Ontwikkelingen in de intensieve sector

Op vrijdag 30 oktober is de landelijke klankbordgroep intensief bijeen gekomen. Deze klankbordgroep, bestaande uit leden vanuit de verschillende intensieve sectoren, spreken met dagelijks bestuurder Ronald van Leeuwen over de actuele ontwikkelingen in de sector. Voor de intensieve sector spelen er verschillende onderwerpen. Bijvoorbeeld het plan Vitale Varkenshouderij, dat onlangs door Uri Rosenthal werd gepresenteerd. Maar ook op het vlak van antibiotica: begin december zal de Tweede Kamer hierover in debat gaan. Daarnaast zijn er volop ontwikkelingen gaande op het gebied van het fosfaatplafond en de discussie over het schot tussen de sectoren. Voor bedrijfsovername en bedrijfsontwikkeling zijn dit belangrijke thema’s. Het advies van de klankbordgroep vormt een belangrijke basis voor de strategie van het dagelijks bestuur op de korte en lange termijn. Tijdens de NAJK-bestuursvergadering van december zal het dagelijks bestuur de visie en strategie voor het komend jaar presenteren.

De klankbordgroep komt eenmaal per jaar bijeen maar opereert vooral via een besloten groep op Facebook. Als de actualiteit of de klankbordgroep daar om vraagt, dan komen de leden bijeen vaker bijeen voor overleg.

Wil jij meer informatie over de ontwikkelingen in de intensieve sector? Of wil je onderdeel worden van de klankbordgroep intensief? Neem dan contact op met Ronald van Leeuwen, via rvanleeuwen@najk.nl.

Volharding

Wat betekent dit voor jonge boeren en tuinders? Welke gevolgen heeft dit voor bedrijfsovername en bedrijfsperspectief? Wordt het hierdoor aantrekkelijker om boer of tuinder te worden? Dat zijn de vragen die wij ons als NAJK, bij alle ontwikkelingen die in de agrarische sector gaande zijn, doorlopend stellen. Te vaak is nog de conclusie dat voorgenomen wet- en regelgeving niet positief uitpakt voor onze achterban.

Hoe kunnen we obstakels voor zijn? Welke oplossingen kunnen wij aanbieden? Wie kan ons helpen? En waarom zouden zij dat doen? Voorkomen is beter dan genezen. Dat geldt voor mijn bedrijf, dat geldt in de wereld van belangenbehartiging net zo goed. Ons doel is om de positie van de jonge boer of tuinder in het vizier van beleidsmakers te krijgen, nog voordat de eerste letter op papier is gezet. Daarmee kan een heleboel leed worden voorkomen.

Vaak lukt dat, maar daarna wacht ons de volgende arena. In het publieke debat of in de zalen van de Tweede Kamer gaan we met voor- en tegenstanders de discussie aan. Als alle belangen bij elkaar komen, de discussie heftiger wordt, dan wordt onze roep om aandacht voor agrarische jongeren ook luider. Ook op dat moment mogen de jongeren niet vergeten worden. Iemand moet de hand op blijven steken.

Soms dreigt het echt de verkeerde kant uit te gaan. Dan kunnen we niet anders dan een statement maken. Met de vuist op tafel slaan; tot hier en niet verder. Het is een valkuil waar we allemaal gemakkelijk in dreigen te vallen: in onze verhitte discussies en pleidooien vergeten waar het allemaal in de eerste plaats om was begonnen. Elk idee, iedere regel of wet, begon ooit vanuit de wens om de agrarische sector te verbeteren. Daar geloof ik in. En voor elke stap vooruit hebben we de jonge boeren en tuinders nodig. Wie anders gaan het immers doen?

Tel daarbij op dat we oplossingen moeten bieden die goed uitpakken voor alle soorten jonge boeren en tuinders die wij vertegenwoordigen. De beste oplossing voor de grootste groep. En niet alleen voor de jonge boeren en tuinders van vandaag, maar ook voor die van morgen. Een puzzel van belangen, wensen, noodzakelijkheden en mogelijkheden.

