Jouw stem is belangrijk komende verkiezingen

Op sommige momenten lijkt het wel dat alle problemen die in de maatschappij spelen op enige wijze worden veroorzaakt door de landbouw. Gaat het over klimaatsverandering of het verlies aan biodiversiteit, vaak lijken wij hier de schuld van te krijgen. Zeker op dit moment wanneer er weer verkiezingen aankomen tonen verschillende politieke partijen populistisch gedrag. Desondanks blijft van belang om in gesprek te blijven met alle politieke partijen om te weten waar ze voor staan en hen ook ‘ons’ verhaal te vertellen uit de praktijk. Vaak kom je tijdens dit soort gesprekken te weten dat er naast standpunten die veel verschillen van het onze soms ook overeenkomsten zijn, waar je elkaar kunt versterken. Hierbij blijft het zaak deze overeenkomsten verder te vergroten door te vertellen en laten zien waar we mee bezig zijn. Dit gaat met vallen en opstaan.

Deze gesprekken voeren wij niet alleen met de landelijke en Europese politiek, maar onze provinciale afdelingen voeren deze gesprekken ook met de provinciale politiek. Voor deze laatste staan nu verkiezingen voor de deur, waardoor het speelveld kan veranderen. Veel provinciale afdelingen organiseren vaak samen met andere organisaties verkiezingsdebatten of geven publicaties uit met de standpunten van de politieke partijen in de provincie, zodat het speelveld zichtbaar wordt. Hieruit kun jij je voordeel halen: zorg immers dat je weet waar elke politicus (of politieke partij) voor staat, zodat je een weloverwogen stem kunt maken op 20 maart aanstaande!

De afgelopen jaren hebben we een terugtrekkende overheid gezien, waarbij steeds meer bevoegdheid werd neergelegd in de provincies. Daardoor ligt veel macht bij het provinciehuis en maken zij in grote mate de dienst uit wat wij wel en niet mogen op onze bedrijven. Voorbeelden zijn het verbod op uitbreiding van geitenbedrijven, verbod op nieuwvestiging van intensieve veehouderijbedrijven en de versnelde aanpak van stikstof/ammoniak uitstoot van bedrijven in Noord-Brabant. Tevens maken zij in grote mate het ruimtelijk beleid en gaan over zaken als grootte van bouwkavels, aanleg van nieuwe natuurgebieden en plaatsing van bijvoorbeeld windmolens. Kortom de provinciale politiek heeft veel invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven.

Het is dan ook jammer dat in veel verkiezingsdebatten het gaat over landelijke thema’s als immigratie en klimaat. In deze laatste hebben provincies ook een belangrijke rol, maar uiteindelijk leiden deze thema’s wel af van de echte onderwerpen waar het om draait in de provincie. Gezien het belang voor onze sector, is het belangrijk om te weten waar de partijen in de provincie voor staan. Zodat jij een weloverwogen stemkeus kunt maken. Om je te helpen bij de uiteindelijke stemkeuze hebben verschillende provinciale AJK’s al wat voorwerk gedaan. Bedenk daarbij goed dat naast de politieke partij ook de persoon veel invloed kan hebben. Verdiep je dus ook in de namen op de kandidatenlijsten, zodat ook mensen met kennis van de agrarische sector na de verkiezingen in de provinciale besturen plaats kunnen nemen.

Minstens zo belangrijk zijn, om dezelfde reden, ook de verkiezingen voor de waterschappen. Zij bepalen in belangrijke mate de waterhuishouding rond onze percelen en werken constant aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Ook hier hebben we mensen nodig met kennis van de agrarische sector.

Dus breng je stem uit op 20 maart a.s.!


Andre Arfman

Als voorzitter van NAJK zet Andre Arfman zich voor de belangen van jonge agrariërs en specifiek op het klimaatdossier. Dit combineert hij met zijn baan bij Alfa Accountants en het werk op het melkveebedrijf in Vorden.

