Doe wat je zegt

Afgelopen maand vond de langverwachte stemming in ComAgri (de commissie van het Europees Parlement over landbouw en plattelandsontwikkeling) plaats over het nieuwe GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid). Er zijn duizenden wijzigingsvoorstellen op ingediend en inmiddels dus in stemming gebracht. Als CEJA-vicevoorzitter ben ik sinds anderhalf jaar betrokken bij dit proces. Intensieve overleggen en doelgerichte acties ten spijt: het heeft maar beperkt invloed gehad. Als jonge boeren zijn we immers niet de enige groep die ‘iets’ willen in het nieuwe GLB.

Budget onder druk

Het is al enkele jaren bekend dat het budget voor het GLB zwaar onder druk staat. Nettobetaler Groot-Brittannië neemt (zoals het nu lijkt) afscheid van de EU en andere landen willen niet méér bijdragen. Ook bij onderwerpen als veiligheid en migratie wordt er door lidstaten van de EU naar Brussel gekeken. Een gezamenlijk beleid is nodig om succesvol te kunnen zijn. En dat allemaal terwijl de totale ‘taart’, die het budget moet voorstellen, niet groter, maar juist kleiner wordt. Verder is er natuurlijk ook nog de diepe wens van natuur- en milieuorganisaties om een groter deel van het budget te gebruiken voor biodiversiteitsdoelen. Ook NAJK en CEJA zien dit zitten, maar dan wel onder bepaalde voorwaarden. We willen graag een ambitieus beleid, waarin boeren worden beloond en niet worden gecompenseerd voor hun inzet om (biodiversiteits-)prestaties te kunnen halen. Op die manier kun je boeren motiveren een bijdrage te leveren die bij ze past, zowel persoonlijk als bedrijfsmatig.

Het nieuwe GLB voorstel

In het nieuwe voorstel worden er negen verschillende doelen uitgewerkt. Hier is de zogeheten ‘vernieuwing in de generaties’ één van. Jonge boeren staan dus hoog op de agenda van de Europese Commissie. Toch heeft ComAgri besloten hier maar beperkt budget voor vrij te maken. Hoewel de commissievoorstellen na de zomer nog in stemming gebracht moeten worden in het (nieuwe) gehele Europees Parlement, lijkt het er nu op dat er voor Nederlandse boeren wel meer geld beschikbaar komt voor de zogeheten top-up, een ondersteuning voor jonge boeren in het GLB. Dit is overigens hard nodig, want het huidige budget wordt flink overvraagd. Het top-up-geld wordt wel uitgesmeerd over zeven jaar, in plaats van vijf. Of er überhaupt een nieuwe Jonge Landbouwersregeling (JOLA) komt, dat weten we nog niet. De komende maanden zullen we daar als NAJK met het ministerie van LNV over praten: de JOLA wordt namelijk op nationaal niveau geregeld.

Doe wat je zegt!

Zowel Europarlementariërs als minister Schouten spreken veel over jonge boeren: zij hebben de toekomst. Het is vreemd dat er dan geen extra (geoormerkt) geld beschikbaar komt. Met alleen prachtige vergezichten en positieve boodschappen over kringlooplandbouw en nieuwe verdienmodellen komen we er niet. Als we echt voor meer jonge boeren, meer innovatie en toekomstbestendige bedrijven willen gaan, zijn er harde euro’s nodig. Richting ComAgri is het een gelopen race, maar richting minister Schouten en de kandidaten voor de Europese Parlementsverkiezingen is mijn boodschap ‘put your money where your mouth is’: doe wat je zegt!

___________________________________________________________________________________________________________

Iris Bouwers

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Iris Bouwers (25) verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Iris combineert deze functie met haar studie agrarische bedrijfskunde en het werk op varkens- en akkerbouwbedrijf.

