Melkveehouderijdag ‘Natuurlijk Meer Melken’

Op woensdag 27 januari 2016 organiseerde NAJK en DeLaval samen een dag speciaal voor melkveehouders: Natuurlijk Meer Melken. Er luisterde 48 deelnemers naar de visie van DeLaval, Rabobank en ForFarmers op het thema. Vervolgens konden ze met elkaar in discussie over ‘Natuurlijk Meer Melken’.

Balans tussen factoren

Geert-Jacob van Dijk, directeur DeLaval Benelux en NAJK-voorzitter Eric Pelleboer opende de dag. Jan van Beekhuizen, sectormanager food & agri van de Rabobank, gaf zijn visie op het onderwerp. “Om op natuurlijke wijze meer te kunnen melken, moet er een balans zijn tussen een aantal factoren namelijk de zuivelmarkt, concurrentie, draagvlak, mineralen, financiering en de ondernemer”, aldus Jan van Beekhuizen. “Na de verdwijning van de melkquotum moet hier een balans in hervonden worden. Het begint allemaal bij wat de ondernemer wil maar het belangrijkste is om alleen te investeren in uitbreiding als er goede financiële resultaten zijn.”

Efficiëntie 

Daarna was het woord aan Robert Meijer, Marketing manager melkvee bij ForFarmers. Meijer: “Er komt als melkveehouder veel op je af, maar niet op alle zaken heb je direct invloed. Richt je vooral op zaken waar je wel invloed op hebt als efficiënte melkproductie en goede technische resultaten. Nu het melkquotum eraf is en er fosfaatrechten komen, is het een uitdaging om meer melk per kg fosfaat te produceren. Hier liggen kansen. Uit praktijkresultaten blijkt dat er verschillen van 50 kg melk/per kg fosfaat tussen bedrijven bestaan. Sturen op mineralenefficiëntie betekent bovendien sturen op voerwinst.”

Sensorgegevens vertalen

Tot slot gaf Hendrik Veldman, Solution Manager Herd Management & Feeding bij DeLaval, zijn visie op ‘Natuurlijk Meer Melken’. “Op de melksystemen van DeLaval zitten allerlei sensoren, maar het gaat uiteindelijk om wat de gegevens de boer vertellen en wat de boer hiermee doet”, vertelde Hendrik Veldman. “Er zijn nog verschillende stappen te zetten maar iedere boer zal dat op z’n eigen manier doen.”

Ter afsluiting van de dag bezochten de deelnemers het melkveebedrijf van melkveehouder Sjoerd Minnema.

Waar zijn de jonge boeren?

Nederland is in het eerste half jaar van 2016 voor de 12e keer voorzitter van de Raad van Ministers van de Europese Unie. Dit biedt kansen voor de landbouw: als EU-voorzitter ben je agendazettend.

Op 11 januari mocht onze kersverse staatssecretaris Martijn Van Dam laten zien welke ambities hij heeft voor het komende halfjaar. In de huidige tijd, met slechte prijzen in de melkveehouderij en de vleesvarkenssector is dit een uitdaging. Want hoe voorkom je dat een sector zich achtergesteld voelt? Of dat landen zich benadeeld voelen doordat hun grootste zorgen niet geagendeerd worden? Van Dam liet met een brede maar ambitieuze agenda zien dat dit te voorkomen valt. Per portefeuille mag iedere vakminister zijn of haar ambities voor het voorzitterschap komen toelichten voor de betreffende commissie van het Europees Parlement, waarna vragen gesteld worden. Begin januari deed Van Dam dit voor de commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Van Dam begon zijn betoog met een persoonlijke noot. Wanneer hij denkt aan de toekomst van voedsel en landbouw dacht hij aan de volgende generatie en specifiek aan zijn eigen kinderen. Want wat eten zijn kinderen in de toekomst? Hoe staan we ervoor wanneer er in 2050 9 miljard monden te voeden zijn? De staatssecretaris gaf aan niet te denken dat de EU het wereldvoedselprobleem kan oplossen maar dat zij hier wel een grote bijdrage aan kan leveren. Hij heeft dan ook een aardige ambitie: er moet duidelijkheid komen over het kwekersrecht, er moeten betere afspraken worden gemaakt over biologische landbouw, er zal gesproken worden over genetische modificatie en er moet meer gedaan worden tegen voedselverspilling. Hiermee zet hij de lijn die zijn voorganger Sharon Dijksma inzette door.

