Hoe doe je het tegenwoordig nog goed?

Het lijkt wel alsof wij boeren van alles het probleem zijn: de klimaatverandering, teruglopende biodiversiteit, stikstof, noem maar op. Komt er een nieuw maatschappelijk probleem op tafel? Grote kans dat er met het vingertje naar de boer gewezen wordt. Politiek Den Haag die elk maatschappelijk probleem vakkundig in de schoenen van de agrarische sector weet te schuiven, klimaatbewegingen die met argusogen naar de boer kijken en natuurorganisaties die zeggen dat wij slecht zijn voor de bodem. Ze spelen het spelletje zo vakkundig dat je als Nederlandse boer bijna aan jezelf zou twijfelen.

Het nieuws staat bomvol verwijten richting de agrarische sector. Soms loop ik zelf over mijn akkers en denk bij mij zelf: ‘doe ik het dan echt niet goed?’

Opeens zag ik het allemaal anders: de maatschappij, maar ook zeker de politiek, is gewoon ten einde raad! Ze weten simpelweg niet meer waar ze in verzeild zijn geraakt. Klimaatproblemen, C02- uitstoot, stikstof: deze onderwerpen worden stuk voor stuk behandeld als eerste wereld problemen. We horen niemand meer over het hebben van voldoende voedsel. Nee, dat is geen probleem meer. Ooit was dit probleem er wel, maar gelukkig was er toen een groep in de maatschappij die dit kon oplossen. Juist, de boeren!

Binnen mijn portefeuille hou ik mij op dit moment voornamelijk bezig met het nieuwe GLB en de Green Deal. Ook in deze twee dossiers zie ik de veranderingen terug komen. Het GLB, dat ooit in het leven is geroepen om ervoor te zorgen dat er voldoende en betaalbaar voedsel zou zijn voor iedereen in Europa, zie je tegenwoordig veranderen. Dit dossier begint niet meer met de noodzaak van voldoende voedsel, maar is tegenwoordig bedoeld om meer biodiversiteit te creëren en boeren te laten verduurzamen. De Green Deal gaat hier nog een stapje verder in. Er wordt ingezet op een CO2-neutraal Europa in 2050. En raad eens wie hier en hele grote rol in moet spelen? Juist, alweer de boeren!

Als je deze dossiers leest, lijkt het inderdaad alsof wij het probleem zijn. Een van de oudste beroepsgroepen ter wereld en opeens zijn wij het probleem? Nee, natuurlijk niet! Wij zijn juist de oplossing. Zoals wij al vaker zijn geweest. Toen Europa in honger verkeerde, waren wij de oplossing en brachten wij stabiliteit in de maatschappij. En dat is precies wat wij nu weer gaan doen! De maatschappij kan gewoon niet zonder ons. Dat is wat ze ons eigenlijk willen vertellen, maar ze durven het nog niet uit te spreken.

Ze hebben jonge boeren en tuinders nodig waar de grond en de stront onder de nagels zit: mensen die hun handen uit de mouwen steken en vooruit gaan. Terwijl de rest van de maatschappij op social media, in talkshows en waar dan ook maar blijft praten over een probleem, zijn wij boeren op de achtergrond allang bezig met de oplossing. Want, laten we eerlijk zijn: dat kunnen wij als geen ander! En dat weet de maatschappij stiekem ook.



Willem Voncken

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Willem Voncken verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Hij heeft samen met zijn ouders een akkerbouwbedrijf van 190 hectare in het Zuid-Limburgse Trintelen. Met zijn bestuurlijke ervaring, zijn ervaringen bij Nuffield en activiteiten bij de Civil Dialogue Group is Willem een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.

‘Stop met het eten van vlees en verbeter de wereld!’

‘Stop met het eten van vlees en je verbetert de wereld’ is een uitspraak die ik helaas regelmatig tegenkom in verschillende discussies rondom onderwerpen als klimaat, maar ook stikstof. Hierbij wordt altijd de impact genoemd die de productie van dierlijke eiwitten en in het bijzonder vlees op het milieu heeft. Om het verhaal nog meer kracht bij te zetten wordt ook nog even gemeld wat er aan grondstoffen, zoals water voor de productie wordt gebruikt. Dit leidt er toe dat een onderwerp als de vleestaks weer volop op de agenda staat. Wat mij betreft is het prima om hier een discussie over te voeren, maar dan moet deze wel eerlijk zijn.

