NAJK en Aeres Hogeschool Dronten gaan nadrukkelijker samenwerken

Hoewel beide partijen al samenwerken op evenementen en tijdens projecten, hebben NAJK en de hogeschool nu definitief besloten de krachten te bundelen. Afgelopen dinsdag 8 september zetten Rieke de Vlieger, directeur van Aeres Hogeschool Dronten en NAJK-voorzitter Andre Arfman een handtekening onder een samenwerkingsovereenkomst. Samen staan we sterk voor de belangen van jonge ondernemers!

Beide organisaties hebben een naam binnen de agrarische sector, een sector die in een razend tempo lijkt te veranderen. Deze continue tendens vraagt om innovatieve ideeën en andere competenties. Een frisse blik van een andere partij kan dan soms een waardevolle aanvulling zijn. Daarom hebben Aeres Hogeschool Dronten en NAJK samen besloten om nog bewuster de spreekwoordelijke handen ineen te slaan.

Krachten bundelen
Aeres Hogeschool Dronten en NAJK komen elkaar al geregeld tegen. Bijvoorbeeld bij de MaïsChallenge, een project van NAJK en Limagrain waar Aeres Hogeschool Dronten standaard aan meedoet, of bij gastlessen die gegeven worden door NAJK’ers op de hogeschool. Het bundelen van elkaars krachten biedt mogelijkheden voor de toekomst. Niet alleen op het gebied van agrarisch ondernemerschap, maar ook om beide organisaties verder te versterken. “Aeres Hogeschool Dronten en NAJK hebben momenteel te kampen met vergelijkbare ontwikkelingen binnen de agrarische sector en vullen elkaar feilloos aan”, aldus Andre Arfman. “Jongeren behoren tot onze doelgroep en door met elkaar de verbinding op te zoeken, kunnen we nóg beter opkomen voor de belangen van deze jonge ondernemers.”

Het uiteindelijke doel
Beide partijen willen de jongeren voorbereiden op de toekomst. “Zowel Aeres Hogeschool Dronten als NAJK zijn bezig met kennisontwikkeling van jonge agrarische ondernemers zodat zij in staat zijn verantwoorde keuzes voor hun toekomst te maken”, aldus Rieke de Vlieger. Onderwerpen die hier niet bij kunnen ontbreken, zijn vanzelfsprekend bedrijfsovername, het imago van de agrarische sector en de landbouwpolitiek. Samen zal er gekeken worden naar de ontwikkelingen op dit gebied en worden afgestemd waar nodig.

Maak van het mestbeleid geen schijtbeleid!

Dinsdagavond 8 september heeft minister Schouten via een Kamerbrief inzicht gegeven in de nieuwe contouren van het mestbeleid. Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) ziet dat er geprobeerd is om echt anders naar het mestbeleid te kijken en met een plan voor de langere termijn te komen dat richting en duidelijkheid geeft aan de sector. Echter, er zijn grote zorgen hoe jonge boeren de stappen kunnen zetten die binnen deze contouren worden gevraagd.

De Kamerbrief van minister Schouten geeft drie hoofdcontouren weer:

  1. Het 100% grondgebonden maken van de rundveehouderij, zowel vleesvee als melkvee. Dit houdt in dat de mest alleen op eigen grond, of in de buurt van de eigen grond afgezet mag worden.
  2. Het 100% verwerken van mest van bedrijven die niet-grondgebonden zijn (intensieve sectoren).
  3. Een gebiedsgerichte aanpak in gebieden met problemen met de grondwaterkwaliteit.

Maak jonge boer niet de dupe van mestbeleid
Het is niet duidelijk wat de effecten van het nieuwe mestbeleid op de grondmarkt gaan hebben en dit baart NAJK grote zorgen. Een jonge boer die grond móet verwerven om grondgebonden te worden, heeft een lastige positie in een gebied waar meerdere boeren voor deze uitdaging staan. Dit kan bedrijfsopvolging bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. Dagelijks bestuurder Marije Klever houdt haar hart vast: “Net voor of na de bedrijfsovername is het voor jonge boeren vaak onmogelijk om in grond te investeren. In gebieden waar de zoektocht naar grond groot zal zijn, zal de druk op de prijs en samenwerkingsovereenkomsten toenemen. De jonge boer mag hier niet de dupe van worden.”