Ook pleitte Van Dam voor een gezamenlijke aanpak rond het verminderen antibioticagebruik in de veehouderij. Een beetje trots vertelde de staatssecretaris dat Nederland hier de afgelopen jaren ontzettend hard aan heeft gewerkt en het antibioticagebruik met tientallen procenten is afgenomen. Van Dam wil dat landbouw- en volksgezondheidsspecialisten samen om tafel gaan om te besluiten hoe het antibioticagebruik in de veehouderij ook elders in Europa verminderd kan worden. Ik hoop dat er ook elders in de EU echt gehandhaafd gaat worden als het gaat om antibioticagebruik. Om te kunnen concurreren met andere EU-landen zullen er duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over vermindering van antibioticagebruik in de veehouderij. Ook sprak de staatssecretaris over de situatie rond de varkens- en melkveehouderij. Hij gaf aan niet meer geld te willen spenderen, ook al zijn de problemen groot. Hij wil inzetten op het aanboren van afzetmarkten in opkomende economieën en daarmee het verkennen van nieuwe exportmogelijkheden.

Al met al, niet verkeerd, de ambities van Van Dam, hoewel we natuurlijk nog moeten zien hoeveel er daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Toch miste ik als NAJK-bestuurder de warme woorden voor jonge boeren en tuinders. De staatssecretaris ging niet in op de échte toekomst van de sector, er was geen visie of vergezicht. Er werd zelfs niet gerept over afnemende bodemvruchtbaarheid of stijgende grondprijzen. Een gemiste kans want wij, de jonge boeren en tuinders, gaan in 2050 die miljarden monden voeden.

Iris Bouwers
Dagelijks bestuur NAJK, portefeuille internationaal

Voedselproductie het belangrijkste stukje economie?

We hebben in Europa veel zekerheden: de zekerheid dat we gevrijwaard zijn van oorlog, de zekerheid van een munteenheid waar niets mee kan gebeuren, onze oudedagsvoorziening is geregeld en onze pensioenen zijn in goede handen. Daarnaast hebben we ook nog de zekerheid dat we altijd voldoende veilig voedsel hebben.

Europa is een soort klok zonder batterij. In dit ‘veilige’ Europa is Nederland een klein radertje in het grote klokwerk. Maar wel een van de radertjes die de klok op het gebied van know how laat draaien. Vooral in de agrarisch sector blinken Nederlanders uit in innovatie, milieu en efficiëntie. Maar welke visie heeft de Nederlandse overheid om Nederland binnen Europa en op de wereldmarkt, de komende vijf tot tien jaar, vooruit te helpen? In de tuinbouw is bijvoorbeeld het areaal rozen de afgelopen jaren gekrompen, van boven de 1200 hectare naar zo’n 250 hectare omdat de productie verplaatst naar het buitenland. Ook in de tomatenteelt zie je ontwikkelingen op het gebied van productie-uitbreiding in het buitenland. Gaat deze trend doorzetten? En wat heeft dit voor gevolgen voor de Nederlandse tuinbouwsector als we niet mee kunnen komen met de internationale competitie? Dan hoor ik vaak zeggen: ‘wij hebben we de gouden driehoek’. Gouden driehoek? De verbinding tussen ondernemers, kennisinstellingen en onderwijs. Oh ja, de know how (kennis)-economie waar we in Nederland zo trots op zijn en waar we wereldwijd reclame voor maken. Als we dit delen, delen we dan ook mee in de opbrengsten? Want als de driehoek in stand gehouden moet worden, zullen de drie partijen er wat mee moeten opschieten. Ik ben van mening dat een gouden driehoek daar ontstaat waar er ontwikkeling en innovatie plaatsvinden. Daarvoor heb je ondernemers nodig die zich kunnen ontwikkelen. Als deze ontwikkeling verhuist naar het buitenland, verhuizen op termijn misschien ook de kennisinstellingen en het onderwijs. Daarnaast zal er in Nederland minder geproduceerd worden. Dit draagt bij aan de milieudoelstelling op korte termijn, maar zonder ontwikkeling en innovatie op lange termijn. Door veroudering van de bedrijven ga je er op termijn op achteruit. Dat gaat sneller dan je denkt en dit gaat ten koste van de werkgelegenheid. Velen zullen denken gelukkig minder buitenlandse arbeidskrachten, maar helaas ook minder mensen die bijdragen aan onze binnenlandse economie en minder mensen die boodschappen doen. Wel meer ruimte op de huizenmarkt, waardoor de huizenprijzen dalen en veel mensen in problemen komen met hun hypotheek. De primaire productie van voedsel in een land staat aan de basis van en werkt door op de gehele economische situatie ook binnen een rijk en ontwikkeld land als Nederland.