Om moedeloos van te worden? Ooit vrij van kritiek? Op allebei die vragen is het antwoord stellig ‘nee’. Misschien dat onze inzet te herleiden is tot jeugdig enthousiasme? Ordinair eigenbelang? Ook daarop is het antwoord ‘nee’. Wanneer besef ik het meest waar we het voor doen? Als ik mag komen uitleggen in zaaltjes vol met onze leden. Elke avond in zo’n zaaltje levert meer energie op dan het kost.

Dan word ik keer op keer met mijn neus op de feiten gedrukt: jonge boeren en tuinders hebben belang en noodzaak. We hebben een goed verhaal te vertellen. En dat blijven we dus ook doen.

Eric Pelleboer
Voorzitter NAJK

Jonge boer proof!

In 5 minuten pitchen exposanten op de beurs tegenover de jonge boeren jury in hun eigen stand. Daarna volgt een vragenronde van de jonge boeren jury van maximaal 10 minuten. Aan de hand van de pitch en de vragenronde bepaald deze jury of de exposant klaar is voor de nieuwe generatie boeren. Hierin staat de presentatie, de stand, communicatie en houding  richting de jonge boeren centraal. Is de exposant op de beurs Jonge Boer Proof is de vraag die centraal staat. Hebben ze de capaciteiten in huis om op de beurs ook de aanstormende generatie aan te spreken in hun stand?  Zo ja, dan krijgen ze op de beurs het keurmerk: Jonge Boer Proof!

Het keurmerk ontvangt een exposant natuurlijk niet zomaar. De jury bestaat uit een groep van 3 tot 5 jonge boeren tussen de 16 en 35 jaar. Zij zijn vooraf getraind tot volwaardig jurylid. Na iedere pitch gaat de jury in beraad aan wie ze wel of geen keurmerk uitdelen. Het bevindingsrapport wordt eveneens teruggekoppeld aan de exposant, zodat zij eventueel waar nodig verbeteringen kunnen toepassen in het aanspreken van agrarische jongeren. Nog op dezelfde dag worden de keurmerken uitgereikt aan de exposanten.

Per agrarische beurs van Evenementenhal waar NAJK aan deelneemt wordt er maximaal 1 pitchdag georganiseerd. Bij voorkeur vind deze pitchdag plaats op de eerste dag van de beurs. Over het gehele beursseizoen worden de punten vergeleken van de exposanten welke het Jonge Boer Proof! keurmerk hebben ontvangen. De exposant dat het beste uit de bus komt krijgt de Jonge Boer Proof! award aan het einde van het beursseizoen.

Uw stand ook Jonge Boer Proef!?

Staat uw bedrijf op minimaal één van de agrarische vakbeurzen van Evenementenhal? Dan kunt u zich aanmelden voor Jonge Boer Proof! Een initiatief van NAJK. Uw bedrijf kan hiermee het Jonge Boer Proof! keurmerk verdienen en misschien wel dingen naar de award! NAJK zal hierover breeduit berichten in haar media. Dus stuur een email naar Colinda van Ekris: cvanekris@najk.nl en meldt u aan. Want iedere stand zou de capaciteiten moeten hebben om de aanstormende generatie boeren aan te spreken.

Rob Scholten Nationaal Kampioen Veebeoordelen 2015

Zaterdag 19 september vond het jaarlijkse NK Veebeoordelen plaats tijdens de open dag van de familie Sommers in Elsendorp. Tijdens deze open dag kwamen 64 afgevaardigde jonge koeienkenners uit alle provincies van Nederland bij elkaar om zwartbonte en roodbonte koeien te keuren op frame, type, uier, beenwerk en het algemeen voorkomen. Rob Scholten die deelnam namens Overijssel werd bekroond tot Nationaal Kampioen Veebeoordelen 2015, gevolgd door Jorien Vosman. Gerrit de Groot sluit de top drie af. Beste nieuwkomer is dit jaar Gido Groothuis.

Het NK Veebeoordelen wordt jaarlijks georganiseerd door het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en CRV Holding BV. Het NK Veebeoordelen doet elk jaar een andere provincie aan, dit jaar ging de eer naar provincie Brabant op het melkveebedrijf van de familie Sommers. In de maanden voorafgaand aan het NK hebben de 64 deelnemers zich weten te plaatsen via regionale en provinciale voorrondes.

