Samen zien we meer

Veilig op weg met Interpolis

Je trekker en landbouwmachines zijn belangrijk, je gebruikt ze dagelijks bij je werk. Over veiligheid op en om de trekker en het gebruik van je machines, is veel te zeggen. Wist je dat je de kans op verkeersongelukken zelf kunt verkleinen? Medewerkers van Interpolis willen je daar graag bij helpen. Want verzekeren kan anders.

Ga je de weg op om gewassen binnen te halen?

Zorg dan voor een veilige werkomgeving. Juist in de oogsttijd wordt het eerder donker en is de weg vaak nat. Modder op de weg veroorzaakt ieder jaar weer ongevallen. Op deze pagina vind je veel tips om rekening mee te houden tijdens de oogstwerkzaamheden. Meer tips over veiligheid en in bedrijf blijven, vind je op www.interpolis.nl/agro.

Verklein de kans op ongevallen

Voor je aan het werk gaat:

  • Controleer de verlichting van je trekker. Een landbouwtrekker is altijd voorzien van dimlichten, stadslichten, richtingaanwijzers, achterlichten, remlichten en de driehoekige reflectoren.
  • Voer markeringslichten (wit voor en rood achter) als je in het donker rijdt en je voertuig breder is dan 2.10 meter.
  • Vergroot het zicht met een dodehoekspiegel en verwijder vuil op spiegels en ruiten.
  • Zet veiligheidsborden (slipgevaar) neer op een duidelijk zichtbare plaats, ruim voor het vervuilde weggedeelte.
  • Houd je zoveel mogelijk aan de maximale afmetingen van werktuigen. Je hebt ontheffing van de wegbeheerder nodig bij het overschrijden van de maximale afmetingen en je bent verplicht een geel zwaailicht te voeren.
  • Scherm scherpe en uitstekende delen goed af en gebruik een waarschuwingsbord bij lading die meer dan een meter uitsteekt. Bevestig het waarschuwingsbord haaks op de rijrichting.

Tijdens je werk:

  • Maak de weg al tijdens het werk regelmatig schoon met een schuif of borstel. Zo voorkom je dat klei wordt vastgereden en lastig te verwijderen is. Na het werk spuit je de weg dan eenvoudig schoon.
  • Let tijdens het schoonmaken van de weg ook op je eigen veiligheid. Draag reflecterende kleding, dan val je beter op.
  • Let op je snelheid en voorkom dat snelheidsverschillen met andere weggebruikers tot ergernis en inhaalmanoeuvres leiden. Dit is gevaarlijk voor alle weggebruikers. Ben je ervan bewust dat je met een bijzonder voertuig rijdt.
  • Anticipeer op een smalle weg op tegemoetkomend verkeer. Breng je voertuig eventueel tot stilstand.
  • Zorg ervoor dat je gezien wordt. Voer waarschuwingsknipperlichten bij beperkte snelheid en een geel zwaailicht bij gevaar.
  • Gebruik bij zwaardere last uitsluitend aanhangwagens met een reminrichting (deze verplichting geldt bij een massa van de aanhanger boven 750 kilogram).

Na je werk:

  • Maak de openbare weg na je werkzaamheden schoon. Je bent dat volgens de wet verplicht.