Kijk je naar deze discussie dan kijkt men heel vaak naar alleen de consumptie van vlees. Het alternatief wordt voor het gemak maar even vergeten, terwijl deze ook grondstoffen kost en vaak een grote impact op het milieu heeft. Sterker nog: als we die al meetellen, komt vlees een stuk minder slecht naar voren en is in sommige gevallen zelfs beter.

Hetzelfde geldt min of meer als we kijken naar bijvoorbeeld de hoeveelheid water dat gebruikt wordt om vlees te produceren. Hierbij wordt stelselmatig vergeten dat het overgrote deel water is dat uit de lucht valt. Door dit uit te drukken in liters doet de ‘macht van het getal’ ook zijn werk. Daarnaast kost een alternatief veel en soms zelfs nog meer water, maar ook dit wordt dikwijls vergeten.

De behoefte aan nutriënten die de mens nodig heeft om goed te functioneren, moeten we ook niet vergeten bij dit verhaal. Een tijd terug las ik een artikel in Voeding Magazine waar dit onderwerp centraal stond. In dit artikel werd stil gestaan bij het feit dat de mens niet zozeer behoefte heeft aan bepaalde eiwitten, maar juist aan de onderdelen van de eiwitten: de aminozuren. Wanneer je naar dat niveau gaat kijken kun je ook stellen dat je gaat kijken naar een efficiënt voedingspatroon, waarbij je met zo min mogelijk eiwit toch volstaat in de behoefte aan de benodigde aminozuren. Hieruit kwam naar voren dat producten als vlees en zuivel relatief goed aansluiten bij de aminozuurbehoefte van mensen. Dit in tegenstelling tot plantaardige alternatieven, waarbij de verhouding tussen de behoefte en consumptie van aminozuren verder uit balans ligt. Dit zou betekenen dat met een beperktere inname van dierlijk eiwit je sneller aan de aminozuurbehoefte kunt voldoen dan met plantaardige alternatieven, waarvan je er dus meer nodig hebt.

Als laatste punt vergeten we vaak dat alternatieven voor vlees vaak elders op de wereld geproduceerd worden. Vaak zijn dit ook gebieden waar veel mensen wonen en de behoefte aan (gezond) voedsel groter is dan het aanbod. Het is dan ook de vraag of het vanuit ethisch oogpunt wel juist is om onze eiwitbehoefte in te vullen met producten die in die gebieden groeien en prima zouden kunnen dienen als voedselbron daar. Echter, doordat wij deze massaal opkopen zijn de prijzen van die producten gestegen en onbetaalbaar geworden voor de lokale bevolking. Om over het transport van deze goederen per vliegtuig nog maar te zwijgen..

Kortom: de discussie over het consumeren van vlees mag best gevoerd worden, maar dan moet dat wel op een eerlijke manier en met de juiste feiten gebeuren. Tevens moeten we daarbij de alternatieven en beschikbaarheid daarvan meenemen en het geheel bekijken in het bredere plaatje. Het zou mij dan niet verbazen dat we tot de conclusie komen dat het eten van vlees in Nederland wellicht beter is voor de wereld dan het ophalen van overzeese alternatieven. Wellicht kantelt de discussie dan wel van een mogelijke vleestaks naar een plastictaks voor allerlei wegwerpgoederen die we invliegen vanuit Azië.

 


Andre Arfman

Als voorzitter van NAJK zet Andre Arfman zich in voor de belangen van jonge agrariërs en specifiek op het klimaatdossier. Dit combineert hij met zijn baan bij Alfa Accountants en het werk op het melkveebedrijf in Vorden.

