De Westland Experience

Twee jaar geleden bedachten de Small Business en Retail Management studenten Rick van Koppen en Koen Hofstede, afkomstig uit het Westland, voor een schoolopdracht een social media campagne om het grootste kassendorp van Nederland op de kaart te zetten. De studenten zagen een tastbare markt in hun virtuele schoolopdracht en zetten het bedrijf de Westland Experience op. Inmiddels zijn ze drukker met de aanvragen van uitjes in het Westland dan met hun afstudeeropdracht.

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

Uit de hand gelopen

“Een uit de hand gelopen schoolproject”, zo noemt medeoprichter Rick van Koppen (23) de Westland Experience. Met een achtergrond in het Westland, zijn vader teelt in vijf hectare kas tros cherrytomaten, vond de ondernemende student het hoog tijd om het gebied bestaande uit louter glasteelt op de kaart te zetten.

Kennismaken

“Er gebeurt ontzettend veel in het Westland wat de consument aangaat. Mensen vinden het leuk om een kijkje achter de glazen schermen te nemen, maar veel aanbod om tastbaar kennis te maken met de glastuinbouw was er niet. Daar zagen wij kansen in”, vertelt Rick. In 2012 startte hij samen met medestudent Koen Hofstede de Westland Experience, een organisatie waarmee de burger op een laagdrempelige en leuke manier kennis kan maken met het Westland.

Fietstochten

De aftrap van de Westland Experience vond plaats in 2013. De consument werd uitgenodigd om met de fiets ‘dwars door de kas’ te gaan. De fietstocht voerde de consument van voor naar achter door twintig verschillende kassen. “Verwachtingsovertreffend”, dat is wat de meeste groentoeristen zeggen na hun fietstocht door de kassen, geeft Rick aan. “Ze verwachten buitenlandse werknemers die hardwerkend op hun knieën door het gewas gaan. Gedurende de fietstocht zien ze dat er veel meer schuil gaat in de kassen.” Tijdens de route door de kas worden deze oordelen weggenomen en de zintuigen van de fietsende consument volop geprikkeld: “Ze kunnen luisteren naar het verhaal van de teler, fietsen dwars door de geur van verse producten, komen het hele proces van teelt tot verpakken onder ogen en mogen proeven van de vruchten die ze tegenkomen”, zo vertelt Rick.

Succes

De fietsuitjes door de Westlandse kassencomplexen zijn een enorm succes. Meer dan 400 liefhebbers meldden zich aan in 2013,  waardoor de twee jonge ondernemers besloten het concept verder uit te rollen. “Toen we begonnen met het schoolproject hadden we niet verwacht dat ons idee zo’n succes zou worden. Nu zijn we er bewust van dat hier veel meer kansen liggen”, aldus Rick. Naast de consumenten zijn ze zich daarom in het afgelopen jaar gaan toespitsen op de zakelijke markt. “We krijgen veel aanvragen van buitenlandse bedrijven die meer willen weten over de Nederlandse tuinbouw. Daarom zijn we ons ook gaan richten op bedrijfsuitjes en zakelijke ontmoetingen. We organiseren rondleidingen, maar kunnen ook een op maat gemaakt bedrijfsuitje in het Westland op touw zetten.”

Thema-evenementen

Ook het aanbod voor de consument hebben de studenten onder handen genomen. “Dit jaar organiseren we vier thema-evenementen. Aanstaande 19 juli organiseren we de themabijeenkomst ‘Smaaksensatie’. Op deze dag nemen wij de deelnemers mee op een culinaire ontdekkingstocht vol verrassingen waarin de smaakpupillen getest en geprikkeld worden”, kondigt Rick aan. De thema-evenementen worden groot aangepakt: “We hebben 100 exclusieve plekken voor nieuwsgierige consumenten.”

Eigen bijdrage

Een gewaagd idee van de twee mannen is dat de deelnemers van de thema-evenementen aan het einde van de dag zelf mogen bepalen hoeveel geld ze het evenement waard vonden. “Het evenement is in principe gratis. Daarmee maken we het toegankelijk voor iedereen. Aan het eind van het evenement krijgen de aanwezigen een envelop waar ze een vrij bedrag in kunnen doen”, legt Rick uit. Over het financiële gevaar dat de jonge ondernemers hiermee lopen maken ze zich geen zorgen: “We hebben een dusdanig vertrouwen in ons concept dat we dit risico wel durven te nemen.”