Family farming | Doeko van ‘t Westeinde

Het jaar 2014 is door de Verenigde Naties uitgeroepen als het internationale jaar van het agrarische familiebedrijf. Het agrarische familiebedrijf is dé dragende pijler onder de wereldwijde voedselvoorziening. Hiermee willen de Verenigde Naties en de aan haar gelieerde organisaties extra nadruk leggen op het belang van het agrarische gezinsbedrijf. De internationale focus ligt vooral op de ontwikkelingslanden. Het is natuurlijk ook zeer tegenstrijdig dat in de landen waar veel honger en ondervoeding heerst het gros van de inwoners wel actief is in de landbouw. In deze gebieden is nog een hele stap te maken. Wereldwijd zijn er 500 miljoen landbouwbedrijven die zich met voedselproductie bezighouden. In Nederland nog zo’n 67 duizend. En ook hier zijn het bijna allemaal gezins- of familiebedrijven. Je kunt je misschien afvragen wat het nut van dit themajaar voor de westerse landbouw of voor Nederland is. Gezinsbedrijven in de landbouw bestaan al sinds mensenheugenis en voorlopig zullen ze ook blijven bestaan. Ook in een welvarend land als Nederland, waar voldoende voedsel de gewoonste zaak van de wereld is, is een goed georganiseerde landbouw cruciaal. Zonder goede en zekere voedselproductie zal een land nooit stabiel zijn. Bewijzen hiervan zagen we in het verleden en in diverse ontwikkelingslanden. Onze gezinsbedrijven zijn erin geslaagd op een zeer efficiënte wijze voedsel te kunnen produceren. Ook in tijden van lage prijzen en hoge kosten. Deze omstandigheden maken het juist in een duur land als Nederland extra lastig om toch een goed inkomen te houden. Aan de andere kant hebben deze omstandigheden de overgebleven agrarische bedrijven over het algemeen sterk, stabiel en meer ondernemend gemaakt. Wel staat de huidige generatie gezinsbedrijven voor steeds grotere uitdagingen om te blijven voortbestaan. Aanstaande 20 november organiseert NAJK voor alle leden een symposium over het agrarische familiebedrijf van nu en in de toekomst. Gerenommeerde sprekers uit de agrarische wereld geven hun kijk op het agrarische bedrijf van de toekomst en een aantal jonge boeren met een bijzondere bedrijfssituatie vertelt over hun ervaringen. Hoe houden we overnames betaalbaar en hoe kan er geïnvesteerd blijven worden? Loopt het agrarische gezinsbedrijf tegen zijn houdbaarheidsdatum aan? Kortom het zal niet alleen interessant en leerzaam zijn, maar we zullen ook een kritische spiegel voorgehouden krijgen met veel ruimte voor discussie.

 

In het hooi met… Ilse Matser

Tijdens haar studie bedrijfseconomie aan de Vrije Universiteit Amsterdam heeft ze nooit nagedacht over de toegevoegde waarde van het gezinsbedrijf. Toen ze na haar studie een jaar in de meubelzaak van haar ouders werkte, viel het kwartje. Het gezinsbedrijf is uniek en moet meer onder de aandacht gebracht worden van het grote publiek. Met die gedachte is deze vrouw nu al vijf jaar lector Familiebedrijven op het Windesheim en directeur van het Nederlands Centrum voor het Familiebedrijf. In het hooi met… Ilse Matser. 

Tekst: Ellen van den Manacker
Beeld: Liesbeth van Mispelaar

Lector Familiebedrijven, hoe komt u erbij?

“Het familiebedrijf is de oudste ondernemingsvorm die er bestaat. Binnen het onderwijs en in onderzoeken is er weinig aandacht voor deze ondernemingsvorm. Ik vond het te gek voor woorden dat we doen alsof grote, beursgenoteerde bedrijven de standaard is. Daarom besloot ik meer aandacht voor het familiebedrijf te genereren.”

En… hoe staat het met die aandacht?

“Op agrarische scholen is het familiebedrijf een standaard, maar bij vele economische opleidingen niet. Per 1 februari starten we op het Windesheim een module Familiebedrijven. In deze module gaan we met studenten bestuderen wat het familiebedrijf betekent en welke rol de student als opvolger in het bedrijf speelt of kan spelen.”

Welke rol speelt het gezinsbedrijf in de agrarische sector?

“Het belang van gezinsbedrijven in de agrarische sector is heel groot. Op landbouwbedrijven moet de opvolging eigenlijk altijd uit het gezin komen. Elk gezinslid speelt een rol in de vorming van het bedrijf. Daarnaast zijn er altijd meerdere generaties aan het werk. Of je werkt met je vader of je werkt met je kinderen. Dat is geen tijdelijk iets, dat is een continue factor. Als je dus irritaties in de familie hebt, werkt dat door in het bedrijf en andersom. Daarom is communicatie extra belangrijk in gezinsbedrijven.”

Dat is natuurlijk makkelijk gezegd…

“Communicatie is altijd lastig. Normaal gesproken houden bedrijven vergaderingen of functioneringsgesprekken, bij agrarische gezinsbedrijven ontbreekt dat vaak. Zakelijke gesprekken worden tussen de privézaken door aan de keukentafel gevoerd. Er zijn geen exacte momenten waarop bijvoorbeeld irritaties worden uitgesproken. Dat maakt het extra complex. Doe eens een dappere poging om het gesprek wel aan te gaan. Beide generaties willen uiteindelijk dat het bedrijf wordt voortgezet.”

