Jonge boeren niet te spreken over voorstel krimp veestapel

Om het stikstofprobleem op te lossen moet volgens D66 de Nederlandse veestapel met de helft gekrompen worden. NAJK is niet te spreken over het voorstel. Het voorstel biedt geen oplossing voor het stikstofprobleem.

Volgens D66 moeten er in Nederland 50 miljoen minder kippen en 6 miljoen minder varkens gehouden gaan worden. Hiervoor zou de uitstoot van stikstof afnemen en komt er ruimte voor woningbouw. Aanleiding is de uitspraak van de Raad van State over de PAS in mei 2019.

Het voorstel van D66 biedt naar inziens van NAJK echter geen oplossing voor de stikstofproblematiek. “Het is een schijnoplossing. Het stikstofprobleem is gebiedsafhankelijk. Het verminderen van de helft van de Nederlandse veestapel lost geen regionale problemen op.”, aldus Tim van der Mark, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille intensief.

Jonge boeren maken zich grote zorgen over hun toekomst. Van der Mark: “Het is onbegrijpelijk dat D66 alleen naar de landbouw kijkt binnen de stikstof problematiek. Het voorstel maakt  het perspectief voor jonge boeren onzeker en demotiveert jonge boeren.” De commissie Remkes heeft van de overheid als opdracht gekregen om met aanbevelingen te komen rondom deze stikstofproblematiek. NAJK heeft de commissie een brief gestuurd met de oproep om toekomstperspectief voor jonge boeren en tuinders te houden. “De commissie Remkes moet een alles omvattend voorstel maken, waarbij niet alleen gekeken wordt naar landbouw.”, aldus Van der Mark.

D66 wil ook graag dat de overstap naar kringlooplandbouw extra gestimuleerd wordt. Van der Mark: “De oproep tot kringlooplandbouw vinden wij in principe positief. Maar we moeten niet vergeten dat de landbouw reeds gebaseerd is op kringlopen. Zo worden er bijvoorbeeld restproducten gebruikt voor  varkensvoer die anders weggegooid zouden worden.”

NAJK over… klimaat

In 2015 is het Akkoord van Parijs gesloten. 195 wereldleiders ondertekenden toen de afspraak om de opwarming van de aarde in ieder geval onder de twee graden te houden. De Europese Unie heeft dit in 2017 vertaald in reductiedoelstellingen: veertig procent minder broeigassen in 2030 ten opzichte van 1990. De opgave die in de Europese Unie is vastgesteld, is per lidstaat verdeeld en gebaseerd op het bruto binnenlands product (BBP) per inwoner. Het doel is om in 2050 helemaal klimaatneutraal te zijn.

Nederlands klimaatberaad

Voor Nederland betekent de Europese opgave een reductieopgave van 49% minder broeigassen in 2030 ten opzichte van 1990. Om invulling te geven hoe de reductiedoelen gerealiseerd moeten worden, heeft Nederland daarom in 2018 een klimaatberaad opgericht. Dit beraad is opgedeeld naar de vijf sectoren: industrie, mobiliteit, de gebouwde omgeving, elektriciteit en landbouw & landgebruik. Dit zijn de vijf zogenaamde klimaattafels met elk hun eigen reductiedoelstelling in megaton CO2. Elke tafel heeft een eigen, onafhankelijke voorzitter.

Reductieopgave landbouw & landgebruik

Onder elke tafel vallen verschillende adviesgroepen die advies geven aan de tafel om CO2-uitstoot te verminderen. De landbouwtafel heeft de taak om 3,5 megaton minder CO2-uitstoot te produceren: veehouderij 1 megaton (methaan), glastuinbouw 1 megaton en landgebruik 1,5 megaton.

Visie NAJK

NAJK heeft de afgelopen periode bijeenkomsten gehouden met haar leden om zo de standpunten van de jonge boeren en tuinders te bepalen. Hieronder de standpunten van NAJK, waarbij we op drie thema’s (bodem, mest en energie) nader in zijn gegaan:

Algemeen

  • Klimaatmaatregelen mogen niet alleen op ‘het bordje’ van de boer terechtkomen.
  • Klimaatmaatregelen dienen integraal met andere thema’s, zoals dierenwelzijn en biodiversiteit te worden geïmplementeerd.
  • Er moet een duidelijk verdienmodel voor de primaire sector overblijven.
  • Klimaatmaatregelen mogen niet leiden tot een ongelijk speelveld in Europa.
  • De opname van CO2 door (voeder)gewassen zou meer gewaardeerd mogen worden in de klimaataanpak.
  • Bestaande (mest)regelgeving vormt een belemmering voor bedrijven om met klimaatmaatregelen aan de slag te gaan.
  • Jonge boeren willen een bijdrage leveren om klimaatwinst te behalen, maar wensen niet de problemen van andere sectoren/klimaattafels op te lossen.
  • Alle ruimtelijke claims op ook landbouwgronden mogen geen bedreiging zijn voor (jonge) ondernemers.

