NAJK wil aan de slag na mestbrief Minister Wiersma

Vandaag is er een kamerbrief uitgekomen waarin minister Wiersma maatregelen aankondigt om het probleem van de mestmarkt in Nederland op te lossen. Het probleem dat is ontstaan naar aanleiding van de derogatiebeschikking en het bijbehorende addendum. NAJK voorziet een grote impact van de voorgestelde maatregelen in de mestbrief, maar ziet aanknopingspunten om een generieke korting te voorkomen en een koude sanering zoveel mogelijk te beperken.

 

Disbalans in de mestmarkt is desastreus voor jonge veehouders

Balans in de mestmarkt ontstaat als mestproductie, mestverwerking en mestplaatsingsruimte in evenwicht zijn. Door het wegvallen van de derogatie, het aanwijzen van de NV-gebieden en de bufferstroken is de plaatsingsruimte drastisch afgenomen. Hierdoor is er een acute crisis ontstaan op de mestmarkt met als gevolg dat jonge veehouders hoge kosten voor mestafzet voor hun kiezen krijgen. Door deze opstapeling van tegenslagen komen overnames van melkveebedrijven en bedrijfsvoeringen van jonge melkveehouders in gevaar. Gezien de vergrijzing van onze sector kan dat niet de bedoeling zijn”, aldus portefeuillehouder melkveehouderij, Ruben Klein Teeselink.

 

Grote ambities, maar is het genoeg?

Het doel van de aanpak is het bieden van verlichting op de mestmarkt door mestplaatsingsruimte en de mestproductie meer met elkaar in balans te brengen, om ervoor te zorgen dat de mestafzetkosten gaan dalen en de mestafvoer voor bedrijven makkelijker wordt. Daarnaast worden de exportmogelijkheden verder bekeken. In lijn met het Hoofdlijnenakkoord is de aanpak gericht op het verlichten van de mestmarkt door het vergroten van de plaatsingsruimte voor dierlijke mest. De inzet is namelijk een structurele oplossing vanaf 2025. De aanpak is een vervolg op de aanpak van het vorige kabinet, het zal zorgen voor verlichting, maar zeker niet voor een volledige oplossing op de korte termijn. Veehouders zitten hierdoor in 2025 alsnog zwaar onder druk wat leidt tot een verder dramatisch verloop van de huidige keiharde koude sanering.

 

Mestcrisisplan sectorpartijen

Eind april is het mestcrisisplan naar buiten gebracht door NAJK samen met LTO, Natuurweide en de NZO (de zuivelverwerkers).  “Het is goed om te zien dat alle benoemde maatregelen uit het mestcrisisplan zijn meegenomen in de mestbrief. We gaan hierover graag verder in gesprek met minister Wiersma”, zegt Klein Teeselink. “Dat de benoemde maatregelen een grote impact hebben staat vast. Om een generieke korting te voorkomen en een koude sanering zoveel mogelijk te beperken moeten er keuzes worden gemaakt en acties worden ondernomen.” 

 

Maatregelen korte termijn

De minister kondigt in de kamerbrief aan dat er meerdere maatregelen worden doorgevoerd voor de korte termijn. Dit zijn onder andere derogatie vrije zones verkleinen van 250 naar 100 meter. Het bevorderen van exportmogelijkheden voor dierlijke meststoffen. Het stimuleren van mestverwerking door middel van subsidieregelingen en ook het aanpassen van mestverwerkingspercentages. Een opmerkelijke maatregel uit de mestbrief is de correctiefactor voor gasvormige verliezen uit dierlijke mest. Hierdoor zullen stikstofexcretieforfaits een hogere correctiefactor krijgen per 1 januari 2025, de stikstofcorrectiefactor zal gewijzigd van 8,5% naar 10,1%. Ten slotte zal de graslandsubsidie worden verhoogd waarmee boeren directe compensatie krijgen voor de hoge mestafzetkosten wanneer zij zich houden aan voorheen geldende derogatieregels. Dit hangt wel af van een wijziging van de Minimis regeling waarbij het maximum van €20.000 naar €37.000 wordt verplaatst.

