Pachtoverleg mislukt

De onderhandelingen over een nieuwe pachtstelsel, het zogenaamde Spelderholt-overleg zijn wederom mislukt. Een akkoord onder alle deelnemende partijen bleek niet mogelijk.

De initiatiefnemers van het oorspronkelijke deelakkoord van Spelderholt hebben deze week aan pachters en verpachters een eindvoorstel voorgelegd. Op kleine details na week dit  voorstel niet af van hetgeen wat in de zomer van 2015 door BLHB, NAJK en LTO is afgewezen.

Doel van het overleg was te komen tot vernieuwing van het pachtstelsel. Het afsluiten van langdurige en/of reguliere pachtcontracten zouden hierdoor in de toekomst gerealiseerd moeten worden. Het belang hiervan is continuïteit van bedrijfsvoering voor agrarisch ondernemers en behoud van duurzaam grondgebruik. BLHB en NAJK zijn van mening dat het voorstel zoals het er nu ligt aan deze doelen voorbijgaat. Verder zijn BLHB en NAJK het ook niet eens met de uitfasering van reguliere pacht en de wijze waarop de pachtprijs bij nieuwe contracten tot stand komt. Volgens BLHB en NAJK dient het pachtprijssysteem een relatie te hebben met de verdiencapaciteit van de grond. Ook hebben BLHB en NAJK geen vertrouwen in de voorgestelde wijze van correctieve pachtprijstoetsing.

De verpachtersorganisaties en LTO-Nederland staan wel achter het voorstel. Onderdeel van het voorstel is vrije pachtprijzen voor flexibele (geliberaliseerde) pacht. Deze vorm kan alleen getoetst worden aan pachtprijzen in de vrije markt. Daarnaast gaat voor huidige reguliere pacht een overgangstermijn gelden waarin de reguliere pacht op termijn overgaat naar vrije prijzen. Dit heeft grote gevolgen voor pachtafhankelijke bedrijven. Voor de overige nieuwe voorgestelde pachtvormen met een vrije aanvangsprijs (nieuwe reguliere pacht en loopbaanpacht) kan pachtprijsaanpassing plaatsvinden op basis van een index. Deze voorstellen konden niet op instemming van BLHB en NAJK rekenen.

K.I. SAMEN trotse winnaar Jonge Boer Proof! 2015-2016

Tijdens het agrarisch beursseizoen 2015-2016 van Evenementenhal heeft de Jonge Boer Proof!-jury exposanten gekeurd. Zijn de exposanten klaar voor de nieuwe generatie boeren? Op woensdag 20 april 2016 is de overall winnaar van de Jonge Boer Proof! bekend gemaakt. Uit alle gekeurde exposanten van de agrarische vakbeurzen van Evenementenhal is K.I. SAMEN het beste beoordeeld. Gerbert Engelen en Kim Jaspers van K.I. SAMEN mochten van NAJK de Jonge Boer Proof!-award in ontvangst nemen.

Jonge Boer Proof! is een initiatief van NAJK in samenwerking met Evenementenhal. Jonge boeren en tuinders zijn de aanstormende generatie voor agrarische beurzen. Met Jonge Boer Proof! wil NAJK het bedrijfsleven op scherp stellen. Eric Pelleboer, NAJK-voorzitter: “We hopen dat de exposanten de capaciteiten in huis hebben om in hun stand ook de aanstormende generatie aan te spreken.”

Koeien in de stand

Tijdens de Rundvee en Mechanisatie Vakdagen 2016 in Venray bezocht de Jonge Boer Proof!-jury de stand van K.I. SAMEN. Het enthousiasme van het personeel en de koeien op de stand zorgden voor een positieve beoordeling. “Koeien in de stand trekt altijd mensen want koeienliefhebbers praten graag over koeien”, vertelt Gerbert Engelen, directeur K.I. SAMEN. “Ik vind het mooi dat er hierdoor altijd een gezellige drukte is. Wij zijn trots op onze nieuwe titel: Jonge Boer Proof!. Van deze generatie moeten wij het in de toekomst hebben.” K.I. SAMEN is een particulier K.I. station uit Grashoek die actief is in maar liefst 40 landen.