In Parijs zijn de onderhandelingen over het klimaat in volle gang. Hopelijk let onze overheid goed op het klimaat als milieudoelstelling en nemen ze het ondernemersklimaat ook mee in hun visie naar de toekomst.

Jan Enthoven
Dagelijks bestuur NAJK, portefeuille tuinbouw

7 vragen aan de nieuwe dagelijks bestuurder Ronald van Leeuwen

  1. Sinds september ben je dagelijks bestuurder bij NAJK, hoe ben je aan die functie gekomen?

Ik zag de vacature voorbijkomen in de nieuwsbrief van NAJK. Ik werd enthousiast en ik dacht dat is iets voor mij. Ik heb daarna contact opgenomen en gesolliciteerd.

  1. Wat wil jij bereiken voor jonge ondernemers in de intensieve veehouderij?

Een goed gezond ondernemersklimaat voor de jonge boeren, zodat er toekomst en ruimte bestaat om te kunnen, mogen en blijven produceren en bedrijfsontwikkelingen mogelijk blijven.

  1. Hoe ga je dit aanpakken?

Ik zoek, samen met de afgevaardigden pluimvee en kalverhouderij, naar de kansen en obstakels voor de jonge veehouders. Bijvoorbeeld als nieuwe wet- en regelgeving wordt ontwikkeld, dan proberen we dit voor de jongeren te verbeteren.

  1. Wat vind je lastig aan een bestuursfunctie?

Je kunt niet alles tegelijk aanpakken. De dingen die je doet, moeten goed gebeuren. Dat betekent ook keuzes maken.

  1. Hoe combineer jij jouw bestuurswerk met het bedrijf?

Samen met mijn ouders run ik het bedrijf thuis en als ik weg ben dan kunnen mijn ouders het vaak overnemen en anders komt er een collega-varkenshouder mij vervangen.

  1. Wat wil je jonge ondernemers in de intensieve veehouderij adviseren?

Doen wat je gelukkig gemaakt. Doe het voor jezelf. Ga ervoor en betrek de juiste mensen om je heen om jouw doelen te kunnen realiseren. Maak goede en gezonde keuzes. Beantwoord de vraag voor jezelf of de investering die je wilt gaan doen, wel echte toegevoegde waarde oplevert.

  1. Hoe kunnen NAJK-leden contact met jou opnemen?

Via mail: rvanleeuwen@najk.nl
Telefoon: 06-50742712
Twitter: @ronaldvl1

Rust en regelmaat door automatisering | DeLaval

Tekst en beeld: Agaath Timmerman

De keuze voor een automatisch voersysteem, in plaats van een melkrobot, is op melkveebedrijf vof Otterwille in Bantega opmerkelijk te noemen. Met de bouw van een nieuwe ligboxenstal heeft de familie hier een aantal jaar geleden zeer bewust voor gekozen.