 

Structurele maatregelen nationaal

Verlaging mestproductie

Om de mestproductie te verlagen stelt de minister twee concrete maatregelen voor: Een nieuwe brede beëindigingsregeling in aanvulling op huidige regelingen en afroming op fosfaat- & dierrechten.. NAJK pleit voor een vervroegde brede beëindigingsregeling om meer ruimte te maken voor jonge boeren. ‘’Een stopper kan ruimte maken voor een blijver. Dit kan jonge boeren in alle sectoren enorm helpen, aldus portefeuillehouder pluimvee, varkens en kalverhouderij Wendy Kicken’’. De afroming op fosfaat- & dierrechten gaat zeker impact hebben op de veehouderij sectoren. Voor de melkveehouderij zal er een afroming gaan gelden van 30% bij overdacht van fosfaatrechten. Dit gaat impact hebben op de handel, en zorgt er met name voor dat jonge boeren minder mogelijkheden hebben tot bedrijfsontwikkeling door middel van uitbreiding. Voor de pluimvee- en varkenshouderij worden twee verschillende percentages gehanteerd. De varkenshouderij krijgt te maken met een afroming van 25 % op de dierrechten. De pluimveehouderij krijgt te maken met een afroming van 15 %. Op deze manier komt de handel van de dierrechten onder druk te staan. Zeker bij de varkens en pluimveehouderij worden veel rechten verhandeld en is deze afroming absoluut niet wenselijk. Jonge boeren worden hard getroffen, omdat zij financieel minder draagkracht hebben. NAJK is dan ook sceptisch over het niet naar rato verdelen van de mestproductie plafonds. De mestproblematiek dienen we samen op te lossen, waarbij het naar rato verdelen van de opgave een belangrijk onderdeel is. ‘’We pleiten dan ook om jaarlijks te herijken of afroming bij de verschillende sectoren omlaag kan’’, geeft portefeuillehouder pluimvee, varkens en kalverhouderij Wendy Kicken aan.

Voerspoor

Het voerspoor zal ook deel uitmaken van de maatregelen om de stikstofexcretie te verlagen op landelijk niveau. Dit door middel van verlaging van stikstof in rundveedrijfmest door een lager aandeel ruw eiwit in het rantsoen te hebben op landelijk niveau.

Graslandnorm

Vanuit het addendum van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn is de afspraak gemaakt om als melkveehouderij in 2032 grondgebonden te zijn. De minister neemt hierin een eerste stap door in beeld te brengen wat de effecten kunnen zijn van het invoeren van een grondgebondenheid. Dit zal getoetst worden aan de hand van economische gevolgen, ruimtelijke dimensie en emissies.

 

Structurele maatregelen Europees

NAJK roept de minister op om op alle ambtelijke en bestuurlijke niveaus in Brussel te blijven zoeken naar structurele oplossingen vanuit Brussel voor de Nederlandse problemen. Hierin moet gekeken worden naar de toelating van RENURE, mogelijkheden binnen de huidige en toekomstige nitraatrichtlijn en de mogelijkheden binnen de de-minimisverordening. De Nederlandse situatie is uniek en kwetsbaar, daar moet dan ook op die manier naar gehandeld worden! NAJK is hierin bereid om een bijdrage in te leveren samen met de Minister.

 

NAJK roept op om samen aan de slag te gaan.

NAJK staat klaar om samen met andere sector partijen en de minister aan de slag te gaan om het mestprobleem aan te pakken.’’ We moeten nu doorpakken om een koude sanering en generieke korting te voorkomen’’, geeft Klein Teeselink aan.

Uitstel voor inzaaien vanggewassen en uitrijden mest: Flexibiliteit in landbouwbeleid zeer welkom!

Vorige week maakte de minister van LVVN bekend dat zij uitstel verleent voor de 1 oktober maatregel met oplopende stikstofkorting. Het verplicht inzaaien van een vanggewas wordt met 3 weken verlaat tot uiterlijk 21 oktober. Eerder maakte de minister al bekend twee weken extra de tijd te geven voor het uitrijden van dierlijke mest op grasland, tot 14 september. Dit uitstel is tot stand gekomen na overleggen tussen verschillende belanghebbenden, waaronder het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en het ministerie van LVVN en I&W.

