NAJK en Aeres Hogeschool Dronten zetten beweiden centraal tijdens Grasweidedagen 2024

Op dinsdag 23 en woensdag 24 april stond de Aeres Farms Dronten in het teken van de Grasweidedagen 2024. Het projectteam Wei & Maatschappij van NAJK en het lectoraat Grasland en Beweiding van Aeres Hogeschool Dronten prikkelden de gedachten van de 170 aanwezige NAJK-leden en studenten rondom het thema ‘weidegang’.

Tijdens de Grasweidedagen, met dit jaar als thema ‘Groen Goud: Van weide tot meerwaarde’, werden er verschillende workshops gegeven door diverse organisaties binnen de agrarische sector. De deelnemers konden kiezen uit twee workshoppakketten en volgen gedurende de dag vijf workshops.

Voor een ieder wat wils
Van prikkelende stellingen rondom de toekomst van weidegang en een vers-gras analyse in het LG-lab tot  alle ins en outs van kruidenrijk grasland en samen brainstormen over de automatisering van weidegang. Er was tijdens de Grasweidedagen voor een ieder wat wils. Agrifirm, Barenbrug, BoerenNatuur, DeLaval, DMS, ForFarmers, Limagrain, PPP-Agro, veehouder Maiko Kemp, WUR en NAJK zelf, lieten aan de hand van de verschillende workshops de jonge agrariërs nadenken over (de meerwaarde) van weidegang.

Veel pro-weidegang studenten
‘Weidegang is belangrijk voor de toekomst van de melkveehouderij’ en ‘Weidegang vergt veel vakmanschap’, zomaar twee stellingen uit de workshop van NAJK die een prikkelende discussie op gang hielpen. Er waren dit jaar veel pro-weidegang studenten aanwezig. Deels door hun intrinsieke motivatie en deels door de financiële stimulans. “Het waren twee waardevolle dagen waarbij er veel kennis en ervaringen zijn uitgewisseld en we inzicht hebben gekregen in elkaars standpunten”, vertelt Roos Roelevoeld (projectleider bij NAJK) enthousiast.

Nagenieten
Heb je de Grasweidedagen 2024 helaas moeten missen of ben je gewoon benieuwd naar de foto’s? Geniet samen met ons nog even na via onderstaande fotogalerij!

De grasweidedagen zijn onderdeel van het Aeres-project ‘Kennis voor grasland en beweiding’ en het NAJK-project ‘Wei en Maatschappij’. Lees hier meer over het project Wei en Maatschappij.

Landbouwpartijen komen met crisisplan op vooravond Mestdebat

NAJK heeft samen met LTO Nederland, NZO (Nederlandse Zuivelorganisatie) en Natuurweide een plan opgesteld om uit de mestcrisis te komen. Zij roepen alle politieke partijen op om hiervoor hun steun uit te spreken tijdens het Mestdebat op donderdag 25 april. Boeren, bedrijfsleven en overheid zullen op de korte en lange termijn aan de bak moeten om ervoor te zorgen dat de mestcrisis wordt opgelost. De mestafzetkosten voor jonge boeren gieren de pan uit. Daarom roept NAJK de Tweede Kamer op om dit plan te steunen.

Ons aanbod
In het crisisplan stellen de landbouworganisaties een pakket aan ingrijpende maatregelen voor:

  • Verhoging van het percentage afroming buiten familieverband verhandelde fosfaat-rechten in de melkveehouderij naar 30%, rekening houdend met de impact voor jonge boeren;
  • Verlaging eiwitgehalte in koeienvoer, geborgd door de zuivelindustrie;
  • Tijdelijk versnelde daling van het aantal stuks melkvee in 2025/2026 middels vrijwillige reductieregeling;
  • Benutten van latente mestverwerkingscapaciteit;
  • Uitbreiding brede opkoopregeling met Brede Regeling Structuurversterking.

Ons verzoek
De bovenstaande maatregelen moeten zo snel mogelijk uitgewerkt worden in samenwerking met boeren, bedrijfsleven en overheid. Vervolgens wil NAJK graag samen met de overheid optrekken naar de Europese Commissie om te kijken naar een mogelijke overgangsregeling. Met deze overgangsregeling hopen we in Nederland tot eind 2027 op grasland 230 kilogram stikstof per hectare uit dierlijke mest te kunnen plaatsen. “Gezien de uitzonderlijke situatie en het feit dat wij zelf hard werken aan eigen maatregelen, kunnen wij ons niet voorstellen dat de Europese Commissie haar lidstaat Nederland hier niet bij wil helpen”, aldus Ruben Klein Teeselink, portefeuillehouder melkveehouderij bij NAJK.