Jan-Germ de Jong (26) runt samen met zijn ouders Germ (53) en Jantje (51) en broer Marten-Jan (23) de vof met 165 melkkoeien en 120 stuks jongvee. Het bedrijf is al vijf generaties in de familie. De laatste jaren worden gekenmerkt door automatisering. Jan-Germ: “In een relatief korte tijd hebben we het bedrijf geoptimaliseerd. We zijn gegroeid van 8000 liter per koe naar een gemiddelde van 9700 liter per koe.” Of het automatische voersysteem hierin een grote rol speelt,  kan Jan-Germ niet precies zeggen: “Het is de combinatie van de nieuwe stal met de draaimelkstal en de voerrobot. Dit zorgt voor rust en regelmaat voor de koeien.”

Effectief voeren

De voerrobot van DeLaval kenmerkt de bouw en inrichting van de nieuwe stal. Er is een smalle voergang van 2,5 meter breed met daarboven een loopgang. De bunkers staan in een loods ernaast. “De goedkopere bouwkosten van de stal en de voordelen van het efficiënt voeren waren voor ons doorslaggevend om over te gaan tot de aanschaf van een voerrobot”, aldus Jan-Germ. De familie kent een effectieve voertijd van 5,5 uur per week. De koeien, verdeeld over vier groepen, krijgen tien keer per dag vers voer. Het voer wordt net zo vaak automatisch aangeschoven. De voerrobot is daarbij gekoppeld aan een managementsysteem. Jan-Germ: “We krijgen elke dag informatie over wat, hoeveel en waar er is gevoerd. Dit in combinatie met de data van onze melkstal zorgt ervoor dat we beter kunnen sturen met als resultaat: een betere melkproductie.”

Data centraal

Naast de voerrobot heeft de familie De Jong geïnvesteerd in een draaimelkstal. Een 28-stands binnenmelker van DeLaval. Jan-Germ: “Ik ben geen robotboer. Bijna zes  jaar geleden ben ik in Canada geweest. Daar ben ik verliefd geworden op de draaimelkstal, een melksysteem dat bij mij en later ook bij mijn familie bleek te passen.” De data en systemen van de voerrobot en de draaimelkstal worden geüniformeerd in DelPro Farm Manager. “Alle gegevens komen centraal in ons dashboard, waardoor we snel zijn geïnformeerd. We handelen direct bij attenties. Daarmee blijven we altijd een stap voor.” Het programma is ook gekoppeld aan een financieel managementsysteem.

Driemaal daags

Naast de voerrobot en de draaimelkstal heeft de familie de Jong nog meer geautomatiseerd. Zo is er een mestrobot, een kalverdrinkautomaat, krachtvoerboxen voor het jongvee tot negen maanden oud en werken ze met een tochtdetectiesysteem.
Door de automatisering is er mankracht over. Er wordt sinds april dit jaar driemaal daags gemolken en de kalveren krijgen driemaal daags melk. “We zijn allemaal flexibel. Iedereen kent alle taken op het bedrijf. Dat geeft voordeel op sociaal vlak en biedt ruimte om ook buiten de deur te werken”, aldus Jan-Germ.

Werkvreugde

“Het grootste voordeel van de automatisering op ons bedrijf is de rust en de regelmaat in de stal. We hebben geen pieken meer in de stal en het is er heerlijk rustig. Dat zorgt voor werkvreugde voor ons alle vier”, vertelt Jan-Germ.

Jonge boeren en tuinders over… Smart farming

Ivo Haartsen

Ivo Haartsen

ZAJK | Akkerbouw en loonwerk

“Door schaalvergroting, overnames, vergrijzing en gebruik van huurland verdwijnt er veel waardevolle kennis en ervaring. Door de steeds strengere regels vanuit de EU en de erg strenge uitleg van de Nederlandse overheid, wordt boeren op ons bedrijf steeds lastiger. Dit wordt duidelijk door de vele gebreksziekten in onze gewassen. Om dit probleem te tackelen is plaatsspecifiek meten en behandelen van onze gewassen een must. Ondersteund door RTK-GPS-apparatuur van SBG-RAVEN, geven we vloeibare kunstmest via doseercomputers exact waar het nodig is en in de gewenste hoeveelheid. We hebben al veel geleerd de afgelopen zeven jaar en doen mee met projecten zoals High Tech Sensing van het ZAJK.”