Bodem

  • Een (jonge) boer mag niet de dupe worden van een milieuhandicap van zijn veengrond.
  • Jonge boeren moeten op veengronden kunnen blijven boeren.
  • Onderwaterdrainage kan een optie zijn voor veengronden. Dit moet meer onderzocht worden.
  • Er bestaat veel verschil tussen veengronden. Goede pilots om maatregelen te testen zijn dan ook van belang om geen kostbare maatregelen toe te passen die weinig effect hebben.
  • Weidevogels moeten in veenweides behouden worden.
  • Er moet gestuurd worden op organischestofbalans.
  • Er hoort bedrijfsspecifieke grondbewerking bij een bedrijfsspecifiek bouwplan.
  • Boeren moeten vrijwillig een deel van hun land kunnen inzetten voor de teelt van biomassa of koolstofvastleggende gewassen en moeten hiervoor een financiële compensatie krijgen.
  • Regelgeving moet zo aangepast worden dat het makkelijker is om als veehouder en akkerbouwer samen te werken.
  • Veel gronden zijn niet geschikt voor de teelt van voor de mens bruikbare plantaardige eiwitten. Hier kunnen dieren een belangrijke rol spelen.

Mest

  • Er moet in het mestbeleid meer ruimte zijn voor het gebruik van organische mest als vervanging van kunstmest.
  • Individuele boeren moeten zelf kunnen kiezen of zij algemene gebruiksnormen of bedrijfs- of perceelspecifieke mestnormen willen hanteren.
  • Economisch belang is leidende bepaling voor collectieve of bedrijfsspecifieke mestverwerking.

Energie

  • Zonnepanelen mogen pas op landbouwgrond worden geplaatst als de daken nagenoeg vol liggen. Plaatsing op onrendabele percelen heeft dan de voorkeur.
  • Boeren moeten het recht hebben om windmolens op eigen land te plaatsen mits het toepasbaar is in de omgeving.
  • Klimaatwinst door energieopwekking op agrarische bedrijven moet ook ten goede komen aan de landbouwtafel.
  • Er wordt geïnvesteerd in het elektriciteitsnet om ook in gebieden met minder zware elektranetten het mogelijk te maken om (zonne-)energie op te wekken op (stal)daken.

Jonge boeren en tuinders op weg naar kringlooplandbouw

Jonge boeren en tuinders over de aandachtspunten voor de invulling van de kringlooplandbouw
Position paper NAJK

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) vindt dat er volop ingezet moet worden op het sluiten van kringlopen, duurzaam bodembeheer en bedrijfsovername. Daarom zijn wij ook verheugd over de landbouwvisie ‘Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden’. De visie zet een stip op de horizon, met als kern de overgang naar kringlooplandbouw. In deze position paper schetst NAJK een aantal belangrijke aandachtspunten voor de overgang naar kringlooplandbouw die voor jonge boeren en tuinders van belang zijn.

Kringlopen lokaal waar mogelijk, zo groot als noodzakelijk
Voor een verdere vormgeving van kringlooplandbouw speelt de schaal waarin de kringlopen gesloten worden een grote rol. Voor NAJK geldt: lokaal waar mogelijk, zo groot als noodzakelijk. Landsgrenzen spelen hierin geen rol. Nederland is een groot landbouwexporteur, maar verreweg het grootste deel van deze export komt terecht in onze buurlanden in Noordwest-Europa. Daarnaast is er een grote diversiteit aan bedrijven en aan mogelijkheden in verschillende regio’s. Het gebruikmaken van de capaciteiten en mogelijkheden van de individuele boer en grond moet voorop staan. Een voorbeeld: een zeer capabele en passievolle varkenshouder moet niet verplicht worden ook akkerbouwer te zijn. Hetzelfde geldt omgekeerd. Ook is het de vraag of hoogwaardige akkerbouwgronden gebruikt moeten worden voor de teelt van veevoer of dat hier beter samenwerking gezocht kan worden met boeren elders in Europa die dit efficiënter en effectiever kunnen. Samenwerking in de keten moet leidend zijn om optimaal gebruik te kunnen maken van ieders capaciteiten en mogelijkheden.