Staat de emotionele binding van het gezin de ontwikkeling van het bedrijf niet in de weg?

“Het heeft veel voordelen, maar ook nadelen. Opvolgers willen graag dat hun ouders trots zijn. Uiteindelijk is de opvolger, samen met zijn partner, diegene die de komende 30 jaar op het bedrijf moet leven. Als je zelf iets wilt als opvolger, dan moet je doorzetten en niet altijd handelen vanuit de emoties van de familie.”

Welke factor wordt nog wel eens over het hoofd gezien in een gezinsbedrijf?

“De schoondochter. Tegenwoordig zien we dat de schoondochter een eigen carrière heeft, waardoor zij in het gezinsbedrijf van haar partner buitenspel wordt gezet. Zonde, want de schoondochter heeft vaak veel expertise in te brengen.”

Blijft het gezinsbedrijf altijd bestaan?

“Jongeren maken de laatste jaren bewuster een keuze om het bedrijf over te nemen. Dat zie ik als een pluspunt. Als ze voor het bedrijf kiezen, gaan ze er ook volledig voor. Daarnaast zijn er heel veel verschillende manieren om een familiebedrijf door te zetten. Een mogelijkheid is dat meerdere familieleden aandeelhouders zijn, terwijl er maar een familielid het bedrijf leidt.”

 

Het gezinsbedrijf

Grote kans dat jouw opa vroeger samen met zijn vele broers en zussen tijdens het avondeten aan het bijkomen was van een dag hard werken op de boerderij. Tegenwoordig zien we dit niet meer. Het traditionele gezinsbedrijf van vroeger verschilt van het gezinsbedrijf van tegenwoordig en het gezinsbedrijf van nu zal er over twintig jaar ook heel anders uitzien. Of zijn er dan allang geen gezinsbedrijven in de agrarische sector meer te bekennen? In dit artikel wordt het verleden, het heden en de toekomst van het agrarische gezinsbedrijf onder de loep genomen.

Tekst: Linda Swagemakers
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Verenigde Naties

2014 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot ‘Jaar van het Gezinsbedrijf’. Met deze benaming willen de Verenigde Naties samen met de wereldbevolking stilstaan bij de belangrijke rol die gezinsbedrijven spelen in de agrarische sector. Zo voorkomen deze bedrijven honger en armoede, zorgen ze voor voedselzekerheid en voeding, verbeteren ze natuurlijke bronnen, beschermen ze de natuur en zorgen ze voor duurzame ontwikkelingen. Dit kunnen agrarische bedrijven doen door de stuwende kracht van het gezin waarin vakkundigheid en kennis generaties lang van ouder op kind worden doorgegeven.

Traditioneel gezinsbedrijf

Bij traditionele gezinsbedrijven wordt de arbeid verricht door de boer en de meewerkende gezinsleden. Het bedrijf is grotendeels gefinancierd met het eigen vermogen van de boer en zijn gezin. Het gezin en het bedrijf zijn nauw met elkaar verbonden, beslissingen worden aan de keukentafel genomen. Traditionele gezinsbedrijven zijn over het algemeen eenmanszaken of kleine maatschappen. Het bedrijf is al geruime tijd in de familie, omdat het bedrijf steeds van ouders op kind wordt doorgegeven. Tegenwoordig wordt het begrip ‘gezinsbedrijf’ ruimer genomen: een klein deel vreemd vermogen en vreemde arbeid binnen het bedrijf zijn ook acceptabel in een agrarisch gezinsbedrijf.

Geschiedenis

Voor de jaren dertig zagen gezinsbedrijven er heel anders uit. Van de vele kinderen die een gezin destijds rijk was, werd verwacht dat ze van jongs af aan meehielpen op het bedrijf. Een opleiding of een eigen beroepskeuze schoten er vaak bij in, omdat er naast het werk thuis weinig tijd overbleef.

Ondersteuning

Na de jaren dertig veranderde het agrarische gezinsbedrijf. De kleine gezinsbedrijven verdienden weinig geld door dalende voedselprijzen. Katholieke boerenbonden trokken zich het lot van deze boeren aan. De bonden vonden dat de boeren ondersteund moesten worden omdat ze in de maatschappij een superieure en onmisbare groep vormden. Hun grote uitdaging werd hulp bieden aan meer dan een miljoen mensen die op een van de 166.000 bedrijven werkten met een grootte van 1 tot 10 hectare.