Arie Petter

Arie Petter

OAJK | Melkveehouderij en pluimvee

“Wij maken thuis gebruik van smart farming. Zo hebben we koemanagement op de smartphone. Zo heb je alle gegevens meteen bij de hand en kan je veranderingen meteen doorvoeren. Voor het pluimvee heb ik een app op m’n telefoon waardoor ik in de klimaatcomputer van de pluimveestallen kan kijken. Is er een storing, dan krijg ik een melding via de telefoon en kan ik veranderingen meteen doorvoeren.

Ik denk dat smart farming steeds meer wordt gebruikt in de landbouw. Kijk bijvoorbeeld naar wat je al met drones kunt doen, zoals bepalen waar je meer/minder kunt bemesten en nesten/dieren opsporen in het land. Smart farming is een mooie ontwikkeling en heeft veel voordelen, maar we moeten niet vergeten dat we met levende dieren te maken hebben en dus ook altijd zelf moeten blijven controleren.”

Wouter van den Bosch

Wouter van den Bosch

TJO | Consultant DLV-GreenQ en Paprikakwekerij Van den Bosch

“Er wordt in de tuinbouw al veel aan dataverzameling en data-analyse gedaan. Op basis van goede data kan er nog nauwkeuriger gestuurd worden en een hogere efficiëntie gehaald worden. Wij verzamelen data over het klimaat in en buiten de kas, weersvoorspellingen, toestanden van machines zoals een irrigatie-installatie, siloniveaus, WKK en ketel. Daarnaast verzamelen we ook data over vocht en gewicht van de plant en substraat. Uiteraard hebben we een pad-registratiesysteem voor het registreren van productie per locatie en arbeidsproductiviteit. Ook zijn er velden binnen het gewas waar we onder andere bloei en groei van de plant registreren.”

Gerben Oordt

Gerben Oordt

FAJK | melkveehouderij en akkerbouw

“Ik zie op ons bedrijf een grotere rol weggelegd voor smart farming en denk dat wij in de toekomst wel gaan werken met GPS. Op dit moment zijn we een nieuwe stal aan het bouwen, daar gaan we werken met koeherkenning en het meten van de activiteit van de koe. Op deze manier kunnen we bijvoorbeeld de tochtigheid nog beter waarnemen.
Van mij hoeft er in de landbouw niet meer gefocust te worden op smart farming, iedereen doet het op zijn eigen manier. Het zijn wel hulpmiddelen om het werk makkelijker te maken en het kan veel informatie verschaffen. Het is maar net wat je met de informatie doet. Ik denk wel dat je het nuchtere verstand erbij moet houden en niet alleen op basis van de gegevens van smart farming beslissingen moet nemen.”

Thijs Neutel

Thijs Neutel

GrAJK | melkveehouderij

“Wij zijn 1,5 jaar geleden overgestapt op automatisch melken en maken daarbij gebruik van de Herd Navigator van DeLaval: een systeem dat automatisch melkmonsters neemt van individuele koeien en deze analyseert. Het systeem bepaalt in de melk het gehalte aan progesteron, LDH en BHB. Hiermee brengt het systeem van elke koe de vruchtbaarheidscyclus en de kans op mastitis en slepende melkziekte in beeld. Door gebruik te maken van sensoren en de daarmee gewonnen data zijn we beter in staat om onze koeien vruchtbaar en gezond te houden. Onze koeien gaan hierdoor langer mee, we gebruiken minder medicijnen en de koeien produceren efficiënter. De Nederlandse agrarische sector loopt in de wereld voorop in duurzaamheid en efficiëntie. Met smart farming kunnen we nog grote stappen zetten en zo onze voorsprong behouden. Kijk goed welk systeem het beste bij jou en je bedrijf past en investeer alleen als je de mogelijkheden van het systeem kunt en wilt benutten.”

