Een stukje aanbouwen | Kees van Vuuren

Al lopend door de bouwput beeld ik me in hoe straks de nieuwe stal eruit komt te zien. Het is de bedoeling dat er een ‘stukje’ aan de stal gebouwd wordt. Met deze insteek is mijn baas in IJsland, Arnar, destijds de gesprekken aangegaan voor het verkrijgen van de vergunning. Toen Arnar de bouwtekening op tafel legde klonk er een hard gelach aan de andere kant van de tafel. Op de tekening is namelijk te zien dat er niet een stukje wordt aangebouwd. De nieuwe stal wordt ongeveer vier keer groter en zal over de huidige stal heen gebouwd worden. Desondanks was een bouwvergunning snel binnen.

In Nederland kan het verkrijgen van zo’n vergunning bij nieuwbouwplannen een langdurig proces zijn. Ook mijn ouders weten hier alles van. Twaalf jaar geleden lieten zij een nieuw bedrijf bouwen. Het resultaat mag er zijn, een prachtig modern bedrijf. De weg ernaartoe was echter lang en vermoeiend. Voornamelijk het vergunningstraject verliep moeizaam. Mede door de tegenwerking vanuit de buurt liet de bouwvergunning drie jaar op zich wachten. ‘Wat moet een boer met een stal van 100 meter lang?’ en ‘Hij heeft een caravanstalling voor wel 1000 caravans!’ klonk het vanuit de buurt. Ik kan me de bezwaren wel voorstellen. Een vreemde boer met grootse plannen, dat zet de buurt op zijn kop. Uiteindelijk is de stal slechts 85 meter geworden en de caravanstalling is er nooit gekomen.

Inmiddels is de rust in de buurt wedergekeerd en kunnen we erg goed opschieten met onze buren. Achteraf bleek dat de bezwaren vooral waren gebaseerd op onwetendheid en angst voor wat er komen gaat. Een les die we hiervan geleerd hebben, is dat het erg belangrijk is om de buurt vanaf het eerste moment te betrekken bij de nieuwbouwplannen. Organiseer bijvoorbeeld een inloopavond en presenteer daar jouw plannen. Laat de buren meedenken, luister naar de bezwaren en toon begrip. Op die manier creëer je draagvlak voor jouw plannen en verklein je de kans op bezwaren vanuit de buurt.

 

Op welke manier vertel jij jouw buren dat je een stukje aan je stal gaat bouwen?

De mogelijkheden en valkuilen van de PAS

Op 1 juli 2015 is, na vele jaren, de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden. De PAS bestaat enerzijds uit een pakket van maatregelen die de stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden verminderen. Anderzijds geeft het bedrijven mogelijkheden om de ammoniakuitstoot van hun bedrijf te laten stijgen.

In veel gevallen biedt de PAS een oplossing aan ondernemers die eerder voor hun, vaak al gerealiseerde,  uitbreiding geen Natuurbeschermingswetvergunning konden krijgen. Met de PAS wordt niet meer uitgegaan van een situatie van een milieuvergunning uit het verre verleden (7 december 2004), maar van de hoogste, feitelijk gehouden veebezetting in de periode van 2012 tot 2014. Hiermee zijn veel problemen opgelost en kunnen uitbreidingen van de afgelopen tien jaar gelegaliseerd worden.

Deskundigen hebben echter hun twijfels bij de juridische houdbaarheid van de PAS. Met name het ontbreken van een duidelijke relatie tussen de maatregelen ter vermindering van de stikstofbelasting en de uitbreiding van activiteiten met een toename ervan wordt gezien als een groot risico bij gerechtelijke procedures. In het verleden heeft de Bestuursrechter al diverse regelingen met een soort van stikstofbank als salderingsinstrument naar de prullenbak verwezen omdat deze in strijd waren met de Habitatrichtlijn.