Mestdebat en toekomstperspectief
“Het lot van jonge boeren ligt in handen van de Tweede Kamer”, stelt Klein Teeselink. Aankomende donderdag debatteert de Kamer over de mestproblematiek in de sector. Naast het plan van aanpak van het kabinet dient dit sectorplan zo snel mogelijk uitgewerkt te worden. NAJK is van mening dat het voor jonge boeren cruciaal is dat er nú stappen worden gezet en er toekomstperspectief wordt gecreëerd. Als dat niet gebeurt, zullen jonge boeren het bedrijf van hun ouders niet over kunnen nemen of kiezen zij ervoor te stoppen of te emigreren. “Dat is doodzonde, kijkend naar de enorme vergrijzing die plaatsvindt in onze sector,” aldus Klein Teeselink.

NAJK heeft zelf ook een bijdrage opgestuurd naar Kamerleden, deze input is hier te lezen.

Jongerendag Melkvee- en Kalverhouderij biedt perspectief voor de toekomst

Hart van Holland zat vrijdag 19 april afgeladen vol met jonge melkvee- en kalverhouders die deelnamen aan Jongerendag ‘Het Kalf Centraal’.  Bijna 500 jongeren namen actief deel aan de workshops, deden mee in de paneldiscussie en pakten de microfoon bij de zaalgesprekken. In deze onzekere tijden kregen ze inspiratie voor de toekomst. Netwerken en kennis ophalen stond centraal. Enthousiast liepen ze aan het einde van de dag de deur uit met een voerschep die symbolisch de verbinding weergeeft tussen de kalver- en melkveehouderij.

Bij binnenkomst was het al een drukte van belang. De jongeren meldden zich aan en er werd volop genetwerkt. Na een kop koffie openden kennismakelaars Lilian van Uhm (melkveehouderij) en Henriëtte Rozendaal (kalverhouderij) de dag. Na de film ‘Het Kalf Centraal’ verplaatste iedereen zich naar de vijf workshops.

Workshops over actuele onderwerpen
Een vijftal workshops werd gegeven over actuele onderwerpen waar de deelnemers graag meer over wilden weten. In ‘Respectvol omgaan met dieren’ werden tips & tricks gegeven over behendig veetransport. In ‘Kalfvolgsysteem’ werd ingegaan op het verbeteren van de kwaliteit van jonge kalveren. In ‘De 28-dagen-regeling’ werd ingegaan op de positieve leringen uit Duitsland. De meest recente onderzoeksresultaten, en hoe die in praktijk toe te passen, werden behandeld in ‘Weerstand, stress en voeding; de overgang van het kalf’. Tenslotte leerden de jongen ondernemers om begrip en verbinding met de maatschappij toe te passen, door storytelling in te zetten in ‘Vertel je verhaal’.

In gesprek met Dick Veerman

Na de lunch wist Dick Veerman van Foodlog de jongeren te prikkelen met opmerkingen als: “‘Stop met sloopmelk’ is een enorme kans” en “als er ergens ruimte is voor koeien dan is het in Nederland Grasland”. Met ChatGPT bouwde hij Nederland als ‘Singapore aan de Noordzee’. Vervolgens gaf hij de zaal het woord: met rode en groene kaarten gaven jonge boeren aan of ze zelf een visie hebben voor de toekomst of dat de overheid dit perspectief moet bieden. De aanwezige jongeren waren niet bang de microfoon te pakken en zich in de discussie te mengen. Dick sloot zijn verhaal af met de woorden: “Het is duidelijk, er is perspectief, dat zit in deze zaal”.