Vier vragen aan de nieuwe voorzitter van CEJA: Alan Jagoe

NAJK is aangesloten bij de Europese organisatie voor jonge boeren, CEJA. Op 8 september is tijdens de World Expo in Milaan een nieuwe voorzitter van CEJA verkozen: Alan Jagoe uit Ierland. Voordat Alan voorzitter werd bij CEJA was hij voorzitter van Macra na Feirme, de Ierse organisatie voor jonge boeren. Vier vragen aan… Alan Jagoe:

  1. Alan, kun je jezelf voorstellen aan de leden van NAJK?

“Mijn naam is Alan Jagoe, 33 jaar oud. Ik ben getrouwd met Helen en heb een dochtertje van één jaar oud: Laura. Samen met mijn vader en broer run ik een gemengd bedrijf met melkvee en graanteelt. Een echt familiebedrijf. Van 2011 tot 2013 was ik voorzitter van de Ierse organisatie voor jonge boeren. Daarna ben ik twee jaar vicevoorzitter van CEJA geweest. Sinds september 2015 ben ik verkozen tot voorzitter. Naast mijn activiteiten voor CEJA ben ik actief in het bestuur van Teagasc, een overheidsdienst die zich richt op onderwijs, onderzoek en advies.”

  1. Wat wil je bereiken tijdens jouw voorzitterschap?

“Met het bestuur van CEJA wil ik me de komende tijd richten op zaken als toegang tot land en krediet. Daarnaast zal er een begin gemaakt moeten worden met de discussie over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ná 2020, als de huidige GLB-periode afloopt. Daarnaast vragen we ook lidorganisaties, zoals NAJK, wat zij belangrijke onderwerpen vinden. Dan kan CEJA zich op actuele onderwerpen richten.”

  1. Welke uitdagingen kom je zelf tegen als jonge boer?

“De uitdagingen die we als jonge boeren kennen zijn niet nieuw. De beschikbaarheid van land en krediet blijft lastig, maar zonder die middelen kunnen jonge boeren geen bedrijf runnen. Daarnaast zijn ook de schommelende opbrengstprijzen in elke sector een bedreiging voor de continuïteit van de agrarische bedrijven van jonge boeren.”

  1. Wat verwacht je van de samenwerking met NAJK?

“Ik ken NAJK als een organisatie met een actieve, vooruitstrevende en positieve invloed op Europees niveau. Jullie afgevaardigden stellen zich altijd betrokken, gepassioneerd en constructief op tijdens onze werkgroepbijeenkomsten. Ik kijk uit naar de verdere samenwerking tussen NAJK en CEJA!”

Jonge Landbouwersregeling

Tekst: Sander Thus

In 2015 heeft er, tot onze grote verbazing, opnieuw geen openstelling van de Jonge Landbouwersregeling plaatsgevonden. Gezien de vele terechte vragen van AJK-leden blikken we in deze laatste BNDR van 2015 terug op wat er in 2015 is gebeurd en, zoals NAJK betaamd, kijken we vooruit.

Het doel van de Jonge Landbouwersregeling is het ondersteunen van jonge landbouwers in hun financieel zware periode na de start of bedrijfsovername en in het verder ontwikkelen van hun bedrijf. De Jonge Landbouwerssubsidie is een investeringssubsidie die in veel gevallen de druppel is die ervoor zorgt dat jonge boeren hun bedrijf kunnen ontwikkelen en vernieuwen. Alleen al deze simpele financiële ondersteuning slingert hét vliegwiel aan voor een innovatieve agrarische sector.

