Jonge boeren en het ondernemersklimaat

Het is een roerige tijd in de agrarische sector. De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe regels en wetten op ons afgekomen. Onder andere de melkveewet, reductieregeling, de veranderende mestwetgeving, de verplichte luchtwassers op varkensstallen, het inperken van het aantal bestrijdingsmiddelen en het verhoogde dierenwelzijn deden hun intrede binnen de agrarische sector. Regels en wetten werden aangescherpt, met als klap op de vuurpijl natuurlijk het stikstof debacle.

Afgelopen najaar hebben we gezien dat de actiebereidheid onder de jonge boeren groot is en er veel interesse is in emigratie. De grote hoeveelheid nieuwe wetten en regels die in korte tijd op ons af zijn gekomen, is daar zeker een aanstichter van. De agrarische sector is een kapitaalintensieve sector met een levende haven en gewassen die je nu eenmaal niet drastisch kunt veranderen in korte tijd. Naast de vele wetten en regels die de kosten doen stijgen, pikken jonge boeren het ook niet langer om voedsel te produceren voor dezelfde of zelfs lagere prijs dan mijn opa 60 jaar geleden deed. Simpel gezegd, verdiend een boer zijn geld met Prijs x Aantal = Opbrengst. Als de kostprijs stijgt, zullen de opbrengsten ook moeten stijgen. In de afgelopen 60 jaar is de prijs niet omhooggegaan en was er geen andere optie dan het bedrijf te laten groeien om de rekeningen te betalen. Nu de overheid probeert deze groei af te remmen of zelfs te stoppen, gaat de schoen wringen!

De Nederlandse agrarische sector is toonaangevend in de wereld als het gaat om dierenwelzijn, efficiëntie, een minimale milieu impact en het klimaat. Er zijn bepaalde kleine groeperingen in Nederland, met goede lijntjes naar de media, die ons anders willen doen geloven. Erg jammer dat sommigen in Den Haag zich laten verleiden door deze valse voorstellingen. Door deze vertroebeling en het feit dat sommige Kamerleden zich laten meeslepen, ontbreekt het in Den Haag volledig aan een goede lange termijnvisie voor de landbouw en de andere sectoren. Een lange termijnvisie is essentieel voor een goed ondernemersklimaat, innovatie en verduurzaming.

Het is absoluut niet zo dat wij als jonge boeren niet willen veranderen of verduurzamen! Ik denk dat hier voor Nederland juist een enorme kans ligt. We zijn nu al toonaangevend in de wereld en kunnen deze positie alleen behouden door het inzetten van goed ondernemerschap, innovatie en verdere verduurzaming.

Een bijzonder gegeven vind ik de hoeveelheid jongeren die een agrarische opleiding doet. Zelf heb ik Agrarisch ondernemerschap aan de HAS in Dronten gedaan. Deze opleiding is de afgelopen acht jaar vertienvoudigd! Daarnaast is er ook veel animo voor andere agrarische opleidingen. Samen met de actiebereidheid onder de jongeren geeft dit voor mij aan dat er nog veel enthousiasme is onder de jonge boeren. Jongeren willen zich nog steeds binden aan de agrarische sector en hier een toekomst creëren.

Om de koppositie van de Nederlandse landbouw te behouden, hebben we ondernemerschap, jonge boeren en innovatie nodig. Ook de lange termijnvisie van de overheid, het vertrouwen van de overheid en burgers en een eenduidig beleid kunnen hierbij niet ontbreken. Op deze manier kunnen we de Nederlandse landbouw verder verduurzamen en wereldwijd een verschil maken. Op deze manier creëren we met zijn allen een beloningscultuur in plaats van de afstraffingscultuur waar we nu in verstrikt zitten. Een cultuur waarvan we allemaal weten dat deze niet werkt. Verbeteringen belonen, dat is wat er moet gebeuren in plaats van het oeverloos afstraffen van dingen die wat minder gaan. In Nederland hebben we de kennis en infrastructuur in huis om te verduurzamen, laten we daar dan ook gebruik van maken. Met zijn allen de schouders eronder zetten en op naar een toonaangevend land binnen de duurzame landbouw!

 


Sietse Draaijer

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Sietse Draaijer (32) verantwoordelijk voor de portefeuille bedrijfsovername. Sietse combineert deze functie met zijn melkveehouderij in het Friese Witmarsum.

2019: het jaar van saamhorigheid

Wat een bewogen jaar hebben we achter de rug met zijn allen. Eind 2018 ben ik in het bestuur getreden van NAJK. Toen ik destijds aan dit avontuur begon, had ik van tevoren nooit kunnen bedenken dat we een jaar als deze tegemoet zouden gaan. 2019: een jaar om nooit meer te vergeten.