Exposanten gekeurd

Per agrarische beurs van Evenementenhal waar NAJK aan deelneemt, werd er één Jonge Boer Proof!-dag georganiseerd. De Jonge Boer Proof!-jury, bestaande uit NAJK-leden, ging op bezoek bij diverse agrarische exposanten. Aan de hand van een keuringsrapport bepaalde deze jury of de exposanten klaar zijn voor de nieuwe generatie boeren. Hierin stonden onder andere de stand, presentatie, communicatie en de houding richting jonge boeren centraal. Exposanten die tijdens de beurs Jonge Boer Proof! bevonden zijn, kregen het keurmerk uitgereikt. Daarmee maakten ze kans op de Jonge Boer Proof!-award en konden overall winnaar worden.

Samenwerken in de sector

In de varkenshouderij is op dit moment het plan vitale varkenshouderij van POV een hot item. Met dit plan wil de sector de marktpositie verbeteren. De producentenorganisatie is van mening dat de varkenssector zich anders moet gaan organiseren. Veel varkenshouderijen hebben het de laatste jaren niet gemakkelijk. Misschien is de sector toe aan een andere organisatiegraad. Samenwerking is daarbij zeer belangrijk.

Voorbeelden van samenwerkingen kunnen zijn: gezamenlijk verkopen of je mestafzet regelen. Ik denk dat niet iedereen hier de kansen van inziet. De varkenssector is nu individualistisch ingesteld en een aantal initiatieven zijn mislukt. Net als de POV denk ik hier anders over. We moeten de handen ineen slaan. Het is daarom zeer belangrijk dat wij als jonge boeren nadenken over de kansen die samenwerken biedt.

Als ondernemer moet je keuzes maken en kijken wat bij jou past. Kijk hierbij ook naar hoe andere sectoren zich georganiseerd hebben en haal hier de goede dingen uit. Met een sterke ketenregisseur als Van Drie Group kunnen bijvoorbeeld kalverhouders door een contract hun risico’s beperken. Vrije handel is mogelijk. Ook binnen de pluimveewereld kent men contractvormen en vrije handel. Nieuwe samenwerkingsverbanden creëren lijkt mij in minder goede tijden geen slecht idee.

Door verbinding met elkaar te zoeken en bewustzijn te creëren bij de consument, zijn zij misschien bereid meer te betalen voor het door ons geproduceerde kwalitatief goede voedsel. Ik denk dat dit mooie kansen biedt voor onze sector. Samenwerken is immers verbinden.

Ronald van Leeuwen
Dagelijks bestuurder NAJK, portefeuille intensieve veehouderij

8 vragen over fosfaatrechten

Op donderdag 3 maart stuurde staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken een brief naar de Tweede Kamer over de verdere invulling van het fosfaatrechtenstelsel. Koen Bolscher, dagelijks bestuurder NAJK met de portefeuille melkveehouderij, heeft namens NAJK in de regiegroep gezeten die samen met staatssecretaris Van Dam praatte over de invulling van fosfaatrechten. Koen Bolscher geeft antwoord op 8 veelgestelde vragen:

Waarom is beperking van de fosfaatproductie noodzakelijk?