Diversiteit tussen regio’s en bedrijven
Door een verplichte mestverwerking voor niet-grondgebonden veehouders in te stellen en daarbij aan te geven dat grondgebonden veehouders hun mest regionaal moeten afzetten, zullen er gebieden zijn waar onbewerkte mest niet meer beschikbaar is. Voor akkerbouwgebieden met weinig veehouderij in de buurt kan dit wel degelijk problemen opleveren. Daarnaast zal een varkenshouder, of een ander type bedrijf, die niet helemaal grondgebonden is met mest van een rundveehouder zijn grond moeten bemesten. Mits er genoeg rundveemest beschikbaar is in de buurt. Zelfs als deze veehouder voor 80% zijn mest op eigen land of in de buurt kwijt kan, moet alles straks naar de verwerker. Dit druist in tegen het boerenverstand en brengt ons niet dichter bij een robuust landbouwsysteem.

Een ander hieruit voortvloeiend probleem is dat deze werkwijze weinig ruimte geeft voor de diversiteit aan bedrijven en regio’s op het gebied van intensiteit. De term ‘mest afzetten in de regio’ is nog niet verder gedefinieerd. Volgens NAJK zou het nog steeds mogelijk moeten zijn om in een gebied waar een mesttekort is, mest te ontvangen uit een gebied waar mest over is.

Houd het praktisch en toekomstbestendig!
NAJK heeft altijd gepleit voor een mestbeleid waarbij de bodem centraal staat. Of hier gehoor aan wordt gegeven, komt in deze brief over de contouren nog niet naar voren. NAJK roept daarom minister Schouten op om bij de verdere uitwerking ruimte te geven aan een praktische invulling waarbij de bodem, evenwichtsbemesting en het vervangen van kunstmest door kunstmestvervangers centraal staan. NAJK verwacht daarnaast van het ministerie van LNV dat de zorgen over de verstoring op de grondmarkt en de effecten hiervan op bedrijfsovername serieus worden genomen.

NAJK maakt zich grote zorgen: extern salderen veel te vroeg

Het Interprovinciaal Overleg meldt dat meerdere provincies de komende weken extern salderen met veehouderijbedrijven zullen openstellen. Alle provincies zijn al geruime tijd in overleg met betrokken sectoren over het openstellen van extern salderen. NAJK is hier een grote tegenstander van omdat dit de toekomst van onze jonge agrariërs afneemt en er nog steeds geen oplossing is voor melders en knelgevallen. Om over een fatsoenlijk registratiesysteem voor stikstof nog maar te zwijgen.

In de provincie Brabant zal het vanaf 15 september mogelijk zijn om extern te salderen met veehouderijbedrijven en ook de provincie Zeeland zal dit medio september gaan openstellen. De verwachting is dat meerdere provincies de aankomende weken een datum voor het openstellen van extern salderen zullen publiceren.

 Ondernemers vanuit verschillende sectoren zijn, door het wegvallen van de PAS, in directe onzekerheid geraakt. Veel provincies zien extern salderen momenteel als een van de weinige beschikbare opties. Volgens NAJK biedt dit geen toekomst. ”Jonge boeren die tegenwoordig het bedrijf over willen nemen, moeten door de alsmaar stijgende grondprijzen al een flinke smak geld neerleggen. Als ze dan ook nog geld vrij moeten maken voor stikstofruimte, is het einde nabij”, aldus NAJK-voorzitter Andre Arfman.