Saamhorigheid
De stalbezetting in Boxtel heeft een hoop stof doen opwaaien. Uit alle hoeken van Nederland kwam steun voor het getroffen bedrijf. Als boeren hadden we nooit verwacht dat dit kon gebeuren. De schrik zat er goed in en daarbij de realisatie dat dit ook zomaar bij ons thuis zou kunnen gebeuren. Een negatieve gebeurtenis met positieve gevolgen. De stalbezetting bij Boxtel bracht bij de boeren een kracht naar boven van enorme saamhorigheid. Iets wat in tijden niet meer zo sterk heeft geleefd onder de boeren.

Het wij-gevoel
Na het begin van de stikstof crisis is dit wij-gevoel onder de boeren en tuinders van Nederland alleen maar sterker geworden. Iedere boer voelt zich gelijk en voelt de drang de krachten te bundelen. Dit sterke wij-gevoel heeft geleid tot een krachtige en breed gedragen actie op 1 oktober. Ook de belangenbehartiging stak de koppen bij elkaar en wist hun krachten te bundelen. Zo ontstond het Landbouw Collectief die razendsnel aan de slag ging voor de belangen van de agrarische sector. Op dit wij-gevoel onder de boeren moeten we zuinig zijn. We zullen het nog hard nodig hebben.

Kerstgedachten
Naast het veelbesproken onderwerp ‘stikstof’, houdt de landbouw genoeg uitdagingen over. Wij, als jonge boeren, moeten deze uitdagingen met beide handen aanpakken. Hierbij is kracht en saamhorigheid van wezenlijk belang. Niet alleen binnen de agrarische sector. Hopelijk kunnen we deze saamhorigheid ook delen met de rest van de maatschappij. Want: samen staan we sterk en deze uitdagingen kunnen wij boeren niet alleen aan.

De warme kerstgedachten van saamhorigheid en gezelligheid is wat de landbouw nodig heeft de komende jaren. We moeten af van het polariserend debat en beginnen met elkaar te accepteren, respecteren en vooral waarderen. Vanuit daar kunnen we samen veel uitdagingen aan!

Ik wens jullie allemaal prettige feestdagen en probeer, ondanks de donkere wolken in deze donkere tijden, vooral van deze mooie momenten te genieten tussen het harde werken door. Want onthoud: samen is niet alleen!

 


Tim van der Mark

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Tim van der Mark verantwoordelijk voor de portefeuille intensief. Tim combineert deze functie met het werk op zijn varkenshouderij in Middenbeemster.

Goede Landbouw Praktijk

Onlangs was ik wat aan het bladeren in oude agrarisch gerelateerde boeken en magazines. Ik werd nieuwsgierig en sloeg enkele van deze exemplaren open. Deze nieuwsgierigheid kwam weg bij het feit dat ik altijd beweer dat kringloop landbouw niet iets nieuws is, maar iets wat altijd al aan landbouw gerelateerd is geweest. Na een aantal pagina’s open te hebben geslagen, werd mijn vermoeden al bevestigd. Hier stond de meest bekende kringloop, ofwel de voer-mest kringloop. Een stukje verder kwam ik ook de CO2-kringloop tegen.

Kringlooplandbouw is een vorm van landbouw waarbij we de verliezen in deze kringloop minimaliseren. Op zich niets nieuws, want verliezen kosten in principe geld en leveren niets op. Daarnaast worden grondstoffen schaarser en zullen we daar nog zuiniger mee om moeten gaan. Ik was dus ook benieuwd of ze destijds aanbevelingen hadden over hoe je de kringloop zo goed mogelijk kan ondersteunen. Het boeren volgens de zogeheten Goede Landbouw Praktijk: doe de juiste dingen op het juiste moment onder de juiste omstandigheden.

Dit klinkt eigenlijk heel logisch. Iedere boer weet dat je onder te natte omstandigheden structuurschade kunt creëren en dat dit weer tot lagere opbrengsten zal leiden. Immers elk perceel is anders en zelfs binnen de percelen kunnen grote verschillen zitten. Ik zie hier echter ook een bedreiging in. Wanneer we kijken naar het pallet aan regelgeving wat we er de afgelopen jaren bij hebben gekregen, wordt het boeren volgens de Goede Landbouw Praktijk steeds lastiger. Helemaal wanneer je bedenkt dat er de komende jaren waarschijnlijk nog heel wat regeltjes en wetten bij gaan komen. Al deze regels zijn tot in den treure juridisch getoetst, zonder dat er altijd rekening wordt gehouden met de praktijk. Elk jaar is immers anders en ook de weersomstandigheden houden zich niet altijd aan de datum van de kalender. Tegenwoordig lijken we soms meer met ‘kalenderlandbouw’ te maken te hebben dan met ‘kringlooplandbouw’.