Integraliteit tussen dossiers
Een belangrijke voorwaarde voor de verdere implementatie van kringlooplandbouw is integraliteit met andere dossiers waar op dit moment invulling voor gezocht wordt, zoals klimaat, biodiversiteit en mest. NAJK constateert dat hierin nog grote uitdagingen te overwinnen zijn voor de Nederlandse landbouw. Daarnaast zien we tegenstrijdigheden. Positieve maatregelen voor het milieu zijn niet altijd goed voor biodiversiteit of dierenwelzijn. De verantwoordelijkheid voor het niet kunnen behalen van het maximum op alle terreinen mag niet op het individuele erf van de boer of tuinder gelegd worden. Veel van onze leden zien nu door de vele wet- en regelgeving op verschillende dossiers door de bomen het bos niet meer. Een passende invulling  van de visie op kringlooplandbouw kan hier oplossingen voor bieden, maar alleen wanneer deze integraal aansluit op de andere dossiers.

Verdienmodel behouden
Een belangrijk deel van onze achterban bevindt zich in het proces rondom bedrijfsovername. Dit is de periode waarin veel geïnvesteerd wordt in het toekomstbestendig maken van het bedrijf. De toenemende eisen op het gebied van onder andere gewasbescherming, dierenwelzijn, fosfaat, ammoniak, maar ook de nieuwe onzekerheid over de PAS, zorgen ervoor dat de financieringsgraad op veel bedrijven zijn limiet dreigt te bereiken. Daarbij geldt dat veel van de investeringen een terugverdientijd van meer dan 15 jaar hebben. Geld voor extra investeringen op het gebied van onder andere klimaat, biodiversiteit en kringlooplandbouw is dan ook zeer beperkt aanwezig. Daarnaast is het creëren van een verdienmodel voor deze investeringen vaak een lastige opgave: de afnemer betaalt immers niet direct meer voor het product. NAJK pleit dan ook voor een geleidelijke implementatie van nieuwe doelen, waardoor investeringen op de natuurlijke investeringsmomenten kunnen plaatsvinden. Daarnaast is het niet reëel om investeringen met onrendabele toppen (deel van de investering dat niet uit de markt terugverdiend kan worden) of (flinke) kostprijsstijgingen alleen op het bord te leggen van de (jonge) boer en tuinder. Ten slotte blijft een gelijk speelveld met de omringende landen in Europa van belang om een gezonde en toekomstbestendige landbouwsector te behouden in Nederland.

Koppositie behouden
Nederland heeft een koppositie opgebouwd in de afgelopen decennia. Wereldwijd komen mensen naar Nederland om hier te leren van onze landbouw en gaan Nederlanders naar het buitenland om daar kennis over te dragen over voedselproductie. Als jonge boeren en tuinders realiseren we ons dat met het bereiken van zo’n koppositie het werk niet gedaan is. We zien omgaan met klimaatverandering, het behalen van doelstellingen op het gebied van biodiversiteit en duurzaamheid met minder beschikbare grondstoffen als grote uitdagingen, die we graag aangaan. Volgens ons wordt er vaak naar landbouw gekeken als één van de veroorzakers van diverse problemen, maar weinig naar het feit dat de landbouw ook veel oplossingen kan bieden. Dit vraagt samenwerking, zowel in de land- en tuinbouwsector, als in de voedselketen. Hierbij dient ook de overheid een belangrijke rol te spelen die de weg naar deze oplossingen stimuleert en belemmerende regelgeving wegneemt. We willen als jonge boeren en tuinders ook over 50 jaar ons vak nog kunnen uitoefenen en de samenleving blijven voorzien van kwalitatief hoogwaardig voedsel.

Kringloopland verder sluiten
Het werken met kringlopen is binnen de landbouw al een oud fenomeen. De afgelopen decennia is er hard gewerkt om de kringlopen verder te optimaliseren en verliezen in de kringlopen te minimaliseren. Voor NAJK houdt kringlooplandbouw dan ook in dat er nog verder gekeken wordt hoe de bestaande kringlopen verder te sluiten zijn. Dit kan door enerzijds verliezen uit de kringloop zoveel mogelijk te beperken, door bijvoorbeeld de verliezen die ontstaan door afvoer van nutriënten (door bijvoorbeeld verkoop van product) terug te brengen in de kringloop. Anderzijds dienen de inputs ook op een duurzame wijze geproduceerd te worden. Dit laatste kan vormgegeven worden door bijvoorbeeld een groter deel van het krachtvoer dichter bij huis (Europa) te (laten) telen. Ook het produceren van kunstmeststoffen op basis van duurzame energie is hier een voorbeeld van.