Ruben Klein Teeselink, portefeuillehouder melkveehouderij bij NAJK, reageert positief op deze toezeggingen: “Na goede inhoudelijke discussies binnen de expertgroep zijn we blij met deze beslissing. ” Hij benadrukt dat dit een belangrijke stap is voor boeren die dit jaar met zeer uitdagende weersomstandigheden te maken hebben gehad.

“Dit jaar is een typisch voorbeeld dat kalenderlandbouw niet werkbaar is in de praktijk. Uiteindelijk willen we toe naar doelsturing en een realistisch beleid wat niet gebonden is aan data. We zijn blij met deze eerste stap van versoepeling van de data.” vult Hilde Coolman portefeuillehouder akkerbouw aan.

Kabinet zet streep door NPLG: Hoe dan wel?

Vanmorgen werd er gelekt dat het kabinet een streep zet door het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit programma moest ervoor zorgen dat doelen omtrent klimaat, water en stikstof werden gehaald in samenspraak met vitale boerenbedrijven. Het kabinet lijkt het NPLG af te schaffen, maar lijkt de doelen wel te laten staan. “Je kunt het NPLG afschaffen, maar als de duurzaamheidsdoelen voor boeren blijven staan: hoe dan wel?”, stelt Merel Straathof, portefeuillehouder Leefomgeving.

 

NAJK heel kritisch op NPLG

NAJK vond het NPLG verre van perfect. In dit programma was er geen enkele doelstelling voor het behouden van vitale (jonge) agrarische bedrijven en de borging van hun verdienvermogen. “De focus in een gebiedsgerichte aanpak moet volgens NAJK juist hierop liggen. Daarnaast kun je in een gebiedsgerichte aanpak werken aan waterkwaliteit en de staat van de natuur”, aldus Straathof. NAJK is van mening dat de reductie van stikstof- en broeikasgasemissies vooral met landelijk dekenbeleid geregeld moet worden. Dit heeft NAJK ook laten weten in haar zienswijze. Na het wegvallen van het transitiefonds lijkt het afschaffen van het NPLG een logisch gevolg. “NAJK is altijd kritisch geweest op het programma en snapt de bezwaren van het kabinet, maar de afschaffing hiervan vraagt wel om verantwoordelijkheid vanuit het kabinet om met een beter alternatief te komen als je de duurzaamheidsdoelen laat staan.”, stelt Straathof.

 

Alternatief is nodig

Het NPLG is door het vorige kabinet ingevoerd en uitgerold. Het programma stelde de kaders en uitvoeringsstrategie voor de doelen rondom water, klimaat en stikstof. Samen met het transitiefonds en de gebiedsgerichte aanpak moest het programma ervoor zorgen dat er onder andere ruimte zou ontstaan om pasmelders en interimmers te legaliseren en ruimte om agrarische bedrijven te kunnen blijven ontwikkelen. Ook is het NPLG en de 25 miljard gebruikt door het vorige kabinet als onderbouwing van bijvoorbeeld het verkrijgen derogatie.

 

NAJK is van mening dat na afschaffing van dit programma het kabinet met een alternatief moet komen in het regeerakkoord. “Er zijn genoeg jonge boeren en tuinders die zonder geldige natuurbeschermingswetvergunning op dit moment in grote onzekerheid zitten. Als dit niet de manier is om dit probleem op te lossen, wat dan wel?”, vraagt Straathof zich af.

 

NAJK wil meedenken

NAJK gaat graag het met kabinet het gesprek aan om te werken aan een alternatief, zodat jonge boeren en tuinders weer over een goede vergunning kunnen beschikken en hun bedrijf op een duurzame manier door kunnen ontwikkelen, omdat ze weten waar ze aan moeten werken.

 

 

Duurzaamheid als beweging, NAJK positief over uitkomsten Strategisch Dialoog 

Vanochtend heeft de voorzitter van de Europese Commissie, Von der Leyen, haar persconferentie gegeven over de uitkomsten van het Strategic Dialogue on the Future of Agriculture welke de afgelopen maanden door 29 organisaties is uitonderhandeld. Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) is positief en blij met de uitkomsten van het dialoog.