Promotie

Het aantal geïnteresseerden voor de Westland Experience groeit als kool. Waar in 2013 400 deelnemers op de fietstocht afkwamen, zijn er in de maand juli al kassenuitjes geboekt bij de Westland Experience voor meer dan 1.000 personen. “Onze onderneming groeit hard. Daar doen wij ook de nodige promotie voor. Via internet, maar we reizen ook door het land met onze hobbykas. Daarmee promoten we ons aanbod voor de consument, maar ook voor de zakelijke markt.”

Lyrische telers

Telers zijn lyrisch over het initiatief van de twee jonge ondernemers. “We worden regelmatig gebeld door een teler of ze zich mogen aansluiten bij de Westland Experience”, aldus een trotse Rick. Zo’n dertig tot veertig tuinbouwbedrijven zijn op dit moment inzetbaar. “Als we nieuwe bedrijven toevoegen aan ons assortiment, willen we wel dat ze een meerwaarde bieden. Wij willen een zo gevarieerd mogelijk aanbod leveren, dat lukt niet met tien kwekers die hetzelfde product telen.”

Ondernemers

“Perfect is het nooit”, zo vertelt Rick over de onderneming. Dus blijven de twee ondernemende studenten sleutelen aan het concept. “Mijn compagnon, Koen Hofstede, en ik zijn echte ondernemers. We willen elk jaar met iets nieuws komen.” Op dit moment zijn de mannen bezig met het aanbieden van een totaaluitje. “We zijn nu op zoek naar nieuwe wegen om een compleet uitje te verzorgen. Als men, de consument of een bedrijf, een rondleiding wil met een bierproeverij of een boottocht door Zuid-Holland, dan willen wij dat regelen”, vertelt Rick enthousiast. “Zolang de glastuinbouw de hoofdrol speelt tijdens de belevenis, zijn wij bereid onze handen in het vuur te steken.”

Jonge boeren en tuinders over… innovatie

Ontwikkelingen in de akkerbouw

Arjan Ausma (Rabobank) vertelt over de kansen van de Nederlandse akkerbouwsector

Precisielandbouw nam het afgelopen decennium een enorme sprint. GPS vormt hierin de basis. In de toekomst zullen deze technieken worden doorontwikkeld, bijvoorbeeld door meetsensoren te gebruiken op akkers kan er steeds nauwkeuriger omgegaan worden met de inzet van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en water. Een belangrijke ontwikkeling vindt Arjan Ausma, sectormanager akkerbouw bij de Rabobank Nederland, kijkend naar het jaar 2050 waarin 70% meer monden gevoed moeten worden.

Tekst: Ellen van den Manacker

Juiste plek en tijdstip

Er worden steeds meer metingen verricht in de akkerbouwsector: van plaatsbepaling, bodemstructuur tot gewasgroei. “Al deze metingen maken het mogelijk om op de juiste plek en het juiste tijdstip in te spelen op het gewas. Voornamelijk bemesting en gewasbescherming spelen hierin een grote rol”, vertelt Ausma. “Het middelengebruik wordt hiermee teruggebracht.” Een positieve ontwikkeling voor de sector. Niet alleen vanuit besparend oogpunt, ook voor het aanzien: “De betrokkenheid van de maatschappij bij de productie van voedsel wordt steeds groter. Akkerbouwers moeten blijven uitleggen waarom ze met bepaalde machines het land opgaan, maar ook dat zij als ondernemers het middelengebruik willen reduceren”, legt Ausma uit.

Groeiende wereldbevolking

Naast dat de consumenten steeds hogere eisen aan hun voeding stellen, komen er ook meer consumenten bij. Volgens de cijfers zal de wereld in 2050 gevuld zijn met 9 miljard inwoners, wat betekent dat er 70% meer monden te voeden zijn. “De akkerbouwsector speelt een belangrijke rol in het vervullen van dit voedselvraagstuk. Het duurzaam benutten van de beschikbare landbouwgrond, het kweken van betere rassen en het verbeteren van teelttechnieken gaan een steeds belangrijkere rol spelen in de akkerbouw.”

