We moeten niet de kaas van ons (duurzame) brood laten eten

Dat je als boer met behulp van de bodem voedsel kunt produceren is prachtig, maar wat er tegelijkertijd in de bodem gebeurt, is minstens net zo mooi. De gewassen nemen namelijk CO2 op uit de atmosfeer en zetten dit met behulp van zonlicht (fotosynthese) om naar zuurstof en plantenbiomassa, zoals wortels en bladeren. Een deel van deze koolstof wordt gelekt of uitgescheiden en komt zo in de grond terecht. Deze koolstof wordt opgeslagen in de bodem waar het dan duizenden jaren vast gehouden kan worden. Tenminste, zolang het niet door verstoringen in de bodem, bijvoorbeeld door grondbewerking of drooglegging van natte grond, zoals veengebieden, weer vrijkomt.

Dat je als boer nu al een positieve bijdrage levert aan de CO2-reductie zonder dat je daar iets extra’s voor doet is natuurlijk een mooi gegeven. Maar de kans dat je wel gevraagd gaat worden om iets extra’s te doen om koolstof op te slaan, is waarschijnlijk vrij reëel. De overheid heeft namelijk in het klimaatakkoord gezet dat met duurzaam bodembeheer extra koolstofvastlegging in de bodem moet worden gerealiseerd: 0,5 megaton in 2030. Op zich is het mooi dat we als landbouwsector hier een positieve rol in kunnen vervullen. Het vastleggen van koolstof in de bodem biedt voor de teelt veel voordelen – zoals een vruchtbaardere en gezondere bodem van goede kwaliteit, doordat voedingstoffen en water beter worden vastgehouden – maar daarnaast zou het natuurlijk helemaal mooi zijn als het op korte termijn ook financieel iets oplevert. Vanuit verschillende kanten wordt daarom al gekeken wat voor verdienmodellen er bedacht kunnen worden die hieraan bijdragen. Een veel genoemde optie zijn de Carbon Credits die verkocht kunnen worden aan industrieën die te veel uitstoten. Door middel van de Carbon Credits kunnen deze industrieën hun teveel aan CO2-uitstoot compenseren. Klinkt als een mooi plan, maar de verkochte Credits gaan dan niet meer van de 0,5 megaton af waardoor de sector de doelen van 2030 wellicht niet meer bereikt.

Bedrijven als KLM en Shell pakken het slim aan. Door het betalen van een kleine toeslag over de ticketprijs of door de duurdere V-power brandstof te nemen, kun je als klant ‘jouw’ CO2-uitstoot compenseren. Het geeft je als klant een goed gevoel en hoewel de consument ervoor betaald heeft, behoort deze compensatie op papier nog steeds toe tot de luchtvaart- en olie- en chemie-industrie. Dit zouden we als agrarische sector met hulp vanuit de keten misschien ook kunnen. Duurzaam voedsel dat iets meer kost dan gewone producten, maar waar consumenten hun eigen ‘carbon footprint’ mee kunnen verkleinen. Het geeft ze dus de mogelijkheid om naast duurzame energie en een duurzamere auto ook duurzaam, in Nederland geproduceerd, voedsel te kopen. De teelt van dit duurzamere voedsel vraagt waarschijnlijk hier en daar wel om wat aanpassingen op het gebied van bemesting, grondbewerking en het bouwplan vergeleken met het ‘gewone’ voedsel, maar de opgeslagen koolstof blijft hierbij wel van de sector.

Misschien blijft het bij een mooi plan dat in 2030 consumenten in de supermarkt ook duurzame frietjes kunnen kopen, maar dat de opslag van koolstof de komende jaren een belangrijke rol gaat spelen in de landbouw, staat voor mij wel vast. Dit zorgt gegarandeerd voor mooie kansen, mits we daarbij ons niet de kaas van ons (duurzame) brood laten eten.

 


Leendert Jan Onnes

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Leendert Jan Onnes verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Onnes heeft samen met zijn vader een akkerbouwbedrijf van 120 hectare in het Groningse Finsterwolde. Met de afgeronde studies internationale bedrijfskunde en Business  Marketing / Marketing Research is Leendert Jan een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.