NAJK behartigt de belangen van agrarische jongeren in Den Haag en Brussel, maar biedt ook actief handvatten voor ontwikkeling en beter ondernemerschap. Hiermee draagt NAJK enerzijds bij aan de persoonlijke ontwikkeling van jongeren verbonden met de agrarische sector en anderzijds aan de ontwikkeling van zelfbewuste en kundige jonge ondernemers die met beide benen in de maatschappij staan: de ondernemers van de toekomst.

Bij het rondetafelgesprek van 13 juni 2019 over de realisatie van de LNV-visie ‘waardevol en verbonden’ zitten de jonge boeren en tuinders niet aan tafel. Dit verbaast ons zeer. Juist, omdat kringlooplandbouw gaat over de toekomst van de landbouw, die de jonge boeren en tuinders vorm gaan geven. Samen de schouders eronder zetten, zo kunnen we het beste bereiken. Wij willen dan ook jullie oproepen om, als het over toekomst van de landbouw gaat, met jonge boeren en tuinders, de toekomstige voedselproducenten in gesprek te gaan!

 

 

Stem jonge boeren in Brussel luider

Met ingang van september 2018 nemen vier NAJK leden zitting in adviescommissies van de Europese commissie. Dat heeft de Europese Raad voor Jonge Boeren (CEJA) eind augustus bekendgemaakt. Zo hebben jonge boeren, naast andere stakeholders, een stem in het maken van beleid voor de agrarische sector.

De leden van de adviescommmissies, de zogenoemde Civil Dialogue Groups (CDG), voorzien de Europese Commissie twee keer per jaar van advies in Brussel. De leden zijn stakeholders in de agrarische sector. In de zomer van 2018 werd bekend dat de 64 CEJA-zetels in de adviescommissies opnieuw ingevuld konden worden met jonge boeren uit Europa. Er zijn vele reacties geweest na aanleiding van de oproep in juli vanuit NAJK.

Vier NAJK-ers in adviescommissie EU

Na een selectie uit ruim 200 Europese jonge boeren zijn er vier jonge boeren van NAJK geselecteerd. Auke Spijkerman, biologisch melkveehouder uit Drenthe is gevraagd zitting te nemen in de Civil Dialogue Group (CDG) over biologische landbouw. Joost de Jong uit Noord-Holland, actief in de bloem(bollen)sector, sluit aan bij de CDG over bloemen. Willem Voncken, akkerbouwer in Limburg, neemt zitting in de CDG over suiker en Wilbert Wouters, melkveehouder in Zeeland, zal een zetel innemen in de CDG over melk.

Iris Bouwers, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille internationaal, is enthousiast: “Ik ben ontzettend tevreden met dit resultaat. Nederlandse jonge boeren vanuit alle windstreken zullen de jonge boerenstem laten horen in Brussel. Het is heel goed om te zien dat we in zowel dierlijke als plantaardige sectoren, die relevant zijn voor de Nederlandse landbouw, onze stem kunnen laten horen.” Zelf blijft Bouwers lid van de adviescommissies over internationale handel en vergroening en directe betalingen. Naast de vier NAJK-leden met een vaste zetel, staan ook negen sollicitanten voor de adviescommissies op een reservelijst. Zij worden gevraagd een zetel op te vullen op het moment dat deze vacant komt.

NAJK: waardering voor landbouwvisie minister Schouten

NAJK is positief over de afgelopen zaterdag gepresenteerde landbouwvisie van minister Schouten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De visie zet een stip op de horizon, met als kern de overgang naar kringlooplandbouw. Het sluiten van kringlopen, duurzaam bodembeheer en bedrijfsovername zijn ook volgens NAJK, zaken waar volop op ingezet moet worden. 

Op zaterdag 8 september heeft minister Schouten haar visie ‘Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden’ gepresenteerd. Dit deed ze op Hoeve Biesland in Delfgauw. NAJK-voorzitter Andre Arfman, bestuursleden Marije Klever en Iris Bouwers en diverse leden waren hierbij aanwezig. Arfman: “De minister heeft de waardering uitgesproken die de landbouw verdient. Er staan grote uitdagingen voor de deur, maar de visie heeft goede aanknopingspunten om die uitdagingen aan te gaan. Er hangt nog wel veel af van de precieze invulling van de visie. Wat NAJK betreft moet er een integrale aanpak komen met oog voor een goed verdienmodel voor de boer.”

Jonge boeren

In de visie is ook speciale aandacht voor jonge boeren. Volgens minister Schouten is er bijzondere aandacht nodig voor de mogelijkheid voor jonge mensen om een bedrijf over te nemen. Arfman: “Jonge boeren en tuinders zijn de toekomst. Het overnemen van een agrarisch bedrijf is niet eenvoudig. Het is goed dat hier aandacht voor is. Dit is belangrijk voor de continuïteit van onze mooie land- en tuinbouwsector.”