De Jonge Landbouwersregeling wordt provinciaal uitgevoerd. 50% van het budget wordt door de provincies bijgedragen en de andere 50% komt uit het POP3-programma van het Europese GLB. De twaalf provincies hebben de voorbereiding van de regeling gedelegeerd aan de werkgroep Jonge Landbouwersregeling. De provincies hebben eind september bij voormalig staatssecretaris Dijksma aangegeven dat de voorbereidingen achterlopen en dat zij meer tijd nodig hebben. Dijksma heeft aangegeven te willen faciliteren zodat de Jonge Landbouwersregeling toch nog in 2015, met uitloop naar het eerste kwartaal van 2016, opengesteld zou kunnen worden.

NAJK merkt landelijk en provinciaal gelukkig dat niet alleen bij de jonge boeren het geduld omtrent de openstelling van de Jonge Landbouwersregeling op is, ook bij provincies en in Den Haag is onrust. Uitstel van openstelling van de Jonge Landbouwersregeling betekent opnieuw uitstel in de mogelijkheid ruim 250 jonge boeren per jaar te ondersteunen in het vernieuwen en ontwikkelen van hun bedrijf. In een land als Nederland, dat voorop wil lopen in innovatiekracht, is dit een opmerkelijke constatering.

NAJK heeft niet de illusie dat de Jonge Landbouwersregeling nog voor de kerst 2015 opengesteld gaat worden. Wij gaan er wel vanuit dat de betrokken overheidsinstanties wakker zijn en zich daar hard voor maken om uiteindelijk duidelijkheid te kunnen verschaffen. Wij merken dat de investerings- en vernieuwingsdrang onder ons, jonge boeren, steeds groter wordt, maar op veel plekken ontbreekt het domweg aan de middelen.

Laten we ervan uitgaan dat de openstelling van de Jonge Landbouwersregeling bij alle betrokkenen op nummer één van het lijstje goede voornemens staat.

Smart thinking | Janny Trouw

Smart farming, GPS, precision farming… de engelse termen vliegen je om de oren. Maar feit is dat agrarisch Nederland steeds beter aan de slag gaat met deze innovaties, ofwel ‘slim boeren’. Door het slim inzetten van vernieuw(en)de technieken kom je vooruit. En dat gaat verder dan alleen ‘recht rijden’.

Besparen op gewasbeschermingsmiddelen is al dagelijkse praktijk door plaatsspecifieke toepassing. Of het in kaart brengen van de bodemtoestand via satelietbeelden, waardoor je heel gericht kunt bemesten. Dat is toch geloofwaardiger dan op gevoel die ‘kwaaie hoek’ aanpakken. Slim boeren scheelt dus in de portemonnee. En voorkomen van verspilling draagt ook nog eens bij aan een goed imago.

De tijd is dus rijp voor slim(mer) boeren. Door op de juiste manier daarin te investeren gaat het ook ongetwijfeld die bijbehorende euro’s opleveren. Dit geldt voor alle boeren en tuinders, uit alle sectoren. Want overal waar handwerk aan te pas komt, kunnen we nu met behulp van technologie steeds slimmer, beter en efficiënter werken.

Vanuit mijn werk bij ZLTO volg ik de ontwikkelingen natuurlijk ook. En ik zie hele gave dingen gebeuren in het veld. Dingen waar je tien jaar geleden nog niet eens van durfde te bedenken dat het kon. Het ZLTO-congres van deze week staat zelfs in het teken van High Tech en de impact die dat heeft op de land- en tuinbouw en op ons imago.

Vanuit het perspectief van slimmer en beter produceren, maar ook de sociale impact van technologie. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met nieuwe technieken als 3D-printen, robotisering en digitalisering? Geen enkele boer wil de hele dag achter de computer zitten, want dan had hij wel een ander beroep gekozen. Maar de combinatie met het ‘boeren’ en het eindresultaat maakt het investeren aantrekkelijk. Dus als je slim bent, investeer je in de toekomst van de landbouw. Want smart farming is smart thinking!