Indrukwekkend en leerzaam verhaal

Maarten van der Weijden kreeg de zaal stil met zijn indrukwekkende verhaal. Zijn vader leerde hem de harde les dat hij zelf verantwoordelijk is voor wat hem overkomt in het leven. Maar toen werd hij ziek: hoe kon hij daar nou wat aan doen? “Het feit dat ik er niet zelf verantwoordelijk voor was, dat het niet mijn schuld was, maakte het een soort van draaglijk. Het jezelf gevangen houden in schuldgevoel dat jij verantwoordelijk bent voor de situatie waarin je zit, maakt het krampachtig en minder draaglijk.” Later, bij het winnen van de Olympische Spelen en bij het zwemmen van de Elfstedentocht besteedt hij alleen aandacht en energie aan die dingen waar hij invloed op heeft. Dan zorg je dat je geen energie stopt in frustraties, want dat wat je niet in de hand hebt kun je niet aanpassen.

Hij sloot de dag af met de woorden: “Wat wens ik jullie toe in die toekomst die zo onzeker is? Dat met al dat harde werken dat nodig is om te blijven bestaan het ook gewoon een beetje leuk is. Duw de frustratie zo ver mogelijk van je weg. Focus op: wat kan ikzelf, wat kan ik er dan wél aan doen? Zoek elkaar op om het samen te doen. En vergeet niet: als het de eerste keer niet lukt, dan mag je het rustig nog een keer proberen.” Beter hadden wij de dag niet kunnen afsluiten! Presteren doe je niet alleen.

NAJK blij met concrete stap invoering RENURE

Vandaag (vrijdag 19 april) heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd met betrekking tot het toestaan van RENURE (kunstmestvervangers) in Europa als onderdeel en aanpassing van de huidige Nitraatrichtlijn.

Dit is iets waar NAJK samen met vele andere partijen en organisaties al lange tijd voor pleit aangezien het goed is voor de verduurzaming van de land- en tuinbouw en voor een gedeelte een oplossing kan zijn voor het huidige mestprobleem in Nederland. We zijn blij dat er in het voorstel gerefereerd wordt aan de adviezen van het Joint Research Centre over de criteria die gebruikt zouden moeten worden bij het toestaan van RENURE”, aldus Gerben Boom, portefeuillehouder Internationaal.

Nitraatrichtlijn
NAJK is blij dat er nog voor de herziening van de gehele Nitraatrichtlijn mogelijkheden geboden worden voor het toestaan van RENURE en dat er dus snel actie ondernomen kan worden. In het voorstel staat dat lidstaten na invoering van de wetsaanpassing op nationaal niveau de toelating moeten regelen.

Oproep aan Nederlandse overheid
NAJK doet dan ook op de oproep aan de Nederlandse overheid om nu zo snel mogelijk alle voorbereidingen te treffen voor het gebruik maken van deze regeling. Dat betekend dat er duidelijke richtlijnen moeten komen met betrekking tot vergunningverlening en dat er een passende borging en monitoring moet komen voor de toepassing van de kunstmestvervangers. “Wij als NAJK willen hier graag over mee denken en zullen het net uitgekomen voorstel de komende dagen dan ook verder bestuderen en daarmee aan de slag gaan”, aldus Boom.

DeLaval zet kennispartnerschap met NAJK voort

DeLaval en NAJK blijven elkaar de komende jaren versterken. In het Drentse Witteveen tekenden Geert-Jacob van Dijk (Algemeen Directeur bij DeLaval Benelux) en NAJK-voorzitter Roy Meijer een nieuwe partnerovereenkomst. NAJK is erg blij met deze verlenging. Op naar wederom twee mooie jaren!

NAJK sluit partnerschapovereenkomsten met belangrijke spelers uit de agrarische sector. Zo worden NAJK-leden verrijkt met relevante informatie en volgen ze de laatste ontwikkelingen van de agrarische sector op de voet. Met de verlenging van het partnercontract tekenden Geert-Jacob van Dijk en Roy Meijer, onder toeziend oog van o.a. DeLaval’s CEO Paul Löfgren en CFO Christian Poggensee voor twee extra jaren aan uitwisseling en kennisdeling.

Breed georiënteerd
Als belangenvereniging voor de jonge boeren en tuinders vertegenwoordigt NAJK een jonge, enthousiaste groep van zo’n 8.000 agrarisch ondernemers. “NAJK is blij met de voortzetting van het partnercontract met DeLaval”, aldus NAJK-voorzitter Roy Meijer. “DeLaval is een wereldwijde speler op melkveegebied. Ook zij zien dat jonge boeren steeds schaarser worden in de gehele wereld en zien daarom het belang van deze samenwerking in. Er gezamenlijk voor zorgen dat jonge melkveehouders toekomst blijven zien in hun bedrijf en de technieken die zij hier kunnen toepassen.”

