Beleidsmakers komen van Venus en Boeren van Mars

Het had zomaar de titel van een boek kunnen zijn. Het is als of we, beleidsmakers en boeren, van een andere planeet komen. De ene leeft op de planeet “Politieke en Juridische houdbaarheid’ de andere op de planeet “Zorgen voor gewassen en dieren”. En er zijn de nodige culturele verschillen tussen de twee werelden die weer pijnlijk zichtbaar zijn geworden daar waar ze samenkomen: de voermaatregel. Voor LNV een niet te voorkomen maatregel om hun politieke en juridische afspraken na te komen. Voor de boeren een regelrechte aanslag op hun boer zijn; de zorg voor hun dieren.

Tegelijkertijd is er in onze samenleving ook een andere discussie gaande; het racisme debat, ook dit gaat over mensen van verschillende oorsprong, maar dat is dan ook de enige overeenkomst.  Ik kijk graag naar een debat, hoe mensen totaal verschillend naar zaken kunnen kijken is fascinerend. In een debat over racisme in Nederland werd de opmerking gemaakt: de kern van het debat zit in dat we niet in elkaars schoenen durven te gaan staan. Wellicht is dat toch de tweede overeenkomst. Ik denk dat wij als sector vanuit de belangenbehartiging ons best hebben gedaan de planeet “politieke en juridische houdbaarheid” beter te snappen maar het blijft ongrijpbaar waarom een maatregel als deze de enige lijkt te zijn. En dat wekt wantrouwen. Maar ook andersom zijn er beleidsmakers die een bezoek aan onze planeet willen brengen. Die zich ingezet hebben om zo goed mogelijk hun taak uit te voeren en zien dat het niet ideaal is maar daarnaast het ook lastig vinden om in onze schoenen of beter laarzen of klompen te gaan staan om echt tot de kern van het ongenoegen te komen. Daarom blijft NAJK het verhaal vertellen aan hen die zich in onze planeet willen verdiepen , juist ook aan die beleidsmakers,  en staan we ook open voor de verhalen uit hun wereld. 

We moeten toch verder, want we zitten niet op verschillende planeten maar op dezelfde. Dus als NAJK pakken we de uitgestoken hand van die beleidsmaker stevig beet en vertellen we ons verhaal net zolang tot onze wereld begrepen wordt!


Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (32) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

Geen bedrijfsovername zonder bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

Het ministerie van Financiën werkt aan verbetering en vereenvoudiging van het belastingstelsel. Op zich een goed initiatief, maar helaas gaat één van de plannen dwars tegen de inspanning van het ministerie van LNV in en is het voorstel desastreus voor agrarische bedrijfsovernames.  Het huidige voorstel is versobering van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en zelfs afschaffing van de doorschuifregeling (DSR). Als dit wordt doorgezet betekend dit einde oefening voor een groot deel van de ondernemingen uit de agrarische sector.

De BOR regeling is een vrijstelling bij de vererving of schenking van ondernemingsvermogen tot €1.102.209 (2020), boven deze waarde geldt een vrijstelling van 83%. Bij de DSR wordt er belastinguitstel gecreëerd van 26,25% doordat de belastingclaim overgaat bij overlijden van de aandeelhouder of bij een schenking. In Den Haag wordt gedacht over versobering van de BOR en de afschaffing van de DSR omdat het ongelijkheid tussen heffing over een onderneming en een belegging creëert. Daarnaast zou het MKB de belasting gewoon moeten kunnen betalen omdat ze kredietwaardig zouden zijn.

Wanneer deze twee regelingen worden versobert of zelfs afgeschaft, is dit de genadeklap voor het Nederlands agrarisch ondernemerschap. Het gevolg is namelijk een directe belastingheffing van 41%, er blijft dan een enorm financieel gat over dat de opvolger zelf moet ophoesten om het bedrijf te kunnen overnemen. Dit gaat vaak over miljoenen; dat werk je niet even bij elkaar.