Meer meetgegevens

“Eigenlijk weten wij heel weinig. Er is veel data, maar dat is nog niet altijd als informatie beschikbaar”, verklaart Ausma terugkijkend op het verleden waarin wij nooit durfden te dromen over precisielandbouw. “De meeste boeren waren huiverig bij de introductie van GPS, nu zien we dat het gemeengoed is. De aankomende jaren zal dat doorontwikkeld worden.” Kansen ziet de sectormanager van Rabobank in het zogeheten ‘datamapping’: het combineren van meetgegevens van gewas en bodem. “Door verschillende meetkaarten over elkaar te leggen, kan een link gemaakt worden tussen bijvoorbeeld het bodemprofiel, teeltregistratie en de actuele stikstofmeting”, legt Ausma uit. “Een vervolgstap is dat die meetgegevens rechtstreeks doorgezonden worden naar de machine, die daar direct op reageert.” Belangrijk vindt Ausma dat deze vrijgekomen meetgegevens niet alleen benut worden voor eigen gebruik, maar gedeeld worden met de keten: “Alle metingen moeten volledig geïntegreerd worden in de keten. Door data inzichtelijk te maken kunnen onderzoek en advies optimaal ingezet worden.”

Voedselverspilling

Om steeds meer voedsel te waarborgen, wil Rabobank niet alleen inspelen op genetica en technieken, ook voedselverspilling vindt de bank een belangrijke factor om in de gaten te houden. “We zijn bezig met het ontwikkelen van een Food Waste app voor aardappelen. Van akkerbouwer tot detailhandel: we willen de hele aardappelketen in kaart brengen”, vertelt Ausma. “Door voedselverspilling te monitoren wil de Rabobank niet alleen vanuit de insteek van gewasoptimalisering inspelen op het voedselvraagstuk.”

Voorloper

Er liggen nog veel ontwikkelingen voor de akkerbouw in het verschiet, maar trots op ‘zijn’ sector is Ausma al. “We zijn ons er soms niet van bewust welke belangrijke rol de Nederlandse akkerbouw speelt. Onze sector is een voorloper. De hele wereld kijkt hoe wij het doen”, aldus Ausma.

FACT-training bij Agriterra

 Op 7 april zat ik samen met vijftien agrarische bestuurders en belangenbehartigers bij Agriterra in Arnhem voor een training in de FACT-methodiek. Bij aankomst kreeg iedereen een strak geplande dagindeling, want er moest geleerd, gewerkt en geoefend worden. Maar wat is FACT eigenlijk? FACT is de afkorting voor Farmers Advocacy Consultation Tool. De FACT-methodiek  bestaat uit vier onderdelen: raadpleging van de leden, onderzoek naar het lobby-onderwerp, het schrijven van SMART-geformuleerde voorstellen en het uitvoeren van de lobby. Tijdens de training kregen we eerst een theoretische introductie, waarna wij in kleine groepjes aan de slag zijn gegaan. Aan de hand van verschillende casussen en opdrachten hebben we de FACT-theorie toegepast en vervolgens kort gepresenteerd en besproken. Simpele basisonderdelen, zoals het beschrijven van de 5 W’s (wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe), werden concreet benoemd. Het benoemen van deze basisonderdelen is van groot belang omdat de boerenorganisaties in ontwikkelingslanden deze stappen nog moeten nemen om verder te groeien en ontwikkelen. Ik vond het een intensieve en interessante training, waarbij een goede basis is gelegd. Het is leuk om te zien hoe ‘theorie uit een boekje’ daadwerkelijk in de praktijk kan worden toegepast om boerenorganisaties in ontwikkelingslanden verder te helpen ontwikkelen. Dat geeft zoveel energie om ermee door te gaan en al helemaal als je de verhalen hoort van collegabestuurders en belangenbehartigers die al op missie zijn geweest.

Ilse Verhoijsen, dagelijks bestuurder LAJK en deelnemer FACT-training

De grasmeter

Melkveehouder Piet Jan Thibaudier ontwikkelde een maaimachine met opbrengstmeting en GPS

Met de hogere eisen in de melkveesector wordt de grond onder het bedrijf steeds belangrijker. Piet Jan Thibaudier, melkveehouder in het Friese Lemmer onderstreept dit belang. Hij ontwikkelde een maaimachine met opbrengstmeting en GPS. Goed voor een nauwkeurige meting van ruwvoer, maar ook om brandstof te besparen.