Bodem

NAJK is verheugd over het feit dat de minister veel nadruk legt op duurzaam bodembeheer. “De bodem is ons belangrijkste bezit. Ook over veertig jaar willen jongeren nog kunnen ondernemen in de agrarische sector. Dit kan alleen als we goed voor de bodem zorgen. Daarom gaat NAJK ook komend jaar aan de slag met dit thema,” aldus Arfman.

Kringlopen sluiten

Schouten zet in haar visie in op meer samenwerking tussen sectoren en voor het sluiten van kringlopen. NAJK pleit hier al geruime tijd voor. Arfman: “Ook in onze eigen voedselvisie uit 2016 hebben we zowel het belang van deze samenwerking als dat van kringlooplandbouw onderstreept. De inzet die boeren hiervoor plegen, zal wel beloond moeten worden door de consument.”

Arfman vervolgt: “De vele gesprekken met stakeholders in de sector hebben vruchten afgeworpen. NAJK is zeker bereid mee te denken en te praten over de invulling van de visie in beleid, want dat gaat bepalend zijn voor de uitvoering.”

NAJK tevreden over hoofdlijnen Klimaatakkoord

Op dinsdag 10 juli 2018 presenteerde de vijf sectortafels van het Klimaatberaad het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord. NAJK heeft de afgelopen periode, via de sectortafel landbouw en landgebruik, input voor het akkoord geleverd en is tevreden over het voorstel. In het voorstel staat onder andere dat het klimaatdoel op het gebied van landbouw bereikt zal worden door innovatie, het sluiten van kringlopen, duurzaam bodembeheer en het opwekken van energie.

In het regeerakkoord van Kabinet-Rutte III heeft het kabinet de doelstelling opgenomen om in 2030 49% CO2-reductie te behalen, ten opzichte van 1990. In de afgelopen vier maanden zijn verschillende organisaties, belangengroepen en initiatieven om tafel gegaan om de hoofdlijnen van het klimaatakkoord te schetsen. Hiervoor zijn vijf sectorentafels opgericht: industrie, mobiliteit, de gebouwde omgeving, elektriciteit en landbouw en landgebruik. Namens NAJK was Andre Arfman (NAJK-voorzitter) vertegenwoordigd aan de tafel landbouw en landgebruik. Naast NAJK zaten andere sector- en brancheorganisaties, het agrarische bedrijfsleven, natuur- en milieuorganisaties en de overheid aan tafel.

Inzet NAJK

“Het is een intensief traject geweest waarin veel overleggen plaatsvonden. Klimaat een complex thema, ook voor de land- en tuinbouw. NAJK is tevreden met het voorstel dat nu gepresenteerd is”, aldus Andre Arfman. NAJK heeft vooral ingezet op het nemen van technische maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen (CO2, methaan en lachgas) te reduceren. Ook heeft NAJK de nadruk gelegd op het belang van toekomstperspectief voor jonge boeren en tuinders.

Arfman: “Hoewel de landbouw wordt gezien als één van de veroorzakers van het klimaatprobleem, heeft onze sector hier ook als eerste last van. Steeds extremere weerbeelden maken de uitdaging om goede opbrengsten van onze grond te halen steeds groter. Aan de andere kant heeft de agrarische sector, als één van de weinige, ook de oplossingen in huis door het opslaan van CO2 in de bodem en het opwekken van energie op onze daken en akkers. Het is daarom belangrijk dat de mening van jonge boeren en tuinders gehoord wordt via NAJK.”

Gezamenlijke inspanning nodig

“De doelstellingen op het gebied van klimaat zijn fors, daar gaan we allemaal wat van merken”, aldus Arfman. “In wetgeving moet ruimte komen voor het toepassen van kunstmestvervangers en andere methoden om de bodemgezondheid te verhogen. In de tuinbouw zal bijvoorbeeld een omslag komen van een energievragende sector naar een energieproducerende sector, doordat men in de toekomst geen gas meer zal gaan gebruiken. Voor agrariërs is het zaak om vordering te maken met het nemen van de technische maatregelen om CO2-uitstoot op het bedrijven te verminderen. Wanneer er onvoldoende resultaat wordt bereikt, zal de discussie rondom dieraantallen gewakkerd worden. Juist met technische maatregelen valt er zeer veel te winnen.”