De Europese bietenbrug opgaan

Dit jaar heb ik echt weinig geluk gehad met mijn bieten. Door de zachte winter kon ik op het perceel waar de bieten gepland stonden – en een groenbemester had gestaan – geen goed zaaibed maken. Maar ik mag niet klagen, want ik had gelukkig nog een ander perceel beschikbaar. Door de droogte kwamen de bieten heel laat en ongelijkmatig op. Maar ik mag niet klagen, want overzaaien was nèt niet nodig was. Door dezelfde droogte, moest ik voor het eerst de bieten beregenen. Maar ik mag niet klagen, want ik boer gelukkig in een gebied waar beregenen (nog) mogelijk is. Eind juni trok er een mega onweersbui met enorme hagelstenen precies over mijn bietenperceel heen. Van het blad was 88% afgeslagen of zwaar beschadigd. Maar ik mag niet klagen, want ik ben gelukkig verzekerd. Als je bieten zo’n enorme opdonder gehad hebben en extra kwetsbaar zijn, dan wil je deze goed kunnen beschermen tegen plagen. Er zijn bij mij in de buurt meerdere percelen met vergelingsziekte. Maar ik mag niet klagen, want mijn perceel is nog steeds mooi groen.

Klagen over het weer of over de klimaatverandering heeft ook helemaal geen zin; het zijn de uitdagingen waar iedere boer mee te maken heeft. Dat door de zachte winter de insectendruk hoog is, met meer door de bladluis veroorzaakte vergelingsziekte tot gevolg, hoor je mij dan ook niet over klagen. Daar niet over, maar wél over het feit dat door het verbod op neonicotinoïden weinig meer te doen valt aan iets wat prima voorkomen had kunnen worden. In Frankrijk hebben ze al spijt van dit besluit en wordt momenteel hard gewerkt aan een wet om derogatie te verlenen. Maar zelfs als er geen ontheffing komt in Frankrijk, met een aandeel van 33% de grootste producent van suikerbieten in Europa, dan nog is er geen sprake van een eerlijk Europees speelveld. Van de 19 suikerbieten producerende landen in Europa hebben er namelijk 12 een vrijstelling ingesteld. Dit is voor mij onder andere een reden geweest om namens NAJK samen met LTO, NAV en Cosun een brandbrief te schrijven naar minister Schouten over een Nederlandse vrijstelling. Het liefst willen we de zaadcoating voor altijd terug. Op die manier hoeven we een stuk minder insecticiden te spuiten en is dus een stuk minder milieubelastend. Wanneer een volledige comeback er niet in zit, zou een vrijstelling voor vijf jaar al enorm helpen. Naar verwachting zullen er tegen die tijd bietenrassen zijn met een resistentie tegen de vergelingsziekte.

De politiek is nu aan zet om te voorkomen dat de Nederlandse suikerbietenteelt ten onder gaat aan vergelingsziekte en oneerlijke concurrentie in Europa. Met een derogatie kan Schouten laten zien dat ze de Nederlandse bietentelers niet aan hun lot overlaat en de spreekwoordelijke bietenbrug op laat gaan. Alleen dan kunnen we dit prachtige gewas vol vertrouwen blijven telen. En ondanks dat het dit jaar flink tegen zat met mijn bieten, beloof ik dat ik dan ophoud met klagen!

 


Leendert Jan Onnes

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Leendert Jan Onnes verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Hij heeft samen met zijn vader een akkerbouwbedrijf van 120 hectare in het Groningse Finsterwolde. Met de afgeronde studies internationale bedrijfskunde en Business Marketing / Marketing Research is Leendert Jan een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.

Een zonnige zomer op afstand

Het is zomer! Mijn favoriete seizoen, waarbij het weidse uitzicht van onze mooie Beemster Polder plaats maakt voor de groene muren van mais. De zomer van 2020 zal ik niet snel vergeten. Waar dit seizoen voor mij normaal staat voor genieten, denkend aan feestjes, kermissen, de Zwarte Cross en meestal ook een weekje naar het zonnige Frankrijk, is deze zomer een zomer van afstand.