 

“Deze breed gedragen voedselvisie biedt een stevige basis voor toekomstig landbouw- en milieubeleid in Europa met perspectief voor jonge boeren en tuinders. Het helpt ons om weer vanuit een visie naar de wereld te kunnen kijken zodat we de huidige problemen in Nederland op kunnen lossen”, vertelt Gerben Boom, portefeuillehouder Internationaal en vice-voorzitter van NAJK.

Belangrijke stap voorwaarts

NAJK ziet de uitkomsten van dit akkoord als een belangrijke stap voorwaarts na een lange periode van onzekerheid en onrust in de sector. Dit komt met name door de keuzes die er in het rapport gemaakt zijn. Door de brede vertegenwoordiging van organisaties wordt duidelijk uitgesproken wat het strategische en geopolitieke belang is van de Europese land- en tuinbouw en dat daar in toekomstig beleid rekening mee gehouden dient te worden.

Tegelijkertijd zegt het rapport dat we doorgaan met het verder verduurzamen van onze sector. Maar dan wel op een realistische manier met behoud van verdienvermogen “‘Niemand is gehouden tot het onmogelijke, maar we moeten ons best doen om het onmogelijke mogelijk te maken’ is dan ook een kernprincipe uit de gezamenlijke visie”, zegt Boom.

In het rapport worden uniforme duurzaamheidsstandaarden voorgesteld om een gelijker speelveld te creëren voor boeren, waardoor bijvoorbeeld de Nederlandse aardappel eerlijk vergeleken kan worden met die uit Duitsland of zelfs met landen buiten Europa. Deze integrale standaard op duurzaamheid zorgt er tevens voor dat de wildgroei aan duurzaamheidsclaims en certificeringen gereguleerd wordt. Hierdoor wordt het voor boeren en tuinders makkelijker om te voldoen aan de vragen vanuit de markt en om tegenstrijdigheden in duurzaamheidsbeleid inzichtelijk te maken zodat politieke keuzes gemaakt kunnen worden. Verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn leiden immers niet altijd automatisch tot een lagere CO2-voetafdruk.

Erkenning van jonge boeren

Daarnaast is NAJK blij met de erkenning van de rol van jonge boeren en met de concrete aanbevelingen om hun positie te versterken. “Een fonds van 3 miljard euro, beschikbaar gesteld door de Europese Investeringsbank laat zien dat jonge boeren in Europa een plek verdienen”, zegt Boom. NAJK roept de Europese beleidsmakers op om de aanbevelingen uit het rapport te omarmen en op te nemen in hun beleidsplannen. “Als er ooit een moment is om stakeholders actief te betrekken bij de plannen voor landbouw en voedsel, dan is het nu. Schouders eronder en aan de slag!”

Tijdens de onderhandelingen vertegenwoordigde Peter Meedendorp als voorzitter van de Europese koepelorganisatie van de jonge boeren (CEJA), en tevens lid van NAJK, de belangen van de Europese jonge boeren en tuinders. We zijn trots op het feit dat Peter er de afgelopen maanden mede voor heeft gezorgd dat dit akkoord tot een succes is gekomen.

Zuidelijke maïs heeft nog even te gaan

Met drogestofpercentages tussen de 13 en 25% is de mais van MaïsChallenge-deelnemers in Zuid-Nederland voorlopig nog niet rijp. Dat bleek tijdens de eerste van drie regionale masterclasses die NAJK, Limagrain en FrieslandCampina deze week organiseren. Deelnemende melkveehouders werden voorbereid op de oogst en conservering van kuilvoer. Meer en betere maïs in het rantsoen verlaagt methaan-uitstoot en helpt de CO2-voetafdruk van melkveebedrijven te verkleinen.