Klanten van de toekomst
Optimalisatie van de melkproductie, bedrijfsrendement en het verbeteren van het welzijn van mens en dier op een verantwoorde manier, daar zet DeLaval zich met hart en ziel voor in. Geert-Jacob van Dijk is erg tevreden met het voortzetten van de samenwerking met NAJK: “Agrarische Jongeren zijn onze klanten van de toekomst. We helpen ze graag hun doelen en ambities te behalen. Door goed voorbereid te zijn op de toekomst en met een gezonde dosis ondernemerschap kun je als jonge ondernemer, ook in een steeds veranderende omgeving, grote stappen zetten. DeLaval denkt in oplossingen, heeft meer dan 140 jaar kennis en ervaring en deelt dit graag met de leden van NAJK.”

Het lot van de jonge boer in handen van de Tweede Kamer: duidelijkheid over mestproblematiek blijft uit

Het kabinet heeft op vrijdag 5 april een brief verstuurd naar de Tweede Kamer over de mestproblemen in de agrarische sector. Deze zijn onder meer het gevolg van het verlies van derogatie en het aanwijzen van NV-gebieden en bufferstroken. Bij jonge veehouders, zeker in gebieden waar veel gebruik wordt gemaakt van de derogatie, zijn mestafzetkosten gigantisch gestegen. Hierdoor zitten onze jonge veehouders in de problemen. NAJK vindt dat er een goed uitgewerkt plan van aanpak moet komen voor de korte en de lange termijn: anders is een koude sanering onvermijdelijk.

De Kamerbrief is een antwoord op vragen van de formerende partijen die gesteld zijn aan het demissionaire kabinet. Bij deze brief bevindt zich ook een plan van aanpak, die door het kabinet in de maak was als invulling van een kamerbreed verzoek om te komen tot een oplossing voor de mestproblematiek. De Kamer zal moeten besluiten of dit plan in zijn geheel, gewijzigd, of totaal anders uitgevoerd moet worden om de acute mestproblematiek op te lossen door het kabinet: huidig of nieuw. Ongeacht waarvoor gekozen wordt: als de Tweede Kamer nog een landbouwsector wil over 10 tot 15 jaar, zal het jonge veehouders door deze mestcrisis heen moeten helpen. NAJK geeft een korte reflectie op de problematiek, het plan van aanpak en haar inzet in de Tweede Kamer.

Disbalans in de mestmarkt
Balans in de mestmarkt ontstaat als mestproductie, mestverwerking en mestplaatsingsruimte in evenwicht zijn. Door het wegvallen van de derogatie, het aanwijzen van de NV-gebieden en de bufferstroken is de plaatsingsruimte drastisch afgenomen. Hierdoor is er een acute crisis ontstaan op de mestmarkt met als gevolg dat jonge veehouders hoge kosten voor mestafzet voor hun kiezen krijgen. “Door deze opstapeling van tegenslagen komen overnames van melkveebedrijven en bedrijfsvoeringen van jonge melkveehouders in gevaar. Gezien de vergrijzing van onze sector kan dat niet de bedoeling zijn”, aldus portefeuillehouder melkveehouderij, Ruben Klein Teeselink. Het plan van het kabinet was een poging om tot een oplossing te komen, maar nu is de Tweede Kamer aan zet. NAJK waardeert dat het kabinet een poging heeft gewaagd tot het zoeken naar een oplossing voor het probleem. Het is een aanzet, maar het biedt geen volledige oplossing voor een evenwicht op de mestmarkt op de korte en (middel)lange termijn.