Wanneer dit ook nu weer gebeurt, heeft dit enorme gevolgen voor ondernemers én overheden. Voor ondernemers betekent dit dat hun plannen mogelijk niet door kunnen gaan. Overheden kunnen zich niet langer meer baseren op de PAS bij het nemen van besluiten en zullen mogelijk vergunningen gaan weigeren. De overheid is echter ook een ‘stikstof-vragende’-partij waar het gaat om aanleg van wegen, bouw van nieuwe woonwijken en van onder andere elektriciteitscentrales. De rijksoverheid zit dus in hetzelfde schuitje als ondernemend Nederland wanneer de PAS sneuvelt. Hierdoor zal zij goed haar best doen om haar beleid overeind te houden.

Wat kunnen we hiermee als ondernemer?

Het belangrijkste is dat we moeten zorgen dat er zo snel mogelijk vergunningen worden afgegeven. Als een vergunning verleend is en er geen bezwaren tegen zijn ingediend, dan is deze onherroepelijk. Als de Raad van State vervolgens de PAS gedeeltelijk vernietigt, dan heeft dat geen gevolgen voor die vergunning. Het is dus raadzaam om een Natuurbeschermingswetvergunning aan te vragen, mocht je dat nog niet gedaan hebben. Daarmee stel je je rechten veilig; niet alleen je rechten op een uitbreiding maar ook je rechten om je huidige bedrijfsomvang te kunnen voortzetten.

Van varkens naar tuinen

Tekst en beeld: Colinda van Ekris

Bij gebrek aan opvolging van het agrarisch bedrijf ontstaan er in de loop van de jaren steeds meer ‘vrijkomende agrarische bebouwingen’. Martijn de Groot uit Volkel besloot het voormalig varkensbedrijf van zijn ouders niet aan het lot over te laten. Na een vergunningstraject van vijf jaar heeft het bedrijf een nieuwe functie erbij gekregen: een inspiratiebron voor tuinen.

Dat het hoveniersbedrijf van Martijn voorheen een varkensbedrijf was, is enkel aan de overgebleven omgebouwde stallen te zien. De overige ruimte rondom het bedrijf is omgetoverd tot showroom waar Martijn zijn klanten ontvangt.

Familiebedrijf

Al 60 jaar lang is het bedrijf in handen van familie De Groot. Destijds als gemengd bedrijf met een kersenboomgaard, koeien, mestkuikens en parelhoenders. Martijn: “Toen mijn vader het bedrijf overnam besloot hij enkel de mestkuikens te behouden en startte hij met varkens.” Het bedrijf groeide door tot een professionele varkenshouderij met ruim 300 zeugen, wel in een extensiveringsgebied. Om verder te mogen groeien zou het varkensbedrijf verplaatst worden naar een landbouwontwikkelingsgebied. Van jongs af aan had Martijn de ambitie om ondernemer te worden. Het agrarisch bedrijf voortzetten was voor hem geen optie, zijn hart ligt bij het buitenleven. “Tijdens het derde jaar van mijn mbo-opleiding functionaris hovenier besloot ik voor mijzelf te beginnen.” Martijn startte met groenwerkzaamheden en eenvoudige tuinen. Zijn materiaal kon hij in een oude schuur stallen, bij zijn vader op het varkensbedrijf. “Mijn hoveniersactiviteiten zijn altijd gedoogd, met de groei van het bedrijf was er meer ruimte nodig.”

Legaliseren

Met het overlijden van Martijn zijn broer was er van bedrijfsopvolging geen sprake meer. “De drive om, met de varkenshouderij, te groeien was er niet meer en mijn bedrijf groeide door”, vertelt Martijn. “Het werd tijd om het hoveniersbedrijf te legaliseren.” Samen met een adviseur startte familie De Groot een traject om de agrarische bestemming om te zetten naar bedrijfsbestemming. Een varkensbedrijf omzetten naar een hoveniersbedrijf is in Martijns ogen alleen maar win-win. “Er verdwijnt een intensief bedrijf en wij brengen er iets groens voor terug.” Het bedrijf ligt maatschappelijk gezien niet onder een vergrootglas. De omzetting hoefde daarom niet veel voor te stellen. Dat het traject uiteindelijk vijf jaar zou duren had Martijn niet verwacht.