Zonuren nodig

In de MaïsChallenge 2024 zijn 50 jonge melkveehouders en 3 agrarische scholenteams met elkaar de uitdaging aangegaan om hun ruwvoerrendement te verhogen en CO2-voetafdruk te verkleinen. De Challenge-deelnemers uit het zuiden blikten gisteren, op het Foqus-melkveebedrijf Wouters-Kokx VOF in Molenschot, terug op het verloop van het groeiseizoen. Door de natheid is er in deze contreien tot ver in juni gezaaid. Waar elders het maïsgewas de 2m hoogte aantipte, waren hier in juli percelen nog maar net in beginontwikkeling. Zonuren zijn nodig om het nog resterend aantal groeidagen maximaal te benutten voor drogestofaanleg. Volgens de specialisten van Limagrain is de kolf bij menigeen nog maar halverwege de afrijping. Reden temeer om dit jaar extra alert te zijn op het juiste hakselmoment, want daarmee valt en staat de voederwaardekwaliteit. Voor wie de maïs niet rijp gaat oogsten, is het advies hoger te hakselen en te zorgen dat de droge maïs altijd onderin de kuil ligt met het eventuele minder droge product daarbovenop.

 

Extra melkgeld

FrieslandCampina onderstreepte in haar workshop ‘Versnellen op klimaat’ het kwaliteits- en duurzaamheidsprogramma Foqus planet waarmee melkveehouders onder andere een financiële toeslag ontvangen voor het verlagen van hun carbon foot print via dier, voer, mest, energie en/of koolstofvastlegging. Een bedrijf met bijvoorbeeld 1 miljoen kg melk dat het maïsdeel van goede kwaliteit in het ruwvoerrantsoen vergroot naar 40% kan 35 gram CO2 reduceren en daarmee 1.750 euro aan extra melkgeld in een jaar genereren. De winst zit hem vooral in het beteugelen van de uitstoot van de pensfermentatie door koeien beter verteerbare maïs voor te zetten en in krachtvoerbesparing.

NAJK over publicatie voorontwerp Nota Ruimte: landbouw lijkt sluitpost en (economisch) perspectief ontbreekt

Op het laatste moment heeft het demissionaire kabinet vandaag het concept van de Nota Ruimte gepubliceerd. Dit document benoemt keuzes en biedt richting voor beslissingen over grote ruimtelijke uitdagingen, variërend van landbouw en natuur tot woningbouw, economie en energiezekerheid. In deze Nota Ruimte lijken water- en natuuroplossingen zwaarder te wegen in de ruimtelijke belangenafweging dan landbouw. NAJK mist hierbij het perspectief voor jonge boeren en tuinders, terwijl dit juist essentieel is binnen onze vergrijzende sector.

Het voorontwerp van de Nota Ruimte legt de basis voor de beantwoording van de volgende vraag: welke activiteiten worden op welke locaties gerealiseerd? Dit kan alleen bepaald worden door duidelijke belangenafwegingen te maken. NAJK is niet tegen een Nota Ruimte, omdat het duidelijkheid moet bieden over de bestemming van verschillende gebieden in Nederland, en die duidelijkheid is hard nodig.

Voorontwerp Nota Ruimte duidelijk over ruimteclaim landbouw
In het voorontwerp komen drie onderwerpen aan bod; klimaatneutrale en circulaire samenleving, sterke steden, dorpen en regio’s, én landbouw en natuur. Voor landbouw en natuur is er gezocht naar een nieuwe balans in het landelijk gebied. “Er staat vooral in wat de beperkende factoren zijn voor ondernemers in onze sector, maar niet of en wat de ondernemingsruimte is voor hen die doorgaan. Zo lijkt het net alsof wij enkel moeten leveren, maar nul economische ontwikkelruimte terugkrijgen.”, aldus Merel Straathof, portefeuillehouder leefomgeving bij NAJK.

Het per definitie voorrang geven aan het herstellen van het water- en bodemsysteem op landelijke schaal, in combinatie met de doelstellingen voor water, klimaat en natuur, heeft volgens NAJK vergaande gevolgen voor de positie van landbouw in de ruimtelijke ordening en de ontwikkelmogelijkheden van jonge boeren en tuinders. “Het kan niet zo zijn dat dat deze opgaven altijd voorrang op landbouw hebben, zonder enige ruimte of visie op het creëren van rendabele bedrijfsvoeringen van (jonge) boeren en tuinders. Dit werkt absoluut niet stimulerend voor jonge ondernemers die juist op zoek zijn naar welke ruimte zij krijgen om hun bedrijven door te ontwikkelen.”, aldus Straathof.