Manifest

In mei 2018 heeft NAJK samen met jongerenorganisaties de Klimaat en Energie Koepel (KEK) en Slow Food Youth Network (SFYN) de handen in een geslagen. Gezamenlijk is een manifest opgesteld ter input voor het Klimaatakkoord. Deze is aangeboden aan de tafelvoorzitter van de tafel landbouw en landgebruik, Pieter van Geel.  Eén van de onderdelen in het manifest is dat de boer-burger relatie een impuls moet krijgen en men weer moet weten waar zijn voedsel vandaan komt en welke impact zijn voedselkeuze op bijvoorbeeld het klimaat heeft.

Vervolg

Deze zomer rekent het planbureau de voorstellen van alle sectortafels door. De opvolgende periode zal in het teken staan van verdere uitwerking van een pakket van maatregelen en afspraken die invulling geven aan het Klimaatakkoord. NAJK blijft bij dit dossier betrokken en strijden voor de belangen van jonge boeren en tuinders. Ook gaat NAJK de aankomende periode aan de slag met dit thema. NAJK-leden kunnen handvaten krijgen voor juist bodembeheer en NAJK gaat in gesprek over het beperken van de uitstoot van broeikasgassen.

Lees hier meer over het Klimaatakkoord

Evenwichtsbemesting en buurtcontracten belangrijke pijlers bij advies Commissie Grondgebondenheid

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) heeft kennis genomen van het advies van de Commissie Grondgebondenheid dat is uitgebracht aan Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en LTO Rundveehouderij. NAJK is enthousiast over de ambitieuze plannen die de commissie gisteren gepresenteerde. Het plan ziet grondgebondenheid als basis voor een toekomstbestendige melkveehouderij.

“Ik vind de plannen zoals beschreven in het adviesrapport wel stoer. Het advies van de commissie straalt een duidelijke visie uit en je kunt zien dat het grondig is aangepakt”, aldus Bart van der Hoog, portefeuillehouder melkveehouderij bij NAJK. “Het plan bevat wel een aantal cruciale randvoorwaarden die de aandacht nodig hebben.”

Evenwichtsbemesting en buurtcontracten

De commissie stipt terecht het punt aan van evenwichtsbemesting. “Wanneer er wordt ingezet op eiwit van eigen land, dan is een goede zorg voor de bodem cruciaal. We moeten de innovatiekracht van de sector gebruiken en de mestwetgeving moet ruimte bieden om inhoud te kunnen geven aan het begrip evenwichtsbemesting”, aldus Van der Hoog “Als we in de praktijk niet kunnen bemesten wat we oogsten, doen we onszelf en de bodem tekort en zal het percentage van 65% eiwit van eigen land te hoog zijn gegrepen”

Ook het voorstel over buurtcontracten kan op sympathie van NAJK rekenen. Van der Hoog: “NAJK is al meerdere jaren bezig om het ministerie te overtuigen van het belang van voer-mest-relaties in de mestwetgeving. Tot nu toe is de houding van het ministerie op dit thema erg star geweest. We hopen dan ook dat de politiek nogmaals het belang aanstipt van een dergelijke systematiek. Als er geen ruimte komt voor buurtcontracten zal er weinig terechtkomen van alle mooie woorden in het rapport.”

Tempo

LTO en NZO hebben aangegeven het bindende advies te zullen overnemen. NAJK is benieuwd hoe snel en op welke wijze de plannen worden geïmplementeerd. Van der Hoog: “Een deel van de melkveehouders staat ver af van het ideaalbeeld van de commissie en verdient in onze ogen dan ook snel duidelijkheid over het tempo van invoering.”

Lees hier het advies van de Commissie Grondgebondenheid Grondgebonden Melkveehouderij 2018.

Jonge boeren en tuinders durven de voedseluitdaging aan

Vandaag publiceerde de raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) het advies ‘Duurzaam en Gezond: Samen naar een houdbaar voedselsysteem’. Hierin gaven zij drie aanbevelingen over de toekomst van de veehouderij en onze consumptie. Ook NAJK ziet de uitdagingen waar onze sector voor staat, maar ziet andere oplossingen. Voedsel en landbouw zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Namens het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) heeft Stijn Derks, portefeuillehouder intensief, tijdens de overhandiging aan minister Schouten (LNV) en staatssecretaris Blokhuis (VWS) een dag geschetst van de jonge boer in 2040-2050. Hij benadrukte de  diversiteit aan bedrijven in de land- en tuinbouwsector in de toekomst. De voedselketen staat voor grote veranderingen. Dit vraagt stappen van zowel de voedselproducenten als de ketenpartijen.