Agrarisch of industrie?

“De eerste drie jaar hebben we het vergunningstraject op zijn beloop gelaten. De omgeving en gemeente wisten van onze plannen, we wachtten af”, vertelt Martijn. Een aantal praktische zaken hield het project tegen: “Ambtenaren hadden geen beeld van de bedrijvigheid van een hoveniersbedrijf. We moesten het doen met de bestaande bebouwing en mochten geen buitenopslag. Ook begrepen ze niet waarom we een ontvangst- en kantoorruimte nodig hadden.” Volgens de wetgeving kan een hoveniersbedrijf in een agrarische omgeving zitten maar ook op een industrieterrein. “Wij werken met machines maar ook met bomen en planten. Om verval te voorkomen en gezien de groenwerkzaamheden was de gemeente ervan overtuigd dat een hoveniersbedrijf niet op een industrieterrein thuishoort.” De zorg van De Groot Hoveniers stopt niet bij de erfgrens: ze ruimen blad voor de hele straat en zorgen dat de omgeving er verzorgd uitziet door middel van een landschapspark. Martijn: “Wij maken de buurtschap een stukje mooier.”

Compromis

Uiteindelijk kwamen er ook uit de omgeving vragen en onenigheid. “Er moest voor ons en voor de omgeving duidelijkheid komen. In een bemiddelingsgesprek tussen de buurt en de gemeente hebben we duidelijke afspraken gemaakt. We zijn met hen tot een compromis gekomen.” Om het project te kunnen afsluiten heeft De Groot Hoveniers een aantal opofferingen moeten doen: “Met de buren hebben we afgesproken één oprit alleen privé te gebruiken om overlast te voorkomen. Daarnaast zijn we minder dieren gaan houden om te voldoen aan de juiste norm. Verder hebben we alle schuren in de bestaande bebouwing kunnen bouwen zodat daar geen nieuwe vergunningen voor nodig waren. Enkel voor de parkeerruimte voor het personeel hadden we uitbreiding van bouwblok nodig.” Voor een ontvangst- en kantoorruimte kreeg Martijn geen toestemming. Hiervoor hebben zij één van de twee woondelen op moeten offeren. De meeste tijd heeft gezeten in het contact om het project op gang te houden. “Omdat er weinig weerstand vanuit de maatschappij was, had ons vergunningstraject geen prioriteit bij de gemeente. Het traject kon veel sneller, maar bleef vaak liggen totdat ik er weer achteraan belde”, aldus Martijn. Mondeling was het door de wethouder toegezegd. “We stonden vier jaar stil, maar besloten om niet meer te gaan wachten. We startten met het ombouwen van schuren.”

Het was voor De Groot Hoveniers makkelijker geweest zich te vestigen op een industrieterrein. Martijn: “Ik ben blij dat we dat niet gedaan hebben. Het hoveniersbedrijf past mooi in dit gebied en we zijn gehecht aan de locatie. We zijn al 60 jaar agrarisch ondernemer, dat zetten wij voort alleen op een andere manier. Dat maakt ons werk een stuk persoonlijker.”

Jonge boeren en tuinders over… vergunningstrajecten

FreshlightAgri: luchtkwaliteit verbeteren

Na gunstige ervaringen in de humane sector, zette FreshlightAgri in 2014 de stap naar de agrarische sector. FreshlightAgri ontwikkelt, produceert en levert producten die de luchtkwaliteit verbeteren. Als enige ter wereld combineert FreshlightAgri ionisatie en fullspectrum daglicht in een handzaam product: een lamp.

Door de innovatieve technieken van FreshlightAgri is het voor de agrarische sector mogelijk in te spelen op actuele aandachtspunten zoals vermindering van (fijn)stof, geur en ammoniak en verlaging van het energieverbruik.