Verandering

Later zag de politiek dat het zo niet door kon gaan. Gezinsbedrijven moesten levensvatbaarder worden, ook al ging dit ten koste van het aantal. Zo werden bedrijven, waarvan er veel een gemengd bedrijf hadden, gestimuleerd om zich te specialiseren en één bedrijfsopvolger te kiezen in plaats van het bedrijf te verdelen over meerdere kinderen. Daarnaast werden boeren geprikkeld om na te denken over hun bedrijfsefficiëntie door arbeid te vervangen door machines. Hierdoor kon op sommige bedrijven het aantal uren handarbeid per hectare gereduceerd worden tot 93% in 14 jaar tijd, met een enorme economische groei tot gevolg.

Sociaal

Op sociaal gebied veranderde er veel binnen de gezinsbedrijven. Kinderen van agrarische ondernemers voelden zich minder verbonden met het bedrijf en trokken naar de stad. Dit bracht de nodige spanningen met zich mee. Ook werden gezinnen minder groot omdat er maar ruimte was voor één bedrijfsopvolger. Daarnaast kregen de partners van de ondernemers steeds vaker een baan buitenshuis.

Nu en in de toekomst

Tegenwoordig maken gezinsbedrijven gebruik van verschillende middelen om succesvol te blijven en ambities na te streven. Schaalvergroting en specialisatie zijn trends die de afgelopen jaren in de agrarische sector zichtbaar waren. Omdat de grond niet altijd om de hoek te koop is, zal ruilverkaveling in de toekomst een steeds grotere rol gaan spelen. Daarnaast zal specialisatie, in de vorm van het uitwisselen van grond, in de aankomende jaren veel mogelijkheid bieden om te voldoen aan een optimale vruchtwisseling.

Franchising, samenwerking, zzp’ers

Ook zullen franchising, samenwerking en het inhuren van zzp’ers van belang zijn in de toekomst. Zo zullen zzp’ers vaker worden ingehuurd op het agrarische bedrijf om specialistisch werk uit te voeren of wordt er meer samengewerkt met collega’s. Samenwerken, al dan niet op dezelfde locatie, zal voordelen bieden bij het produceren van een onderscheidend product, in de verwerking, in het machinebeheer of de vraag- en aanbodbundeling. Daarnaast zal het clusteren van samenwerkende bedrijven op een locatie leiden tot kostenreductie. Ook zal franchising steeds meer zijn intrede doen op de agrarische bedrijven. Franchising helpt ondernemers om hun producten onder een specifieke verkoopformule te verkopen. Voor de agrarische gezinsbedrijven die niet mee willen of kunnen gaan in de groei die de sector vraagt, zal het agrarische bedrijf een nevenactiviteit worden.

Succesvol innoveren

Innovatie vind ik een beladen woord. Het is soms net alsof je er niet bij hoort wanneer je niet innoveert. Aan de ene kant is dat ook zo, aan de andere kant wordt er veel misbruik gemaakt van het zogenaamde innoveren. Veel innovaties komen namelijk niet uit de praktijk, maar worden bedacht door niet-commerciële instanties. Innovaties als de koeientuin, de melkveeacademie en de vrijloopstal blijken in de praktijk weinig succesvol. Ik ben van mening dat commerciële instanties en boeren veel beter in staat zijn om innovaties te ontwikkelen en tot een succes te maken. Beide hebben namelijk een financieel belang in de innovatie. Op moment van schrijven wordt bij ons in de stal ‘Cowview’ geïnstalleerd. Dit is een systeem dat 24/7 de positie en het gedrag van onze koeien volgt. Wanneer een koe afwijkt van haar individuele gedrag, krijgen wij daar een attentie van. Met deze innovatie kan ik via mijn smartphone zien waar een koe zich bevindt in de stal. Altijd makkelijk bij 240 koeien in een groep op de melkrobot. Als tiende bedrijf wereldwijd gaan wij hiermee aan het werk en als eerste gecombineerd met een melkrobot. ‘Hardwarematig’ werkt het goed en softwarematig is het volop in ontwikkeling. Nu moet ik de data nog zelf analyseren, maar er komt een moment dat ik per sms op de hoogte gebracht wordt over een koe die kreupel is of gaat kalven. Een gebruiker in Zweden heeft de data van zijn koeiengedrag verkocht aan de onderzoeksinstellingen aldaar. Als ze in Wageningen interesse hebben in mijn data, kunnen we altijd een keer bellen. Op deze manier kunnen we commerciële data gebruiken voor niet-commercieel onderzoek. Ik ben voor!