Daarnaast gaat de reden om de DSR en BOR te versoberen of af te schaffen omdat er binnen het MKB genoeg geld wordt verdient, niet op binnen de agrarische sector. De marges zijn daar namelijk flinterdun, er staat bij veel agrarisch ondernemers amper geld op de bank: alles zit in grond, koeien of machines. Hoe wil je de jonge boer dan extra belasting laten betalen wanneer hij of zij het bedrijf wil overnemen, wanneer dit geld er helemaal niet is?! En dit naast de opdracht om het bedrijf te verduurzamen, dat gaat simpelweg niet samen.

De afschaffing of versobering van de BOR en de DSR staat dan ook nog eens haaks op overheidsbeleid om bedrijfsovername binnen de agrarische sector toegankelijker te maken met bijvoorbeeld het bedrijfsovernamefonds. Hierbij staat de overheid juist garant bij de bank wanneer je geld wilt lenen voor een bedrijfsovername.

Het is niet de juiste weg om de DSR en BOR bij de agrarisch sector weg te halen juist nu deze sector voor grote verduurzamingsopgaven staan en waarbij bedrijfsovernames mét de DSR en BOR vaak al een enorm financieel struikelblok zijn.


Sietse Draaijer

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Sietse Draaijer (32) verantwoordelijk voor de portefeuille bedrijfsovername. Sietse combineert deze functie met zijn melkveehouderij in het Friese Witmarsum.

Zonder eten naar bed

Wat zouden wij eigenlijk voor onze producten moeten krijgen, is de handel wel eerlijk bezig en betaald de consument wel genoeg voor voedsel? Vragen die wij ons altijd stellen en die iedere dag bij een boer door het hoofd gaan. Terecht, want wat is de waarde van voedsel? Een vraag die ik aan tien verschillende mensen kan stellen en daaruit ook tien verschillende antwoorden zal krijgen.

Kennen wij eigenlijk nog wel de waarde van voedsel, weten wij als boeren zelf nog de waarde? Dan denk ik altijd terug aan het ontstaan van het GLB (Gemeenschappelijk Landbouw Beleid), een fatsoenlijk inkomen voor de boer om zo ervoor te zorgen dat er altijd voldoende en veilig voedsel voor handen was. En het werd gewaardeerd door de burger, want men had in honger geleefd en niemand wil met honger naar bed.

Dat toont aan hoe belangrijk voedsel was, maar in mijn ogen is de waarde nu veranderd. Wij zijn andere dingen in het leven veel belangrijker gaan vinden, dingen die wij niet voor handen hebben. Een schaarste creëert een behoefte, logisch dan ook dat mensen voor een winkel gaan slapen om zo als eerste binnen te zijn wanneer er weer een nieuwe smartphone uitkomt.

Een beeld dat we al vaker hebben gezien op het nieuws, een beeld dat voor mij telkens weer tekent waar het mis gaat met onze maatschappij en waarom wij als boeren ons steeds weer de vraag moeten stellen, ‘krijgen wij eigenlijk wel genoeg voor onze producten?’’.

Dan zie je op internet filmpjes voorbij komen waar kleine kinderen beginnen te huilen wanneer de ouders de tablet of smartphone uit hun handen nemen, waar kinderen die amper kunnen praten wel al weten hoe ze een spel kunnen spelen op een smartphone. Dan begrijp ik meteen waar het mis gaat. We creëren een generatie die opstandig wordt wanneer ze geen technologie voor handen hebben en waarbij de waarde van voedsel geen rol speelt want dat is er toch altijd genoeg.

Waar vroeger een kind voor straf zonder eten naar bed moest, krijgen kinderen vandaag de dag straf door hen simpelweg de technologie af te nemen. Niet gek dan ook dat wij altijd in discussie zijn over de waarde van voedsel.


Willem Voncken

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Willem Voncken verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Voncken heeft samen met zijn ouders een akkerbouwbedrijf van 190 hectare in het Zuid-Limburgse Trintelen. Met zijn bestuurlijke ervaring, zijn ervaringen bij Nuffield en activiteiten bij de Civil Dialogue Group is Willem een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.