Wil de overheid daadwerkelijk de omslag maken naar kringlooplandbouw dan zal het dus snel moeten afstappen van de huidige ‘kalenderlandbouw’. Hiervoor zal men het lef moeten hebben om allerlei zeer gedetailleerde (juridisch onderbouwde) regelgeving te laten vallen en over te gaan naar doelvoorschriften. Om deze doelvoorschriften te behalen kan de individuele boer terugvallen op zijn eigen vakmanschap en werken volgens de Goede Landbouw Praktijk. Hiermee doen we de juiste dingen op het juiste moment onder de juiste omstandigheden!

 



Andre Arman

Als voorzitter van NAJK zet Andre Arfman zich voor de belangen van jonge agrariërs en specifiek op het klimaatdossier. Dit combineert hij met zijn baan bij Alfa Accountants en het werk op het melkveebedrijf in Vorden.

 

 

We moeten niet de kaas van ons (duurzame) brood laten eten

Dat je als boer met behulp van de bodem voedsel kunt produceren is prachtig, maar wat er tegelijkertijd in de bodem gebeurt, is minstens net zo mooi. De gewassen nemen namelijk CO2 op uit de atmosfeer en zetten dit met behulp van zonlicht (fotosynthese) om naar zuurstof en plantenbiomassa, zoals wortels en bladeren. Een deel van deze koolstof wordt gelekt of uitgescheiden en komt zo in de grond terecht. Deze koolstof wordt opgeslagen in de bodem waar het dan duizenden jaren vast gehouden kan worden. Tenminste, zolang het niet door verstoringen in de bodem, bijvoorbeeld door grondbewerking of drooglegging van natte grond, zoals veengebieden, weer vrijkomt.

Dat je als boer nu al een positieve bijdrage levert aan de CO2-reductie zonder dat je daar iets extra’s voor doet is natuurlijk een mooi gegeven. Maar de kans dat je wel gevraagd gaat worden om iets extra’s te doen om koolstof op te slaan, is waarschijnlijk vrij reëel. De overheid heeft namelijk in het klimaatakkoord gezet dat met duurzaam bodembeheer extra koolstofvastlegging in de bodem moet worden gerealiseerd: 0,5 megaton in 2030. Op zich is het mooi dat we als landbouwsector hier een positieve rol in kunnen vervullen. Het vastleggen van koolstof in de bodem biedt voor de teelt veel voordelen – zoals een vruchtbaardere en gezondere bodem van goede kwaliteit, doordat voedingstoffen en water beter worden vastgehouden – maar daarnaast zou het natuurlijk helemaal mooi zijn als het op korte termijn ook financieel iets oplevert. Vanuit verschillende kanten wordt daarom al gekeken wat voor verdienmodellen er bedacht kunnen worden die hieraan bijdragen. Een veel genoemde optie zijn de Carbon Credits die verkocht kunnen worden aan industrieën die te veel uitstoten. Door middel van de Carbon Credits kunnen deze industrieën hun teveel aan CO2-uitstoot compenseren. Klinkt als een mooi plan, maar de verkochte Credits gaan dan niet meer van de 0,5 megaton af waardoor de sector de doelen van 2030 wellicht niet meer bereikt.

Bedrijven als KLM en Shell pakken het slim aan. Door het betalen van een kleine toeslag over de ticketprijs of door de duurdere V-power brandstof te nemen, kun je als klant ‘jouw’ CO2-uitstoot compenseren. Het geeft je als klant een goed gevoel en hoewel de consument ervoor betaald heeft, behoort deze compensatie op papier nog steeds toe tot de luchtvaart- en olie- en chemie-industrie. Dit zouden we als agrarische sector met hulp vanuit de keten misschien ook kunnen. Duurzaam voedsel dat iets meer kost dan gewone producten, maar waar consumenten hun eigen ‘carbon footprint’ mee kunnen verkleinen. Het geeft ze dus de mogelijkheid om naast duurzame energie en een duurzamere auto ook duurzaam, in Nederland geproduceerd, voedsel te kopen. De teelt van dit duurzamere voedsel vraagt waarschijnlijk hier en daar wel om wat aanpassingen op het gebied van bemesting, grondbewerking en het bouwplan vergeleken met het ‘gewone’ voedsel, maar de opgeslagen koolstof blijft hierbij wel van de sector.