Producten

De producten van FreshlightAgri zijn ontwikkeld als lampen en passen in bestaande E27 fittingen of TL-armaturen. De lampen van FreshlightAgri zijn voorzien van LED-techniek en daardoor zeer energiezuinig. Deze producten zijn bij alle diersoorten en in de tuinbouw toepasbaar. Aan de ionisatie van FreshlightAgri is per 1 januari 2016 voor alle diersoorten 30 punten toegekend in de Maatlaat Duurzame Veehouderij. Hierdoor kunnen jonge boeren en tuinders gebruik van de MIA- en VAMIL-regeling.

Stalklimaat verbeteren

Ionisatie verbetert het stalklimaat door vermindering van (fijn)stof, geur, ammoniak en pathogenen, onder andere bacteriën en virussen. Hierdoor vermindert het risico op gezondheidsproblemen. Bij ionisatie worden negatieve ionen verspreid. Deze zorgen voor neutralisatie van de stofdeeltjes die vervolgens neerslaan op de positief geladen vloer. Het verbeterde stalklimaat is prettig voor dier én mens. Door vermindering van ziektekiemen ontstaat een lagere infectiedruk waardoor het risico op het aanslaan van een infectie verkleind wordt.

Natuurlijk zonlicht

Fullspectrum daglicht staat vrijwel gelijk aan natuurlijk zonlicht. Buitenlevende dieren ervaren de voordelen van natuurlijk zonlicht. Door fullspectrum daglicht in de stal toe te passen, realiseer je een positieve invloed op het gedrag van dieren, de aanmaak van vitamine D3 en de hormoonhuishouding.

Maatwerk

Bij FreshlightAgri is het mogelijk uitsluitend te kiezen voor ionisatie en zo te zorgen voor een fris en gezond stalklimaat. De lampen met ionisatie zijn verkrijgbaar in diverse uitvoeringen, variërend in een productie aan ionen van 40 tot 500 ionen per seconde. Voor elke situatie kan een passende configuratie geïnstalleerd worden. De ionisatie kan ook gecombineerd worden met fullspectrum verlichting, leverbaar in goed dimbare uitvoeringen. FreshlightAgri adviseert jonge boeren en tuinders goed af te wegen op welk gebied en in welke mate verbetering gewenst is en vervolgens samen te komen tot een op maat geleverde installatie.

Wie zitten er aan jouw tekentafel?

Als je bouw- of investeringsplannen hebt, krijg je te maken met een stortvloed aan keuzes. Denk aan bouwvoorbereiding, vergunningen, welzijnswetten, bouwmaterialen en financiering. Interpolis geeft je graag advies voor een slim, veilig en toekomstbestendig bouwtraject.

Ga met de juiste partijen in gesprek

Als je gaat bouwen of verbouwen, wil je blindelings kunnen vertrouwen op de kennis van partijen waar je mee samenwerkt. Regelgeving over veilig bouwen staat in het bouwbesluit en in de kassenbouwnorm NEN 3859. Daarnaast zijn er kwaliteitsnormen voor installaties. Het is verstandig, ook tijdens de bouw, hier kritisch naar te blijven kijken.

Wat zijn de gevolgen van de aanpassing van één van de onderdelen in je bedrijf? Betekent dat nog iets voor bijvoorbeeld je installaties, leidingen of voedingsunit? Ons advies: haal de juiste kennis in huis en maak gebruik van gecertificeerde bedrijven.

Zorg voor een veilige omgeving

Je moet er niet aan denken dat er ongelukken gebeuren op de bouwplaats. Wat kan je doen om dit te voorkomen? Overleg over de veiligheid met de partijen waar je mee samenwerkt. Laat je medewerkers ook meedenken. Dat helpt bij het bewustzijn van veilig werken en zo ben je samen alert op de veiligheid. Veiligheid voor je medewerkers, je dieren of plantmaterialen en uiteraard voor jezelf! Want tijdens de verbouwing blijft ‘de winkel’ gewoon open.

Zijn jouw bouwplannen toekomstbestendig?