De onmogelijkheid van het duurzaamheidswensen-lijstje

Weidegang, ammoniak, methaan, Co2, percentage eiwit van eigenland, biodiversiteit, daling weidevogels, zomaar een aantal duurzaamheidsthema’s die spelen in de melkveesector. Als portefeuillehouder melkveehouderij van NAJK is het voor mij vooral belangrijk dat deze thema’s niet op zo’n manier worden uitgewerkt dat de melkveehouder van de toekomst zich niet meer kan ontwikkelen. En per thema lijkt dat ook niet direct het geval echter de combinatie van thema’s is hetgeen waar ik me zorgen over maak.

Als boer sta je (zoals in het plaatje) midden in de kringloop, er zijn binnen deze kringloop allerlei knoppen waar je aan kunt draaien. Maar het één staat nooit los van het ander, dat is nu ook mooie van ons vak; het is een spel waar je nooit uitgespeeld mee raakt! Neem nou bijvoorbeeld je bemesting. De bemesting  heeft invloed op het rantsoen, dus op het (kracht)voer wat aangekocht wordt, op je bouwplan qua planning maar ook qua gewassen, en daarmee ook de manier van bemesten en het aantal keer van bemesten. Qua duurzaamheid heeft het zo ongeveer invloed op bijna alle bovengenoemde duurzaamheidsthema’s, sommige worden positief beïnvloed andere negatief. Je moet dus als boer opzoek naar een optimum.

Tijdens mijn studie in Wageningen heb ik geleerd dat het succes van het zoeken naar dat optimum bij de boer ligt, en dat er verschillende boeren zijn en dus verschillende optimums. Als we kijken naar het voorbeeld van bemesting, de ene boer heeft heel veel liefde voor weidegang en gaat voor stripgrazen en heeft hierdoor veel groetrappen en zal dus steeds kleine hoeveelheden moeten bemesten. Achter het draad beweiden is misschien wel de manier om het meeste melk uit het gras te halen en dit bespaard krachtvoer en heeft een positieve invloed op de hoeveelheid eiwit van eigenland. Het mozaïek aan hoog en laag gras kan een positieve uitwerking hebben op bijvoorbeeld weidevogels. De ander heeft een minder grote huiskavel waarbij achter het draad weiden geen optie is. Deze boer houdt het simpel en werkt met standweiden en bijvoeren op stal, waardoor er grotere percelen in één keer kunnen worden bemest. Dit werkt efficiënter, bespaart op die manier kosten en is minder arbeidsintensief qua weidegang management. Dit voorbeeld is misschien een beetje kort door de bocht, ik wil alleen maar aangeven dat de verschillen tussen boeren, verschillende type bedrijven oplevert en dat hiermee verschillende duurzaamheidsdoelen worden gediend. So far, voorzie ik geen problemen, die verschillende jonge boeren zijn er wel en we willen ook best wat met duurzaamheid als dit bij de bedrijfsvoering in te passen is.

Het gaat mis als de overheid midden in het kringloopplaatje gaat staan en aan de knoppen gaat draaien en deze vast zet. Hiermee zet je namelijk ook heel veel andere knoppen vast. Bemesting is hier ook een mooi voorbeeld waarbij de overheid heeft aangekondigd dat dure apparatuur op bemesters verplicht gaat worden. Dit zorgt ervoor dat je als boer sneller voor de loonwerker kiest, en die laat je niet komen voor een klein stukje (met name als het om sleepslagen gaat). Hiermee wordt achter het draad weiden ook lastiger en dus ook weidegang. Terwijl weidegang de maximale grasopbrengst haalt, je daarmee het meeste krachtvoer bespaart en voordelen heeft voor weidevogels. Als er vervolgens ook weer afspraken door de overheid worden gemaakt over het percentage eiwit van eigenland en weidevogels, wordt het steeds lastiger om alles te combineren. Het gaat fout als de overheid allerlei duurzaamheidswensen in doelen vastlegt die los van elkaar best reëel zijn maar gecombineerd technisch onmogelijk uitvoerbaar zijn.