Naast de 1,5 meter afstand wegens corona, bedoel ik ook de afstand tussen theorie en praktijk en tussen vertrouwen en wantrouwen. Deze afstand lijkt namelijk alsmaar groter te worden. Waar men altijd probeert te handelen uit hun eigen overtuigingen en met de beste bedoelingen, lijkt dat tegenwoordig niet meer geaccepteerd te worden. Simpelweg omdat men denkt niet meer te kunnen vertrouwen op het handelen van de mens. Het handelen van de mens is namelijk niet continu, het is niet te voorspellen en vooral niet juridisch te waarborgen.

Neem nu als voorbeeld iets kleins: de maandelijkse alarm controle. Dan bedoel ik niet het luchtalarm op de eerste maandag van de maand, maar de verplichte controle van de algemene alarmsystemen op je bedrijf. Wat ben je zonder deze alarmeringen? Natuurlijk zorg je ervoor dat ze werken, ze zijn nou eenmaal je extra zintuigen in stal. Toch verplicht de overheid om nog is een extra controlerondje toe te voegen. Wat is van deze theoretische regel het praktische resultaat?

Men probeert de schoonheid van de mens, het zelf denken en doen, totaal te verankeren in de theorie en dat lijdt tot wetgeving en controles. Iets wat in de praktijk niet lijkt te werken en vooral het wantrouwen tussen partijen laat groeien. Al deze extra regeltjes en wetten zorgen voor een vitale doodsteek van innovatie en creativiteit. Wat vervolgens leidt leidt tot verdere polarisaties en oververhitte discussies.

Het is simpelweg niet de ene of de andere weg, alles moet in balans zijn. Een goede balans begint bij vertrouwen: vertrouwen in de mens, vertrouwen in het bevoegd gezag met wetgeving en vooral vertrouwen in de toekomst.

Wat er ook gebeurt, als jonge boer is één voorwaarde het allerbelangrijkste in je carrière: vertrouwen.



Tim van der Mark

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Tim van der Mark verantwoordelijk voor de portefeuille intensief. Hij combineert deze functie met het werk op zijn varkenshouderij in Middenbeemster.

Beleidsmakers komen van Venus en Boeren van Mars

Het had zomaar de titel van een boek kunnen zijn. Het is als of we, beleidsmakers en boeren, van een andere planeet komen. De ene leeft op de planeet “Politieke en Juridische houdbaarheid’ de andere op de planeet “Zorgen voor gewassen en dieren”. En er zijn de nodige culturele verschillen tussen de twee werelden die weer pijnlijk zichtbaar zijn geworden daar waar ze samenkomen: de voermaatregel. Voor LNV een niet te voorkomen maatregel om hun politieke en juridische afspraken na te komen. Voor de boeren een regelrechte aanslag op hun boer zijn; de zorg voor hun dieren.

Tegelijkertijd is er in onze samenleving ook een andere discussie gaande; het racisme debat, ook dit gaat over mensen van verschillende oorsprong, maar dat is dan ook de enige overeenkomst.  Ik kijk graag naar een debat, hoe mensen totaal verschillend naar zaken kunnen kijken is fascinerend. In een debat over racisme in Nederland werd de opmerking gemaakt: de kern van het debat zit in dat we niet in elkaars schoenen durven te gaan staan. Wellicht is dat toch de tweede overeenkomst. Ik denk dat wij als sector vanuit de belangenbehartiging ons best hebben gedaan de planeet “politieke en juridische houdbaarheid” beter te snappen maar het blijft ongrijpbaar waarom een maatregel als deze de enige lijkt te zijn. En dat wekt wantrouwen. Maar ook andersom zijn er beleidsmakers die een bezoek aan onze planeet willen brengen. Die zich ingezet hebben om zo goed mogelijk hun taak uit te voeren en zien dat het niet ideaal is maar daarnaast het ook lastig vinden om in onze schoenen of beter laarzen of klompen te gaan staan om echt tot de kern van het ongenoegen te komen. Daarom blijft NAJK het verhaal vertellen aan hen die zich in onze planeet willen verdiepen , juist ook aan die beleidsmakers,  en staan we ook open voor de verhalen uit hun wereld. 