Als de bouw of installatie afgerond is, wil je graag verder met ondernemen. Zonder uitval van apparatuur. Plan daarom onderhoud van je apparatuur, maar ook van je gebouwen, als onderdeel van je werkzaamheden. Hiermee verklein je de kans op uitval.

Interpolis adviseert graag over de bouw van jouw kas of gebouw

Twijfel je over materialen of constructie? Wil je je bouwplannen voor de bouw laten controleren? Neem dan contact op met je verzekeringsadviseur. Hij kan je in contact brengen met een technisch specialist van Interpolis die je bouwplannen op constructie en brandveiligheid controleert. Dit gratis advies kan de kwaliteit van jouw kas, stal of inrichting aanzienlijk verhogen!

Concept denken – voor een optimaal bedrijfsresultaat

Tekst: Neline Both

De tijd van grote stappen in de melkveehouderij lijkt voorbij. Zeker met de huidige prijzen en de onzekere beleidsstappen wordt groeien voor melkveehouders lastig. Toch zal elke ondernemer bezig willen en moeten blijven met het optimaliseren van zijn bedrijf. Waar liggen de verbeterpunten en welke opties zijn significante toevoegingen voor jouw bedrijf? Hoe kan jij de productie en het welzijn van jouw melkvee vergroten zonder grote ingrijpende investeringen?

NAJK ging hierover in gesprek met Willem Woudstra van DeLaval. Woudstra is Solution Manager, in de Benelux, en is expert op het gebied van koecomfort.

Concept denken

Gezonde koeien die in een comfortabele omgeving gehuisvest zijn, produceren meer melk. Ze hebben over het algemeen een langer productief leven. Als één van de aspecten in de stal niet op orde is zal dit direct tot een negatief resultaat leiden, terwijl het verbeteren van één aspect niet direct tot een positief resultaat hoeft te leiden. Woudstra: “Dit betekent dat huisvesting in álle opzichten optimaal moet zijn om als veehouder winst te realiseren”, aldus Willem Woudstra.

Blauwe stal concept?!

Het totale plaatje van koecomfort en koewelzijn in huisvesting heeft DeLaval samengevoegd in het ‘Blauwe stal concept’. Dit ‘Blauwe stal concept’ heeft de optimale huisvesting opgesplitst in de zes aspecten: koeverzorging, boxbedekking, loopoppervlakken, licht- en ventilatiesystemen, drinkwatersystemen en voerverstrekking. Door deze zes facetten te optimaliseren zal volgens DeLaval maximaal koecomfort ontstaan. Woudstra: “Je kunt wel een hele goede, moderne melkstal hebben, maar als je ligboxen niet op orde zijn zal je productie lager blijven”. Het optimaliseren van comfort voor koeien leidt niet direct tot een hogere melkproductie. De melkgift per koe, per levensdag verhoogt wel”. Daarnaast zorgt het ervoor dat de tussenkalftijd verkort en de levensduur verlengd wordt.

Het is van belang om de positieve elementen van de natuurlijke omgeving van de koe zo goed mogelijk na te bootsen. In de natuurlijke omgeving loopt de koe bijvoorbeeld op een zachte ondergrond, “Een koe is niet gemaakt om 24 uur per dag op een betonnen vloer te lopen”, aldus Woudstra. “Looprubber werd vroeger als een luxe gezien, maar de verbetering van het loopoppervlak blijkt van belang voor klauwgezondheid.”

Nieuwbouw of verbouw?

Het voordeel van het ‘Blauwe stal concept’ is dat dit toepasbaar is in zowel nieuw te bouwen stallen als in bestaande stallen. Door kleine investeringen te doen kunnen relatief eenvoudig aanpassingen gedaan worden in een bestaande stal. Plaatsing van een flexibele koeborstel bijvoorbeeld. Toch nieuwbouwplannen? Bij het ontwerp van de stal kan aan alle zes elementen gewerkt worden.

Check eigen stal

Hoe staat het ervoor? Door middel van de Koecomfort-scan van DeLaval kun jij samen met een vertegenwoordiger op zoek naar verbeteringen in de stal. Je krijgt goede adviezen om nog meer koecomfort te integreren in de stal.

