JOLA geëvalueerd door jonge landbouwers
Na de eerste openstelling van de Jonge Landbouwersregeling (JOLA) in 2016 heeft het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) zijn leden om een beoordeling gevraagd. Ruim 200 jonge landbouwers vulde de evaluatie over de JOLA in. Opvallend is dat 70% van de respondenten geen investering op de lijst vond waar zij behoefte aan hebben.
De volgende openstelling van de JOLA-regeling staat gepland op 1 december 2016. De inhoud van deze openstelling zou gebaseerd worden op het resultaat van de evaluatie van de eerste openstelling. Omdat de landelijke evaluatie niet op tijd afgerond is heeft NAJK de JOLA zelf onder de jonge landbouwers geëvalueerd. 66% van de respondenten komt uit de melkveehouderij of de akkerbouwsector. Ruim 40% van de geënquêteerde was zelfstandig ondernemer en 38% runt in maatschap het agrarisch bedrijf.
Bekendheid onder jonge ondernemers
De regeling is onder jonge landbouwers opvallend goed bekend. Slechts 10% van de ondervraagden was niet op de hoogte van de JOLA-regeling. Naast de bekendheid van de regeling, wisten de meeste respondenten ook voor welke investeringen de JOLA aangevraagd kon worden. Daarnaast was snel duidelijk of zij wel of niet in aanmerking zouden komen. Echter, ondanks de grote bekendheid heeft een grote meerderheid toch geen aanvraag gedaan. De investeringen op de investeringslijst paste niet bij hun behoefte.
De investeringslijst
Opvallend aan de uitslag is dat er voor 70% van de jonge landbouwers geen investering op de lijst stond waar zij behoefte aan hebben. Dit aandeel is groter bij veehouders en tuinders, dan bij akkerbouwers. 85% gaf aan dat er te weinig keuzemogelijkheden waren. Er zijn dan ook veel praktische doeltreffende investeringen genoemd, bij de vraag over welke investeringen op de investeringslijst moeten staan. Een ander opvallend resultaat is dat 45% het minimaal te investeren bedrag per investering te hoog vond.
Reactie NAJK
“Het is bijzonder dat provincies de nieuwe openstelling van de JOLA zijn gaan voorbereiden voordat de uitkomst van hun eigen evaluatie binnen is. Dit terwijl er uitdrukkelijk is toegezegd de uitkomst van de evaluatie te gebruiken.”, aldus Sander Thus, dagelijks bestuurder met de portefeuille bedrijfsovername bij NAJK. De uitkomst van de enquête sluit aan bij de eerder gedane uitingen van NAJK over de JOLA. ‘’We zijn dankbaar voor de vele reacties die wij in korte tijd hebben mogen ontvangen. Dit geeft aan hoezeer de JOLA jonge ondernemers aan het hart gaat”, aldus Thus. Met de uitkomst heeft NAJK provincies aanbevelingen gedaan om de tweede openstelling aan te passen. Dit heeft betrekking op een forse uitbreiding van de investeringsmogelijkheden en inhoudelijke aanpassing van de voorwaarden van de JOLA waardoor nu met name jonge ondernemers na bedrijfsovername met kleine en middelgrote land- en tuinbouwbedrijven benadeeld worden.
Van 1 maart 2016 tot en met 15 april 2016 konden boeren en tuinders onder de 41 jaar zich aanmelden om in aanmerking te komen voor de JOLA. De regeling is bedoeld als steun in de rug om investeringen te doen in de financieel zware periode na bedrijfsoverdracht. De regeling was dit voorjaar qua voorwaarden een andere regeling dan voorgaande jaren. De tweede openstelling van de regeling onder het plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) via de provincies wordt vanaf 1 december 2016 verwacht.











Na een korte nacht in ons hotel in Nairobi, vertrokken we de volgende ochtend naar Mukurweini, een dorp ten noorden van Nairobi, waar de zuivelcoöperatie Wakulima gevestigd is. De coöperatie was de afgelopen jaren flink gegroeid: van 35 liter melk per dag bij de start eind jaren ’80 tot zo’n 35000 liter melk per dag nu. Vanwege die groei had de coöperatie vorig jaar geïnvesteerd in een yoghurtlijn, waardoor ze sinds kort zowel gepasteuriseerde melk als yoghurt produceerden. Wij waren gevraagd om advies te geven hoe Wakulima nu ook haar financiële afdeling naar een hoger niveau kon tillen.
Onze missie begon met een rondleiding door de fabriek. Erg leuk en interessant om te zien hoe men daar de rauwe melk verwerkt. Totaal niet vergelijkbaar met de hygiëne- en kwaliteitseisen die we in Nederland kennen. Zo werd er bijvoorbeeld ook nog gewoon rauwe melk verkocht, droeg men lang niet altijd een haarnetje, handschoenen en schoon schoeisel, en werkte de koeling vaak een halve dag niet. Maar toch ook bewonderenswaardig om te zien hoe gedreven de Kenianen zijn en hoe ze de adviezen van de missies van Agriterra dankbaar ter harte namen.
Na de presentatie van onze aanbevelingen op vrijdag (waarvoor zelfs de voorzitter van de Board of Directors speciaal naar Mukurweini was gekomen), bracht onze chauffeur ons terug naar Nairobi. Daar bleven we nog één dag, voordat we op zondagochtend terug naar Nederland gingen. Die dag heb ik een National Park bezocht en heeft een gids ons rondgeleid in de sloppenwijken van Nairobi, waar hij was opgegroeid. Beide erg indrukwekkend om te zien!