De grond- en oppervlaktewaterkwaliteit voldoet in Nederland nog niet aan de eisen die de Europese Unie hieraan stelt. Omdat fosfaat één van de factoren is die invloed heeft op de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit en de meest stabiele factor is om te meten, heeft de Europese Commissie Nederland een fosfaatproductieplafond opgelegd. Op deze manier wordt voorkomen dat er extra mestproductie in Nederland kan plaatsvinden. Door groeiende productie van mest en lagere gebruiksnormen is in de afgelopen periode een fors overschot ontstaan. Ook in 2009 is het productieplafond overschreden, de overheid heeft daarom vanaf 2010 de sector de taak gegeven om onder het fosfaatproductieplafond te blijven. Wanneer de sector dit niet deed is aangekondigd dat invoering van een rechtensysteem onvermijdelijk zou zijn. De sector heeft hierop aangegeven dit niet te kunnen. Hierdoor heeft de overheid besloten dat ingrijpen in de melkveehouderij nodig is. Het fosfaatproductieplafond is door de Europese Commissie opnieuw vastgelegd in het laatste derogatiebesluit. Het niet voldoen aan Europese regels en eisen kan ertoe leiden dat derogatie niet langer mogelijk is. Dit zal ook effect hebben op de aanvraag voor een nieuwe derogatie en de mogelijkheden als het gebruik van mineralenconcentraten, opbrengstafhankelijk bemesten en de KringloopWijzer mogen benutten in meststoffenwet. Het voldoen aan de huidige Europese regels is dus cruciaal om in de toekomst naar regels te kunnen waarin meer maatwerk per bedrijf zit. Het plafond dat wordt gehandhaafd is afgeleid van de totale fosfaatproductie van 2002.

Waarom wordt mest die geëxporteerd wordt niet van het plafond afgetrokken?

Het productieplafond ligt hoger dan de totale fosfaatplaatsingsruimte op grond in Nederland. Verwerking en export van mest van de Nederlandse mestmarkt naar het buitenland is dus noodzakelijk. Het plafond borgt de hoeveelheid productie van fosfaat uit dieren. Doordat het plafond gericht is op de productie kan het verwerkte fosfaat hier niet vanaf getrokken worden. De Europese Commissie kiest er niet voor om de druk op de Nederlandse mestmarkt en ook verwerking te laten stijgen door het plafond af te schaffen of te verhogen. Nederland zet wel in op verhoging van het plafond, maar de kans is klein dat Europa daarmee akkoord gaat. Dit komt mede doordat andere Europese landen de regels rondom bemesting, vanwege de toename in productie en slechte grond- en oppervlaktewater kwaliteit, ook aanscherpen. Wanneer het plafond in Nederland verhoogd zou worden, zou de druk op de mestmarkten in andere landen ook toenemen. Dit lost de oorzaak van het probleem niet op.

Waarom heeft NAJK ingezet op fosfaatrechten in plaats van dierrechten?

NAJK heeft gekozen voor een systeem waarbinnen ondernemerschap en verbeteren van prestaties zich loont. De toekenning van rechten gebeurt wel op basis van de zogenaamde forfaits, waarbij productie per koe en het aantal dieren leidend is. Bij de verantwoording mag een bedrijf wel gebruik maken van bedrijfsspecifieke bewijslast wanneer aangetoond kan worden dat de fosfaatproductie efficiënter is dan de forfaits. Dit betekent in de praktijk dat een fosfaatefficiënt bedrijf meer dieren kan houden dan bij de toekenning het geval was. NAJK heeft ervoor gepleit dat dit bijvoorbeeld aangetoond kan worden met de KringloopWijzer.

Hoe ziet het systeem er in hoofdlijnen uit?