Grond (kennis)honger

We komen uit een tijd waarbij de focus van de melkveehouderij vooral ligt bij de koeien. Tot achter de komma weten we de melkproductie, de gehaltes, het medicijngebruik, het rantsoen en we hebben sensoren die de temperatuur, activiteit en herkauwslagen bijhoudt. Van ons land weten we echter een stuk minder, we laten één keer in de 5 jaar een analyse maken waar vervolgens gegevens uitkomen die we nauwelijks gebruiken in onze bedrijfsvoering. Er is dan ook geen commerciële partij die belang heeft bij het verbeteren van grond. Grond is echter wel ons duurste productiemiddel.

De afgelopen tijd komt er steeds meer aandacht voor grond en de bodem. Vanuit de aandacht voor mest en de kringloop gedachte wordt de bodem steeds meer centraal gesteld. Daarnaast komt er ook meer aandacht voor grond vanuit bepaalde vraagstukken zoals biodiversiteit, klimaat en de doelstelling om 65% eiwit van eigen land te verkrijgen. Bijna al deze vraagstukken geven druk op grond en vragen om meer kennis  over de bodem. Extra grond onder je bedrijf krijgen is echter makkelijker gezegd dan gedaan (al zou je dat al willen) , want grond heeft in Nederland een waarde die vanuit een agrarische bedrijfsvoering niet rond te rekenen is. Je kunt achterop een sigarendoos uitrekenen dat voer aankopen goedkoper is dan grondaankopen. Als grond 60.000 euro of meer per hectare kost, kun je alleen al van de rente meer voer kopen dan dat die hectare opbrengt.

Daarom is een goed pachtbeleid cruciaal, dat het mogelijk maakt om als jonge boer, die echt de eerste jaren na de overname geen geld overheeft om zo’n onrendabele investering te doen, mogelijk om wel meer grond onder zijn bedrijf te krijgen. Ook de mogelijkheid voor samenwerking met derden zijn van belang, zodat samenwerken met een akkerbouwer ook gezien wordt als eigen ruwvoer teelt.  Daarnaast kunnen we met al deze extra aandacht voor grond en de bodem ook onze kennis over de bodem verbeteren. Iets waar we vanuit NAJK al vol mee aan de slag zijn gegaan. Zo  organiseren we nu de bodembattles, een spel waarin jonge boeren tegen elkaar battelen over bodem kennis.

Grond en bodem wordt wellicht één van de belangrijkste thema’s de komende tijd. We hebben hierbij goed beleid nodig die goede oplossingen, zoals een duurzaampacht beleid en volop ruimte voor samenwerkingen met derden zodat ook jonge boeren mee kunnen komen. Daarbij zal meer kennis van de bodem een kans zijn om beter met de grond om te gaan. Daar zullen wij als boeren met elkaar aan moeten werken, want grond kan misschien niet uit, kennis delen onder elkaar is gratis, dat kan altijd uit!

____________________________________________________________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (31) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

 

 

 

 

____________________________________________________________________________________________________________________________________

Eigendom en/of exploitatie?

Eigendom en exploitatie van een agrarisch bedrijf zijn twee onderwerpen die vaak naar voren komen in mijn portefeuille bedrijfsovername, binnen het dagelijks bestuur van NAJK. In de agrarische sector hangen deze termen sterk aan elkaar. In Nederland kennen we veel bedrijven die in eigendom zijn en waar exploitatie en eigendom dus bij dezelfde partij ligt. Naast deze vorm zijn er natuurlijk nog de pachtbedrijven waarin exploitatie en eigendom duidelijk, voor het grootste gedeelte, zijn gescheiden.

Ik kom veel fanatieke jongeren tegen die graag een agrarisch bedrijf willen overnemen. Dit zijn vaak hele gepassioneerde jongeren die met hart en ziel ‘’boer’’ zijn. In de meeste gevallen komen we er al snel op uit dat ze het graag willen maar dat ze het financieel niet kunnen rondkrijgen. Dit heeft enerzijds te maken met de rentabiliteit en anderzijds met de hoge prijzen voor landbouwgrond en productierechten.

Afgelopen mei ben ik samen met 12 andere jongeren uitgenodigd om met het koninklijk paar mee te reizen naar Mecklenburg-Voor-Pommeren en Brandenburg. Doel van deze studiereis was om te leren hoe de agrarische sector in deze deelstaten werkt. Eén van de belangrijkste onderwerpen die mij is bijgebleven is dat dit veelal grote bedrijven zijn met veel ‘’eigenaren’’. Deze constructies zijn ontstaan door het voormalige Sovjettijdperk. Het gevolg is dat er een scheiding tussen eigendom en exploitatie is ontstaan.