Misschien blijft het bij een mooi plan dat in 2030 consumenten in de supermarkt ook duurzame frietjes kunnen kopen, maar dat de opslag van koolstof de komende jaren een belangrijke rol gaat spelen in de landbouw, staat voor mij wel vast. Dit zorgt gegarandeerd voor mooie kansen, mits we daarbij ons niet de kaas van ons (duurzame) brood laten eten.

 


Leendert Jan Onnes

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Leendert Jan Onnes verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Onnes heeft samen met zijn vader een akkerbouwbedrijf van 120 hectare in het Groningse Finsterwolde. Met de afgeronde studies internationale bedrijfskunde en Business  Marketing / Marketing Research is Leendert Jan een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.

Grond (kennis)honger

We komen uit een tijd waarbij de focus van de melkveehouderij vooral ligt bij de koeien. Tot achter de komma weten we de melkproductie, de gehaltes, het medicijngebruik, het rantsoen en we hebben sensoren die de temperatuur, activiteit en herkauwslagen bijhoudt. Van ons land weten we echter een stuk minder, we laten één keer in de 5 jaar een analyse maken waar vervolgens gegevens uitkomen die we nauwelijks gebruiken in onze bedrijfsvoering. Er is dan ook geen commerciële partij die belang heeft bij het verbeteren van grond. Grond is echter wel ons duurste productiemiddel.

De afgelopen tijd komt er steeds meer aandacht voor grond en de bodem. Vanuit de aandacht voor mest en de kringloop gedachte wordt de bodem steeds meer centraal gesteld. Daarnaast komt er ook meer aandacht voor grond vanuit bepaalde vraagstukken zoals biodiversiteit, klimaat en de doelstelling om 65% eiwit van eigen land te verkrijgen. Bijna al deze vraagstukken geven druk op grond en vragen om meer kennis  over de bodem. Extra grond onder je bedrijf krijgen is echter makkelijker gezegd dan gedaan (al zou je dat al willen) , want grond heeft in Nederland een waarde die vanuit een agrarische bedrijfsvoering niet rond te rekenen is. Je kunt achterop een sigarendoos uitrekenen dat voer aankopen goedkoper is dan grondaankopen. Als grond 60.000 euro of meer per hectare kost, kun je alleen al van de rente meer voer kopen dan dat die hectare opbrengt.

Daarom is een goed pachtbeleid cruciaal, dat het mogelijk maakt om als jonge boer, die echt de eerste jaren na de overname geen geld overheeft om zo’n onrendabele investering te doen, mogelijk om wel meer grond onder zijn bedrijf te krijgen. Ook de mogelijkheid voor samenwerking met derden zijn van belang, zodat samenwerken met een akkerbouwer ook gezien wordt als eigen ruwvoer teelt.  Daarnaast kunnen we met al deze extra aandacht voor grond en de bodem ook onze kennis over de bodem verbeteren. Iets waar we vanuit NAJK al vol mee aan de slag zijn gegaan. Zo  organiseren we nu de bodembattles, een spel waarin jonge boeren tegen elkaar battelen over bodem kennis.

Grond en bodem wordt wellicht één van de belangrijkste thema’s de komende tijd. We hebben hierbij goed beleid nodig die goede oplossingen, zoals een duurzaampacht beleid en volop ruimte voor samenwerkingen met derden zodat ook jonge boeren mee kunnen komen. Daarbij zal meer kennis van de bodem een kans zijn om beter met de grond om te gaan. Daar zullen wij als boeren met elkaar aan moeten werken, want grond kan misschien niet uit, kennis delen onder elkaar is gratis, dat kan altijd uit!

____________________________________________________________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (31) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

 

 

 

 

____________________________________________________________________________________________________________________________________

Eigendom en/of exploitatie?

Eigendom en exploitatie van een agrarisch bedrijf zijn twee onderwerpen die vaak naar voren komen in mijn portefeuille bedrijfsovername, binnen het dagelijks bestuur van NAJK. In de agrarische sector hangen deze termen sterk aan elkaar. In Nederland kennen we veel bedrijven die in eigendom zijn en waar exploitatie en eigendom dus bij dezelfde partij ligt. Naast deze vorm zijn er natuurlijk nog de pachtbedrijven waarin exploitatie en eigendom duidelijk, voor het grootste gedeelte, zijn gescheiden.

Ik kom veel fanatieke jongeren tegen die graag een agrarisch bedrijf willen overnemen. Dit zijn vaak hele gepassioneerde jongeren die met hart en ziel ‘’boer’’ zijn. In de meeste gevallen komen we er al snel op uit dat ze het graag willen maar dat ze het financieel niet kunnen rondkrijgen. Dit heeft enerzijds te maken met de rentabiliteit en anderzijds met de hoge prijzen voor landbouwgrond en productierechten.