Een bedrijf krijgt fosfaatrechten toegekend aan de hand van het aantal dieren met diercode 100, 101 en 102 dat aanwezig was op het bedrijf op 2 juli 2015. Eén recht is één kg fosfaat. De toekenning van het aantal rechten gebeurt op 1 januari 2017. Bij jongvee worden standaard forfaits gehanteerd. Bij melkvee zijn de forfaits afhankelijk van de melkproductie op het bedrijf. Melkveehouders mogen vanaf 1 januari 2017 niet meer fosfaat produceren dan toegekend. In 2017 wordt bekend wat het afromingspercentage wordt om Nederland weer onder het plafond te brengen. Verwacht wordt een afroming tussen 4-8%. Deze afroming is afhankelijk van het aantal dat wordt toegekend. De afroming vindt plaats op 1 januari 2018. Hierdoor zit Nederland vanaf dat moment weer onder het plafond. Na de toekenning van de rechten is er handel in fosfaatrechten mogelijk. Ondernemers kunnen er dan voor kiezen om hun productie ten opzichte van 2015 te vergroten. Bij handel en overdracht van fosfaatrechten wordt 10% van de omvang van de transactie afgeroomd door de overheid. In 2017 wordt deze afroming gebruikt om de totale fosfaatproductie te verlagen. Na 2017 wordt de afroming bij handel gebruikt om een fosfaatbank te vullen. Ondernemers kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op de rechten uit deze fosfaatbank, de precieze voorwaarden zijn nog onbekend. Er zal een kleine knelgevallenregeling komen, ook hiervoor zijn de precieze voorwaarden nog onbekend. Wel zal er plaats zijn voor grondgebonden bedrijven (waarschijnlijk worden deze voor de generieke afroming gecompenseerd) en er zal beperkte ruimte zijn voor nieuwe starters.

Wat zijn volgens NAJK de grootste knelpunten voor jonge boeren?

De 10% afroming van rechten bij overdracht geldt ook bij bedrijfsovername. Dit is een zware last tijdens de bedrijfsovername. NAJK vindt dit onacceptabel. De toekenning van rechten op een enkele datum en de oprichting van een fosfaatbank kan niet op steun van NAJK rekenen. De toekenning op een enkele datum heeft een juridische oorsprong maar de oprichting van een fosfaatbank is een politieke keuze. Binnen deze fosfaatbank is het mogelijk om structuurbeleid te voeren vanuit de overheid. Deze voorwaarden aan de uitgifte van rechten worden bepaald door de overheid. Hierdoor is de sector en de individuele ondernemer overgeleverd aan de waan van de dag van de overheid. Deze nadelen van een fosfaatbank wegen voor NAJK niet op tegen de voordelen. Binnen een fosfaatbank hebben de fosfaatrechten geen waarde, de rechten zullen ook niet verhandelbaar zijn.

De afroming en de knelgevallenregeling hebben veel met elkaar te maken. NAJK is van mening dat er zo min mogelijk knelgevallen moeten worden benoemd omdat dit leidt tot een hogere algehele afroming waardoor in de basis steeds meer knelgevallen ontstaan.

Is er uitwisseling van rechten tussen sectoren mogelijk?

Hierover is de laatste weken veel gespeculeerd. Er wordt waarschijnlijk in de wet een mogelijkheid ingebouwd om per algemene maatregel van bestuur (AMvB) besluit door de overheid een beperkte overheveling van rechten mogelijk te maken. Bijvoorbeeld gemengde bedrijven die varkensrechten om kunnen zetten naar fosfaatrechten voor extra koeien. Hierover is echter nog geen duidelijkheid. NAJK is van mening dat overheveling niet mogelijk moet zijn, met name vanuit de jonge varkenshouders. Ook voor de melkveehouders is overheveling niet meteen een kans voor de sector. Momenteel lijkt dit een gemakkelijke optie om de problematiek rondom fosfaat voor de melkveehouderij op te kunnen lossen maar er is geen goede inschatting welke effecten deze mogelijkheid zou hebben op de andere plafonds waar de melkveehouderij mee te maken heeft. Ammoniak, methaan, broeikasgassen, energie en biodiversiteit zijn bijvoorbeeld allemaal dossiers waarin de melkveehouderij de gestelde doelen nog niet behaalt. Uitbreiding van de melkveehouderij door inwisseling van varkens zou een extra achterstand betekenen in deze dossiers. Immers varkens hebben op deze dossiers een lagere uitstoot per kg fosfaat dan melkvee.