Richting de toekomst wordt het naar mijn inziens essentieel om te kijken naar nieuwe modellen voor de manier waarop eigendom en exploitatie gescheiden kunnen worden. De pachtovereenkomsten zoals die nu in Nederland uitgegeven voldoen niet meer. In deze vorm loopt de verpachter weinig tot geen risico en de pachter neemt al het risico. Daarnaast heeft de pachter te weinig invloed op de pachtprijs. Er is hier te weinig gezamenlijk belang.

Vanuit het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en vanuit de Europese politiek worden nieuwe intredes en familiaire bedrijfsovername gestimuleerd. Binnen NAJK zien we dat dit vaak fout gaat op het gebied van communicatie en een te financieren businesscase. De problemen rondom communicatie ontstaan vaak simpelweg omdat de schenkingen dusdanig groot worden dat dit niet meer is uit te leggen aan de overblijvende kinderen. Als we praten over buiten familiare bedrijfsovername is dit probleem alleen maar groter.

Het is daarom in mijn beleving essentieel voor succesvolle duurzame agrarische bedrijfsovername in de toekomst dat er nieuwe vormen van scheiding tussen eigendom en exploitatie ontstaan. Binnen het opleiding en coaching deel van het bedrijfsovernamefonds moet hier aandacht voor zijn. Mijn oproep aan het ministerie van LNV en andere belanghebbende partijen is om hier aandacht aan te geven anders neemt het aantal bedrijfsovernames in de toekomst alleen maar af.

___________________________________________________________________________________________________________

Sietse Draaijer

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Sietse Draaijer (32) verantwoordelijk voor de portefeuille bedrijfsovername. Sietse combineert deze functie met zijn melkveehouderij in het Friese Witmarsum.

Doe wat je zegt

Afgelopen maand vond de langverwachte stemming in ComAgri (de commissie van het Europees Parlement over landbouw en plattelandsontwikkeling) plaats over het nieuwe GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid). Er zijn duizenden wijzigingsvoorstellen op ingediend en inmiddels dus in stemming gebracht. Als CEJA-vicevoorzitter ben ik sinds anderhalf jaar betrokken bij dit proces. Intensieve overleggen en doelgerichte acties ten spijt: het heeft maar beperkt invloed gehad. Als jonge boeren zijn we immers niet de enige groep die ‘iets’ willen in het nieuwe GLB.

Budget onder druk

Het is al enkele jaren bekend dat het budget voor het GLB zwaar onder druk staat. Nettobetaler Groot-Brittannië neemt (zoals het nu lijkt) afscheid van de EU en andere landen willen niet méér bijdragen. Ook bij onderwerpen als veiligheid en migratie wordt er door lidstaten van de EU naar Brussel gekeken. Een gezamenlijk beleid is nodig om succesvol te kunnen zijn. En dat allemaal terwijl de totale ‘taart’, die het budget moet voorstellen, niet groter, maar juist kleiner wordt. Verder is er natuurlijk ook nog de diepe wens van natuur- en milieuorganisaties om een groter deel van het budget te gebruiken voor biodiversiteitsdoelen. Ook NAJK en CEJA zien dit zitten, maar dan wel onder bepaalde voorwaarden. We willen graag een ambitieus beleid, waarin boeren worden beloond en niet worden gecompenseerd voor hun inzet om (biodiversiteits-)prestaties te kunnen halen. Op die manier kun je boeren motiveren een bijdrage te leveren die bij ze past, zowel persoonlijk als bedrijfsmatig.

Het nieuwe GLB voorstel

In het nieuwe voorstel worden er negen verschillende doelen uitgewerkt. Hier is de zogeheten ‘vernieuwing in de generaties’ één van. Jonge boeren staan dus hoog op de agenda van de Europese Commissie. Toch heeft ComAgri besloten hier maar beperkt budget voor vrij te maken. Hoewel de commissievoorstellen na de zomer nog in stemming gebracht moeten worden in het (nieuwe) gehele Europees Parlement, lijkt het er nu op dat er voor Nederlandse boeren wel meer geld beschikbaar komt voor de zogeheten top-up, een ondersteuning voor jonge boeren in het GLB. Dit is overigens hard nodig, want het huidige budget wordt flink overvraagd. Het top-up-geld wordt wel uitgesmeerd over zeven jaar, in plaats van vijf. Of er überhaupt een nieuwe Jonge Landbouwersregeling (JOLA) komt, dat weten we nog niet. De komende maanden zullen we daar als NAJK met het ministerie van LNV over praten: de JOLA wordt namelijk op nationaal niveau geregeld.