Een (corona)virus voorkomen is beter dan genezen

Een paar maanden geleden zag ik van de Netflix-documentaire ‘Explained’ de aflevering ‘The Next Pandemic’ en had nooit gedacht dat het geschetste risico inmiddels met het coronavirus zo snel de realiteit zou worden. De coronacrisis treft bijna alle sectoren en het is nog gissen wat op de langere termijn de gevolgen zullen zijn. Als landbouwsector hebben we helaas al vaker met de negatieve gevolgen van epidemieën te maken gehad. Denk bijvoorbeeld aan de gekkekoeienziekte, mond-en-klauwzeer en momenteel de Afrikaanse varkenspest en ook weer de vogelpest. Dat zo’n snel verspreidend virus niet alleen mensen en boerderijdieren kan treffen maar ook gewassen, daar staan we niet altijd bij stil.

Ziektes bestrijden wordt steeds moeilijker

Door klimaatverandering kunnen bladluizen, die virussen overbrengen, deze steeds beter verspreiden en is de kans groter geworden dat we met meer nieuwe virussen te maken krijgen. En steeds vaker zijn dit niet zichtbare virussen waardoor bestrijding extra bemoeilijkt wordt of zelfs onmogelijk is. Momenteel kampen in Nederland bijvoorbeeld 21 tuinbouwbedrijven met het zeer besmettelijke Tomato Brown Rugose Fruit Virus dat tomaten aantast en de planten uiteindelijk laat sterven. Ook schimmels en bacteriën kunnen zeer grote gevolgen hebben; het is je vast niet ontgaan dat bananen met uitsterven bedreigd worden. Twee bananenziekten zijn de grote boosdoeners: de Black Sigatoka die veroorzaakt wordt door een bladschimmel en de Panamaziekte die veroorzaakt wordt door de bodemschimmel fusarium, die wij onder andere ook in onze tarwe en maïs kennen. Deze ziektes dwingen bananentelers om steeds meer bestrijdingsmiddelen te gebruiken, echter worden de schimmels daardoor sneller resistent tegen die middelen. De oplossing lijkt gevonden te zijn met een op basis van genetische manipulatie (GMO) ontwikkeld nieuw bananenras dat resistent is tegen deze schimmels.

Actieplan Plantgezondheid

GMO kent voor- en nadelen, maar dat ook voor in Nederland geteelde gewassen onder andere nieuwe veredelingstechnieken broodnodig zijn om weerbaardere planten te krijgen die huidige en toekomstige bedreigingen tegen kunnen gaan, is een ding dat zeker is. De Branche Organisatie Akkerbouw, waar het NAJK ook deel van uitmaakt, heeft daarom een Actieplan Plantgezondheid opgesteld waarmee we telers, ketenpartners, wetenschappers, milieu- en natuurorganisaties en de overheid mee willen krijgen in de transitie naar duurzame en weerbare teeltsystemen. Dit vraagt ook een groener, maar nog wel steeds toereikend middelenpakket, genoeg ruimte voor bodemgezondheid, mogelijkheden voor het versterken van de biodiversiteit en dat milieuprestaties inzichtelijker worden gemaakt voor de markt.

Weerbare teeltsystemen

We hoeven gelukkig niet bang te zijn dat het coronavirus over zal slaan van mens op plant, maar dat de speerpunten van het Actieplan Plantgezondheid ontzettend relevant zijn, is een ding dat vaststaat. Op dit moment zijn het tomaten en bananen, maar zonder weerbare teeltsystemen zijn al onze gewassen het volgende potentiële slachtoffer waarbij de gevolgen enorm kunnen zijn. En als we dus niet oppassen zou het zo maar kunnen dat net als in de bananen ook in brouwgerst en in maïs de fusarium schimmels resistentie opbouwen en dan hebben we tegen de tijd dat het coronavirus verdwenen is, helaas ook geen Corona bier meer.

Als je meer wilt weten over het Actieplan Plantgezondheid en welke resultaten er inmiddels gehaald zijn, kijk dan hier.


Leendert Jan Onnes

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Leendert Jan Onnes verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Onnes heeft samen met zijn vader een akkerbouwbedrijf van 120 hectare in het Groningse Finsterwolde. Met de afgeronde studies internationale bedrijfskunde en Business  Marketing / Marketing Research is Leendert Jan een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.