Alles op zijn tijd
NAJK benadrukt al vanaf het begin af aan dat er verschillende stappen moeten worden genomen voor het oplossen van de stikstofimpasse. Met het openstellen van het extern salderen worden de stappen in de verkeerde volgorde genomen. “Niks doen is geen optie. De jonge agrariërs willen door!”, aldus Andre Arfman. NAJK wil dat alles in de juiste volgorde gebeurt:

  1. PAS-melders en knelgevallen legaliseren
    De (agrarische) ondernemers worden al te lang van het kastje naar de muur gestuurd.  PAS-melders en andere knelgevallen moeten zo snel mogelijk zekerheid en perspectief krijgen. Iedereen moet de mogelijkheid hebben voor een vergunning. Volgens het ministerie kan hier pas op zijn vroegst in 2021 duidelijkheid over gegeven worden. Dit kan niet! Ondernemers verkeren hierdoor te lang in onzekerheid.
  2. Fatsoenlijk stikstofregistratie en -depositiesysteem
    Het is van groot belang om de stikstofreducties juridisch houdbaar in te kunnen boeken. Om er achter te komen hoeveel er precies wordt gereduceerd, staan er een aantal vragen centraal: Wie heeft er welke stikstofruimte? Welke transacties vinden er plaats? En hoeveel wordt er gereduceerd door ontwikkeling en verduurzaming? Een stikstofregistratie en -depositiesysteem (SRDS) kan hierbij uitkomst bieden. We hebben transparantie en duidelijkheid nodig.
  3. Spelregels opstellen stikstof- en depositietransacties
    Wanneer er een fatsoenlijk stikstofregistratie en -depositiesysteem is, moeten er spelregels worden gesteld rondom de transacties. De agrarische sector moet zich kunnen blijven ontwikkelen. Een jonge boer moet er zeker van zijn dat er binnen het systeem ruim voldoende stikstofruimte voor hem of haar en dus de agrarische sector beschikbaar is, zodat bedrijfsontwikkeling mogelijk blijft! Stikstofreductie is een brede opgave waar ook de land- en tuinbouw een bijdrage aan zal leveren, maar dit wordt erg lastig als de andere sectoren je concurrenten zijn. NAJK pleit voor een eerlijk speelveld, waarbij voorgaande stappen in aanzienlijke tijd geregeld moeten zijn. Extern salderen zonder voorgaande stappen te hebben uitgevoerd is geen optie.

Kortom: extern salderen is momenteel nog niet de oplossing. De jonge boeren en tuinders, de voedselproducenten van de toekomst, zijn gebaat bij structurele, maar doortastende oplossingen. Er moet eerst meer tijd genomen worden om bovenstaande punten op te lossen en duidelijkheid te creëren.

Bietensector bezorgd over gevolgen Franse toelating zaadcoating

De Nederlandse suikerbietensector wordt geteisterd door bladluizen die het voor bieten zeer schadelijke vergelingsvirus overbrengen. De behandeling van zaad met gewasbeschermingsmiddelen, een effectief middel tegen de bladluis, is door de Nederlandse overheid niet meer toegelaten. Alternatieven leveren nog niet het gewenste resultaat op. Nu de Franse overheid van plan is de zaadcoating weer toe te staan, dringen we ook in Nederland bij minister Schouten aan op perspectief voor de sector.

In 2018 heeft de Europese Commissie besloten dat zogenaamde neonicotinoïden niet meer mogen worden toegepast. Er wordt nu onderzoek gedaan naar alternatieve middelen en meer duurzame zaadcoatings. Er wordt in de plantenveredeling zeer intensief gewerkt aan een resistentie tegen vergelingsvirussen. Het zal echter nog een aantal jaren duren voordat deze initiatieven leiden tot concrete, in de praktijk toe te passen, producten en maatregelen.

Milieubelasting en miljoenenschade
Het vergelingsvirus in de Nederlandse suikerbietenteelt leidt ondertussen tot een hogere milieubelasting en schade die oploopt tot in de miljoenen euro’s. Het virus krijgt, door de zachtere winters waar het Nederlandse klimaat momenteel mee te parten speelt, de kans om zich in rap tempo verder te verspreiden. Steeds meer bladluizen overleven en worden vroeger in het voorjaar actief. Omdat het virus toch bestreden moet worden, hebben de telers nu andere middelen ingezet. Middelen met een hogere milieubelasting dan de eerder toegestane zaadcoating.