Doe wat je zegt!

Zowel Europarlementariërs als minister Schouten spreken veel over jonge boeren: zij hebben de toekomst. Het is vreemd dat er dan geen extra (geoormerkt) geld beschikbaar komt. Met alleen prachtige vergezichten en positieve boodschappen over kringlooplandbouw en nieuwe verdienmodellen komen we er niet. Als we echt voor meer jonge boeren, meer innovatie en toekomstbestendige bedrijven willen gaan, zijn er harde euro’s nodig. Richting ComAgri is het een gelopen race, maar richting minister Schouten en de kandidaten voor de Europese Parlementsverkiezingen is mijn boodschap ‘put your money where your mouth is’: doe wat je zegt!

___________________________________________________________________________________________________________

Iris Bouwers

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Iris Bouwers (25) verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Iris combineert deze functie met haar studie agrarische bedrijfskunde en het werk op varkens- en akkerbouwbedrijf.

Gewasbescherming in #detoekomst

Veel bieten zaaiende boeren toonden op Twitter hun ongenoegen over het verbod op met neonicotinoïden gecoat bietenzaad met #terugindetijd, wat staat ons nog meer te wachten in #detoekomst? Minister Schouten schrijft in haar onlangs verschenen ‘Toekomstvisie gewasbescherming 2030’ dat planten beter bestand moeten worden tegen ziekten en plagen. Ze wil streven naar de inzet van zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen. Dit sluit goed aan bij het actieplan Plantgezondheid van de Brancheorganisatie (BO) Akkerbouw, waar ik namens NAJK bij aangesloten ben. De BO Akkerbouw heeft in een reactie al aangegeven dat om deze doelen te bereiken, er ruimte moet komen voor nieuwe veredelingstechnieken zoals CRISPR-Cas en dat het noodzakelijk zal zijn om innovaties te versnellen. Onder andere door groene gewasbeschermingsmiddelen versneld toe te laten, regels voor een zorgvuldige toepassing van biostimulanten en dat er voldoende overheidsbudget nodig is voor onderzoek.

Financiële pijn
Weerbare planten in combinatie met groene middelen zonder dat we er financieel op achteruit gaan, is natuurlijk een prachtig streven, maar voor mijn suikerbieten komt het helaas te laat. Ik heb ze inmiddels voor het eerst sinds jaren tegen de bietenkever moeten spuiten. Zoals het er nu voor staat met de vraatschade kan de voorspelde opbrengstderving van 17% of meer wel eens waarheid worden. De financiële pijn moet nog komen. Op dit moment doet het vooral pijn dat ik voor mijn gevoel gedwongen wordt tot een alternatief dat in mijn ogen schadelijker is voor de natuur dan zaaien van gecoat bietenzaad. Ik heb van veel andere jonge boeren gehoord dat ook zij zich zorgen maken om zowel de financiële als bedrijfsmatige gevolgen, als vrij plotseling middelen verdwijnen. 2019 is bijvoorbeeld het laatste jaar dat Reglone en Finale, loofdodingsmiddelen in de aardappelen, gebruikt mogen worden. De alternatieven: het dure biologische middel Beloukha, mechanisch loofklappen of looftrekken en loofbranden. Ze zijn allemaal kostenverhogend wat gevolgen zal hebben voor het concurrerende vermogen van de Europese aardappelteelt. En als de toelating van glyfosaat, vooral bekend als Roundup, na 2022 niet meer verlengd wordt, zullen de gevolgen nog groter zijn.