Reflectie plan van aanpak
In het plan van aanpak (waar nog geen Kamer meerderheid voor is) zitten positieve en negatieve onderdelen. De brede vrijwillige opkoopregeling die benoemd wordt, ziet NAJK als een goed instrument om ruimte te geven aan de boeren die willen stoppen. De mestproductie zal hierdoor gaan zakken met als gevolg dat een generieke korting mogelijk wordt voorkomen. Dit is enkel een oplossing voor de middellange termijn. Daarnaast zorgt het ook voor een structurele daling in de stikstofdeken waardoor PAS-melders gelegaliseerd kunnen worden. “Ook interimmers moeten hier volgens ons gebruik van kunnen maken”, aldus Klein Teeselink. NAJK is opgelucht dat het kabinet afziet van een generieke korting op korte termijn, omdat deze maatregel desastreuze gevolgen zal hebben voor het verdienvermogen van jonge veehouders. Ook waardeert NAJK de verhoging van de graslandsubsidie die ervoor zorgt dat de financiële druk bij jonge melkveehouders iets wordt verlicht.

Als het gaat om een nieuwe derogatie stelt het plan van aanpak dat de Europese Commissie hiervoor geen ruimte ziet. “Voor jonge veehouders is dit desastreus en heeft dit grote gevolgen”, aldus Klein Teeslink. Het op korte termijn toestaan van RENURE is een belangrijk onderdeel voor NAJK en daarom is er ook waardering voor de inzet van het kabinet op dit onderwerp. De randvoorwaarden en de toelatingstermijn van RENURE zijn nog niet ingevuld, maar zeer bepalend voor de vraag of het ons gaat helpen. Dit baart NAJK grote zorgen. Duidelijkheid is snel vereist. In de brief wordt ook het afromen van fosfaatrechten en dierrechten bij verhandeling gezien als een oplossingsrichting voor het verminderen van de mestproductie. NAJK is blij dat het kabinet ziet dat deze maatregel grote negatieve effecten heeft op jonge veehouders, omdat zij te maken krijgen met duurdere fosfaat- en dierrechten. Enkel aandacht voor dit probleem is niet voldoende. Het uitblijven van een concrete oplossing hiervoor geeft jonge veehouders grote onzekerheid. “De Tweede Kamer moet jonge veehouders hiervan uitzonderen, omdat de verhoging van de investeringskosten voor fosfaat- of dierrechten hun toekomstperspectief enorm ondermijnt”, aldus Wendy Kicken portefeuillehouder pluimvee, varkens, en kalverhouderij. De invulling van grondgebondenheid middels een graslandnorm is een ander punt. “Hoewel NAJK niet tegen een grondgebonden melkveehouderij is, is het voor ons onduidelijk en niet logisch wat de graslandnorm als invulling hiervan bijdraagt aan een nieuw evenwicht op de mestmarkt”, aldus Klein Teeselink.

Inzet in de Kamer
De mestproblemen moeten worden opgelost en de Tweede Kamer is daarvoor nu aan zet. Het plan van het kabinet biedt handvatten, maar is nog lang niet afdoende. De Tweede Kamer zal moeten bepalen of en zo ja, hoe zij ons verder willen helpen met concrete maatregelen. “Welke maatregelen de kamer ook gaat treffen, er moeten concrete afspraken gemaakt worden over hoe de overheid jonge boeren helpt om deze maatregelen op hun bedrijf toe te passen. Als deze afspraken niet gemaakt worden, dan geeft dit nul perspectief voor jonge boeren.”, aldus Kicken. NAJK zal zich hiervoor hard maken in de gesprekken die de komende weken gevoerd worden met de landbouwwoordvoerders van de Tweede Kamer.

Merel Straathof nieuwe portefeuillehouder leefomgeving bij NAJK

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) verwelkomt een nieuwe portefeuillehouder leefomgeving. De 25-jarige Merel Straathof is tijdens de algemene ledenvergadering op donderdag 28 maart unaniem verkozen tot nieuwe dagelijks bestuurder van NAJK. Ze treedt hiermee in de voetsporen van Harold Overmars die deze rol 3,5 jaar heeft vervuld.

Opgegroeid op het melkveebedrijf van haar ouders in Leimuiden (ZH), is Merel nu samen met haar vriend en schoonvader werkzaam op hun melkveebedrijf in het Overijsselse Bornerbroek. Daarnaast werkt ze nog twee dagen buiten de deur als adviseur landelijk gebied in het Oosten van Nederland waar ze zich verdiept in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en thema’s als klimaat en biodiversiteit haar niet onbekend zijn.