Is na invoering van fosfaatrechten een volgende derogatie veiliggesteld?

NAJK heeft samen met andere partijen de derogatie voorwaarde stellend gemaakt voor de invoering van fosfaatrechten. Daarbij pleiten we gezamenlijk voor een verdere verbreding binnen de derogatie: onder ander gebruik van mineralenconcentraten, afrekenen en bemesten op basis van bedrijfsspecifieke getallen en meer gewassen derogatie.

Wanneer is er duidelijkheid over de precieze invulling van de details?

NAJK levert op dit moment input bij het schrijven van de wetsteksten. Deze teksten, met op veel fronten nadere uitwerking van de brief van 3 maart, zijn de basis voor de verdere politieke behandeling. Deze voorstellen moeten eerst aangeboden worden aan de Raad van State voor advies. Dit proces kan drie maanden duren. Na het advies van de Raad van State wordt het wetsvoorstel aangeboden aan de Tweede Kamer en later aan de Eerste Kamer. De behandeling in de Tweede Kamer zal naar verwachting plaatsvinden na het zomerreces.

NAJK is geen voorstander van productiebeperking of rechtensystemen. Gezien de situatie is ingrijpen door de overheid onvermijdelijk geworden. Binnen de huidige voorstellen moet er nog gewerkt worden aan betere oplossingen. NAJK zal zich daar zoveel mogelijk gezamenlijk met andere sectorpartijen voor inzetten. Bijvoorbeeld als het gaat over de afroming bij overdracht, in- en uitscharen van vee, ondernemers die incidenteel op 2 juli minder dieren hadden en natuurlijk jonge ondernemers die het bedrijf verder willen ontwikkelen. Met name voor deze ondernemers is de invoering van dit systeem op dit moment moeilijk in te passen in de bedrijfsvoering. Deze overheidsingrijpen zorgen er helaas opnieuw voor dat de kostprijs op veel bedrijven zal stijgen en waardoor jonge ondernemers een extra stap moeten zetten bij bedrijfsontwikkeling en bedrijfsovername. Er wacht nog een lange behandeling in de Nederlandse politiek waarbij de discussies waarschijnlijk veel breder gevoerd zullen worden dan alleen fosfaatrechten. NAJK zet zich in om te voorkomen dat de Nederlandse melkveehouderij nog verder op achterstand komt door een verkeerde invulling van de details.

Kom in de Kas groot succes

Op 2 en 3 april vond voor de 39e keer het grootste publieksevenement Kom in de Kas plaats, een initiatief van de Nederlandse glastuinbouw. Bijna 200 enthousiaste glastuinbouwers verspreid over Nederland openden de deuren van het bedrijf voor geïnteresseerde consumenten. Maar liefst 205.000 mensen brachten een bezoek aan een kas.

Veel enthousiaste ondernemers en medewerkers organiseerden activiteiten in hun kas om de bezoekers kennis te laten maken met de gang van zaken in de glastuinbouw. Er konden vragen gesteld worden aan de kweker en de producten konden geproefd worden. Ook voor kinderen waren er leuke activiteiten: met springkussens, schmink en speurtochten vermaakte de jongste zich ook.

In alle opengestelde kassen heerste een vrolijke en gezellige sfeer. Het mooie lenteweer zorgde ervoor dat veel bezoekers op pad gingen, een bezoekje aan de kas kon dan niet ontbreken. Al met al kan er teruggekeken worden op een zeer geslaagd weekend.

Innovatiefonds beloont jouw vernieuwend idee!

Zit jij vol vernieuwende ideeën of heb jij iets nieuws bedacht op jouw bedrijf? En is het iets dat ook door andere ondernemers opgepakt kan worden? Dan komt jouw innovatie misschien wel in aanmerking voor een beloning tot € 5.000 uit het ‘Innovatiefonds voor telers’. Stuur jouw innovatie in voor 15 mei op www.innovatiefondsvoortelers.nl.