#terugindetijd?
Waar inmiddels mooie stappen zijn gemaakt, met niet kerende grondbewerking, om het bodemleven meer intact te houden. Zal zonder gebruik van glyfosaat de onkruidwortels en zaden weer ondergeploegd moeten worden. De overheid wil graag dat we zo veel mogelijk vanggewassen telen om uitspoeling van meststoffen tegen te gaan. Toch zal met het wegvallen van glyfosaat meer akkers zwart blijven in de winter. Hiervoor wil ik mij inzetten: dat er bij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen niet alleen naar de middelen zelf wordt gekeken, maar ook naar de gevolgen bij het verdwijnen ervan. Ondertussen moeten we met z’n allen zoveel mogelijk doen om emissie, en dan vooral punt- en erfemissie, te voorkomen, zodat we over een paar jaar kunnen laten zien dat nog strengere toelatingseisen niet nodig zijn. Hopelijk kunnen we hiermee voorkomen dat we niet nog meer #terugindetijd gaan en voldoende tijd krijgen voor de ontwikkeling van weerbare gewassen en gewasbeschermingsalternatieven in #detoekomst.

 

Onderstaand de linkjes naar de stukken die besproken worden in de column.

Actieplan plantgezond van de BO Akkerbouw

‘Toekomstvisie gewasbescherming 2030

 

 


Leendert Jan Onnes

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Leendert Jan Onnes verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Onnes heeft samen met zijn vader een akkerbouwbedrijf van 120 hectare in het Groningse Finsterwolde. Met de afgeronde studies internationale bedrijfskunde en Business  Marketing / Marketing Research is Leendert Jan een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.

Jouw stem is belangrijk komende verkiezingen

Op sommige momenten lijkt het wel dat alle problemen die in de maatschappij spelen op enige wijze worden veroorzaakt door de landbouw. Gaat het over klimaatsverandering of het verlies aan biodiversiteit, vaak lijken wij hier de schuld van te krijgen. Zeker op dit moment wanneer er weer verkiezingen aankomen tonen verschillende politieke partijen populistisch gedrag. Desondanks blijft van belang om in gesprek te blijven met alle politieke partijen om te weten waar ze voor staan en hen ook ‘ons’ verhaal te vertellen uit de praktijk. Vaak kom je tijdens dit soort gesprekken te weten dat er naast standpunten die veel verschillen van het onze soms ook overeenkomsten zijn, waar je elkaar kunt versterken. Hierbij blijft het zaak deze overeenkomsten verder te vergroten door te vertellen en laten zien waar we mee bezig zijn. Dit gaat met vallen en opstaan.

Deze gesprekken voeren wij niet alleen met de landelijke en Europese politiek, maar onze provinciale afdelingen voeren deze gesprekken ook met de provinciale politiek. Voor deze laatste staan nu verkiezingen voor de deur, waardoor het speelveld kan veranderen. Veel provinciale afdelingen organiseren vaak samen met andere organisaties verkiezingsdebatten of geven publicaties uit met de standpunten van de politieke partijen in de provincie, zodat het speelveld zichtbaar wordt. Hieruit kun jij je voordeel halen: zorg immers dat je weet waar elke politicus (of politieke partij) voor staat, zodat je een weloverwogen stem kunt maken op 20 maart aanstaande!

De afgelopen jaren hebben we een terugtrekkende overheid gezien, waarbij steeds meer bevoegdheid werd neergelegd in de provincies. Daardoor ligt veel macht bij het provinciehuis en maken zij in grote mate de dienst uit wat wij wel en niet mogen op onze bedrijven. Voorbeelden zijn het verbod op uitbreiding van geitenbedrijven, verbod op nieuwvestiging van intensieve veehouderijbedrijven en de versnelde aanpak van stikstof/ammoniak uitstoot van bedrijven in Noord-Brabant. Tevens maken zij in grote mate het ruimtelijk beleid en gaan over zaken als grootte van bouwkavels, aanleg van nieuwe natuurgebieden en plaatsing van bijvoorbeeld windmolens. Kortom de provinciale politiek heeft veel invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven.

Het is dan ook jammer dat in veel verkiezingsdebatten het gaat over landelijke thema’s als immigratie en klimaat. In deze laatste hebben provincies ook een belangrijke rol, maar uiteindelijk leiden deze thema’s wel af van de echte onderwerpen waar het om draait in de provincie. Gezien het belang voor onze sector, is het belangrijk om te weten waar de partijen in de provincie voor staan. Zodat jij een weloverwogen stemkeus kunt maken. Om je te helpen bij de uiteindelijke stemkeuze hebben verschillende provinciale AJK’s al wat voorwerk gedaan. Bedenk daarbij goed dat naast de politieke partij ook de persoon veel invloed kan hebben. Verdiep je dus ook in de namen op de kandidatenlijsten, zodat ook mensen met kennis van de agrarische sector na de verkiezingen in de provinciale besturen plaats kunnen nemen.