Impact op agrarische sector
“Klimaat en de veranderende weersomstandigheden hebben steeds meer impact op de agrarische sector”, aldus Merel Straathof, “Het klimaatbeleid vraagt aanpassingen voor bijna al onze bedrijven. Je kunt ervoor kiezen om ervoor weg te kijken, maar je kunt ook op zoek naar oplossingen.” Merel heeft met haar toetreding tot het dagelijks bestuur van NAJK vol energie voor dat laatste gekozen. Ze kijkt er naar uit om zich als nieuwe dagelijks bestuurder hard te maken voor het perspectief van de jonge boeren en tuinders in Nederland. “Het beleid moet passen binnen de huidige situatie, maar moet tegelijkertijd ook toepasbaar zijn op onze bedrijven over 20 of 30 jaar”, oppert de nieuwe portefeuillehouder leefomgeving, “Het vraagt heel wat van de bedrijfsvoering om dat op een financieel gezonde manier aan te pakken, maar daar zet ik mij graag voor in!”

Geen onbekende voor NAJK
In Zuid-Holland was Merel altijd al lid van de provinciale AJK en toen ze ten tijde van corona naar Overijssel verhuisde, heeft ze zich gelijk aangemeld als bestuurder van het Overijssels Agrarisch Jongeren Kontakt ( OAJK). Een mooie kans om nieuwe mensen te leren kennen en zich in te zetten voor dat waar haar hart ligt: de agrarische sector! Het was voor haar een mooie en logische stap om voor deze sector overstijgende functie op landelijk niveau te gaan. “NAJK is een mooie, jonge en frisse organisatie die op een reële manier kijkt naar de toekomst. Ik vind het mooi dat ik nu ook mee kan denken over de toekomst van de jonge boer op landelijk niveau.”

Benieuwd wat Merel Straathof de leden van NAJK te bieden heeft? Bekijk hier de video waarin ze zichzelf voorstelt.

Stemmingen Wet Dieren: noodscenario voorkomen, we zijn nog niet uit de storm

Op dinsdag 19 maart is er in de Tweede Kamer gestemd over de wijziging van de Wet Dieren. Het onuitvoerbare amendement Vestering is weggestemd en de reparatiewet van minister Adema is aangenomen, maar wel met een aanvullend amendement De Groot/Van Campen. NAJK had graag gezien dat de reparatiewet in ongewijzigde vorm was aangenomen, maar is opgelucht dat het slechtste scenario is afgewend. Daarvoor moet de wetswijziging wel worden aangenomen door de Eerste Kamer. Ondertussen gaat NAJK door met de gesprekken voor het convenant dierwaardige veehouderij.

“NAJK is nadrukkelijk voor dierwaardige veehouderij op een manier die haalbaar en realistisch is uit te voeren voor jonge boeren,” aldus Ruben Klein Teeselink, portefeuillehouder melkveehouderij. “Om die reden zijn wij al anderhalf jaar in gesprek om tot een convenant dierwaardige veehouderij te komen. Het is dan ook een opluchting dat het amendement Vestering van tafel is. Daarmee is een noodscenario voor jonge boeren voorkomen. Het is alsnog een teleurstelling dat het amendement op de reparatiewet van minister Adema is aangenomen. Met de tussenweg die nu gekozen is zijn we nog steeds niet uit de storm.”

Realistische stappen in dierwaardigheid
Het amendement Vestering zou boeren verplichten om hun dieren op een dierwaardige manier te houden, alleen werd er in het amendement niet geformuleerd wat dierwaardigheid inhoudt. Daardoor zou er een situatie ontstaan waarbij individuele veehouders aangeklaagd konden worden en de rechter moest bepalen wat dierwaardigheid is. Het is belangrijk dat de zogenaamde conditionaliteiten, oftewel randvoorwaarden, toereikend zijn. Denk hierbij aan vergunningverlening en subsidies of vergoedingen uit de markt. De motie De Groot/Van Campen geeft wel een onderbouwing van het begrip dierwaardigheid op basis van vijf punten en bepaalt dat deze in 2040 behaald moeten zijn. De vraag is echter of dit haalbaar en betaalbaar is. “NAJK pleit voor het zetten van realistische stappen in dierwaardigheid, met een goed verdienmodel voor veehouders. Daarbij is een gelijk speelveld in Europa onmisbaar,” aldus Wendy Kicken, portefeuillehouder pluimvee, varkens en kalverhouderij, “Alleen op die manier kunnen we toekomstperspectief creëren voor jonge boeren.”