Nota Ruimte en nieuw kabinet
NAJK is voorstander van een Nota Ruimte, omdat dit duidelijkheid geeft over wat een ondernemer wel of niet kan in zijn omgeving met zijn bedrijf. Focussen op wat waar wel kan. Deze duidelijkheid hebben jonge boeren en tuinders volgens NAJK nodig, want op die manier weten zij waar ze aan toe zijn en kunnen ze onderbouwde keuzes maken richting de toekomst. NAJK wil graag meedenken met het nieuwe kabinet over hoe dit ingevuld kan worden. “Het nieuwe kabinet zet toekomstperspectief voor jonge boeren hoog op de agenda in het hoofdlijnenakkoord. Daarnaast spreekt zij niet over natuur-inclusieve landbouw, maar over landbouw-inclusieve natuur. “Ik ben benieuwd welke accenten het nieuwe kabinet in deze Nota Ruimte gaat leggen,” stelt Straathof.  Mocht het nieuwe kabinet verder gaan met het ontwikkelen van de Nota Ruimte, dan gaat NAJK graag in gesprek met de nieuwe minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Mona Keijzer (BBB).

NAJK over invoering Europese Natuurherstelwet: lot jonge boer en tuinder ligt nu in handen van nieuwe regering!

Maandag 17 juni stemden de 27 milieu ministers uit de EU-lidstaten in meerderheid voor de invoering van de Natuurherstelwet. Nu de wet aangenomen is zullen de lidstaten en daarmee dus ook Nederland, aan de slag moeten met de nationale invulling ervan. NAJK is niet tegen een goede staat van de natuur, maar voorziet grote (juridische) problemen in de uitvoering van deze wet. NAJK wil daarom zo snel mogelijk met de verschillende overheden en instanties in gesprek om de toekomst van de jonge boeren en tuinders te waarborgen.

De afgelopen twee jaar heeft er een fel debat plaats gevonden over de Natuurherstelwet. Voorstanders zagen deze wet als belangrijk instrument om de Europese natuur te beschermen en tegenstanders zagen de wet als een gevaar voor de ontwikkelmogelijkheden van Europa. Afgelopen maandag stemde Nederland definitief tegen het voorstel van de Europese Natuurherstelwet. Echter bleek er uiteindelijk een meerderheid onder de 27 lidstaten voorstander van deze wet en werd deze toch aangenomen. Daarmee is de Natuurherstelwet een feit geworden.

Toekomstperspectief onder druk

NAJK heeft in de afgelopen jaren altijd het belang van toekomstperspectief voor de jonge boeren en tuinders benadrukt. Deze aangenomen wet zet dit toekomstperspectief onder druk. Dit komt door de grote onzekerheden die deze wet met zich mee brengt op het gebied van vergunningverlening en de rol van agrarisch natuurbeheer. De aangenomen wet is een Europese verordening, dat betekent dat Nederland nu zelf aan de slag moet met het invullen van de wet middels een nationaal herstelplan. In dit plan moet Nederland omschrijven hoe ze bijvoorbeeld de doelen voor agrarische ecosystemen in 2030, 2040 en 2050 willen gaan invullen.

Een ingewikkeld proces

De invulling van deze wet is een ingewikkeld proces waar veel overheidsinstanties zoals ministeries, provincies, waterschappen en gemeenten bij betrokken zijn die soms verschillende belangen hebben. “De grote vraag die nu gesteld moet worden is hoe we ervoor kunnen zorgen dat er met de invoering van het Nationale Natuurherstelplan een toekomstperspectief blijft bestaan voor jonge boeren en tuinders in Nederland”, aldus dagelijks bestuurder Gerben Boom met de portefeuille internationaal,  “Als we hier niet goed over nadenken dan lopen we het risico om opnieuw in een nationale crisis te belanden.” NAJK wil daarom de komende tijd in gesprek met alle partijen om na te denken over een realistische uitvoering zodat er een toekomst blijft bestaan voor de jonge boeren en tuinders van Nederland!