Denk ook aan morgen!

Op dit moment vinden vele discussies plaats in de politiek en daaromheen over verschillende dossiers. Het lijkt soms wel dat er overal problemen zijn die acuut opgelost moeten worden en dan het liefst zo snel mogelijk. Of het nu om eisen gaat op het gebied van klimaat, stikstof of biodiversiteit, dat lijkt niet uit te maken. Mocht de overheid niet snel of adequaat genoeg reageren dan kennen we wel een actiegroep die de overheid via de rechter dwingt actie te ondernemen. Te vaak zien we hierin dat er ondoordachte keuzes worden gemaakt die geen rekening houden met de situatie ‘morgen’.

Afgelopen zomer heeft het kabinet een klimaatakkoord bereikt over hoe Nederland gaat voldoen aan de klimaatdoelstellingen van het Parijs-akkoord. Organisaties, waaronder NAJK, zijn gevraagd dit akkoord te ondertekenen en hun bijdrage daaraan te leveren. Nu staan we als NAJK daar niet onwelwillend tegenover, immers wij zien ook wel dat klimaatverandering een bedreiging kan vormen voor de Nederlandse landbouw en dat wij als landbouw daar juist ook een oplossing in kunnen bieden, maar desondanks hebben we toch nog niet getekend. De reden hiervoor is dat we in Nederland te maken kregen met het stikstofprobleem. Dit probleem, dat na een rechtelijke uitspraak acuut werd, vraagt wederom nu om een (ingrijpende) oplossing. Een oplossing op stikstof kan ook gevolgen hebben voor hetgeen dat wij als landbouw kunnen leveren in het klimaatdossier en daarmee ook gevolgen hebben in hoeverre wij de afspraken in het klimaatakkoord na kunnen komen. Vandaar dat wij hebben gevraagd om een integrale oplossing voor beide dossiers, waardoor we weten waar we aan toe zijn en welke stappen we morgen wel en niet kunnen nemen.

Nu men volop bezig is met het zoeken naar oplossingen in het stikstofdossier en de inkt nauwelijks is opgedroogd van het Nederlandse klimaatakkoord zien we het volgende uitdagende dossier al onze kant op komen, de Green Deal uit Brussel. De plannen van EU commissaris Timmermans gaan op het gebied van klimaat nog een aantal stappen verder dan het al uitdagende klimaatakkoord van Nederland. Daarnaast bevat deze Green Deal een uitdagende paragraaf over biodiversiteit. Kortom, opnieuw een koerscorrectie richting de toekomst, waarbij integraliteit ver te zoeken is.

Nu pleit ik er niet voor dat we als landbouw niets hoeven te doen, integendeel! De Nederlandse landbouw is juist ver gekomen door constant te innoveren en zich aan te passen aan de uitdagingen die voorbij kwamen. Om ook in de toekomst succesvol te blijven, met behoud van maatschappelijk draagvlak, moeten we blijven meebewegen met de wensen uit de maatschappij. Het zetten van de hakken in het zand, waar ook sommige partijen voor pleiten, draagt hier zeker niet aan bij. Wel moet de overheid voldoende rekening houden met het aanpassingsvermogen van de sector en hen daarvoor voldoende tijd, ruimte en middelen gunnen. Zijn deze randvoorwaarden niet aanwezig dan wordt het een lastig verhaal. Kortom overheid, wees helder in de doelen die je wilt bereiken en kijk ook naar de gevolgen die deze hebben op andere doelen waar je het morgen over wilt hebben. Laat niet constant het spanningsveld tussen de verschillende doelen, die elkaar soms tegenspreken, op ons boerenerf samen komen om vervolgens morgen tegen ons te zeggen dat we de verkeerde keuze hebben gemaakt!

 


Andre Arfman

Als voorzitter van NAJK zet Andre Arfman zich voor de belangen van jonge agrariërs en specifiek op het klimaatdossier. Dit combineert hij met zijn baan bij Alfa Accountants en het werk op het melkveebedrijf in Vorden.

Alleen ben je sneller, samen kom je verder!