________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (31) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

 

 

___________________________________________________________________________________

 

Samen- en tegenwerking in Den Haag

Samenwerken is de toekomst! Een uitspraak die ik veel gehoord heb de laatste maanden, als nieuw portefeuillehouder bedrijfsovername binnen NAJK. Afgelopen maanden heb ik veel mensen leren kennen en ben druk bezig met het Bedrijfsovernamefonds en de JOLA-regeling. Tijdens deze periode laat het ministerie blijken dat ze, met de nieuwe landbouwvisie in hand, volop wil inzetten op kringlooplandbouw en de daarmee gepaarde samenwerking tussen boeren. Naar mijn idee een zeer goed initiatief, want met samenwerken kunnen we ver komen.

Minister Schouten heeft nu 75 miljoen beschikbaar gesteld in de vorm van het Bedrijfsovernamefonds, er is een top-up via hectare toeslag in de eerste pijler van het GLB en richt de JOLA zich op investeringen in vernieuwing op het boerenerf. Nu ik dit zo meekrijg in mijn eerste maanden als portefeuillehouder kan ik alleen maar positief zijn over de initiatieven van het ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Naast deze initiatieven verloopt de samenwerking tussen NAJK en het ministerie ook goed wat betreft de invulling van het bedrijfsovernamefonds.

Mijn verbazing was echter erg groot nadat het ministerie van Financiën besloten heeft om het tweede pachtersvoordeel af te schaffen. Een besluit dat totaal haaks staat op het beleid van het ministerie van LNV. Dit besluit maakt bedrijfsovernames moeilijker. Bedrijven die gebruik maken van het tweede pachtersvoordeel krijgen een half jaar de tijd om de gepachte grond van de verpachter over te kopen en de hiervoor benodigde financiering rond te krijgen. Een onmogelijke en verre van realistische termijn.

Aan de ene kant worden wij als agrarische sector gemotiveerd en opgeroepen om te gaan samenwerken en samen te bouwen aan een duurzame sector. Hierin worden we gesteund door het ministerie van LNV, met realistische gesprekken en goede intenties. Maar het zou meer zoden aan de dijk zetten als er meer samenwerking is tussen de verschillende ministeries en zij elkaar niet tegenwerken. Want het ministerie van LNV kan nog zulke goede intenties hebben, fondsen en subsidies beschikbaar stellen, maar als een ander ministerie vanuit een andere hoek dat allemaal teniet doet hebben al die inspanningen weinig effect.

Als jonge landbouwers willen we bouwen aan een innovatieve en duurzame sector en daar hebben we als ondernemers perspectief voor nodig en een eenduidig beleid. Als agrarisch sector werken we er hard aan om de neuzen dezelfde kant op de zetten, laten de ministeries dit ook doen.

___________________________________________________________________________________

Sietse Draaijer

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Sietse Draaijer (32) verantwoordelijk voor de portefeuille bedrijfsovername. Sietse combineert deze functie met het werk op zijn melkveehouderij in Witmarsum.

 

 

___________________________________________________________________________________

 

 

De toekomst na morgen

“Weet je het al? Wat je morgen gaat doen? Bestel je nog voer? De dierenarts komt ook nog hé? Zullen we morgen samen uit eten te gaan?” Allemaal vragen die je bezig houden over morgen, maar hoe vaak denk je verder na over de toekomst? Het bedrijf, privé, waar staan wij als sector over 10 jaar?

 Sla een willekeurig blad open en de woorden: Kringlooplandbouw, duurzaam, dierwelzijn, transitie en nieuwe verdienmodellen vliegen je om de oren. Ik hoor je al denken: “Weer veranderingen, we moeten ons weer aanpassen, kost weer geld, wanneer word er toch is naar ons geluisterd!”

Ik vind niet dat je tegen verandering kan zijn, of dat dit nou wel of niet past binnen je bedrijfsvoering. Je houdt verandering toch niet tegen. Echter merk ik steeds vaker op dat we verandering-moe zijn, wat logisch is!

Want al die veranderingen en extra regels, die de laatste jaren zijn ingevoerd, hebben niet gezorgd voor een beter verdien model. Nee, op sommige vlakken zelfs verslechterd. Ik ben daarom ook van mening dat als wij veranderen het ten goede moet komen van ons verdienmodel.