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

Grasland

Samen met zijn ouders runt Piet Jan een melkveebedrijf met 140 melkkoeien, 100 stuks jongvee en 80 hectare grasland. Afgelopen jaar besloot Piet Jan om meer aandacht te besteden aan het grasland: “Ik wil een hogere productie van het land halen. Door een hoge  graslandproductie hoeven we in de toekomst minder af te voeren en kunnen we de kringloop beter sluiten”, vertelt Piet Jan. “Maar, die hoge productie moet ik wel zwart op wit kunnen bewijzen.”

Voorraad ruwvoer

BLGG meet wat Thibaudier heeft liggen aan voorraad ruwvoer. “Daar sluipt nog wel eens een fout in”, aldus Piet Jan. “Met de technieken van tegenwoordig moet dat beter kunnen”, vond hij en startte daarmee een zoektocht naar een manier om tijdens het maaien de gewasopbrengst te berekenen.

Grasmeter uit Australië

Geen bedrijf in Nederland had staan waar Piet Jan naar op zoek was. Dus ging zijn zoektocht verder op internet. Hij kwam in Australië terecht. “Daar had iemand een grasmeter ontwikkeld, waarmee melkveehouders het ideale inschaarmoment kunnen bepalen”, vertelt Piet Jan. Via de mail legde hij contact met de Australische ontwerper en vroeg naar de mogelijkheden van een grasmeter op de maaier. “Hij had het nog nooit geprobeerd, maar zag wel mogelijkheden met hulp van zijn apparaat.”

Sonarstralen

In februari werd de grasmeter bezorgd in Lemmer. “Het is een apparaatje dat sonarstralen uitstraalt. De sonarstralen meten de graslengte. Met een bepaalde formule rekent hij de graslengte om naar kilo’s droge stof per hectare”, legt Piet Jan uit. De nodige uren sleutelen verdwenen in het apparaatje ter grootte van een schoenendoos: “Het kastje heb ik voor op de maaier bevestigd. Om de grashoogte te kunnen meten moet het kastje een bepaalde hoogte en hoek hebben”, aldus Piet Jan.

Formules

Piet Jan heeft de eerste snede met zijn grasmeter gemaaid en met succes: “De meter werkt goed.” Echter zijn de formules waarmee de machine uiteindelijk de kilo’s droge stof per hectare berekent, gebaseerd op Australische omstandigheden. In Nederland is de grasdichtheid bijvoorbeeld hoger dan in Australië. Daarom ontwikkelt Piet Jan nu, in samenwerking  met Arjan Hulsman en Wageningen Universiteit, nieuwe formules gebaseerd op zijn grasmat.

Software

Ook zijn Piet Jan en Arjan bezig met een geschikte software bij zijn grasmeter: “We hebben GPS op de trekker. In combinatie met de grashoogtemeter wil ik daar software voor ontwikkelen, waarmee ik op mijn computer kan zien hoe de opbrengst per perceel is”, legt Piet Jan uit.

Landjepik en voedselzekerheid

Doordat de mondiale vraag naar voedsel stijgt, klimaatverandering doorzet, water schaarser wordt en gewassen voor biobrandstoffen concurreren met de voedselproductie, wordt de race om vruchtbaar land heviger. Dit ten koste van boeren in ontwikkelingslanden, die zonder tegenprestatie van hun land en woonplek worden weggejaagd door grote investeerders. Een fenomeen dat wereldwijd beter bekend staat als ‘landjepik’ of ‘land grabbing’.

Tekst: Wolter Neutel
Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Motieven van investeerders
Kort gezegd is landjepik het door buitenlandse investeerders of overheden opkopen of huren van grote hoeveelheden landbouwgrond in ontwikkelingslanden. Er zijn verschillende motieven om grond in een ander land te ‘kopen’. Landen met een groeiende bevolking en/of landen die voedsel importeren zeggen hun voedselvoorziening veilig te willen stellen. Andere partijen, vaak banken en investeerders, gaan naar landbouwgrond op zoek vanwege financiële redenen. Zij zien het investeren in grond als goede belegging. Wat het motief ook is, de geproduceerde producten blijven meestal niet in het betreffende land.