Het Innovatiefonds voor telers stimuleert innovatie bij agrarische ondernemers in akkerbouw en tuinbouw. Deze ondernemers maken kans op een financiële beloning voor vernieuwende ideeën op het boerenerf. Het Innovatiefonds is een sectorinitiatief vanuit NAJK met meerdere samenwerkende partners die nauw betrokken zijn bij de agrarische sector. De partners zijn Abemec, Agrico, Agrifirm Plant, BASF, Bayer CropScience, KWOOT en OCI Agro. Het Innovatiefonds is een doorstart van het ‘Wim Luijkx Innovatiefonds’ dat in 2009 door Agrifirm is opgericht en al verschillende ideeën heeft opgeleverd.

Creativiteit op het boerenerf

De Nederlandse agrarische sector onderscheidt zich door hoog opgeleide ondernemers. Akkerbouwers en tuinders zijn creatief in het bedenken van praktische oplossingen. Het Innovatiefonds wil telers stimuleren om deze expertise ook met anderen te delen. Iedere teler die een goed idee heeft ontwikkeld, kan in aanmerking komen voor een stimuleringsprijs. Die kan oplopen tot € 5.000. Met deze beloning kunnen boeren hun ingestuurde idee verder uitvoeren of perfectioneren.

Mogelijkheden benutten

Inmiddels zijn al vele innovaties beloond. Zo ontving Jan Reinier de Jong dit jaar een mooi bedrag voor zijn initiatief ‘Energieopslag op het Boerenbedrijf’. De via zonnecollectoren gewonnen energie bewaart hij sinds eind 2015 in een meters grote accu. De ondernemer uit Odoorn is zijn vernieuwende idee momenteel aan het doorontwikkelen.

Maak ook kans op € 5.000,-

Heb jij een vernieuwend idee en ben je bereid om dat verder uit te voeren? Meld jouw innovatie dan voor 15 mei 2016 aan op www.innovatiefondsvoortelers.nl. Een vakjury beoordeelt de ingezonden innovaties. Zien zij potentie in jouw innovatieve concept, product of dienst, dan wordt de beloning toegekend.

NAJK neemt sectorinitiatief Innovatiefonds over

Sinds begin 2016 heeft NAJK het initiatief voor het Innovatiefonds voor telers overgenomen. Met het Innovatiefonds wil NAJK met de partners, Abemec, Agrico, Agrifirm Plant, BASF, Bayer CropScience, KWOOT en OCI Agro, agrarische ondernemers in de akkerbouw en tuinbouw stimuleren om te innoveren en hun expertise te delen.

Het Innovatiefonds voor telers stimuleert innovatie bij agrarische ondernemers in akkerbouw en tuinbouw. Deze ondernemers maken kans op een financiële beloning voor hun vernieuwende ideeën op het boerenerf. Het Innovatiefonds is een sectorinitiatief vanuit NAJK met meerdere samenwerkende partners die nauw betrokken zijn bij de agrarische sector. De partners zijn Abemec, Agrico, Agrifirm Plant, BASF, Bayer CropScience, KWOOT en OCI Agro.

De Nederlandse agrarische sector heeft een sterke positie op de wereldmarkt. Om deze koppositie vast te houden zijn innovaties belangrijk. “Nederland heeft creatieve akkerbouwers en tuinders die goed zijn in het bedenken van praktische oplossingen”, aldus NAJK-voorzitter Eric Pelleboer. “Met het Innovatiefonds wil NAJK en de partners van Innovatiefonds, telers stimuleren om deze expertise ook met anderen te delen.” Iedere teler die een goed idee heeft ontwikkeld, kan in aanmerking komen voor een stimuleringsprijs die kan oplopen tot € 5.000. Met deze beloning kunnen boeren hun ingestuurde idee verder uitvoeren of perfectioneren. Het Innovatiefonds is een doorstart van het ‘Wim Luijkx Innovatiefonds’ dat in 2009 door Agrifirm is opgericht en al verschillende ideeën heeft opgeleverd.