Het is al vaak gezegd, de stap tot het Landbouw Collectief is een bijzondere. Nooit eerder werkten alle partijen uit de verschillende agrarische sectoren met elkaar samen. Het stikstofdossier raakt eigenlijk iedere sector binnen de landbouw en het is daarom ook goed dat deze samenwerking nu is ontstaan. Al was dit best even wennen, we snappen nu steeds beter hoe we elkaar kunnen versterken en wat ieders rol is.

Bij andere thema’s waren we vooral gewend om samen te werken per sector. Wat betreft de melkveehouderij werkten we dan samen met andere partijen die zich bezighielden met puur en alleen de melkveehouderij, maar niet met bijvoorbeeld de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) of met de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV). Ik heb de afgelopen maanden dus veel nieuwe mensen leren kennen. Het leek soms wel een sociaal experiment: zijn verschillende clubs met een verschillende insteek/toon/achtergrond maar met eenzelfde doel, in staat om met elkaar samen te werken? Mijn antwoord na 3 maanden luidt: Ja! Maar alleen als we elkaar de ruimte blijven geven om een eigen identiteit te behouden.

Wat is er de laatste tijd veel gediscussieerd over welke partij de boeren belangen beter behartigt en welke strategie nu eigenlijk het beste werkt. Maar de discussie geeft het antwoord: het is niet het één of het ander, het is de combinatie. Ik denk dat we als agrarische sector blij moeten zijn met de verschillen tussen de partijen binnen het Landbouw Collectief en dat we deze moeten koesteren. De kracht is weg als we allemaal hetzelfde zouden zijn. Een actiegroep, een vakbond en een belangenorganisatie, we hebben ze allemaal keihard nodig!

Ik hoop dat we onze energie de komende tijd kunnen steken in het benutten van elkaars kracht in plaats van het uitvergroten van elkaars verschillen. Met dat laatste bereik je niks, met dat eerste bereik je alles!

_________________________________________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (32) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

Jonge boeren en het ondernemersklimaat

Het is een roerige tijd in de agrarische sector. De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe regels en wetten op ons afgekomen. Onder andere de melkveewet, reductieregeling, de veranderende mestwetgeving, de verplichte luchtwassers op varkensstallen, het inperken van het aantal bestrijdingsmiddelen en het verhoogde dierenwelzijn deden hun intrede binnen de agrarische sector. Regels en wetten werden aangescherpt, met als klap op de vuurpijl natuurlijk het stikstof debacle.

Afgelopen najaar hebben we gezien dat de actiebereidheid onder de jonge boeren groot is en er veel interesse is in emigratie. De grote hoeveelheid nieuwe wetten en regels die in korte tijd op ons af zijn gekomen, is daar zeker een aanstichter van. De agrarische sector is een kapitaalintensieve sector met een levende haven en gewassen die je nu eenmaal niet drastisch kunt veranderen in korte tijd. Naast de vele wetten en regels die de kosten doen stijgen, pikken jonge boeren het ook niet langer om voedsel te produceren voor dezelfde of zelfs lagere prijs dan mijn opa 60 jaar geleden deed. Simpel gezegd, verdiend een boer zijn geld met Prijs x Aantal = Opbrengst. Als de kostprijs stijgt, zullen de opbrengsten ook moeten stijgen. In de afgelopen 60 jaar is de prijs niet omhooggegaan en was er geen andere optie dan het bedrijf te laten groeien om de rekeningen te betalen. Nu de overheid probeert deze groei af te remmen of zelfs te stoppen, gaat de schoen wringen!

De Nederlandse agrarische sector is toonaangevend in de wereld als het gaat om dierenwelzijn, efficiëntie, een minimale milieu impact en het klimaat. Er zijn bepaalde kleine groeperingen in Nederland, met goede lijntjes naar de media, die ons anders willen doen geloven. Erg jammer dat sommigen in Den Haag zich laten verleiden door deze valse voorstellingen. Door deze vertroebeling en het feit dat sommige Kamerleden zich laten meeslepen, ontbreekt het in Den Haag volledig aan een goede lange termijnvisie voor de landbouw en de andere sectoren. Een lange termijnvisie is essentieel voor een goed ondernemersklimaat, innovatie en verduurzaming.