Of de maatschappelijke discussies over dierwelzijn en milieu nou wel of niet terecht zijn, er wordt gevraagd om verandering van ons agrariërs. Deze vraag biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodellen. Echter maak ik mij wel zorgen om onze ketenpartners, want willen wij verduurzamen en veranderen, zullen de winsten op ons product eerlijker verdeeld moeten worden. Daarnaast ligt de bal ook bij de consument, die moet accepteren dat een goed product met hoge eisen duurder is.

Ik merk dat er veel onwetendheid over de landbouw is onder de Nederlandse burger, dit kunnen wij als jonge boeren positief veranderen! Wij moeten (blijven) communiceren over onze sector, sta open voor discussie, vertel je verhaal! Want willen wij een positieve toekomst tegemoet gaan moeten wij daar zelf voor vechten.

___________________________________________________________________________________

Tim van der Mark

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Tim van der Mark (24) verantwoordelijk voor de portefeuille intensief. Tim combineert deze functie met het werk op zijn varkenshouderij in Middenbeemster.

 

Geef jonge boer ontwikkelingsruimte in plaats van strafblad

Sinds een halfjaar ben ik bestuurslid bij NAJK met de portefeuille melkveehouderij. Als derde bestuurslid op rij krijg ik te maken met het fosfaatrechtenstelsel en de uitwerking ervan. Richting het einde van het jaar blijkt hoe lastig het is om goed uit te rekenen hoe je uitkomt binnen de fosfaatruimte op bedrijfsniveau.

Als jonge melkveehouder met een nieuwe stal en volop ambitie richting de toekomst heb ook ik aan den lijve ondervonden wat een lastig jaar dit is geweest. Sturen op fosfaatproductie bleek nog niet eenvoudig. Koeien verkopen resulteerde soms in een stijging van de fosfaatproductie in plaats van een daling. Ondertussen hing er wel een strafblad boven het hoofd en bleef de prijs van fosfaat maar stijgen. Niet echt een lekker begin van je carrière als boer.

Ik heb vanuit NAJK meerdere keren mijn zorgen, over onder andere de boete, lease (gedeeltelijk) zonder afroming, voorwaarden fosfaatbank, knelgevallen, CBS-cijfers en opties voor vereveningen, gedeeld in Den Haag. Als bestuurder is mij in ieder geval heel duidelijk geworden dat invloed aan het eind van een proces heel gering is. De richting is bepaald en daar wordt niet meer vanaf geweken. Het fosfaatrechtenstelsel is in een wet gegoten en daarmee lastig meer te beïnvloeden.

Echter, de fosfaatbank is nog niet definitief. Hier zie ik dan ook nog kans om nog zaken te wijzigen. De fosfaatbank is bedoeld om ontwikkelruimte te geven aan met name de duurzame jonge boeren. Een belangrijk punt hierin is de vijf jaar termijn. Jonge melkveehouders hebben, binnen het huidige voorstel, twee keer zoveel kans op fosfaat uit de fosfaatbank. Echter, je bent alleen jonge melkveehouder als je onder de 41 bent en niet langer dan vijf jaar melkveehouder bent (hierbij geldt ook de tijd dat je in maatschap zit). Dit is dus eigenlijk maar een beperkte groep. Ik zou liever zien dat er een breder begrip  is voor de jonge boer, zodat ook de jonge boeren die rond de overname zitten een beroep kunnen doen op de fosfaatbank. Want wat wij nodig hebben om als nieuwe generatie duurzamer te boeren zijn ontwikkelmogelijkheden en niet een strafblad.

___________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (31) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

 

60 jaar Europese jonge boeren

In 1958 besloten jonge boeren uit België, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk, Italië en Nederland samen te gaan werken in een Europese parapluorganisatie: CEJA, niet toevallig tegelijkertijd met het van kracht worden van de eerste echte Europese samenwerking, de Europese Economische gemeenschap (EEG). CEJA bestaat dus 60 jaar. Eerlijk gezegd vind ik het ongelofelijk dat toen al zes verschillende jonge boerenorganisaties de handen ineensloegen, zonder te weten hoe belangrijk de Europese Unie zou worden voor de agrarische sector. Pas veel later, toen in 1973 Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk zich aansloten bij de EEG, breidde ook CEJA zich weer uit. Inmiddels heeft de EU (nog) 28 lidstaten en heeft CEJA 32 lid-organisaties; sommige landen hebben twee of drie jonge boerenorganisaties.