Maak ook kans op € 5.000,-

Zit jij vol vernieuwende ideeën of heb jij iets nieuws bedacht op jouw bedrijf? En is het iets dat ook door andere ondernemers opgepakt kan worden? Dan komt jouw innovatie misschien wel in aanmerking voor een beloning tot € 5.000 uit het ‘Innovatiefonds voor telers’. Meld jouw innovatie dan voor 15 mei 2016 aan op www.innovatiefondsvoortelers.nl. Een vakjury beoordeelt de ingezonden innovaties. De beste innovatieve concepten, producten of diensten maken kans op een beloning.

Kom in de Kas op 2 en 3 april

Heb jij je wel eens afgevraagd waar al die mooie bloemen vandaan komen, tropische planten zien groeien in Nederland of gezien hoe cocktail tomaatje worden gemaakt? Nee? Dan ben je waarschijnlijk nog nooit in een kas geweest. Op zaterdag 2 en zondag 3 april 2016 kunnen consumenten en burgers weer kennis maken met de Nederlandse glastuinbouw tijdens ‘Kom in de Kas’.

Voor de 39e keer wordt dit grootste publieksevenement van de Nederlandse glastuinbouw georganiseerd. Ruim 200 glastuinders zetten hun deuren open en laten zien dat de tuinbouw één van de meest innovatieve en duurzame sectoren van Nederland is. Kom in de Kas wordt mede mogelijk gemaakt door GroentenFruit Huis, Bayer CropScience, Royal FloraHolland, Interpolis en Rabobank.

Kijk op www.komindekas.nl welke kassen bij jou in de buurt open zijn en volg Kom in de Kas op Facebook en Twitter. De toegang is gratis.

GGO: kans of bedreiging?

De laatste tijd staat de discussie over het toestaan van genetisch gemodificeerde teelten steeds meer in de belangstelling. GG-teelt is een breed begrip. Het komt erop neer dat er op een versnelde manier aanpassingen in het genoom van een plant worden gedaan om een gewenst resultaat te bereiken. Dit gaat veel sneller dan via klassieke veredeling. Daarnaast kunnen eigenschappen van het ene naar het andere organisme overgezet worden. De ontwikkelingen op GGO-gebied gaan erg snel. Er bestaan vele technieken om gewenste eigenschappen versneld in een plant aan te brengen.

Onlangs heeft de Tweede Kamer gevraagd om een nationaal afwegingskader voor GG-teelten op te stellen. Hierbij gaat het om de vraag of de in Europa toegelaten GG-gewassen ook in Nederland toegelaten mogen worden. Oftewel: kan Nederland de in Europa toegelaten GG-gewassen weigeren? In Europa worden GG-teelten getoetst aan de hand van milieu- en veiligheidseisen. Zo is er op dit moment een GM-maïsras in Europa, en dus in Nederland, toegelaten. Het Nederlands afwegingskader gaat vooral over ethische en maatschappelijke criteria. Al snel kom je dan in de discussie hoe de landbouw er in Nederland uit moet zien. De angst is dat er grote monoculturen ontstaan. Aangezien we al met regelgeving op het gebied van gewasdiversificatie te maken hebben, denk ik niet dat dit het gevolg van GG-teelten is. Belangrijker is te bedenken met welk doel je GG-teelt in wilt zetten. Denk aan ziekteresistentie, opbrengstverhoging of kwaliteitverbetering, maar niet herbicideresistentie. De vraag is: biedt het echt kansen voor de teler of zijn de grote multinationals de winnaars? Een brede toegang tot uitgangsmateriaal is en blijft erg belangrijk. Hierin moeten we niet in een afhankelijke positie van die bedrijven terechtkomen. De valkuil is dat je hier pas achter komt als je er eenmaal aan begint.