Jonge boeren

Juist voor jonge boeren is het een kans om zo vanaf het begin goed te starten. “Het ‘Blauwe stal concept’ helpt om een duurzame veestapel op te bouwen. Juist in deze tijd is het belangrijk om zo efficiënt mogelijk bezig te zijn”, aldus Woudstra. De druk wordt steeds groter. “De enige manier om daar tegenwoordig tegenwicht aan te bieden is door duurzaam te boeren en dus een goed koecomfort te realiseren.”

IMG_7557 IMG_7450 IMG_0118 IMG_0117

Met plezier een nieuwe vergunning aanvragen

Weinig ondernemers vragen met plezier een nieuwe vergunning aan. De locatie en de groeimogelijkheden ter plekke zijn voor vrijwel elke ondernemer in de land- en tuinbouw belangrijk. Maar in tijden van lage prijzen voor melk, vlees, groente, bloemen, fruit of eieren denkt niet iedereen aan groeien. Toch houd ik hier een pleidooi om wel aan de slag te gaan met het voorbereiden van groeistappen, juist nu.

Vergunningstrajecten vragen tijd. Procedures, overleggen en nadenken kosten tijd. Het duurt zeker vele maanden, en soms zelfs jaren voordat alles geregeld is voor een vervolgstap. Overleg met de omgeving, grootte van het bouwblok, NB-wetvergunning, toetsing emissies ammoniak, geur- en fijnstof vragen allemaal tijd. En het duurt gewoon lang voordat je helder hebt wat je precies wilt en wat daarvoor nodig is. Vooral aanpassing van het bouwblok aan toekomstplannen kan heel goed vooraf, voordat alles tot in detail helder is. En ook het informeren van of overleggen met bewoners in de omgeving over (vage) toekomstplannen is juist heel nuttig op het moment dat de tijdsdruk er nog niet is.

Bij Flynth adviseurs en accountants werken we samen met Rombou (dochterbedrijf) waarin alle kennis voor vergunningen en bedrijfsontwikkeling gebundeld is. Onderdeel van de verkenning is ook de financiële kant. Probeer zicht te krijgen op de financiële randvoorwaarden bij een ontwikkelstap. Wij kennen voorbeelden waarbij de plannen voor nieuwbouw helemaal klaar waren (2 jaar denken, plannen maken en vergunningen rondkrijgen), voordat de ondernemer met de financiën aan de slag ging. De boodschap kwam wel heel hard aan toen bleek dat zijn plannen absoluut niet te financieren waren. Bovendien zijn de fiscale faciliteiten en subsidiemogelijkheden belangrijk.

Als ondernemer kun je zelf veel doen. Rondvragen naar bestaande en te verwachten mogelijkheden is zeker nuttig. Samenwerken met ervaren deskundigen maakt de kans op succes groter. Als laatste kun je ook al nadenken over het hele proces: wil je zelf de regie of besteed je dat uit? Onze ervaring is dat projecten snel uit de bocht vliegen als vooraf niet alles goed doordacht is.

Is het plezierig om een vergunning aan te vragen? Dat misschien niet, maar het geeft wel energie als het lukt en je met een volgende stap in je bedrijf aan de slag kunt.

Jan Breembroek, vakdirecteur Agro advies bij Flynth adviseurs en accountants

Flynth-partner

Een lange adem voor ambitieuze plannen: een gesloten keten op één locatie

Er is veel over gesproken: het Nieuw Gemengd Bedrijf (NGB) en over de plannen die de familie Kuijpers heeft met het pluimveebedrijf in Horst aan de Maas, dat onderdeel uit maakt van het NGB. De 32-jarige Jan Kuijpers is nu nog werkzaam op het moederdierenbedrijf, samen met zijn broer. Over enkele maanden hoopt hij te starten met hun plannen te verwezenlijken: een gesloten keten op één locatie. Na een traject van meer dan tien jaar lijkt het werkelijkheid te worden. Jan Kuijpers heeft er alle vertrouwen in.