De onmogelijkheid van het duurzaamheidswensen-lijstje

Weidegang, ammoniak, methaan, Co2, percentage eiwit van eigenland, biodiversiteit, daling weidevogels, zomaar een aantal duurzaamheidsthema’s die spelen in de melkveesector. Als portefeuillehouder melkveehouderij van NAJK is het voor mij vooral belangrijk dat deze thema’s niet op zo’n manier worden uitgewerkt dat de melkveehouder van de toekomst zich niet meer kan ontwikkelen. En per thema lijkt dat ook niet direct het geval echter de combinatie van thema’s is hetgeen waar ik me zorgen over maak.

Als boer sta je (zoals in het plaatje) midden in de kringloop, er zijn binnen deze kringloop allerlei knoppen waar je aan kunt draaien. Maar het één staat nooit los van het ander, dat is nu ook mooie van ons vak; het is een spel waar je nooit uitgespeeld mee raakt! Neem nou bijvoorbeeld je bemesting. De bemesting  heeft invloed op het rantsoen, dus op het (kracht)voer wat aangekocht wordt, op je bouwplan qua planning maar ook qua gewassen, en daarmee ook de manier van bemesten en het aantal keer van bemesten. Qua duurzaamheid heeft het zo ongeveer invloed op bijna alle bovengenoemde duurzaamheidsthema’s, sommige worden positief beïnvloed andere negatief. Je moet dus als boer opzoek naar een optimum.

Tijdens mijn studie in Wageningen heb ik geleerd dat het succes van het zoeken naar dat optimum bij de boer ligt, en dat er verschillende boeren zijn en dus verschillende optimums. Als we kijken naar het voorbeeld van bemesting, de ene boer heeft heel veel liefde voor weidegang en gaat voor stripgrazen en heeft hierdoor veel groetrappen en zal dus steeds kleine hoeveelheden moeten bemesten. Achter het draad beweiden is misschien wel de manier om het meeste melk uit het gras te halen en dit bespaard krachtvoer en heeft een positieve invloed op de hoeveelheid eiwit van eigenland. Het mozaïek aan hoog en laag gras kan een positieve uitwerking hebben op bijvoorbeeld weidevogels. De ander heeft een minder grote huiskavel waarbij achter het draad weiden geen optie is. Deze boer houdt het simpel en werkt met standweiden en bijvoeren op stal, waardoor er grotere percelen in één keer kunnen worden bemest. Dit werkt efficiënter, bespaart op die manier kosten en is minder arbeidsintensief qua weidegang management. Dit voorbeeld is misschien een beetje kort door de bocht, ik wil alleen maar aangeven dat de verschillen tussen boeren, verschillende type bedrijven oplevert en dat hiermee verschillende duurzaamheidsdoelen worden gediend. So far, voorzie ik geen problemen, die verschillende jonge boeren zijn er wel en we willen ook best wat met duurzaamheid als dit bij de bedrijfsvoering in te passen is.

Het gaat mis als de overheid midden in het kringloopplaatje gaat staan en aan de knoppen gaat draaien en deze vast zet. Hiermee zet je namelijk ook heel veel andere knoppen vast. Bemesting is hier ook een mooi voorbeeld waarbij de overheid heeft aangekondigd dat dure apparatuur op bemesters verplicht gaat worden. Dit zorgt ervoor dat je als boer sneller voor de loonwerker kiest, en die laat je niet komen voor een klein stukje (met name als het om sleepslagen gaat). Hiermee wordt achter het draad weiden ook lastiger en dus ook weidegang. Terwijl weidegang de maximale grasopbrengst haalt, je daarmee het meeste krachtvoer bespaart en voordelen heeft voor weidevogels. Als er vervolgens ook weer afspraken door de overheid worden gemaakt over het percentage eiwit van eigenland en weidevogels, wordt het steeds lastiger om alles te combineren. Het gaat fout als de overheid allerlei duurzaamheidswensen in doelen vastlegt die los van elkaar best reëel zijn maar gecombineerd technisch onmogelijk uitvoerbaar zijn.