NAJK gaat de komende maanden zich beraden over de GGO-discussie. Moeten en kunnen wij hier een visie over hebben? Tot nu toe is deze er niet. Partijen die ons hiernaar vragen, kunnen we momenteel geen pasklaar antwoord geven. Ik moedig NAJK-leden aan over GGO na te denken.

Doeko van ’t Westeinde
Dagelijks bestuur NAJK, portefeuille akkerbouw

Het bestuur van… AJK Eemland

Met de doorstart van AJK Noord-Oost Utrecht is afgelopen jaar AJK Eemland ontstaan. Niet alleen een naamwisseling maar ook een vernieuwd bestuur gaat deze AJK weer op de kaart zetten. Voorzitter Gerwout Netjes (26 jaar) en penningmeester Niels Breij (24 jaar) zijn onderdeel van dit nieuwe bestuur. Naast hun bestuurswerk is Gerwout, met zijn hbo-diploma Dier- en veehouderij op zak, volledig thuis werkzaam. Niels is bezig aan het laatste jaar van zijn studie Dier- en veehouderij in Dronten, hiernaast is hij thuis werkzaam op het ouderlijk bedrijf. Aan hen de uitdaging om AJK Eemland te laten groeien.

Hoe is AJK Eemland ontstaan?

“Het oude bestuur van AJK Noord-Oost Utrecht wilde graag een doorstart maken en vroegen ons om aan te schuiven in het bestuur. Het is voor ons een uitdaging om jonge agrariërs informatieve en gezellige avonden aan te bieden zodat de jongeren in deze regio met elkaar in contact komen. Momenteel heeft onze AJK ongeveer 60 leden uit de plaatsen Amersfoort, Baarn, Bunschoten-Spakenburg, Eemnes, Hoogland en Soest.”

Wat zijn de voordelen van het bestuurswerk?

“Het bestuurswerk geeft de mogelijkheid om in contact te komen met alle agrarische jongeren uit onze eigen regio. Het is extra leuk als er een goede opkomst bij bijeenkomsten is. Tijdens ons bestuurswerk leggen we ook veel nieuwe contacten met bedrijven. Het vergroot ons netwerk en onze eigen kennis.”

Wat heeft AJK Eemland haar leden te bieden?

“Het doel van AJK Eemland is om de agrarische jongeren binnen onze regio met elkaar in contact te brengen. Daarbij staat kennis en gezelligheid voorop. Wij proberen vooral onze leden een passend programma te bieden, voor ieder wat wils. Jaarlijks behandelen we uiteenlopende thema’s tijdens vier á vijf AJK-avonden. Daarbij brengen we theorie en praktijk bij elkaar door middel van korte presentaties en bijvoorbeeld een rondleiding. Binnenkort houden we een avond met als thema: diergezondheid. Ook organiseren we jaarlijks een excursie met een bedrijfsbezoek en afsluitend een leuke activiteit. Zo staat er een excursie naar veevoederbedrijf Denkavit gepland.”

Wat hopen jullie in de toekomst te bereiken?

“We hopen de komende jaren nog meer agrarische jongeren te mogen ontvangen zodat het ledenaantal verder groeit. Verder hopen we nieuwe actieve bestuurders te krijgen zodat het bestuurswerk gecontinueerd blijft. Onze kerntaak als bestuur blijft het organiseren van interessante en gezellige bijeenkomsten. AJK Eemland moet in de toekomst een begrip zijn voor de agrarische jongeren binnen onze regio!”

Wat zijn tot nu toe de hoogtepunten voor AJK Eemland?

“Ons eerste hoogtepunt was de allereerste avond die we als AJK Eemland organiseerden. We mochten 25 nieuwe leden verwelkomen en er waren totaal ruim 35 jongeren aanwezig. Ook de volgende avonden waren wat ons betreft een groot succes, met altijd een opkomst van rond de dertig leden. Dit werkt motiverend op ons als bestuursleden.”