We moeten toch verder, want we zitten niet op verschillende planeten maar op dezelfde. Dus als NAJK pakken we de uitgestoken hand van die beleidsmaker stevig beet en vertellen we ons verhaal net zolang tot onze wereld begrepen wordt!


Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (32) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

Geen bedrijfsovername zonder bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

Het ministerie van Financiën werkt aan verbetering en vereenvoudiging van het belastingstelsel. Op zich een goed initiatief, maar helaas gaat één van de plannen dwars tegen de inspanning van het ministerie van LNV in en is het voorstel desastreus voor agrarische bedrijfsovernames.  Het huidige voorstel is versobering van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en zelfs afschaffing van de doorschuifregeling (DSR). Als dit wordt doorgezet betekend dit einde oefening voor een groot deel van de ondernemingen uit de agrarische sector.

De BOR regeling is een vrijstelling bij de vererving of schenking van ondernemingsvermogen tot €1.102.209 (2020), boven deze waarde geldt een vrijstelling van 83%. Bij de DSR wordt er belastinguitstel gecreëerd van 26,25% doordat de belastingclaim overgaat bij overlijden van de aandeelhouder of bij een schenking. In Den Haag wordt gedacht over versobering van de BOR en de afschaffing van de DSR omdat het ongelijkheid tussen heffing over een onderneming en een belegging creëert. Daarnaast zou het MKB de belasting gewoon moeten kunnen betalen omdat ze kredietwaardig zouden zijn.

Wanneer deze twee regelingen worden versobert of zelfs afgeschaft, is dit de genadeklap voor het Nederlands agrarisch ondernemerschap. Het gevolg is namelijk een directe belastingheffing van 41%, er blijft dan een enorm financieel gat over dat de opvolger zelf moet ophoesten om het bedrijf te kunnen overnemen. Dit gaat vaak over miljoenen; dat werk je niet even bij elkaar.

Daarnaast gaat de reden om de DSR en BOR te versoberen of af te schaffen omdat er binnen het MKB genoeg geld wordt verdient, niet op binnen de agrarische sector. De marges zijn daar namelijk flinterdun, er staat bij veel agrarisch ondernemers amper geld op de bank: alles zit in grond, koeien of machines. Hoe wil je de jonge boer dan extra belasting laten betalen wanneer hij of zij het bedrijf wil overnemen, wanneer dit geld er helemaal niet is?! En dit naast de opdracht om het bedrijf te verduurzamen, dat gaat simpelweg niet samen.

De afschaffing of versobering van de BOR en de DSR staat dan ook nog eens haaks op overheidsbeleid om bedrijfsovername binnen de agrarische sector toegankelijker te maken met bijvoorbeeld het bedrijfsovernamefonds. Hierbij staat de overheid juist garant bij de bank wanneer je geld wilt lenen voor een bedrijfsovername.

Het is niet de juiste weg om de DSR en BOR bij de agrarisch sector weg te halen juist nu deze sector voor grote verduurzamingsopgaven staan en waarbij bedrijfsovernames mét de DSR en BOR vaak al een enorm financieel struikelblok zijn.


Sietse Draaijer

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Sietse Draaijer (32) verantwoordelijk voor de portefeuille bedrijfsovername. Sietse combineert deze functie met zijn melkveehouderij in het Friese Witmarsum.

Zonder eten naar bed

Wat zouden wij eigenlijk voor onze producten moeten krijgen, is de handel wel eerlijk bezig en betaald de consument wel genoeg voor voedsel? Vragen die wij ons altijd stellen en die iedere dag bij een boer door het hoofd gaan. Terecht, want wat is de waarde van voedsel? Een vraag die ik aan tien verschillende mensen kan stellen en daaruit ook tien verschillende antwoorden zal krijgen.

Kennen wij eigenlijk nog wel de waarde van voedsel, weten wij als boeren zelf nog de waarde? Dan denk ik altijd terug aan het ontstaan van het GLB (Gemeenschappelijk Landbouw Beleid), een fatsoenlijk inkomen voor de boer om zo ervoor te zorgen dat er altijd voldoende en veilig voedsel voor handen was. En het werd gewaardeerd door de burger, want men had in honger geleefd en niemand wil met honger naar bed.