Wim Bos

De Jonge Landbouwersregeling | Maatschappen en samenwerkingsverbanden

Tekst: Ramon Klaassens
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

De discussie over jonge boeren in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt volop gevoerd. Europa heeft aanpassingen doorgevoerd, waardoor maatschappen met minimaal een jonge boer ook in aanmerking komen voor subsidieregelingen voor jonge boeren. Hieronder valt ook een samenwerking tussen een oudere en een jonge boer, zoals ouder-kindmaatschappen.

Om te zorgen dat het beperkte budget van de Jonge Landbouwersregeling hierdoor niet helemaal overvraagd wordt, is NAJK in gesprek gegaan met het ministerie van Economische Zaken. Zij gaven aan dat de regeling in grote lijnen blijft zoals die nu is. Er zijn echter twee belangrijke verschillen: maatschappen komen ook in aanmerking en het uitbetaalde subsidiebedrag wordt bepaald op basis van het aandeel eigen vermogen van de jonge boer. Als je het bedrijf hebt overgenomen, zal er niks veranderen. Zit je in maatschap, dan wordt de hoogte van het subsidiebedrag afhankelijk gemaakt van jouw aandeel eigen vermogen.

Welke voorwaarden er nog zullen komen is onbekend, omdat dat door de provincies wordt ingevuld. We zullen deze lobby dan ook met zijn allen moeten voeren om zo tot een sterke regeling te komen. Het begin tot dusver lijkt goed, nu is het zaak dat het ook goed eindigt. Via www.najk.nl word je op de hoogte gehouden.

 

NAJK en Interpolis discussiëren over risicomanagement

Jonge ondernemers hebben een eigentijdse kijk op risico’s. Dat is waarom Interpolis en NAJK vanaf november 2013 een samenwerkingsovereenkomst sloten. Gebaseerd op delen en gebruikmaken van elkaars kennis.

Een rekensommetje?

>Foto’s: twee foto’s in het mapje; Interpolis wil graag beide foto’s in het artikel. Ik weet niet of het mooi is en/of past (mocht het een geprop worden, dan graag 1 foto plaatsen). Eventueel kan een foto bij deze alinea en een bij de onderste alinea. <
Is risicomanagement een rekensommetje of een kwestie van willen doen, als onderdeel van je ondernemerschap? Dat is waar de deelnemers van AJK Groningen en Tuinbouw Jongeren Oostland over discussieerden tijdens de eerste twee bijeenkomsten van NAJK en Interpolis in maart. Tijdens de bijeenkomsten kwam een goede discussie op gang. De concrete voorbeelden als silo’s, schermdoeken en dierziekten zetten de deelnemers aan het denken. Twee van de vele reacties waren: “Je wilt je niet laten verrassen” en “Je wilt toch gewoon door met je werk”. Aan het einde van de avond deelden veel van de deelnemers de mening dat risico’s managen onderdeel is van je bedrijfsvoering en dat niemand zit te wachten op een bedrijfsverstoring, groot of klein.

Laat je niet verrassen, verklein de kans op hooibroei

Broei ontstaat door een natuurlijke opwarming van samengepakt hooi en stro. Hierdoor stijgt de temperatuur van het hooi én de kans op zelfontbranding. Ook als er geen brand ontstaat, zijn de gevolgen van broei nadelig. Want door de temperatuurstijging daalt de voedingswaarde van het hooi.TIP!

Hoe verklein je de kans op hooibroei?

  • Maai gras bij voorkeur bij mooi weer en laat het een aantal dagen drogen voordat je het tot balen perst.
  • Pak je hooi of stro in als het droog is. Het gevaar van broei is groot in hooi en stro dat nat is.
  • Is het niet mogelijk om droog in te pakken? Zorg dan voor voldoende ventilatie. Dit helpt om warmte en vocht af te voeren.
  • Na augustus verandert de samenstelling van het gras, waardoor het in samengeperste vorm sneller warm wordt. Bewaar hooi of stro dat na augustus is samengeperst, altijd in folie. Dit bevordert de kwaliteit van het hooi en verkleint de kans op hooibroei.