Farmers Food Future

Aanstaande donderdag is het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over duurzame en gezonde voedselconsumptie. Ter voorbereiding hierop heeft NAJK een position paper geschreven: Farmers Food Future. Hierin geeft NAJK haar visie op de te maken beweging aan het begin van de voedselketen. De hoofdthema’s van NAJK zijn:

  1. De boer van de toekomst maakt steeds meer verbinding tussen voedsel en gezondheidszorg
  2. De boer van de toekomst is biologisch en gangbaar
  3. De boer van de toekomst is kleiner of groter
  4. De boer van de toekomst werkt circulair
  5. De boer van de toekomst produceert waar de consument om vraagt
  6. De boer van de toekomst legt uit

Om de veranderingen in de voedselketen vorm te kunnen geven, moet er in de hele keten worden samengewerkt. Jonge boeren en tuinders willen over 50 jaar nog steeds (gezond) voedsel produceren. NAJK wil met de ketenpartijen de schouders eronder zetten en deze voedseluitdaging aangaan.

Download hier de position paper van NAJK ‘Farmers Food Future’.

Download hier het adviesrapport van Rli ‘Duurzaam en gezond’. 

Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren: melden is helpen!

Het onafhankelijke Vertrouwensloket beoogt preventie en tijdige signalering van verminderde dierzorg en verwaarlozing van dieren die gehouden worden op een landbouwbedrijf.

Hoewel Nederland er qua diergezondheid in vergelijking tot andere landen goed voor staat, heeft de sector in 2002 zelf het Vertrouwensloket opgezet. Het loket is opgezet om veehouders in nood te helpen, waardoor het aantal gevallen van verminderde dierzorg wordt beperkt en om vragen hierover te beantwoorden.

Het vroegtijdig signaleren van verminderde zorg is belangrijk, omdat er dan veel ellende voor mens en dier voorkomen kan worden. Samen met ruim 20 erfbetredende organisaties heeft het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt afspraken gemaakt over onze rol en bijdrage in het signaleren van verminderde dierzorg en dierverwaarlozing op bedrijven. Erfbetreders komen veelvuldig bij veehouders op het erf en kunnen tijdig signalen oppakken en actie ondernemen. Want het voorkomen van dierverwaarlozing begint met een tijdige signalering van verminderde dierzorg.

Meldingen kunnen gedaan worden op www.vertrouwensloketwelzijnlandbouwhuisdieren.nl.

NAJK spreekt in Tweede Kamer over zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn

Op dinsdag 16 januari 2018 vind het gesprek over het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn plaats in de Tweede Kamer. Iedereen kan meekijken via deze link. Dit gesprek wordt gehouden om inzicht te verwerven wat de gevolgen en resultaten zijn van het voorgestelde zesde actieprogramma nitraatrichtlijn. Tijdens dit rondetafelgesprek spreken Tweede Kamerleden met partijen en organisaties die betrokken zijn bij het actieprogramma. NAJK heeft in de ontwerpfase van het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn meerdere malen input geleverd aan het ministerie van LNV. Een gedeelte van deze is terug te vinden in het concept actieprogramma, daar is NAJK erg tevreden over. Namens NAJK is Bart van der Hoog, dagelijks bestuurder en portefeuillehouder melkveehouderij, bij het rondetafelgesprek aanwezig. Hij licht de ervaringen van de jonge melkveehouders en akkerbouwers toe:

Voor ons als jonge boeren staat voorop dat wij graag de slag willen maken van generiekbeleid naar bedrijfsspecifiek. Door meer bedrijfsspecifiek te sturen kunnen we als sector de volgende stap maken naar minder verliezen en schoner water.

Rijenbemesting maïs

Wij maken ons ernstig zorgen over de verplichte rijenbemesting vanaf 2021 op maïsland. De maatregel ‘rekent’ weliswaar erg gunstig volgens de huidige rekenmethodiek, maar wij hebben grote twijfels of de maatregel ook in de praktijk milieueffect heeft. Met name bodemverdichting zal toenemen wanneer er met dergelijk zwaar materiaal op maïsland wordt bemest. Ook maken wij ons zorgen over de extra kosten die deze maatregel met zich meebrengt. In de praktijk zal een teler zelf niet investeren in dergelijke techniek. Alles zal worden uitbesteed wat een hogere kostprijs oplevert en capaciteitsproblemen in het voorjaar. Wij doen daarom enkele aanbevelingen:

  • deze maatregel alleen invoeren in gebieden waar nitraatuitspoeling nog aantoonbaar te hoog is;
  • vrijstelling voor percelen kleiner dan 5 hectare, omdat met zwaar materiaal op kleine percelen te veel bodemverdichting zal gaan plaatsvinden.