De Europese Unie heeft na haar oprichting verschillende ontwikkelingen doorgemaakt. Desalniettemin is de huidige periode volgens mij uitzonderlijk. Het Verenigd Koninkrijk zal, zoals het nu lijkt, per 29 maart 2019 uittreden uit de EU. Los van het feit dat dit besluit resultaat is van een referendum en dit democratisch recht gerespecteerd dient te worden, vind ik dit persoonlijk erg jammer. Niet omdat de EU alle oplossingen voor alle problemen heeft, maar omdat al snel na het referendum bleek dat een deel van de stemmers spijt had van hun LEAVE-stem. Ook actuele opiniepeilingen laten zien dat een kleine meerderheid vandaag de dag REMAIN zou stemmen.

De impact van Brexit is moeilijk te overzien. Zowel overheden als NGO’s maken op basis van verschillende scenario’s (hard en zacht) inschattingen en berekeningen van de effecten van Brexit, zowel voor Europese lidstaten als voor het Verenigd Koninkrijk. Uit onderzoek van RaboResearch blijkt dat bij een in de verschillende scenario’s ofwel de Britse boer flinke uitdagingen voor de kiezen krijgt, of dat de Europese boer Brexit met name gaat voelen. Wat dat betreft dus geen positieve impact op de agrarische sector, maar een sterk negatief gevolg.

Hoe het precies voor de Britse jonge boeren uitpakt, blijft gissen. De Britse jonge boeren, van NFU next gen en NFYFC, blijven de komende tijd nog lid van CEJA als observer member. Ik vind het begrijpelijk dat zij niet aanblijven als full member, aangezien ze dat duizenden euro’s aan lidmaatschapsgeld meer kost en de focus van CEJA bovengemiddeld vaak ligt op Brusselse politiek en het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB); een beleid van de Europese Unie, waar Britse boeren na Brexit niets meer mee te maken hebben.

Bepalender voor de Britse jonge boeren zal het Britse landbouwbeleid worden. Net als in Nederland heeft het GLB ook daar een grote impact op de inkomsten van de individuele boer. Het is een tijdje onduidelijk geweest hoe het Verenigd Koninkrijk haar boeren de komende jaren gaat ondersteunen. De laatste berichten zijn dat het VK een landbouwbeleid krijgt dat in grote lijnen zal lijken op het nieuwe GLB; meer focus op vergroenende maatregelen en daarnaast het bezitten van grond minder belonen. Om oneerlijke concurrentie zowel van als voor Groot-Brittannie te voorkomen, is het ontzettend belangrijk dat hun beleid inderdaad aansluit op het GLB. Wanneer de ambities in het beleid erg van elkaar verschillen, wordt ofwel de Britse boer de dupe, ofwel raakt dit de boer die werkzaam is in de EU. Complexe materie, zeker aangezien in het achterhoofd gehouden moet worden dat de EU formeel niets meer over het landbouwbeleid van het Verenigd Koninkrijk te zeggen heeft.

Op CEJA-niveau proberen we te blijven samenwerken. Intensief, want anders kunnen we sowieso niet voorkomen dat er een groep jonge boeren de dupe wordt van de harde keuze in het referendum. Voor de toekomst van boeren in Europa, zullen we moeten blijven overleggen, delen en afstemmen, hoe stroef het soms ook loopt. Bij het Brexit-referendum kwam 90% van de 65-plussers naar de stembus, en de meesten stemden LEAVE. 64% van de jongeren jonger dan 24 jaar kwam opdagen. Het grootste deel stemde REMAIN. Dit laat zien dat we politiek, bestuur en beleid niet kunnen overlaten aan de generaties boven ons.

Daarom bestaat er na 60 jaar ook nog een Europese Raad voor Jonge Boeren. Omdat wij in de lead kunnen en moeten zijn wanneer het gaat over ónze toekomst. Want als wij iets willen, zullen we er zelf mee aan de slag moeten.