________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (31) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

 

 

___________________________________________________________________________________

 

Geef jonge boer ontwikkelingsruimte in plaats van strafblad

Sinds een halfjaar ben ik bestuurslid bij NAJK met de portefeuille melkveehouderij. Als derde bestuurslid op rij krijg ik te maken met het fosfaatrechtenstelsel en de uitwerking ervan. Richting het einde van het jaar blijkt hoe lastig het is om goed uit te rekenen hoe je uitkomt binnen de fosfaatruimte op bedrijfsniveau.

Als jonge melkveehouder met een nieuwe stal en volop ambitie richting de toekomst heb ook ik aan den lijve ondervonden wat een lastig jaar dit is geweest. Sturen op fosfaatproductie bleek nog niet eenvoudig. Koeien verkopen resulteerde soms in een stijging van de fosfaatproductie in plaats van een daling. Ondertussen hing er wel een strafblad boven het hoofd en bleef de prijs van fosfaat maar stijgen. Niet echt een lekker begin van je carrière als boer.

Ik heb vanuit NAJK meerdere keren mijn zorgen, over onder andere de boete, lease (gedeeltelijk) zonder afroming, voorwaarden fosfaatbank, knelgevallen, CBS-cijfers en opties voor vereveningen, gedeeld in Den Haag. Als bestuurder is mij in ieder geval heel duidelijk geworden dat invloed aan het eind van een proces heel gering is. De richting is bepaald en daar wordt niet meer vanaf geweken. Het fosfaatrechtenstelsel is in een wet gegoten en daarmee lastig meer te beïnvloeden.

Echter, de fosfaatbank is nog niet definitief. Hier zie ik dan ook nog kans om nog zaken te wijzigen. De fosfaatbank is bedoeld om ontwikkelruimte te geven aan met name de duurzame jonge boeren. Een belangrijk punt hierin is de vijf jaar termijn. Jonge melkveehouders hebben, binnen het huidige voorstel, twee keer zoveel kans op fosfaat uit de fosfaatbank. Echter, je bent alleen jonge melkveehouder als je onder de 41 bent en niet langer dan vijf jaar melkveehouder bent (hierbij geldt ook de tijd dat je in maatschap zit). Dit is dus eigenlijk maar een beperkte groep. Ik zou liever zien dat er een breder begrip  is voor de jonge boer, zodat ook de jonge boeren die rond de overname zitten een beroep kunnen doen op de fosfaatbank. Want wat wij nodig hebben om als nieuwe generatie duurzamer te boeren zijn ontwikkelmogelijkheden en niet een strafblad.

___________________________________________________________________________________

Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (31) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

 

Actieplan Plantgezondheid

Ik zie een aantal uitdagingen op de landbouw af komen die specifiek ook de akkerbouw gaan raken. Een van de belangrijkste is het behoud van biodiversiteit. De biodiversiteitsmonitoren buitelen over elkaar heen; het is een hot topic.

Er wordt gesteld dat de landbouw voor een positieve bijdrage aan de biodiversiteit cruciaal is. Dit lijkt me als grootste grondgebruiker niet meer dan logisch. Maar hoe houden we als sector de regie over deze plannen en wordt er mét ons gepraat in plaats van over ons? Een ding is zeker: als we niets doen, krijgen we te maken met onaangename regelgeving en hebben we geen mogelijkheid om dit bij te sturen. Vanuit de markt hoeven we financieel niet veel te verwachten.

Ik ben ervan overtuigd dat we door als sector actief aan de slag te gaan een stortvloed aan regelgeving dat totaal losgezongen is van de praktijk uitblijft. Zo wordt er vanuit de Brancheorganisatie (BO) akkerbouw gewerkt aan het Actieplan Plantgezondheid. De twaalf leden van de BO hebben zich allen bereid verklaard dit plan zelf uit te dragen. Op deze eensgezindheid binnen onze sector mogen we best trots zijn. Het doel van het plan is om in 2030 koploper te zijn met een aantoonbaar duurzaam teeltsysteem. De emissie naar de omgeving en het residu op producten van gewasbeschermingsmiddelen moet minimaal zijn. Dit alles onder behoud van rentabiliteit.