Minstens zo belangrijk zijn, om dezelfde reden, ook de verkiezingen voor de waterschappen. Zij bepalen in belangrijke mate de waterhuishouding rond onze percelen en werken constant aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Ook hier hebben we mensen nodig met kennis van de agrarische sector.

Dus breng je stem uit op 20 maart a.s.!


Andre Arfman

Als voorzitter van NAJK zet Andre Arfman zich voor de belangen van jonge agrariërs en specifiek op het klimaatdossier. Dit combineert hij met zijn baan bij Alfa Accountants en het werk op het melkveebedrijf in Vorden.

De onmogelijkheid van het duurzaamheidswensen-lijstje

Weidegang, ammoniak, methaan, Co2, percentage eiwit van eigenland, biodiversiteit, daling weidevogels, zomaar een aantal duurzaamheidsthema’s die spelen in de melkveesector. Als portefeuillehouder melkveehouderij van NAJK is het voor mij vooral belangrijk dat deze thema’s niet op zo’n manier worden uitgewerkt dat de melkveehouder van de toekomst zich niet meer kan ontwikkelen. En per thema lijkt dat ook niet direct het geval echter de combinatie van thema’s is hetgeen waar ik me zorgen over maak.

Als boer sta je (zoals in het plaatje) midden in de kringloop, er zijn binnen deze kringloop allerlei knoppen waar je aan kunt draaien. Maar het één staat nooit los van het ander, dat is nu ook mooie van ons vak; het is een spel waar je nooit uitgespeeld mee raakt! Neem nou bijvoorbeeld je bemesting. De bemesting  heeft invloed op het rantsoen, dus op het (kracht)voer wat aangekocht wordt, op je bouwplan qua planning maar ook qua gewassen, en daarmee ook de manier van bemesten en het aantal keer van bemesten. Qua duurzaamheid heeft het zo ongeveer invloed op bijna alle bovengenoemde duurzaamheidsthema’s, sommige worden positief beïnvloed andere negatief. Je moet dus als boer opzoek naar een optimum.

Tijdens mijn studie in Wageningen heb ik geleerd dat het succes van het zoeken naar dat optimum bij de boer ligt, en dat er verschillende boeren zijn en dus verschillende optimums. Als we kijken naar het voorbeeld van bemesting, de ene boer heeft heel veel liefde voor weidegang en gaat voor stripgrazen en heeft hierdoor veel groetrappen en zal dus steeds kleine hoeveelheden moeten bemesten. Achter het draad beweiden is misschien wel de manier om het meeste melk uit het gras te halen en dit bespaard krachtvoer en heeft een positieve invloed op de hoeveelheid eiwit van eigenland. Het mozaïek aan hoog en laag gras kan een positieve uitwerking hebben op bijvoorbeeld weidevogels. De ander heeft een minder grote huiskavel waarbij achter het draad weiden geen optie is. Deze boer houdt het simpel en werkt met standweiden en bijvoeren op stal, waardoor er grotere percelen in één keer kunnen worden bemest. Dit werkt efficiënter, bespaart op die manier kosten en is minder arbeidsintensief qua weidegang management. Dit voorbeeld is misschien een beetje kort door de bocht, ik wil alleen maar aangeven dat de verschillen tussen boeren, verschillende type bedrijven oplevert en dat hiermee verschillende duurzaamheidsdoelen worden gediend. So far, voorzie ik geen problemen, die verschillende jonge boeren zijn er wel en we willen ook best wat met duurzaamheid als dit bij de bedrijfsvoering in te passen is.