Afgelopen mei ben ik samen met 12 andere jongeren uitgenodigd om met het koninklijk paar mee te reizen naar Mecklenburg-Voor-Pommeren en Brandenburg. Doel van deze studiereis was om te leren hoe de agrarische sector in deze deelstaten werkt. Eén van de belangrijkste onderwerpen die mij is bijgebleven is dat dit veelal grote bedrijven zijn met veel ‘’eigenaren’’. Deze constructies zijn ontstaan door het voormalige Sovjettijdperk. Het gevolg is dat er een scheiding tussen eigendom en exploitatie is ontstaan.

Richting de toekomst wordt het naar mijn inziens essentieel om te kijken naar nieuwe modellen voor de manier waarop eigendom en exploitatie gescheiden kunnen worden. De pachtovereenkomsten zoals die nu in Nederland uitgegeven voldoen niet meer. In deze vorm loopt de verpachter weinig tot geen risico en de pachter neemt al het risico. Daarnaast heeft de pachter te weinig invloed op de pachtprijs. Er is hier te weinig gezamenlijk belang.

Vanuit het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en vanuit de Europese politiek worden nieuwe intredes en familiaire bedrijfsovername gestimuleerd. Binnen NAJK zien we dat dit vaak fout gaat op het gebied van communicatie en een te financieren businesscase. De problemen rondom communicatie ontstaan vaak simpelweg omdat de schenkingen dusdanig groot worden dat dit niet meer is uit te leggen aan de overblijvende kinderen. Als we praten over buiten familiare bedrijfsovername is dit probleem alleen maar groter.

Het is daarom in mijn beleving essentieel voor succesvolle duurzame agrarische bedrijfsovername in de toekomst dat er nieuwe vormen van scheiding tussen eigendom en exploitatie ontstaan. Binnen het opleiding en coaching deel van het bedrijfsovernamefonds moet hier aandacht voor zijn. Mijn oproep aan het ministerie van LNV en andere belanghebbende partijen is om hier aandacht aan te geven anders neemt het aantal bedrijfsovernames in de toekomst alleen maar af.

___________________________________________________________________________________________________________

Sietse Draaijer

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Sietse Draaijer (32) verantwoordelijk voor de portefeuille bedrijfsovername. Sietse combineert deze functie met zijn melkveehouderij in het Friese Witmarsum.

Doe wat je zegt

Afgelopen maand vond de langverwachte stemming in ComAgri (de commissie van het Europees Parlement over landbouw en plattelandsontwikkeling) plaats over het nieuwe GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid). Er zijn duizenden wijzigingsvoorstellen op ingediend en inmiddels dus in stemming gebracht. Als CEJA-vicevoorzitter ben ik sinds anderhalf jaar betrokken bij dit proces. Intensieve overleggen en doelgerichte acties ten spijt: het heeft maar beperkt invloed gehad. Als jonge boeren zijn we immers niet de enige groep die ‘iets’ willen in het nieuwe GLB.

Budget onder druk

Het is al enkele jaren bekend dat het budget voor het GLB zwaar onder druk staat. Nettobetaler Groot-Brittannië neemt (zoals het nu lijkt) afscheid van de EU en andere landen willen niet méér bijdragen. Ook bij onderwerpen als veiligheid en migratie wordt er door lidstaten van de EU naar Brussel gekeken. Een gezamenlijk beleid is nodig om succesvol te kunnen zijn. En dat allemaal terwijl de totale ‘taart’, die het budget moet voorstellen, niet groter, maar juist kleiner wordt. Verder is er natuurlijk ook nog de diepe wens van natuur- en milieuorganisaties om een groter deel van het budget te gebruiken voor biodiversiteitsdoelen. Ook NAJK en CEJA zien dit zitten, maar dan wel onder bepaalde voorwaarden. We willen graag een ambitieus beleid, waarin boeren worden beloond en niet worden gecompenseerd voor hun inzet om (biodiversiteits-)prestaties te kunnen halen. Op die manier kun je boeren motiveren een bijdrage te leveren die bij ze past, zowel persoonlijk als bedrijfsmatig.