Dit laatste zinnetje is nog wel het belangrijkst, want uiteindelijk mogen en kunnen inspanningen op dit vlak niet nog verder op de toch al krappe marges drukken. Het eerste actiepunt van dit plan is om te laten zien wat de sector nu al doet om zo beperkt mogelijk met gewasbeschermingsmiddelen om te gaan. In hoeverre wordt er bijvoorbeeld al met beslissingsondersteunende systemen gewerkt? Wordt er gebruik gemaakt van ziekte-resistente rassen? En is de organische stofbalans in evenwicht? Tegelijkertijd zullen ook de knelpunten aan het licht komen. Er is bijvoorbeeld veel te weinig kennis over hoe de bodem kan helpen gewassen weerbaar te maken en te houden. Een helder overzicht van de zogenaamde ‘groene’ middelen ontbreekt en de werking is onduidelijk of onbetrouwbaar. De wetgeving om de bodem naar behoren te bemesten knelt van alle kanten.  En het brengt de noodzaak aan het licht dat passende wetgeving rondom de nu nog verboden veredelingstechnieken noodzakelijk is.

Kortom, richting het ministerie hebben we een goed verhaal om onderzoeksmiddelen los te krijgen en de noodzaak van financiële compensatie aan te geven.


Doeko van ‘t Westeinde

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Doeko van ’t Westeinde verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Doeko combineert deze functie met het werk op zijn akkerbouwbedrijf in Nieuweschans.

De visie voorbij

“In 2030 hebben agrarisch ondernemers een energieleverend en klimaatneutraal bedrijf. In 2030 werken boeren samen met collega’s uit andere sectoren en verstrekken zij exact de hoeveelheid grondstoffen die teelt en bodem nodig hebben. In 2030 bevorderen boeren de biodiversiteit en sluiten zij hun nutriëntenkringloop.”

Bovenstaande passage is, wellicht tegen de verwachting in, niet afkomstig uit de onlangs gepresenteerde visie van minister Schouten. Hij is te vinden in de voedselvisie van NAJK, gepubliceerd in 2016. Destijds geschreven op verzoek van het ministerie van Economische Zaken, waar landbouw toebehoorde.

Eigenlijk zegt de hierboven geciteerde passage al genoeg. Waar termen als biodiversiteit, kringlooplandbouw of natuurinclusiviteit in het verleden slechts veelvuldig gekoppeld werden aan biologische of kleinschalige landbouw, lijkt dit te gaan veranderen.

Het is niet gek dat de visie van Schouten en de visie van NAJK zoveel overeenkomsten vertonen. Bestuur en leden van NAJK zetten zich nu al zo’n 40 jaar in voor toekomstbestendig beleid, om tot een duurzame landbouwsector te komen. Want NAJK pleit niet alleen voor betaalbare bedrijfsovername, een betere jongelandbouwersregeling (JOLA) of een hogere top-up. NAJK focust op ruimte voor ondernemerschap, innovatie en bovenal op toekomstbestendigheid. Wellicht is dat samen te vatten in het containerbegrip duurzaamheid.

Want duurzaam, dat is hetgeen je wilt en moet zijn als je niet alleen volgend jaar, maar ook over 30 of 40 jaar (nog) boer wilt zijn in Nederland. Waar beleid jarenlang heeft aangestuurd op kostenverlaging en productieverhoging, blijkt het steeds lastiger voor de (jonge) boer om binnen dit systeem succesvol te zijn. De vaak gebruikte definitie van duurzaamheid, die de nadruk legt op de “3 P’s” (people, planet, profit), is hier dan ook niet mee te rijmen.

NAJK wil graag dat de termen biodiversiteit, kringlooplandbouw en natuurinclusiviteit standaard gekoppeld worden aan de gehele landbouwsector. Omdat agrarisch ondernemers op alle “P’s” zullen moeten excelleren, om ook in de toekomst te kunnen en mogen produceren in Nederland.