Transitie in Europese context
De Franse overheid heeft onlangs stappen gezet om een vrijstelling aan te vragen bij de Europese Unie, waardoor suikerbietentelers daar toch gebruik kunnen maken van de zaadcoating. Een aantal andere lidstaten nemen soortgelijke stappen. De Nederlandse sector concludeert daaruit dat het gebruik blijkbaar voldoende duurzaam is, in ieder geval tijdens de transitie naar andere middelen. Indien gebruik veilig is bevonden en in andere landen op de gemeenschappelijke markt wordt toegestaan, maar in Nederland niet, zorgt dat voor een zeer ongelijk speelveld.

Een transitie vraagt de inzet van allen. Sectorvertegenwoordigers LTO Nederland, NAV, NAJK en Cosun vragen minister Schouten daarom om haar medewerking bij een gezamenlijk versnellingsprogramma. Samen hopen we te komen tot een ecologisch en economisch duurzame suikerbietenteelt. In het belang van een gezond gewas, gelijk speelveld én het milieu wordt daarbij gevraagd om een tijdelijke vrijstelling voor het gebruik van neonicotinoïden in de suikerbietenteelt. Een kortetermijnoplossing om een goede aanpak op de langere termijn mogelijk te maken.

Lees hier de brief van LTO Nederland, NAV, NAJK en Cosun aan minister Schouten

 

Opluchting bij NAJK: de voermaatregel eindelijk van tafel

NAJK is opgelucht dat de overheid toch heeft besloten om de voermaatregel niet in te voeren. Vanaf begin af aan heeft NAJK zich, net als vele andere partijen, ingezet om de voermaatregel van tafel te krijgen. Daar waar aan eerdere alternatieven nauwelijks gehoor werd gegeven, lijkt de minister van LNV vandaag toch tot ommekeer te komen. De maatregel levert bij nader inzien te weinig stikstofruimte op en gaat daarmee per direct van tafel.

NAJK vindt dit een verstandig besluit. De maatregel greep veel te ver in op het boerenerf en sloot niet aan bij de praktijk. Ook dierenartsen gaven aan dat er met deze maatregel gezondheidsrisico’s voor het vee ontstonden. De droogte die het huidige groeiseizoen parten speelde, leverde voorjaarskuilen op die qua eiwitgehalte tegen vielen. De recente hittegolf deed daar nog een schepje bovenop en zorgde voor een laag eiwitgehalte in het weidegras. Kortom: de uitvoerbaarheid van de voermaatregel werd alleen maar moeilijker. Fijn om te zien dat de ernst van de situatie ook bij de minister is geland en ze het evaluatiemoment van de matrixtabel hebben aangegrepen om de regeling in zijn geheel niet in te voeren.

NAJK kijkt vooruit
Hoewel er met deze mededeling enorme opluchting is ontstaan binnen de sector, realiseert NAJK zich dat het stikstofdossier hier nog niet mee gesloten is. Voor 2021 zijn er immers nieuwe maatregelen afgekondigd voor eiwit in het voer, weidegang en het verdunnen van mest met water. NAJK hoopt dat de overheid inziet dat het alleen samen met de sector kan komen tot goed werkbare maatregelen die ook kunnen rekenen op draagvlak. Uitgangspunt voor NAJK hierin is dat er binnen dit nieuwe beleid gekozen wordt voor een sterke robuuste melkveesector waarbij er volop perspectief is voor onze (jonge) boeren.