_____________________________________________________________________________________________________________

Iris Bouwers

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Iris Bouwers (25) verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Iris is ook gemeenteraadslid voor CDA Dronten en combineert deze functies met haar studie agrarische bedrijfskunde en het werk op varkens- en akkerbouwbedrijf.

Actieplan Plantgezondheid

Ik zie een aantal uitdagingen op de landbouw af komen die specifiek ook de akkerbouw gaan raken. Een van de belangrijkste is het behoud van biodiversiteit. De biodiversiteitsmonitoren buitelen over elkaar heen; het is een hot topic.

Er wordt gesteld dat de landbouw voor een positieve bijdrage aan de biodiversiteit cruciaal is. Dit lijkt me als grootste grondgebruiker niet meer dan logisch. Maar hoe houden we als sector de regie over deze plannen en wordt er mét ons gepraat in plaats van over ons? Een ding is zeker: als we niets doen, krijgen we te maken met onaangename regelgeving en hebben we geen mogelijkheid om dit bij te sturen. Vanuit de markt hoeven we financieel niet veel te verwachten.

Ik ben ervan overtuigd dat we door als sector actief aan de slag te gaan een stortvloed aan regelgeving dat totaal losgezongen is van de praktijk uitblijft. Zo wordt er vanuit de Brancheorganisatie (BO) akkerbouw gewerkt aan het Actieplan Plantgezondheid. De twaalf leden van de BO hebben zich allen bereid verklaard dit plan zelf uit te dragen. Op deze eensgezindheid binnen onze sector mogen we best trots zijn. Het doel van het plan is om in 2030 koploper te zijn met een aantoonbaar duurzaam teeltsysteem. De emissie naar de omgeving en het residu op producten van gewasbeschermingsmiddelen moet minimaal zijn. Dit alles onder behoud van rentabiliteit.

Dit laatste zinnetje is nog wel het belangrijkst, want uiteindelijk mogen en kunnen inspanningen op dit vlak niet nog verder op de toch al krappe marges drukken. Het eerste actiepunt van dit plan is om te laten zien wat de sector nu al doet om zo beperkt mogelijk met gewasbeschermingsmiddelen om te gaan. In hoeverre wordt er bijvoorbeeld al met beslissingsondersteunende systemen gewerkt? Wordt er gebruik gemaakt van ziekte-resistente rassen? En is de organische stofbalans in evenwicht? Tegelijkertijd zullen ook de knelpunten aan het licht komen. Er is bijvoorbeeld veel te weinig kennis over hoe de bodem kan helpen gewassen weerbaar te maken en te houden. Een helder overzicht van de zogenaamde ‘groene’ middelen ontbreekt en de werking is onduidelijk of onbetrouwbaar. De wetgeving om de bodem naar behoren te bemesten knelt van alle kanten.  En het brengt de noodzaak aan het licht dat passende wetgeving rondom de nu nog verboden veredelingstechnieken noodzakelijk is.

Kortom, richting het ministerie hebben we een goed verhaal om onderzoeksmiddelen los te krijgen en de noodzaak van financiële compensatie aan te geven.


Doeko van ‘t Westeinde

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Doeko van ’t Westeinde verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Doeko combineert deze functie met het werk op zijn akkerbouwbedrijf in Nieuweschans.

De visie voorbij

“In 2030 hebben agrarisch ondernemers een energieleverend en klimaatneutraal bedrijf. In 2030 werken boeren samen met collega’s uit andere sectoren en verstrekken zij exact de hoeveelheid grondstoffen die teelt en bodem nodig hebben. In 2030 bevorderen boeren de biodiversiteit en sluiten zij hun nutriëntenkringloop.”

Bovenstaande passage is, wellicht tegen de verwachting in, niet afkomstig uit de onlangs gepresenteerde visie van minister Schouten. Hij is te vinden in de voedselvisie van NAJK, gepubliceerd in 2016. Destijds geschreven op verzoek van het ministerie van Economische Zaken, waar landbouw toebehoorde.