Daar is wel wat voor nodig. Een stip op de horizon, die de minister volgens mij in haar visie heeft gezet. Leiderschap, dat de minister de komende jaren zal moeten tonen, om de stakeholders in de sector de juiste kant op de krijgen. En last but not least: de bereidheid tot samenwerken. Ik hoop ontzettend dat sectorpartijen, ketenpartijen en NGO’s de komende jaren bereid zijn minder te schreeuwen en meer te luisteren. De toekomstbestendigheid van de Nederlandse land- en tuinbouw is in ons aller belang. Voor people, planet en profit.

_____________________________________________________________________________________________________________

Iris Bouwers

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Iris Bouwers (25) verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Iris is ook gemeenteraadslid voor CDA Dronten en combineert deze functies met haar studie agrarische bedrijfskunde en het werk op varkens- en akkerbouwbedrijf.

Frustratie

De berichtgeving rondom gewasbeschermingsmiddelen heeft bij veel akkerbouwers erg veel frustratie veroorzaakt. Bijvoorbeeld het verbod op de toelating van een aantal neonicotinoïden waarvoor op dit moment geen geschikte alternatieven zijn. Maar ook de onderzoeken over de zogenaamde insectensterfte in natuurgebieden waarvan de landbouw wel heel gemakkelijk als hoofdschuldige wordt aangewezen. Dit levert bij ons als akkerbouwers logischerwijs enorme frustraties op. Want de bedrijfsvoering wordt ons op deze manier steeds moeilijker gemaakt en we worden ook nog eens onterecht in de beklaagdenbank gedrukt. Bovendien worden er wel lukraak producten uit landen buiten Europa geïmporteerd waar ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelengebruik niet zo nauw wordt gekeken. Daarnaast is er de kloof tussen burger en consument. De burger wil een product waarop geen bewerkingen nodig zijn geweest en de consument wil een piekfijn product voor een zo laag mogelijke prijs. Dit wringt aan alle kanten en zet ons als telers in een spagaat. De frustraties over deze ontwikkelingen zijn niet zomaar weg te nemen. Dat heb ik ook gemerkt tijdens een overleg over dit onderwerp met een aantal jonge akkerbouwers namens NAJK. De boosheid hing als een donkere wolk boven deze bijeenkomst. Het bleek niet makkelijk om hier overheen te stappen en tot een bredere toekomstvisie over gewasbeschermingsmiddelengebruik te komen. De gemoederen zijn bij veel akkerbouwers dusdanig hoog opgelopen dat velen van hen in een defensieve houding terecht dreigen te komen die moeilijk omkeerbaar is. Maar we schieten hier alleen niks mee op. Hoewel we ons best doen op het gebied van innovatie plukken we hier niet de vruchten van. Dat er innovaties op het gebied van gewasbeschermingsmiddelengebruik blijven komen is en blijft natuurlijk belangrijk. Zolang het werkt, rendabel is en een lage milieu-impact heeft. Het probleem is dat deze ontwikkelingen door de buitenwereld niet gezien en begrepen worden. De maatschappij leest en ziet nog steeds dat er middelen gebruikt worden en heeft er haar oordeel over. Daarom moet de sector het heft weer in eigen handen nemen en de frames weer zelf gaan neerzetten. Frames die nu bepaald worden door partijen die ver van de praktijk af staan. Op dit moment wordt de politieke besluitvorming ook gevoed door deze frames. Hiertegen klagen of bezwaar maken heeft geen zin en is slechts symptoombestrijding. Een goede aanzet is dan ook de publiekscampagne die deze week is gestart met de Dag van de akkerbouw. Maar daarnaast moet er meer gebeuren en dit met elkaar volhouden. Juist ook voor NAJK ligt hier een mooie mogelijkheid hierin een rol te spelen en de trots te benadrukken waarvoor we iedere dag aan het werk zijn!


Doeko van ‘t Westeinde

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Doeko van ’t Westeinde verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Doeko combineert deze functie met het werk op zijn akkerbouwbedrijf in Nieuweschans.