Het nieuwe GLB voorstel

In het nieuwe voorstel worden er negen verschillende doelen uitgewerkt. Hier is de zogeheten ‘vernieuwing in de generaties’ één van. Jonge boeren staan dus hoog op de agenda van de Europese Commissie. Toch heeft ComAgri besloten hier maar beperkt budget voor vrij te maken. Hoewel de commissievoorstellen na de zomer nog in stemming gebracht moeten worden in het (nieuwe) gehele Europees Parlement, lijkt het er nu op dat er voor Nederlandse boeren wel meer geld beschikbaar komt voor de zogeheten top-up, een ondersteuning voor jonge boeren in het GLB. Dit is overigens hard nodig, want het huidige budget wordt flink overvraagd. Het top-up-geld wordt wel uitgesmeerd over zeven jaar, in plaats van vijf. Of er überhaupt een nieuwe Jonge Landbouwersregeling (JOLA) komt, dat weten we nog niet. De komende maanden zullen we daar als NAJK met het ministerie van LNV over praten: de JOLA wordt namelijk op nationaal niveau geregeld.

Doe wat je zegt!

Zowel Europarlementariërs als minister Schouten spreken veel over jonge boeren: zij hebben de toekomst. Het is vreemd dat er dan geen extra (geoormerkt) geld beschikbaar komt. Met alleen prachtige vergezichten en positieve boodschappen over kringlooplandbouw en nieuwe verdienmodellen komen we er niet. Als we echt voor meer jonge boeren, meer innovatie en toekomstbestendige bedrijven willen gaan, zijn er harde euro’s nodig. Richting ComAgri is het een gelopen race, maar richting minister Schouten en de kandidaten voor de Europese Parlementsverkiezingen is mijn boodschap ‘put your money where your mouth is’: doe wat je zegt!

___________________________________________________________________________________________________________

Iris Bouwers

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Iris Bouwers (25) verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Iris combineert deze functie met haar studie agrarische bedrijfskunde en het werk op varkens- en akkerbouwbedrijf.

Gewasbescherming in #detoekomst

Veel bieten zaaiende boeren toonden op Twitter hun ongenoegen over het verbod op met neonicotinoïden gecoat bietenzaad met #terugindetijd, wat staat ons nog meer te wachten in #detoekomst? Minister Schouten schrijft in haar onlangs verschenen ‘Toekomstvisie gewasbescherming 2030’ dat planten beter bestand moeten worden tegen ziekten en plagen. Ze wil streven naar de inzet van zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen. Dit sluit goed aan bij het actieplan Plantgezondheid van de Brancheorganisatie (BO) Akkerbouw, waar ik namens NAJK bij aangesloten ben. De BO Akkerbouw heeft in een reactie al aangegeven dat om deze doelen te bereiken, er ruimte moet komen voor nieuwe veredelingstechnieken zoals CRISPR-Cas en dat het noodzakelijk zal zijn om innovaties te versnellen. Onder andere door groene gewasbeschermingsmiddelen versneld toe te laten, regels voor een zorgvuldige toepassing van biostimulanten en dat er voldoende overheidsbudget nodig is voor onderzoek.

Financiële pijn
Weerbare planten in combinatie met groene middelen zonder dat we er financieel op achteruit gaan, is natuurlijk een prachtig streven, maar voor mijn suikerbieten komt het helaas te laat. Ik heb ze inmiddels voor het eerst sinds jaren tegen de bietenkever moeten spuiten. Zoals het er nu voor staat met de vraatschade kan de voorspelde opbrengstderving van 17% of meer wel eens waarheid worden. De financiële pijn moet nog komen. Op dit moment doet het vooral pijn dat ik voor mijn gevoel gedwongen wordt tot een alternatief dat in mijn ogen schadelijker is voor de natuur dan zaaien van gecoat bietenzaad. Ik heb van veel andere jonge boeren gehoord dat ook zij zich zorgen maken om zowel de financiële als bedrijfsmatige gevolgen, als vrij plotseling middelen verdwijnen. 2019 is bijvoorbeeld het laatste jaar dat Reglone en Finale, loofdodingsmiddelen in de aardappelen, gebruikt mogen worden. De alternatieven: het dure biologische middel Beloukha, mechanisch loofklappen of looftrekken en loofbranden. Ze zijn allemaal kostenverhogend wat gevolgen zal hebben voor het concurrerende vermogen van de Europese aardappelteelt. En als de toelating van glyfosaat, vooral bekend als Roundup, na 2022 niet meer verlengd wordt, zullen de gevolgen nog groter zijn.