Inzet NAJK
NAJK heeft de afgelopen maanden hard gelobbyd om de Reparatiewet er door te krijgen als alternatief op de motie Vestering. Daarnaast lopen er al anderhalf jaar gesprekken tussen sectorpartijen, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties om tot een convenant dierwaardige veehouderij te komen. Het is een moeizaam proces, maar het is belangrijk dat de gesprekken gevoerd worden en partijen aan tafel blijven om zo samen tot een breed gedragen invulling van dierwaardigheid te komen. Wanneer de overheid, markt en maatschappij samen optrekken kunnen we tot realistische afspraken komen.

Gezamenlijk webinar
Sinds het amendement op de Wet dieren van de Partij van de Dieren is er een voortdurende discussie over extra wetgeving voor dierenwelzijn. Op woensdag 20 maart werden melkveehouders in het webinar van DDB, LTO, NAJK, NMV en ZuivelNL bijgepraat over de laatste ontwikkelingen en de uitkomst van het debat in de Tweede Kamer. Ruben Klein Teeselink deed een bijdrage namens NAJK. Kijk het webinar hier terug!

Beslissende periode voor Nederlandse melkveehouders en zuivelindustrie

De Nederlandse zuivelsector staat voor een beslissende periode. In de komende weken moet duidelijk worden of de huidige mestcrisis kan worden gekeerd. De afbouw van derogatie, de invoering van bufferstroken en de aanwijzing van NV-gebieden zorgen voor een groot verlies aan plaatsingsruimte van dierlijke mest. De balans is uit de mestmarkt gehaald met als gevolg dat de hele Nederlandse melkveehouderij in een acute crisis is beland door het niet kunnen plaatsen van mest. Daarmee stevenen we op een koude sanering af. Het voortbestaan van een vitale zuivelketen in Nederland is in gevaar: Doorontwikkeling van de sector, bijdragen aan de maatschappelijke doelstellingen en voedselvoorziening wordt onmogelijk voor boeren en zuivelondernemingen.

Gezien de uitzonderlijke omstandigheden en acute crisissituatie trekt de zuivelsector (vertegenwoordigd door de belangenorganisaties van melkveehouders, de Nederlandse Zuivel Organisatie en ZuivelNL*) gezamenlijk op. De sector heeft de afgelopen weken concrete ideeën aangedragen bij het ministerie die op korte en lange termijn oplossingen bieden. De minister van LNV heeft de analyse van de gevolgen van afbouw derogatie erkend en is op de hoogte van de urgentie van het probleem. Deze periode is de minister met Brussel in gesprek of zij bereid zijn mee te werken aan een pakket maatregelen om de crisis op te lossen.

Ambitieuze toekomstvisie
De Nederlandse melkveehouderij is zich zeer bewust van haar verantwoordelijkheid. Daarom is recent een ambitieuze Toekomstvisie Melkveehouderij opgesteld waarmee invulling wordt gegeven aan:

  • de opdracht om als ondernemers bij te dragen aan voedselzekerheid.
  • de maatschappelijke opgaven rond natuur, klimaat en hoe te produceren met respect voor de milieugebruiksruimte.

De melkveehouderij is een zeer diverse sector en kent verschillende bedrijfsconcepten en systemen. Van biologische bedrijven tot hoog technologisch en van zeer extensief tot gespecialiseerd intensief. Dit is een kracht die benut moet worden om als sector van maximale waarde te zijn voor Nederland. Daarnaast is ons land één van de vruchtbare delta’s in Europa en kreeg Nederland derogatie om een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan voedselzekerheid.

Kunstmest verminderen en dierlijke mest optimaal benutten
De afbouw van derogatie geeft de perverse prikkel om meer kunstmest te moeten gebruiken. En dat terwijl kunstmestproductie veel fossiele energie kost en belastend is voor het milieu. In tegenstelling tot kunstmest bevat dierlijke mest een breed scala aan nutriënten en organische stof en past het bij een natuurlijke en bedrijfseigen kringloop. Bovendien wijst onderzoek uit dat op grasland de uitspoeling van mineralen uit dierlijke mest beperkter is dan bij gebruik van kunstmest. Dierlijke mest is daardoor gunstiger voor de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Kunstmest verminderen en dierlijke mest optimaal benutten voor evenwichtsbemesting is dus een win-win situatie. Het huidige beleid gaat hier echter volledig aan voorbij en draagt daarmee ook niet bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit.