De ochtendronde werd aan zowel de zwart- als roodbonte koeien besteed. De jonge koeienkenners kregen in de eerste ronde 25 minuten om vijf roodbonte koeien te keuren en vervolgens 25 minuten om het keurdersoog over vijf zwartbonte koeien te laten gaan. Uiteindelijk plaatsten 18 deelnemers zich voor de finaleronde.

De finaleronde bestond uit een keuring van vijf zwartbonte koeien en een mondelinge toelichting aan de jury. De jury werd vertegenwoordigd door Addy Moree en Gerrit van der Kolk. Kampioen Rob Scholten uit het Overijsselse Geesteren kreeg een 8,7 voor zijn mondeling. Door een sterke ochtendronde ging hij als Nationaal Kampioen Veebeoordelen 2015 naar huis. De tweede plaats was voor provinciegenoot Jorien Vosman uit Rijssen. Zij werd met een 9 beloond voor haar mondeling. Gerrit de Groot uit Herwijnen, nationaal kampioen van vorig jaar, ging met de derde prijs naar huis. Gido Groothuis was beste nieuwkomer en ontving de aanmoedigingsprijs.

Het NK Veebeoordelen is dit jaar goed bezocht door zowel jong als oud. Het kampioenschap in combinatie met de open dag van de familie Sommers in Elsendorp zorgde voor veel boeren en burgers rond de ring. NAJK kijkt samen met de organisatie en sponsoren terug op een geslaagd kampioenschap.

Uitslag: 1e: Rob Scholten (Geesteren, Overijssel) 2e: Jorien Vosman (Rijssen, Overijssel) 3e: Gerrit de Groot (Herwijnen, namens Zuid Holland) Beste nieuwkomer/aanmoedigingsprijs: Gido Groothuis (Doornspijk, Gelderland)
Klik hier voor de uitslag van de finaleronde.

NK Veebeoordelen op 19 september in Elsendorp

64 jonge koeienkenners keuren 15 koeien op nationaal kampioenschap

Op zaterdag 19 september is de open dag bij de familie Sommers in Elsendorp tevens het decor voor het Nationaal Kampioenschap Veebeoordelen 2015. De open dag is ter gelegenheid van de ingebruikname van de nieuwe melkveestal en biedt het NK Veebeoordelen een mooi podium. Het NK wordt georganiseerd door het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) in samenwerking met CRV Holding BV. Tijdens het NK zullen 64 deelnemers uit heel Nederland tien zwartbonte en vijf roodbonte koeien beoordelen op hun uiterlijke kenmerken, zoals frame, type, uier, beenwerk en het algemeen voorkomen. Degene die dit volgens de jury het best kan, mag zich Nationaal Kampioen Veebeoordelen 2015 noemen.

Het NK Veebeoordelen doet elk jaar een andere provincie aan en dit jaar is gekozen voor de provincie Brabant op het melkveebedrijf van de familie Sommers. In de maanden voorafgaand aan het NK plaatsen 64 koeienkenners zich via regionale en provinciale voorrondes. Al deze jonge veebeoordelaars komen zaterdag 19 september bijeen in Elsendorp.

Op het melkveebedrijf van de familie Sommers komen 15 koeien te staan. In de ochtendronde beoordelen de deelnemers twee groepen van ieder vijf koeien. In de middag is de mondelinge ronde bepalend. Vanaf 15.30 uur staat de prijsuitreiking gepland. Nederlands Kampioen Veebeoordelen 2014, Gerrit de Groot uit Herwijnen (namens Zuid Holland), zal dit jaar zijn titel verdedigen.

Evenementenhal en NAJK versterken samenwerking

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en Evenementenhal hebben een nieuwe overeenkomst ondertekend waarmee Evenementenhal en NAJK de samenwerking verder versterken. Op donderdag 10 september is het contract met een looptijd tot en met 2018 officieel ondertekend door Karin Nijboer (adviseur agrarisch team) en Eric Pelleboer (voorzitter NAJK).