Tijdens het hooien

  • Grote balen? Stapel ze niet hoger dan drie pakken. Zorg ook in dit geval voor voldoende ventilatie zodat warmte kan ontsnappen. Ventileer niet alleen rondom de opslag, maar ook tussen de balen. Grote, strak geperste, balen zijn gevoelig voor broei omdat de warmte de baal niet snel kan verlaten.
  • Maak je gebruik van een loonwerker voor het balen van jouw hooi of stro? Houd de baal waarin hooi of stro van jouw collega zit apart. Broei ontstaat vaak in gemengde balen. In veel gevallen bevat de machine van de loonwerker nog hooi of stro van een van je collega’s waarbij de loonwerker eerder is geweest.

Achteraf

  • Controleer regelmatig de temperatuur van het hooi. Een simpele manier om dit zelf te doen is door een stuk betonijzer in het hooi te steken. Je voelt snel genoeg of dit ijzer warm wordt. Een verhoogde temperatuur kan duiden op hooibroei.
  • Je herkent broei ook aan de specifieke geur en aan ontsnappende waterdamp.

Meer tips voor risicomanagement?

Kijk op de website van Interpolis Agro: www.interpolis.nl/agro

Wil je meepraten en meedenken over ondernemerschap en risicomanagement?

Dat kan. Interpolis is benieuwd naar jouw mening over continuïteit, risico’s en oplossingen. En natuurlijk deelt zij graag haar kennis met jou! Neem voor een AJK-avond contact op met Kirsten Haanraads via khaanraads@najk.nl of 030-2769869.

10-03-2014 Ten Boer Achmea Bijeenkomst AJK Agrarische jongeren en Interpolis Foto: Hoge Noorden/Jaap Schaaf

10-03-2014
Ten Boer
Achmea
Bijeenkomst AJK Agrarische jongeren en Interpolis
Foto: Hoge Noorden/Jaap Schaaf

Bleiswijk, 10 maart 2014 - Bijeenkomst Jongeren Oostland en Interpolis Agro over magen van bedrijfsrisico's. Foto: Phil Nijhuis

Bleiswijk, 10 maart 2014 – Bijeenkomst Jongeren Oostland en Interpolis Agro over magen van bedrijfsrisico’s.
Foto: Phil Nijhuis

De Multi Tool Trac | “Tanken” uit het stopcontact

 

‘Tanken’ uit het stopcontact, oftewel elektrisch rijden. Er zijn veel mogelijkheden op agrarische bedrijven om stroom op te wekken, toch lijkt deze duurzame ontwikkeling in de landbouwmechanisatie nog ver weg. Landbouwkundig ingenieur Paul van Ham ging de uitdaging aan en startte vier jaar geleden de ontwikkeling van een elektrisch aangedreven werktuigendrager voor rijpadensystemen. De zogenoemde ‘Multi Tool Trac’ rolt aankomende zomer uit de fabriek.

Tekst: Ellen van den Manacker

Rijpaden

Gespecialiseerd in grondbewerking trok de rijpadenteelt, waarbij met onbereden teeltbedden wordt gewerkt, de aandacht van Paul van Ham. Fabrieksklare machines voor de rijpadenteelt waren er niet, dus startte Van Ham vier jaar geleden een zoektocht naar wensen en mogelijkheden voor de onbereden beddenteelt.

De ideale machine

Samen met een groep van zeven Nederlandse rijpadentelers werd de ideale machine geschetst. Belangrijke ontwerpeisen waren een brede en variabele spoorbreedte, ruimte tussen de voor- en achteras voor alle werktuigen en RTK-GPS besturing. “Elektrische aandrijving zou het landbouwwerktuig compleet maken”, vertelt Van Ham. “In het kader van duurzaamheid zou het fantastisch zijn als de boer zelf zijn stroom opwekt en daar zijn machines op kan laten rijden.”

Het resultaat

Dus ging Paul van Ham samen met Machinefabriek Bossenkool, Wissels Techniek en Van Ham Organisatie & Advies aan de slag. Het resultaat: een langwerpig voertuig van 5,5 meter met vele onzichtbare technische snufjes. Zo worden alle wielen aangedreven door een elektromotor, heeft het werktuig drie posities voor hefinrichting en aftakas, is de cabine traploos verstelbaar over de gehele lengte van het frame en de spoorbreedte van het voertuig traploos instelbaar tussen de 225 en 325 centimeter.