Grote opluchting, maar onzekerheid blijft
NAJK realiseert zich dat veel van haar leden nog steeds in grote onzekerheid verkeren over de rechtmatigheid van het uitvoeren van de bedrijfsactiviteiten, omdat ze knelgeval zijn. Ze hebben in het verleden een melding ingediend onder de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) of waren hiervan vrijgesteld. Na het ongeldig verklaren van de PAS waren deze bedrijven opeens vergunningplichting. Daarnaast heeft NAJK ook leden die in het verleden netjes een bouw- en milieuvergunning hebben aangevraagd en de vergunde gebouwen hebben gerealiseerd, maar geen NB-vergunning hebben. NAJK roept de minister dan ook op om de onzekerheid op deze bedrijven weg te nemen door deze activiteiten zo snel mogelijk te legaliseren. NAJK vindt bovendien dat de overheid eerst bovenstaande onzekerheden moet oplossen en moet werken aan een goed stikstofregistratiesysteem, voordat er überhaupt over extern salderen kan worden gesproken. Wij laten de sector niet leegkopen!

Een zonnige zomer op afstand

Het is zomer! Mijn favoriete seizoen, waarbij het weidse uitzicht van onze mooie Beemster Polder plaats maakt voor de groene muren van mais. De zomer van 2020 zal ik niet snel vergeten. Waar dit seizoen voor mij normaal staat voor genieten, denkend aan feestjes, kermissen, de Zwarte Cross en meestal ook een weekje naar het zonnige Frankrijk, is deze zomer een zomer van afstand.

Naast de 1,5 meter afstand wegens corona, bedoel ik ook de afstand tussen theorie en praktijk en tussen vertrouwen en wantrouwen. Deze afstand lijkt namelijk alsmaar groter te worden. Waar men altijd probeert te handelen uit hun eigen overtuigingen en met de beste bedoelingen, lijkt dat tegenwoordig niet meer geaccepteerd te worden. Simpelweg omdat men denkt niet meer te kunnen vertrouwen op het handelen van de mens. Het handelen van de mens is namelijk niet continu, het is niet te voorspellen en vooral niet juridisch te waarborgen.

Neem nu als voorbeeld iets kleins: de maandelijkse alarm controle. Dan bedoel ik niet het luchtalarm op de eerste maandag van de maand, maar de verplichte controle van de algemene alarmsystemen op je bedrijf. Wat ben je zonder deze alarmeringen? Natuurlijk zorg je ervoor dat ze werken, ze zijn nou eenmaal je extra zintuigen in stal. Toch verplicht de overheid om nog is een extra controlerondje toe te voegen. Wat is van deze theoretische regel het praktische resultaat?

Men probeert de schoonheid van de mens, het zelf denken en doen, totaal te verankeren in de theorie en dat lijdt tot wetgeving en controles. Iets wat in de praktijk niet lijkt te werken en vooral het wantrouwen tussen partijen laat groeien. Al deze extra regeltjes en wetten zorgen voor een vitale doodsteek van innovatie en creativiteit. Wat vervolgens leidt leidt tot verdere polarisaties en oververhitte discussies.

Het is simpelweg niet de ene of de andere weg, alles moet in balans zijn. Een goede balans begint bij vertrouwen: vertrouwen in de mens, vertrouwen in het bevoegd gezag met wetgeving en vooral vertrouwen in de toekomst.

Wat er ook gebeurt, als jonge boer is één voorwaarde het allerbelangrijkste in je carrière: vertrouwen.



Tim van der Mark

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Tim van der Mark verantwoordelijk voor de portefeuille intensief. Hij combineert deze functie met het werk op zijn varkenshouderij in Middenbeemster.

LTO en NAJK: Voerspoor heeft geen zin, gesprekken met LNV gestaakt

LTO Nederland en NAJK hebben het ministerie van LNV laten weten de gesprekken over de voerspoormaatregel te staken. Het voerspoor staat symbool voor regelzucht, micromanagement en detailregelgeving. Verder praten is zinloos zolang het alternatieve plan van de sector als ‘onuitvoerbaar’ wordt bestempeld én er geen PBL-doorrekening is.

Onvoldoende ruimte
In afwachting van de PBL-doorrekening van het sectoralternatief eind augustus hebben de melkveepartijen met het ministerie gesproken over de praktische uitvoerbaarheid van het sectorplan. Alle demonstraties, juridische procedures en lobbyinzet ten spijt wordt er door het ministerie onvoldoende ruimte gegeven aan het gepresenteerde alternatief dat een betere situatie voor boeren moet opleveren.