Tekst en beeld: Colinda van Ekris

Een nieuw bedrijf realiseren volgens alle wensen bleek een langdurig traject te worden. De familie Kuijpers besloot tussentijds niet stil te zitten en kocht in 2010 grond in Stevensbeek aan. Een uitgelezen kans, de grond bevatte namelijk alle vergunningen om voorzieningen voor 85.000 ouderdieren te bouwen.

Problemen aanpakken

Het bedrijf in Stevensbeek is een zijstap: “Uiteindelijk hebben wij de wens om een gesloten keten te creëren”, vertelt Jan. “Hiermee willen we de leefomstandigheden en kwaliteit van de dieren verbeteren.” Toen de familie Kuijpers in 1999 regelmatig ontevreden was over de kwaliteit van de geleverde eendagskuikens, stelde ze zichzelf de vraag: waar zou het misgaan in de keten? Met het ontwikkelde patiosysteem ontstonden er kwalitatief betere kuikens. “We hebben een proefstal die al zeven jaar heeft gedraaid zonder antibiotica. We zijn en willen op een niveau werken waarbij we niet één probleem maar meerdere problemen aanpakken.” Met de Reconstructiewet zijn de plannen voor Kuijpers sterker geworden: “Onze bedrijven in het extensiveringsgebied konden niet groeien en we wilde ze verplaatsten naar een landbouwontwikkelingsgebied. Dit was voor ons de mogelijkheid om een bedrijf te ontwerpen dat aan al onze wensen zou voldoen.”

Kleinste slachterij

Met een gesloten keten op één locatie denkt Jan Kuijpers zo optimaal mogelijk te werken en de consument dichtbij te houden. “De moederdieren, broederij, vleeskuikenhouderij en een slachterij willen wij in een gesloten keten hebben. Het kuiken dat bij ons in de stal geboren wordt, zal op dezelfde locatie geslacht worden”, vertelt Jan. “Hiervoor bouwen wij de kleinste slachterij die economisch rendabel is en kiezen we ervoor om tegen een hogere kostprijs te slachten dan gangbare slachterijen.” Daartegenover staat dat er geen kosten voor het vervoeren zijn. Ook voor het dier is het volgens Jan beter: “Stress is voor geen enkel dier goed: het beïnvloedt de kwaliteit van het vlees. Vooral de laatste halve dag van het leven van een kip kan de reis naar de slachterij stressvol zijn.” Op het toekomstige bedrijf van Kuijpers gaan ze werken met banden waarop de kippen vervoerd worden. Deze banden moeten vier meter per minuut lopen. “Bij onze plannen voor het vleeskuikenbedrijf staan dierwelzijn, milieu, voedselveiligheid en arbeidsvreugde voorop. De consument wil een betaalbaar maar duurzaam geproduceerd product. Daar spelen wij op in.”

Open en eerlijk

Het vergunningstraject is een lange adem geweest. “Er werden normen aangescherpt of verruimd en onze inzichten veranderden. Elke keer liepen we tegen obstakels op waardoor we opnieuw konden beginnen. We zijn al tien jaar met het traject bezig. De onzekerheid maakt het ondragelijk, voor ons maar ook voor de omgeving.” In het landbouwontwikkelingsgebied waar het bedrijf gevestigd moet worden, zijn de afgelopen jaren veel nieuwe agrarische bedrijven gevestigd. Veel van grotere omvang. Er kwamen voor de plannen van Kuijpers dan ook bezwaren van mensen uit de omgeving. “Wij hebben vier intensieve bedrijven nabij natuurgebieden gesloopt en willen één bedrijf in het landbouwontwikkelingsgebied in Horst aan de Maas.” Om de omgeving uitleg te geven van de plannen zijn er verschillende informatieavonden geweest. “We hebben altijd open en eerlijk gecommuniceerd. Hier kregen we ook wel begrip voor.” Veel mensen begrijpen het ondernemerschap van de plannen wel maar vinden het jammer dat dit in hun omgeving gerealiseerd wordt. “Ik denk dat als de kogel door de kerk is, het voor veel mensen makkelijker te accepteren is. We willen, nu en in de toekomst, iedereen laten zien hoe we produceren. We hebben als bedrijf immers niks te verbergen”, vertelt Jan.