Jonge boeren, verenigt u

Afgelopen week publiceerde de Volkskrant een ingezonden stuk van Monique Jansen over de uitstoot van de veehouderij. Ze gaf aan dat het gemakkelijk is om naar de veehouderij te wijzen wanneer het gaat om het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, maar dat dit niet per se dé oplossing is.

Ze schetste een aantal transities: in 1980 waren er in Nederland 2,4 miljoen melkkoeien, 14 miljoen mensen, 4 miljoen auto’s en 185 duizend vliegbewegingen op Schiphol. In 2016 waren er nog maar 1,7 miljoen melkkoeien, maar hebben we wel 17 miljoen mensen, 12 miljoen auto’s en 480 duizend vliegbewegingen op Schiphol.

Een helder signaal, zou je denken. Maar dat bovenstaande feiten, naast alle wet- en regelgeving waar de landbouwsector al mee dealt, ervoor zorgen dat de sector al sterk verduurzaamd is, wordt deze week weer compleet ondergesneeuwd door een artikel van een aantal onderzoekers in de Groene Amsterdammer.

Er wordt, uiteraard door mensen met een grote afstand tot de sector, naar hartelust afgegeven op de intensieve veehouderij, uitstoot, maar ook het GLB wordt er bijgehaald. Zo is het volgens de onderzoekers te gemakkelijk om te voldoen aan de vergroening, heeft de Europese Commissie te weinig informatie om te controleren of boeren zich aan regels houden en stimuleert subsidie vanuit het GLB de toename van intensieve veehouderij.

Ten slotte komt er natúúrlijk een biologische boer aan het woord die het wél begrijpt. De ondernemer in kwestie stoot (blijkbaar) niets uit en heeft zeker nooit subsidie aangevraagd. De boer in kwestie: “We moeten van de grootschalige productie af. Grootschalige megastallen horen niet in Nederland. De aarde wordt te zwaar belast, we vervuilen de grond met te veel mest.”

Wat mij betreft is bovenstaand weinig constructief. We zullen de uitdagingen echt samen aan moeten gaan, het (wellicht onbewust) positioneren van biologische tegenover gangbare landbouw werkt simpelweg niet. Gun een ieder, binnen de menselijke maat, wanneer er draagvlak is, z’n verdienmodel.  “Jonge boeren, verenigt u”!


Iris Bouwers

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Iris Bouwers (22) verantwoordelijk voor de portefeuille internationaal. Iris is ook gemeenteraadslid voor CDA Dronten en combineert deze functies met haar studie agrarische bedrijfskunde en het werk op varkens- en akkerbouwbedrijf.

Akkerbouwonderzoek voor iedereen beschikbaar

Eindelijk is het zover! Gezamenlijk gefinancierd onderzoek voor en door alle akkerbouwers wordt na lang lobbyen mogelijk. Er moet alleen nog een stap gezet worden waarvoor jullie inzet keihard nodig is!

De Nederlandse akkerbouw moet een innovatieve sector blijven en daar hoort een goed onderzoeksprogramma bij. We hebben een goed netwerk aan kennisinstellingen en proefbedrijven in de Nederlandse landbouw. Al van oudsher vormen deze proefbedrijven de schakel tussen de theoretische kennis en de boerenpraktijk. Als we naar de akkerbouw kijken kennen we allemaal wel één of meerdere proefbedrijven waar vaak bijeenkomsten gehouden worden en waar praktijkproeven bekeken kunnen worden. Vaak zeer interessant. Je leert nieuwe dingen die op het eigen bedrijf in de praktijk gebracht kunnen worden.