Zelfs bij een positieve doorrekening door het PBL biedt het proces onvoldoende vertrouwen in het tot wasdom komen van het sectoralternatief. Er zullen nu eerst stappen richting de sector moeten worden gezet om het vertrouwen te herstellen voordat gesprekken tot resultaat leiden. De voermaatregel moet wat de sector betreft van tafel.

Brief aan Tweede Kamer
Met het ontstaan van deze nieuwe situatie hebben Wim Bens (waarnemend voorzitter van LTO Nederland) en Andre Arfman (voorzitter van het NAJK) een brief gestuurd aan de fractievoorzitters en landbouwwoordvoerders in de Tweede Kamer (zie: Brief LTO NAJK – Gesprekken alternatieve voermaatregel gestaakt). In hun brief wijzen de voorzitters erop dat het mislukken van de gesprekken tot de conclusie leidt dat een voerspoormaatregel voor vier maanden niet gaat werken.

‘Het laatste restje goodwill in de sector verder verspelen, enkel en alleen voor een papieren juridische werkelijkheid van vier maanden, is zeer onverstandig. De minister heeft bovendien voldoende alternatieven. Zelfs MOB, die met haar procedures aanstichter van de hele stikstofcrisis is, vindt de voorgestelde voermaatregel onverstandig ‘, schrijven Bens en Arfman aan de Kamer.

LTO en NAJK wijzen erop dat álle sectoren reducties moeten gaan leveren. De landbouw ontloopt haar verantwoordelijkheid niet, maar kiest voor duurzame inzet gericht op innovaties, structuurversterking en stimuleringsregelingen die meerjarig effect hebben. We stellen stappen voor die niet alleen op papier maar ook in de echte boerenwereld werkbaar zijn. ‘De voermaatregel heeft gewoon geen zin en is niet uitlegbaar’, zo besluiten beide voorzitters.

Beleidsmakers komen van Venus en Boeren van Mars

Het had zomaar de titel van een boek kunnen zijn. Het is als of we, beleidsmakers en boeren, van een andere planeet komen. De ene leeft op de planeet “Politieke en Juridische houdbaarheid’ de andere op de planeet “Zorgen voor gewassen en dieren”. En er zijn de nodige culturele verschillen tussen de twee werelden die weer pijnlijk zichtbaar zijn geworden daar waar ze samenkomen: de voermaatregel. Voor LNV een niet te voorkomen maatregel om hun politieke en juridische afspraken na te komen. Voor de boeren een regelrechte aanslag op hun boer zijn; de zorg voor hun dieren.

Tegelijkertijd is er in onze samenleving ook een andere discussie gaande; het racisme debat, ook dit gaat over mensen van verschillende oorsprong, maar dat is dan ook de enige overeenkomst.  Ik kijk graag naar een debat, hoe mensen totaal verschillend naar zaken kunnen kijken is fascinerend. In een debat over racisme in Nederland werd de opmerking gemaakt: de kern van het debat zit in dat we niet in elkaars schoenen durven te gaan staan. Wellicht is dat toch de tweede overeenkomst. Ik denk dat wij als sector vanuit de belangenbehartiging ons best hebben gedaan de planeet “politieke en juridische houdbaarheid” beter te snappen maar het blijft ongrijpbaar waarom een maatregel als deze de enige lijkt te zijn. En dat wekt wantrouwen. Maar ook andersom zijn er beleidsmakers die een bezoek aan onze planeet willen brengen. Die zich ingezet hebben om zo goed mogelijk hun taak uit te voeren en zien dat het niet ideaal is maar daarnaast het ook lastig vinden om in onze schoenen of beter laarzen of klompen te gaan staan om echt tot de kern van het ongenoegen te komen. Daarom blijft NAJK het verhaal vertellen aan hen die zich in onze planeet willen verdiepen , juist ook aan die beleidsmakers,  en staan we ook open voor de verhalen uit hun wereld. 