Evenementenhal en NAJK werken al jarenlang samen op de agrarische beurzen in heel Nederland. De doelstelling van beide organisaties is de agrarische jongeren een interessant, informatief en aansprekend beursbezoek te bieden. Ook de komende jaren is NAJK op de agrarische beurzen van Evenementenhal aanwezig met een informatiestand.

“NAJK wilde graag deze succesvolle samenwerking met Evenementenhal voortzetten. De beurzen van Evenementenhal zijn een uitstekende gelegenheid voor jongeren om kennis te maken met de nieuwste producten en diensten, maar ook met elkaar”, aldus Eric Pelleboer. “Evenementenhal en NAJK bundelen de komende jaren de krachten om dit extra aansprekend te maken voor onze jongeren.”

Karin Nijboer van Evenementenhal is verheugd dat de samenwerking met NAJK wordt voortzet. “Door de samenwerking met NAJK creëren wij tijdens onze agrarische vakbeurzen een uniek podium voor de jonge en toekomstige agrariër!”

JOLA – Jonge Landbouwersregeling

Deze zomer heeft het nieuws bol gestaan van de landbouwperikelen. Te weten de stakingen in Frankrijk, ontwikkelingen in de melkveehouderij en verslaglegging over de nijpende situatie in diverse agrarische sectoren in Nederland. Kortom, geen positief nieuws en het geeft aan dat er werkelijk wat aan de hand is.

Het is bekend dat de landbouw steeds verder vergrijst. Bijna 30% van de bedrijfshoofden is ouder dan 65 jaar. Toch zien we de laatste jaren een toenemende belangstelling van jongeren om het agrarisch bedrijf voort te zetten. Soms vraag je je af waarom ze het doen en voor wat voor uitdagingen komen ze te staan? De toekomst lijkt niet altijd even rooskleurig. De jonge boer zal zijn/haar draai aan het bedrijf moeten geven om het florerend te houden. Ondernemerschap en lange termijn denken worden steeds belangrijker. Ook al staat het bedrijf er van oudsher financieel sterk voor. Bovendien gaat er vaak een aanzienlijk deel van het vermogen naar de oude dag van de ouders en eventueel broer(s) of zus(sen).

NAJK ondersteunt jonge boeren in de stappen naar bedrijfsovername. Bijvoorbeeld via cursussen of trainingen. Maar ook onderstreept NAJK het belang van modernisering, met de tijd meegaan, en duurzaamheid als belangrijke aspecten om goed voorbereid te zijn op de toekomst. Daarbij horen vaak investeringen waarvan het nut zeker wel duidelijk is, maar in het bedrijfsovernameproces nog onderaan de prioriteitenlijst staan. Dit vanwege de op dat moment financieel toch al zware lasten.Na langdurig en intensief overleg tussen NAJK en alle provincies is nu bekend dat er vanaf november opnieuw ingetekend kan worden voor deelname aan de Jonge Landbouwersregeling. Er is nu een zeer brede lijst aan investeringsmogelijkheden opgesteld, gericht op alle agrarische sectoren en allen gericht op modernisering en duurzaamheid. Naar gelang het financiële aandeel van de bedrijfsovernemer in het bedrijf groter is, zal ook de toekenning groter zijn. Goede voorbeelden van wat er allemaal mogelijk is hebben te maken met GPS-technologie, waarmee stappen gezet kunnen worden naar een vorm van precisielandbouw.

In de veehouderij zijn de investeringsmogelijkheden onder andere gericht op dierwelzijn/stalklimaat. Maar ook investeringen die een positief effect op het milieu hebben worden gestimuleerd. Dit zijn zaken die voor de toekomst steeds belangrijker zullen worden. NAJK heeft bovendien duidelijk aangegeven dat gewone investeringen die bij een normale bedrijfsvoering horen, zoals een nieuwe trekker, duidelijk niet op de lijst thuishoren.Door middel van goed onderschap en het doen van de juiste investeringen, waar mogelijk financieel ondersteund, zouden we in staat moeten zijn om schommelingen in de markt op te vangen.