Risico’s voor de inwoners
De risico’s voor de landen waarvan de grond gebruikt gaat worden, zijn verschillend. De investeringen kunnen leiden tot economische groei en hogere overheidsinkomsten. Ook is het mogelijk dat de lokale bevolking bij de nieuwe eigenaar aan het werk kan, maar dat is vaak niet het geval. Gezien de voedsel niet in het betreffende land blijft, kan de voedselzekerheid van deze mensen ook in het gedrang komen. De inwoners van deze landjepiklanden verliezen naast hun grond dus ook hun bestaansrecht.
Drijfveren van lokale overheden

Voor overheden van de ontwikkelingslanden waar de grond door landjepik opgeslokt wordt, gelden andere drijfveren. Zij danken hun macht aan mensen in de stad en door de lage overheidsinkomsten zijn ze juist gebaat bij de lucratieve projecten van buitenlandse investeerders. Lage voedselprijzen zijn voor de bestuurders van belang en corruptie komt veel voor. In positieve gevallen worden afspraken gemaakt om een deel van de opbrengsten in het land af te zetten of om te investeren in ziekenhuizen en scholen.
Jouw veebedrijf en landjepik?

Sinds 2001 is 227 miljoen hectare landbouwgrond verkocht of verhuurd aan buitenlandse bedrijven en overheden. Ter vergelijking: het Nederlandse landbouwareaal is 1,9 miljoen hectare. De Europese veehouderij is voor een groot deel afhankelijk van de invoer van grondstoffen uit andere delen van de wereld, vaak via de haven van Rotterdam. Meer dan ⅓ deel van het Nederlandse landbouwareaal (700.000 hectare) wordt in het buitenland gebruikt voor de teelt van soja voor de Nederlandse veehouderij. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat voor veevoer sojaschroot wordt gebruikt en niet de voor de humane consumptie bestemde sojaolie.

Het bestuur van… AJK West Zeeuws-Vlaanderen

Michiel Buijsse (22) is opgegroeid op het akkerbouwbedrijf van zijn ouders in Biervliet. Na het afronden van de havo is hij naar de HAS Hogeschool in Den Bosch gegaan. Daar heeft hij de opleiding Crop- and Farm Management afgerond. Sinds 2013 is Michiel bestuurslid van AJK West Zeeuws-Vlaanderen, waar hij momenteel voorzitter is.

Waarom zit je in het bestuur van AJK West Zeeuws-Vlaanderen?
“Het AJK West Zeeuws-Vlaanderen begon een aantal jaar geleden langzaam dood te bloeden. De georganiseerde activiteiten werden weinig bezocht en het was moeilijk om nieuwe leden te werven. Begin 2013 besloten we als groep van zeven jonge agrariërs een doorstart te maken met de vereniging. We zitten boordevol nieuwe ideeën, energie en gebruiken nieuwe vormen van communicatie.”

Wat is het leuke van het bestuurswerk?
“Het is voor mij een uitdaging om de agrarische jongeren van Zeeuws-Vlaanderen weer met elkaar te verbinden. Het is leuk om activiteiten te organiseren voor de jongeren uit de regio en hun een gezellige avond te bieden. Daarnaast heb ik tijdens het bestuurswerk veel contact met mensen, waardoor mijn netwerk wordt vergroot.”

Hoe betrekken jullie zoveel mogelijk jonge agrariërs bij AJK West Zeeuws-Vlaanderen?
“We proberen veel persoonlijk contact te hebben met onze leden en potentiële leden. Regelmatig vragen we aan de leden wat zij willen doen of zien, zodat het aanbod van de activiteiten aansluit op de vraag van de leden. De social media, zoals Facebook en Twitter, gebruiken we voor het promoten van onze activiteiten. Zo kunnen onze leden en geïnteresseerden op de hoogte blijven.”

Wat hoop je te bereiken binnen het bestuur van AJK West Zeeuws-Vlaanderen ?
“In tijden van schaalvergroting, intensivering, precisielandbouw en vergrijzing is het belangrijk om het kennisniveau van de leden op peil te houden. Door het organiseren van excursies kunnen we kennis met elkaar delen en kunnen actuele onderwerpen worden toegelicht. Daarnaast staat gezelligheid hoog in het vaandel bij AJK West Zeeuws-Vlaanderen.”