“Ik heb altijd het vertrouwen gehad dat onze ambitieuze plannen zouden lukken. Als we vooraf geweten had dat het meer dan tien jaar zou duren, dan waren we er nooit aan begonnen. Daartegenover staat wel dat we in deze tien jaar wel verder ontwikkeld zijn.” Op dit moment zijn alle vergunningen verleend. Jan: “We zijn druk in gesprek met aannemers en hopen op korte termijn te beginnen met het bouwen van een deel van de vleeskuikensstallen.”

TTIP en de Nederlandse landbouw

Tekst: Ronald van Leeuwen en Iris Bouwers / Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Misschien heb je er al eens van gehoord: de Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten (VS) zijn in onderhandeling over een handelsverdrag, het zogenoemde Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP). Ook de landbouw is een onderdeel van het handelsverdrag TTIP. Een korte uitleg over de overeenkomst en haar invloed op de Nederlandse landbouw.

Internationale handel is belangrijk voor Nederland en voor de hele EU. Ongeveer een derde van het nationaal inkomen in Nederland hangt samen met handel. De Nederlandse agrarische export bedraagt zo’n 82,4 miljard euro. Nederland exporteert voornamelijk kwalitatief en relatief dure producten. De Europese Commissie wil de onderlinge handel met de VS gemakkelijker maken. Om de handel te bevorderen wordt ingezet op het verbeteren van de toegang van de markten, het wegnemen van belemmeringen en op het afstemmen van regels en standaarden. Via de website van de Europese Commissie, die onderhandelt namens de lidstaten, is het onderhandelingsmandaat te volgen. De Europese Commissie geeft na iedere onderhandelingsronde hier nieuwe informatie vrij.

Er wordt verwacht dat door TTIP importtarieven gaan dalen. Voor een aantal sectoren in de land- en tuinbouw zijn gevolgen van TTIP redelijk positief. Dit gaat om de glastuinbouw, bollenteelt, snijbloemen, boomkwekerij, uitgangsmateriaal, eieren, fruit, aardappelen en zuivel. Er zijn ook verliezers: de kwetsbaarheid lijkt voornamelijk in de vleessector te liggen. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) erkent alleen voedselveiligheid als criterium om producten aan de grens tegen te houden, maar de EU heeft wat betreft milieu, dierenwelzijn en voedselhygiëne andere eisen dan de VS. Wat betreft pluimvee en varkens levert dit een hogere kostprijs in de EU op. Sommige mensen in Europa zijn bang dat TTIP ervoor zorgt dat Amerikaans vlees dat niet voldoet aan de Europese normen, wel geïmporteerd wordt. Op dit moment zitten er wat betreft landbouw verschillen in de eisen van de EU en Amerikaanse markt rond genetische modificatie, klonen, hormonen, chemicaliën, antibiotica, dierenwelzijn en pesticiden.

COPA, de Europese boeren- en tuindersorganisatie (LTO is hierbij aangesloten), behartigt de belangen van de Europese boeren en zet binnen de TTIP-discussie in op behoud van de Europese kwaliteitsnormen en op garanties voor de vleessectoren. NAJK houdt, zowel nationaal als internationaal via CEJA, de Europese jonge boerenorganisatie, de ontwikkelingen op het gebied van TTIP nauwgezet in de gaten. Het verdrag kan grote kansen, maar ook bedreigingen voor de positie van de Nederlandse jonge boer opleveren. De onderhandelingen tussen de VS en EU zijn gaande. Beide partijen willen niet alle kaarten op tafel leggen. Er is nog veel onduidelijkheid over de invulling van een mogelijk akkoord, maar de wens is om eind 2016 tot een definitief akkoord te komen.