Concrete ideeën voor korte en lange termijn oplossingen
Voor oplossingen die op korte en lange termijn bijdragen aan de balans op de mestmarkt hebben de  organisaties concrete ideeën aangedragen bij het ministerie.

1. Per direct permanente grasland derogatie op basis van dierlijke mest.
Derogatie heeft grote invloed op de mestbalans en is in staat de mestmarkt te herstellen. Dit kan door de oude derogatie te herstellen, te pauzeren of een nieuwe derogatie in te richten. Er zijn specifieke invullingen aangedragen door grondgebonden bedrijven en de biologische melkveehouderij.
2. Herziening van bufferstroken voor graslandpercelen langs alle waterlichamen, deze worden maximaal 0,5 meter.
3. RENURE erkennen als kunstmestvervanger. Hierdoor kan dierlijke mest nog beter worden gewaardeerd, breder worden toegepast en hoeft er minder kunstmest te worden aangekocht.
4. Blijvend inzetten op vrijwillige stoppersregelingen om de mestproductie op korte termijn te laten dalen. Dit biedt ruimte voor de blijvers en daarom is het van belang dat er een bredere/nieuwe stoppersregeling komt die voor meer bedrijven aantrekkelijk is. Voor een verdere daling van de mestproductie kan ook overwogen worden het percentage afroming fosfaatrechten bij overdracht buiten familieverband te verhogen.

De snelheid waarmee de sector plaatsingsruimte verliest, maakt het simpelweg onmogelijk om (binnen de termijn) te voldoen aan de door Brussel opgelegde regels. Europa kan Nederland houden aan het halen van gestelde opgaven en in het uiterste geval een ingebrekestellingsprocedure opstarten. Maar aan het onmogelijke kan niemand worden gehouden.

Een oplossing is nú nodig om de problemen waarin de melkveehouders zijn gebracht weg te nemen.

 

Organisaties: Dutch Dairymen Board, LTO-vakgroep Melkveehouderij, Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt, Nederlandse Melkveehouders Vakbond, De Natuurweide, Netwerk GRONDig, Nederlandse Zuivel Organisatie, ZuivelNL

NAJK heeft evaluatie Nitraatrichtlijn ingevuld

Op 7 maart heeft NAJK input geleverd aan de EU evaluatiecommissie van de Nitraatrichtlijn. In de reactie geeft NAJK aan  dat Nederlandse jonge boeren geconfronteerd worden met verschillende problemen die duurzaamheid en verdere ontwikkeling belemmeren. Dat terwijl Nederland bekend staat als een innovatief en vooruitstrevend land, waar boeren zich iedere dag bezig houden met het produceren van duurzaam en gezond voedsel voor heel Europa.

“Cruciaal is dat we toewerken naar een systeem van doelsturing”, zegt Gerben Boom, portefeuillehouder internationaal bij het dagelijks bestuur van NAJK. “Generieke middelvoorschriften beletten het ondernemerschap en verdienvermogen van boeren. Daarnaast is elk gebied anders. Maak duidelijk welke doelen er liggen voor elk bedrijf, dan kunnen boeren daar zelf bepalen hoe ze daar naartoe werken.”

Vijf verbeterpunten

NAJK haalt in haar reactie vijf punten aan die aangepakt moeten worden om de Nitraatrichtlijn op een meer haalbare en effectieve manier in te steken.

  1. Van middelsturing naar doelsturing;
  2. Onduidelijke criteria van de nitraatrichtlijn, zoals doelen in mg nitraat per liter, de term ‘kwetsbare gebieden’, en de meetmethodiek;
  3. De slecht onderbouwde, generieke norm van 170kg N/ha aangestipt;
  4. Onheldere procedures van de Nitraatcomités en de invulling daarvan, met vertegenwoordigers van lidstaten in plaats van experts;
  5. RENURE als een oplossingsrichting die raakt aan een scala van problemen, zoals de mestplaatsingsruimte, de fluctuaties van de gasprijs, afhankelijkheid van buitenlandse fossiele brandstoffen, en het verminderen van kunstmestgebruik.

Lees onze gehele input hier.