Doeko van ’t Westeinde,
Dagelijks bestuur NAJK, portefeuille akkerbouw

“Daar ben ik niet blij mee”

Extensieve melkveehouder Rona Uitentuis over de fosfaatrechten

 50 melkkoeien en 28 hectare land, het bedrijf van de familie Uitentuis in het Noord-Hollandse Middenbeemster is op het gebied van fosfaatrechten in balans. Toch moeten ook zij diep in de buidel tasten als ze in de toekomst meer koeien willen houden. “Dat is iets waar ik niet blij mee ben”, aldus Rona Uitentuis (31). Ondanks dat ze er niet blij mee is, ziet Uitentuis de fosfaatrechten als een vraagstuk waar ze liever zelf het antwoord op geeft. “We kunnen in onze sector naar elkaar blijven wijzen, maar het is beter om onze tijd te steken in het bedenken van een goede oplossing.” Samen met veehouders, bollenboeren en akkerbouwers onderzoekt de jonge melkveehouder de mogelijkheden voor samenwerking in de provincie Noord-Holland.

Tekst: Ellen van den Manacker

Tijdens haar studie politicologie kwam Rona erachter dat het ouderlijk melkveebedrijf voortzetten meer in haar straatje paste. Inmiddels zit ze in maatschap met haar ouders en broer. Naast het melken van vijftig koeien maakt de familie Uitentuis Messeklever, een kaassoort dat zijn oorsprong kent in Noord-Holland. Ook fungeert het bedrijf als dagbesteding en kunnen gasten een workshop kaasmaken volgen of kleiduivenschieten. “De koeien zijn en blijven de basis van ons bedrijf”, verzekert Rona.

“Daar ben ik niet blij mee”

Jarenlang was de vader van Rona in de veronderstelling dat hij geen opvolger had. De broer van Rona besloot vijf jaar geleden in de VOF te stappen. Rona volgde drie jaar later. “Daardoor is er beperkt grond aangekocht en geen nieuwe stal gebouwd”, vertelt de jonge ondernemer. Aankomend jaar wil de familie zich richten op het maken van plannen voor nieuwbouw. Met het neerzetten van een nieuwe stal wil Uitentuis gematigd groeien. “We hopen in de toekomst zestig koeien te melken met een melkrobot”, legt Rona uit. Ondanks dat de 28 hectare die om het bedrijf van Uitentuis ligt genoeg is om 60 koeien op te laten grazen, zal het familiebedrijf in de toekomst extra geld moeten neerleggen voor hoge grondprijzen en de aankoop van fosfaatrechten. “Daar ben ik niet blij mee”, zegt Uitentuis stellig. “Natuurlijk is het afwachten hoe de invulling van de fosfaatrechten zal zijn. Het lijkt erop dat wij als extensieve veehouder te maken krijgen met een generieke korting, afromen voor iedereen. Terwijl wij prima bezig zijn. Als extensief bedrijf zijn wij maatschappelijk gewenst. Het zou jammer zijn als jonge melkveehouders door de fosfaatrechten niet kunnen ontwikkelen”, zegt Uitentuis.

Focus op overschot

Geheel onverwachts kwamen de fosfaatrechten niet. Rona: “De overheid heeft tijdig aangegeven dat het fosfaatplafond bijna was overschreden en dat daar regels voor zouden komen. De discussie over die nieuwe regelgeving heeft lang geduurd. Het is goed dat er nu enigszins duidelijkheid is.” Uitentuis had liever gezien dat de overheid zich focuste op overschot in plaats van productie. “De overheid telt staarten en doet dit maal de gemiddelde uitstoot per koe. Ze kijken niet wat er van die uitstoot in de bodem overblijft”, zo geeft de bedrijfsopvolger aan. “Daarnaast vind ik het niet meenemen van mestverwerking in de regelgeving een gemiste kans. Mestverwerking is een goed alternatief voor de problematiek. Het bewijst dat er ook andere oplossingen zijn om hetzelfde probleem te tackelen”, aldus Uitentuis.

Hoge kosten

De melkveehouder vreest dat de fosfaatrechten een extra investering worden voor jonge boeren. “Door de bedrijfsovername zitten jonge ondernemers al diep in de schulden. Wij zitten niet te wachten op extra wetgeving die ons op nog hogere kosten jaagt”, aldus Rona. Tegelijkertijd bieden de fosfaatrechten ook de nodige uitdagingen voor jonge ondernemers. Uitentuis: “Hoe efficiënter melkveehouders te werk gaan, hoe meer ruimte ze hebben voor fosfaat.”