Het is absoluut niet zo dat wij als jonge boeren niet willen veranderen of verduurzamen! Ik denk dat hier voor Nederland juist een enorme kans ligt. We zijn nu al toonaangevend in de wereld en kunnen deze positie alleen behouden door het inzetten van goed ondernemerschap, innovatie en verdere verduurzaming.

Een bijzonder gegeven vind ik de hoeveelheid jongeren die een agrarische opleiding doet. Zelf heb ik Agrarisch ondernemerschap aan de HAS in Dronten gedaan. Deze opleiding is de afgelopen acht jaar vertienvoudigd! Daarnaast is er ook veel animo voor andere agrarische opleidingen. Samen met de actiebereidheid onder de jongeren geeft dit voor mij aan dat er nog veel enthousiasme is onder de jonge boeren. Jongeren willen zich nog steeds binden aan de agrarische sector en hier een toekomst creëren.

Om de koppositie van de Nederlandse landbouw te behouden, hebben we ondernemerschap, jonge boeren en innovatie nodig. Ook de lange termijnvisie van de overheid, het vertrouwen van de overheid en burgers en een eenduidig beleid kunnen hierbij niet ontbreken. Op deze manier kunnen we de Nederlandse landbouw verder verduurzamen en wereldwijd een verschil maken. Op deze manier creëren we met zijn allen een beloningscultuur in plaats van de afstraffingscultuur waar we nu in verstrikt zitten. Een cultuur waarvan we allemaal weten dat deze niet werkt. Verbeteringen belonen, dat is wat er moet gebeuren in plaats van het oeverloos afstraffen van dingen die wat minder gaan. In Nederland hebben we de kennis en infrastructuur in huis om te verduurzamen, laten we daar dan ook gebruik van maken. Met zijn allen de schouders eronder zetten en op naar een toonaangevend land binnen de duurzame landbouw!

 


Sietse Draaijer

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Sietse Draaijer (32) verantwoordelijk voor de portefeuille bedrijfsovername. Sietse combineert deze functie met zijn melkveehouderij in het Friese Witmarsum.

2019: het jaar van saamhorigheid

Wat een bewogen jaar hebben we achter de rug met zijn allen. Eind 2018 ben ik in het bestuur getreden van NAJK. Toen ik destijds aan dit avontuur begon, had ik van tevoren nooit kunnen bedenken dat we een jaar als deze tegemoet zouden gaan. 2019: een jaar om nooit meer te vergeten.

Saamhorigheid
De stalbezetting in Boxtel heeft een hoop stof doen opwaaien. Uit alle hoeken van Nederland kwam steun voor het getroffen bedrijf. Als boeren hadden we nooit verwacht dat dit kon gebeuren. De schrik zat er goed in en daarbij de realisatie dat dit ook zomaar bij ons thuis zou kunnen gebeuren. Een negatieve gebeurtenis met positieve gevolgen. De stalbezetting bij Boxtel bracht bij de boeren een kracht naar boven van enorme saamhorigheid. Iets wat in tijden niet meer zo sterk heeft geleefd onder de boeren.

Het wij-gevoel
Na het begin van de stikstof crisis is dit wij-gevoel onder de boeren en tuinders van Nederland alleen maar sterker geworden. Iedere boer voelt zich gelijk en voelt de drang de krachten te bundelen. Dit sterke wij-gevoel heeft geleid tot een krachtige en breed gedragen actie op 1 oktober. Ook de belangenbehartiging stak de koppen bij elkaar en wist hun krachten te bundelen. Zo ontstond het Landbouw Collectief die razendsnel aan de slag ging voor de belangen van de agrarische sector. Op dit wij-gevoel onder de boeren moeten we zuinig zijn. We zullen het nog hard nodig hebben.

Kerstgedachten
Naast het veelbesproken onderwerp ‘stikstof’, houdt de landbouw genoeg uitdagingen over. Wij, als jonge boeren, moeten deze uitdagingen met beide handen aanpakken. Hierbij is kracht en saamhorigheid van wezenlijk belang. Niet alleen binnen de agrarische sector. Hopelijk kunnen we deze saamhorigheid ook delen met de rest van de maatschappij. Want: samen staan we sterk en deze uitdagingen kunnen wij boeren niet alleen aan.