De laatste jaren wordt echter steeds meer onderzoek op de proefbedrijven door commerciële bedrijven gefinancierd. Dit is noodzaak voor de proefbedrijven om in de benen te blijven, maar voor ons als telers wordt het steeds minder interessant. Dit omdat de resultaten meestal niet openbaar gemaakt worden. Veel van het onderzoek dat wel openbaar gemaakt wordt, werd gefinancierd door het vroegere Productschap Akkerbouw. De onderzoeksresultaten werden op een overzichtelijke manier gebundeld via onder andere Kennisakker. Nadat het Productschap opgeheven is in 2014, doet de Brancheorganisatie Akkerbouw haar best dit gat op te vullen. Het is dan ook een geweldige opsteker dat het ministerie ons een algemeenverbindendverklaring heeft afgegeven. Hierdoor is het mogelijk dat alle akkerbouwers in Nederland wettelijk verplicht bij moeten dragen aan gewasoverschrijdend onderzoek.

Een volgende stap is hoe de financiering in de praktijk geregeld moet worden. BO akkerbouw is ruim twee jaar met het ministerie over dit onderwerp in gesprek geweest. Het ging over hoe we ervoor kunnen zorgen dat alle akkerbouwers in Nederland op een eenvoudige maar betrouwbare manier kunnen meebetalen aan onderzoek en innovatie in de akkerbouw. De wens van de sector was om dit via de opgegeven areaalgegevens bij de Gecombineerde Opgave te laten lopen. Het ministerie heeft dit echter continu afgehouden vanwege privacy redenen. Ondertussen heeft BO toch een groot onderzoekspakket opgesteld dat tot en met 2020 moet lopen. Denk aan bemestingsonderzoek, bodemonderzoek en onderzoek ter bevordering van weerbare teeltsystemen. Al deze onderzoekswensen komen uit de praktijk en zijn gewasoverschrijdend. Maar ondertussen loopt de uitvoering hiervan grote vertraging op, omdat de financiering nog niet geregeld is.

Onlangs heeft het ministerie eindelijk ingestemd met de areaalopgave via RVO. De koppeling per teler gaat echter niet automatisch. Telers moeten zelf een vinkje zetten om je areaalgegevens te delen met de BO. Vanaf 1 maart kan de Gecombineerde Opgave weer ingediend worden. Mijn oproep is dan ook: zet allemaal het vinkje want we zijn gebaat bij een langlopend en praktijkgericht onderzoekspakket met resultaten die openbaar blijven! Daar pluk jij straks ook de vruchten van.


Doeko van ‘t Westeinde

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Doeko van ’t Westeinde verantwoordelijk voor de portefeuille akkerbouw. Doeko combineert deze functie met het werk op zijn akkerbouwbedrijf in Nieuweschans.

Jonge boer en tuinder: KIES WIJS!

Een jaar geleden gebruikte we de slogan ‘Jonge boer en tuinder, kies wijs’, om de Tweede Kamerverkiezingen onder de aandacht te brengen. Inderdaad, de Tweede Kamerverkiezingen werden alweer een jaar geleden gehouden, maar door de lange formatie lijkt het nog maar kort geleden. Op 21 maart staan de volgende verkiezingen voor de deur: de gemeenteraadsverkiezingen.

Het lijkt wellicht een open deur, maar ook deze verkiezingen zijn weer belangrijk voor de toekomst van jouw bedrijf. Immers waar de Tweede Kamer gaat over landelijke onderwerpen die impact hebben op al onze bedrijven, gaat de gemeente over de mogelijkheden op jouw locatie. Zo stelt de gemeenteraad onder andere periodiek een bestemmingsplan op. In dit plan worden zaken geregeld als grootte en vorm van bouwkavels, bouwvoorschriften en mogelijkheden tot verbreding op bepaalde locaties. Een heel ander onderwerp waar men zich mee bezig houdt is de leefbaarheid op het platteland en de bijbehorende voorzieningen. Dit staat misschien iets verder van je bedrijf af, maar uiteindelijk heeft het wel invloed op je eigen welbevinden en die van jouw omgeving.

Ik raad het dan ook aan om je te verdiepen in de partijprogramma’s in jouw gemeente. Heeft de lokale afdeling dezelfde standpunten als de landelijke afdeling van dezelfde partij? En waar staat die ene lokale partij voor? Staan er ook personen op de kieslijst die de agrarische sector een warm hart toe dragen? Gelukkig zien we op verschillende kieslijsten ook leden van NAJK staan. Jongeren die de handschoen oppakken en willen strijden in de lokale politiek voor de een mooie toekomst in hun eigen gemeente.