De KringloopWijzer

De boerderij van de familie Uitentuis heeft een fosfaatoverschot van 3 kilogram per hectare.. “We zijn zeer fosfaatefficiënt”, zegt Rona. “We proberen om aankomend jaar nog efficiënter te gaan werken. We zouden onze koeien op stal kunnen houden en ze maïs voeren, maar dat past niet bij ons.” Wel wil de familie meer aandacht besteden aan de KringloopWijzer. “De KringloopWijzer vraagt meer inzicht in de bodem. Bij melkveehouders lag de focus altijd bij de koeien, ik verwacht dat die focus de komende jaren meer richting de bodem gaat.”

Samenwerken

Rona vindt het interessant om verder te kijken dan het ouderlijk melkveebedrijf. Daarom is ze nu betrokken bij de opstart van een pilot. In een groep van melkveehouders, akkerbouwers, bollenboeren, een pluimveehouder, LTO-bestuurders en adviseurs wordt een innovatief plan bedacht voor de toekomstige fosfaatrechten. “We kunnen afwachten tot de regels zwart op wit staan, maar we kunnen als sector beter een eigen plan aandragen”, vertelt Rona. “In de pilot gaat het erom dat verschillende sectoren met elkaar gaan samenwerken, waardoor het fosfaatoverschot binnen de provincie en met elkaar wordt opgelost en de bodemvruchtbaarheid toeneemt”, zo legt Uitentuis uit. “Het is krom dat er in Noord-Holland aan de ene kant mest wordt binnengereden en aan de andere kant mest wordt weggebracht. Dat proces willen we als gebied tegen het licht houden en kijken waar we lijnen korter kunnen maken.”

Grondmarkt

Door de fosfaatrechten meent Rona dat melkveehouders hun land vasthouden. “De grondmarkt ligt op slot”, vertelt ze. “Akkerbouwers en bollenboeren willen graag in ons gebied telen, maar melkveehouders houden hun land vast. Samenwerken in de vorm van mest en wisselteelten is niet alleen een oplossing voor de fosfaatrechten, het is ook goed voor de bodemvruchtbaarheid.” In het najaar wordt de pilot aangeboden bij de gedeputeerde van provincie Noord-Holland. “De gedeputeerde heeft aangegeven hiervoor open te staan. Daarnaast hoop ik natuurlijk dat alle sectoren in de praktijk ook zo enthousiast zijn.”

Inspiratie voor toekomstig ondernemerschap

Nederlandse boeren en tuinders lopen voorop in ondernemerschap. In de afgelopen veertig jaar hebben zij door innovatie hun opbrengst weten te verveelvoudigen. Voor de toekomst ligt er een nieuw vraagstuk klaar: hoe kan de groeiende wereldbevolking gevoed worden door duurzamer gebruik van grondstoffen en land? De enige manier om dit te bewerkstelligen is de innovatieve lijn van de afgelopen jaren door te trekken. Rabobank en NAJK ondersteunen de ondernemers van de toekomst daar graag bij. Met inspirerende dialoogsessies gaan jonge ondernemers zelf bepalen hoe we dit vraagstuk concreet kunnen invullen.Rabobanklogo_RGB_JPEG

Tekst: Ellen van den Manacker
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Onlangs introduceerde Rabobank haar visie ‘Banking for Food’. Een visie die is opgesteld naar aanleiding van de groeiende wereldbevolking. Naar verwachting moeten in 2050 maar liefst negen miljard monden gevoed worden. Een ambitie waar de Rabobank nu al richting aan wil geven. “De zekerheid van voedselvoorziening raakt ons allen. Ondernemers in de landbouw en voedselketens moeten wereldwijd meer voedsel gaan produceren met minder land en grondstoffen”, stelt Ruud Huirne, directeur Food & Agri bij Rabobank Nederland. “De Rabobank ziet het als haar opdracht om bij te dragen aan het duurzamer voeden van de wereld. Dit doen wij door economisch succes en groei te faciliteren van onze klanten en de gemeenschappen waarin ze opereren.”