De warme kerstgedachten van saamhorigheid en gezelligheid is wat de landbouw nodig heeft de komende jaren. We moeten af van het polariserend debat en beginnen met elkaar te accepteren, respecteren en vooral waarderen. Vanuit daar kunnen we samen veel uitdagingen aan!

Ik wens jullie allemaal prettige feestdagen en probeer, ondanks de donkere wolken in deze donkere tijden, vooral van deze mooie momenten te genieten tussen het harde werken door. Want onthoud: samen is niet alleen!

 


Tim van der Mark

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Tim van der Mark verantwoordelijk voor de portefeuille intensief. Tim combineert deze functie met het werk op zijn varkenshouderij in Middenbeemster.

Goede Landbouw Praktijk

Onlangs was ik wat aan het bladeren in oude agrarisch gerelateerde boeken en magazines. Ik werd nieuwsgierig en sloeg enkele van deze exemplaren open. Deze nieuwsgierigheid kwam weg bij het feit dat ik altijd beweer dat kringloop landbouw niet iets nieuws is, maar iets wat altijd al aan landbouw gerelateerd is geweest. Na een aantal pagina’s open te hebben geslagen, werd mijn vermoeden al bevestigd. Hier stond de meest bekende kringloop, ofwel de voer-mest kringloop. Een stukje verder kwam ik ook de CO2-kringloop tegen.

Kringlooplandbouw is een vorm van landbouw waarbij we de verliezen in deze kringloop minimaliseren. Op zich niets nieuws, want verliezen kosten in principe geld en leveren niets op. Daarnaast worden grondstoffen schaarser en zullen we daar nog zuiniger mee om moeten gaan. Ik was dus ook benieuwd of ze destijds aanbevelingen hadden over hoe je de kringloop zo goed mogelijk kan ondersteunen. Het boeren volgens de zogeheten Goede Landbouw Praktijk: doe de juiste dingen op het juiste moment onder de juiste omstandigheden.

Dit klinkt eigenlijk heel logisch. Iedere boer weet dat je onder te natte omstandigheden structuurschade kunt creëren en dat dit weer tot lagere opbrengsten zal leiden. Immers elk perceel is anders en zelfs binnen de percelen kunnen grote verschillen zitten. Ik zie hier echter ook een bedreiging in. Wanneer we kijken naar het pallet aan regelgeving wat we er de afgelopen jaren bij hebben gekregen, wordt het boeren volgens de Goede Landbouw Praktijk steeds lastiger. Helemaal wanneer je bedenkt dat er de komende jaren waarschijnlijk nog heel wat regeltjes en wetten bij gaan komen. Al deze regels zijn tot in den treure juridisch getoetst, zonder dat er altijd rekening wordt gehouden met de praktijk. Elk jaar is immers anders en ook de weersomstandigheden houden zich niet altijd aan de datum van de kalender. Tegenwoordig lijken we soms meer met ‘kalenderlandbouw’ te maken te hebben dan met ‘kringlooplandbouw’.

Wil de overheid daadwerkelijk de omslag maken naar kringlooplandbouw dan zal het dus snel moeten afstappen van de huidige ‘kalenderlandbouw’. Hiervoor zal men het lef moeten hebben om allerlei zeer gedetailleerde (juridisch onderbouwde) regelgeving te laten vallen en over te gaan naar doelvoorschriften. Om deze doelvoorschriften te behalen kan de individuele boer terugvallen op zijn eigen vakmanschap en werken volgens de Goede Landbouw Praktijk. Hiermee doen we de juiste dingen op het juiste moment onder de juiste omstandigheden!

 



Andre Arman

Als voorzitter van NAJK zet Andre Arfman zich voor de belangen van jonge agrariërs en specifiek op het klimaatdossier. Dit combineert hij met zijn baan bij Alfa Accountants en het werk op het melkveebedrijf in Vorden.