Er valt dus weer veel te kiezen op 21 maart. Kies dus ook voor het belang van de toekomst van jouw bedrijf op jouw locatie. Kortom, jonge boer of tuinder: KIES WIJS!


Andre Arfman

Als voorzitter van NAJK is Andre Arfman druk voor de agrarische jongeren. Dit combineert hij met zijn baan bij Alfa Accountants en het werk op het melkveebedrijf in Vorden.

 

Storm in een glas water

‘Veehouderij moet fijnstof verminderen’, ‘omwonende veehouderijen hebben meer longklachten’ en ‘hoge concentraties mensen en beesten bij elkaar is ongezond’, kopte een aantal artikelen van de NOS in juli 2017.

Organisaties en individuele ondernemers in de intensieve veehouderij zullen direct toegeven dat bij het houden van vee emissies ontstaan waaronder fijnstof. Dat is ook niet gek, waar dieren worden gehouden, op welke schaal dan ook, zijn emissies. De vraag is dan ook niet of deze emissies er zijn maar hoe deze kunnen worden ondervangen, dan wel worden beperkt.

In tal van initiatieven verenigd de sector zich opzoek naar een oplossing. Voor een deel zijn deze oplossingen al praktijkrijp, voor het andere deel zijn deze nog in onderzoek maar wat telt is dat men verantwoordelijkheid neemt.

Krantenkoppen en artikelen als bovenstaand vind ik niet passen bij een sector die zich zo in spant voor zijn omgeving. Er wordt geïnsinueerd dat de sector achteroverleunt en dat schaalgrote een direct verband heeft met uitstoot en de gevolgen hiervan op de omgeving. Ik durf te stellen dat we als sector zeker niet achteroverleunen en dat wij hier ons ook altijd hard voor moeten maken. Natuurlijk is het niet makkelijk om in financieel lastige jaren ook nog te moeten investeren in emissiereducerende technieken. Maar we moeten ons als sector blijven realiseren dat we dit nodig hebben voor onze ‘licence to produce’. Wie in de toekomst boer wil blijven, zal niet alleen de beste technische resultaten en de maximale winst moeten nastreven maar zal zich ook moeten blijven realiseren dat draagvlak bij de omgeving nodig is.

Hierbij is het extreem moeilijk te merken dat onze inzet door de omgeving niet gezien lijkt te worden. Men ziet grote stallen waarvan men geen idee heeft wat zich binnen afspeelt en heeft geen idee wat er gedaan wordt om overlast te beperken. De media draagt hier op bovenstaande wijze haar steentje goed aan bij.

Nu wil het geluk maar ook de pech dat er begin februari een artikel verschijnt waarin er gewezen wordt dat de uitstoot van intensieve veebedrijven veel lager is dan men altijd heeft gedacht. Een artikel van de Telegraaf kopte zelfs ‘Geen verband tussen longproblemen en platteland’. Uit een onderzoek van de gezondheidsraad blijkt de oorzaak van de longproblemen onduidelijk te zijn. Dit is natuurlijk mooi nieuws voor onze sector maar eigenlijk komt het te laat. De toon is gezet en wanneer het gaat om longproblemen op het platteland zal er altijd gewezen blijven worden naar de intensieve veehouderij. Een slechte naam veroorzaakt door een storm in een glas water. Als sector is het onze taak er alles aan te doen de schade van deze storm te beperken. Enerzijds door de juiste stappen te zetten binnen je bedrijfsvoering, anderzijds juist door te laten zien welke stappen je al gezet hebt en trots te zijn op ons mooie gezonde sector.


Stijn Derks

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Stijn Derks verantwoordelijk voor de portefeuille intensief. Stijn combineert deze functie met het werk op het pluimvee- en akkerbouwbedrijf.