#terugindetijd?
Waar inmiddels mooie stappen zijn gemaakt, met niet kerende grondbewerking, om het bodemleven meer intact te houden. Zal zonder gebruik van glyfosaat de onkruidwortels en zaden weer ondergeploegd moeten worden. De overheid wil graag dat we zo veel mogelijk vanggewassen telen om uitspoeling van meststoffen tegen te gaan. Toch zal met het wegvallen van glyfosaat meer akkers zwart blijven in de winter. Hiervoor wil ik mij inzetten: dat er bij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen niet alleen naar de middelen zelf wordt gekeken, maar ook naar de gevolgen bij het verdwijnen ervan. Ondertussen moeten we met z’n allen zoveel mogelijk doen om emissie, en dan vooral punt- en erfemissie, te voorkomen, zodat we over een paar jaar kunnen laten zien dat nog strengere toelatingseisen niet nodig zijn. Hopelijk kunnen we hiermee voorkomen dat we niet nog meer #terugindetijd gaan en voldoende tijd krijgen voor de ontwikkeling van weerbare gewassen en gewasbeschermingsalternatieven in #detoekomst.

 

Onderstaand de linkjes naar de stukken die besproken worden in de column.

Actieplan plantgezond van de BO Akkerbouw

‘Toekomstvisie gewasbescherming 2030

 

 


Leendert Jan Onnes

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Leendert Jan Onnes verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Onnes heeft samen met zijn vader een akkerbouwbedrijf van 120 hectare in het Groningse Finsterwolde. Met de afgeronde studies internationale bedrijfskunde en Business  Marketing / Marketing Research is Leendert Jan een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.

Jouw stem is belangrijk komende verkiezingen

Op sommige momenten lijkt het wel dat alle problemen die in de maatschappij spelen op enige wijze worden veroorzaakt door de landbouw. Gaat het over klimaatsverandering of het verlies aan biodiversiteit, vaak lijken wij hier de schuld van te krijgen. Zeker op dit moment wanneer er weer verkiezingen aankomen tonen verschillende politieke partijen populistisch gedrag. Desondanks blijft van belang om in gesprek te blijven met alle politieke partijen om te weten waar ze voor staan en hen ook ‘ons’ verhaal te vertellen uit de praktijk. Vaak kom je tijdens dit soort gesprekken te weten dat er naast standpunten die veel verschillen van het onze soms ook overeenkomsten zijn, waar je elkaar kunt versterken. Hierbij blijft het zaak deze overeenkomsten verder te vergroten door te vertellen en laten zien waar we mee bezig zijn. Dit gaat met vallen en opstaan.

Deze gesprekken voeren wij niet alleen met de landelijke en Europese politiek, maar onze provinciale afdelingen voeren deze gesprekken ook met de provinciale politiek. Voor deze laatste staan nu verkiezingen voor de deur, waardoor het speelveld kan veranderen. Veel provinciale afdelingen organiseren vaak samen met andere organisaties verkiezingsdebatten of geven publicaties uit met de standpunten van de politieke partijen in de provincie, zodat het speelveld zichtbaar wordt. Hieruit kun jij je voordeel halen: zorg immers dat je weet waar elke politicus (of politieke partij) voor staat, zodat je een weloverwogen stem kunt maken op 20 maart aanstaande!

De afgelopen jaren hebben we een terugtrekkende overheid gezien, waarbij steeds meer bevoegdheid werd neergelegd in de provincies. Daardoor ligt veel macht bij het provinciehuis en maken zij in grote mate de dienst uit wat wij wel en niet mogen op onze bedrijven. Voorbeelden zijn het verbod op uitbreiding van geitenbedrijven, verbod op nieuwvestiging van intensieve veehouderijbedrijven en de versnelde aanpak van stikstof/ammoniak uitstoot van bedrijven in Noord-Brabant. Tevens maken zij in grote mate het ruimtelijk beleid en gaan over zaken als grootte van bouwkavels, aanleg van nieuwe natuurgebieden en plaatsing van bijvoorbeeld windmolens. Kortom de provinciale politiek heeft veel invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven.

Het is dan ook jammer dat in veel verkiezingsdebatten het gaat over landelijke thema’s als immigratie en klimaat. In deze laatste hebben provincies ook een belangrijke rol, maar uiteindelijk leiden deze thema’s wel af van de echte onderwerpen waar het om draait in de provincie. Gezien het belang voor onze sector, is het belangrijk om te weten waar de partijen in de provincie voor staan. Zodat jij een weloverwogen stemkeus kunt maken. Om je te helpen bij de uiteindelijke stemkeuze hebben verschillende provinciale AJK’s al wat voorwerk gedaan. Bedenk daarbij goed dat naast de politieke partij ook de persoon veel invloed kan hebben. Verdiep je dus ook in de namen op de kandidatenlijsten, zodat ook mensen met kennis van de agrarische sector na de verkiezingen in de provinciale besturen plaats kunnen nemen.