Verplichte grasonderzaai of vanggewas voor 1 oktober

NAJK is niet tegen grasonderzaai en het telen van volwaardige groenbemesters. De praktijk laat zien dat het telen van een goede groenbemester aantoonbaar milieuwinst oplevert. We constateren wel dat maïstelers zeer beperkt ervaring hebben met grasonderzaai. Het uitbreiden van de kennis en inzetten op innovatie in het volgende Actieprogramma Nitraatrichtlijn is daarom van het grootste belang. Daarnaast moeten we constateren dat het weer, mede door klimaatverandering, steeds extremere uitschieters laat zien. Het zal ongetwijfeld voorkomen dat de omstandigheden het niet toelaten om op tijd de groenbemester te zaaien. In dergelijke gevallen moet de overheid coulant zijn wanneer een teler, om zijn bodem te sparen, later aan zijn verplichting voldoet.

Bedrijfsspecifieke benadering

NAJK vindt het belangrijk dat er alvorens definitieve maatregelen rondom bedrijfsspecifieke maatregelen komen, via pilots geëxperimenteerd kan worden. Voor de akkerbouw zou dit betekenen dat vakmanschap beloond moet worden. Gelet op de grondsoort en de daadwerkelijke opbrengst zou op perceelsniveau een op maat bemesting mogelijk moeten zijn. Bodemvruchtbaarheid en het op peil houden van het organische stofgehalte mag hierbij door regelgeving niet in de weg gestaan worden. De uitgaande en ingaande mineralenstromen moeten hierbij in beeld zijn. Hiervoor zou een systematiek ontwikkeld moeten worden om dit op een betrouwbare manier te kunnen registreren. Een dergelijk systeem zou voor de gehele grondgebonden landbouw moeten gelden.

BEP-BES pilots

NAJK is blij met de huidige BEP- en BES-pilots. De agrarische sector haalt veel nieuwe kennis uit deze innovatieve pilots. Daarnaast kunnen melkveebedrijven stappen zetten naar evenwichtsbemesting en het vervangen van kunstmest voor dierlijke mest. Deelnemers zijn enthousiast en ook milieutechnisch worden er mooie stappen gezet. Wij vinden het jammer dat er in het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn weinig ambitie uitstraalt naar een bredere toepassing van deze succesvolle pilots.  Graag hadden wij gezien dat met name de BES-pilot fors wordt uitgebreid van drie naar ook 400 deelnemers. Op deze manier kunnen meer melkveehouders ervaring opdoen door te werken met bedrijfsspecifieke normen en dus  kunstmest vervangen voor dierlijke mest.

Verankering sectorplafonds meststoffenwet

In het actieprogramma wordt ook besproken de sectorale fosfaatplafonds onder te brengen in de meststoffenwet. NAJK is tegen deze maatregel omdat het geen enkel milieudoel dient. Daarnaast is het in de toekomst niet meer mogelijk om de plafonds aan te passen wanneer we bijvoorbeeld fosfaatexport mogen verrekenen met het nationale fosfaatplafond. Het aanvaarden van deze maatregel maakt dat Nederland nog afhankelijker wordt van besluitvorming vanuit Brussel. Het is wat ons betreft een historische fout waar we in de toekomst veel last van krijgen wanneer Nederland akkoord gaat met dit voostel.

Gewasderogatie

In het Actieprogramma missen we de prikkel tot het telen van gewassen als gras en tarwe, die weinig nitraatuitspoeling kennen. Wij maken u erop attent dat de sleutel tot minder nitraatuitspoeling ligt bij een passende derogatie. Bedrijven die aan de derogatie meedoen mogen 250 kg stikstof per hectare toedienen. Dit mag zowel op gras als op mais. Gras is een stikstofbehoeftiger gewas dan mais. Het voorstel is om per gewas een derogatie in te voeren. De totale bemestingsruimte blijft gelijk, maar in de praktijk zal gras dan meer bemest mogen worden en maïs minder. Dit idee hebben wij ook aan het ministerie voorgesteld. Wij hebben nog steeds het vertrouwen dat het ministerie zich zal inspannen voor een gewasderogatie.

Tot slot vinden wij het belangrijk dat er draagvlak blijft onder het actieprogramma. Dit betekent dat agrariërs vertrouwen moeten hebben in de te nemen maatregelen. Het betekent ook dat zij niet onnodig hard aan de bak moeten ten opzichte van andere partijen die naar het oppervlaktewater lozen. Alle betrokken partijen moeten gezamenlijk de handschoen oppakken om aan schoner oppervlaktewater te werken.