Het gaat mis als de overheid midden in het kringloopplaatje gaat staan en aan de knoppen gaat draaien en deze vast zet. Hiermee zet je namelijk ook heel veel andere knoppen vast. Bemesting is hier ook een mooi voorbeeld waarbij de overheid heeft aangekondigd dat dure apparatuur op bemesters verplicht gaat worden. Dit zorgt ervoor dat je als boer sneller voor de loonwerker kiest, en die laat je niet komen voor een klein stukje (met name als het om sleepslagen gaat). Hiermee wordt achter het draad weiden ook lastiger en dus ook weidegang. Terwijl weidegang de maximale grasopbrengst haalt, je daarmee het meeste krachtvoer bespaart en voordelen heeft voor weidevogels. Als er vervolgens ook weer afspraken door de overheid worden gemaakt over het percentage eiwit van eigenland en weidevogels, wordt het steeds lastiger om alles te combineren. Het gaat fout als de overheid allerlei duurzaamheidswensen in doelen vastlegt die los van elkaar best reëel zijn maar gecombineerd technisch onmogelijk uitvoerbaar zijn.

________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (31) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

 

 

___________________________________________________________________________________

 

Samen- en tegenwerking in Den Haag

Samenwerken is de toekomst! Een uitspraak die ik veel gehoord heb de laatste maanden, als nieuw portefeuillehouder bedrijfsovername binnen NAJK. Afgelopen maanden heb ik veel mensen leren kennen en ben druk bezig met het Bedrijfsovernamefonds en de JOLA-regeling. Tijdens deze periode laat het ministerie blijken dat ze, met de nieuwe landbouwvisie in hand, volop wil inzetten op kringlooplandbouw en de daarmee gepaarde samenwerking tussen boeren. Naar mijn idee een zeer goed initiatief, want met samenwerken kunnen we ver komen.

Minister Schouten heeft nu 75 miljoen beschikbaar gesteld in de vorm van het Bedrijfsovernamefonds, er is een top-up via hectare toeslag in de eerste pijler van het GLB en richt de JOLA zich op investeringen in vernieuwing op het boerenerf. Nu ik dit zo meekrijg in mijn eerste maanden als portefeuillehouder kan ik alleen maar positief zijn over de initiatieven van het ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Naast deze initiatieven verloopt de samenwerking tussen NAJK en het ministerie ook goed wat betreft de invulling van het bedrijfsovernamefonds.

Mijn verbazing was echter erg groot nadat het ministerie van Financiën besloten heeft om het tweede pachtersvoordeel af te schaffen. Een besluit dat totaal haaks staat op het beleid van het ministerie van LNV. Dit besluit maakt bedrijfsovernames moeilijker. Bedrijven die gebruik maken van het tweede pachtersvoordeel krijgen een half jaar de tijd om de gepachte grond van de verpachter over te kopen en de hiervoor benodigde financiering rond te krijgen. Een onmogelijke en verre van realistische termijn.

Aan de ene kant worden wij als agrarische sector gemotiveerd en opgeroepen om te gaan samenwerken en samen te bouwen aan een duurzame sector. Hierin worden we gesteund door het ministerie van LNV, met realistische gesprekken en goede intenties. Maar het zou meer zoden aan de dijk zetten als er meer samenwerking is tussen de verschillende ministeries en zij elkaar niet tegenwerken. Want het ministerie van LNV kan nog zulke goede intenties hebben, fondsen en subsidies beschikbaar stellen, maar als een ander ministerie vanuit een andere hoek dat allemaal teniet doet hebben al die inspanningen weinig effect.

Als jonge landbouwers willen we bouwen aan een innovatieve en duurzame sector en daar hebben we als ondernemers perspectief voor nodig en een eenduidig beleid. Als agrarisch sector werken we er hard aan om de neuzen dezelfde kant op de zetten, laten de ministeries dit ook doen.

___________________________________________________________________________________

Sietse Draaijer

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Sietse Draaijer (32) verantwoordelijk voor de portefeuille bedrijfsovername. Sietse combineert deze functie met het werk op zijn melkveehouderij in Witmarsum.

 

 

___________________________________________________________________________________

 

 

De toekomst na morgen

“Weet je het al? Wat je morgen gaat doen? Bestel je nog voer? De dierenarts komt ook nog hé? Zullen we morgen samen uit eten te gaan?” Allemaal vragen die je bezig houden over morgen, maar hoe vaak denk je verder na over de toekomst? Het bedrijf, privé, waar staan wij als sector over 10 jaar?