We moeten toch verder, want we zitten niet op verschillende planeten maar op dezelfde. Dus als NAJK pakken we de uitgestoken hand van die beleidsmaker stevig beet en vertellen we ons verhaal net zolang tot onze wereld begrepen wordt!


Marije Klever

Binnen het dagelijks bestuur van NAJK is Marije Klever (32) verantwoordelijk voor de portefeuille melkveehouderij. Marije combineert deze functie met het werk op haar melkveehouderij in De Meern.

Interpolis | Een (brand)veilig onderdak voor internationale arbeiders

Een deel van de medewerkers in de land- en tuinbouwsector bestaan uit tijdelijke krachten. Veel van hen zijn internationale arbeiders. Zij maken gebruik van huisvesting verzorgd door agrarisch ondernemers zelf of uitzendbureaus. Interpolis vraagt aandacht bij jou als werkgever voor een (brand)veilig onderdak voor deze tijdelijke internationale arbeiders.

Dankzij de hulp van veel arbeidsmigranten kun je als ondernemer in de land- en tuinbouw verder met de productie. Je zorgt er voor dat zij gezond en veilig kunnen werken met aandacht voor de 1,5 meter. Hoe staat het met hun huisvesting? Organiseer je extra woonruimte, al of niet samen met het uitzendbureau? Wees je dan bewust van wat je allemaal moet regelen met gemeente, brandweer en verzekeringen.  Interpolis geeft graag tips voor een veilig onderdak. Kies bijvoorbeeld bewust voor veilige materialen en laat de elektra goed laat aanleggen en onderhouden. Bespreek met de bewoners ook hoe zij omgaan met vuur.

Vraag de gemeente om toestemming

Neem contact op met je gemeente voordat je seizoensarbeiders onderdak biedt. Eisen aan woonruimte verschillen namelijk per gemeente. Zorg dat je weet welk beleid de gemeente hanteert. Vraag met een omgevingsvergunning toestemming voor tijdelijke huisvesting.

Controleer de eisen vanuit de CAO of het keurmerk

Ben je aangesloten bij een CAO of keurmerk? Niet alle keurmerken hanteren dezelfde eisen. Controleer daarom of je voldoet aan de eisen die worden gesteld aan de huisvesting van seizoenarbeiders.

Verklein de kans op brand in het verblijf

Kies voor veilige materialen en laat de elektra goed laat aanleggen en onderhouden. Probeer de bewoners ook bewust om te laten gaan met vuur.

  • Plaats een caravan of woonunit nooit in een gebouw. Zet deze minstens 10 meter bij het gebouw vandaan, om overslag van een eventuele brand te voorkomen.
  • Zorg voor brandwerende materialen in de woonruimte, wanden van slaapkamers moeten minimaal 30 minuten brandwerend zijn.
  • Laat elektra en verwarming met aardgas volgens de NEN-1010 normen installeren door een erkend installateur.
  • Onderhoud de elektrische installatie regelmatig. Lees meer over onderhoud van elektra
  • Gebruik alleen zelfdovende afvalbakken of metalen afvalbakken met een goed sluitend metalen klepdeksel.
  • Verbied roken in de woonruimte. Geef dit aan in de taal van de seizoenarbeiders of hang een pictogram op.
  • Koken en frituren? Alleen in de keuken. Gebruik een elektrische friteuse met controlelampje en thermostaat.
  • Hang een informatiekaart in het Engels, Duits of de landstaal op een centrale plaats. Op die informatiekaart staat in ieder geval:
    • beheerder / contactpersoon
    • regiopolitie
    • brandweer
    • 112 (in levensbedreigende situaties)
    • verkorte huis- en leefregels in landstaal van de bewoners
    • ontruimingsplan en noodprocedure.

Zorg dat een brand snel ontdekt wordt

De omvang en de gevolgen van een brand kunnen beperkt blijven als een brand snel ontdekt, en geblust, wordt.

  • Plaats rookmelders in de woonruimte, slaapkamers en gangen.
  • Overweeg de installatie van een brandmeldinstallatie.
  • Hang op elke verdieping een sproeischuimblusser van minimaal 6 liter of een brandslanghaspel.
  • Hang een blusdeken in de keuken.