 

 

We moeten niet de kaas van ons (duurzame) brood laten eten

Dat je als boer met behulp van de bodem voedsel kunt produceren is prachtig, maar wat er tegelijkertijd in de bodem gebeurt, is minstens net zo mooi. De gewassen nemen namelijk CO2 op uit de atmosfeer en zetten dit met behulp van zonlicht (fotosynthese) om naar zuurstof en plantenbiomassa, zoals wortels en bladeren. Een deel van deze koolstof wordt gelekt of uitgescheiden en komt zo in de grond terecht. Deze koolstof wordt opgeslagen in de bodem waar het dan duizenden jaren vast gehouden kan worden. Tenminste, zolang het niet door verstoringen in de bodem, bijvoorbeeld door grondbewerking of drooglegging van natte grond, zoals veengebieden, weer vrijkomt.

Dat je als boer nu al een positieve bijdrage levert aan de CO2-reductie zonder dat je daar iets extra’s voor doet is natuurlijk een mooi gegeven. Maar de kans dat je wel gevraagd gaat worden om iets extra’s te doen om koolstof op te slaan, is waarschijnlijk vrij reëel. De overheid heeft namelijk in het klimaatakkoord gezet dat met duurzaam bodembeheer extra koolstofvastlegging in de bodem moet worden gerealiseerd: 0,5 megaton in 2030. Op zich is het mooi dat we als landbouwsector hier een positieve rol in kunnen vervullen. Het vastleggen van koolstof in de bodem biedt voor de teelt veel voordelen – zoals een vruchtbaardere en gezondere bodem van goede kwaliteit, doordat voedingstoffen en water beter worden vastgehouden – maar daarnaast zou het natuurlijk helemaal mooi zijn als het op korte termijn ook financieel iets oplevert. Vanuit verschillende kanten wordt daarom al gekeken wat voor verdienmodellen er bedacht kunnen worden die hieraan bijdragen. Een veel genoemde optie zijn de Carbon Credits die verkocht kunnen worden aan industrieën die te veel uitstoten. Door middel van de Carbon Credits kunnen deze industrieën hun teveel aan CO2-uitstoot compenseren. Klinkt als een mooi plan, maar de verkochte Credits gaan dan niet meer van de 0,5 megaton af waardoor de sector de doelen van 2030 wellicht niet meer bereikt.

Bedrijven als KLM en Shell pakken het slim aan. Door het betalen van een kleine toeslag over de ticketprijs of door de duurdere V-power brandstof te nemen, kun je als klant ‘jouw’ CO2-uitstoot compenseren. Het geeft je als klant een goed gevoel en hoewel de consument ervoor betaald heeft, behoort deze compensatie op papier nog steeds toe tot de luchtvaart- en olie- en chemie-industrie. Dit zouden we als agrarische sector met hulp vanuit de keten misschien ook kunnen. Duurzaam voedsel dat iets meer kost dan gewone producten, maar waar consumenten hun eigen ‘carbon footprint’ mee kunnen verkleinen. Het geeft ze dus de mogelijkheid om naast duurzame energie en een duurzamere auto ook duurzaam, in Nederland geproduceerd, voedsel te kopen. De teelt van dit duurzamere voedsel vraagt waarschijnlijk hier en daar wel om wat aanpassingen op het gebied van bemesting, grondbewerking en het bouwplan vergeleken met het ‘gewone’ voedsel, maar de opgeslagen koolstof blijft hierbij wel van de sector.

Misschien blijft het bij een mooi plan dat in 2030 consumenten in de supermarkt ook duurzame frietjes kunnen kopen, maar dat de opslag van koolstof de komende jaren een belangrijke rol gaat spelen in de landbouw, staat voor mij wel vast. Dit zorgt gegarandeerd voor mooie kansen, mits we daarbij ons niet de kaas van ons (duurzame) brood laten eten.

 


Leendert Jan Onnes

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Leendert Jan Onnes verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Onnes heeft samen met zijn vader een akkerbouwbedrijf van 120 hectare in het Groningse Finsterwolde. Met de afgeronde studies internationale bedrijfskunde en Business  Marketing / Marketing Research is Leendert Jan een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.