Eigenlijk zegt de hierboven geciteerde passage al genoeg. Waar termen als biodiversiteit, kringlooplandbouw of natuurinclusiviteit in het verleden slechts veelvuldig gekoppeld werden aan biologische of kleinschalige landbouw, lijkt dit te gaan veranderen.

Het is niet gek dat de visie van Schouten en de visie van NAJK zoveel overeenkomsten vertonen. Bestuur en leden van NAJK zetten zich nu al zo’n 40 jaar in voor toekomstbestendig beleid, om tot een duurzame landbouwsector te komen. Want NAJK pleit niet alleen voor betaalbare bedrijfsovername, een betere jongelandbouwersregeling (JOLA) of een hogere top-up. NAJK focust op ruimte voor ondernemerschap, innovatie en bovenal op toekomstbestendigheid. Wellicht is dat samen te vatten in het containerbegrip duurzaamheid.

Want duurzaam, dat is hetgeen je wilt en moet zijn als je niet alleen volgend jaar, maar ook over 30 of 40 jaar (nog) boer wilt zijn in Nederland. Waar beleid jarenlang heeft aangestuurd op kostenverlaging en productieverhoging, blijkt het steeds lastiger voor de (jonge) boer om binnen dit systeem succesvol te zijn. De vaak gebruikte definitie van duurzaamheid, die de nadruk legt op de “3 P’s” (people, planet, profit), is hier dan ook niet mee te rijmen.

NAJK wil graag dat de termen biodiversiteit, kringlooplandbouw en natuurinclusiviteit standaard gekoppeld worden aan de gehele landbouwsector. Omdat agrarisch ondernemers op alle “P’s” zullen moeten excelleren, om ook in de toekomst te kunnen en mogen produceren in Nederland.

Daar is wel wat voor nodig. Een stip op de horizon, die de minister volgens mij in haar visie heeft gezet. Leiderschap, dat de minister de komende jaren zal moeten tonen, om de stakeholders in de sector de juiste kant op de krijgen. En last but not least: de bereidheid tot samenwerken. Ik hoop ontzettend dat sectorpartijen, ketenpartijen en NGO’s de komende jaren bereid zijn minder te schreeuwen en meer te luisteren. De toekomstbestendigheid van de Nederlandse land- en tuinbouw is in ons aller belang. Voor people, planet en profit.

_____________________________________________________________________________________________________________

Iris Bouwers

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Iris Bouwers (25) verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Iris is ook gemeenteraadslid voor CDA Dronten en combineert deze functies met haar studie agrarische bedrijfskunde en het werk op varkens- en akkerbouwbedrijf.

Frustratie

De berichtgeving rondom gewasbeschermingsmiddelen heeft bij veel akkerbouwers erg veel frustratie veroorzaakt. Bijvoorbeeld het verbod op de toelating van een aantal neonicotinoïden waarvoor op dit moment geen geschikte alternatieven zijn. Maar ook de onderzoeken over de zogenaamde insectensterfte in natuurgebieden waarvan de landbouw wel heel gemakkelijk als hoofdschuldige wordt aangewezen. Dit levert bij ons als akkerbouwers logischerwijs enorme frustraties op. Want de bedrijfsvoering wordt ons op deze manier steeds moeilijker gemaakt en we worden ook nog eens onterecht in de beklaagdenbank gedrukt. Bovendien worden er wel lukraak producten uit landen buiten Europa geïmporteerd waar ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelengebruik niet zo nauw wordt gekeken. Daarnaast is er de kloof tussen burger en consument. De burger wil een product waarop geen bewerkingen nodig zijn geweest en de consument wil een piekfijn product voor een zo laag mogelijke prijs. Dit wringt aan alle kanten en zet ons als telers in een spagaat. De frustraties over deze ontwikkelingen zijn niet zomaar weg te nemen. Dat heb ik ook gemerkt tijdens een overleg over dit onderwerp met een aantal jonge akkerbouwers namens NAJK. De boosheid hing als een donkere wolk boven deze bijeenkomst. Het bleek niet makkelijk om hier overheen te stappen en tot een bredere toekomstvisie over gewasbeschermingsmiddelengebruik te komen. De gemoederen zijn bij veel akkerbouwers dusdanig hoog opgelopen dat velen van hen in een defensieve houding terecht dreigen te komen die moeilijk omkeerbaar is. Maar we schieten hier alleen niks mee op. Hoewel we ons best doen op het gebied van innovatie plukken we hier niet de vruchten van. Dat er innovaties op het gebied van gewasbeschermingsmiddelengebruik blijven komen is en blijft natuurlijk belangrijk. Zolang het werkt, rendabel is en een lage milieu-impact heeft. Het probleem is dat deze ontwikkelingen door de buitenwereld niet gezien en begrepen worden. De maatschappij leest en ziet nog steeds dat er middelen gebruikt worden en heeft er haar oordeel over. Daarom moet de sector het heft weer in eigen handen nemen en de frames weer zelf gaan neerzetten. Frames die nu bepaald worden door partijen die ver van de praktijk af staan. Op dit moment wordt de politieke besluitvorming ook gevoed door deze frames. Hiertegen klagen of bezwaar maken heeft geen zin en is slechts symptoombestrijding. Een goede aanzet is dan ook de publiekscampagne die deze week is gestart met de Dag van de akkerbouw. Maar daarnaast moet er meer gebeuren en dit met elkaar volhouden. Juist ook voor NAJK ligt hier een mooie mogelijkheid hierin een rol te spelen en de trots te benadrukken waarvoor we iedere dag aan het werk zijn!