Maak vluchten mogelijk

  • Zorg ervoor dat er altijd 2 vluchtwegen zijn.
  • Houd de vluchtwegen altijd vrij.
  • Plaats op alle deuren die naar buiten opengaan een knopcilinder. Dit voorkomt opsluiten.
  • Hang een overzicht van de vluchtroutes en locaties van de blustoestellen in de woonruimte.

Bouwen? Schakel deskundigen in

Als je overweegt zelf huisvesting te realiseren voor je medewerkers, laat je dan goed informeren. Met het gratis bouwadvies van Interpolis weet je wat nodig is voor een veilige huisvesting. Vraag je adviseur om meer informatie. Of lees er meer over.

Laat Planbureau voor de Leefomgeving de (alternatieve) voermaatregel doorrekenen

Het vertrouwen in de overheid en het draagvlak voor de voermaatregelen onder de boeren neemt in rap tempo af. NMV, LTO, DDB, Netwerk Grondig en NAJK roepen minister Schouten daarom op om de motie Geurts/Harbers uit te voeren. Deze motie vraagt om een doorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving van de voermaatregel en de aangedragen alternatieven. Op deze manier kan een stap gezet worden richting herstel van vertrouwen.

Vanaf 28 mei hebben NMV, LTO, DDB, Netwerk Grondig en NAJK intensief samengewerkt aan verschillende alternatieven voor de voermaatregel van de overheid. De voermaatregel van de overheid is onwerkbaar voor de melkveehouderij. De maatregel gaat namelijk ten koste van de diergezondheid, valt in de overgangsperiode van het weideseizoen richting meer opstallen en geeft veel uitvoeringslast bij de melkveehouderij. Daarnaast hebben de partijen meerdere malen gevraagd om de onderbouwing van de voermaatregel, maar deze niet ontvangen.

Zes alternatieven
In totaal zijn er zes alternatieven uitgewerkt en aangedragen:
1. Voermaatregel volledig van tafel door reeds behaalde stikstofreductie sinds 2018 in te rekenen.
2. Het rekenen met een gewogen gemiddelde RE over alle geleverde-gekochte diervoeders.
3. Uitzonderen van specifieke diercategorieën van de maatregel (jongvee en hoogdrachtige koeien).
4. Aanpassing van het RE in mengvoer. Per 1 juli starten met reduceren, een buffer gereduceerde stikstof opbouwen voor de voermaatregel van kracht gaat. Maandelijkse monitoring naar de reductie conform fosfaatreductieplan. De veevoermaatregel fungeert als stok achter de deur bij ontoereikendheid.
5. Aanpassing van RE in mengvoer en enkelvoudige producten door referentie te nemen op basis van geleverd RE, inzichtelijk gemaakt door in 2020 -3% RE aan te voeren ten opzichte van voerleveranties in dezelfde periode van 2018, gecorrigeerd op dieraantallen. Daar totaal eiwit op reduceren.
6. Maatregel zoals beschreven bij punt 5 referentie op basis van leveranties, als vrijwillige keuze naast de voermaatregel. De melkveehouder is in deze optie zelf verantwoordelijk voor de administratie, en committeert zich middels een privaatrechtelijk contract met de overheid aan de reductiedoelstelling van de overheid.

Alle voorgestelde alternatieven zijn afgewezen. De eerste vijf vanwege onvoldoende juridische houdbaarheid voor de borging en omdat deze niet op hexagonen zouden zijn toe te rekenen. Het laatste alternatief werd afgewezen vanwege een te hoge uitvoeringslast.

“We hebben hard en eensgezind gewerkt aan de alternatieven. Helaas zonder resultaat. Het draagvlak in de sector voor de maatregel brokkelt enorm hard af. Het wordt daarom des te belangrijker om uitvoering te geven aan de motie Geurts/Harbers. Op deze manier komen we allemaal nergens’, aldus Marije Klever, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille melkveehouderij.