 

Op weg naar een duurzame landbouw

Tekst en beeld: Colinda van EkrisRabobanklogo_RGB_JPEG

 ‘Smart farming’ biedt  veel akkerbouwers toekomstperspectief. Want, de opkomst van data-intensieve landbouw kan meerwaarde genereren in de akkerbouw. Een belangrijke ontwikkeling vindt Arjan Ausma, sectormanager akkerbouw bij de Rabobank Nederland, “smart farming kan de sleutel zijn om kosten te besparen, opbrengsten te optimaliseren en nog gemakkelijker aan de wet- en regelgeving te kunnen voldoen.”  

Onlangs publiceerde Rabobank haar visie ‘Van intuïtie naar informatie’. Een visie over de invloed van big data op de landbouw. De landbouw wordt data-intensiever. Een ontwikkeling waar Rabobank voor de sector mooie kansen in ziet. “Wij schatten dat de overgang naar data-intensieve landbouw  de opbrengst wereldwijd met 5% kan verhogen. Daarnaast speelt efficiëntie een grote rol bij het verduurzamen van de sector,” stelt Ausma.

Smart farming

Bij smart farming draait het om het zo efficiënt mogelijk produceren van het gewas. Niet meer op perceelniveau maar gericht per vierkante centimeter te werk gaan. Loonbedrijf Lucas Stuut & Zn. v.o.f. uit Zevenhuizen (GR) ziet hier de toekomst in. “Door gebruik van GPS zie je al veel ontwikkelingen in de landbouw,” vertelt Cor Stuut, mede-eigenaar van Loonbedrijf Lucas Stuut & Zn. v.o.f..  “Precisielandbouw maakt het mogelijk om pleksgewijs gewasbescherming uit te voeren. Dit kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen fors verlagen.

Data verzamelen

Data-intensieve landbouw is in opkomst: “Precisielandbouw is stap één, maar de impact van big data wordt nog groter”, volgens Ausma. “De combinatie van de gemeten gegevens en toepassing van algoritmes gaat in de toekomst veel meer efficiency bieden.

De technieken voor het verzamelen van data zijn er voldoende in ontwikkeling. Met behulp van een drone en de juiste machines verzamelt Cor Stuut  in samenwerking met Loonbedrijf Thijssen veel data. “Data verzamelen van een perceel is een meerjarenplan”, vertelt Christel Thijssen. “We starten met een grondscan en kijken gericht wat de bodem nodig heeft. Wanneer het gewas gezaaid is, vliegen we met de eBee drone  met multispectrale camera over het land om de groei en stress in het gewas te meten.” Op basis van deze gegevens worden taakkaarten gemaakt die pleksgewijs bijmesten mogelijk maken.

Een coöperatieve databank

Om voorop te blijven moet Nederland het gebruik van deze big data op een coöperatieve manier inzetten. Wanneer de industrie de gecreëerde data gaat gebruiken als concurrentiemiddel, wordt de akkerbouwer er niet beter van. Hier moet nog een oplossing komen en daar zit  volgens Ausma de grootste uitdaging. “Bezit van kennis geeft Nederland een voorsprong. Daarbij vindt Rabobank het wel belangrijk dat de big data de Nederlandse landbouw gaat dienen. Het moet een coöperatief bezit worden.” Rien Stuut, mede-eigenaar van Loonbedrijf Lucas Stuut & Zn.:  “Om de data en techniek te benutten blijft wel de kennis van de landbouwer nodig om de juiste keuzes te maken.”

Verdienmodel?!

“Data verzamelen kost een kapitaal, maar het is ook veel waard,” aldus Thijssen. Bij loonbedrijven liggen er met kennis van smart farming kansen om onderscheidend te zijn. Thijssen en Stuut zien big data als een verdienmodel. Thijssen”: “Er is meer uit de grond te halen dan dat akkerbouwers en melkveehouders nu doen. Wij willen onze klanten met minimale input maximaal rendement laten behalen.” Of zoals Ausma het kort en bondig samenvat:  “Smart farming is de duurzame oplossing voor het sluiten van kringlopen en het verhogen van het financiële rendement.”