Minstens zo belangrijk zijn, om dezelfde reden, ook de verkiezingen voor de waterschappen. Zij bepalen in belangrijke mate de waterhuishouding rond onze percelen en werken constant aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Ook hier hebben we mensen nodig met kennis van de agrarische sector.

Dus breng je stem uit op 20 maart a.s.!


Andre Arfman

Als voorzitter van NAJK zet Andre Arfman zich voor de belangen van jonge agrariërs en specifiek op het klimaatdossier. Dit combineert hij met zijn baan bij Alfa Accountants en het werk op het melkveebedrijf in Vorden.

De onmogelijkheid van het duurzaamheidswensen-lijstje

Weidegang, ammoniak, methaan, Co2, percentage eiwit van eigenland, biodiversiteit, daling weidevogels, zomaar een aantal duurzaamheidsthema’s die spelen in de melkveesector. Als portefeuillehouder melkveehouderij van NAJK is het voor mij vooral belangrijk dat deze thema’s niet op zo’n manier worden uitgewerkt dat de melkveehouder van de toekomst zich niet meer kan ontwikkelen. En per thema lijkt dat ook niet direct het geval echter de combinatie van thema’s is hetgeen waar ik me zorgen over maak.

Als boer sta je (zoals in het plaatje) midden in de kringloop, er zijn binnen deze kringloop allerlei knoppen waar je aan kunt draaien. Maar het één staat nooit los van het ander, dat is nu ook mooie van ons vak; het is een spel waar je nooit uitgespeeld mee raakt! Neem nou bijvoorbeeld je bemesting. De bemesting  heeft invloed op het rantsoen, dus op het (kracht)voer wat aangekocht wordt, op je bouwplan qua planning maar ook qua gewassen, en daarmee ook de manier van bemesten en het aantal keer van bemesten. Qua duurzaamheid heeft het zo ongeveer invloed op bijna alle bovengenoemde duurzaamheidsthema’s, sommige worden positief beïnvloed andere negatief. Je moet dus als boer opzoek naar een optimum.

Tijdens mijn studie in Wageningen heb ik geleerd dat het succes van het zoeken naar dat optimum bij de boer ligt, en dat er verschillende boeren zijn en dus verschillende optimums. Als we kijken naar het voorbeeld van bemesting, de ene boer heeft heel veel liefde voor weidegang en gaat voor stripgrazen en heeft hierdoor veel groetrappen en zal dus steeds kleine hoeveelheden moeten bemesten. Achter het draad beweiden is misschien wel de manier om het meeste melk uit het gras te halen en dit bespaard krachtvoer en heeft een positieve invloed op de hoeveelheid eiwit van eigenland. Het mozaïek aan hoog en laag gras kan een positieve uitwerking hebben op bijvoorbeeld weidevogels. De ander heeft een minder grote huiskavel waarbij achter het draad weiden geen optie is. Deze boer houdt het simpel en werkt met standweiden en bijvoeren op stal, waardoor er grotere percelen in één keer kunnen worden bemest. Dit werkt efficiënter, bespaart op die manier kosten en is minder arbeidsintensief qua weidegang management. Dit voorbeeld is misschien een beetje kort door de bocht, ik wil alleen maar aangeven dat de verschillen tussen boeren, verschillende type bedrijven oplevert en dat hiermee verschillende duurzaamheidsdoelen worden gediend. So far, voorzie ik geen problemen, die verschillende jonge boeren zijn er wel en we willen ook best wat met duurzaamheid als dit bij de bedrijfsvoering in te passen is.

Het gaat mis als de overheid midden in het kringloopplaatje gaat staan en aan de knoppen gaat draaien en deze vast zet. Hiermee zet je namelijk ook heel veel andere knoppen vast. Bemesting is hier ook een mooi voorbeeld waarbij de overheid heeft aangekondigd dat dure apparatuur op bemesters verplicht gaat worden. Dit zorgt ervoor dat je als boer sneller voor de loonwerker kiest, en die laat je niet komen voor een klein stukje (met name als het om sleepslagen gaat). Hiermee wordt achter het draad weiden ook lastiger en dus ook weidegang. Terwijl weidegang de maximale grasopbrengst haalt, je daarmee het meeste krachtvoer bespaart en voordelen heeft voor weidevogels. Als er vervolgens ook weer afspraken door de overheid worden gemaakt over het percentage eiwit van eigenland en weidevogels, wordt het steeds lastiger om alles te combineren. Het gaat fout als de overheid allerlei duurzaamheidswensen in doelen vastlegt die los van elkaar best reëel zijn maar gecombineerd technisch onmogelijk uitvoerbaar zijn.

________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (31) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

 

 

___________________________________________________________________________________