Motoren

De vier elektrische wielmotoren, met een totaal vermogen van 88 kWh, van de Multi Tool Trac worden bijgestaan door een zes cilinder dieselmotor van 140 kW (185 pk). “De elektrische motoren kunnen anderhalf uur draaien bij lichte landbewerking als schoffelen en zaaien. Bij zwaardere werkzaamheden, of als de accu leeg is, wordt de dieselmotor ingeschakeld. De draaiende dieselmotor zorgt ervoor dat een generator automatisch wordt ingeschakeld die de accu weer oplaadt”, legt Van Ham uit. “Voor extra kracht kan de 88 kWh gedurende vijf minuten verdubbeld worden tot 176 kWh, dat is bijna 240 pk”.

Brandstofbesparing

“Ten opzichte van een reguliere trekker bespaart de Multi Tool Trac 20 procent brandstof”, schat Van Ham. Om het zo duurzaam mogelijk te houden heeft de ontwerper ervoor gezorgd dat de dieselmotor draait in een optimaal traject. “De krachten van de elektrische motor en de dieselmotor worden gebundeld, waardoor ze elkaar versterken”, zo vertelt Van Ham. “Elektrische pk’s moet je anders bekijken dan diesel pk’s. Het elektrische vermogen is direct voor 100 procent beschikbaar als trekkracht. Bij een trekker met dieselmotor wordt het vermogen veel minder efficiënt omgezet in trekkracht.”

De prijs

De Multi Tool Trac wordt de eerste ‘betaalbare’ elektrische trekker. Een exacte prijs kan Van Ham nog niet noemen. Rond de € 250.000 is de verwachting. “De machine is duurder dan een gangbaar model, maar de boer kan er ook veel mee besparen”, aldus Van Ham. “Die besparing is voornamelijk zichtbaar bij meeropbrengst van de teelt en de brandstof.”

Op de markt

In de fabriek wordt op dit moment de laatste hand gelegd aan de Multi Tool Trac, die aankomend seizoen uitvoerig getest wordt bij twee akkerbouwers in Nederland. “Als alle kinderziektes na de ‘testperiode’ eruit zijn gehaald, willen we een serie Multi Tool Tracs uitbrengen. Omdat we een kleinschalige insteek hebben, zal de Multi Tool Trac op de wensen van de klant worden ingericht”, vertelt Van Ham.

 

Meer informatie over de Multi Tool Trac is te vinden op www.multitooltrac.com.

 

Techniek, tactiek, uithoudingsvermogen… en een dosis geluk

Door ambtelijk Nederland wordt de agrarische sector vertroeteld en geknuffeld. De sectoren Agro & Food, Tuinbouw & Uitgangsmaterialen zijn twee van de zeven topsectoren. Nederland is de tweede exporteur na de Verenigde Staten. Dankzij techniek en innovatie is het in Nederland de afgelopen decennia gelukt wereldfaam te krijgen. En natuurlijk dankzij gewoon heel hard werken van veel boeren en tuinders. Daar zit ‘m volgens mij vooral de kracht van de Nederlandse land- en tuinbouw: een heel sterke drijfveer bij ondernemers om continu te verbeteren.

NK inline-skaten
Eind mei was ik als toeschouwer bij het NK inline-skaten. Jonge meiden en jongens skaten in Nijeveen op een asfaltbaan van 270 meter om de eerste plaats. Skaten is een sport in de vorm van een afvalrace. Enorm spannend, omdat naast snelheid ook tactiek en een dosis geluk bepalend is voor de eerste plaats.

Hobby
Ik was in Nijeveen omdat Pim Schipper meedeed. Pim studeert economie en is een veelbelovend schaatser die sinds kort traint in het team Beslist.nl onder leiding van Gerard van Velde. Pim loopt stage bij Flynth in Joure, omdat hij dat goed kan combineren met trainen voor schaatsen en skaten. Een hobby waar hij ontzettend veel energie in steekt. Geweldig om te zien hoe hij de halve finale doorstond en hoe hij zich in de finale uiteindelijk goed staande hield, hoewel hij Michel Mulder en enkele anderen voor moest laten gaan.