NAJK feliciteert nieuwe Minister en Staatssecretaris

NAJK feliciteert Femke Wiersma (BBB) met haar nieuwe functie als minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Jean Rummenie (BBB) met zijn nieuwe functie als Staatssecretaris van Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

NAJK staat klaar om samen met hen te werken aan een toekomst voor jonge boeren en tuinders in onze prachtige sector. “Beide bewindspersonen hebben een groot hart voor de sector en dat geeft ons veel vertrouwen,” aldus NAJK-voorzitter Roy Meijer.

NAJK hoopt op korte termijn met de nieuwe bewindspersonen om tafel te gaan.

NAJK dient zienswijze in op voorgestelde wijziging Besluit Gewasbescherming en Biociden

NAJK is tegen het voorstel van wijziging van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Dit wijzigingsvoorstel geeft de minister van LNV de mogelijkheid om alternatieven te verplichten voor chemische gewasbeschermingsmiddelen, niet alleen voor de genoemde actieve stof glyfosaat, maar in potentie voor alle chemische middelen.

NAJK heeft een zienswijze ingediend op dit voorstel, hierin benoemd NAJK de volgende punten:

  1. Met het voorstel kan de minister direct ingrijpen in het toelatingsbeleid en worden het hiervoor verantwoordelijke CTGB en EFSA buitenspel gezet.
  2. De criteria waaraan een alternatief moet voldoen, zoals ‘noodzakelijk, geschikt en evenredig’, kunnen op verschillende manieren worden opgevat. Misverstanden over deze criteria en een verschil tussen hoe het in theorie en in de praktijk uitpakt, zullen leiden tot willekeur.
  3. Het gebruiken van een alternatief voor een chemisch middel kan aan het begin van een groeiseizoen een haalbare optie lijken, maar dit kan in de praktijk uiteindelijk heel anders uitpakken, flexibiliteit en keuze uit verschillende methoden en is daarom noodzakelijk voor de agrarisch ondernemers.
  4. Dit voorstel tot wetswijziging geeft de minister de mogelijkheid om alternatieven te verplichten, niet alleen voor de nu genoemde actieve stof glyfosaat, maar in potentie voor alle chemische middelen. De huidige voorgestelde criteria houden onvoldoende rekening met een allesomvattende aanpak.
  5. NAJK heeft al eerder richting het ministerie benadrukt dat waar mogelijk de sector zich zoveel mogelijk inzet voor het gebruik van alternatieven, maar, waar noodzakelijk, het gebruik van glyfosaat wel mogelijk moet blijven.
  6. NAJK vreest dat met dit voorstel en deze criteria, het gebruik en de doorontwikkeling van nieuwe technieken, zoals spuiten met precisietechnieken, waarvan minder middelgebruik het resultaat is, stil zal komen te liggen.

Lees de volledig zienswijze die NAJK heeft ingediend hier.

Meld je aan voor het webinar ‘Veilig op stage’ van BoerVeilig

Op 19 juni 2024 organiseert BoerVeilig een webinar over het thema ‘Veilig op stage’. Dit webinar is speciaal bedoeld voor docenten én stagebedrijven die studenten veilig(er) op stage willen laten gaan. In het webinar worden tips en tricks gedeeld door een veiligheidsdeskundige, docent en melkveehouder. Wat moet je bijvoorbeeld allemaal regelen en bij wie liggen verantwoordelijkheden? Het webinar geeft antwoord op deze vragen en meer. Ook is er de mogelijkheid om live vragen te stellen.

Om studenten, docenten én stagebedrijven nog beter te ondersteunen, ontwikkelt BoerVeilig een speciale leskist. De inhoud van deze leskist biedt handvaten om nog beter voorbereid op stage te gaan. Dit webinar is daar een onderdeel van. Zo werken we gezamenlijk toe naar een ‘generatie ongelukvrij’.

Meld je nu aan!
Aanmelden voor het webinar kan via deze link.

BoerVeilig is een landelijk initiatief vanuit NAJK, Dutch Dairymen Board (DDB), LTO Nederland, NZO, ZuivelNL en Stigas, met als doel om ongelukken op het boerenerf te voorkomen. Dit doet BoerVeilig door ervaringen te delen, bewustwording te creëren en tools aan te bieden zodat melkveehouders veilig hun werk kunnen doen. Kijk voor meer informatie op www.boerveilig.com.