 Sla een willekeurig blad open en de woorden: Kringlooplandbouw, duurzaam, dierwelzijn, transitie en nieuwe verdienmodellen vliegen je om de oren. Ik hoor je al denken: “Weer veranderingen, we moeten ons weer aanpassen, kost weer geld, wanneer word er toch is naar ons geluisterd!”

Ik vind niet dat je tegen verandering kan zijn, of dat dit nou wel of niet past binnen je bedrijfsvoering. Je houdt verandering toch niet tegen. Echter merk ik steeds vaker op dat we verandering-moe zijn, wat logisch is!

Want al die veranderingen en extra regels, die de laatste jaren zijn ingevoerd, hebben niet gezorgd voor een beter verdien model. Nee, op sommige vlakken zelfs verslechterd. Ik ben daarom ook van mening dat als wij veranderen het ten goede moet komen van ons verdienmodel.

Of de maatschappelijke discussies over dierwelzijn en milieu nou wel of niet terecht zijn, er wordt gevraagd om verandering van ons agrariërs. Deze vraag biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodellen. Echter maak ik mij wel zorgen om onze ketenpartners, want willen wij verduurzamen en veranderen, zullen de winsten op ons product eerlijker verdeeld moeten worden. Daarnaast ligt de bal ook bij de consument, die moet accepteren dat een goed product met hoge eisen duurder is.

Ik merk dat er veel onwetendheid over de landbouw is onder de Nederlandse burger, dit kunnen wij als jonge boeren positief veranderen! Wij moeten (blijven) communiceren over onze sector, sta open voor discussie, vertel je verhaal! Want willen wij een positieve toekomst tegemoet gaan moeten wij daar zelf voor vechten.

___________________________________________________________________________________

Tim van der Mark

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Tim van der Mark (24) verantwoordelijk voor de portefeuille intensief. Tim combineert deze functie met het werk op zijn varkenshouderij in Middenbeemster.

 

Geef jonge boer ontwikkelingsruimte in plaats van strafblad

Sinds een halfjaar ben ik bestuurslid bij NAJK met de portefeuille melkveehouderij. Als derde bestuurslid op rij krijg ik te maken met het fosfaatrechtenstelsel en de uitwerking ervan. Richting het einde van het jaar blijkt hoe lastig het is om goed uit te rekenen hoe je uitkomt binnen de fosfaatruimte op bedrijfsniveau.

Als jonge melkveehouder met een nieuwe stal en volop ambitie richting de toekomst heb ook ik aan den lijve ondervonden wat een lastig jaar dit is geweest. Sturen op fosfaatproductie bleek nog niet eenvoudig. Koeien verkopen resulteerde soms in een stijging van de fosfaatproductie in plaats van een daling. Ondertussen hing er wel een strafblad boven het hoofd en bleef de prijs van fosfaat maar stijgen. Niet echt een lekker begin van je carrière als boer.

Ik heb vanuit NAJK meerdere keren mijn zorgen, over onder andere de boete, lease (gedeeltelijk) zonder afroming, voorwaarden fosfaatbank, knelgevallen, CBS-cijfers en opties voor vereveningen, gedeeld in Den Haag. Als bestuurder is mij in ieder geval heel duidelijk geworden dat invloed aan het eind van een proces heel gering is. De richting is bepaald en daar wordt niet meer vanaf geweken. Het fosfaatrechtenstelsel is in een wet gegoten en daarmee lastig meer te beïnvloeden.

Echter, de fosfaatbank is nog niet definitief. Hier zie ik dan ook nog kans om nog zaken te wijzigen. De fosfaatbank is bedoeld om ontwikkelruimte te geven aan met name de duurzame jonge boeren. Een belangrijk punt hierin is de vijf jaar termijn. Jonge melkveehouders hebben, binnen het huidige voorstel, twee keer zoveel kans op fosfaat uit de fosfaatbank. Echter, je bent alleen jonge melkveehouder als je onder de 41 bent en niet langer dan vijf jaar melkveehouder bent (hierbij geldt ook de tijd dat je in maatschap zit). Dit is dus eigenlijk maar een beperkte groep. Ik zou liever zien dat er een breder begrip  is voor de jonge boer, zodat ook de jonge boeren die rond de overname zitten een beroep kunnen doen op de fosfaatbank. Want wat wij nodig hebben om als nieuwe generatie duurzamer te boeren zijn ontwikkelmogelijkheden en niet een strafblad.

___________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (31) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.