Wat was je persoonlijke hoogtepunt binnen het bestuur?
“Vorig jaar moesten we er met het hele bestuur hard aan trekken om de leden enthousiast te maken voor de activiteiten. We slaagden erin om steeds meer leden op de been te krijgen voor onze activiteiten. De laatste tijd melden steeds meer nieuwe leden zich aan, zonder dat wij er veel tijd in moeten investeren. De bekendheid en het draagvlak is het afgelopen jaar sterk gegroeid. Dat is mooi om te zien!”

 

Het ei-mago?

Erik-Jan Brandsen is leghennenhouder in een Rondeelstal

‘Grappig om dit drukke bedrijvige volkje van zo dichtbij te aanschouwen. Ook het ei-proces vanuit het kippenarsenaal tot in het doosje is bijzonder om te zien gebeuren.’ Dit is een van de vele positieve reacties uit het gastenboek waar bezoekers van de Rondeelstal in Barneveld hun beleving op kunnen schrijven. Na vele onderzoeken door onder andere Wageningen Universiteit, de Dierenbescherming en Vencomatic werd in 2010 de eerste Rondeelstal bij de familie Brandsen in Barneveld gerealiseerd.

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

Contact

In 2009 kwam de familie Brandsen via hun eierhandelaar in contact met de ideeënstichters van het Rondeel: een zorgvuldige uitgedachte ronde locatie voor het zo natuurlijk houden van leghennen, het beperken van ammoniakemissies, met minder energieverbruik door natuurlijke ventilatie en een ruimte waar de consument het dagelijkse proces van Rondeelkip tot Rondeelei kan bewonderen.

Circustent

“Wat een circustent”, was de eerste gedachte toen bedrijfsopvolger Erik-Jan Brandsen (30) vier jaar geleden de bouwtekening van de Rondeelstal onder ogen kreeg. “Voorheen hielden wij op twee locaties vleeskuikenouderdieren en varkens. In 2009 wilden we uitbreiden en kwamen we in contact met het Rondeelconcept”, vertelt Erik-Jan.

De perfecte locatie

Het idee achter Rondeel sprak de familie Brandsen aan. “We raakten steeds meer geïnteresseerd. De ideeën waren tot in de perfectie uitgewerkt. Wij hadden een mooi bouwblok voor een Rondeelstal en Barneveld is een kippengebied. Kortom: de perfecte locatie voor een Rondeelstal”, legt Erik-Jan uit. “Daarnaast gaf het systeem ons de kans om er met 30.000 hennen toch een volwaardig inkomen uit te halen.”

Ziekte-overdracht

Bij de realisatie van de Rondeelstal heeft de familie Brandsen afstand genomen van de vleeskuikenouderdieren: “De vleeskuikenouderdieren zijn heel ziektegevoelig. We wilden het risico vermijden dat de ziektes werden overgebracht op de Rondeelkippen, daarom zijn we overgegaan op scharrellegkippen. Ook de varkensstal staat op dit moment leeg: “De varkensprijzen zijn zo slecht, dat de stallen beter leeg kunnen staan.”

Taakverdeling

In eerste instantie was de vader van Erik-Jan verantwoordelijk voor het Rondeel en hield Erik-Jan zich bezig met de scharrellegkippen. “Natuurlijk werkten we veel samen, maar ieder had zijn eigen verantwoordelijkheden”, vult Erik-Jan aan. Een half jaar geleden overleed de vader van Erik-Jan aan de gevolgen van kanker. “Nu organiseer ik het Rondeel met mijn moeder en richt mijn broertje zich, in loondienst, op de scharrellegkippen”, vertelt Erik-Jan. “Op het Rondeelbedrijf houd ik mij bezig met de verzorging van de hennen en het inpakken van de eieren. Ook geef ik rondleidingen en draag ik zorg voor het verhuur van de vergaderzaal. Daarnaast is de afspraak met Rondeel B.V. dat ik 10% van onze Rondeeleieren in de buurt afzet.”