Doeko van ‘t Westeinde

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Doeko van ’t Westeinde verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Doeko combineert deze functie met het werk op zijn akkerbouwbedrijf in Nieuweschans.

Jonge boeren, verenigt u

Afgelopen week publiceerde de Volkskrant een ingezonden stuk van Monique Jansen over de uitstoot van de veehouderij. Ze gaf aan dat het gemakkelijk is om naar de veehouderij te wijzen wanneer het gaat om het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, maar dat dit niet per se dé oplossing is.

Ze schetste een aantal transities: in 1980 waren er in Nederland 2,4 miljoen melkkoeien, 14 miljoen mensen, 4 miljoen auto’s en 185 duizend vliegbewegingen op Schiphol. In 2016 waren er nog maar 1,7 miljoen melkkoeien, maar hebben we wel 17 miljoen mensen, 12 miljoen auto’s en 480 duizend vliegbewegingen op Schiphol.

Een helder signaal, zou je denken. Maar dat bovenstaande feiten, naast alle wet- en regelgeving waar de landbouwsector al mee dealt, ervoor zorgen dat de sector al sterk verduurzaamd is, wordt deze week weer compleet ondergesneeuwd door een artikel van een aantal onderzoekers in de Groene Amsterdammer.

Er wordt, uiteraard door mensen met een grote afstand tot de sector, naar hartelust afgegeven op de intensieve veehouderij, uitstoot, maar ook het GLB wordt er bijgehaald. Zo is het volgens de onderzoekers te gemakkelijk om te voldoen aan de vergroening, heeft de Europese Commissie te weinig informatie om te controleren of boeren zich aan regels houden en stimuleert subsidie vanuit het GLB de toename van intensieve veehouderij.

Ten slotte komt er natúúrlijk een biologische boer aan het woord die het wél begrijpt. De ondernemer in kwestie stoot (blijkbaar) niets uit en heeft zeker nooit subsidie aangevraagd. De boer in kwestie: “We moeten van de grootschalige productie af. Grootschalige megastallen horen niet in Nederland. De aarde wordt te zwaar belast, we vervuilen de grond met te veel mest.”

Wat mij betreft is bovenstaand weinig constructief. We zullen de uitdagingen echt samen aan moeten gaan, het (wellicht onbewust) positioneren van biologische tegenover gangbare landbouw werkt simpelweg niet. Gun een ieder, binnen de menselijke maat, wanneer er draagvlak is, z’n verdienmodel.  “Jonge boeren, verenigt u”!


Iris Bouwers

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Iris Bouwers (22) verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Iris is ook gemeenteraadslid voor CDA Dronten en combineert deze functies met haar studie agrarische bedrijfskunde en het werk op varkens- en akkerbouwbedrijf.