Dialoogsessie

Eén van de ‘Banking for Food’-activiteiten is het stimuleren van ondernemerschap en innovatie in de agrarische sector. Rabobank wil daar graag met NAJK-leden over sparren. Daarom kunnen lokale banken en lokale AJK’s vanaf september gezamenlijk inspirerende dialoogsessies organiseren. Tijdens een dialoogsessie, die door het onafhankelijke bureau ‘Adviseurs in Dialoog’ wordt begeleid, worden de jonge ondernemers op scherp gezet: Hoe ziet de ondernemer er in 2025 uit? En hoe ziet zijn bedrijf eruit? Wat hebben ondernemers nodig op die weg daarnaartoe? Op welke innovaties wordt ingespeeld? Biedt ondernemen in het buitenland perspectief? Zomaar vragen die gesteld kunnen worden tijdens een dialoogsessie. “Dit professionele bedrijf zorgt voor de nodige dosis inspiratie. Ze laten de aanwezigen out-of-the-box denken, maar zorgen ook dat er aan het eind van de avond concrete vervolgstappen liggen”, vertelt Huirne.

Uitwerking

“Uit de dialoogsessie volgen concrete acties die zowel lokaal als landelijk opgepakt kunnen worden”, aldus Huirne. Op basis van hun interesse kunnen aanwezigen zich aansluiten bij een vervolgactie om samen met de lokale bank verder uit te werken. “Een interessante spreker uitnodigen, in gesprek gaan met een CEO van een bedrijf of bijvoorbeeld de WUR of zelfs een reis naar het buitenland. De uitwerking moet professioneel zijn om het onderwerp naar een hoger niveau te tillen”, vertelt Huirne. Huirne: “De dialoogsessies worden van september tot april georganiseerd. In april komen we, NAJK en Rabobank, met een terugkoppeling en een gezamenlijke visie hoe jonge ondernemers de toekomst zien en hoe we daar gezamenlijk met concrete acties aan kunnen bijdragen. We hopen dat vele jonge ondernemers aan de sessies gaan deelnemen.”

Ontwikkeling

“Jonge agrariërs doen mee aan deze sessie voor hun eigen ontwikkeling en die van hun bedrijf. Daarom is het belangrijk dat als ze een vervolgactie kiezen, deze dichtbij hun motivatie en drive ligt”, legt Huirne uit. “Daarnaast hebben we gekozen voor een sessie in groepsverband. De Nederlandse landbouw is groot geworden door de inzet van studieclubs. Het werken in groepsverband is inspirerend en leerzaam.”

Een dialoogsessie bij jouw AJK?

De dialoogsessie duurt een avond, de vervolgstappen nemen meer tijd in beslag. “Het belangrijkste is dat deze dialoogsessies en de activiteiten die daaruit voortvloeien, bijdragen aan de ontwikkeling van de ondernemer, zijn of haar bedrijf, en de sector”, aldus Huirne. Wil jij met jouw AJK en de lokale bank in jouw regio een dialoogsessie organiseren? Kijk dan voor meer informatie op www.najk.nl of neem contact op met NAJK via info@najk.nl of 030-2769869.

Minimale investering, maximale opbrengst

met de producten van Triferto

Agrarische ondernemers staan voor grote uitdagingen. NAJK ging daarover in gesprek met Ronald van Hal en Cees Willems van Triferto in Doetinchem. Triferto is de internationale groothandel van hoogwaardige meststoffen. Bij Triferto bieden ze zowel enkelvoudige meststoffen als op maat gemaakte blendsamenstellingen. Via een landelijk dealernetwerk komen de producten van Triferto terecht bij boeren en telers in heel Europa.

Tekst: Kirsten Haanraads

“De bodem vormt letterlijk en figuurlijk de basis”, zegt Ronald van Hal, marketingmanager bij Triferto. “Wij zijn daar in Nederland goed van doordrongen. Veel van wat onze Nederlandse boeren en telers doen voor de bodemkwaliteit is voor collega’s in het buitenland niet zo vanzelfsprekend.” Toch vindt Van Hal dat agrarische ondernemers hun kennis en kunde nog beter kunnen benutten. “Daar is de noodzaak ook voor. De beperkingen omtrent fosfaat en stikstof brengen veel melkveehouders in een spagaat”, aldus de marketingmanager. “Triferto helpt (jonge) melkveehouders om meer melk te produceren met hetzelfde areaal.”