Dat toont aan hoe belangrijk voedsel was, maar in mijn ogen is de waarde nu veranderd. Wij zijn andere dingen in het leven veel belangrijker gaan vinden, dingen die wij niet voor handen hebben. Een schaarste creëert een behoefte, logisch dan ook dat mensen voor een winkel gaan slapen om zo als eerste binnen te zijn wanneer er weer een nieuwe smartphone uitkomt.

Een beeld dat we al vaker hebben gezien op het nieuws, een beeld dat voor mij telkens weer tekent waar het mis gaat met onze maatschappij en waarom wij als boeren ons steeds weer de vraag moeten stellen, ‘krijgen wij eigenlijk wel genoeg voor onze producten?’’.

Dan zie je op internet filmpjes voorbij komen waar kleine kinderen beginnen te huilen wanneer de ouders de tablet of smartphone uit hun handen nemen, waar kinderen die amper kunnen praten wel al weten hoe ze een spel kunnen spelen op een smartphone. Dan begrijp ik meteen waar het mis gaat. We creëren een generatie die opstandig wordt wanneer ze geen technologie voor handen hebben en waarbij de waarde van voedsel geen rol speelt want dat is er toch altijd genoeg.

Waar vroeger een kind voor straf zonder eten naar bed moest, krijgen kinderen vandaag de dag straf door hen simpelweg de technologie af te nemen. Niet gek dan ook dat wij altijd in discussie zijn over de waarde van voedsel.


Willem Voncken

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Willem Voncken verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Voncken heeft samen met zijn ouders een akkerbouwbedrijf van 190 hectare in het Zuid-Limburgse Trintelen. Met zijn bestuurlijke ervaring, zijn ervaringen bij Nuffield en activiteiten bij de Civil Dialogue Group is Willem een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.

Een (corona)virus voorkomen is beter dan genezen

Een paar maanden geleden zag ik van de Netflix-documentaire ‘Explained’ de aflevering ‘The Next Pandemic’ en had nooit gedacht dat het geschetste risico inmiddels met het coronavirus zo snel de realiteit zou worden. De coronacrisis treft bijna alle sectoren en het is nog gissen wat op de langere termijn de gevolgen zullen zijn. Als landbouwsector hebben we helaas al vaker met de negatieve gevolgen van epidemieën te maken gehad. Denk bijvoorbeeld aan de gekkekoeienziekte, mond-en-klauwzeer en momenteel de Afrikaanse varkenspest en ook weer de vogelpest. Dat zo’n snel verspreidend virus niet alleen mensen en boerderijdieren kan treffen maar ook gewassen, daar staan we niet altijd bij stil.

Ziektes bestrijden wordt steeds moeilijker

Door klimaatverandering kunnen bladluizen, die virussen overbrengen, deze steeds beter verspreiden en is de kans groter geworden dat we met meer nieuwe virussen te maken krijgen. En steeds vaker zijn dit niet zichtbare virussen waardoor bestrijding extra bemoeilijkt wordt of zelfs onmogelijk is. Momenteel kampen in Nederland bijvoorbeeld 21 tuinbouwbedrijven met het zeer besmettelijke Tomato Brown Rugose Fruit Virus dat tomaten aantast en de planten uiteindelijk laat sterven. Ook schimmels en bacteriën kunnen zeer grote gevolgen hebben; het is je vast niet ontgaan dat bananen met uitsterven bedreigd worden. Twee bananenziekten zijn de grote boosdoeners: de Black Sigatoka die veroorzaakt wordt door een bladschimmel en de Panamaziekte die veroorzaakt wordt door de bodemschimmel fusarium, die wij onder andere ook in onze tarwe en maïs kennen. Deze ziektes dwingen bananentelers om steeds meer bestrijdingsmiddelen te gebruiken, echter worden de schimmels daardoor sneller resistent tegen die middelen. De oplossing lijkt gevonden te zijn met een op basis van genetische manipulatie (GMO) ontwikkeld nieuw bananenras dat resistent is tegen deze schimmels.