Bezoekers

Een burger die er normaal niks te zoeken heeft, zou niet snel uitkomen bij het Rondeel in Barneveld. De borden ‘Rondeel’ verklappen wat er aan het eind van een smalle, kilometerlange weg te vinden is. Toch mag Erik-Jan niet klagen over het aantal bezoekers dat zonder afspraak gebruikmaakt van de bezoekersruimte die is geïmplementeerd in het Rondeel. “In de bezoekersruimte kunnen bezoekers via glazen wanden ‘live’ meekijken met de kippen in het dagverblijf en met de inpaklijn van de eieren. Via grote informatieborden wordt er verteld wat er op de zichtlocaties gebeurt”, vertelt Erik-Jan.

Vergaderruimte

Ook aan zakelijk Nederland heeft het Rondeel gedacht: naast de bezoekersruimte zijn twee vergaderzalen gerealiseerd. “Behalve dat het verhuren van de vergaderlocatie geld oplevert, geeft het ons ook naamsbekendheid. Als mensen bij ons op het Rondeel hebben vergaderd, kopen ze ook een doosje Rondeeleieren. Plus ze herkennen ons product eerder in de supermarkt”, legt Erik-Jan uit.

Louter positief

Dat bezoekers lyrisch zijn over de zichtlocatie in het Rondeel, blijkt onder andere uit de vele positieve reacties in het gastenboek. Maar ook de media schrijven louter positief over de legkippenstal. “We hebben meer publiciteit gekregen dan we gedacht hadden. De landelijke media doken er massaal op en nog steeds zijn ze geïnteresseerd in ons verhaal”, aldus Erik-Jan. “Tot op heden zijn we nog niet negatief in het nieuws gekomen. Maar we zijn ons ervan bewust dat het wel kan gebeuren.”

Imago Rondeel

“De reden voor het succesvolle imago is vooral de openheid en transparantie”, geeft Erik-Jan overtuigend aan. “Het systeem van de Rondeelstal is uniek. Dat begint al bij de uitstraling en inpassing in het landschap, maar ook van binnen. De Rondeelstal is heel open en transparant”, aldus Erik-Jan. “Maar ook factoren als de drie sterren die wij krijgen van de Dierenbescherming voor het Rondeelei en de Milieukeur werken mee aan een positief imago.”

Imago legkippensector

“Het imago van scharrellegkippen is slechter”, vermoedt Erik-Jan. “Maar ik denk dat het imago van de legkippensector positiever is na de komst van de Rondeelstal. Niet elke pluimveehouder heeft de mogelijkheid om zijn stal open te gooien voor bezoekers. Bij de Rondeelstal is daar specifiek over nagedacht. De onwetende consument ziet hier het hele proces van kip tot ei en de productie daarvan. Daardoor leren ze meer van de legkippensector”, aldus Erik-Jan.

Dichtbij de consument

“Ik vind het fijn om de consument meer bij mijn product te betrekken. Ik wil graag laten zien wat ik doe als pluimveehouder. Ik voel nu meer betrokkenheid van en met de consument. Voorheen was het van we bouwen een stal en we kijken wel wie ons product koopt. Dit is een hele andere, meer persoonlijke manier van werken.”

Rondeel in de buurt

Na het succes van het Rondeel in Barneveld, staan er inmiddels ook al Rondeelstallen in Ewijk en Wintelre. In Amsterdam is een mini-Rondeel in aanbouw. Op deze mini-Rondeel, waar 500 leghennen huisvesting krijgen, kunnen stedelingen een rondleiding krijgen en vergaderen. “De mini-Rondeel is een mooi voorbeeld voor de Amsterdamse inwoners om te laten zien hoe een Rondeelei tot stand komt”, vertelt Erik-Jan. Voor een nieuwe Rondeelstal in Nederland worden op dit moment vergunningen aangevraagd en in de toekomst zijn er ambities om het Rondeelconcept over de landgrenzen te introduceren.
DSC_1197DSC_1179

 