Bemonsteren

“Het begint bij het analyseren van de bodemkwaliteit en de drijfmest”, vertelt Cees Willems, bemestingsspecialist bij Triferto. “De overheid legt beperkingen in het gebruik van stikstof en fosfaat op. Daardoor is het noodzakelijk de bodem te conditioneren, zodat voedingsstoffen maximaal opgenomen kunnen worden door het gewas. Als bijvoorbeeld de pH-waarde van de bodem te laag is, wordt fosfaat minder goed opgenomen door het gewas . Optisch zie je dit effect in de maïs als er al 15% kwaliteitsverlies is opgetreden”, legt Willems uit. “Dit kun je vooraf voorkomen door bodemanalyses te bestuderen en op basis hiervan bijvoorbeeld te bekalken voorafgaand aan de teelt.” Kortom: kleine verbeteringen en minimale investeringen die de boer veel rendement kunnen opleveren.

Humuszuren

In 2013 bracht Triferto een verbeterde vloeibare humuszuur op de markt, genaamd HUMIC. “Met deze humuszuren wordt fosfaat in de bodem niet gebonden aan ijzer, aluminium of calcium, maar blijft het beschikbaar voor de plant”, aldus Van Hal. “Meer fosfaat voor de maïsplant betekent een betere wortelontwikkeling, een betere opname van voedingstoffen uit de bodem en daardoor dus een betere opbrengst.” Hiermee geeft Triferto antwoord op de aangescherpte fosfaatnormen, in het bijzonder voor derogatiebedrijven.

Hogere opbrengsten

Het toedienen van humuszuren in combinatie met een korrelmeststof is ook mogelijk. Hiervoor ontwikkelde Triferto de zogenaamde HUMICoat. “Hiermee zijn we in staat elke gewenste meststof van een humuszuurcoating te voorzien, een veel toegepaste techniek voor maïsmeststoffen. Met HUMICoat in ons pakket kunnen we op alle manieren humuszuren aan de bodem toedienen, via vloeibare meststoffen, via korrelmeststoffen én via drijfmest. De resultaten op onze proefvelden laten significante hogere opbrengsten zien”, zegt Van Hal.

Pragmatisch

Pragmatisch, zo laten de oplossingen van Triferto zich het best omschrijven. “Op een efficiënte en rendabele manier de teelt kunnen verbeteren, zonder extra werk, daar zetten wij op in”, zegt Van Hal. Veel jonge boeren en telers kennen de producten van Triferto wel van naam, maar weten niet dat het van deze groothandelaar afkomstig is: “Novagran blends, Novurea, HUMICoat : allemaal innovaties afkomstig uit het huis van Triferto”, aldus de marketingmanager.

Bodembewust

“Onze producten helpen ondernemers een hoger rendement uit de investering in meststoffen te halen”, zegt Willems. “Zoals drijfmest, een boer is vaak genoodzaakt om dit op het land te brengen terwijl de weersomstandigheden niet optimaal zijn. Het aanwezige ammoniumstikstof in drijfmest zet zich snel om nitraat, een stikstofvorm die gevoelig is voor uitspoeling onder invloed van regen. Door aan de drijfmest de stabilisator PIADIN toe te voegen kun je dit eenvoudig voorkomen en wordt nitraatuitspoeling gereduceerd. Dit betekent een hoger rendement stikstof uit drijfmest en geen extra werk voor de boer”, zo vertelt Willems.

Meer informatie

“Omdat wij een groothandel zijn, is veel van ons werk niet direct zichtbaar voor de boer. Tijdens demodagen, lezingen, via onze nieuwsbrief en de website proberen wij echter zo veel mogelijk boeren bewust te maken van de verbeteringen die er mogelijk zijn. Kennis uitdragen en benutten, daar draait het voor ons om”, aldus Van Hal. Kijk voor meer informatie over Triferto en zijn producten op www.triferto.eu/nl.