Stug doorgaan
Terwijl ik naar het skaten stond te kijken viel me de analogie met de land- en tuinbouw in Nederland op. De techniek is belangrijk, maar uiteindelijk is de toepassing doorslaggevend. En dan heb je natuurlijk nog een dosis geluk nodig. Zo is het ook voor boeren en tuinders, alleen is het geen wedstrijdje van een middag of eigenlijk enkele minuten, maar stug doorgaan gedurende veel jaren. Toepassing van de nieuwste technieken en procesoptimalisatie bepalen uiteindelijk of het bedrijf door de volgende generatie kan worden voortgezet. Gelukkig is techniek ook een hobby van heel veel jonge ondernemers.

Jan Breembroek (jan.breembroek@flynth.nl) Flynth-partner

Bespaar brandstof met minder toeren

Brandstofkosten stijgen: slim omgaan met brandstof wordt daarom steeds belangrijker. De deelnemers van het praktijknetwerk ‘Minder Toeren’ beseffen dit maar al te goed. De boeren die aan het netwerk deelnemen hebben gronden op afstand van hun bedrijf liggen. De grote afstand zorgt ervoor dat er meer brandstof wordt verbruikt en dus meer kosten worden gemaakt. Bovendien leidt veel transport over de weg naar deze percelen voor gevaarlijkere verkeerssituaties. Dat moet slimmer kunnen, dachten de boeren van praktijknetwerk ‘Minder Toeren’ en gingen aan de slag om het dieselverbruik op hun bedrijf omlaag te brengen.

Tekst: Kirsten Haanraads
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Wat kan je doen om minder brandstof te verbruiken en toch de percelen die op afstand liggen bewerken? Er zijn volop ideeën: kiezen voor gewassen die minder werkgangen nodig hebben, zuinig rijden, een loonwerker inhuren, grond verhuren of grond verkopen. De deelnemers aan ‘Minder Toeren’ willen weten wat de precieze winst is van deze maatregelen en hoe die maatregelen zich ten opzichte van elkaar verhouden. In het praktijknetwerk ‘Minder Toeren’ wordt het dieselverbruik van de verschillende maatregelen met elkaar vergeleken en uitgedrukt in kosten. Ook tijdsbesparing en voordelen voor verkeersdrukte en verkeersveiligheid worden hierin meegenomen.

Onlangs werd door het praktijknetwerk een beslismodel ontwikkeld. Dit beslismodel moet boeren op een eenvoudige manier inzicht geven in de extra kosten die een gewas op afstand met zich meebrengt. De uitkomst wordt bepaald door extra kosten van land op afstand te delen door de kVEM-opbrengsten per hectare van een bepaald gewas voor een bepaalde afstand. Basis voor de getallen vormen het Handboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij en Akkerbouw, het Handboek Melkveehouderij, experts van DLV en Cumela. Dankzij deze nieuwe, praktische tool kunnen verschillende gewassen bij verschillende afstanden met elkaar worden vergeleken en ziet de boer eenvoudig welk gewas de minste extra kosten / kVEM geeft bij een bepaalde afstand.

De eerste inzichten zijn nu al van grote waarde voor de boeren die meedoen. Bijvoorbeeld: bij een perceel van vijf hectare geeft het telen van gras, inclusief bemesting, controle, maaien, schudden, kuilen en het toedienen van kunstmest al snel 138 transportbewegingen per jaar. Bij korrelmais ligt dat op 90 transportbewegingen en bij graangewassen met 50 transportbewegingen nog minder.

“Dit betekent dat gras telen op vijf kilometer afstand al snel € 150,- per hectare meer kost dan dichtbij. Voor maïs is dat ongeveer € 200,- per hectare. Dat is absoluut gezien een groot verschil maar per kVEM omgerekend weer niet. Dit is sterk afhankelijk van de verwachte opbrengst en grondsoort”, aldus Freerk Oudman, projectleider bij DLV.

De nieuw ontwikkelde tool kan boeren ook helpen bij de keuze voor de aankoop of huur van grond op afstand. Het is mogelijk om te bepalen wat de maximale prijs mag zijn en welk gewas kostentechnisch de beste keus is. Het rekenmodel wordt de komende tijd verder ontwikkeld en verbeterd. Vind jij het interessant om te volgen welke kennis de boeren uit het praktijknetwerk ‘Minder Toeren’ opdoen? Neem dan een kijkje op de website www.verantwoordeveehouderij.nl