Vanzelfsprekend

Het is zo gewoon geworden: we gaan een winkel in, gooien in het karretje wat we willen hebben, we lopen naar de kassa en rekenen af. We denken er niet eens meer bij na. We vinden het normaal om eten te hebben, we vinden het vanzelfsprekend dat het eten een hoge kwaliteit heeft en we vinden het gebruikelijk om in verhouding niet veel voor ons eten te betalen. Het is onaanvaardbaar als we hier in Nederland een keer geen voedsel hebben. Maar zo normaal is dat helemaal niet! Wij als boeren zouden ons moeten schamen omdat we de samenleving niet het belang van onze sector kunnen laten zien. Wij krijgen echter ook niet de kans om te discussiëren met de samenleving op basis van gelijkwaardigheid, gezien een van de wetten in onze economie is: de consument heeft altijd gelijk. Gelukkig zie ik op dit moment een verschuiving van de mening van de samenleving. Langzaam maar zeker zie ik dat mensen ‘Wakker-Dier-moe’ worden. Velen gaan het belang van onze sector inzien. Zij geloven in onze koppositie en waarderen onze inzet en plaats in de gemeenschap. Aan ons is het de taak om onszelf te blijven verkopen. Met respect voor andermans mening moeten we blijven uitleggen wat we doen en waarom we het zo doen. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat we het onszelf als sector niet onnodig moeilijk maken met allerlei convenanten en richtlijnen, omdat de samenleving dat zo graag wil…

Wim Bos

Boer zoekt Boer, maar hoe?

In 2010 is een nieuw onderdeel aan de bedrijfsovernameportal van NAJK toegevoegd: Boer zoekt Boer. Op dit onderdeel van de bedrijfsovernameportal kunnen jongeren die graag agrariër of tuinder willen worden en agrarische ondernemers die geen opvolger hebben, oproepen en reacties plaatsen om met elkaar in contact te komen. Sinds de oprichting van ‘Boer zoekt Boer’ en een bijeenkomst over dit initiatief bleek dat er onder jongeren veel behoefte is aan meer informatie en openbaarheid over buitenfamiliale bedrijfsovername.

Tekst: Paulien van Beesten

Wie zijn potentiële opvolgers en wat willen zij?
Omerachter te komen of NAJK meer voor potentiële bedrijfsopvolgers kan betekenen voerde Paulien van Beesten, student op het CAH Vilentum, een onderzoek uit onder potentiële opvolgers. Via een enquête en verschillende interviews werden potentiële opvolgers gevraagd naar hun drijfveren om een agrarisch bedrijf buiten de familie over te nemen en welke informatie of begeleiding zij misten in het voortraject van buitenfamiliale bedrijfsovername.

Resultaten enquête
De enquête werd ingevuld door 96 potentiële opvolgers. Verreweg de meeste interesse van de respondenten ligt in de melkveesector. 70% van de ondervraagden gaf aan in deze sector een bedrijf te willen runnen, gevolgd door ‘slechts’ 18,8% dat voor akkerbouw koos. Een opmerkelijke uitkomst is dat 75% van de potentiële opvolgers niet weet bij welke organisatie zij moeten aankloppen voor informatie over of begeleiding bij een buitenfamiliale bedrijfsovername.

Interviews
De geïnterviewde bedrijfsopvolgers vertelden over hun visie over buitenfamiliale bedrijfsovername en over de struikelblokken die zij tegenkwamen in hun zoektocht naar een bedrijf en een opvolger. Potentiële opvolgers en overdragers gaven beiden aan dat de ‘Boer zoekt Boer’-site nu te toegankelijk is. Iedereen kan oproepen plaatsen. Hierdoor komt de site niet serieus genoeg over en zullen potentiële opvolgers en overdragers minders snel een oproep plaatsen. Potentiële opvolgers vertelden ook dat het fijn is om begeleiding te krijgen in het buitenfamiliale bedrijfsovernameproces. Hoe ga je bijvoorbeeld voor het eerst met een overdrager in gesprek? En hoe ga je om met een eventueel gezin van een overdrager?

Hoe nu verder…?
In maart presenteert Paulien van Beesten haar bevindingen en haar advies aan de werkgroep ‘Boer zoekt Boer’. Naar aanleiding van de uitkomsten zal NAJK ernaar streven om meer begeleiding te bieden in het voortraject van een buitenfamiliale bedrijfsovername, waaronder het professionaliseren van de ‘Boer zoekt Boer’-site.

Ook een kijkje nemen op de ‘Boer zoekt Boer’ pagina? Ga naar www.bedrijfsovernameportal.nl/boer-zoekt-boer