarheid van kapitaal en de ontwikkeling van kennis. Het bleek verder dat jonge boeren hun nieuwe kennis eerst vooral van collega’s halen en daarna van andere organisaties of adviesbureaus. Jongeren zoeken informatie vooral via internet, excursiedagen en opleidingsdagen. Opvallend was dat online trainingen zoals e-learning heel laag scoorden in populariteit, ook in Nederland.

Aanbevelingen omtrent de kennisbehoefte van jonge boeren zijn:
1) Aangeboden kennis en nieuw ontwikkelde uitwisselingsprogramma’s moeten klantgericht en per land aangepast aan de specifieke wensen van de jonge boer zijn.
2) In acht moet worden genomen dat de kennisbehoefte van de jonge boer afhankelijk is van hun opleidingsniveau.
3) Het zou veel tijd besparen om bij de ontwikkeling van nieuwe uitwisselingsprogramma’s uit te gaan van bestaande, beproefde programma’s.
4) Flexibiliteit is belangrijk voor jonge boeren. Houd bij uitwisselingprogramma’s rekening met de tijd en financiële beperkingen van jonge boeren.
5) Het oplossen van de meest belangrijke behoeften van jonge boeren, zoals het mogelijk zijn van het kopen of huren van meer landbouwgrond, kan een toename van het aantal jonge boeren mogelijk maken.

Er zijn gelukkig al een heel aantal uitwisselingsprogramma’s in heel Europa ontwikkeld. Variërend van korte duur tot lange duur (7-8 maanden). Opvallend is dat de uitwisselingsprogramma’s in de West-Europese landen beter gewaardeerd worden. Deze programma’s passen meer bij de behoefte van jonge boeren en sluiten aan op wat er mogelijk is.

Bij het ontwikkelen van uitwisselingsprogramma’s zijn een aantal zaken van groot belang:
1) Zorg dat het echt werkt, dus ken je doelgroep en pas hier je programma op aan.
2) Zorg ervoor dat je op de juiste manier met je doelgroep communiceert.
3) Zorg ervoor dat de opgedane ervaringen gedeeld blijven worden en dat hier vervolg aan gegeven wordt.
4) Blijf je programma continue aanpassingen aan de veranderende behoeften van je doelgroep.

NAJK ziet grote overeenkomsten tussen de aanbevelingen uit het onderzoek en de wijze waarop binnen NAJK programma’s, zoals Wereldboeren, ontwikkeld worden. In vergelijking met andere Europese landen blijkt dat de Nederlandse jonge boeren en tuinders met dit sort programma’s goud in handen hebben. NAJK zet in om ook in 2016 weer volop activiteiten te organiseren in het kader van Wereldboeren, zoals discussiebijeenkomsten, trainingen en studiereizen.

Lees binnenkort het onderzoek en de resultaten op: ec.europa.eu/agriculture/external-studies/index_en.htm

Nieuw bestuur CEJA verkozen

Op 8 september kwam de General Assembly (Algemene Ledenvergadering) van CEJA bijeen op de World Expo in Milaan om een nieuw bestuur te verkiezen. Vrijwel alle 32 lid-organisaties waren present. Alan Jagoe uit Ierland, tot 8 september vicevoorzitter van CEJA, werd verkozen tot de nieuwe voorzitter. Hij zal worden ondersteund door de nieuwe vicevoorzitters Alice Cerutti (Italië), Juha Tenho (Finland), Radek Nienartowicz (Polen) and Jannes Maes (België).

Alan Jagoe (30 jaar) heeft een bedrijf in Carrigaline in Ierland met melkvee, vleesvee en akkerbouw. Voordat hij vicevoorzitter werd bij CEJA was hij voorzitter van Macra na Feirme, de Ierse organisatie voor jonge boeren. Hij werd verkozen met een overgrote meerderheid, 106 van de in totaal 124 uitgebrachte stemmen. “Ik ben ontzettend trots om gekozen te zijn tot voorzitter van de hardwerkende jonge boeren die zich verenigd hebben in CEJA. Ik ga met volle overgave aan de slag om het goede werk dat verzet is door CEJA in de afgelopen jaren voort te zetten. We zullen ons focussen op de nieuwe hervorming van het GLB, waarvoor de eerste stappen alweer gezet zijn, en op andere ontwikkelingen die van belang zijn voor de Europese jonge boeren.”

Blog adviesreis Indonesie – 2015

Assessment van cacao-coöperatie Amanah, West Sulawesi, Indonesie

Een tijdje geleden werd ik gebeld door Agriterra met de vraag of ik medio februari een week beschikbaar zou zijn voor een bezoek aan een koffie-coöperatie op Bali. We hebben een akkerbouwbedrijf thuis en qua werkplanning paste dat wel. Begin februari veranderde het plan: koffie werd cacao en Bali werd Sulawesi. Een beetje langer reizen, maar geen probleem.

Afgelopen week was het zover: samen met Agnes, voor Agriterra werkend en wonend in Indonesië, heb ik een bezoek gebracht aan Amanah, een koffiecoöperatie in Polewali Mandar (ofwel Polman).