Actieplan Plantgezondheid

GMO kent voor- en nadelen, maar dat ook voor in Nederland geteelde gewassen onder andere nieuwe veredelingstechnieken broodnodig zijn om weerbaardere planten te krijgen die huidige en toekomstige bedreigingen tegen kunnen gaan, is een ding dat zeker is. De Branche Organisatie Akkerbouw, waar het NAJK ook deel van uitmaakt, heeft daarom een Actieplan Plantgezondheid opgesteld waarmee we telers, ketenpartners, wetenschappers, milieu- en natuurorganisaties en de overheid mee willen krijgen in de transitie naar duurzame en weerbare teeltsystemen. Dit vraagt ook een groener, maar nog wel steeds toereikend middelenpakket, genoeg ruimte voor bodemgezondheid, mogelijkheden voor het versterken van de biodiversiteit en dat milieuprestaties inzichtelijker worden gemaakt voor de markt.

Weerbare teeltsystemen

We hoeven gelukkig niet bang te zijn dat het coronavirus over zal slaan van mens op plant, maar dat de speerpunten van het Actieplan Plantgezondheid ontzettend relevant zijn, is een ding dat vaststaat. Op dit moment zijn het tomaten en bananen, maar zonder weerbare teeltsystemen zijn al onze gewassen het volgende potentiële slachtoffer waarbij de gevolgen enorm kunnen zijn. En als we dus niet oppassen zou het zo maar kunnen dat net als in de bananen ook in brouwgerst en in maïs de fusarium schimmels resistentie opbouwen en dan hebben we tegen de tijd dat het coronavirus verdwenen is, helaas ook geen Corona bier meer.

Als je meer wilt weten over het Actieplan Plantgezondheid en welke resultaten er inmiddels gehaald zijn, kijk dan hier.


Leendert Jan Onnes

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Leendert Jan Onnes verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Onnes heeft samen met zijn vader een akkerbouwbedrijf van 120 hectare in het Groningse Finsterwolde. Met de afgeronde studies internationale bedrijfskunde en Business  Marketing / Marketing Research is Leendert Jan een goede aanvulling op het dagelijks bestuur van NAJK.

Denk ook aan morgen!

Op dit moment vinden vele discussies plaats in de politiek en daaromheen over verschillende dossiers. Het lijkt soms wel dat er overal problemen zijn die acuut opgelost moeten worden en dan het liefst zo snel mogelijk. Of het nu om eisen gaat op het gebied van klimaat, stikstof of biodiversiteit, dat lijkt niet uit te maken. Mocht de overheid niet snel of adequaat genoeg reageren dan kennen we wel een actiegroep die de overheid via de rechter dwingt actie te ondernemen. Te vaak zien we hierin dat er ondoordachte keuzes worden gemaakt die geen rekening houden met de situatie ‘morgen’.

Afgelopen zomer heeft het kabinet een klimaatakkoord bereikt over hoe Nederland gaat voldoen aan de klimaatdoelstellingen van het Parijs-akkoord. Organisaties, waaronder NAJK, zijn gevraagd dit akkoord te ondertekenen en hun bijdrage daaraan te leveren. Nu staan we als NAJK daar niet onwelwillend tegenover, immers wij zien ook wel dat klimaatverandering een bedreiging kan vormen voor de Nederlandse landbouw en dat wij als landbouw daar juist ook een oplossing in kunnen bieden, maar desondanks hebben we toch nog niet getekend. De reden hiervoor is dat we in Nederland te maken kregen met het stikstofprobleem. Dit probleem, dat na een rechtelijke uitspraak acuut werd, vraagt wederom nu om een (ingrijpende) oplossing. Een oplossing op stikstof kan ook gevolgen hebben voor hetgeen dat wij als landbouw kunnen leveren in het klimaatdossier en daarmee ook gevolgen hebben in hoeverre wij de afspraken in het klimaatakkoord na kunnen komen. Vandaar dat wij hebben gevraagd om een integrale oplossing voor beide dossiers, waardoor we weten waar we aan toe zijn en welke stappen we morgen wel en niet kunnen nemen.