In een week tijd hebben we de coöperatie doorgelicht, waarbij we ons met name op de organisatie van de coöperatie hebben gericht en in mindere mate op productie. Gelukkig hebben we wel de kans gehad een aantal boeren te spreken in het veld, maar daarvoor moesten we wel eerst 2 uur over een hobbelige weg rijden. Met de boeren hebben we gesproken over hun relatie met de coöperatie, of ze inspraak hebben, hoe de prijzen zijn en handel verloopt etc. etc. Tussendoor kwam de een na de andere brommer met een zak of kist durians langs gereden: dit is een stekelige vrucht die gigantisch stinkt, maar (best) prima smaakt.

Coöperatie Amanah heeft 1400 leden in de regio met een gemiddelde bedrijfsgrootte van 1,2 hectare. Cacao wordt het hele jaar door geoogst, maar de piek ligt tussen maart en september. Na het drogen bij de boer (2 dagen) worden de cacaobonen per dorp verzameld binnen zogenaamde ‘farmer groups’ en in grote zakken per gehuurde pick-up naar de stad gebracht. In het depot van Amanah worden de bonen ontvangen, de kwaliteit beoordeeld, en als er een volle vracht is wordt het aan Mars (inderdaad, van de chocoladerepen) geleverd. Dit noemen ze hier ‘collective marketing’. Er komt steeds meer vraag naar duurzaam gecertificeerde cacao. Zelfs zoveel dat bedrijven als Mars alle cacao hard nodig hebben, dus ook van de kleinere boeren en tegen een meerprijs. Dit biedt dus perspectief!

De coöperatie zelf is pas in 2006 opgericht en dus relatief jong. Afgelopen jaar waren er de nodige veranderingen binnen de coöperatie en we hebben deze week kunnen zien dat nog niet alles op en top in orde is. Daarom zou de ondersteuning van Agriterra juist nu goed van pas kunnen komen, bijv. op het gebied van financieel management.

Morgenochtend zullen we onze bevindingen met het bestuur en management van de coöperatie bespreken. En wellicht zal Amanah komend jaar dan meer bezoek van Agriterra-experts ontvangen.

Ik kijk in ieder geval terug op een bijzondere week! Over 6 uur rijden en 3 vluchten verder sta ik weer klaar om thuis aardappelen te laden. Met een kleine jetlag misschien…

Pieter Korst

NAJK bij CEJA in gesprek met Eurocommissaris Hogan

Vorige week woensdag, donderdag en vrijdag was NAJK aanwezig bij CEJA, de Europese koepelorganisatie voor jonge boeren en tuinders. CEJA organiseerde in Luxemburg een ledenbijeenkomst (working group) en een seminar. Namens NAJK waren Iris Bouwers, dagelijks bestuurder met de portefeuille internationaal, en Jan Enthoven, dagelijks bestuurder met de portefeuille tuinbouw, aanwezig.

De driedaagse bijeenkomst van CEJA startte met een bezoek aan veehouderij, gelegen midden in een Luxemburgs stadje. Bij dit bedrijf konden de CEJA-leden zien hoe de ondernemers invulling gaven aan hun relatie met de consument, mede vanwege de bijzondere ligging van het bedrijf. Op het bedrijf was bijvoorbeeld ook een klaslokaal aanwezig waardoor bezoekers meer informatie konden krijgen over het boerenbedrijf. De CEJA-deelnemers, afgevaardigden van jonge boerenorganisaties uit heel Europa, hebben op deze locatie gediscussieerd over een manifest dat door CEJA was opgesteld over de toekomst van jonge boeren in Europa. NAJK had een uitgebreide inbreng op dit manifest voorbereid. Deze inbreng is positief ontvangen door alle aanwezigen. Aan het eind van deze dag werd er samen met een afvaardiging van het Europees Parlement gegeten.

Op de tweede dag vond een seminar en paneldiscussie plaats met onder andere de Luxemburgse minister van Landbouw, bestuurders van CEJA en afgevaardigden van de jonge boerenorganisaties. Een inspirerend onderdeel van deze dag waren de presentaties van verschillende agrarische jongerenorganisaties over hun communicatie-initiatieven. Na afloop van de seminar schoof de Luxemburgse minister van Landbouw aan bij het diner.

Op vrijdag bracht een kleinere delegatie, waaronder ook NAJK, een bezoek aan de opening van een Luxemburgse landbouwbeurs. Deze beurs werd geopend door Phil Hogan, de Eurocommissaris van Landbouw van de Europese Commissie. NAJK heeft in gesprek met Hogan benadrukt dat de top-up voor jonge boeren in het huidige GLB voor de Nederlandse situatie niet goed werkbaar was. De Duitse organisatie voor jonge boeren heeft dat pleidooi van NAJK ondersteund. Hogan heeft NAJK verzocht hem gedetailleerd over dit probleem te informeren. NAJK zal op korte termijn aan dit verzoek voldoen.