Nu men volop bezig is met het zoeken naar oplossingen in het stikstofdossier en de inkt nauwelijks is opgedroogd van het Nederlandse klimaatakkoord zien we het volgende uitdagende dossier al onze kant op komen, de Green Deal uit Brussel. De plannen van EU commissaris Timmermans gaan op het gebied van klimaat nog een aantal stappen verder dan het al uitdagende klimaatakkoord van Nederland. Daarnaast bevat deze Green Deal een uitdagende paragraaf over biodiversiteit. Kortom, opnieuw een koerscorrectie richting de toekomst, waarbij integraliteit ver te zoeken is.

Nu pleit ik er niet voor dat we als landbouw niets hoeven te doen, integendeel! De Nederlandse landbouw is juist ver gekomen door constant te innoveren en zich aan te passen aan de uitdagingen die voorbij kwamen. Om ook in de toekomst succesvol te blijven, met behoud van maatschappelijk draagvlak, moeten we blijven meebewegen met de wensen uit de maatschappij. Het zetten van de hakken in het zand, waar ook sommige partijen voor pleiten, draagt hier zeker niet aan bij. Wel moet de overheid voldoende rekening houden met het aanpassingsvermogen van de sector en hen daarvoor voldoende tijd, ruimte en middelen gunnen. Zijn deze randvoorwaarden niet aanwezig dan wordt het een lastig verhaal. Kortom overheid, wees helder in de doelen die je wilt bereiken en kijk ook naar de gevolgen die deze hebben op andere doelen waar je het morgen over wilt hebben. Laat niet constant het spanningsveld tussen de verschillende doelen, die elkaar soms tegenspreken, op ons boerenerf samen komen om vervolgens morgen tegen ons te zeggen dat we de verkeerde keuze hebben gemaakt!

 


Andre Arfman

Als voorzitter van NAJK zet Andre Arfman zich voor de belangen van jonge agrariërs en specifiek op het klimaatdossier. Dit combineert hij met zijn baan bij Alfa Accountants en het werk op het melkveebedrijf in Vorden.

Alleen ben je sneller, samen kom je verder!

Het is al vaak gezegd, de stap tot het Landbouw Collectief is een bijzondere. Nooit eerder werkten alle partijen uit de verschillende agrarische sectoren met elkaar samen. Het stikstofdossier raakt eigenlijk iedere sector binnen de landbouw en het is daarom ook goed dat deze samenwerking nu is ontstaan. Al was dit best even wennen, we snappen nu steeds beter hoe we elkaar kunnen versterken en wat ieders rol is.

Bij andere thema’s waren we vooral gewend om samen te werken per sector. Wat betreft de melkveehouderij werkten we dan samen met andere partijen die zich bezighielden met puur en alleen de melkveehouderij, maar niet met bijvoorbeeld de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) of met de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV). Ik heb de afgelopen maanden dus veel nieuwe mensen leren kennen. Het leek soms wel een sociaal experiment: zijn verschillende clubs met een verschillende insteek/toon/achtergrond maar met eenzelfde doel, in staat om met elkaar samen te werken? Mijn antwoord na 3 maanden luidt: Ja! Maar alleen als we elkaar de ruimte blijven geven om een eigen identiteit te behouden.

Wat is er de laatste tijd veel gediscussieerd over welke partij de boeren belangen beter behartigt en welke strategie nu eigenlijk het beste werkt. Maar de discussie geeft het antwoord: het is niet het één of het ander, het is de combinatie. Ik denk dat we als agrarische sector blij moeten zijn met de verschillen tussen de partijen binnen het Landbouw Collectief en dat we deze moeten koesteren. De kracht is weg als we allemaal hetzelfde zouden zijn. Een actiegroep, een vakbond en een belangenorganisatie, we hebben ze allemaal keihard nodig!

Ik hoop dat we onze energie de komende tijd kunnen steken in het benutten van elkaars kracht in plaats van het uitvergroten van elkaars verschillen. Met dat laatste bereik je niks, met dat eerste bereik je alles!

_________________________________________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (32) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.